CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Raadswerkprogamma definitief

Raadsvergadering 10 november 2022, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Raadswerkprogramma (R)8.544 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Middenin Midden-Groningen Raadsakkoord en Raadswerkprogramma 2022-2026

Inhoudsopgave 1.

Een nieuwe werkwijze

5

2.

De spelregels

9

3.

Raadswerkprogramma 2022 -2026

13

3.1 De keuze van de thema’s 3.2 De thema’s 3.3 Randvoorwaarden voor de uitvoering van deze thema’s 3.3.1 Integrale aanpak 3.3.2 Participatie 3.3.3 Financiën

13 14 27 27 27 28

Middenin Midden-Groningen Raadsakkoord en Raadswerkprogramma 2022-2026 gemeente Midden-Groningen, oktober 2022

2

3

1. Een nieuwe werkwijze Na de gemeenteraadsverkiezingen was er één ding waar alle partijen het direct over eens waren: Midden-Groningen staat voor grote uitdagingen. Die grote uitdagingen vragen om stevige oplossingen, vanuit een sterke raad en in samenwerking met de Midden-Groningers. Dat gaat niet vanzelf. Om dat voor elkaar te krijgen moeten we sterker en zichtbaarder zijn richting het college, maar vooral richting de samenleving. Om alle inwoners nog beter te vertegenwoordigen moeten we hen beter leren kennen, beter weten wat ze willen en wensen, hun vertrouwen winnen en verdienen. Dat doen we vanuit deze missie:

Missie De raad van Midden-Groningen wil een betrouwbare en toegankelijke partner zijn voor de inwoners van Midden-Groningen. Een raad die op een transparante en open manier zijn taken uitoefent, besluiten neemt en verantwoording aflegt. Daarbij hebben we oog voor de verschillende belangen die spelen. Om het vertrouwen van inwoners in de gemeente te versterken willen we de inwoners de kans en de ruimte geven om mee te denken en mee te praten. Om dat mogelijk te maken ontwikkelen we nieuwe manieren en middelen om inwoners bij het raadswerk te betrekken. Wij nodigen alle Midden-Groningers van harte uit van die mogelijkheden gebruik te maken.

Om dit handen en voeten te geven hebben we als raad besloten om te werken met een Raadsakkoord en Raadswerkprogramma. Op deze manier willen we de Midden-Groningers mee laten denken en betrekken bij ons werk. Procesmatig ziet dat er als volgt uit:

Raadsakkoord

Spelregels en verwachtingen: Raad-samenleving In de raad; Raad-collegeambtelijke organisatie

4

Voorlopig Raadsprogramma

Definitief Raadsprogramma

Inhoudelijke thema’s: 4 Hoofdprioriteiten en overige belangrijke thema’s vanuit perspectief raad

Inhoudelijke thema’s: Prioriteiten vanuit raad, wettelijke en doorlopende belangrijke thema’s

Collegeprogramma

Eventuele aanpassing van het Collegeprogramma op basis van Raadsakkoord en definitief raadsprogramma

5

In het Raadsakkoord – dat al eerder werd gepubliceerd - hebben we een aantal thema’s benoemd en duidelijk gemaakt hoe we die samen gaan uitvoeren. Dat zijn de spelregels. Deze hebben we voor de duidelijkheid ook in dit stuk opgenomen (hoofdstuk 2). De thema’s waaraan we de komende raadsperiode – met prioriteit – aandacht gaan besteden, zoveel mogelijk in samenspraak en samenwerking met de inwoners, hebben we uitgewerkt in een Raadswerkprogramma (zie hoofdstuk 3). Deze werkwijze, met Raadsakkoord en Raadswerkprogramma is nieuw. Dat betekent dat we steeds alert moeten zijn op wat werkt en wat niet, dat we bereid moeten zijn om aan te passen wat nodig is en te blijven zoeken naar de beste vorm en uitwerking.

‘‘Dat betekent dat we steeds alert moeten zijn op wat werkt en wat niet’’ Om te zorgen dat dit proces soepel verloopt, hebben we een begeleidingscommissie ingesteld. Deze commissie adviseert de raad over het werken met het raadsakkoord en bewaakt de gemaakte afspraken tussen de betrokkenen: de raad, het college, de ambtelijke organisatie, de griffie en de inwoners. Wat vooral belangrijk is, is dat we elkaar de ruimte geven om van deze nieuwe werkwijze een succes te maken, met begrip en respect voor alle betrokkenen.

6

7

2. De spelregels Vertrouwen Om van onze nieuwe werkwijze een succes te maken is het belangrijk om elkaar te vertrouwen. Dat is helaas niet altijd vanzelfsprekend, maar iets om aan te werken. Door met elkaar te blijven praten, ook als er meningsverschillen zijn. Door op een open en respectvolle manier te communiceren, zonder (voor)oordelen. Met elkaar en met alle andere betrokkenen binnen en buiten het gemeentehuis. Alleen op die manier kunnen we de veilige en vertrouwde omgeving creëren die nodig is om ons werk goed te doen. Een omgeving waarin het mogelijk is om fouten te maken, daarover te praten en daarvan te leren. Een veilige omgeving betekent ook: de raad weerbaar maken tegen ongewenste gedrag, bedreiging of intimidatie. Het is belangrijk om daarin duidelijke grenzen te trekken. Werken aan vertrouwen doen we ook door met elkaar in gesprek te blijven over wat we van elkaar verwachten en hoe we dit in de praktijk handen en voeten moeten geven. Dat doen we onder andere tijdens de twee ‘heidagen’ van de raad op 30 september en 1 oktober. Het gaat dan niet alleen over de omgang met elkaar, maar ook met het college, de ambtelijke organisatie, de griffie en de inwoners.

We zijn er ons ervan bewust dat goed opdrachtgeverschap noodzakelijk is voor goed opdrachtnemerschap: de raad speelt een belangrijke rol in het faciliteren van de uitvoerende taken van het college en de kwaliteit van de ambtelijke organisatie. Deze ‘heidagen’ zijn bedoeld als startpunt voor een regelmatige reflectie op onze samenwerking. De begeleidingscommissie neemt hierin het initiatief. We vinden deze investering in een goed samenspel essentieel om onze nieuwe werkwijze én onze verbinding met de Midden-Groningers te laten slagen. Vertrouwen is daarvoor de basis.

Een goede vergader- en debatcultuur Dat er nu een Raadsakkoord en Raadswerkprogramma is betekent niet dat we het over (de uitwerking van) alle thema’s die daarin genoemd staan eens zijn. Zeker niet. We zijn het eens over de keuze van de thema’s, maar hebben verschillende meningen en ideeën over de prioriteiten en de aanpak. Daar gaan we de komende tijd over in debat. Een debat dat gericht is op oplossingen, op er samen uit komen. Daarom is het belangrijk dat we een goede vergadercultuur ontwikkelen. Niet alleen praten, maar goed luisteren. Niet met de hakken in het zand, maar met een open blik. Tijdens de gesprekken met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties, en tijdens raadsvergaderingen. Om dat goed te doen, willen we ons goed voorbereiden, onder andere door te investeren in debattrainingen.

