CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Oplegger uitkomsten Omgevingsvisie traject en vervolg

Raadsvergadering 9 maart 2023, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Uitkomsten participatietraject en vervolg Omgevingsvisie6.715 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oplegger uitkomsten participatietraject en vervolg Omgevingsvisie

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

Pag. 2

Inleiding

3

Deel 1 Korte actualisatie opgaven en kansen voor Midden-Groningen Actualisatie opgaven, trends en ontwikkelingen Opgaven mondiaal, landelijk, provinciaal/regionaal Kansen via RGA, Strategische Agenda Groningen (STAG) en NPG Gemeentelijke beleidskaders

4

Uitkomsten van het participatietraject Proces Gespreksavonden in zes gebieden en online enquête Expertbijeenkomsten Extra ingeplande terugkoppelavond Waardenkaart

6

7

Uitkomsten per thema Wonen, Zorg, Klimaat, Energie. Werk & bedrijvigheid en Platteland Bijvangsten: samenwerking inwoners en gemeente en buurgemeenten

8

Hoe verhouden de uitkomsten zich tot de trends en ontwikkelingen? Waar schuurt het? Wat kunnen we concluderen?

10

Deel 2 Vervolg Waar gaat de Omgevingsvisie wel en niet over? Wat hoort er wel en niet in? Aandachtspunten strategisch ontwikkeldocument versus participatietraject Integrale aanpak van opgaven noodzakelijk Welke onderwerpen komen terug in de Omgevingsvisie? Hoe gaan we om met afweging op ruimtelijke vraagstukken? Methode van werken: toekomstige initiatieven beoordeling Planning

13

12

15 16

Bijlagen 17 I Strategische ontwikkeldocument Omgevingsvisie Midden-Groningen (feb. ’22) II Uitkomsten participatietraject Omgevingsvisie (dec. ’22) III Waardenkaart Omgevingsvisie (dec. ’22) IV Verslag op hoofdlijnen Terugkoppelavond participatietraject Omgevingsvisie (dec. ’22) V Presentatie 20 december 2022 – Terugkoppelavond participatietraject Omgevingsvisie

Oplegger uitkomsten participatietraject en vervolg Omgevingsvisie (versie 10 januari ’23)

2 van 17

Inleiding Deze oplegger vormt het schakelpunt tussen eerdere besluitvorming over de gemeentelijke Omgevingsvisie, het daaruit volgende participatietraject én de nog komende schrijffase, ter inzagelegging en uiteindelijke vaststelling ervan door de gemeenteraad. Kortom, wat hebben we tot nu toe gedaan en hoe ronden we het in 2023 af. De oplegger brengt zaken samen en verwijst inhoudelijk naar bijlagen. Op deze manier bevordert het document de besluitvorming en zijn tegelijkertijd achtergronden goed beschikbaar, voor eenieder die verdieping zoekt. De oplegger bestaat uit twee delen. In het eerste deel kijken we naar eerdere besluitvorming en de uitkomsten van het participatietraject. Aan het eind van het eerste deel wegen we af hoe deze zich tot elkaar verhouden en trekken we conclusies. In het tweede deel wordt aangegeven wat er in een Omgevingsvisie hoort en wat niet, welke onderwerpen erin komen, hoe we omgaan met afweging op ruimtelijke vraagstukken, hoe we komen tot initiatieven beoordeling en wat de planning is voor 2023. Eerdere besluitvorming Eerder stelde de raad in februari 2022 het ‘Strategisch ontwikkeldocument Omgevingsvisie’ vast (zie bijlage I). Daarin werden eerst de opgaven en kansen opgesomd voor Midden-Groningen: welke ontwikkelingen en trends zijn er, waar staan we over vier jaar en bij welke kansen zijn we aangesloten.

Hoewel het strategisch ontwikkeldocument hiervan een goede opsomming geeft, hebben er op punten afgelopen jaar een aantal veranderingen plaatsgevonden. Die zitten niet in de verschillende opgaven, maar in mondiale omstandigheden en landelijke- en provinciale beleidscontext die een verschuiving geven op een aantal onderdelen. Op dat punt geeft de oplegger een korte actualisatie weer op onderdelen van het strategisch ontwikkeldocument. Verder blijven de uitgangspunten van het strategisch ontwikkeldocument van kracht. Vervolgens ging het strategisch ontwikkeldocument in op de relatie van de ontwikkelingen met de Omgevingsvisie en de vervolg aanpak. Een gebiedsgerichte en waarden gedreven aanpak, met uitgangspunten voor het participatietraject, werd voorgeschreven. De aanpak en uitgangspunten zijn opgepakt en inmiddels is het participatiedeel afgerond. Het resultaat daarvan is het document ‘Uitkomsten participatietraject Omgevingsvisie’ (zie bijlage II). Wat hoort er in de Omgevingsvisie en het vervolgproces Naast de inzet vanuit de lokale context, die opgehaald is met het participatietraject, is er nog regionaal en gemeentelijke beleid en is er nog EU- en rijks wetgeving die onderdeel horen te zijn van een Omgevingsvisie. Tezamen vormen deze de inhoud van de gemeentelijke Omgevingsvisie. De oplegger geeft ook weer wat wel en niet in de Omgevingsvisie hoort.

