CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Voorjaarsnota 2021

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Voorjaarsnota 202113.005 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

21

Gorecht West Fase 4 De voorbereidingen voor Fase 4 vonden plaats in 2020. In het najaar van 2020 is het Stedenbouwkundigplan en Bestemmingsplan voor Fase 4 en 5 vastgesteld. Ook is in het najaar het Investeringskrediet voor Bouw- en Woonrijp maken voor Fase 4 vastgesteld. De sloop van Fase 4 vond plaats vanaf najaar 2020 tot en met januari 2021. Het bouwrijp maken is in februari 2021 gestart en zal voor de zomer van 2021 worden afgerond. De start van de bouw van 73 nieuwe woningen door Lefier voor verschillende doelgroepen en met verschillende architectuur staat gepland voor zomer 2021. De oplevering van de woningen en het woonrijp maken staat gepland in de zomer van 2022. Tot nu toe verloopt zowel het bouwrijp maken als de geplande start van de bouw van de woningen volgens planning. Gorecht West Fase 5 Op basis van de huidige planning voor de vervolgfasen (4 en 5) zullen de woningen in fase 4 worden opgeleverd in de zomer van 2022, de woningen van fase 5 in 2024, waarmee het project formeel is afgerond. Bij de voorbereiding van fase 5 zal nog een krediet voor bouw- en woonrijp maken worden opgesteld en ingediend. Dit zal naar verwachting rond het eind van dit jaar plaatsvinden. Daarnaast zal een subsidieverzoek bij het Waterschap worden ingediend voor Gorecht-West.

Basis hiervoor is het feit dat er zoveel mogelijk regenwater wordt afgekoppeld van het gewone, vuilwater riool en wordt geloosd in wadi’s en vijvers. MFA Meeden Uitgangspunt voor deze voortgangsrapportage is het door de stuurgroep vastgestelde Fasedocument PC v0.1 van 10 juni 2020. De opdrachtverstrekking aan de uitvoerende partijen heeft plaatsgevonden overeenkomstig het hiervoor genoemde fasedocument. We verwachten afronding binnen budget. De eerste gesprekken over de beheer- en exploitatieovereenkomst hebben al plaatsgevonden. Voor de informatieverstrekking naar de omgeving wordt periodiek een nieuwbrief ingezet. Gedurende de eerste helft van de realisatiefase is een vertraging van 3 weken ontstaan t.o.v. de beoogde opleverdatum en naar aanleiding van de verwerking van een technische bijstelling in de detaillering van het dak. In overleg met Jansman Bouw zal er alles aan worden gedaan om de opgelopen vertraging weer in te lopen. Op dit moment daar door Jansman Bouw nog geen harde toezeggingen op gedaan. De afgelopen strenge winterperiode heeft invloed gehad op de mate waarin de inloop mogelijk was. Al met al is te stellen dat het project financieel en uitvoeringstechnisch binnen de gestelde kaders blijft.

22

Herstructurering Hoogezand-Noord In de afgelopen drie maanden hebben we voor de herstructurering Hoogezand-Noord aan parallel lopende sporen gewerkt. -

Algemeen: divers intern en extern overleg ten behoeve van plaatsen stedenbouwkundig programma van eisen in breder verband Hoogezand (verkeer, herstructurering, centrumontwikkeling, sociale opgave, etc.); advies externe veiligheid omgevingsdienst Groningen

-

Uitwerking ontwikkeling van Spilbergenkade: eerste locaties-studies incl. overleg corporaties; oriëntatie woningbouwprogramma

-

Herstructurering Zeeheldenbuurt: eerste ontwikkelbeeld in overleg met corporaties

-

Transformatie bedrijvenzone: overleg Harms; individuele ondernemersgesprekken; aanzet ontwikkelkader

-

Kerkstraat: eerste ontwikkelbeeld; afstemming provinciaal project; onderzoek LPG/benzinestation