De samenleving voorop De gemeente Midden-Groningen is er voor de inwoners, ondernemers, belanghebbende organisaties en maatschappelijke instellingen en niet andersom. Meer dan de helft van de inwoners van MiddenGroningen heeft niet gestemd bij de afgelopen raadsverkiezingen. Het vertrouwen van inwoners in de overheid is laag. Dit is een belangrijke reden om de komende periode in te zetten op het herstel van dat vertrouwen. We willen dit doen door een betrouwbare en toegankelijke raad te zijn, die op een open

8

9

en transparante manier verantwoording aflegt over de belangenafwegingen die we maken bij onze besluitvorming. Dit betekent niet dat iedereen dan ook altijd tevreden is over onze besluiten, maar wel dat het proces transparant en rechtmatig moet zijn. Bij besluiten die de inwoners raken, moeten we die inwoners de ruimte geven om mee te denken en mee te praten. Betrokkenheid is essentieel om het vertrouwen in de gemeente, in de overheid te herstellen. Daarom is het belangrijk dat de raad weet wat er leeft en wat er speelt, wat betrokkenen en belanghebbenden vinden, wat hun behoeften zijn en welke rol zij voor zichzelf zien. Om daarachter te komen is contact van essentieel belang, ook digitaal. Hoe belangrijk dat is hebben we geleerd tijdens de Covid-19-pandemie, toen we zagen dat het gebrek aan contact de afstand tussen bestuur en samenleving vergroot. Dat leidde tot onbegrip en ongenoegen. De inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen van Midden-Groningen kunnen erop rekenen dat de raad maatschappelijke initiatieven zo goed mogelijk ondersteunt. Dat willen we doen door betrokkenen en belangstellenden zo vroeg mogelijk te betrekken bij onze plannen en bij onze besluitvorming. Bijvoorbeeld door wijkbezoeken, informatiebijeenkomsten, rondetafelgesprekken en werkbezoeken. De raad staat ook open voor vernieuwende vormen van democratie.

Voorwaarde hierbij is dat de raad de democratische waarden bewaakt. Belangrijk daarbij is Helderheid over onze democratische waarden en de manier waarop inwoners invloed kunnen uitoefenen op plannen en besluitvorming. Ruimte voor nieuwe instrumenten die de wisselwerking tussen de gemeente en de samenleving bevorderen. Beter weten waarom Midden-Groningers afhaken. Ons ervan bewust zijn dat niet iedereen in de samenleving van zich laat horen. Ook voor de Midden-Groningers die zwijgen zetten we ons in.

Raad en college De raad is het hoogste orgaan in de gemeente. De raad vertegenwoordigt de inwoners en weegt de belangen van de inwoners bij het nemen van besluiten. De raad benoemt het college, stelt de beleidskaders en het budget vast en geeft opdracht aan het college om dit beleid uit te voeren. De raad controleert het college op die uitvoering en stuurt bij als dat nodig is. Een goede samenwerking en vertrouwen zijn belangrijk voor een sterke bestuurscultuur. Bij het uitwerken van de thema’s is het dus belangrijk om helder te krijgen welk probleem opgelost moet worden en om de opdracht scherp te omschrijven, zodat het college precies weet wat het moet doen. Wij verwachten van het college dat het zich ervoor inzet om de raad goed in positie te brengen om zijn verantwoordelijkheid te nemen. Dat vraagt om goed opdrachtnemerschap en om een hecht team dat een verbindende rol speelt richting de raad en de samenleving. Bij de door de raad geselecteerde thema’s is het college meer volgend dan sturend. Het college is verantwoordelijk voor een correct gevulde Lange Termijn Agenda, zodat de raad op tijd weet welke vraagstukken en besluiten aan de raad zullen worden voorgelegd. De raad heeft dan de ruimte om zich te positioneren en om de inwoners van Midden-Groningen tijdig bij de besluitvorming te betrekken.

10

Om de relatie tussen raad en college te versterken wil de raad ieder jaar - door een vertegenwoordiging van de raad - individuele gesprekken voeren met de wethouders over hun rolinvulling in relatie tot de positie van de raad. Het is immers de raad die de wethouders benoemt.

Raad en ambtelijke organisatie De ambtelijke organisatie werkt voor het college en de raad, maar in opdracht van het college. De medewerkers adviseren, ondersteunen, bereiden de besluiten voor van het college en voeren ze uit. De gemeentesecretaris stuurt de ambtelijke organisatie aan. De raad kan via de griffier een beroep doen op de ambtelijke organisatie. De griffier stemt dit af met de gemeentesecretaris. Een goed werkende, deskundige ambtelijke organisatie is onmisbaar en de raad heeft grote waardering voor hun inzet en professionaliteit. Om van onze nieuwe werkwijze met Raadsakkoord en Raadswerkprogramma een succes te maken hebben wij die inzet en professionaliteit hard nodig. Wij verwachten dat zij zich initiatiefrijk tonen, meedenken, goed advies geven en een coöperatieve houding hebben.

Raad en griffie De griffie werkt in opdracht van de raad, aangestuurd door de griffier. Wij zien de griffier als onze eerste adviseur en als vertrouwenspersoon voor de raadsleden. De raad geeft vorm aan zijn werkgeverschap via de werkgeverscommissie en het werkplan van de griffie en raad. Als raad verwachten wij dat de griffie ons - gevraagd en ongevraagd – adviseert en coacht, de processen begeleid en ondersteunt. Ook heeft de griffie een belangrijke rol in de verbinding tussen raad en samenleving omdat zij de raad – wie wij zijn en wat wij doen – in beeld brengen bij de inwoners en de hoeder is van onze democratische waarden.

Raad en begeleidingscommissie De begeleidingscommissie is een commissie die door de raad is ingesteld en bestaat uit acht raadsleden. De begeleidingscommissie adviseert over het samenspel tussen raad, college, ambtelijke organisatie en samenleving. De begeleidingscommissie let daarbij op de spelregels en het proces, zoals beschreven in de nieuwe werkwijze. De begeleidingscommissie houdt zich alleen met de inhoud van beleid bezig wanneer dit voor het advies over het proces noodzakelijk is. De griffier fungeert als eerste adviseur en secretaris. Wanneer dat nodig is kan een lid of leden van het college en de ambtelijke organisatie aansluiten als adviseur.

Agendacommissie De agendacommissie verwerkt de prioriteiten van het Raadswerkprogramma in de agenda van de raad. De agendacommissie bewaakt ook de spelregels voor tijdige informatieverstrekking en tijdige positionering van de raad bij de inhoudelijke thema’s. De evaluatie van het Raadswerkprogramma is gekoppeld aan de behandeling van de voorjaarsnota (juli) en de programmabegroting (november). Het Raadsakkoord en Raadswerkprogramma bepalen de agenda en de prioriteiten van de raad.

11

3. Raadswerkprogramma 3.1 De keuze van de thema’s Wij vinden het belangrijk om voor de periode 2022-2026 aan de slag te gaan met thema’s die dicht bij de samenleving staan en die van grote invloed zijn op de inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen en - andere - belanghebbenden. Wij hebben bij de keuze van de thema’s het volgende afwegingskader gebruikt: Is het onderwerp relevant voor de samenleving? Is het onderwerp belangrijk en urgent? Kunnen wij er invloed op uitoefenen? Is het behapbaar en hebben we een kans om er wat aan te doen? Zijn we het oneens over de oplossing(richting)? In het eerder gepubliceerde Raadsakkoord stonden de thema’s waaraan wij de komende periode prioriteit willen geven. Daarmee bedoelen we: een thema waaraan de raad extra aandacht wil besteden en het voortouw in wil nemen. In de volgende paragrafen worden deze vier gekozen thema’s inhoudelijk verder uitgewerkt. De keuze voor deze thema’s betekent niet dat we geen aandacht hebben voor andere zaken die zich voordoen in de gemeente. Ook deze zaken zullen in de raad aan de orde komen. Het verschil is dat we voor deze zaken de voorstellen van het college afwachten. We hebben in vier bijeenkomsten, waarvan één met inwoners, van gedachten gewisseld over de thema’s die we in het Raadsakkoord wilden opnemen.

