03. RegioVisie NvO nov 2021
Tekst van het document
Zo thuis mogelijk
Uitgangspunten
Als een jeugdige ondanks alle ingezette ambulan-
a.
te hulp niet meer thuis kan opgroeien, dan heeft
Ondersteuning is zo dichtbij, zo licht, snel als mogelijk en zo intensief als nodig.
b.
een zo gezinsgetrouw mogelijke kleinschalige
‘0 jeugdigen die niet optimaal thuis opgroei
opvoedsituatie waarbinnen de jeugdige optimale
en’. Alle inzet is gericht op het zo thuis
ontwikkelingsmogelijkheden de voorkeur. Het
mogelijk laten wonen van jeugdigen en
liefst in het eigen netwerk, een pleeggezin of
het voorkomen en verkorten van een
gezinshuis. Plaatsingen zijn altijd voorzien van
uithuisplaatsing. Inzet van verblijf is altijd
doelen en perspectief, en de inzet blijft ook
een intermezzo in een ambulant traject.
tijdens het verblijf gericht op terug naar huis/zo thuis mogelijk.
22
4
De toegang voor (jeugd)hulp kan zijn taken goed uitvoeren. Om het jeugdhulpstelsel in de regio optimaal door te ontwikkelen is een goede kwaliteit van de toegang tot de jeugdhulp noodzakelijk. De lokale teams zijn in toenemende mate een essentiële factor in het zorglandschap. Zowel voor de samenwerking met het specialistische veld, als in samenwerking met de basisvoorzieningen (school/opvang etc.) en netwerken in de wijken. Als het lokale team zijn basis op orde heeft zal er eerder passende jeugdhulp worden aangeboden en minder vaak te snel specialistische jeugdhulp worden toegewezen.
Vijf basisfuncties
Uitgangspunten
De basis is op orde als de lokale teams de volgen-
a.
de vijf basisfuncties uitvoeren: 1.
Creëren veilige leefomgeving.
2.
Tijdig signaleren van de vraag.
3.
Organiseren van vindbare en toegankelijke
• Is vindbaar, signaleert tijdig en investeert in preventie. • Verheldert de vraag en voert een goede
hulp. 4.
Handelen met een brede blik.
5.
Leren en verbeteren.
Een professional van de gemeentelijke toegang:
triage uit. • Verleent ondersteuning en biedt toegan kelijke hulp. • Belegt regie en houdt vinger aan de pols.
Daarnaast zien we nog een aantal bevorderende
• Houdt oog voor een veilige omgeving.
factoren voor de lokale teams/toegang in het
• Leert en verbetert. b.
versterken van de doelmatigheid en doeltreffend-
Een professional van een Gecertificeerde
heid van de Jeugdwet:
Instelling (GI) voldoet aan het normenkader
•
Goed verwijzen en triageren door hoog
en heeft de benodigde kennis om de verwijs-
opgeleide professionals.
rol goed uit te kunnen (laten) voeren en te
•
Teams zetten zelf ook (lichte) vormen van
kunnen sturen op de inzet van passende
•
Professionals met een brede blik krijgen
ambulante jeugdhulp in.
•
jeugdhulp. c.
Medisch specialisten hebben de benodigde
ruimte om in uiteenlopende domeinen te
kennis om hun verwijsrol goed uit te kunnen
acteren.
(laten) voeren en te kunnen sturen op de inzet
Teams werken goed samen met specialisti-
van passende jeugdhulp.
sche jeugdhulp. Dit is alleen succesvol als naast de gemeentelijke toegang of het lokale team ook de andere verwijzers waarmee de samenwerking met het specialistische jeugdveld te maken heeft hun rol goed uitvoeren.
23
5
Bij de inzet van jeugdhulp gelden enkele principes. Om de jeugdhulp de komende jaren nog beter uit te voeren volgens de intenties van de Jeugdwet en de transformatieopgave en tegelijkertijd ook passend is binnen de budgettaire kaders, is het nodig om enkele principes of uitgangspunten over de wijze van uitvoering en samenwerking in de keten af te spreken. Aan de hand van de diverse rapporten die er zijn geschreven over de verbetering van de jeugdhulp en het verminderen van de uitgaven werken we in Nederland aan een Hervormingsagenda. Gedeeld eigenaarschap van de maatschappelijke opgaven voor de jeugd- en gezinshulp is hierbij het vertrekpunt. We hebben aandacht voor de raakvlakken tussen de verschillende opgaven (domeinoverstijgend) en kiezen voor langdurige samenwerking en contracten. Het inrichten van een effectief en efficiënt jeugdstelsel kan niet zonder dat er gezamenlijk geleerd wordt, met gebruik van bestaande en zich ontwikkelde kennis. Om dit te realiseren willen we inzetten op strategisch partnerschap waarin gezamenlijk geleerd wordt vanuit een reflectieve werkpraktijk en kennisontwikkeling in de gehele keten. Hierin maken we actief gebruik van de ervaringskennis van jeugdigen, ouders en andere betrokkenen.
Uitgangspunten a.
d.
Hulp en ondersteuning is complementair aan wat de jeugdige en het gezin zelf kan en
Er wordt gedaan wat nodig is. Continuïteit van hulp en ondersteuning is gerealiseerd bij
zoveel als mogelijk in de directe leefom-
de overgang van 18- naar 18+.
geving en in met en rondom jeugdige en het
e.
Beheersen van de kosten inzet jeugdhulp.
gezin.
f.
In de gehele keten wordt doorlopend
b.
Er wordt goed onderbouwde, efficiënte en
c.
Er is sprake van strategisch duurzaam
geleerd. g.
effectieve ondersteuning ingezet. partnerschap en domein overstijgende ketensamenwerking tussen gemeenten en aanbieders.
24
De wachttijden voldoen aan de Treeknormen.
6
De ondersteuning, begeleiding en behandeling voor jeugdigen en gezinnen is passend voor alle doelgroepen en van goede kwaliteit. Het uitgangspunt voor de stelselwijziging is het versterken van het gewone leven. De benodigde ondersteuning en hulp is zo dichtbij mogelijk, draagt bij aan het versterken van jeugdige, het gezin en de leefomgeving. Het doel daarbij is dat kinderen, jongeren, ouders en mede-opvoeders, ook met ernstige problemen, hun gewone leven zo goed mogelijk kunnen opbouwen, herstellen of voortzetten en kwetsbare jeugdigen niet tussen wal en schip vallen.
Zorglandschap
Uitgangspunten
Om het voorgaande te kunnen realiseren is het
a.
Er is sprake van een lokaal, regionaal, boven
noodzakelijk in de Groninger gemeenten een
regionaal en landelijk dekkend zorglandschap
dekkend, passend en bestending zorglandschap
voor alle jeugdigen: van preventie tot hoog
voor alle jeugdigen te realiseren en in stand te
specialistisch, passend bij de ondersteunings
houden:
vragen jeugdige en gezin, waarbij de
•
continuïteit en beschikbaarheid van zorg-
Een landschap dat zich uitstrekt van preventie tot hoog-specialistische jeugdhulp voor
functies jeugd is geborgd. b.
jeugdigen en ouders, in nauwe aansluiting op •
de andere domeinen.
werkzaam en effectief zijn en gericht op het
Een landschap dat tevens blijvend aansluit
optimaal opgroeien van jeugdigen; deze
op de veranderende vraag van de jeugdigen/
worden op planmatige wijze uitgevoerd door
ouders, de wensen van de individuele
bevoegde en kundige professionals. c.
gemeenten en de mogelijkheden en wensen •
•
Ondersteuning bestaat uit interventies die
Een levenslang en levensbreed perspectief is
van aanbieders.
van belang met jeugdigen met een levens-
De afgelopen jaren is daar gezamenlijk
lange beperking (LVB, ASS, NAH), waarbij de
intensief aan gewerkt, maar op een aantal
focus ligt op het versterken van de eigen
onderdelen en voor een aantal doelgroepen
regie en mogelijkheden die passen bij dat
doen we het nog niet goed genoeg.
moment.
Om een dekkend en samenhangend zorgaanbod te ontwikkelen en onderhouden is samenwerking tussen de gemeenten en de jeugdhulpaanbieders maar vooral ook tussen jeugdhulpaanbieders onderling essentieel en niet vrijblijvend.