-

Hoofdstraat: in overleg met supervisor bepalen aanpak als onderdeel van totale visie Sappemeer-Martenshoek; contact Stichting Het Historisch Lint

-

Afstemming lopende projecten: perspectief Het Galjoen; omgeving Lichtbron

-

Financiën: gehonoreerde aanvraag NPG 1e fase Hoogezand-Noord

-

Participatie en communicatie: vanwege corona zeer terughoudend; contact bewonersorganisatie en wijkteam; opstarten communicatieplan; begeleiding onderzoek Hanzehogeschool

-

Organisatie: invullen projectgroep met relevante vakdisciplines (economie, verkeer, groen, planologie, sociale zaken etc.); 6-wekelijks bijeenkomst; kernteam (rekenen-tekenen-makenorganiseren 2-wekelijks; stuurgroep met coöperaties 6 wekelijks.

Voorbereiding Vosholen fase 2 deelplan 2 Vosholen fase 2 bestaat uit de deelplannen 1 en 2. Voor deelplan 1 is inmiddels door de raad de grondexploitatie vastgesteld. Voor deelplan 2 wordt inmiddels een stedenbouwkundig plan opgesteld. Als het stedenbouwkundig plan een stap verder is kan het ontwerp bestemmingsplan worden gemaakt. De voorbereidingen hiervoor zijn gestart en de planning is dat het in het tweede kwartaal in procedure gaat. De onderzoeken die nodig zijn voor het bestemmingsplan lopen of zijn afgerond.

23

3.4

Dienstverlening (Gemeente als bondgenoot)

Totaal Programma 4 Dienstverlening

2021

2022

2023

2024

2025

0

-175 -175

p.m. 0

p.m. 0

p.m. 0

(bedragen x € 1000)

Maatregelen project Dienstverlening Totaal mutaties programma 4

Het project dienstverlening (binnen het programma dienstverlening) behelst een aantal acties die we uitvoeren om onze dienstverlening (ook digitaal) richting onze inwoners nog verder te verbeteren. De kostenraming voor de acties in 2022 sluit op grofweg 175.000 en heeft betrekking op: • Communicatie (concepting en storytelling); • De trajecten van buiten naar binnen (aandachtspunten onderzoek CMO STAMM) en van binnen naar buiten (o.a. bereikbaarheidsplan); • Ondersteuning contactplein / online team; • Verdere ontwikkeling E-dienstverlening.

3.5

Gevolgen gas- en zoutwinning

Totaal Programma 5 Gevolgen gas- en zoutwinning

2021

2022

2023

2024

2025

(bedragen x € 1000)

Totaal mutaties programma 5

0

0

0

0

0

Op 29 april 2021 is besloten tot het beschikbaar stellen van een totaal krediet van € 15,1 miljoen voor het uitvoeren van de 13 NPG-projecten uit de 1e tranche. Dat krediet wordt gedekt vanuit de trekkingsrechten NPG. De afzonderlijke NPG-projecten worden uitgewerkt in uitvoeringsplannen. De voortgang en monitoring maakt onderdeel uit van de P&C-documenten, waaronder Voor- en Najaarsnota en Jaarrekening. Omdat de uitvoering in een beginfase verkeert en zelfs deels nog moet worden opgestart zal in de Najaarsnota 2021 de eerste voortgang worden gerapporteerd. De versterkingsopgave in Overschild (batch 1588) vergt een forse middeleninzet. Onze inzet blijft dat deze volledig worden gedekt door een rijksvergoeding. De raming van het budget en de Rijksbijdrage Batch 1588 is aangepast aan de meest recente prognose van de uitgaven en baten. Hierbij is nog geen rekening gehouden met mogelijke uitkomsten van het overleg tussen rijk en gemeenten over financiële knelpunten binnen batch 1588. Aangezien het gaat om een budgetneutrale wijziging is dit onderdeel opgenomen in hoofdstuk 5 de “Administratief technische wijzigingen”. Voor 2021 bedraagt de budgetwijziging € 12,4 miljoen.