Wat nog volgt is het opstellen van de Ontwerp Omgevingsvisie, de ter inzagelegging en verwerking van reacties daarop, met als eindresultaat het aanbieden door het college van de Omgevingsvisie aan de gemeenteraad. Tenslotte De ondertitel van het strategisch ontwikkeldocument was ‘Dynamisch perspectief op de ruimte in Midden-Groningen’. Een aantal onvoorziene crises zijn de afgelopen jaren over ons heen gespoeld. Deze zijn tot diep in het dagelijks leven doorgedrongen en hebben onverwachte effecten gehad. Het is die dynamiek waarmee we moeten werken: zonder te weten wat er nog komt, toch een visie te hebben op de toekomst om tot verwezenlijking van de doelen van onze gemeente te kunnen komen.

Oplegger uitkomsten participatietraject en vervolg Omgevingsvisie (versie 10 januari ’23)

3 van 17

Deel 1 Korte actualisatie opgaven en kansen voor Midden-Groningen Mondiaal Het opstellen en vaststellen van het strategisch ontwikkeldocument was nog in de Coronatijd. In maart 2022 zijn de restricties rondom het Covid-virus weliswaar opgeheven, maar in diezelfde periode ontstond de oorlog in Oekraïne. Deze heeft geleid tot een energiecrisis die – zeker bij het minderbedeelde deel van onze gemeente - leidt tot energiearmoede. Uit de oorlog komt ook een onverwachte vluchtelingenstroom voort die tot in Midden-Groningen effecten geeft, zowel bij de bevolking als bij de gemeente. Landelijk In februari 2022 was er al sprake van een overspannen woningmarkt, maar werden te koop staande huizen snel verkocht. Een jaar later is de rente flink gestegen en neemt het vertrouwen van kopers af, terwijl de spanning op de woningmarkt onverminderd voortduurt. Het is onbekend wat dit doet voor de kansen voor Midden-Groningen. Inmiddels heeft het rijk, na jaren van afwezigheid, afgelopen jaar de regie op ruimtelijke ontwikkelingen weer naar zich toegetrokken. Dit uit zich onder meer in een nationale bouw- en woonagenda en de inrichting van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Beide beleidsontwikkelingen zullen grote gevolgen gaan hebben voor onze gemeente. Het eerste voor de lokale woningopgaven en het tweede voor de toekomstige inrichting van het buitengebied.

Daarnaast is door het rijk aangegeven dat binnen ruimtelijke ontwikkeling, water en bodem weer leidende moeten principes zijn. Niet alleen omdat de stikstofproblematiek (depositie) een relatie heeft met de water- en bodemkwaliteit, maar ook omdat klimaatadaptatie (droog voorjaar/zomer en natte winter) ons noopt om meer te gaan werken met natuurlijke water- en bodemsystemen. Dit gaat op lange termijn grote gevolgen hebben voor verschillende functies in het buitengebied van de laagveengordel die door onze gemeente loopt. Provinciaal/regionaal Het rijk legt ook ruimtelijke regie voor de opgaven bij de provincies neer. Met het provinciaal startpakket wordt van de provincies gevraagd in oktober 2023 met ruimtelijke voorstellen te komen die zicht geven op wat mogelijk en realiseerbaar is. Het voorstel is de opmaat naar twaalf ruimtelijke arrangementen waarin rijk en provincie wederkerige afspraken maken over de uitvoering van de opgaven. Deze afspraken vormen de basis voor een nieuwe nota ruimte in 2024. De opgaven zijn gebundeld in drie perspectieven: 1) perspectief voor landbouw en natuur; 2) ordenende netwerken voor energie en (circulaire) economie en 3) leefbare steden en regio’s. Water en bodem vormen een sturend element in deze perspectieven.

Regionale kansen voor ontwikkeling De kansen voor ontwikkeling, waar we als gemeente op aangesloten zijn, staan op de volgende pagina opgesomd. Een deel daarvan geldt voor onze hele gemeente, maar tegelijkertijd is nog niet duidelijk hoe, wat en wanneer precies. Het gaat om twee van de Masterplannen uit de STAG. Voor de ontwikkelingen binnen de RGA en voor één van de Masterplannen uit de STAG liggen de kansen vooral in het stedelijk gebied van Hoogezand en Sappemeer. Dat betekent niet dat er voor de dorpen geen kansen liggen, maar wel dat de gemeente voor het verzilveren van kansen voor de

Oplegger uitkomsten participatietraject en vervolg Omgevingsvisie (versie 10 januari ’23)

4 van 17

dorpen zelf aan zet is. Voor de ontwikkelkansen voor Hoogezand en Sappemeer kan de gemeente makkelijker uit externe bronnen putten. Regio Groningen-Assen (RGA) Eerder al werd € 11 mln. vanuit het Volkshuisvestingsfonds beschikbaar gesteld en geoormerkt voor verduurzaming van particulier bezit aan de onderkant van de woningmarkt in Hoogezand. Vanuit de RGA is dit jaar € 4,7 mln. aan inframiddelen via het BO-MIRT binnengehaald voor ontwikkeling van het stedelijk gebied van Hoogezand. Er zijn nieuwe afspraken met het rijk gemaakt: de RGA wordt NOVEXgebied en de Verstedelijkingsagenda wordt de Investeringsagenda daarvoor. Ook is het kansrijk om mogelijk zelfs tot 2.000 woningen te gaan bouwen tot 2040 in Midden-Groningen. Een groot deel daarvan zal in het stedelijk gebied van Hoogezand terechtkomen, maar de eerste signalen vanuit de herziening van de Woonvisie geven ook kansen aan bij de linten/dorpen, door bijv. de vrijkomende schoollocaties. Strategische Agenda Groningen (STAG) Met als hoofdgedachte ‘van compenseren naar investeren’, worden vanuit de Strategische Agenda Groningen (STAG), vijf Masterplannen ontwikkeld. Het gaat om de Masterplannen ‘Regiocentra in Groningen’, ‘Zeehavens’, ‘Landelijk gebied’, ‘Campussen’ en ‘Oost-Groningen’. Onze gemeente is goed aangesloten op het proces om daarmee rijksmiddelen voor onze provincie/gemeente binnen te halen.