25
4. Regionale Governance Jeugdhulp 4.1. De huidige samenwerking in beeld Eind 2014 hebben de Groninger gemeenten besloten om een aantal taken met betrekking tot de (te decentraliseren) jeugdhulp gezamenlijk op te pakken. De reeds bestaande Gemeenschappelijke Regeling (GR) Publieke Gezondheid & Zorg (PG&Z) – waar de GGD al in was ondergebracht – is daarvoor aangepast. In deze wijziging is ook opgenomen dat de inkoop van de jeugdhulp wordt belegd bij de RIGG. De GR PG&Z is ingesteld met een openbaar lichaam dat bestaat uit drie bestuursorganen, te weten het algemeen bestuur (AB), het dagelijks bestuur (DB) en de voorzitter PG&Z. De RIGG wordt daarbij aangestuurd door het DB. Naast het DB bestaat de Adviescommissie Jeugdhulp, hierin nemen alle bestuurlijke portefeuillehouders Jeugdhulp van de Groninger gemeenten deel. Belangrijk doel van deze Adviescommissie is om het draagvlak van de besluiten in het DB te vergroten. Daartoe adviseert de Adviescommissie voorafgaand aan de vergaderingen van het DB. De GR PG&Z is door de colleges van B&W ingesteld en voert alleen taken uit die tot de bevoegdheid van de colleges horen. De colleges hebben middels een mandaatregeling de inkoop gemandateerd aan het DB en vervolgens aan de directeur van de RIGG. De portefeuillehouder Jeugd in het DB is aangewezen als het bestuurlijke aanspreekpunt in en voor de regio.
Inmiddels is een traject gestart tot herijking van GR PG&Z. Een belangrijk doel van deze herijking is om de betrokkenheid van de Groninger gemeenten bij de bestuurlijke besluitvorming te vergroten. Besluitvorming over deze herijking zal naar verwachting in 2022 plaatsvinden. Op regionaal niveau vindt er thans met regelmaat bestuurlijk overleg plaats met een aantal aanbieders. Op dit moment functioneert dit overleg nog onvoldoende. Vanuit de uitgesproken wens van gemeenten om op basis van partnerschap samen te werken met aanbieders zullen - in overleg met de aanbieders - passende overlegstructuren worden opgezet tussen gemeenten en aanbieders. Ook cliëntvertegenwoordigers en ervaringsdeskundigen krijgen hierin een plek. Ambtelijke afstemming Binnen het sociaal domein zijn drie regionale overlegpijlers te onderscheiden: gezondheid, jeugdhulp en zorg & veiligheid. Voor elk van deze overlegpijlers is er een ambtelijke afstemmings- en besluitvormingsroute. Voor de onderwerpen aangaande jeugdhulp dient het Ambtelijk Overleg Jeugd (AOJ) en vervolgens het Strategisch Opdrachtgeversoverleg (SOO) als afstemmend, adviserend en besluitvoorbereidend voorportaal. Formeel hebben deze overleggremia geen positie in de GR, maar in de praktijk zijn ze wel belangrijk voor onder andere draagvlak en informatiedeling. Het SOO opereert daarbij op het hoogste ambtelijke niveau.
Het SOO neemt de adviezen van het AOJ mee in de advisering van het DB. Het DB neemt de adviezen van het SOO mee in de besluitvorming. Deze samenwerking tussen de gemeenten heeft als doel om wederzijdse informatievoorziening mogelijk te maken, draagvlak en commitment te creëren en het uitvoeren van het gezamenlijk opdrachtgeverschap.
26
4.2. Bovenregionale samenwerking Voor de inkoop van Jeugdhulp Plus – wordt sinds de decentralisatie in 2015 bovenregionaal samengewerkt. De Groninger Gemeenten kopen samen met de regio Drenthe deze vorm van jeugdhulp in, evenals jeugdbescherming en jeugdreclassering via de GI’s. De bovenregionale samenwerking is geïntensiveerd als gevolg van de problematiek rondom (het behoud van) Jeugdhulp Plus. Gezien het belang van de 3 noordelijke regio’s voor behoud van deze functie voor deze regio, is het bovenregionale overleg uitgebreid met de Jeugdhulpregio Friesland (3Noord). Daarnaast is er een aantal onderwerpen benoemd die bovenregionaal worden besproken. Er is daarbij bestuurlijk commitment tot samenwerking op een aantal strategische dossiers. Deze zijn opgenomen in bijlage 5. In de noordelijke regio’s zijn er twee bovenregionale (bestuurlijke) overleggen: op 2Noord Groningen en Drenthe (voornamelijk met betrekking tot de GI’s) en op 3Noord niveau. Het besluit om bovenregionaal samen te werken, heeft zich gaandeweg vertaald in een ambtelijke voorbereiding en een bestuurlijk overleg. 4.2.1.
2Noord: Groningen & Drenthe
Er vindt zo’n vier tot zes keer per jaar bestuurlijk overleg plaats met een bovenregionale aanbieder. De voorzitter van het overleg is de portefeuillehouder Jeugd – regio Groningen. De Groninger Gemeenten zijn accounthoudende jeugdhulpregio voor deze bovenregionale aanbieders en de GI (JB Noord), tevens voor Accare en Lentis. 4.2.2.
3Noord: Groningen, Friesland en Drenthe
Het reguliere Bestuurlijke overleg 3Noord vindt tenminste vier keer per jaar plaats. Het overleg wordt wisselend per regio georganiseerd en van tevoren vindt ambtelijk vooroverleg plaats. Een belangrijk actueel onderwerp op 3Noord niveau is de bovenregionale visie op de JeugdhulpPlus. Deze wordt naar verwachting eind 2021 vastgesteld). In dit 3Noord overleg is een deel van de agenda gereserveerd voor de bespreking van JENN. Er is een snelle ontwikkeling geweest van thema’s die bovenregionale afstemming behoeven. Voor bespreking en afstemming van nieuwe thema’s (waaronder bijvoorbeeld incidentele middelen crisis GGZ – SPUK gelden) is het wenselijk om een structuur te behouden. Met een passende en op consensus gebaseerde overlegstructuur is het mogelijk om zowel de ambtelijke beleidsvoorbereiding als de bestuurlijke besluitvorming in te richten. Binnen de regio’s heeft er geen formele besluitvorming plaatsgevonden over deze bovenregionale samenwerking.
27
5. Sturing en Bekostiging 5.1. Huidige situatie De Groninger gemeenten kopen sinds 1 januari 2015 gezamenlijk in. Zij ontwikkelden onder andere daarvoor het Groninger Functioneel Model. Op dit moment hebben de gemeenten -via de RIGG- de jeugdhulp als volgt ingekocht: •
Jeugdhulpplus: overheidsopdracht Europees aanbesteed met een inspanningsgerichte bekostigingsvariant
•
Crisisdienst: deels via een incidentele subsidiebeschikking met een taakgerichte bekostigingsvariant en deels via een overeenkomst in een ‘Open House’ constructie met een inspanningsgerichte bekostigingsvariant
•
Overige jeugdhulp: overeenkomst in een ‘Open House’ constructie met een inspanningsgerichte bekostigingsvariant
•
Kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering (GI’s): overheidsopdracht Europees aanbesteed met een inspanningsgerichte bekostigingsvariant
Het gaat om individuele voorzieningen, dat wil zeggen voorzieningen waarvoor een beschikking, medische verwijzing of gerechtelijke uitspraak nodig is, en dus niet om algemene voorliggende voorzieningen. Deze laatste organiseren de gemeenten zelf. Uitgangspunten die centraal staan zijn: •
keuzevrijheid voor jeugdigen in een jeugdhulpaanbieder;
•
transformatie door innovatie met het aantrekken van nieuwe jeugdhulpaanbieders.
Vanuit deze uitgangspunten vindt sturing, monitoring en datavoorziening vooral plaats op cliëntniveau.