24

3.6

Bestuur en bedrijfsvoering

Totaal Programma 6 Bestuur en bedrijfsvoering

2021

2022

2023

2024

2025

424 619 0 -82 -75 -897 897 1.955

270 -366 -813 -775 1.645 1.633 1.618 1.649 -1.112 -1.112 -1.112 -1.112 -81 -78 -71 -77

(bedragen x € 1000)

Effect meicirculaire; algemene mutaties Effect meicirculaire; overige taakmutaties Stelpost kosten woonplaatsbeginsel i.r.t. ontvangen taakmutatie Stelpost kosten Wedeka i.r.t. ontvangen taakmutatie Stelpost kosten kerkenvisie i.r.t. ontvangen taakmutatie Meicirculaire uitkering scholenprogramma van algemeen naar specifiek Meicirculaire uitkering scholenprogramma van algemeen naar specifiek Effect meicircularie; extra middelen jeugd (landelijk 613 miljoen) Effect (traject VNG-Rijk; landelijk 1,3 miljard extra middelen in 2022) Effect herijking gemeentefonds Taakstelling maatschappelijk vastgoed (lagere storting voorziening) Kapitaallasten krediet € 240.800 voor verbouw werf Zuidbroek Hogere huuropbrengst werf Zuidbroek Stelpost kosten onderzoek kapitaalgoederen (toelichting programma 1) Stelpost kosten uitvoering kapitaalgoederen (toelichting programma 1) Inscannen historische documenten Inhuur projecten informatisering Inhuur projecten informatisering gedekt binnen budget I&A Parkeeropbrengst 140k in exploitaite i.p.v. direct algemene reserve Totaal

-897 897

-897 897

-897 897

-897 897

5.000

p.m p.m

p.m. p.m

p.m. p.m

-14 8

-14 8

-14 8

-14 8

-200 -15

-400 -15

-400 -15

-400 -15

140 5.641

140 -204

140 -659

140 -596

-100 -15 -342 342 140 2.866

Effect meicirculaire op algemene uitkering De algemene uitkering – in de volksmond ook wel gemeentefonds uitkering genoemd – bestaat in de kern uit 2 hoofdingrediënten. Enerzijds zijn er de algemene mutaties (met name de ontwikkeling van het accres), die vrij inzetbaar zijn en anderzijds zijn er de taakmutaties, die een meer specifiek (door het Rijk gewenst) bestedingsdoel hebben. Algemene mutaties Uit de meicirculaire blijkt dat de ontwikkeling van de algemene mutaties een negatief verloop kent. Daar waar er in 2021 en 2022 nog middelen bijkomen, zien we vanaf 2023 een nadeel ontstaan. De dalende accresontwikkeling heeft met tal van indicatoren te maken, maar betekent per saldo dat wij (vooralsnog) minder vrij besteedbare middelen ontvangen. Taakmutaties Alhoewel de nadelige ontwikkeling van de algmene mutaties weliswaar cijfermatig wordt opgevangen door de toename van de middelen voor taakmutaties betekent dit ook dat er extra bestedingsdoelen (taken) door het Rijk bij ons worden neergelegd. Het betekent in de praktijk vaak dat er ook kosten (van dezelfde omvang als de uitkering) voor ons tegenover zullen komen te staan. Hierbij kan worden gesteld dat deze extra middelen zelden tot extra financiële ruimte leiden.