Op 14 april hebben we een avondbijeenkomst georganiseerd, waarvoor alle Midden-Groningers waren uitgenodigd, en vertegenwoordigers van maatschappelijke instellingen, bedrijven en dorps- en wijkorganisaties. Er waren ruim 40 aanmeldingen. Dat waren wel vooral vertegenwoordigers van organisaties en maar een enkele ‘gewone’ inwoner. Daarvan hebben we geleerd dat we in het vervolg, wanneer we met de inwoners over de thema’s willen praten, goed moeten nadenken hoe we inwoners kunnen betrekken, zodat niet alleen de ‘usual suspects’ hun zegje kunnen doen. Alhoewel ook deze inbreng waardevol is. Overigens hebben alle inwoners die op 14 april input hebben geleverd inmiddels een terugkoppeling gehad op wat er met hun specifieke inbreng wordt gedaan. Kanttekening:

Bij de selectie van de thema’s was één van de afwegingen: ‘Zijn we het oneens over de oplossing(richting)?’ Over het onderwerp ‘Gaswinning/versterking en schadeherstel’ zijn we het in grote lijnen met elkaar eens. Daarmee zou het dus geen thema zijn. Maar omdat dit een onderwerp is waar wij ons als raad wel heel druk over maken en waarvoor we ons voor onze inwoners sterk willen maken, hebben we er toch een thema van gemaakt. Anders zouden we het verkeerde signaal afgeven. Dat geldt ook voor het thema ‘Nationaal Programma Groningen (NPG)’. Ook dit is een onderwerp waarover we niet van mening verschillen, maar wat ons wel na aan het hart ligt en waar we veel tijd in steken. We hebben bijvoorbeeld voorgesteld om 5% van de middelen van het NPG te bestemmen voor initiatieven van inwoners. Daar zal de raad zich de komende jaren sterk voor maken en actief mee aan de slag gaan.

12

13

3.2 De thema’s

sociale netwerken en in algemene voorzieningen, zoals ontmoetingsplekken. Met een gebiedsgerichte aanpak in de wijk kunnen samen met de inwoners hun zelfredzaamheid stimuleren.

In deze paragraaf presenteren we de gekozen thema’s. Per thema beantwoorden we de volgende vragen: Wat is de maatschappelijke opgave? Wat doen we al? Wat kunnen we doen? Waar gaan we ons vooral op richten? Wie zijn onze belangrijke gesprekspartners? (Dit is nog geen uitputtende lijst, maar kan in de loop der tijd worden aangevuld, op verzoek van de raad of op initiatief van de samenleving).

Thema 1

Armoede

Wat is de maatschappelijke opgave? Voordat we de maatschappelijke opgaven benoemen is het eerst goed om duidelijk te maken wat we verstaan onder het begrip armoede. Als we het armoedeprobleem smal definiëren dan gaat het om onvoldoende geld om fatsoenlijk rond te komen. In Nederland is het Rijk verantwoordelijk voor voldoende bestaanszekerheid. Dit doet het Rijk via de bijstand en de toeslagen via de Belastingdienst. We zien nu dat veel inwoners met lage inkomens door de hoge inflatie en stijgende energieprijzen moeite hebben om de rekeningen te betalen. Het Rijk bepaalt het beleid om de koopkracht van deze inwoners te verbeteren. Als we een bredere definitie hanteren voor het begrip armoede dan richten we ons niet alleen op onvoldoende geld voor basisbehoeften, maar ook op de sociale achterstanden die hiermee samenhangen. Door deze achterstanden is een armoedesituatie vaak lastig te doorbreken. Daarom kiezen wij voor de bredere definitie omdat de gemeente invloed kan uitoefenen op het voorkomen en oplossen van deze achterstanden. De armoedeproblematiek in Midden-Groningen kenmerkt zich door een grote groep inwoners die onvoldoende mee kan komen met de uitdagingen van deze tijd, zoals de toenemende individualisering en digitalisering. Het gaat vaak om mensen met een lage opleiding en een gebrek aan basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en omgaan met de computer.

Zij zijn vaker werkloos, leven minder gezond en hebben een klein sociaal netwerk. Om deze groep te helpen is er veel overheidssteun nodig. Deze kwetsbare groep woont vooral in de wijken Gorecht-West, Spoorstraat Kieldiep, Noorderpark en Muntendam. Maar het probleem beperkt zich niet tot deze wijken en dorpen. Een opgave voor de gemeente is het vergroten van de ‘sociale veerkracht’ van deze groep inwoners en van de wijken waar zij wonen. We bieden nu veel individuele hulp, maar dit leidt niet tot een beter perspectief op de lange termijn. Inwoners worden sterk afhankelijk van de hulp en daarmee minder weerbaar. Daarom willen we het accent van hulpverlening verschuiven naar zelfredzaamheid door samenredzaamheid: zo versterken we het vermogen van inwoners om samen met hun sociale netwerk zelf problemen het hoofd te bieden. Om dat voor elkaar te krijgen is het nodig om flink te investeren in

14

Ook het voorkomen en tegengaan van financiële problemen is een belangrijke opgave. Inwoners weten bij financiële problemen niet snel de weg te vinden naar passende hulp. Zo duurt het gemiddeld vijf jaar voordat inwoners met schulden zich melden bij de Kredietbank. De oorzaak hiervan is soms schaamte. Maar ook leven mensen met schulden vaak van dag naar dag, zonder zicht op de toekomst. Ieder dag bezig zijn met overleven veroorzaakt chronische stress. Die stress veroorzaakt weer andere problemen zoals gezondheidsproblemen, opvoedproblemen en zelfs onveiligheid binnen het gezin. Daardoor kunnen financiële problemen escaleren en ontstaan er ook andere problemen binnen gezinnen en op het werk. Een derde opgave is dat we moeten zorgen dat we de kans op overdracht van armoede van ouder op kind zo klein mogelijk maken. De chronische stress van ouders ontneemt kinderen de kans op een onbezorgde jeugd, en door het gebrek aan geld kunnen kinderen niet altijd meedoen met hun leeftijdgenootjes en gaan soms zelfs met honger naar school. Daardoor zijn ze minder goed in staat om zich te ontwikkelen en lopen zo vaak een achterstand op. Die achterstand vergroot de kans dat zij later zelf ook arm worden, schulden maken en zo in dezelfde – soms uitzichtloze - situatie belanden als hun ouders.

Daarom willen we ons sterk maken voor een actief kansenbeleid voor ouders en kinderen, zodat we het toekomstperspectief van kinderen kunnen verbeteren. Bijvoorbeeld door te zorgen voor gelijke onderwijskansen, het bevorderen van een gezonde leefstijl en het vergroten van de opvoedvaardigheden van ouders. Hier ligt ook een relatie met Jeugdzorg (thema 2).

