03. Project-mer-beoordeling
Tekst van het document
Memo Opdrachtgever:
Gemeente Midden-Groningen
Onderwerp:
project-mer-beoordeling woningbouw Hoofdewg 200 te Slochteren
Datum:
14 februari 2025
Auteur:
BugelHajema Adviseurs
1.
Inleiding
1.1
PLANIDEE EN PLANLOCATIE
Projectnummer:
P002566
Het project betreft het realiseren van 4 woningen op de voormalige schoollocatie aan de Hoofdweg 200 te Slochteren. Het project is niet passend in het huidige omgevingsplan. De wijziging heeft betrekking op het wijzigen van de functie ''Maatschappelijk - Onderwijs'' naar de functie ''Wonen''. Het wijzigingsbesluit heeft betrekking op het kadastrale perceel 2507.
Figuur 1: Grens wijzigingsbesluit
1.2
AANLEIDING
In het kader van het Scholenprogramma zijn veel basisscholen verhuisd naar nieuwgebouwde kindcentra. Veel oude schoolgebouwen zijn daardoor leeg komen te staan. In het kader van het Programma vrijkomende (school)locaties worden deze gebouwen veelal gesloopt en wordt aan deze percelen een nieuwe functie toegekend. Gelet op de grote woningbouwopgave die de gemeente Midden-Groningen heeft voor de komende jaren zal aan deze percelen veelal een woonfunctie worden toegekend. Zo ook aan het hierboven genoemde perceel. Het gemeentelijk omgevingsplan van Midden-Groningen bestaat vooralsnog uit het omgevingsplan van rechtswege. Voor deze locatie is dit het geldende bestemmingsplan en de bruidsschat. De geplande woningbouw past niet binnen het huidige ruimtelijke kader, dat nu op de voormalige maatschappelijke functie is gericht. Hiervoor moet het planologisch regime gewijzigd worden, dan wel moet hierop worden afgeweken. Er is gekozen voor een realisatie via een wijziging van het omgevingsplan. De wijziging heeft betrekking op het wijzigen van de huidige maatschappelijke functie naar een nieuwe woonfunctie. Het opstellen van een project-mer-beoordeling is hiervoor noodzakelijk. De activiteit die hierbij mogelijk zal worden gemaakt, valt onder onderdeel J11 van bijlage V van het Omgevingsbesluit.
Onderdeel J11 betreft: ‘stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen’. Voor dit onderdeel zijn geen drempelwaarden opgenomen, maar wordt in kolom 2 vermeld ‘Niet van toepassing’. Dat betekent dat voor die projecten geen directe project-mer-plicht geldt. Of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, hangt af van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Omdat het project zal leiden tot een gehele functiewijziging van het plangebied, waarbij een maatschappelijke bestemming wordt getransformeerd naar woningen, is het opstellen van een project-mer beoordeling noodzakelijk. 1.3
INITIATIEFNEMER EN BEVOEGD GEZAG
De gemeente Midden-Groningen is de initiatiefnemer in het op gang brengen van deze ontwikkeling en heeft opdracht gegeven voor het opstellen van de wijziging van het Omgevingsplan, waar deze project-mer-beoordeling onderdeel van uit maakt. Gemeente Midden-Groningen is daarnaast ook het bevoegd gezag. 1.4
PLANOLOGISCHE INPASSING
Het gemeentelijk omgevingsplan van Midden-Groningen bestaat vooralsnog uit het omgevingsplan van rechtswege. Voor deze locatie is dit het geldende bestemmingsplan en de bruidsschat. Op grond van het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Slochteren-Schildwolde' (vastgesteld op 28 juni 2012) heeft de locatie de volgende bestemmingen en aanduidingen:
datum 14-02-2025
projectnummer P002566
2
−
Maatschappelijk – Onderwijs, met bouwvlak en maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4,5 en 8,5 m;
−
Waarde – Archeologie 2;
−
wro-zone – ontheffingsgebied – dh.