Een voorbeeld hiervan is de € 1,1 miljoen (2/3e deel van de extra middelen taakmutaties) die wij vanaf 2022 structureel ontvangen vanwege de invoering van het woonplaatsbeginsel. We krijgen hiervoor extra middelen, maar zullen uiteraard ook extra kosten moeten maken om de taak uit te voeren. We nemen in de meerjarenraming van deze voorjaarsnota dan ook stelpost (kosten) van dezelfde omvang op voor het Woonplaatsbeginsel (Voogdij), betaling aan Wedeka en de kerkenvisie (2021), om te voorkomen dat we ons “rijk” rekenen. 25

Meicirculaire uitkering scholenprogramma van algemeen naar specifiek (geen financieel effect) Alhoewel de overgang van de uitkering voor het scholenprogramma van de algemene naar de specifieke uitkering geen enkel materieel effect heeft, is de omvang van de overgang zodanig dat wij u hierover informeren. Effect meicircularie; extra middelen jeugd (€ 1.955.000) De acute problematiek in de jeugdzorg en de financiële druk die dit veroorzaakt, zijn een grote zorg voor gemeenten. Het kabinet heeft besloten daarvoor in 2021 een extra incidenteel bedrag beschikbaar te stellen van € 613 miljoen. Deze middelen worden voor verschillende doelen beschikbaar gesteld. Zo wordt € 50 miljoen beschikbaar gesteld voor de tijdelijke uitbreiding van de (ambulante en klinische) crisiscapaciteit jeugd-GGZ zodat aan de toegenomen zorgvraag als gevolg van corona tegemoet gekomen wordt. Verder wordt er voor verschillende specifieke knelpunten geld vrijgemaakt, zoals de aanpak in de jeugdbeschermingsketen (acuut en gericht op de vereenvoudiging), de ombouw van separatiecellen en het verkleinen van woongroepen (€ 70 miljoen). Met dit geld worden gerichte problemen aangepakt en daarom heeft het rijk besloten om de middelen in specifieke uitkeringen ter beschikking te stellen aan gemeenten. De regelingen voor deze uitkeringen worden komende tijd door het rijk uitgewerkt.

Daarnaast wordt er in totaal € 493 miljoen beschikbaar gesteld via de algemene uitkering in het gemeentefonds. Het rijk en de VNG hebben afgesproken dat er meer inzet en regie zal komen op het voorkomen en aanpakken van wachttijden in de hoog-specialistische jeugdhulp om de wachttijden terug te dringen. De inzet is dat kwetsbare kinderen steeds tijdiger de passende hulp krijgen die ze nodig hebben. Dit zal verder moeten worden uitgewerkt, onder andere in goede samenwerking met de aanbieders. Voor dit onderdeel heeft het rijk € 255 miljoen beschikbaar gesteld. Het overige deel van het geld heeft het rijk beschikbaar gesteld om gemeenten iets meer financiële lucht te geven voor de overige taken in de jeugdzorg, en afhankelijk van lokale keuzes, ook nadelen op andere domeinen iets terug te dringen. De concrete vertaling van bovenstaande voor onze gemeente is een extra bijdrage van € 1.955.000 in 2021. Effect (traject VNG-Rijk; landelijk € 1,3 miljard extra middelen in 2022) Donderdag 3 juni 2021 werd door VNG en Rijk gezamenlijk bekend gemaakt dat het kabinet voor 2022 € 1,314 miljard extra beschikbaar stelt aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Het kabinet en de VNG hebben dit met elkaar afgesproken naar aanleiding van het oordeel van de Commissie van Wijzen.

VNG-voorzitter Jan van Zanen heeft hierover aangegeven: ‘Het is goed dat het demissionaire kabinet conform de uitspraak van de Commissie van Wijzen de tekorten van de jeugdzorg voor gemeenten compenseert. Gemeenten hebben nu duidelijkheid voor 2022. Daarmee kunnen ze dus rekening houden bij het opstellen van hun begroting. Dat geeft lucht. Maar we zijn er nog niet. Voor de jaren daarna moeten afspraken worden gemaakt met het nieuwe kabinet. Wij gaan ervan uit dat het nieuwe kabinet, net als het demissionaire kabinet, ook conform de uitspraak zal handelen.” Om de uitspraak van de Commissie van Wijzen te duiden voor de situatie voor Midden-Groningen is een parallel getrokken met de extra middelen voor 2021. Daarbij hebben we van de landelijke € 493 miljoen in de algemene uitkering (overige € 120 miljoen zijn taakmutaties) € 1.955.000 ontvangen, oftewel zo’n 0,4%. We gaan ervan uit dat we van dezelfde verdeling uit mogen gaan, met enige veiligheidsmarge komen we zo tot een inschatting van € 5 miljoen. Voor de jaren vanaf 2023 nemen we vooralsnog geen bedrag op. Wel hebben we de hoop én 26