Armoedecijfers Kinderen in uitkeringsgezin

2017

2018

2019

2020

Midden-Groningen

8%

8%

8%

8%

Prov. Groningen

9%

9%

9%

9%

Nederland

7%

7%

6%

6%

2018

2019

2020

Midden-Groningen

6,7%

6,5%

6,4%

Prov. Groningen

6,8%

6,7%

6,7%

Nederland

5,3%

5,2%

5,2%

Huishoudens met bijstandsuitkeringen

Aantal gezinnen met problematische schulden

% kinderen tot 18 jaar

% van totaal huishoudens

1 op de 10 gezinnen heeft problematische schulden

15

Wat doen we al? In 2019 heeft de raad de Strategische Visie Sociaal Domein Midden-Groningen ‘Sociale Veerkracht in de Praktijk’ vastgesteld. Vrijwel al het beleid van het Sociaal Domein is erop gericht om inwoners in armoede te ondersteunen. Zo zijn er allerlei initiatieven om de levensomstandigheden van mensen in armoede te verzachten of om inwoners extra kansen te geven. We gaan deze strategische visie uitvoeren met geld uit het Nationaal Programma Groningen (NPG). De volgende NPG- projecten dragen bij aan de aanpak van armoede en schulden: Opgave

NPG-projecten

Versterken van de sociale veerkracht

Stress-sensitieve dienstverlening, JIM-aanpak, Moeders van MG, Ontwikkelbedrijf MG & Jongerenwerk+

Overerfbaarheid van armoede tegengaan

Inzet ervaringsdeskundigen armoede en sociale uitsluiting & Tijd voor Toekomst

Voorkomen en tegengaan van schulden

Jongeren met Toekomst & De Ijsberg

In het laatste kwartaal van 2022 wordt het beleidsplan van de Kredietbank voorgelegd aan de raad. Hierin staat hoe de Kredietbank de integrale schulddienstverlening aan onze inwoners kan vormgeven. Wat kunnen we doen? Het Rijk moet ervoor zorgen dat alle mensen in Nederland voldoende financiële middelen hebben om zeker te zijn van een goed bestaan. De vraag is wat we als gemeente kunnen en moeten doen. Wij maken ons grote zorgen over de groeiende groep inwoners die onder de armoedegrens leven. In onze gemeente is deze groep verhoudingsgewijs groot. In de vorige periode hebben wij, naar aanleiding van een onderzoek van de Rekenkamer naar het armoedebeleid, een initiatiefvoorstel aangenomen. In dit initiatiefvoorstel staat onder andere dat wij steviger willen inzetten op het monitoren van de armoede in onze gemeente. Deze kennis kunnen we inzetten om de goede keuzes te maken om de armoede te bestrijden. Daarnaast willen wij ons ook inzetten voor het uitvoeren van de aanbevelingen van de Rekenkamer. Deze opdracht hebben wij onszelf al gegeven, voor de publicatie van het Raadsakkoord. Een valkuil in de aanpak van armoede is het opknippen van het armoedeprobleem in deelproblemen met eigen kenmerken en eigen oplossingen. Denk aan energiearmoede; bewegingsarmoede; menstruatiearmoede; mobiliteitsarmoede etc.

Zo’n aanpak doet echter niets aan het structurele probleem: de brede gevolgen van armoede.

Waar gaan we ons vooral op richten? Als gemeente kunnen wij het volgende betekenen voor inwoners in armoede: We kunnen de levensomstandigheden van inwoners met een laag inkomen verzachten, zoals met het minimabeleid. We kunnen inwoners helpen met financiële vraagstukken, zoals de preventie van financiële problemen en de aanpak van schulden. We kunnen inwoners extra kansen bieden door het onderwijsachterstandenbeleid of het gezondheidsbeleid. Wij hebben niet alleen geconstateerd dat de armoedeproblematiek in onze gemeente bovengemiddeld toeneemt, het is ook duidelijk dat veel inwoners de weg niet weten te vinden naar de regelingen en voorzieningen die inwoners hierbij kunnen ondersteunen. Deze voorzieningen worden onvoldoende benut door de doelgroep die daar aanspraak op zou kunnen maken. Daarom gaan we deze voorzieningen beter onder de aandacht brengen van onze inwoners, maar willen ook dat inwoners heel concreet worden geholpen bij het aanvragen van deze voorzieningen. Dat betekent dat we naar de mensen toe moeten. Wie zijn onze gesprekspartners? De belangrijkste partners zijn: Inwoners in armoede en met schuldenproblematiek Sociale teams Armoedepact, bestaande uit Stichting De Toverboom, de Voedselbank, Kledingbank Maxima Computerbank en de Kredietbank MG Humanitas

Thema 2

Wat is de maatschappelijke opgave? De Jeugdwet is een brede wet gericht op de ondersteuning van kinderen en gezinnen bij het opvoeden en opgroeien en bij lichamelijke- en psychische problemen. Het gaat van lichte opvoedingsondersteuning tot gehandicaptenzorg en de (zware) GGZ. Het zorggebruik en de kosten zijn in de loop der jaren sterk gegroeid: twintig jaar geleden kreeg ongeveer 1 op de 27 jeugdigen jeugdzorg, nu is dat 1 op de 8. De groei zwakt wel enigszins af, maar het zorggebruik is nog steeds hoog. Er zijn drie hoofdfactoren die bijdragen aan het stijgende jeugdhulpgebruik: 1

Wij kunnen ervoor kiezen om ons bij de aanpak van de armoedeproblematiek te richten op specifieke doelgroepen, bijvoorbeeld kinderen, ouderen of zelfstandige ondernemers via het Sociaal Domein. De raad stelt de beleidskaders vast voor het Sociaal Domein en het budget dat zij hiervoor beschikbaar stelt. Het college kan de passende ondersteuning vervolgens organiseren binnen deze kaders.

16

Jeugdzorg Midden-Groningen

Ontwikkelingen in het opgroeien en opvoeden van kinderen Het aantal echtscheidingen, de prestatiedruk en problematisch sociale mediagebruik neemt toe. Daarnaast is er ook een hoge geluksnorm: gewone obstakels worden vaak gezien als een probleem. De verantwoordelijkheid voor een succesvolle opvoeding ligt steeds meer bij het individuele gezin en veel minder bij de samenleving. Dat leidt tot strubbelingen die een hulpvraag opleveren.

17

Jeugdigen met jeugdhulp 2 Het gedecentraliseerde stelsel De gemeenten staan voor de opgave om het zorggebruik te verminderen door het stelsel te veranderen. Dat is niet makkelijk omdat ze weinig invloed hebben op de instroom. Die loopt via artsen en rechters. Door de decentralisatie krijgen zorgaanbieders te maken met verschillende procedures en kwaliteitseisen in de verschillende gemeenten. Om het stelsel te veranderen moeten we investeren in de pedagogische kwaliteit in de samenleving, in preventie en in de afbouw van intensieve zorg. Maar door een forse bezuiniging op de Jeugdzorg hebben de gemeenten en aanbieders niet het geld om dat echt voor elkaar te krijgen. 3 Hoge verwachtingen én beperkte ontwikkeling van de preventie Professionals lijken veiligheidshalve vaak te kiezen voor de inzet van zorg, terwijl de resultaten van die zorg beperkt zijn. De kennisontwikkeling in de sector is namelijk nog relatief jong. Tegelijkertijd wordt bestaande kennis te weinig gebruikt. Daardoor komen steeds meer kinderen en jongeren in de Jeugdzorg terecht. Als gemeente staan we voor de opgave om deze trends om te buigen, zodat onze kinderen veilig, gezond en veerkrachtig opgroeien en we de kosten beheersbaar houden. Daarbij is onze invloed als gemeente op de eerste factor – de ontwikkelingen in het opgroeien en opvoeden van kinderen niet zo groot.

Dat vraagt immers om een brede maatschappelijke cultuurverandering in Nederland. Tegelijkertijd is het juist aan de gemeente om in de lokale gemeenschap te investeren en in te zetten op sociale veerkracht. Uit het rapport ‘Investeren rondom Kinderen ’ blijkt dat het huidige beleid van gemeenten vaak leidt tot óf op afstand blijven óf ingrijpen in gezinnen. Het neveneffect hiervan is een beleid van risicotaxaties, monitoring en professionele interventies. In het rapport wordt gesteld dat het kan helpen om in te zetten op sociale netwerken rondom gezinnen. De overheid kan professionals hierbij ondersteunen. Deze visie sluit aan bij de visie Sociale Veerkracht waarmee Midden-Groningen sinds 2019 werkt binnen het sociaal domein en in de sociale teams.