Kansrijk voor onze gemeente is het ‘Masterplan Regiocentra in Groningen’. De gedachte daarachter is dat regiocentra, zoals Hoogezand, Delfzijl, Stadskanaal, Leek, Winschoten, e.d. – in tegenstelling tot de Stad Groningen - de afgelopen twintig jaar zijn achtergebleven in hun ontwikkeling. Als gevolg daarvan is daar een terugloop van ruimtelijke kwaliteit en opstapeling van sociale problematiek ontstaan. Via dit masterplan kunnen we in 2023 alle ontwikkelingen in het stedelijk gebied van Hoogezand integraal in beeld gaan brengen. Aansluitend daarop dient voor de komende 10-15 jaar een gezamenlijke, rijks/regio investeringsagenda te ontstaan. Met als doel betere regie te krijgen op de problematiek, een betere verbinding tussen sociaal en ruimte te kunnen realiseren en de ruimtelijke kwaliteit te kunnen verbeteren. Daarnaast wordt via het ‘Masterplan Zeehavens’ mogelijk de verbreding van de N33 ook uitgevoerd de komende jaren. Ook liggen er waarschijnlijk kansen voor het ‘Masterplan Landelijk gebied’, maar daar is inhoudelijk momenteel nog geen duidelijkheid over te verkrijgen. De resterende Masterplannen ‘Campussen’ en ‘Oost-Groningen’ lijken vooralsnog weinig mogelijkheden voor onze gemeente te bieden.

Nationaalprogramma Groningen (NPG) Bij het NPG spelen momenteel veranderingen waarvan niet duidelijk is hoe die zich verder ontwikkelen, noch wat het effect daarvan precies op onze gemeente zal zijn.

Gemeentelijke beleidskaders Er zijn afgelopen jaar een aantal voor de Omgevingsvisie van belang zijnde beleidsstukken in MiddenGroningen vastgesteld. Het gaat om het Perspectief A7/N33 en de Visie vrijetijdseconomie. Daarnaast wordt er momenteel gewerkt aan de herziening van de Woonvisie. Daar waar al mogelijk zal deze ook meegenomen worden (zie ook pagina 13).

Oplegger uitkomsten participatietraject en vervolg Omgevingsvisie (versie 10 januari ’23)

5 van 17

Uitkomsten van het Participatietraject Proces Afgelopen jaar is er hard gewerkt aan het participatie-traject van de gemeentelijke Omgevingsvisie. Aan de hand van de uitgangspunten voor participatie uit het strategisch ontwikkeldocument is het traject ingericht. Aanvankelijk zou de participatie al vóór de zomer van 2022 worden uitgevoerd, maar vanwege de nog lopende collegevorming na de gemeenteraadsverkiezingen is het traject verplaatst tot na de zomervakantie. Avonden zes gebieden en online enquête In september spraken we met plaatselijke belangen en wijkorganisaties uit zes verschillende gebieden. De gebiedsKaart 1: gebiedsindeling die volgt uit de indeling komt voort uit de gemeentelijke gebiedsregie van Midden-Groningen gebiedsregie (zie kaart rechtsboven). We hebben voor deze organisaties gekozen omdat die zijn gewend om mee te praten over onderwerpen die meerdere mensen en grotere gebieden aangaan. En ook omdat dit samen met de breed uitgezette online enquête het beste totaalbeeld gaf. De zes gespreksavonden waren geschikt voor verdieping terwijl de enquête de mogelijkheid gaf om een veel breder publiek te betrekken. Op de avonden zijn gesprekken gevoerd en is opgehaald wat de gebiedswaarden zijn van de Midden-Groningers, maar ook wat hun zorgen zijn over toekomstige opgaven. Daarnaast hebben zij hun ideeën meegegeven over hoe daarmee om te gaan.

Bij de gespreksavonden is een afvaardiging van het college en zijn er raadsleden aanwezig geweest. In totaal hebben ongeveer 70 deelnemers aan de gespreksavonden en 578 inwoners aan de online enquête deelgenomen. In Bijlage II zijn verslagen van de avonden opgenomen en zijn uitkomsten van de enquête weergegeven. Middagen met experts Er zijn twee middagbijeenkomsten met experts geweest. Die zijn vooral ingericht om mensen met een bepaalde kennis en ervaring mee te laten praten over de toekomst. We hebben daarbij met een afvaardiging van ondernemersverenigingen, diverse stichtingen en instellingen gesproken. Aanvullend op de kennis van de gemeente en van inwoners konden zij hun visie geven op toekomstige ontwikkelingen. Hoe ziet dat toekomstbeeld eruit vanuit hun achtergrond. En wat voor kansen en opgaven levert dit op? In totaal hebben ongeveer 25 deelnemers aan de expertbijeenkomsten deelgenomen. In Bijlage II zijn verslagen van de middagbijeenkomsten opgenomen. Vragen over bestaande waarden en over ontwikkelingen Op de zes gespreksavonden met de dorps- en wijkorganisaties en in de enquête hebben we twee soorten vragen gesteld. Elk type vragen levert waardevolle informatie voor de Omgevingsvisie.