verwachting dat het substantiële bedrag voor een groot deel wordt doorgetrokken. In hetzelfde persbericht van VNG en Rijk staat namelijk dat voor de jaren na 2022 het oordeel van de Commissie van Wijzen als zwaarwegende inbreng zal dienen voor de kabinetsformatie. De commissie oordeelde dat in 2023 en 2024 landelijk € 1,6 miljard extra nodig is. Dat bedrag loopt jaarlijks af tot € 800 miljoen in 2028. Effect herijking gemeentefonds (p.m.) Naast de positieve ontwikkelingen uit de meicirculaire en het traject VNG-Rijk zien we ook nog steeds een risico, namelijk de herijking van het gemeentefonds. De eerste uitkomsten hiervan waren voor onze gemeente namelijk zeer nadelig. Samen met andere gemeenten in Groningen en Friesland hebben we bij het ministerie aangegeven dat de uitkomsten onaanvaardbaar zijn. Alhoelwel het verdeelvoorstel nog steeds kritisch tegen het licht wordt gehouden en de nieuwe uitkomsten nog op zich laten wachten, worden we gehoord. Het neemt niet weg dat we een beroep blijven doen op het Rijk om tot een evenwichtige herijking te komen, waarbij het niet zo kan zijn dat gemeenten met grote nadelen worden opgezadeld. Het systeem moet anders en daar waar dit onvoldoende slaagt (nog steeds tot nadelen leidt), dient compensatie plaats te vinden.

Bij het stellen van onze vragen en kanttekeningen bij de eerste herijking van het gemeentefonds krijgen we bijval van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). De ROB heeft de fondsbeheerders namelijk gevraagd om meer toelichting te geven op de keuzes en effecten én heeft ook enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de uitlegbaarheid van de uitkomsten, met name in het sociaal domein. De fondsbeheerders hebben daarom besloten tot een nadere analyse. De VNG wordt bij dit vervolgonderzoek nauw betrokken. Het Rijk heeft met de ROB afgesproken dat het nieuwe verdeelvoorstel, zodra het gereed is, gedeeld zal worden, zodat het ROB tot een nieuw advies kan komen. Taakstelling maatschappelijk vastgoed (deels invulling taakstelling, geen financieel effect) In de begroting 2021 is een taakstelling opgenomen voor maatschappelijk vastgoed van € 250.000 structureel. Op basis van het huidige plan voor groot onderhoud van gebouwen (een nieuw plan inclusief benodigde duurzaamheidsinvesteringen volgt) kan de structurele storting in de voorziening groot onderhoud met € 140.000 worden verlaagd. Op deze manier kan de taakstelling met € 140.000 worden ingevuld.