% van alle jeugdigen tot 18 jaar

2017

2018

2019

2020

Midden-Groningen

16,0%

15,3%

15,0%

14,7%

Prov. Groningen

14,1%

13,6%

13,7%

13,4%

Nederland

11,4%

11,8%

12,3%

11,9%

Sociaal Medische team route

GI/ rechter

Verwijzingen jeugdhulp

43%

Midden-Groningen Aantal cliënten met jeugdhulp in 2021

1988

Kosten jeugdhulp (ZIN en PGB)

€ 24.500.000

24%

30%

Wat doen we al? Op landelijk niveau wordt gewerkt aan de Hervormingsagenda Jeugd 2022-2028. Hierin worden door het Rijk, zorgaanbieders, cliëntorganisaties en de VNG, afspraken gemaakt over hervorming en betaalbaarheid van het jeugdhulpstelsel. De Hervormingsagenda heeft twee doelen: Betere en tijdige zorg en ondersteuning, die nadrukkelijk aan elkaar zijn gekoppeld Een beheersbaar en daarmee duurzaam financieel houdbaar stelsel. Het gevolg hiervan kan zijn dat Jeugdwet op onderdelen aangepast wordt en dat heeft invloed op de taken en verantwoordelijkheden voor de gemeente. Op regionaal niveau hebben we de Regiovisie. Dit is onderdeel van de Norm van Opdrachtgeverschap. In de Regiovisie zijn uitgangspunten vastgesteld over hoe we de jeugdhulp in onze regio organiseren. De verdere uitwerking hiervan vindt plaats in ontwikkeltafels: samenwerkingen tussen gemeenten en ketenpartners om een aantal relevante thema’s uit te werken, zoals het dekkend zorglandschap, de administratieve lasten, data en monitoring en de aansluiting tussen jeugdhulp en onderwijs.

Bij de tweede en derde factor gaat het erom dat we de vraagstukken op de juiste wijze benaderen. Het uitgangspunt moet zijn: jeugdhulp staat niet op zichzelf. Dus moeten we deze hulp steeds op het juiste schaalniveau organiseren: landelijk, in de jeugdhulpregio of lokaal. Die integrale aanpak vraagt dus ook om een lokale (of wijk-)aanpak. Zo zien we bijvoorbeeld dat er in gezinnen met jeugdhulp relatief vaak sprake is van financiële problemen. Door dus breder te kijken en ook in te zetten op het voorkomen en tegengaan van financiële problemen en de daarmee gepaard gaande stress, kunnen we voorkomen dat gezinnen een (langdurig) beroep op jeugdhulp doen.

In de visie Sociale Veerkracht in de Praktijk staat het volgende: ‘De steeds verdergaande professionalisering van de opvoeding willen we ombuigen, doorgaan met steeds meer professionele jeugdhulp is even onwenselijk als onbetaalbaar’. Met andere woorden: we willen stoppen met onnodig medicaliseren van gedrag en inzetten op samenredzaamheid en sociale veerkracht.

Jeugdhulp staat niet alleen niet op zichzelf maar is ook een verzamelbegrip. Dat betekent dat geen van onze professionals alles kan weten. Daarom is het belangrijk om kennis en kunde te delen.

Opgave

NPG-projecten

Projecten/activiteiten

Het is aan de gemeente om kennis te verzamelen over het effect van (jeugd)hulp, bij voorkeur over de hele breedte van het sociale domein. Net als voor alle vraagstukken binnen het sociale domein staat dan de vraag centraal: wie moet het effect van de interventie merken en op welke manier?

Versterken sociale veerkracht

JIM-aanpak, Moeders van MiddenGroningen, Bevordering sociale veerkracht, Jongerenwerk+, Tijd voor Toekomst

Gezinsondersteuning, Buurtgezinnen, Ondersteuner Jeugd en Gezin (OJG), Nu niet zwanger, de Toverboom, Jeugdondersteuners.

18

In de onderstaande tabel staat een overzicht van projecten die we de afgelopen jaren zijn gestart en die een bijdrage leveren aan de opgaven in Midden-Groningen, vanuit de visie Sociale Veerkracht in de Praktijk.

19

Wat kunnen we doen? In formele zin gaat de gemeente(raad) over de uitvoering van de gehele Jeugdwet en jeugdhulpketen. Die verantwoordelijkheid van de gemeente houdt niet op bij de gemeentegrenzen: we moeten er samen met partners - voor zorgen dat het stelsel dekkend is en blijft. Daarom kopen we bijvoorbeeld het grootste deel van de jeugdhulp in via de RIGG (Regionale inkooporganisatie Groninger Gemeenten). Uit de Hervormingsagenda zal blijken waar de ruimte voor de gemeenten lokaal zit. Het is waarschijnlijk dat we lichte vormen van jeugdhulp lokaal mogen organiseren. Lokaal zijn onze sociale teams een belangrijke partner. Zij voeren (anders dan de gecertificeerde instellingen en medische verwijzers) ons beleid uit. Als gemeente kunnen we invloed uitoefenen op de manier van inkopen, de keuzes voor transformatie zoals Sociale Veerkracht in de Praktijk en de toegang tot jeugdhulp via de sociale teams. Daarnaast kunnen we meedenken over de regionale en lokale vertaling van de landelijke Hervormingsagenda. De gemeentelijke invloed zit voornamelijk in lichte preventieve vormen van ondersteuning, (de kwaliteit en inrichting van) het sociale team, het integraal benaderen van vraagstukken en het meten van effectiviteit.

Waar gaan we ons vooral op richten? Wij kiezen de komende periode voor de volgende acties: De gemeente werkt al sinds 2019 volgens de visie Sociale Veerkracht in de Praktijk. We willen nu nog steviger inzetten op preventie en daarvoor plannen ontwikkelen. Zo willen we voorkomen dat kinderen en jongeren in de jeugdzorg terecht komen. Voor kinderen of jongeren die toch in de jeugdzorg terecht dreigen te komen, moet er sneller een interventie plaatsvinden. Zo kunnen we voorkomen dat er zware en ingewikkelde trajecten moeten worden ingezet. De aanpak van armoede (zie thema 1) is heel belangrijk voor kinderen en jongeren. Door armoede en financiële problemen aan te pakken, kunnen we de gevolgen daarvan voor kinderen en jongeren beperken en zo voorkomen dat gezinnen een (langdurig) beroep op jeugdhulp doen. Ook is er een belangrijke relatie met Verduurzaming (thema 3) en Betaalbare woningen (thema 4). Wie zijn onze gesprekspartners? De belangrijkste partners zijn: Andere Groninger gemeenten Jeugdhulpaanbieders Onderwijsinstellingen Belangenorganisaties van cliënten Sociale teams GGD

Thema 3

Energietransitie en duurzaamheid

Wat is de maatschappelijke opgave? Klimaatverandering, het verminderen van de CO2-uitstoot en energietransitie zijn belangrijke thema’s in onze samenleving. Zeker omdat deze thema’s de inwoners van Midden-Groningen meer dan gemiddeld raken. Het kost veel geld om van het aardgas af te gaan; geld dat veel inwoners van Midden-Groningen niet kunnen opbrengen, terwijl ze wel graag van het aardgas af willen. Omdat ze de torenhoge energierekeningen niet kunnen betalen én omdat de gaswinning grote gevolgen heeft voor de provincie Groningen. Gevolgen die de Midden-Groningers dagelijks voelen en meemaken: de aardbevingen met de daarbij behorende schade, de achterblijvende versterkingsopgave en de tekortschietende schadeafhandeling. De problemen rondom de gaswinning en energietransitie zijn groot en worden snel groter en urgenter. Voor de korte termijn wordt de urgentie vooral bepaald door de stijgende energielasten. Daarnaast hebben de nationale en lokale overheden de opgave om 55% CO2 te reduceren in 2030 (nationaal klimaatbeleid) en heeft de provincie Groningen in RES-verband (Regionale Energie Strategie) vastgelegd dat zij 5,7 TWh aan duurzame energie op land zal opwekken in 2030. Om de 55% CO2reductie in 2030 te halen heeft de nationale overheid vijf Klimaattafels ingericht: 1) elektriciteit, 2) industrie, 3) gebouwde omgeving, 4) landbouw en landgebruik, en 5) mobiliteit.