5.2. Naar het hybride model In 2019 ervaren de Groninger gemeenten een gebrekkige regie en grip op de jeugdhulp en in het bijzonder op de kosten van de jeugdhulp. Zij hebben onvoldoende zicht op de kwaliteit van de geboden hulp en willen een betere aansluiting met de lokale opgave en meer contact met de jeugdhulpaanbieders. Op 24 januari 2020 stelt het DB de ‘Uitvoeringsagenda’ vast met de opdracht om te komen tot een afgewogen inkoopadvies, lokaal en regionaal voor 2022 en verder. Het proces dat gemeenten sindsdien hebben doorlopen heeft geleid tot meer inzicht in de veranderingen die nodig zijn om noodzakelijke en kwalitatief goede jeugdhulp te bieden. Het inzicht heeft geleid tot de volgende inhoudelijke stip op de horizon:
’Samenhangende (passende) ondersteuning voor de jeugdige en het gezin, waar jeugdhulpaanbieders in nauwe samenwerking met kind en ouders, sociaal netwerk, andere aanbieders, de toegang en andere betrokken instanties in een doorlopende lijn (laag-midden-hoog-specialistische jeugdhulp én met aansluiting op 18- / 18+) een afgestemd totaalpakket aan ondersteuning bieden’. Met een daarbij passende integrale bekostigingsvorm (taakgericht) van zorgaanbieders samen en waarbij jeugdhulpaanbieders medeverantwoordelijk worden gemaakt voor de te realiseren doelen’.
28
De ‘stip op de horizon’ is uitgangspunt voor het vervolgtraject, waarin samen gewerkt wordt aan veranderingen in de wijze van werken van alle spelers, in de wijze van inkoop van jeugdhulp (licht, middel en zwaar), in de wijze van bekostiging daarvan en in de financiering van de RIGG. Op basis van het advies ‘De volgende stap’ worden de volgende onderwerpen uitgewerkt en vastgesteld: •
Verlenging mandaat DB PG&Z zodat de RIGG ook in 2022 e.v. haar werkzaamheden kan uitvoeren
•
Opstellen van het Groninger Contractueel model
•
Aanscherping Open House; fase 1 en 2
Bij de uitwerking van bovenstaande zaken zal helder moeten worden, in afstemming tussen alle stakeholders, welke vormen van jeugdhulp lokaal worden ingekocht door iedere individuele gemeenten en welke jeugdhulp door de RIGG zal worden ingekocht. Daarnaast zijn er nog de verkennende gemeenten die gaan onderzoeken of ze al meer jeugdhulp zelf kunnen inkopen om toe te werken naar de stip op de horizon. Onderdeel van de uitwerking is ook dat gemeenten de zorgvuldigheidseisen voor de inkoop invullen en tijdig starten met de inkoop en de afronding tijdig vorm geven zodat er voldoende tijd voor de implementatie voor zowel gemeenten als aanbieders overblijft. Daar hoort ook het vaststellen en hanteren van reële tarieven bij. Samen met de aanbieders zal worden besproken hoe de administratieve lasten kunnen worden beperkt. Dit zgn. ‘hybride model’ maakt het mogelijk dat gemeenten op verschillende en voor verschillende vormen van jeugdhulp overstappen van de huidige wijze van contracteren naar de nieuwe wijze. Gemeenten behouden bovendien ruimte om lokaal te experimenteren met een alternatieve opzet van jeugdhulp. In het nieuwe inkoopmodel verandert daarmee de sturing van ‘cliëntniveau’ naar sturing op ‘aanbieders’. Dit heeft ook gevolgen voor o.a. de monitoring en datavoorziening.
5.3. Doorontwikkeling hoog specialistische jeugdhulp (HSJ) De Groninger gemeenten hebben besloten om de hoog-specialistische jeugdhulp regionaal te blijven inkopen en de doorontwikkeling daarvan bij de RIGG te beleggen. De exacte afbakening van de jeugdhulp is onderdeel van het project en dient te worden afgestemd met aanbieders en gemeenten.
5.4. Versterken van het lerend zorglandschap Om te bouwen aan een effectief en betaalbaar jeugdstelsel moeten we gezamenlijk werken met gebruik van bestaande en zich ontwikkelende kennis. Dat maakt het mogelijk om steeds door te bouwen op onze kennis over wat werkt en wat niet. Het belang van blijven leren en voortbouwen op de kennis die we hebben speelt zowel op casusniveau, organisatie- en gemeenteniveau als op het niveau van het stelsel. Het leren van casuïstiek blijven we o.a. doen in het JENN en in het regionaal expertisenetwerk. Een andere belangrijk instrument is de monitoring. Goede monitoring geeft jeugdhulpaanbieders en gemeenten de gelegenheid om tussentijds bij te sturen waar dat nodig is. Hierbij speelt zowel het tellen, de cijfers, als het vertellen, de verhalen en ervaringen, een rol. Oftewel doen we goede dingen en doen we de dingen goed? Door de Transformatieagenda Jeugdhulp Groningen is onder andere daarvoor de Toolkit monitoring ontwikkeld.
29
Om de best mogelijke zorg en begeleiding te bieden aan jeugdigen en gezinnen en hen zo goed mogelijk te helpen zich te ontwikkelen, is het van belang kennis te gebruiken over bijvoorbeeld de normale ontwikkeling van jeugdigen, aard en oorzaak van problemen bij jeugdigen en in gezinnen en het effectief aanpakken van die problemen. Daarom vinden we het belangrijk dat er zoveel mogelijk evidence-based gewerkt wordt. Wij vinden het belangrijk om te investeren in opleiden, vakmanschap en kennis. Door de krapte op de arbeidsmarkt staat dit onder druk. Om tot een duurzame oplossing te komen voor dit probleem, is een gezamenlijk gesprek nodig tussen gemeenten én jeugdhulpaanbieders.
6. Vervolg op deze regiovisie De regiovisie biedt een inhoudelijke paraplu voor de jeugdhulp van de komende jaren. Tegelijkertijd staan er nog allerlei eisen uit de NvO open die vragen om een verdere invulling. Deze invulling vindt de komende jaren plaats in samenwerking met belangrijke partners uit het zorglandschap. Zoals eerder geschreven willen de gemeenten in de regio Groningen bij alle eisen een zorgvuldig proces doorlopen. Voldoende tijd en ruimte voor inspraak spelen hierbij een belangrijke rol. Aan de eerste eis van de NvO wordt voldaan met het opstellen van de regiovisie waarin de beweging van het zorglandschap op hoofdlijnen staat beschreven. Het borgen van de functies, de verbinding met de lokale toegang, de niet-vrijblijvende governance en bovenregionale samenwerking (eis 2, 3, 4 en 5) zijn voorzien van een toelichting, maar vragen om een concretisering. Eisen 6, 7 en 8 hebben betrekking op de (wijze van) inkoop, contracteren en organiseren van jeugdhulp. Alle eisen die nog verder ingevuld worden, verdienen een plek in de regiovisie. Zodra deze zijn uitgewerkt en ingevuld worden de gemaakte afspraken in de vorm van een addendum toegevoegd aan de regiovisie. De komende periode staat in het teken van ontwikkeltafels.
Aan deze tafels gaan de Groninger gemeenten en maatschappelijke partners, zoals jeugdhulpaanbieders, het onderwijs, huisartsen, (vertegenwoordiging van) cliënten en GI’s in gesprek over de opgaven uit de regiovisie die om een verdere concretisering vragen. Tijdens de dialoog aan de ontwikkeltafels bestaat er voldoende ruimte de verschillende onderdelen uit de regiovisie te concretiseren, zowel op inhoud als op bijvoorbeeld verminderen administratieve lasten en bekostiging. Na het concretiseren van de regiovisie zetten we in 2022 de ontwikkeling door richting het hybride model. Hierbij geldt wederom: het hybride model moet nog op allerlei manieren een nadere invulling krijgen. Dit kan alleen met de kennis en expertise van zorgaanbieders, (vertegenwoordigers van) cliënten en andere maatschappelijke partners.
30
Bijlage 1:
Demografische Ontwikkelingen
In de provincie Groningen wonen iets meer dan honderdduizend jongeren jonger dan 18 jaar. Dit aantal loopt de laatste jaren terug met ongeveer 1% per jaar: van 102.845 in 2018 naar 101.389 in 2019 naar 100.234 in 2020. Zie tabel 1.