Voor de resterende € 110.000 kijken we naar een aantal structurele elementen, zoals een mogelijke reductie van het vastgoed en de kosten van huisvesting, maar ook de verzekeringspremies die we betalen in relatie tot de waarde van het vastgoed. Daar waar de structurele elementen nog geen soelaas bieden, vullen we de taakstelling voor zover mogelijk met incidentele baten in. Verbouw werf Zuidbroek (per saldo nadelig effect van € 6000) De veiligheidsregio, het sub team ingenieursbureau en de buitendienst van Ibor delen op dit moment werkvertrekken op de werf Zuidbroek. Deze situatie doet zich al langer tijd voor en is niet wenselijk. Er is gezocht naar alternatieve oplossingen, maar deze zijn niet voorhanden. In verband met de coronamaatregelen is één en ander wat op de achtergrond geraakt. Ook doordat thuiswerken de norm was (en nog steeds is), speelde de noodzaak de afgelopen periode wat minder. Ervan uitgaande dat op een bepaald moment de werkzaamheden weer op locatie plaats kunnen vinden is een aanpassing van de werf noodzakelijk. Wij vragen u om een investeringskrediet voor het jaar 2021 beschikbaar te stellen van € 240.800. De hieruit voortvloeiende kapitaallasten bedragen vanaf 2022 circa € 14.000. Hiervan wordt € 8.000 gedekt door het verhogen van de huur die de Veiligheidsregio aan de gemeente Midden-Groningen betaalt. Per saldo resteert een bedrag van € 6.000. 27

Stelposten (kosten) voor actualisatie beheerplannen kapitaalgoederen In programma 1 hebben we toegelicht dat we voor het actualiseren van onze beheerplannen voor kapitaalgoederen extra druk in de begroting verwachten, waarvoor wij in dit programma een stelpost opnemen. Concreet nemen we een stelpost van € 100.000 (incidenteel) in 2021 op ter dekking van de verdere onderzoekskosten (inspecties) om tot de beheerplannen te komen. We een stelpost van € 200.000 op in 2022 en vanaf 2023 een stelpost van € 400.000 ter dekking van de kapitaallasten. De omvang van de investering die hoort bij deze kapitaallast is grofweg € 10 miljoen. Dat is uiteraard een fors bedrag, maar bij investeringen in bruggen en beschoeiingen lopen de kosten snel op. Het spreekt voor zich dat als de beheerplannen en bijbehorende uitvoeringsplannen gereed zijn dat we deze posten actualiseren. Ook kiezen we ervoor de middelen pas uit de stelposten beschikbaar te stellen op het moment dat de plannen concreet zijn. Inscannen historische documenten (€ 15.000 structureel nadelig) Om het mogelijk te maken documenten vanuit het historisch archief te kunnen digitaliseren is jaarlijks een bedrag nodig van € 15.000. Dit zal geschieden op basis van inhuur door een extern bureau.

Door het digitaal maken van documenten kunnen deze bijvoorbeeld ook op de website van het historisch archief worden geplaatst en daardoor toegankelijk worden voor een breder publiek. Inhuur projecten informatisering (geen financieel effect) In de door de raad in 2020 vastgestelde I&A-visie 2020-2023 is een aanzienlijk aantal projecten benoemd. Om die projecten in 2021 te kunnen uitvoeren is extra capaciteit nodig. Dit kan niet volledig met eigen medewerkers worden uitgevoerd. Daarom is tijdelijk extra inzet door middel van inhuur noodzakelijk. Hiervoor is 342.000 aan extra middelen benodigd. I&O en Automatisering hebben in 2020 minder geïnvesteerd dan geraamd, omdat een deel van de projecten doorgeschoven is naar 2021. Daardoor zijn de kapitaalslasten die waren begroot voor 2021 aanzienlijk lager uitgevallen. Deze eenmalige vrijval van kapitaalslasten kan worden ingezet als dekking voor de uitzetting van de inhuurkosten. Parkeeropbrengst 140k in exploitaite i.p.v. directe toevoeging algemene reserve Zoals in eerdere P&C-documenten aangegeven stellen we voor de parkeeropbrengst van jaarlijks€140.000 in de exploitatie te verwerken. Dat effectueren we in deze voorjaarnota 2021.

