03. Toelichting ontwikkelingen en overhevelingen
Tekst van het document
Bijlage 2: Toelichting ontwikkelingen en overhevelingen In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op de diverse ontwikkelingen ten opzichte van de laatste prognose.
De ontwikkelingen zijn hieronder per programma toegelicht.
Dorpen en wijken
1. Openbare ruimte Binnen het product Openbare Ruimte wordt een nadeel van € 283.000 verwacht. Dit komt voornamelijk door hogere kosten voor elektriciteit bij de openbare verlichting, waardoor een nadeel van € 124.000 ontstaat. De stijgende energielasten worden slechts deels gecompenseerd door lagere onderhoudskosten en ontvangen schadevergoedingen. Ook de brugbediening valt duurder uit. Doordat de werkzaamheden niet langer via het werkvoorzieningsschap worden uitgevoerd maar extern moeten worden aanbesteed, ontstaat een structureel nadeel van € 100.000, ondanks hogere bijdragen van de gemeenten Aa en Hunze, Veendam en de provincie Groningen. Daarnaast nemen de uitgaven voor personeel en tractie materieel toe, vooral door hogere kosten voor verkeer en mobiliteit en gestegen onderhoud van voertuigen. Dit leidt tot een nadeel van € 159.000. De negatieve effecten worden deels gecompenseerd door een voordeel van € 180.000 op de leges voor kabels en leidingen, als gevolg van hogere tarieven en een toename van het aantal vergunningen. De aanslag waterschapsbelasting is hoger voor de watersysteemheffing ongebouwd wegen waardoor het nadeel € 61.000 is. Overige plussen en minnen binnen het producten tellen op tot € 189.000 nadeel. Per saldo resulteert dit in het genoemde nadeel van € 283.000. 2.
Lagere leges lijkbezorgingsrechten Op basis van de huidige ontwikkeling van de legesinkomsten in 2025 verwachten we lagere opbrengsten uit lijkbezorgingsrechten. In totaal gaat het om een vermindering van € 129.000, waarvan € 52.000 betrekking heeft op de afkoop van grafrechten en het onderhoud van graven. Doordat deze afkoopinkomsten lager uitvallen, hoeft er ook minder te worden gestort in de
voorziening middelen van derden voor afkoop graven. Per saldo resulteert dit in een nadeel van € 77.000. 3. Energiebesparende maatregelen sport- en culturele instellingen, dorps- en wijkcentra (overhevelingsvoorstel 2) In 2023 heeft de raad ruim € 400.000 overgeheveld voor energiebesparende maatregelen. Uit deze middelen wordt de subsidie energiebesparende maatregelen voor maatschappelijke organisaties bekostigd. Naar verwachting resteert in 2025 nog circa € 300.000. Omdat de regeling doorloopt tot 31 december 2026, stellen we voor om dit resterende bedrag opnieuw over te hevelen, zodat de kosten van de nog te verlenen subsidies kunnen worden gedekt. 4. Bibliotheek (overhevelingsvoorstel 5) In de septembercirculaire 2024 heeft het Rijk € 181.000 beschikbaar gesteld voor de wettelijke zorgplicht van gemeenten ten aanzien van de openbare bibliotheek. In 2025 wordt hiervan € 92.000 benut. De resterende middelen zijn nodig om de zorgplicht in 2026 te kunnen continueren. Daarom stellen we voor om dit bedrag over te hevelen, zodat het budget ook in 2026 beschikbaar is voor dit doel.
Sociaal
5. Reservering Sociaal plein Om een vervolg te kunnen geven aan het maatschappelijk initiatief Het Sociaal plein wordt voorgesteld € 800.000 in een reserve te storten. 6. Definitieve afrekening BUIG Begin oktober hebben we de definitieve afrekening van de BUIG ontvangen van het Rijk. De inkomsten voor de BUIG vallen aanzienlijk hoger uit dan de voorlopige afrekening die we in april 2025 hebben ontvangen (overeenkomstig met oorspronkelijke begroting). Het gros wordt verklaard door de loon- en prijsontwikkeling van het landelijke macrobudget van het Rijk. Het totale voordeel op de BUIG is circa € 3,3 miljoen in 2025.