Groningen 2018
2019
Nederland 2020
2018
2019
2020
Mannen
290.938
49,9%
291.436
49,9%
292.444
49,9%
8.527.041
49,6%
8.581.086
49,7%
8.648.031
49,7%
Vrouwen
292.006
50,1%
292.554
50,1%
293.422
50,1%
8.654.043
50,4%
8.701.077
50,3%
8.759.554
50,3%
Totaal
582.944
100%
583.990
100%
585.866
100%
17.181.084
100%
7.282.163
100%
17.407.585
100%
Jonger dan 5 jaar
25.763
4,4%
25.419
4,4%
25.223
4,3%
868.099
5,1%
866.062
5,0%
861.472
4,9%
5 tot 10 jaar
28.200
4,8%
27.583
4,7%
27.121
4,6%
928.066
5,4%
917.442
5,3%
911.423
5,2%
10 tot 15 jaar
29.391
5,0%
29.056
5,0%
29.046
5,0%
966.459
5,6%
956.315
5,5%
953.204
5,5%
15 tot 20 jaar
36.665
6,3%
36.618
6,3%
35.928
6,1%
1.048.032
6,1%
1.052.019
6,1%
1.049.158
6,0%
20 tot 25 jaar
52.290
9,0%
52.745
9,0%
53.398
9,1%
1.068.781
6,2%
1.079.925
6,2%
1.094.585
6,3%
25 tot 45 jaar
139.306
23,9%
139.700
23,9%
140.774
24,0%
4.222.614
24,6%
4.255.450
24,6%
4.308.904
24,8%
45 tot 65 jaar
159.451
27,4%
158.591
27,2%
157.641
26,9%
4.839.917
28,2%
4.840.946
28,0%
4.836.284
27,8%
65 tot 80 jaar
85.088
14,6%
87.142
14,9%
89.005
15,2%
2.460.202
14,3%
2.515.184
14,6%
2.570.467
14,8%
80 jaar of ouder
26.790
4,6%
27.136
4,6%
27.730
4,7%
778.914
4,5%
798.820
4,6%
822.088
4,7%
Totaal
582.944
100%
583.990
100%
585.866
100%
17.181.084
100%
17.282.163
100%
17.407.585
100%
Jonger dan 18 jaar
102.845
17,6%
101.389
17,4%
100.234
17,1%
3.386.096
19,7%
3.357.755
19,4%
3.337.245
19,2%
Tabel 1: demografische ontwikkelingen provincie Groningen ten opzichte van Nederland (peildatum steeds 1 januari)
Het aandeel van de leeftijdscategorieën tot en met 20 ligt steeds lager dan in de rest van Nederland. Met andere woorden: in de provincie Groningen is de leeftijdsgroep 0 tot 20 jaar een kleiner deel van de bevolking dan in de rest van Nederland. Opvallend is dat de categorie 20-25 jaar juist oververtegenwoordigd is in de provincie Groningen: 9% ten opzichte van 6% landelijk. Uit de vierjaarlijkse Jeugdmonitor van de GGD Groningen14 blijkt dat het merendeel van de jongeren in Groningen zich gelukkig voelt en een goede gezondheid ervaart. Op het gebied van roken, alcohol- en cannabisgebruik is een dalende trend zichtbaar die sinds 2012 is ingezet. Tegelijkertijd staat de provincie Groningen bovenaan de ranglijst van provincies met de hoogste risicofactoren voor het opgroeien van kinderen15, waaronder laagopgeleide ouders, eenoudergezinnen en kinderen die opgroeien in armoede. De provincie Groningen blijft vooral op het gebied van sociaal economische status achter bij de rest van Nederland16. Het gemiddelde inkomen van de inwoners in de regio is relatief laag, terwijl het aandeel huishoudens met een bijstandsuitkering relatief hoog is. Ook het aandeel kinderen dat opgroeit in een eenouder gezin17 en in armoede is hoog. Zo heeft de gemeente Groningen het hoogste percentage langdurige armoede van alle gemeenten in heel Nederland, d.w.z.
gezinnen die tenminste 4 jaren achtereen rondkomen van een laag inkomen18. Armoede vergroot tevens de risico’s op kindermishandeling (naast factoren als stress in de opvoeding, psychische/ psychiatrische of verslavingsproblemen ouder(s), werkloosheid en sociaal isolement. Deze risico’s gelden veelal van generatie op generatie en worden moeilijk doorbroken (intergenerationele overdracht). De stad Groningen, Hoogezand-Sappemeer, Vlagtwedde en Delfzijl behoorden in 2017 tot top 25 van gemeenten19 met de hoogste risicofactoren op kindermishandeling.
31
Ook het aantal gezinnen met meervoudige complexe problematiek20 is relatief hoog in onze regio. Zo was Hoogezand-Sappemeer in 2017 de gemeente met het hoogste percentage gezinnen met meervoudige complexe problematiek in heel Nederland. Tot slot heeft ook de aardbevingsproblematiek (en vooral de trage afhandeling van de schade) grote impact op de gezondheid van een deel van de inwoners van de regio. Aardbevingsstress uit zich in een verhoogde kans op gezondheidsklachten en een verhoogd risico op psychische klachten bij zowel ouders als kinderen21. Kortom, in de regio Groningen is er een groot risico voor kinderen om op te groeien met een veelheid van ontwikkelingsbedreigingen. Tegelijkertijd zien we op basis van het jeugdgezondheidsonderzoek 2019 dat het merendeel van de jongeren in Groningen zich gelukkig voelt en een goede gezondheid ervaart. Gezondheid is belangrijk voor jongeren, het betekent meedoen met vrienden, maar ook met onderwijs, sport en ontspanning. In de provincie Groningen zien we dat jongeren in het algemeen tevreden zijn over hun gezondheid. Er zijn weinig verschillen tussen gemeenten in de mate van ervaren gezondheid. Als we verder inzoomen zien we echter ook dat jongeren in Groningen te maken hebben met een toenemende druk in het dagelijkse leven.
Zo ervaart iets minder dan de helft van de jongeren stress, voornamelijk veroorzaakt door school en huiswerk, en in mindere mate door problemen thuis of andere problemen. Het gaat beter met de leefstijl van jongeren op het gebied van roken, alcohol- en cannabisgebruik. Hier zien we dat de dalende trend die sinds 2012 is ingezet wordt doorgezet. Het gebruik van deze middelen wordt minder.
32
Bijlage 2: 1.
Cijfermatige analyse
Het aantal jongeren in jeugdhulp stijgt in 2018 en 2019, lichte daling in 2020.
Het aandeel jongeren met jeugdzorg ligt in de provincie Groningen relatief hoog in vergelijking met de rest van Nederland. Onderstaande afbeelding toont het percentage jongeren met jeugdzorg per gemeente in de leeftijd tot 23 jaar in 2020.
33
Het aantal jongeren jonger dan 18 jaar in de provincie Groningen neemt af, ieder jaar met ruim 1% ten opzichte van het voorgaande jaar. Daar tegenover staat een stijging in het aantal cliënten met jeugdhulp. Hierdoor neemt het percentage jongeren jonger dan 18 met jeugdhulp ten opzichte van het totaal aantal jongeren toe. Grafiek 1 laat deze ontwikkeling zien.
CBS: Aantal inwoners in de provincie Groningen jonger dan 18 jaar
2018
2019
2020
2021
102.845
101.389
100.234
99.107
-1,4%
-1,1%
-1,1%
9.291
9.702
9.508
8,8%
4,4%
-2,0%
9,2%
9,7%
9,6%
Afwijking ten opzichte van voorgaand jaar RIGG: Aantal unieke cliënten met declaratie jonger dan 18 jaar
8.540
Afwijking ten opzichte van voorgaand jaar % Jongeren jonger dan 18 jaar met Jeugdhulp
Aantal jongeren (18-)
8,3%
Aantal jongeren (18-) met jeugdhulp
% Jongeren jonger dan 18 jaar met Jeugdhulp 10,0%
120.000 102.845
101.389
100.234
100.000
99.107
9,7%
80.000
9,6%
9,2%
9,5%
9,0%
60.000 8,5% 40.000
8,3% 8,0%
20.000
9.291
8.540
9.702
9.508 7,5%
0
2018
2019
2020
2021
Grafiek 1: Ontwikkeling in het aantal jongeren met jeugdhulp ten opzichte van het totaal aantal jongeren in de provincie Groningen. Peildatum is steeds 1 januari. Betreft alle jeugdhulp die door de RIGG wordt gemonitord, inclusief niet-gecontracteerde aanbieders en landelijk VNG
Met als peildatum 1 januari is het aantal unieke cliënten in 2019 ten opzichte van 2018 gestegen met 8,8%. In 2020 ten opzichte van 2019 is een stijging meetbaar van 4,6%. Hierbij moet worden opgemerkt dat het aantal cliënten in de loop van 2020 weer iets afneemt. Op 1 januari 2021 is het aantal jongeren met jeugdhulp dan ook afgenomen ten opzichte van een jaar eerder. In de ontwikkeling van het aantal jongeren met jeugdhulp is het belangrijk om te kijken naar de instroom en de uitstroom. Voor analyse van instroom en uitstroom is het cruciaal om de gehanteerde definities helder te hebben. Voor de hier volgende analyse zijn de volgende definities gehanteerd: •
Instroom: de betreffende cliënt heeft geen declaraties in de 3 voorgaande maanden.