28

4. Financieel perspectief 4.1

Voorjaarsnota 2021

bedragen x €1000 Verwachte begrotingssaldi bij najaarsnota 2020 Ontwikkelingen programma Dorpen en Wijken Ontwikkelingen programma Sociaal Ontwikkelingen programma Economie Ontwikkelingen programma Dienstverlening Ontwikkelingen programma Gevolgen Gas- en Zoutwinning Ontwikkelingen programma Bestuur en Bedrijfsvoering Verwachte begrotingssaldi o.b.v. voorjaarsnota 2021

4.2

2021 -371 -273 -573 69 0 0 2.866 1.718

2022 -277 -170 -621 -54 -175 0 5.641 4.344

2023 582 -35 -644 -39 0 0 -204 -340

2024 802 -35 -644 73 0 0 -659 -463

2025 802 -35 -644 5 0 0 -596 -468

Ontwikkeling algemene reserve

De algemene reserve ontwikkelt zich op basis van de inzichten in deze voorjaarsnota als volgt:

Bedragen x €1000 Saldo Algemene Reserve af/bij: verwachte begrotingssaldi 2020-2024 Nieuw Saldo Algemene Reserve

2020 6.622 117 6.739

2021 6.739 1.718 8.457

2022 8.457 4.344 12.801

2023 12.801 -340 12.461

2024 12.461 -463 11.998

2025 11.998 -468 11.530

4.3 Risico’s en weerstandsratio De ontwikkeling van de algemene reserve wordt afgezet tegen de risico’s om de weerstandsratio te bepalen.

Weerstandsvermogen Risico's Weerstandsratio

2020 6.739 4.209 1,60

2021 8.457 4.500 1,88

2022 12.801 5.000 2,56

2023 12.461 5.500 2,27

2024 11.998 6.000 2,00

2025 11.530 6.500 1,77

De weerstandsratio blijft in het meerjarenperspectief ruim boven het minimumniveau van 1. De verwachting is dat dit ook zo zal blijven op het moment dat we bij de begroting 2022-2026 onze p.m.-posten kunnen gaan kwantificeren. De inzet van de stille reserves, waaronder het aandelenbezit in Enexis is derhalve geen noodzaak. De verkoop van aandelen Enexis à 4 miljoen euro in 2024, waartoe uw raad heeft besloten, is in bovenstaand overzicht daarom buiten beeld gelaten. Als het verloop van de weerstandsratio het bij de begroting 2022-2026 nog steeds – zoals wij verwachten – toelaat om van verkoop af te zien, dan zullen wij op dat moment aan u voorleggen. Bij de beoordeling van onze weerstandsratio kijken we naast het verloop van ons weerstandsvermogen (algemene reserve) ook naar de risico’s. Voor 2020/2021 geldt dat de risico’s zijn herijkt (en in tabel op volgende pagina opgenomen). Bij de begroting 2022-2026 zullen we de risico’s opnieuw tegen het licht houden.

29

30

4.4 Uitgangspunten begroting 2022-2025 Algemeen De begroting is in meerjarenperspectief structureel sluitend en de weerstandsratio bedraagt minimaal 1. Bestaand beleid De begrotingen worden opgesteld op basis van bestaand beleid . De conceptbegroting 2022 en het meerjarenperspectief 2023-2025 is dus “beleidsarm”. Geen ruimte voor nieuwe zaken, tenzij dit in de Voorjaarsnota 2021 is opgenomen en besloten. Nieuw beleid Geen nieuw beleid anders dan door niet beïnvloedbare externe factoren (wettelijke verplichtingen en/of contractuele afspraken) en/of opgenomen in de Voorjaarsnota 2021. Uitzetting van budget dient te worden onderbouwd. Voor de budgetten betekent dit bij ongewijzigde omstandigheden: het doortrekken van de budgetten 2021.