2
7. Wmo Het voordeel op de Wmo bestaat uit meerdere onderdelen. Voor huishoudelijke hulp, begeleiding en dagbesteding wordt een voordeel van € 300.000 verwacht. In de begroting is uitgegaan van een groei op basis van het Wmo-voorspelmodel van de VNG, maar in het derde kwartaal van 2025 blijkt deze groei lager uit te vallen. Daarnaast zijn de lasten voor de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang lager dan geraamd (€ 137.000). Hiervoor was bij de Voorjaarsnota 2025 extra budget beschikbaar gesteld, maar de nieuwe prognose van de centrumgemeente valt aanzienlijk lager uit. Tot slot wordt het Wmo-transformatiebudget niet volledig benut (€ 163.000). Gezamenlijk leidt dit tot een voordeel van € 600.000 binnen de Wmo. 8. Jeugd De lasten voor Zorg in Natura (ZIN) vallen lager uit dan begroot, wat resulteert in een verwacht voordeel van € 500.000. In de begroting is uitgegaan van een volumegroei van 4,7%, conform het advies van de commissie Van Ark, maar in de praktijk blijkt de groei tot en met het derde kwartaal achter te blijven. De daling doet zich momenteel vooral voor bij verwijzer Kwartier. 9. Activiteitenfonds De bestedingen uit het activiteitenfonds vallen naar verwachting lager uit dan begroot. Mogelijk hangt dit samen met het feit dat inwoners die eerder een beroep deden op de energietoeslag toen ook de weg naar het activiteitenfonds vonden.
Nu deze doelgroep minder of geen beroep meer doet op de energietoeslag, lijkt ook het gebruik van het activiteitenfonds te zijn afgenomen, terwijl zij daar mogelijk nog wel recht op hebben. Dit resulteert in een voordeel van € 203.000. 10. Integrale aanpak bij gestapelde problematiek (overhevelingsvoorstel 3) Op 30 januari 2025 heeft de raad ingestemd met de bestuursopdracht Integrale aanpak gestapelde problematiek, waarvoor € 250.000 beschikbaar is gesteld. Het project is nog niet afgerond en loopt door in 2026. De resterende middelen van € 184.000 zijn nodig om het project in 2026 te kunnen afronden. Daarom stellen we voor om deze middelen over te hevelen. 11. Implementatiebudget / ontwikkelbudget Midwerk (overhevelingsvoorstel 4) Uw raad heeft in 2023 ingestemd met het overhevelen van afgerond € 275.000 voor het implementatiebudget. In het kader van de communicatie rondom de nieuwe naam Midwerk en de ingebruikname van het nieuwe pand zijn in 2025 diverse kosten gemaakt. Er resteert nog € 100.000, die wij in 2026 nodig hebben voor de nog te verwachten kosten binnen dit traject. Wij stellen daarom voor om € 100.000 over te hevelen, zodat de beschikbare middelen behouden blijven voor de afronding van de communicatieactiviteiten in 2026. 12. Kredietbank Vroegsignalering (overhevelingsvoorstel 7) In de meicirculaire 2025 zijn middelen beschikbaar gesteld voor vroegsignalering.
Deze middelen worden ingezet voor Team Eropaf, waarvan de werkzaamheden ook in 2026 worden voortgezet. De resterende middelen van € 60.000 zijn nodig vanwege een toename in het aantal adviesgesprekken en signalen. Daarom stellen we voor om deze middelen over te hevelen.
3
Fysieke leefomgeving
13. Integrale veiligheid De gemeente maakt in toenemende mate gebruik van de diensten van Khonraad. Deze organisatie verzorgt de informatie-uitwisseling tussen ketenpartners – zoals GGZ, politie en gemeenten – en ondersteunt de uitvoering van wettelijke taken binnen de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), de Wet zorg en dwang (Wzd) en de Wet tijdelijk huisverbod (Wth). Dit leidt tot een toename van de uitvoeringskosten met € 48.000. Daarnaast voorzien we hogere incidentele uitgaven van € 22.000 voor de sloop en afvoer van een schip. 14. Meicirculaire omgevingsweg (overhevelingsvoorstel 1) Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Op grond van deze wet moeten alle bestaande bestemmingsplannen, verordeningen en rijksregels uiterlijk in 2032 worden omgezet naar één gemeentedekkend omgevingsplan dat voldoet aan de nieuwe wettelijke kaders. Dit vraagt een aanzienlijke inspanning van meerdere teams en kan niet binnen de reguliere werkzaamheden worden uitgevoerd. In 2025 resteert een bedrag van €367.000, dat als taakmutatie is toegekend via de meicirculaire. Wij stellen voor om deze middelen over te hevelen, zodat ze in 2026 en 2027 kunnen worden ingezet voor de verdere uitvoering van deze opgave. 15. Terrein rondom station Hoogezand-Sappemeer (overhevelingsvoorstel 5) Sinds 2022 bestaat de ambitie om het station in Hoogezand grondig te renoveren.