Oplegger uitkomsten participatietraject en vervolg Omgevingsvisie (versie 10 januari ’23)

6 van 17

Extra terugkoppelavond ingepland Tijdens de gespreksavonden kwam naar voren dat de inwoners graag willen terugzien wat er is opgehaald door de gemeente, nog voordat dit al in besluitvorming is vastgelegd. Deze suggestie is door het college omarmd en op dinsdag 20 december heeft deze terugkoppelavond plaatsgevonden in de raadszaal van onze gemeente. De betrokken dorps- en wijkorganisaties en bedrijven en instellingen hebben overwegend instemmend gereageerd met wat er is opgehaald. Ook is er verdiepende informatie gedeeld op een aantal thema tafels. Gedurende de gehele avond zijn er kritische noten gekraakt, aanvullingen gegeven en zijn veel vragen beantwoord. Een korte verslaglegging van deze terugkoppelavond is opgenomen als bijlage (zie bijlage IV). Een opsomming van de aanvullingen is opgenomen in het verslag. De avond verliep aan de hand van een informatieve presentatie. Ook deze is als bijlage opgenomen (zie bijlage V). De aanvullingen worden meegenomen in de Omgevingsvisie. Op deze manier is de cirkel van de participatie rond en is zijn de opgehaalde waarden ‘verwaard’.

Waardenkaart Met behulp van de uitkomsten is een waardenkaart voor de Omgevingsvisie opgesteld die hieronder is afgebeeld. Tijdens de terugkoppelavond hebben de deelnemers instemmend gereageerd op de

Kaart 2: Waardenkaart Omgevingsvisie

Oplegger uitkomsten participatietraject en vervolg Omgevingsvisie (versie 10 januari ’23)

7 van 17

kaart. Er zijn een paar aanvullingen op de kaart gedaan. Die zijn al verwerkt in de kaart die hier afgebeeld staat. De kaart geeft met behulp van kleuren de ondergrond van Midden-Groningen weer. Bodemsoorten worden met landschapselementen gecombineerd (bijvoorbeeld ‘Wegdorpenlandschap op overgang zand/veen’ in lichtgroen), natuurgebieden worden apart aangegeven (NNN en Natura 2000 gebieden in groen en donkergroen) en cultuurhistorisch erfgoed wordt met gele stippen aangegeven. Daarnaast gebruikt de kaart thema afbeeldingen, die bijvoorbeeld een landschappelijk karakter of wandel/fietsroute of een recreatiegebied aangeven. In bijlage III is de waardenkaart apart opgenomen en groter afgebeeld.

Uitkomsten per thema In bijlage II staan de uitkomsten van het participatietraject voor de Omgevingsvisie weergegeven. Daarin staat uitgebreid opgesomd wat er uit de zes gespreksavonden, de twee expertbijeenkomsten en de online enquête gekomen is. Er zijn ook verslagen van alle bijeenkomsten in bijlage II opgenomen. Van de terugkoppelavond over de uitkomsten is een kort verslag van de avond en de presentatie van de avond apart opgenomen als bijlage IV en V. In deze oplegger zijn de uitkomsten samengevat per thema hieronder weergegeven. Uitkomsten thema Wonen De Midden-Groningers willen meer aandacht voor doorstroming op de woningmarkt. Dat is ook van belang voor goede ouderenhuisvesting. Zorg voor een gevarieerd aanbod in de breedte, met ook aandacht voor betaalbaarheid. Biedt meer mogelijkheid tot woningsplitsing, maar ook verplichting tot zelfbewoning is aangegeven. Trek nieuwe doelgroepen aan, benut kansen als forensengemeente en verbeter het imago en de entrees van Hoogezand-Sappemeer. Gebruik daarnaast lege winkel- en bedrijfspanden voor woningbouw. Nieuwe vormen van wonen zoals tiny houses, knarrenhoven, en meergeneratiewoningen worden als kansrijk gezien. Dorpen willen graag woningen allereerst door verdichting of inbreiding, maar een enkel, klein dorp hoeft géén nieuwbouw.

Bouwen aan rand van dorpen is echt maatwerk dat in overleg met de dorpsgemeenschap moet plaatsvinden. Uitkomsten thema zorg Maak een omgeving die bewegen stimuleert, zegt men. Er is behoefte aan betere wandel-, fiets- en vaarverbindingen met het buitengebied, de natuurgebieden en de meren. Ontmoedig ongezonde keuzes en zorg voor ontmoetingsplekken, want die zijn belangrijk voor welzijn en gezondheid. Hoewel op de gespreksavonden in de dorpen vaak is genoemd dat ouderen langer willen blijven thuiswonen, is door de experts ook aangegeven dat niet iedereen dat wil (noch kan). Bied daarom ook centraal gelegen woningen voor ouderen in een complex aan (woon/zorg: bejaardenhuis 2.0). Daarnaast wordt 24 uurszorg gemist. Uitkomsten thema energie Verplicht zon op bedrijfsdaken. Dat levert veel op, verwacht men. Als het gaat om plannen voor duurzame opwek: die moeten zoveel mogelijk gedragen zijn. Denk aan ruimte voor kleine windturbines bij boerderijen, zon op parkeerlocaties, zon op geluidswal A7 of zon op een op oude NAM-locatie. Zorg voor een robuust netwerk en reserveer alvast ruimte voor buurtbatterij/accu, laadvoorzieningen. Die komen eraan, al weten we nog niet of ze veel of weinig ruimte gaan innemen. Verdeel energie eerlijk/slim (dag/nacht). Maak landschapskunst met duurzame opwek als

Oplegger uitkomsten participatietraject en vervolg Omgevingsvisie (versie 10 januari ’23)