Dit juridisch-planologisch regime is niet passend voor de beoogde ontwikkeling. Daarom zal een wijziging op het omgevingsplan worden vastgesteld, waarmee een nieuw en passend juridisch-planologisch kader voor het toekomstig gewenst gebruik en het bouwen wordt geboden. 1.5
PROCEDURELE ASPECTEN1
Het bevoegd gezag beslist over de project-mer-beoordeling (wel/niet een MER maken). Dat is de merbeoordelingsbeslissing. Deze moet binnen 6 weken na ontvangst van de mededeling worden genomen. Zie hiervoor artikel 11.11, lid 2, van het Omgevingsbesluit. Uitkomst mer-beoordeling: er moet een mer gemaakt worden Als het project mogelijk aanzienlijke milieueffecten kan hebben, dan beslist het bevoegd gezag dat er een mer nodig is. De initiatiefnemer heeft een aanmeldnotitie ingediend voorafgaand aan de aanvraag Het bevoegd gezag beslist over de mer-beoordeling en stuurt het besluit met de motivering schriftelijk naar de aanvrager. De aanvrager wordt gewezen op bezwaar en beroepsmogelijkheden. Er moet eerst een MER worden uitgevoerd voordat het bevoegd gezag kan beslissen over de aanvraag. Totdat het MER is opgesteld en ingediend, laat het bevoegd gezag een eventuele aanvraag buiten behandeling. Het bevoegd gezag neemt de beslissing op de mer-beoordeling en de motivering ook op in het (ontwerp)besluit. De initiatiefnemer heeft de aanmeldnotitie en aanvraag samen ingediend Het bevoegd gezag beslist over de mer-beoordeling en wijst de aanvraag af, omdat er geen MER bij de aanvraag zit (artikel 16.49, lid 4 Omgevingswet). Het bevoegd gezag stuurt het besluit met de motivering schriftelijk naar de aanvrager. De motivering van de beslissing wordt opgenomen in het besluit.
Uitkomst mer-beoordeling: er hoeft geen mer gemaakt te worden Als aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten, beslist het bevoegd gezag dat er geen mer nodig is. De initiatiefnemer heeft een aanmeldnotitie ingediend voorafgaand aan de aanvraag
1
https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/milieueffectrapportage/project-mer-beoordeling/
datum 14-02-2025
projectnummer P002566
3
Het bevoegd gezag beslist over de mer-beoordeling en stuurt het besluit met de motivering schriftelijk naar de aanvrager. Het bevoegd gezag neemt de bijbehorende motivering later op in het (ontwerp)besluit. De initiatiefnemer heeft de aanmeldnotitie en aanvraag samen ingediend Het bevoegd gezag neemt het resultaat van de project-mer-beoordeling met de motivering op in het (ontwerp)besluit op de aanvraag. Dit staat in artikel 11.11, lid 2, van het Omgevingsbesluit. 1.6
INHOUDELIJKE EISEN AAN DE MER-BEOORDELING
In de beoordeling worden de milieueffecten van het voornemen beschreven. In de praktijk wordt de beoordeling vaak in de vorm van een aparte notitie geschreven (aanmeldnotitie). Deze beoordeling is vormvrij, maar er zijn wel eisen aan de inhoud. Deze eisen in bijlage III bij de mer-richtlijn zijn omgezet naar artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit. Een mededeling moet een beschrijving bevatten van: •
het project: de fysieke kenmerken en de locatie;
•
de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project;
•
wanneer die informatie beschikbaar is: de mogelijk aanzienlijke effecten door verwachte residuen, emissies en productie van afvalstoffen en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen.
In de beoordeling kan ook een beschrijving opgenomen worden van de kenmerken van het voorgenomen project. En van de voorgenomen maatregelen, om mogelijk aanzienlijke effecten te beperken of te voorkomen. Een mer is dan niet nodig, zie artikel 11.10, lid 3, van het Omgevingsbesluit. Het bevoegd gezag beoordeelt de informatie uit de mededeling en houdt bij de mer-beoordeling rekening met de criteria uit Bijlage III van de Europese mer-richtlijn (2011/92/EU2). De initiatiefnemer levert deze informatie vaak aan bij het bevoegd gezag. De 3 hoofdcriteria zijn: 1.
de kenmerken van het project;
2.
de plaats van het project;
3.
de kenmerken van de potentiële effecten.
2. Beoordeling
2
https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/2011/92
datum 14-02-2025
projectnummer P002566
4
Criteria
Beschrijving van mogelijke effecten
Noodzaak m.e.r.-procedure
Hoofdthema 1: Kenmerken van het project A.
De omvang en het ont-
J.11 ‘stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw
werp van het gehele pro-
van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen’. Voor dit
ject.
onderdeel zijn geen drempelwaarden opgenomen maar wordt
Nee
in kolom 2 vermeld ‘Niet van toepassing’. B.
De cumulatie met andere
In de directe omgeving zijn geen andere ontwikkelingen voor-
projecten.
zien. Er is in die zin dan ook geen sprake van cumulatie van ef-
Nee
fecten met andere projecten. C.
Gebruik van natuurlijke
Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van reali-
hulpbronnen.
satie van de gebouwde omgeving zal in principe plaatsvinden op
Nee
een conventionele manier en geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een MER zou moeten worden uitgevoerd. Reguliere woonbebouwing wordt doorgaans gerealiseerd met onder meer steenachtige materialen, beton, staal, glas en hout. Het gaat hierbij om grondstoffen die niet bijzonder schaars zijn. D.