•
Uitstroom: de betreffende cliënt heeft geen declaraties in de 3 opvolgende maanden.
In dit geval is dus gekozen voor een afwezigheidsperiode van 3 maanden als grenswaarde. Wordt er binnen 3 maanden opnieuw gedeclareerd, dan wordt die declaratie gezien als voortzetting van het initiële traject en is er geen sprake van nieuwe instroom. Zit er meer dan 3 maanden tussen declaraties dan is er wel sprake van nieuwe instroom. Daarbij opgemerkt dat de data is teruggebracht tot hele maanden, er wordt niet verbijzonderd naar dagen binnen de maand. Een declaratie over bijvoorbeeld 10 tot 20 april wordt gezien als een declaratie over april.
34
De in- en uitstroom per maand (grafiek 2) vertoont een relatief stabiel patroon. In de zomer van 2020 is een duidelijk dip in de instroom te zien, veroorzaakt door de Coronamaatregelen (minder instroom met name op ambulante jeugdhulp). instroom
uitstroom
1.000 800 600 400 200 -
2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 2018
2019
2020
Grafiek 2: in- en uitstroom per maand
Voor de meeste maanden ligt de instroom hoger dan de uitstroom, wat inhoudt dat de populatie groeit. Dat is nog beter zichtbaar in grafiek 3, waar het netto-effect per maand wordt getoond. Het aantal maanden met een netto-instroom (oranje) is groter dan het aantal maanden met een netto-uitstroom (groen). instroom
uitstroom
300 200 100 0 -100 -200 -300
2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 2018
2019
Grafiek 3: netto in- of uitstroom per maand
35
2020
Grafiek 4 toont tenslotte het aantal cliënten per maand. Het netto-effect van grafiek 3 is goed zichtbaar in grafiek 4: in maanden waarin grafiek 3 oranje is (netto-instroom) stijgt grafiek 4 en in maanden waarin grafiek 3 groen is (netto-uitstroom) daalt grafiek 4. Grafiek 4 laat bovendien zien dat het aantal cliënten in de loop van 2020 daalt. Hierin speelt corona een rol: minder instroom in voornamelijk ambulante jeugdhulp. Het exacte effect van corona is lastig te duiden.
10.000
9.500
9.000
8.500
8.000
2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 2018
2019
2020
Grafiek 4: ontwikkeling van het aantal cliënten
2.
De gemiddelde declaratie per jongere stijgt
De declaratiewaarde per cliënt is gestegen in de periode 2018-2020, van € 10.110 in 2018 naar € 11.674 in 2020. De stijging is het grootst in de categorieën ambulant en verblijf. Opvallend is de afname in de gemiddelde declaratiewaarde voor cliënten met intensieve ambulante hulp. Deze hulp wordt regelmatig ingezet als (ten dele) een alternatief voor zwaardere vormen van jeugdhulp met verblijf. De instroom op deze producten is in 2019 gestegen, maar in 2020, tegen de verwachting in weer licht gedaald. Ook de gemiddelde declaratiewaarde daalt. Het is algemeen bekend dat de gemiddelde declaratie per cliënt in de ambulante jeugdhulp fors lager ligt dan in de jeugdhulp met verblijf (zie ook tabel 1). Het verschil tussen deze 2 categorieën wordt nog duidelijker door het aandeel van het geheel te tonen, zie grafieken 5 en 6: •
Ambulant is goed voor 42% van de kosten (grafiek 5) en 58-60% van de cliënten (grafiek 6).
•
Verblijf is goed voor 27-29% van de kosten (grafiek 5) en 8% van de cliënten (grafiek 6).
Opvallend is dat de relatieve verdeling van de categorieën over de jaren een stabiel patroon vertoont.
36
Grafiek 5: Verdeling over de productcategorieën op basis van declaratiewaarde
Grafiek 6: Verdeling over de productcategorieën op basis van cliëntaantallen
Grafiek 7 is een grafische weergave van de gemiddelde declaratiewaarde per cliënt per productcategorie in 2020 zoals getoond in tabel 1.
Advies
€ 6.549
Ambulant
€ 6.079
Crisis
€ 11.069
Dagbesteding/ dagbehandeling Intensief ambulant Jeugdbescherming
€ 18.223 € 5.271 € 6.659
Jeugdhulp Plus (Solidair)
€ 52.080
Landelijk VNG (Solidair) Logeren/ Respijtzorg
€ 30.536 € 7.902
Niet-gecontracteerde zorg Specifieke doelgroepen
€ 15.981 € 3.584
Verblijf
€ 29.105
Grafiek 7: Gemiddelde declaratiewaarde per client per productcategorie in 2020
37
Wanneer we kijken naar de verschillende productcategorieën zien we het volgende: •
Kosten: stijgingen in ambulant, verblijf, dagbesteding en jeugdbescherming.
•
Aantallen cliënten: na stijging in 2019 daling in 2020 (-2,5%) m.u.v. JB/JR (+2%22)
•
Gemiddelde declaratie per cliënt neemt toe in 2020 (+6%)
•
Jeugdhulp Plus en Crisis dalen, JB/JR stijgt
•
De inzet van vormen van intensief ambulante producten als alternatief voor behandelzorg met verblijf laat een wisselend beeld zien. Intensief ambulant + IAG/IPG groeit vanaf 2018 met 26 % (met enige terugloop in 2020, mogelijk een Covid-19 effect). Het sterkst groeiend is MDFT en systeemtherapie. Tegelijkertijd wordt intensief ambulante en IAG/IPG fors minder ingezet dan verblijf: bv in 2020: 1778 jeugdigen in verblijf; 834 jeugdigen met IA en IAG/IPG. MDFT/MST en FACT23 wordt relatief erg weinig ingezet: bij 170 van de 834 cliënten in 2020, d.w.z. bij ongeveer 20% van het totaal van intensief ambulant + IAG/IPG.
•
Systeemtherapie en MDFT neemt toe in aantallen cliënten. De gemiddelde declaratiewaarde blijft nagenoeg gelijk of daalt voor deze producten. Wanneer deze producten worden ingezet om (deels) verblijfsproducten te vervangen wordt een stijging in de gemiddelde declaratiewaarde verwacht. De data suggereert dat een betere aansluiting tussen intensief ambulant en vormen van verblijf een kans is.
3.
Verwijzers: verdeling blijft gelijk, huisarts grootste in aantallen, gemeenten in euro’s
Landelijk is de huisarts in aantallen de grootste verwijzer naar jeugdhulp. Ook in de regio Groningen is dit te zien, zie grafiek 8. Uit grafiek 9 blijkt echter dat als we kijken naar de declaratiewaarde de gemeente en de GI’s de grootste verwijzers zijn.
Grafiek 8: Verdeling over de verwijzers op basis van cliëntaantallen
Grafiek 9: Verdeling over de verwijzers op basis van declaratiewaarde
38
De gemeente is de verwijzer voor circa 40% van de kosten en circa 25% van de cliënten. Bij de huisarts is het beeld tegenovergesteld: de huisarts is de verwijzer voor 18% van de kosten en ruim 40% van de cliënten. Met andere woorden, de gemeente verwijst naar relatieve zware jeugdhulp van jeugdhulp en de huisarts naar relatief lichte jeugdhulp. Dat beeld wordt bevestigd door grafiek 10, waarin voor de 3 grootste verwijzers wordt getoond naar welke soorten jeugdhulp zij hebben verwezen in 2020. Grafiek 10 is daarmee een combinatie van grafieken 8 en 9 voor de 3 grootste verwijzers.
Aantal cliënten
Declaratiewaarde
Conclusie
Huisarts
Verwijst vrijwel uitsluitend naar ambulante jeugdhulp.