8 van 17

statement. Onderzoek alternatieven zoals een smartgrid, aquathermie of het gebruik van restwarmte van de stikstoffabriek. Bied hulp bij isolatie van woningen als mensen dit zelf niet kunnen betalen. Uitkomsten thema Klimaat Men vindt dat klimaatverandering een belangrijk thema is, maar men vond het ingewikkeld om aan te geven wat er dan moet gebeuren om het aan te pakken. Na doorvragen kwamen de volgende acties voor de openbare ruimte of de woonomgeving naar voren. Zorg voor goede verhouding van groen en verharding. Stimuleer hergebruik water. Regel of stimuleer opslag van water. Neem waterberging op als voorwaarde bij nieuwbouw. Pas waterdoorlatende verharding toe en plaats bomen op pleinen en grote parkeerplaatsen voor schaduw. Uitkomsten thema Werk en bedrijvigheid Begin met vernieuwen/verdichten van bestaande terreinen. Zet bedrijven bij elkaar die op elkaar lijken, biedt lokaal ook mogelijkheden voor woon/werk combinaties. Zorg voor inpassing in het landschap en goede uitstraling en schaal. Voorkom bedrijven die overlast of vervuiling opleveren. In de linten graag ruimte voor ZZP-ers en niet hinderlijke bedrijven, maar kijk goed naar verkeeraantrekkende werking versus wegcapaciteit. Voorkom energieslurpers en zoek bedrijven die aansluiten bij de werkzoekenden in onze gemeente.

Bied ruimte voor leer/werkplekken waar MBO en bedrijven elkaar ontmoeten: dan krijg je een match tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Uitkomsten thema Platteland De waarden die men voor het platteland het meest aangaf zijn: rust en ruimte, natuurgebieden, open landschap en de cultuurhistorie in de dorpen. Men geeft aan: behoud deze waarden en benut de kansen voor recreatie & toerisme in balans daarmee. De gemeente moet visie tonen. Bij het bereiken van die visie is maatwerk en lenigheid nodig: zoek naar balans in sturing en flexibiliteit. De komst van Meerstad is een kans voor een groene loper door Midden-Groningen, maar spreiding van toeristische druk is dan wel nodig. Men verwacht dat de landbouw verandert, maar het blijft een belangrijke drager voor landschap en voedselvoorziening. Mengvormen van landbouw, natuur en recreatie zullen opkomen, want in veengebieden gaat het waterpeil omhoog. Een vrijkomend erf kan onder voorwaarden andere functies krijgen. Dit betekent maatwerk en voorbeelden zijn knarrenhof en/of zorgboerderij. Experts benadrukken daarbij de bereikbaarheid voor ambulance en brandweer in het buitengebied. Men vindt dat het belangrijk is om landbouwareaal te behouden, maar men verwacht ook dat het lastig te realiseren is. Bereikbaarheid van delen van het platteland met OV is slecht, ondersteun initiatieven daarover vanuit dorpen.

Er is vooral in de linten spanning tussen (landbouw)verkeer en langzaam verkeer. Versterking en uitbreiding van de gemeentelijke fietspadenstructuur kan helpen dat op te lossen. Bijvangsten: samenwerking inwoners en gemeente en buurgemeenten Als bijvangst kwam naar boven de behoefte aan meer samenwerking tussen de gemeente en de inwoners en ook met de buurgemeenten. Er is behoefte aan snelle en soepele afhandeling en maatwerk bij initiatieven. Het duurt nu soms wel erg lang. Er is meer balans op sturing en maatwerk nodig. Men vindt dat er soms onredelijke of onwerkbare, beperkende regels zijn. Men begrijpt vaak ook niet, waarom iets nu wel of niet mag. De informatievoorziening en het contact met inwoners kan soms beter. Ook is aangegeven dat plannen van buurgemeenten bij de mensen op de grensstreek vaak niet bekend zijn. Maar de omwonenden worden er wel mee geconfronteerd. Men vraagt of de gemeente in informatieve zin daar meer een rol in kan spelen.

Oplegger uitkomsten participatietraject en vervolg Omgevingsvisie (versie 10 januari ’23)

9 van 17

Hoe verhouden de uitkomsten zich met de trends en ontwikkelingen? Over het geheel genomen zijn de eerder aangegeven opgaven uit het strategisch ontwikkeldocument bevestigd in het participatietraject door de Midden-Groningers. In tabel 1 op pagina 14 en 15 van deze oplegger is dat overzichtelijk weergegeven. Kijkend naar de uitkomsten uit bijlage II is men overwegend tevreden over het woon- en werkklimaat in de gemeente en waardeert men het groen in het stedelijk gebied van Hoogezand en de open ruimte en in het buitengebied als hoog. De woningbouw wens is weliswaar niet bij elk lintdorp - en ook in verschillende mate - in onze gemeente aanwezig, maar daar waar die wel is valt dit heel goed te uit te voeren via verdichting of inbreiding. Ook ziet men een verschil tussen de (be)leefbaarheid van het platteland en het stedelijk gebied.

Waar schuurt het? De Midden-Groningers geven waarden aan, maar uiten ook hun zorgen over de opgaven. Het groen en het landschap wordt door vrijwel iedereen waardevol gevonden maar binnen de gemeente en net over de grens van de gemeente verschijnen zonneparken en windturbines en de daarbij horende -knipper-verlichting (open landschap versus energieopgave). Ook oprukkende grootschalige of vervuilende bedrijven worden als bedreiging gezien (werkgelegenheid versus milieu). Veel mensen maken zich daar zorgen over. Veel dorpen hebben een rijk verenigingsleven. Maar het aantal vrijwilligers neemt af (sociale verbondenheid versus beperkte beschikbaarheid daarvoor). Dorpen zijn blij met de woningen die er zijn maar wijzen op het tekort aan woningen voor starters en senioren en de matige zorgvoorzieningen. Enkele dorpen vinden het belangrijk om niet aan elkaar of aan de stad vast te groeien (woningbouw voor lokale behoefte versus open landschap). Eén enkel, klein dorp geeft aan géén nieuwbouw te willen. In de volle breedte hechten dorpen en wijken belang aan samenleven en ontmoeten. In HoogezandSappemeer is daar vanwege crimineel gedrag en overlast ook zorg over (leefbaarheid versus veiligheid). Hier wordt ook het imago en het ruimtelijk beeld als zorgpunten genoemd.