In Klimaattafel 4 (landbouw en landgebruik) zien we kansen om het thema ‘circulaire economie’ verder in te vullen. Voor de gemeente Midden-Groningen liggen op de Klimaattafel 3 (gebouwde omgeving) de grootste uitdagingen omdat daar in onze gemeente de meeste energie omgaat. Daarom willen we een warmtetransitie realiseren. Daarmee bedoelen we dat we een oplossing moeten vinden voor de problemen die ontstaan als gevolg van het overbelaste elektriciteitsnet. Dit probleem overstijgt echter de invloed van de gemeente. Wat we wel kunnen doen is met de netbeheerder in gesprek blijven over ontwikkelingen die we deels kunnen beïnvloeden. Bijvoorbeeld door de elektrificatie van de industrie, de voertuigenvloot en de gebouwde omgeving zo goed mogelijk op elkaar, en op de beschikbare ruimte op het elektriciteitsnet, af te stemmen. We kunnen die plannen over de tijd spreiden en kijken op welke locaties meer of minder ruimte is op het elektriciteitsnet voor specifieke ontwikkelingen. De belangrijkste doelstelling in de energietransitie voor Midden-Groningen voor de komende jaren staat in de Transitievisie Warmte (TVW): de reductie van 10 miljoen m3 aardgas in de woningvoorraad van Midden-Groningen in 2030. Dit betreft 50% minder gebruik van aardgas in de woningen in MiddenGroningen ten opzichte van 2021.

Om deze klimaatdoelstellingen te kunnen halen is er de komende jaren fors werk aan de winkel. Met een belangrijke rol voor de centrale, regionale én lokale overheid. Samenwerking met de vele betrokkenen in het veld is hierbij cruciaal. Ook moeten we werken aan draagvlak van onderop. De overheid moet hier maximaal op inzetten. Voor de uitvoering van het Klimaatakkoord heeft de nationale overheid extra geld beschikbaar gesteld. In onze begroting zijn daarvoor gelabelde middelen opgenomen. We verwachten die aanvullende middelen de komende jaren te ontvangen. Maar ook met die extra middelen blijft de uitdaging zeer groot.

20

21

Wat doen we al? Midden-Groningen heeft in november 2021 de Transitievisie Warmte (TVW) vastgesteld. Hiermee hebben we onszelf de doelstelling opgelegd in 2030 in de woningvoorraad van Midden-Groningen 10 miljoen m3 aardgas minder te gebruiken dan in 2021. Daarnaast heeft Midden-Groningen een zonneparkenbeleid vastgesteld: de doelstelling in dit beleid is de aanleg van 600 ha zonneparken in 2025. In het kader van het PAW (Programma Aardgasvrije Wijken) lopen in een aantal wijken projecten om van het aardgas af te gaan: ‘Gasvrij Gorecht’ en ‘Gasvrij Steendam Tjuchem’. Voor deze projecten hebben we projectgebonden subsidies ontvangen. Beide projecten zijn (deels) in de uitvoeringsfase. Daarnaast ontwikkelen we in Lageland en Kiel-Windeweer gelijksoortige projecten, samen met de inwoners en inwonersorganisaties. Het gaat hier om planontwikkeling ‘van onderop’: door de bewoners gedragen wijkuitvoeringsplannen. Ook voeren we een aantal regelingen uit, of hebben deze recent afgesloten: de Regeling Reductie Energiegebruik (RRE; afgesloten), de Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW; in uitvoering) en de Specifieke Uitkering Energiearmoede (SPUK Energiearmoede; voorbereidingen voor de uitvoering). De kern van deze regelingen is dat we huishoudens met lagere inkomens ondersteunen bij het nemen van eenvoudige energiebesparende maatregelen.

Voor al deze regelingen hebben we subsidie gekregen door aanvragen of via de gemeentelijke begroting. Deze budgetten zijn gelabeld in de gemeentelijke begroting. Wat kunnen we doen? De maatschappelijke opgave is groot, en de doelstellingen die zijn opgenomen in nationaal, regionaal en lokaal beleid zijn ambitieus. De gemeente kan en moet haar rol pakken om deze doelstellingen te bereiken. Wel moeten we erkennen dat de rol en invloed van de gemeente beperkt is. Wat kan de gemeente wel doen? Problemen signaleren en deze problemen, liefst inclusief oplossingen, kenbaar maken bij het Rijk. Duurzame initiatieven vanuit de samenleving, vanuit de dorpen en wijken, ondersteunen. Individuele inwoners helpen bij het maken van plannen voor verduurzaming en hen helpen bij het uitvoeren van deze plannen. Initiatieven ondersteunen en inwoners bij de hand te nemen bij de zoektocht naar subsidies, regelingen en andere vormen van ondersteuning. Subsidies en leningen aanbieden om investeringen in duurzame maatregelen te bevorderen. Bij deze initiatieven lopen we wel tegen een aantal dilemma’s aan: Een van de grootste dilemma’s is dat de grootste winst in de CO2-reductie te behalen is in de woningvoorraad van de woningcorporaties en in de koopwoningen van bewoners die de investeringen in energiebesparende maatregelen en investeringen die nodig zijn voor de warmtetransitie, niet kunnen betalen.

Hier ligt voor Midden-Groningen de grootste uitdaging. Er is sprake van een mismatch in de planning van de versterkingswerkzaamheden en de noodzakelijke verduurzamingsinvesteringen. Het uitvoeren van de gewenste

22

verduurzamingsmaatregelen betekent dat we pas op de plaats moeten maken bij het uitvoeren van de versterkingswerkzaamheden. Het gebrek aan afstemming tussen de werkzaamheden leidt tot frustraties bij bewoners en tot kapitaalvernietiging. De ruimte die de gemeente nodig heeft voor de energietransitie (bijvoorbeeld het aanleggen van zonneparken) is gedeeltelijk dezelfde als de ruimte die we nodig hebben voor woningbouw en landbouw. Dit vraagt om een integrale benadering van deze vraagstukken. Daarom krijgt deze integrale afweging een plek in de omgevingsvisie van Midden-Groningen waaraan we nu werken. Voor veel inwoners van Midden-Groningen is de torenhoge energierekening een groot probleem: hoe kom ik rond en hoe kan ik mijn rekeningen betalen? Dat maakt de energietransitie onderdeel van het armoedebeleid (thema 1) omdat er overlap is met andere oorzaken en vormen van armoede en schuldenproblematiek. Waar gaan we ons vooral op richten? De stijgende energielasten voor de inwoners en de hoge kosten van energiebesparende maatregelen zijn belangrijk aspecten die bij dit thema naar voren komen. Ook hierbij speelt, net als bij armoede (thema 1) dat inwoners niet altijd weten dat er regelingen en voorzieningen zijn waar ze een beroep op kunnen doen en hoe ze daar aanspraak op kunnen maken.

Daarom kiezen wij ervoor om in te zetten op: Het ondersteunen van inwoners bij het maken van plannen voor verduurzaming en het uitvoeren van deze plannen. Het ondersteunen van initiatieven en inwoners bij de zoektocht naar subsidies, regelingen en mogelijke andere ondersteuning. Inwoners zo concreet mogelijk helpen bij het aanvragen van deze voorzieningen. Wie zijn onze gesprekspartners? De woningcorporaties De energiecoöperaties De GrEK (Groninger Energiekoepel) Enexis Dorpsvertegenwoordigende organisaties.