De productie van afval-
Afvalstoffen komen vrij en/of ontstaan als gevolg van normaal
stoffen.
gebruik van bebouwing. Bouwafval kan bij de aanleg - evenals
Nee
afval in de gebruiksfase - op de gebruikelijke wijze worden ingezameld en verwerkt. Het gaat hierbij om afvalsoorten die geschikt zijn voor hergebruik. Over het algemeen kan ruim 90% van het bouwafval worden ingezet als grondstof voor nieuwe producten. Het is daarom essentieel om bouwafval goed te scheiden. Dit begint op de bouwplaats. E.
Verontreiniging en hinder.
Aanlegfase: enkel tijdens de bouw.
Nee
Gebruiksfase: er vindt toename van verkeer als gevolg van het planvoornemen met consequenties voor geluid en luchtkwaliteit in de directe omgeving van de planlocatie plaats, maar dit leidt, gelet op de afstand tot omliggende functies, niet tot relevante milieueffecten. Gelet op de omvang van het plan draagt het planvoornemen namelijk slechts in ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtkwaliteit. Een eventuele toename van stikstofdepositie op Natura 2000gebied als gevolg van het planvoornemen is middels een Aeriusberekening in beeld gebracht. Hieruit komt naar voren dat significant negatieve effecten kan worden uitgesloten.
datum 14-02-2025
projectnummer P002566
5
Criteria
Beschrijving van mogelijke effecten
Noodzaak m.e.r.-procedure
De milieueffecten die vanuit de omgeving op het plangebied optreden (zoals geluidhinder vanwege wegverkeerslawaai en functies in de directe omgeving) zijn bestudeerd. Hierbij is geen sprake van schadelijke effecten. Bij de woningen kan worden voldaan aan het binnenniveau. F.
Het risico van zware onge-
Binnen en nabij het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen
vallen
gelegen
en/of
rampen,
waarvan
een
plaatsgebonden
risicocontour
Nee
of
waaronder rampen door
invloedsgebied van het groepsrisico over het plangebied gesitu-
klimaatverandering.
eerd is. Met het planvoornemen worden geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt.
G.
Risico’s voor de menselijke
Het planvoornemen maakt geen ruimtelijke ontwikkeling moge-
gezondheid.
lijk met effecten op de volksgezondheid (zoals hinderveroorza-
Nee
kende objecten/activiteiten). Hoofdthema 2: Plaats van het project A.
Het bestaande (en goed-
Het plangebied betreft een voormalige schoollocatie. In het
gekeurde) grondgebruik.
plangebied bevond zich het schoolgebouw van de Vereniging
Nee
voor Christelijk Onderwijs in Midden- en Oost-Groningen. Het gebouw is inmiddels gesloopt. B.
Relatieve rijkdom aan en
Het plangebied heeft beperkte ecologische waarde. Gebieden
de kwaliteit en het regene-
met hogere natuurwaarden zoals Natura 2000-gebied, liggen op
ratievermogen van de na-
afdoende afstand van het plangebied en worden niet negatief
tuurlijke hulpbronnen van
beïnvloed. Er bestaat namelijk geen directe ecologische relatie
het gebied.
tussen het plangebied, de aard van het project en de soorten
Nee
waarvoor het Natura 2000-gebied als beschermd natuurgebied is aangewezen. Een AERIUS-berekening bevestigt daarnaast dat geen toename ontstaat van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. C.
Het
opnamevermogen
Ten behoeve van het project zijn ecologische onderzoeken uit-
van het natuurlijke milieu,
gevoerd. Uit de ecologische toetsing komt naar voren dat in het
met in het bijzonder aan-
plangebied zich geen strikt beschermde dier- of plantensoorten
dacht voor gevoelige ge-
bevinden die door de voorgenomen werkzaamheden wezenlijk
bieden.
kunnen worden beïnvloed. In het kader van de te doorlopen pla-
Nee
nologische procedure zijn er vanuit de wet geen belemmeringen. In de directe omgeving van het plangebied komen mogelijk wel algemene kleine zoogdieren en amfibieënsoorten voor, die weliswaar beschermd zijn, maar zo algemeen, dat hun voortbestaan
datum 14-02-2025
projectnummer P002566
6
Criteria
Beschrijving van mogelijke effecten
Noodzaak m.e.r.-procedure
niet wordt bedreigd. En zullen geen effecten optreden, mits men zich houdt aan de zorgplicht. In het plangebied noch in de directe omgeving daarvan zijn jaarronde vaste rust- of verblijfplaatsen (van strenger beschermde soorten) aangetroffen; hier zijn geen effecten te verwachten. Door de voorgenomen sloopwerkzaamheden zullen voor vleermuizen geen verblijfplaatsen, vliegroutes en geen significant oppervlak aan foerageergebied worden aangetast. Er treden geen negatieve effecten op; derhalve hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000gebied of een ander gebied beschermd middels de Wet natuurbescherming. Er is geen sprake van externe werking. De voorgenomen werkzaamheden hebben om deze reden geen negatieve effecten op het functioneren van Natuurnetwerk Nederland. Hoofdthema 3: Kenmerken van het potentiële effect A.