Bereikbaarheid en toegankelijkheid worden als waarden genoemd, maar in sommige landelijke gebieden ontbreekt het Openbaar Vervoer volledig (mobiliteit versus weinig beschikbaar OV). Tegelijkertijd is er besef dat bussen ook regelmatig leeg zijn. Er wordt veel gesproken over verkeersoverlast en onveiligheid. Dit betreft soms onveilige situaties op een specifieke plek. Vaak gaat het ook over de verkeersnelheid en de fietsveiligheid. Dit is mede door de toename van (elektrisch) fietsen (mobiliteit versus veiligheid).

Tegelijkertijd worden er ook vaak zaken aangegeven waar de gemeente weinig invloed op heeft, omdat de verantwoordelijkheden daarvoor bij het rijk of de provincie liggen (geen bevoegdheid versus ‘ergens last van hebben’ of ‘ergens gebrek aan hebben’). Voor een aantal grotere opgaven geldt dat zeker. Op de volgende pagina wordt kort de bredere context daarvan geschetst.

Oplegger uitkomsten participatietraject en vervolg Omgevingsvisie (versie 10 januari ’23)

10 van 17

−

Toekomst van de landbouw in Midden-Groningen Voor de ontwikkelingen op het platteland bestaan verreweg de meeste onduidelijkheden over de toekomst van de landbouw. Het rijk heeft het beleid daarvoor uiteengezet in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en legt daarin een deel van de verantwoordelijkheden bij de provincies neer. Gecombineerd met de richtlijn dat water en bodem weer leidende ruimtelijk principes zijn, moet er rondom natuurgebieden en laagveengebieden veel gaan veranderen de komende 10 – 20 jaar, maar onduidelijk is wat, wanneer en hoe precies, noch wat dat voor de boeren gaat betekenen. Het Noordwestelijk en Zuidwestelijk deel van Midden-Groningen bestaat uit laagveen met de functie landbouw. De natuurgebieden Roegwold en het Zuidlaardermeer liggen er middenin. De provincie heeft in de zomer van 2022 haar Veenweidestrategie vastgesteld. Daarin zijn de Lagelandpolder en Blauwe molenpolder aangewezen als pilotgebieden. Onduidelijk is nog wat dit betekent voor omwonenden en de gemeente. Hoewel onze gemeente er niet over gaat, zijn we wel rechtstreeks betrokken via onze inwoners en ondernemers/boeren.

−

Wonen en werken in Midden-Groningen Wonen en werken zijn in onze gemeente onlosmakelijk met elkaar verbonden. Tweederde van de werkgelegenheid in de gemeente vindt in de linten van onze gemeente plaats. Hier zijn veel kleinere bedrijven gevestigd. De rest van de werkgelegenheid zit in het stedelijk gebied van Hoogezand. De historisch ontstane verwevenheid van wonen en werken leidt daar al jaren tot milieuproblemen, waarvan geur en geluid het meest voorkomen. Het ondermijnt de leefbaarheid in die gebieden. Elk gebied - van Foxhol, Martenshoek, Hoogezand Noord tot Sappemeer - heeft haar eigen specifieke problemen op dit vlak. Door herstructurering kan veel opgelost worden en dat is de aanpak die in Hoogezand Noord ingezet wordt. Met enig succes al zijn middelen hiervoor binnengehaald, maar voor een bredere herstructureringsopgave voor de andere gebieden ontbreken de middelen om er gedegen werk van te maken. Er zijn ook kansen. Door bij initiatieven de mogelijkheden te benutten die passen binnen de milieucontext (geur en geluid). Want deze milieucontext moet in de toekomst verbeterd zijn. Daarmee voorkomen we een herhaling van zetten die eerder tot deze problemen geleid hebben.

−

Bedrijvigheid en behoud van werkgelegenheid in Midden-Groningen De robuuste industrie van Hoogezand is een belangrijke werkgever in onze gemeente. Hierboven werd al aangegeven hoe belangrijk, maar ook complex de herstructureringsopgave in het stedelijk gebied van Hoogezand is. Daar bovenop komt de nationale wens dat herstructurering/revitalisering van bedrijverterreinen voorrang heeft boven de uitleg van nieuwe bedrijventerreinlocaties. Herstructurering/revitalisering zijn langjarige ontwikkelingen en komen niet snel van de grond. Initiatieven die zich aandienen die leiden tot verbetering van de leefomgeving/milieuomstandigheden kunnen leiden tot het veranderen van functie van een ‘Bedrijventerrein’ naar ‘Wonen’, of naar ‘Lichte bedrijvigheid’. Het vestigingsbeleid wordt daarmee ondergraven, wetende dat in de huidige situatie er in Midden-Groningen al géén uitgeefbare grond meer is. Tegelijkertijd is het afgelopen jaar ook duidelijk geworden hoe lastig het aanwijzen van nieuwe bedrijventerreinen is geworden. Niet alleen organiseren inwoners hun tegengeluiden, ook de provincie oefent haar macht uit op dit proces, vanuit haar regierol op ruimtelijke ontwikkelingen.