Thema 4

Beschikbare en betaalbare woningen voor de diverse doelgroepen in de samenleving

Wat is de maatschappelijke opgave? Minister De Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) wil met de Nationale Woon-en Bouwagenda het landelijke tekort aan woningen in tien jaar wegwerken. Aan deze agenda zijn de volgende doelen gekoppeld: Voldoende woningen voor iedereen (beschikbaarheid). Woonlasten sluiten beter aan bij het inkomen (betaalbaarheid). Duurzame woningen die passen bij levensfase en behoeften (kwaliteit). Verbeteren van de leefbaarheid van wijken (kwaliteit).

23

De Nationale Woon- en Bouwagenda is uitgewerkt in zes programma’s: Programma woningbouw. Programma ‘Een thuis voor iedereen’. Programma betaalbaar wonen. Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving. Leefbaarheid & veiligheid. Wonen en zorg voor ouderen (verwacht in september 2022). De minister bereidt wetgeving voor om de regie op de volkshuisvesting te pakken: de ‘Wet versterking regie volkshuisvesting’. Niet alleen het Rijk, maar ook provincies krijgen een grotere rol in de volkshuisvesting. Gemeenten merken dit nu al bij de uitvoering van het programma woningbouw: het Rijk maakt prestatieafspraken met de provincies over nieuwbouw, de provincies maken prestatieafspraken met gemeenten of - zoals in Groningen – met woningmarktregio’s. In ons geval de Regio Groningen-Assen (RGA) en de regio Oost-Groningen (voor de voormalige gemeente Menterwolde). De woonopgave voor Midden-Groningen is groot en gaat niet alleen over voldoende, beschikbare en betaalbare woningen voor onze (toekomstige) inwoners, maar ook over vernieuwing en leefbaarheid van buurten en wijken. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw zijn veel woningen gebouwd. Een deel van deze woningvoorraad is verouderd en sluit onvoldoende aan bij de woonwensen en woonbehoeften. Ook als het om energieverbruik gaat zijn veel woningen uit die bouwperiode slecht.

De gemeente heeft een trekkersrol bij de herstructurering en verduurzaming van buurten en wijken en werkt daarbij samen met alle betrokkenen: corporaties, marktpartijen, maatschappelijke organisaties en bewoners(organisaties). Een punt van zorg bij het oppakken van de nieuwbouw- en herstructureringsopgave zijn de personeelstekorten in de bouwsector, de prijsstijgingen van en de schaarste aan materialen. Daarnaast zijn de sterk gestegen en nog steeds stijgende energieprijzen van grote invloed op de bestedingsruimte van veel huishoudens. Dit zijn ontwikkelingen waar wij als gemeente geen invloed op hebben, maar wel de gevolgen van merken. Het is duidelijk dat de woningmarkt compleet gewijzigd is ten opzichte van vijf jaar geleden. De Woonvisie is op onderdelen niet meer actueel. Daarom is het belangrijk om eerst opnieuw een woningmarktonderzoek te doen en op basis van de meest actuele inzichten bij te sturen. Dit onderzoek wordt, in opdracht van de gemeente, de woningcorporaties (Lefier, Groninger Huis en Woonzorg Nederland) en de huurderorganisaties (Huurdersraad HS, SBS en Stichting HAG) uitgevoerd door bureau KAW uit Groningen. Wat doen we al? 1 Zorgen voor voldoende en bij de vraag passende woningen De woningmarkt is sinds 2019 veranderd. De vraag naar woningen is toegenomen. Recente regionale woningmarktonderzoeken van de RGA en de regio Oost-Groningen bevestigen dit.

Er is ruimte voor een netto toevoeging van ongeveer 1.350 woningen in de periode 2021-2030. Er zijn ook plannen voor nieuwbouw in voorbereiding en in uitvoering, vaak met een integrale aanpak. Bijvoorbeeld: in maart 2022 is het bestemmingsplan voor de Tolweg fase 2 vastgesteld; in

24

Harkstede wordt flink gebouwd in het Eilandrijk; in Sappemeer is de IJsbaanlocatie volop in aanbouw en wordt Vosholen fase 2 ontwikkeld. Ook werken we aan een gebiedsgerichte aanpak van Noorderpark in Hoogezand en een visie voor Harkstede-Meerstad. Ons eigen woningmarktonderzoek moet de woningbehoefte en woningvraag in de gemeente beter duiden. Het onderzoek zal inzicht geven in de woonwensen en de behoeften van (toekomstige) inwoners. Dat levert handvatten op voor een actualisatie van het woonbeleid en het woningbouwprogramma als het gaat om nieuwbouw, transformatie en herstructurering in de verschillende kernen en voor verschillende doelgroepen, en voor het invoeren van opkoopbescherming (conform een motie van de vorige raad). Opkoopbescherming draagt bij aan een sterkere positie van starters en middeninkomens op de woningmarkt. 2 Betaalbare woningen voor financieel kwetsbare huishoudens In Midden-Groningen wonen relatief veel huishoudens met lage inkomens. Niet alleen in de sociale huursector, maar ook in koopwoningen. Woningen die vaak veel energie verbruiken. Deze huishoudens lopen financiële risico’s omdat zij te maken krijgen met stijgende kosten voor energie, maar ook voor voedsel. Allebei een gevolg van de oorlog in Oekraïne. Lage inkomensgroepen worden hierdoor het hardst geraakt.

De sociale huursector (corporaties, huurderorganisatie en gemeente) hebben hierover in 2021 kaderafspraken gemaakt over betaalbaarheid, financiële ondersteuning, beschikbaarheid en verduurzaming. In de goedkope koopsector is het belangrijk om het energiegebruik te verminderen om zo het wonen betaalbaar te houden. Hier ligt een raakvlak met het energietransitie en duurzaamheid (thema 3). 3 Wonen en zorg voor de groeiende groep ouderen Het aantal en aandeel 75+-huishoudens neemt toe. Daarmee neemt ook de vraag toe naar levensloopbestendige woningen, zorgwoningen en allerlei woonvormen daar tussenin. Er komt een ’10-puntenplan wonen & zorg’ als opmaat voor een integrale woonzorgvisie (verplicht vanaf 1 januari 2024). Het woningmarktonderzoek zal ook hiervoor meer inzicht geven in de behoefte aan wonen met zorg in de verschillende kernen. 4 Verduurzaming van woningen die veel energie verbruiken De noodzaak om te verduurzamen wordt steeds groter, maar de betaalbaarheid wordt een steeds groter probleem voor huishoudens met lagere inkomens. Er is geen spaargeld en geld lenen is geen optie. Dit is een dilemma en een grote opgave in de gemeente. Het aandeel woningen met energielabel E, F of G is 21,8% (bron: www.waarstaatjegemeente.nl). De corporaties nemen de verantwoordelijkheid voor verduurzaming van hun woningbezit.