De aard, de orde van
De effecten als gevolg van het bouwproject zullen beperkt blij-
grootte en het ruimtelijk
ven. De locatie is gelegen in de rest van de bebouwde kom en is
bereik van de effecten (bij-
reeds bebouwd geweest. De directe omgeving van de locatie be-
voorbeeld geografisch ge-
staat veelal uit andere woningen, maatschappelijke bestemmin-
bied en omvang van de
gen en lichte bedrijvigheid.
Nee
bevolking die getroffen kan worden).
Op basis van het huidige planologische regime zijn al bebouwing en stedelijke functies mogelijk in het plangebied en in de directe omgeving van het plangebied. In de directe nabijheid zijn diverse functies aanwezig. De afstand tussen de woningen die zicht kunnen hebben op de woningbouw is acceptabel en de woningen worden met een zorgvuldige architectonische uitwerking, op een goede manier ingepast in het straatbeeld. Het plangebied ligt verder op grote afstand van gebieden met beschermde natuurwaarden (zie 2B). Het bereik van het planvoornemen reikt niet tot Natura 2000-gebied.
B.
Het grensoverschrijdende
Van grensoverschrijdende milieueffecten is geen sprake.
Nee
karakter van het effect.
datum 14-02-2025
projectnummer P002566
7
Criteria
Beschrijving van mogelijke effecten
Noodzaak m.e.r.-procedure
C.
De intensiteit en de com-
De potentieel aanzienlijke effecten op de directe woon- en leef-
plexiteit van het effect.
omgeving wijzigen niet significant als gevolg van de ontwikkeling
Nee
van het plangebied. Het effect is beperkt tot het plangebied en de nabije omgeving. Relevante milieuaspecten voor onderzoek zijn erfgoed, bodem, natuurwaarden, externe veiligheid, geluidhinder, water, bedrijvenhinder en luchtkwaliteit. In de motivering van het wijzigingsbesluit is nader op deze aspecten ingegaan waaruit geen redenen blijken om aan te nemen dat sprake is van onoverkomelijke belemmeringen voor planontwikkeling op deze planlocatie. D
De waarschijnlijkheid van
De effecten duren zo lang de planlocatie voor de toekomstige
het effect, de verwachte
functie in gebruik zal zijn. De effecten zijn uitsluitend omkeer-
aanvang, de duur, de fre-
baar door het gebruik te beëindigen en de hiertoe gerealiseerde
quentie en de omkeer-
bebouwing op te ruimen. Omdat mag worden uitgegaan van een
baarheid van het effect.
duurzaam gebouwde omgeving, gaat het hierbij dan ook in ze-
Nee
kere zin om een onomkeerbare ontwikkeling. E.
F.
De cumulatie van effecten
In de directe omgeving zijn geen andere ontwikkelingen voor-
met de effecten van an-
zien. Er is in die zin dan ook geen sprake van cumulatie van ef-
dere projecten.
fecten met andere projecten.
De mogelijkheid om de ef-
Er zijn als gevolg van het planvoornemen geen effecten op de
fecten doeltreffend te ver-
omgeving te verwachten waarvoor op voorhand mitigerende
minderen.
maatregelen aan de orde zijn.
Nee
Nee
3. Conclusie In deze m.e.r-beoordeling zijn de gevolgen van de realisatie van 4 vrijstaande, grondgebonden woningen aan de Hoofdweg 200 in Slochteren. De studie is vormgegeven aan de hand van de relevante criteria die staan opgenomen in het Omgevingsbesluit en bijlage III bij Richtlijn 2014/52/EU (waarmee Richtlijn 2011/92/EU is gewijzigd). Dit betekent dat gekeken is naar de kenmerken van de activiteit, de locatie van de activiteit en de gevolgen van de activiteit voor het milieu. Het project is in zekere zin onomkeerbaar, maar heeft een relatief geringe omvang. Wanneer geen ‘belangrijke nadelige gevolgen’ bestaan voor het milieu, is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet nodig om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. Uit voorliggende motivering kan worden opgemaakt dat het gezien de aard van de activiteit en de zorgvuldigheid waarmee het plan kan worden ingepast en gerealiseerd kan worden, is uitgesloten dat de
datum 14-02-2025
projectnummer P002566
8
activiteit belangrijke nadelige gevolgen met zich mee zal brengen voor het milieu. Omdat geen sprake is van relevante effecten, zijn er geen redenen gezien die het doorlopen van een m.e.r.-procedure zinvol maken. Een m.e.r.- procedure wordt niet noodzakelijk geacht.
datum 14-02-2025
projectnummer P002566
9