ProRail, NSstations, de provincie Groningen en de gemeente Midden-Groningen werken hierin al geruime tijd samen, waarbij alle partijen financieel bijdragen aan de ontwikkeling. Ook wij hebben bij de start middelen gereserveerd om de buitenruimte aan te passen zodra de renovatie van het stationsgebouw is afgerond. Hiervoor is € 100.000 beschikbaar gesteld en in 2023 overgeheveld voor besteding in 2024 en 2025. Het project heeft enige tijd stilgelegen, maar de voorbereidingen zijn recent weer opgepakt en inmiddels vergevorderd. NS-stations start naar verwachting in 2026 met de renovatie van het stationsgebouw, waarna de gemeente aansluit met de herinrichting van de openbare ruimte. Wij stellen daarom voor om het resterende budget van € 90.000 over te hevelen naar 2026, zodat deze kosten kunnen worden gedekt.
4
Gevolgen gas- en zoutwinning én NPG
16. Decentralisatie indexatie Herstelagenda Binnen de meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030 is afgesproken dat ter compensatie van gestegen prijzen een Loon- en Prijsontwikkeling (LPO) wordt uitgekeerd via een Decentralisatie-uitkering (DU). Voor 2025 betekent dit dat in de decembercirculaire een bedrag van € 469.000 extra beschikbaar wordt gesteld. Deze middelen zijn bedoeld om eventuele tekorten binnen de regeling op te vangen. Voorgesteld wordt om dit bedrag te storten in de bestemmingsreserve ‘Herstelagenda’, zodat de middelen kunnen worden ingezet voor de dekking van toekomstige uitgaven. Dit is tevens van belang om de uitgaven goed te kunnen volgen en te monitoren of aanvullende tekorten ontstaan. Een zorgvuldige monitoring is noodzakelijk met het oog op mogelijke onderhandelingen met het Rijk, in relatie tot het ‘koste wat het kost’-principe.
Bestuur en bedrijfsvoering
17. Vrijval incidentele dekking VJN 2023/2024 In de Najaarsnota 2025 is de incidentele dekking die in de begroting was opgenomen naar aanleiding van de bezuinigingsvoorstellen teruggedraaid. Eerder, bij de Voorjaarsnota 2023 en 2024, was eveneens sprake van incidentele dekking in de vorm van onttrekkingen uit reserves. Gezien het positieve resultaat in 2025 is deze financiële dekking niet langer noodzakelijk. Het terugdraaien hiervan leidt echter tot een nadeel van circa € 2,4 miljoen in het jaarrekeningresultaat 2025. Hieronder is de specificatie weergegeven.
5
Hierboven is te zien dat € 1,2 miljoen afkomstig is uit de reserve Oekraïne. In de Najaarsnota hebben we aangegeven dat er nog lopende opgaven zijn rond de opvang van ontheemden uit Oekraïne. Daarom stellen we voor om deze € 1,2 miljoen beschikbaar te houden binnen de reserve ‘Oekraïne’. Daarnaast stellen we voor om de resterende € 1,2 miljoen toe te voegen aan de reserve ‘Ambitieruimte raadsperiode 2026–2029’, zodat deze middelen kunnen worden ingezet voor toekomstige beleidsprioriteiten in de nieuwe raadsperiode. 18. Storting APPA-voorziening Het Rijk heeft wettelijk bepaald dat de pensioenverplichtingen van wethouders voortaan verplicht moeten worden ondergebracht bij het ABP (Algemeen Bestuurlijk Pensioenfonds). Tot voor kort konden gemeenten zelf bepalen of zij deze verplichtingen uitvoerden via het ABP, een eigen voorziening of andere pensioensregelingen. Dit heeft er in het verleden toe geleid dat er verschillende uitvoeringsvormen bestonden tussen gemeenten. In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is recent een onderzoek uitgevoerd naar de overdrachtswaarde en voorzieningen APPA-pensioenen van wethouders bij alle gemeenten. Op basis van de resultaten blijkt dat de huidige voorziening voor wethouderspensioenen binnen onze gemeente onvoldoende is om de verplichtingen volledig over te dragen aan het ABP.