Gemeente
Verwijst met name naar: (1) ambulant (2) verblijf
GI’s
Verwijst met name naar: (1) verblijf (2) ambulant
Grafiek 10: Verwijzers in relatie tot soort jeugdhulp in 2020
Opvallend is dat verdeling over de verwijzers – zowel in kosten als cliëntaantallen – een stabiel patroon vertoont over de jaren heen.
39
Huisartsen verwijzen vooral naar GGZ. Deze producten vallen onder de categorie ambulant. De gemiddelde declaratiewaarde neemt toe voor deze doelgroep, terwijl feitelijk het aantal clienten afneemt. GI’s verwijzen veel naar jeugdhulp met verblijf. Zowel de gemiddelde declaratiewaarde als het aantal cliënten is significant toegenomen. Alles bij elkaar opgeteld is de gemiddelde declaratiewaarde vanaf 2018 met 32% gestegen in 2020. Ongeveer de helft van deze stijging is te verklaren door tariefaanpassingen. Ook de absolute stijging in declaratiewaarde is het meest gestegen bij de GI’s. Voor de gemeentelijke verwijzers geldt eveneens een stijging van 10% in de gemiddelde declaratiewaarde en een stijging van een kleine 3% in het aantal cliënten (beide in 2020 ten opzichte van 2018). De gemeenten verwijzen zowel naar jeugdhulp met verblijf als ambulante hulp. Ten opzichte van de andere verwijzers verwijzen gemeenten relatief veel naar dagbesteding.
4.
Zware jeugdhulp is bijna 50% van de uitgaven en 33% van de cliënten
Naast de productcategorieën (ambulant, verblijft, etc.) hanteert de RIGG nog een andere indeling in haar productenboek, namelijk de zorgzwaarte. Iedere product is ingedeeld in zorgzwaarte licht, middel of zwaar. Deze indeling staat los van de productcategorisering. Zo zijn er binnen de categorie ambulant producten met zorgzwaarte licht, middel en zwaar en ook binnen verblijf zijn er producten met zorgzwaarte licht, middel en zwaar. Wanneer we kijken naar deze indeling, zien we dat de zware jeugdhulp bovenmatig verantwoordelijk is voor de kosten: zware jeugdhulp is bijna 50% van de uitgaven en 33% van de cliënten.
2018 Declaratie
2019
Declaratie cliënten
Declaratie per cliënt
Declaratie
2020
Declaratie cliënten
Declaratie per cliënt
Declaratie
Declaratie cliënten
Declaratie per cliënt € 7.440
Licht
€ 25.663.708
3.719
€ 6.901
€ 29.664.597
4.004
€ 7.409
€ 27.817.346
3.739
Middel
€ 50.469.422
10.518
€ 4.798
€ 54.635.180
10.618
€ 5.146
€ 64.113.905
10.824
€ 5.923
Zwaar
€ 73.887.576
6.413
€ 11.522
€ 87.835.001
7.141
€ 12.300
€ 88.393.038
6.856
€ 12.893
Overig
€ 3.462.607
321
€ 10.787
€ 2.726.843
165
€ 16.526
€ 1.050.764
85
€ 12.362
Declaratie
Declaratie cliënten
Declaratie per cliënt
Declaratie
Declaratie cliënten
Declaratie per cliënt
Declaratie
Declaratie cliënten
Declaratie per cliënt
2018
2019
2020
Licht
17%
18%
17%
18%
15%
17%
Middel
33%
50%
31%
48%
35%
50%
Zwaar
48%
31%
50%
33%
49%
32%
Overig
2%
2%
2%
1%
1%
0%
Tabel 2: Declaratiewaarde, aantal cliënten en gemiddelde declaratiewaarde naar zorgzwaarte
De procentuele verdeling over de jaren heen vertoont een stabiel patroon.
40
5.
De complexiteit van de jeugdhulp neemt toe (stapeling van aanbieders en producten).
Een opvallende ontwikkeling in de laatste jaren is het toenemend aantal cliënten met een hoge declaratiewaarde. In tabel 3 is de declaratiewaarde per cliënt per jaar ingedeeld in categorieën, met daarachter het aantal cliënten dat zich in die categorieën bevindt in 2018-2020. Declaratie per cliënt
2018
€ 0 - 25.000
2019
2020
13.613
14.080
13.681
€ 25.000 - 50.000
945
1.006
1.080
€ 50.000 - 75.000
345
423
430
€ 75.000 - 100.000
132
174
148
€ 100.000 - 200.000
143
170
185
€ 200.000 - 300.000
3
5
10
€ 300.000 - 400.000
-
-
2
€ 400.000 - 500.000
-
-
1
15.181
15.858
15.537
Tabel 3: declaratiewaarde per cliënt
Uit tabel 3 blijkt dat er in 2018 146 cliënten waren met een declaratiewaarde hoger dan € 100.000, namelijk 143 in de categorie € 100.000 tot € 200.000 en 3 in de categorie € 200.000 tot € 300.000. In 2019 waren dat er al 175 (170 + 5) en in 2020 waren dat er 198 (185 + 10 + 2 + 1). De declaratiewaarde per cliënt per jaar is de totale declaratiewaarde over alle producten en alle aanbieders. Bij cliënten met een hoge declaratiewaarde is veelal sprake van stapeling van producten en aanbieders. De toename van het aantal cliënten met een declaratiewaarde groter dan € 100.000 per jaar zit met name in de producten Verblijfstrajecten middelzwaar, Verblijfstrajecten zwaar en Individuele Begeleiding Specialistisch. Omdat het aantal cliënten met een declaratiewaarde boven € 100.000 toeneemt, neemt het aandeel van deze groep cliënten in de totale kosten toe. Uit tabel 4 blijkt dat deze groep in 2018 nog goed was voor 17,8 miljoen euro, in 2020 is dat al 27,4 miljoen euro. Cliënten met een totale declaratiewaarde groter dan € 100.000 Aantal cliënten Declaratiewaarde van deze cliënten Gemiddeld per cliënt Tabel 4: cliënten met een declaratiewaarde groter dan € 100.000 per jaar
41
2018
2019
2020
146
175
198
€ 17.869.323
€ 22.495.762
€ 27.421.440
€ 122.393
€ 128.547
€ 138.492
Bijlage 3: Groninger Functioneel Model en Regionale transformatieopgaven Visie 2015-2018: Het Groninger Functioneel Model Op basis van de doelen en intenties van de Jeugdwet heeft de jeugdhulpregio Groningen in 2014 het Groninger functioneel Model ontwikkeld met de volgende uitgangspunten: 1.
Jeugdigen groeien gezond, veilig en kansrijk op;
2.
Het gewone positieve opgroeien en opvoeden, in de pedagogische ‘civil society’ met sterke basisvoorzie-
3.
Indien er ondersteuning gewenst is bij opvoed- en opgroeiproblemen, is deze gericht op het versterken
ningen, is het fundament van het nieuwe jeugdstelsel. van de eigen kracht en de zelfregie van de jeugdige en het gezinssysteem. Positieve krachten vanuit de directe omgeving van het gezin worden daarbij gemobiliseerd. Zowel jeugdige, gezin, netwerk als sociale omgeving worden actief betrokken bij het vinden van effectieve oplossingen bij opvoed- en opgroeiproblemen. 4.
Jeugdhulp wordt zoveel als mogelijk in, met en rondom het gezin geboden; De gemeente zet hiervoor de lokaal georganiseerde en ingekochte basisondersteuning in.
5.
De vraag van de jeugdige en het gezin is leidend binnen de professionele normen. De professional maakt samen met de cliënt hierin een zorgvuldige afweging. Samen bepalen zij of en hoe de hulp wordt ingezet/ georganiseerd.
6.
Ondersteuning bestaat uit interventies die werkzaam en effectief zijn; deze worden op een planmatige
7.
Jeugdhulpaanbieders werken vanuit de ‘flexibele schil’ samen rondom deze gezinnen.
8.
Ondersteuning is passend: licht waar kan, maar zwaar waar nodig. Daar waar lichtere inzet mogelijk is
wijze uitgevoerd door bevoegde en kundige professionals.
wordt er ‘afgeschaald’; indien nodig kan er meer intensieve ondersteuning worden toegevoegd/ c.q. kan worden ‘opgeschaald’. 9.
De intensieve ondersteuning wordt zoveel als mogelijk uitgevoerd in de natuurlijke leefomgeving van het jeugdige. Vanuit de intensieve ondersteuning zal ook gewerkt worden aan de inzet van zorgtrajecten gericht op het voorkomen van plaatsing en het voorkomen van terugval. De intensieve ondersteuning wordt gezamenlijk ingekocht via de Regionale Inkoop Organisatie (de RIGG).