−

Klimaatopgave en huidige en toekomstige functies Het klimaat verandert en Nederland en Groningen moeten mee. Water en bodem als (opnieuw) sturende principes voor ruimtelijke ontwikkelingen hebben hier rechtstreeks mee te maken. Dit betekent dat in bepaalde gebieden het grondwaterpeil wellicht omhooggaat, of in elk geval niet meer daalt/fluctueert. Dit zal gevolgen gaan hebben voor de huidige functies in die gebieden, maar ook voor geplande of gewenste functies. Zo is het mogelijk dat op een locatie in een dorp of wijk waar nog ruimte en overeenstemming is voor woningbouw, er toch gekozen wordt om dat niet te gaan doen. Of bijvoorbeeld dat in de toekomst soms openbaar groen bij zware neerslag als tijdelijke wateropvang dient en dan niet gewoon toegankelijk is. Telkens zullen er keuzes moeten worden gemaakt.

De vier hierboven genoemde uitwerkingen geven maar een gelimiteerde opsomming weer van de complexe problematiek waar we mee te maken hebben in de realiteit van alledag en in de toekomst.

Oplegger uitkomsten participatietraject en vervolg Omgevingsvisie (versie 10 januari ’23)

11 van 17

Wat kunnen we concluderen? Het participatietraject sluit op veel punten aan op de eerdere uitgangspunten vanuit het strategisch ontwikkeldocument (zie tabel 1, pagina’s 14 en 15). Het geeft op veel onderdelen een stuk verdieping en maakt duidelijk hoe onze inwoners zien waar het heen moet, maar ook welke dilemma’s en tegenstrijdige belangen we tegenkomen (zie ‘Uitkomsten per thema’, pagina’s 8 en 9). Zodoende maken we een Omgevingsvisie op waarden. Deze waarden bestaan uit: het ‘DNA’ van iedere kern zoals te zien op de Omgevingsvisiekaart (kaart 2, pagina 7 en bijlage III), die wordt ondersteund door de deelnemers. Verder is Midden-Groningen een faciliterende overheid die rekening houdt met initiatieven vanuit inwoners en (maatschappelijke) ondernemers. Tegelijkertijd is de gemeente niet altijd het bevoegd gezag en zijn wij gebonden aan beleid van rijk en provincie. Tot slot zijn er enkele autonome ontwikkelingen zoals een grote behoefte aan woningen, de klimaatadaptatie en de energietransitie die de gemeente moet faciliteren. Op basis van deze kaders wordt de Omgevingsvisie geschreven de komende maanden. Dit maakt het duidelijk dat de woningbouwopgave, de economische opgave, de energie- en klimaatopgave, de mobiliteitsopgave en de specifiek voor Midden-Groningen geldende sociale opgave vragen om een integrale aanpak.

Die integraliteit komt samen in gebieden van onze gemeente, waar meerdere opgaven tegelijk spelen en waar kansen liggen om samen met provincie, regio en buurgemeenten deze te bundelen en te komen tot kansrijke, reële oplossingsrichtingen met uitvoeringstrajecten. Én door rijk en provincie langjarig daaraan te verbinden, zodat er ook middelen ontstaan waarmee zaken kunnen worden gerealiseerd. Hieronder worden vier voorbeelden aangegeven waarin de gemeente de komende jaren kan komen tot een gebiedsgerichte aanpak. − In 2023 dient zich concreet de kans aan om voor Hoogezand-Sappemeer, in het kader van het Masterplan Regiocentra, het gebied als één stedelijke omgeving te bezien en te onderzoeken welke ruimtelijke inrichting leidt tot: a. oplossing van de huidige verkeersknelpunten; b. hoe en waar we: klimaat en energie kunnen combineren met een groene leefomgeving; c. knelpunten tussen wonen en werken kunnen oplossen; d. nieuwe woningbouw en toekomstige bedrijvigheid gaan plannen en e. op welke manier we - mogelijk op alle genoemde punten - daar ook op het sociale vlak verbetering kunnen organiseren. − Daarnaast zien we in het noordwestelijke deel van onze gemeente de ontwikkeling van Meerstad en de kansen die het biedt, maar ook de zorgen die het geeft voor onze inwoners.

Hier is de gezamenlijke intentie van Midden-Groningen en de Stad Groningen de sleutel tot een goede ruimtelijke ontwikkeling (woningbouw, mobiliteit en voorzieningen/werkgelegenheid), waar onze inwoners en ondernemers van profiteren. − Landbouw valt buiten het kader van de gemeentelijke bevoegdheden. Hier geldt dat samenwerking tussen gemeente en provincie tot oplossingen kunnen leiden met perspectief voor onze boeren. − Onze inwoners zien kansen tussen landbouw, recreatie & toerisme en natuur. Onze gemeente heeft prachtige landschappen, waar we zelf van willen genieten en die we – zij het liefst enigszins geleid – graag met anderen willen delen. Met haar meren, het open landschap en de natuurgebieden, biedt het hele noordwestelijk en zuidwestelijk deel van onze gemeente een belangrijk potentieel. Dat gecombineerd met de cultuurhistorie in de linten maakt Midden-Groningen meer dan waard om te bezoeken. Boor dat potentieel aan en bouw het uit tot in een langjarige ontwikkeling waar inwoners, ondernemers en gebruikers van het gebied optimaal van kunnen profiteren. Het belang van de integrale benadering op de bovengenoemde kansrijke ontwikkelingen, is dat er inhoudelijke synergie kan ontstaan en financieel een multipliereffect. Op deze manier kunnen toekomstige investeringen van en in onze gemeente optimaal renderen.