Uit dit onderzoek blijkt dat onze APPA-voorziening onvoldoende is om de verplichtingen volledig over te dragen aan het ABP (ondanks de extra storting bij de jaarrekening 2024). Op basis van de berekende overdrachtswaarde moet de voorziening worden verhoogd met een bedrag van € 1,9 miljoen. Dit leidt tot een nadeel in 2025. De financiële effecten voor de jaren 2026 en 2027 zijn op dit moment nog niet volledig inzichtelijk, omdat deze mede afhankelijk zijn van de verdere ontwikkeling van de pensioenregeling bij het ABP en de landelijke uitwerking van de overdrachtsregeling. Zodra hierover meer duidelijkheid bestaat, worden eventuele gevolgen verwerkt in de meerjarenraming. De overdracht van de wethouderspensioenen aan het ABP moet uiterlijk op 31 december 2027 zijn afgerond. Na afronding van deze overdracht vervalt de verantwoordelijkheid van de gemeente voor deze pensioenverplichtingen en wordt de APPA-voorziening opgeheven. 19. Actualisatie vastgoed De lasten voor vastgoed zijn geactualiseerd. De onderhoudskosten voor installaties vallen hoger uit, met name door extra noodzakelijk en spoedonderhoud, zoals het herstel van kapotte installaties en deuren, het uitvoeren van legionellawerkzaamheden door stilstaand water en aanvullend voeg- en schilderwerk. Daarentegen zijn de energielasten lager dan begroot.
In de begroting was nog rekening gehouden met de hogere energieprijzen uit de coronaperiode, die inmiddels zijn gedaald. Tot slot blijven de inkomsten uit vastgoed, voornamelijk uit de verhuur van gebouwen, achter bij de verwachting. Per saldo resulteert dit in een verwacht nadeel van €89.000. 20. VPB De voorlopige aanslag vennootschapsbelasting (Vpb) 2024 valt € 43.000 hoger uit dan begroot. Dit hangt samen met de ontwikkelingen binnen de grondexploitaties in 2024, waardoor het belastbaar resultaat hoger uitvalt dan eerder geraamd. De definitieve aanslag volgt na
6
afronding van het belastingjaar en kan nog worden bijgesteld op basis van de uiteindelijke resultaten. 21. Vrijval reserve jaarruimte 2023 In 2023 zijn bij de jaarrekening overhevelingen vastgesteld, waarvoor de middelen zijn gestort in de reserve jaarruimte 2023. Deze middelen blijven volgens afspraak twee jaar beschikbaar. Dit betekent dat de reserve aan het eind van 2025 wordt opgeheven. Voor een aantal posten geldt echter dat de middelen ook in 2026 en/of 2027 nog noodzakelijk zijn. Deze zijn bij eerdere ontwikkelingen toegelicht en we verzoeken deze middelen opnieuw over te hevelen. Na deze overhevelingen resteert er een bedrag van circa € 1,3 miljoen, dat kan vrijvallen in het jaarrekeningresultaat 2025. Het uiteindelijke bedrag kan nog licht afwijken, afhankelijk van de realisatie per 31 december 2025. Bij het opstellen van de jaarrekening wordt de reserve jaarruimte 2023 definitief opgeheven. 22. MDIEU-subsidie De MDIEU-subsidie (Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden) is recent toegekend en wordt administratief verwerkt. De middelen uit deze subsidie dragen bij aan de uitvoering van het MDIEU-programma, waarvan de kosten passen binnen de bestaande begroting. Dit leidt tot een voordeel van € 400.000.
7