Transformatieagenda In 2015 is tevens gestart met de uitvoering van diverse transformatieopgaven zoals: •
Coördinatie van bereikbaarheid en crisisopvang, met als doel te komen tot één provinciaal loket;
•
Verdere vernieuwing en flexibilisering van het ‘Pleegzorg’ aanbod. Gericht op benodigd volume, de vorm
•
Transformatie dyslexievergoedingsregeling;
•
Het overbrengen van Signs of Safety als benaderingswijze op de (lokale) netwerkpartners.
van het aanbod, de begeleiding die erbij gegeven wordt en de kwaliteit ervan;
In 2018 is een beleidsmatige aanscherping gemaakt met het vaststellen van de Transformatieagenda Jeugdhulp 2.0. Het programma Groningen geeft thuis stimuleert sinds 2019 de uitvoering hiervan via de volgende ontwikkelingslijnen: Alle jeugdigen krijgen de kans zich positief te ontwikkelen, Jeugdigen groeien zo thuis en veilig mogelijk op en Jeugdigen in Groningen worden beter ondersteund. Speerpunten zijn onder meer: flexibilisering pleegzorg, terugdringen van het aantal dak- en thuisloze jongeren (16-27 jaar), gezinsindicaties, scheiden zonder schade, aansluiting 18-/18+: onderzoek naar samenhangend, passend en flexibel aanbod voor alle jongeren van 16 tot 27 jaar, thuiszitters weer naar school en ontwikkeling gestandaardiseerde wijze van monitoring voor transformatie voor de gehele Groningse jeugdhulpketen.
42
Bijlage 4: Organisatie Zorglandschap De namens de Groninger gemeenten door de RIGG ingekochte jeugdhulp bestaan uit de volgende overeenkomsten en vormen van Jeugdhulp: 1.
Open House overeenkomst. Looptijd tot 31-12-2027. Opzegtermijn voor de RIGG als opdrachtgever van aanbieders is 12 maanden. Ieder product kent specifiek kwaliteitseisen en een daarop gebaseerd tarief. Het betreft de volgende producten:
•
Ambulant van licht tot zwaar - Individuele begeleiding en -behandeling - Gezinsbegeleiding en -behandeling - Groepsbegeleiding en -behandeling
•
Intensief ambulant, zoals: - FACT - MDFT - MST - Systeemtherapie - Relationele gezinstherapie
•
Dagbesteding en dagbehandeling - Dagbesteding - Kinder Diensten Centrum (KDC) - Medisch Kleuter Dagverblijf (MKD)
•
Logeren/respijtzorg - Logeren laag en hoog intensief - Respijt zorg kinderen met psychiatrische problematiek - Respijt zorg voor jeugdigen en met meervoudige problematiek (KDC jeugdigen)
•
Verblijf en opname - Pleegzorg (met ook mogelijkheid om behandeling toe te voegen) - Begeleid wonen - Verblijf gezinsgericht: woonhoeve, gezinshuis en gezinshuis Plus - Verblijf met intensieve begeleiding - Verblijf met intensieve behandeling - Verblijf langdurig beschermd
•
Specifieke doelgroepen - Integrale ondersteuning van specifiek doelgroepen en in lijn met de transformatie: integrale vroeghulp,
vroegtijdige interventies ter voorkoming van dagbehandeling, complexe echtscheiding, behoud en toelichting onderwijsdeelname, gezinnen met geringe sociale redzaamheid, Complex trauma. Deze producten zijn ontwikkeld in nauwe samenwerking met gemeenten en aanbieders. - Specialistische behandeling: Ernstige Enkelvoudige Dyslexie - Hoog specialistische behandeling: Consultatieve Kinder- en jeugdpsychiatrie, Tic stoornissen, Gender Dysforie, Foetaal alcohol •
Overig: vervoer en persoonlijke verzorging
•
Advies: advies vanuit jeugdhulp aanbieder
43
2.
Europese openbare aanbesteding
•
Gecertificeerde instellingen (GI’s). Uiterste einddatum is 31-12-2023 - Jeugdbescherming - Jeugdreclassering - Advies vanuit de G.I.
•
Jeugdhulpplus: Europese aanbesteding. Gezamenlijk aanbesteed met de Drentse gemeenten. Huidige einddatum is 31-12-2021, de uiterste einddatum van het contract is 31-12-2023.
3.
Begrotingssubsidie
•
Spoed voor Jeugd (coördinatiefunctie crisis, consultatiefunctie voor verwijzers en aanbieders en crisisin-
•
Crisishulp Begrotingssubsidie met garantiebudget voor de verblijfsvoorzieningen. Uiterste looptijd tot 1 juli
•
Niet cliëntgebonden voorzieningen: jaarlijkse begrotingssubsidies voor:
terventie buiten kantoortijden): Uiterste einddatum is 1 juli 2023 2023 i. Belangenbehartiging en voorlichting voor Pleegouders ii. Het Loket, regelt bijzondere vergoedingen aan pleegouders iii. Individuele belangenbehartiging jeugdigen en opvoeders iv. Coördinatie Vroeg erbij Team
44
Bijlage 5: Overzicht thema’s op bovenregionaal niveau (Inventarisatie per 20 april 2021) Bovenregionale thema’s voor samenwerking Aan de ambtelijke afvaardigingen 3Noord is gevraagd voor het volgende BO 3Noord van 28 april een inventarisatie (inclusief procesvoorstel met planning bestuurlijke afstemming in eigen regio) van de bovenregionale thema’s voor te bereiden met aandacht voor draagvlak, verschillen/overeenkomsten regio’s en bovenregionale governance. In onderstaande tabel is weergegeven wat de stand van zaken betreffende de totstandkoming van de regiovisie is, voor welke thema’s een verplichte samenwerking geldt en voor welke thema’s we een ‘vrijwillige’ samenwerking nodig achten. Deze tabel wordt gebruikt op ambtelijk niveau, is van april 2021 en is een levend document. Met andere woorden: er kunnen thema’s verdwijnen of toegevoegd worden aan deze lijst. Nr.
Thema
Friesland
Groningen
Drenthe
Stand van zaken opstellen regiovisie NvO Jeugd
Het Startdocument Regiovisie is opgesteld met daarin alle stukken van eerder. Er is gekeken wat actueel is. Op de basisvoorwaarden is commitment. Na de zomer wordt van hieruit verder gewerkt aan de totstandkoming van de regiovisie en is het plan de regiovisie vast te stellen in alle gemeenteraden. Liefst voor verkiezingen 22 maart 2022.
Basis bijna op orde (data verzameld). Er is een kleine groep bezig om alles voor te bereiden. Er wordt een tijdlijn uitgewerkt en een procesplan hoe stakeholders te betrekken. Er is op dit moment een proces gaande waarin onderzocht wordt hoe de (samenwerking op) de inkoop voor de komende jaren vorm moet krijgen. Het opstellen van de regiovisie wordt gezien als een kans om aan dit proces inhoudelijke input te leveren en in samenwerking met stakeholders mee aan de slag te gaan.
In Drenthe is het proces en de planning voor het opstellen van de regiovisie uitgewerkt. De concept visie wordt 30 juni aan het bestuur overleg voorgelegd. De regiovisie wordt gezien als een bundeling van de lopende bewegingen en ontwikkelingen, waardoor een overdrachtsdocument ontstaat voor het vervolg van de transformatie. Door zichtbaar te maken wat er al is, wordt inzichtelijk wat nog moet gebeuren. De vaststelling van de regiovisie per gemeente is vormvrij, hoeft niet tegelijkertijd, en ligt bij de individuele gemeenten.
Verplichte samenwerking
1
Complexe casuïstiek i.r.t. expertisenetwerken (JENN) incl. kleinschalig wonen (beschikbaarheid en continuïteit) incl. Reizend Specialistisch Team (RST)
Gemeente Groningen is opdrachtnemer (1 van de landelijke 8 gemeenten) en heeft opdracht dit met Friesland en Drenthe op te zetten en af te stemmen. JENN moet groeien naar een bovenregionale visie en netwerksamenwerking op complexe casuïstiek met aansluiting bij de 3 regionale expertteams.