Landelijk is afgesproken dat er uiterlijk 1 januari 2028 geen woningen meer zijn met een E, F of G label. Het probleem is dat veel woningeigenaren in goedkope koopwoningen met een slecht energielabel de hiervoor noodzakelijke verduurzaming niet kunnen betalen. Dat

25

kunnen we voor een deel opvangen met geld uit het Volkshuisvestingsfonds en met gemeentelijke cofinanciering. Zo kunnen tot 2031 ongeveer 730 woningen in kwetsbare buurten in Hoogezand worden verduurzaamd. Maar dit is maar een beperkt deel van onze gemeente. Ook in andere dorpen in onze gemeente is dit een probleem. Nog in 2022 starten we met een langjarig project op om eigenaren te ondersteunen. Punt van aandacht is de gemeentelijke cofinanciering van € 4,8 miljoen. Dat geld zou uit het NPG kunnen komen, maar de gemeente moet scherpe keuzes maken als gevolg van de voorgenomen koerswijziging door het NPG-bestuur: er gaat mogelijk meer geld naar regionale ‘baanbrekers’ en dit zou kunnen betekenen dat er lokaal minder geld beschikbaar is. In de regio Oost-Groningen wordt gewerkt aan de uitvoering van de RegioDeal. Een van de projecten richt zich op het stimuleren en ondersteunen van woningeigenaren bij de verduurzaming van hun woning. Hiervoor is de ‘klantreis’ ontwikkeld. Wat kunnen we doen? De overheid moet bevorderen dat er voldoende woongelegenheid is (artikel 22 Grondwet). Gemeenten hebben een sturende rol als het gaat om wonen. De raad stelt het beleid vast, het college voert uit. In de Woonvisie komen in principe alle aspecten van het wonen aan bod: kwantiteit, kwaliteit, locaties, woonruimteverdeling, doelgroepen, de rol van woningcorporaties.

De Woonvisie is een belangrijk sturingsinstrument. In de Woningwet is vastgelegd dat corporaties een bod op doen op de gemeentelijke Woonvisie. Dit bod is de basis voor prestatieafspraken tussen gemeente, corporaties en huurderorganisaties. Tot nu toe oefent de provincie via het ruimtelijk beleid invloed uit op het gemeentelijk woonbeleid. In de provinciale omgevingsverordening is vastgelegd dat gemeenten in woningbouwregio’s woningbouwafspraken maken. Midden-Groningen maakt woningbouwafspraken in de RGA en Oost-Groningen. Waar gaan we ons vooral op richten? Inwoners betrekken bij het woningmarktonderzoek. Dat willen we doen door samen met het college thema-avonden en werkbezoeken organiseren waar we verschillende onderwerpen - met ondersteuning van experts/professionals - aan bod laten komen. Onderwerpen als doelgroepen, locaties, aanbod en betaalbaarheid. De inzichten die we hier opdoen verankeren we onder meer in een update van de Woonvisie. Plannen ontwikkelen die zorgen dat de doorstroming op de woningmarkt wordt verbeterd, zodat er betere woningen beschikbaar komen voor de juiste doelgroepen. Zorgen voor betaalbare woningen, vooral aan de onderkant van de woningmarkt. Zorgen voor meer betaalbare woningen door de doorstroming te bevorderen, waardoor goedkopere woningen sneller vrijkomen voor diegenen die daarop aangewezen zijn.

Betaalbaarheid wordt ook beïnvloed door verduurzaming omdat zo de energiekosten voor de bewoners dalen. Doorstroming bevorderen door het aanbod van de juiste voorzieningen. Die voorzieningen kunnen het voor mensen aantrekkelijk te maken om door te stromen naar een woning die beter past is bij hun levensfase.

26

Een integraal plan maken om de beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen voor de diverse doelgroepen te verbeteren. Daarbij willen we ook onderzoeken in hoeverre het mogelijk is om het onderwijs beter te laten aansluiten bij de werkgelegenheid en bij werk & leerbedrijven. Wie zijn onze gesprekspartners? Huurderorganisaties van corporaties Wijk- en dorpsraden Zorg- en welzijnsorganisaties Seniorenraad Projectontwikkelaars/bouwbedrijven

3.3 Randvoorwaarden voor de uitvoering van deze thema’s Integrale aanpak Als we naar de vier thema’s kijken zien we een duidelijke rode draad: de sociale gevolgen van de verschillende problemen voor de verschillende doelgroepen zijn in veel gevallen vergelijkbaar. Hoe houd ik een dak boven mijn hoofd? Hoe zorg ik voor mijn kinderen? Om te zorgen dat de gekozen oplossingen elkaar niet bijten, maar juist aanvullen, is het belangrijk om de thema’s in samenhang te bekijken en aan te pakken. Daarom investeert de raad in een integrale benadering gericht op het verbeteren van leefbaarheid en kansengelijkheid. Dat is de focus van het Raadswerkprogramma. Dat betekent niet dat die aanpak altijd breed of allesomvattend moet zijn. Er kan juist ook gekozen worden voor een initiatief dat gericht is op één van de wijken in Midden-Groningen of op één specifieke doelgroep. We stimuleren deze aanpak door hulp te bieden bij het aanboren van al beschikbare budgetten, bij het effectiever inzetten van budgetten door een integrale werkwijze, planning, etcetera, en door het wegnemen van (juridische) drempels. Een belangrijk speerpunt in onze aanpak is de energietransitie voor mensen met sociale problemen (armoede, schulden, (jeugd)zorg, etcetera). Ook hier kan het gaan om een wijkaanpak rondom armoede of het organiseren van hulp voor een specifieke doelgroep.

Participatie Het gaan om de inwoners. Dat is het uitgangspunt van deze raad. Daarom vinden we het belangrijk om bij het uitvoeren van het Raadswerkprogramma goed te luisteren naar signalen uit de samenleving en te zorgen voor verbinding, tussen raad en inwoners, tussen mensen en thema’s. In de vorige raadsperiode is de raad al bezig geweest met het thema participatie. Er is onder andere een QuickScan gedaan naar de staat van onze lokale democratie. Hieruit zijn actiepunten naar voren gekomen die we deze raadsperiode ook oppakken. Dat doen we onder andere door begin 2023 een

27

Participatienota en een participatieverordening vast te stellen. Ook hierbij is onze missie die we hebben geformuleerd in het Raadsakkoord, leidend. Concreet betekent dit: We maken bij alle besluitvorming de verschillende belangen inzichtelijk, van het algemeen belang tot de belangen van specifieke groepen of inwoners. We versterken het vertrouwen in de lokale overheid door de Midden-Groningers bij onze plannen en besluiten te betrekken en hen de mogelijkheid te bieden hierin in hun eigen buurt- en leefomgeving een actieve rol te spelen. We zetten ons in om moeilijk bereikbare groepen tot participatie te verleiden. Bij deze participatie vinden wij het erg belangrijk om duidelijk te zijn over wat men kan verwachten: wat is het speelveld, wanneer kun je waarover meepraten, wanneer heb je invloed? We richten ons niet alleen op de dorps- en wijkorganisaties, maar gaan ook het gesprek aan met andere groepen die representatief zijn voor onze inwoners. We weten dat we het niet iedereen naar de zin kunnen maken, daarom is het belangrijk om helder te communiceren. De komende periode gaan we met elkaar uitdiepen hoe we dit in de praktijk gaan doen.

Financiën Voor het uitvoeren van het Raadsakkoord en Raadswerkprogramma is een gezonde financiële basis essentieel. Met een gezonde en solide financiële basis kunnen we onze ambities waarmaken en de uitdagingen aanpakken. Dat vinden wij allemaal een belangrijke voorwaarde. Dat betekent niet dat er geen keuzes meer gemaakt moeten en kunnen worden. De raad bespreekt die keuzes bij de behandeling van de programmabegroting, de jaarrekening, de voorjaarsnota en de najaarsnota. De raad heeft in de raadsvergadering van 14 juli 2022 voor de jaren 2022 – 2026 jaarlijks een stelpost opgenomen van 500.000 euro voor het betrekken van de inwoners bij de uitwerking en de invoering van het raadswerkprogramma.

‘‘Met een gezonde en solide financiële basis kunnen we onze ambities waarmaken en de uitdagingen aanpakken’’

28

29

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12807363/1