Salarissen Bij het ramen van de salariskosten wordt uitgegaan van de vastgestelde (toegestane) formatie per 1 mei 2021, eventueel verhoogd met nominale ontwikkelingen. Uit wordt gegaan wordt van het maximum van de functieschaal. Daarnaast zijn in de ramingen de zogenaamde incidentele componenten, bestaande uit, individueel keuzebudget, toelagen waaronder garanties etc. opgenomen. Voor 2022 en volgende wordt rekening gehouden met een salariskostenontwikkeling van 3 % per jaar. Stelpost prijsstijgingen Voorgesteld wordt uit te gaan van de correctie die qua prijsstijging wordt gepubliceerd in de meicirculaire 2021 dit evenwel met uitzondering van de opgenomen budgetten voor gesubsidieerde instellingen en prijsontwikkelingen die gebaseerd zijn op contractuele verplichtingen. Rentekosten De rentekosten verbonden aan reeds gedane investeringen worden berekend aan de hand van het schema rentetoerekening jaar T zoals in de BBV is opgenomen. Nieuwe investeringen In de begroting worden in principe geen nieuwe investeringen opgenomen, tenzij deze in de meerjarenraming 2022-2024 en/of in de Voorjaarsnota 2021 zijn opgenomen. Vervangingsinvesteringen De kapitaallasten die voortvloeien uit de jaarlijkse te plegen vervangingsinvesteringen, op basis van het vigerende meerjarig vervangingsinvesteringenplan, worden gedekt uit de jaarlijkse vrijvallende kapitaallasten.

In de begroting wordt de omvang van de vrijval kapitaallasten en de aanwending daarvan in de begroting en meerjarenraming zichtbaar gemaakt. Indien geen vervangingsinvesteringsplan beschikbaar is wordt in ieder geval een stelpost vervangingsinvesteringen opgenomen. Belastingen en tarieven Als uitgangspunt geldt dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd. Deze trendmatige aanpassing is gebaseerd op de stijging van het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie van twee jaar voor het begrotingsjaar. Voor de in 2022 toe te passen stijging van de tarieven geldt daarom 2020 als peiljaar. 31

Weerstandsvermogen Het vermogen van de gemeente om niet structurele risico’s te kunnen opvangen zonder daarbij de lopende exploitatie in gevaar te brengen wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. Uitgangspunt is een weerstandsratio gelijk of groter dan 1 in de begroting en de meerjarenraming. Algemene uitkering uit het gemeentefonds De raming van de algemene uitkering is minimaal gebaseerd op de meicirculaire. De hoogte van de algemene uitkering is afhankelijk van een groot aantal factoren, zoals de verwachte ontwikkeling, c.q. stijging van de netto rijksuitgaven (accres), de ontwikkeling van de zogeheten verdeelmaatstaven voor onze gemeente en de zogeheten belastingcapaciteit. Onvoorziene uitgaven Dit betreft een stelpost ter dekking van tegenvallers, c.q. niet voorziene uitgaven waar gedurende het begrotingsjaar alsnog prioriteit aan toe wordt gekend. Voorgesteld wordt voor deze post uitgegaan van een bedrag van € 2,27 per inwoner.

5. Administratief technische mutaties Naast de mutaties die van invloed zijn op het begrotingssaldo zijn er technisch-administratieve wijzigingen die niet van invloed zijn op het saldo maar wel consequenties hebben op de budgetten van de programma’s. De budgettaire wijzigingen van de programma’s zijn onderhevig aan het budgetrecht van de raad vandaar dat ze verwerkt zijn in een afzonderlijke begrotingswijziging die gelijktijdig ter vaststelling wordt aangeboden. Deze administratief-technische wijzigingen zijn als bijlage bij deze voorjaarsnota 2021 toegevoegd.

De budgettaire wijzigingen betreffen: a. Administratief technisch (budgettair neutraal) tot een totaal van € 14.487.119 in 2021; b. Administratief technisch : verwerking van het raadsbesluit m.b.t. de ombuigingen begrotingsbehandeling 2021 ad. € 629.000 ; c. Administratief technisch : verwerking van decembercirculaire 2020 ad € 10.000

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12812327/1