Jeugdhulp Plus (Bovenregionaal plan afbouw Jeugdhulp Plus Noord-Nederland, Jeugdhulp met een plus, 31 maart 2021)
Op 22 december 2020 is in het bestuurlijk overleg 3 Noord de bestuurlijke opdracht gegeven om gezamenlijk (Jeugdregio’s Drenthe, Friesland, Groningen, centrumgemeenten Groningen en Leeuwarden en jeugdhulpaanbieders Stichting Elker en Jeugdhulp Friesland) te komen tot een bovenregionale visie Jeugdhulp Plus (JH+). De streefdatum voor het definitief vaststellen van het bovenregionale plan is 1 september 2021.
JB/JR
Er is ketensamenwerking in de justitiële keten: RvdK, OM, Rb, GI’s, gemeenten.
Vrijwillige samenwerking
2
3
In 2Noord is er samenwerking in de aanbesteding GI’s. Gezamenlijk opdrachtgeverschap bovenregionale jeugdhulpaanbieders en ontwikkelingen specialistisch jeugdzorglandschap (bijv. orthopedagogische behandelcentra van. Accare en Ambiq)
3Noord weet elkaar zowel ambtelijk als inhoudelijk te vinden. Voorstel om hier structureel het gesprek over te voeren en op die manier invulling te geven aan gezamenlijk opdrachtgeverschap (elkaar vroegtijdig meenemen).
Verbeteraanpak GI’s incl. doorbraakaanpak
Er is uitwisseling tussen de 3 regio’s. Uitwisseling betreft zowel de inventarisatie, de wachtlijsten als de casuïstiek.
Academische onderzoeksfunctie kinder- en jeugdpsychiatrie Accare
De gemeente Groningen is accounthoudende gemeente. Het werkgebied van Accare voor deze functie omvat 8 jeugdhulpregio’s, waaronder de 3 noordelijke regio’s. Inhoudelijke afstemming vindt plaats via de adviesraad Child Study Centre en landelijke afstemming tussen de academische centra en de 4 centrumgemeenten en de VNG.
7
JeugdhulpPlus plaatsingscoördinatie
Friesland is penvoeder en neemt in 2021 initiatief tot afstemming tussen de 3 regio’s.
8
Spoedeisende jeugdhulp in crisissituaties Spoed4Jeugd
Hoe met elkaar in stand houden vraagt de komende periode om afstemming.
Hoog specialistische jeugdzorg
Al ingekocht.
10
Kleinschalige Voorziening Justitiële Jeugd (jeugdreclassering)
Vanaf 1 januari 2021 kunnen jeugdigen in de Kleinschalige Voorziening Justitiële Jeugd Noord (KVJJ) in Groningen geplaatst worden. De start van de KVJJ in het Noorden is onderdeel van een landelijke wijziging in het stelsel rond de vrijheidsbeneming van justitiële jeugdigen. Deze stelselwijziging is bedoeld om meer maatwerk in zorg en beveiliging mogelijk te maken.
11
Gecombineerde kleinschalige voorziening gesloten jeugdhulp
Wordt besproken in 3Noord.
4
5 6
9
12
Uniform scheidingsaanbod met rechtbanken
13
Verplichte zorg zoals bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen (wet verplichte Jeugd GGZ)
14
Opmerking Verantwoordelijkheid accounthoudende regio: De accounthoudende regio is standaard de grootste regio van een jeugdhulpaanbieder, die naar andere regio’s acteert bij risico’s van discontinuïteit . Bij dreigende liquiditeitsproblemen bepalen de betreffende aanbieder en accounthoudende regio welke stappen gezet moeten worden. Via het systeem van vroeg signalering (EWS) ziet de accounthoudende regio toe hoe aanbieders zich organisatorisch en financieel ontwikkelen en onderhoudt zij daarover met aanbieders en betrokken regio’s overleg. Als er een continuïteitsprobleem speelt, spannen de betrokken regio´s zich tot het uiterste in om onder leiding van de accounthoudende regio tot een gezamenlijke oplossing te komen. Voor 3Noord zijn de Groninger gemeenten accounthoudende regio voor Accare, Elker, Lentis Jonx en JB Noord. Friesland voor Regiecentrum Bescherming en Veiligheid. Twente is accounthoudende regio voor Ambiq en daarmee verantwoordelijk voor het bovenregionaal afstemmingsoverleg over Ambiq.
Moet in Groningen door ontwikkeld worden, is opdracht van RIGG.
Pleegzorg
Al ingekocht.
Het projectplan Mocking-bird volgt binnenkort en zal besproken worden met het programmateam Envedder.
45
Bijlage 6:
Voetnoten
1
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/12/15/stelsel-in-groei
2
Een volledige uiteenzetting van de demografische ontwikkelingen leest u in bijlage 1.
3
https://ggd.groningen.nl/app/uploads/2020/10/GGD-magazine-Jeugdmonitor-2019-DEF-19-oktober-2020.pdf
4
Bronnen: GGD Gezondheidsmonitor. Postmes et al. (2018), TCMG, Kamerbrief eZK, DvhN
5
Onderzoek ‘Kinderen in tel’ (KIT), Databoek 2016, febr. 2017
6
Regiobeeld Noord, Menzis, versie 1.13, sept. 2020
7
Landelijk 15,4 % Provincie Groningen 17,2%, Stad Groningen op no 6 van 390 gemeenten (‘Kinderen in tel’ (KIT), Databoek 2016, febr. 2017
8
Armoede en sociale uitsluiting’ CBS, 2018’
9
Een combinatie van problemen op sociaal-economisch gebied, problemen op psychosociaal gebied bij de volwassene(n), problemen op psychosociaal gebied bij de jeugdige(n). De problemen zijn chronisch, complex en met elkaar verweven en vaak intergenerationeel (Nederlands Jeugdinstituut 2017).
10
https://rigg.nl/Gemeenten/default.aspx: zie de verwijzing naar het Groninger Functioneel Model.
11
Niet alle cijfers zijn meegenomen in deze analyse. Declaraties uit het berichtenverkeer én de papieren facturen maken onderdeel uit van deze analyse. Een aantal betalingen vinden plaats ‘buiten het systeem’. Het gaat onder andere over de corona-omzetcompensatie 2020, PGB’s, unieke productafspraken met een aantal aanbieders en loonprijscompensatie. Deze zijn niet meegenomen in de data-analyse. De PGB valt buiten de scope van de RIGG en daarmee buiten de scope van deze rapportage. Er is sprake van een forse daling in de kosten van PGB, wat mogelijk deels veroorzaakt wordt door een substitutie naar jeugdhulp.
12
De declaratiewaarde per cliënt per jaar is de totale declaratiewaarde over alle producten en alle aanbieders.
13
De regiovisie is schriftelijk geconsulteerd bij maatschappelijke partners in oktober 2021.
14
https://ggd.groningen.nl/app/uploads/2020/10/GGD-magazine-Jeugdmonitor-2019-DEF-19-oktober-2020.pdf
15
Onderzoek ‘Kinderen in tel’ (KIT), Databoek 2016, febr. 2017
16
Regiobeeld Noord, Menzis, versie 1.13, sept. 2020
17
Landelijk 15,4 % Provincie Groningen 17,2%, Stad Groningen op no 6 van 390 gemeenten (‘Kinderen in tel’ (KIT), Databoek 2016, febr. 2017
18
Armoede en sociale uitsluiting’ CBS, 2018’
19
Bronnen: Raad voor de kinderbescherming op basis van CBS-cijfers https://www.cijfersrvdk.nl/pdf/RvdK-Risicofactoren_Def.pdf; ttps://www.nrc.nl/nieuws/2018/04/26/meerrisico-op-kindermishandeling-in-grote-steden-a1601053, april 2018.
20
Een combinatie van problemen op sociaal-economisch gebied, problemen op psychosociaal gebied bij de volwassene(n), problemen op psychosociaal gebied bij de jeugdige(n). De problemen zijn chronisch, complex en met elkaar verweven en vaak intergenerationeel (Nederlands Jeugdinstituut 2017).
21
Bronnen: GGD Gezondheidsmonitor. Postmes et al. (2018), TCMG, Kamerbrief eZK, DvhN
22
Als gevolg van doorbraakproject GI’s naar aanleiding van rapport ‘Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd’, landelijk rapport 2021, IGJ
23
Oorzaak lange wachttijden als gevolg van toename instroom 18+
46