Oplegger uitkomsten participatietraject en vervolg Omgevingsvisie (versie 10 januari ’23)

12 van 17

Deel 2 Vervolg Waar gaat de Omgevingsvisie wel en niet over? De Omgevingsvisie vormt het hoofdkader van toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen binnen onze gemeente en helpt die opgaven een plek te geven. De Omgevingsvisie treedt niet in detail, maar geeft de contouren weer van, waaraan ruimtelijke ontwikkelingen in onze gemeente moeten voldoen. De Omgevingsvisie is het beste vergelijkbaar met een Structuurvisie en het Omgevingsplan met een Bestemmingsplan. Wat hoort er wel en wat niet in? De Omgevingsvisie blijft op hoofdlijnen. Onderstaande structuren maken onderdeel uit van de Omgevingsvisie. Het zijn ruimtelijke structuren die: 1) in samenspraak met de samenleving of met andere overheden (zoals Perspectief A7/N33), tot stand zijn gekomen; 2) als kans tot stand zijn gekomen (zoals Visie vrijetijdseconomie); 3) als verplichting (Woonvisie) of als noodzaak (zoals zon- en windbeleid) tot stand zijn gekomen. Ook komen er haakjes met: 4) gebiedsvisies (zoals stedelijk gebied Hoogezand, nieuwe bedrijfsterreinlocaties of herstructurering Hoogezand Noord); 5) gebiedsprocessen van de provincie (zoals de provinciale Veenweidestrategie 1.0). Bovenliggende wettelijke kaders van de Europese Unie en het rijk Hierbij komen nog de inhoudelijke eisen die de artikelen 3.2 en 3.3 van de Omgevingswet stelt aan een Omgevingsvisie.

Zo is er de verplichting om bij het opstellen van een Omgevingsvisie aantal beginselen in acht te nemen: 1) het voorzorgsbeginsel; 2) het beginsel van preventief handelen; 3) het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden; 4) het beginsel dat de vervuiler betaalt. Deze beginselen staan in artikel 3.3 van de Omgevingswet. Ze zijn letterlijk overgenomen uit het milieubeleid van de Europese Unie. De beginselen zorgen voor inhoudelijke sturing op het beleid voor de fysieke leefomgeving. Omdat de Omgevingswet niet alleen over het milieu gaat, is de doorwerking van het voorzorgsbeginsel en het preventiebeginsel breder dan in het Europese recht. Wat hoort er niet in Beheersbeleid of kleinschaliger uitvoeringszaken (zoals ligplaatsen verordening, kleinschalige projectontwikkeling of begraafplaatsenbeleid), horen er niet in, maar horen bij het Omgevingsplan.

Aandachtspunten strategisch ontwikkeldocument versus uitkomsten participatietraject Eerder al gaf het strategisch ontwikkeldocument aandachtspunten mee voor de Omgevingsvisie voor de daarin genoemde thema’s. Het gaat om Woningbouw, Energietransitie, Mobiliteit, Economie en Sociaal. Deze blijven van kracht en staan opgesomd in de linker kolom van tabel 1 op de volgende pagina’s. In de twee kolommen rechts daarvan is af te lezen of deze uitgangspunten bevestigd zijn in het participatietraject of niet. Soms is een aandachtspunt niet zo specifiek aan de orde geweest. Onderaan de tabel is dan uitgelegd op welke manier er wel informatie over te vinden is.

Oplegger uitkomsten participatietraject en vervolg Omgevingsvisie (versie 10 januari ’23)

13 van 17

Tabel 1. Aandachtspunten strategisch ontwikkeldocument versus participatietraject Aandachtspunten voor de Omgevingsvisie

Participatie: wel/niet bevestigd

Terugkoppelavond:

vanuit het strategisch ontwikkeldocument

op de gespreksavonden,

wel/niet bevestigd op

expertbijeenkomsten en

de avond

enquête Woningbouw: − −

Aanwijzen van nieuwe woonlocaties voortkomend uit de

Is niet zo specifiek aan de orde

regionale Verstedelijkingsopgave.

geweest (1)

Idem dito

Aanwijzing voor wel of geen nieuwe woonlocaties in

Ja, op de gespreksavonden

Ja

Ja, bij alle

Ja

Ja, op de gespreksavonden en

Ja

dorpen, waarbij voorrang aan inbreiding. −

Functieverandering: van detailhandel naar wonen, van bedrijventerrein/ industrieterrein naar meer gemengd met bijvoorbeeld wonen, van boerderij naar wonen.

−

Ruimtelijke relatie tussen Meerstad en Harkstede bewaken.

de expertbijeenkomsten −

Klimaatadaptie doorvoeren in bestaande woonwijken en

Ja, bij alle

Ja

Ja, bij alle

Ja

Ja, bij alle

Ja

Ja, bij alle

Ja

Is niet zo specifiek aan de orde

Idem dito

woonlinten en bij herstructurering en nieuwe woonlocaties klimaatadaptief ontwerpen, met ruimte voor groen en wateropslag. −

Maatwerk mogelijk maken voor energieoplossingen op wijk- of dorpsniveau (zoals bijvoorbeeld dorpszonnevelden) en daarbij lokaal draagvlak leidend laten zijn.

−

Ruimte bieden voor het op peil houden van het voorzieningenniveau in relatie tot middelen en lokaal draagvlak, bij lintstructuren en dorpen in het buitengebied.

Energietransitie: −

Maatwerk mogelijk maken voor energieoplossingen op wijk- of dorpsniveau (zoals bijvoorbeeld dorpszonnevelden) en daarbij lokaal draagvlak en ruimtelijke waarden leidend laten zijn.

Mobiliteit: −

Gemeentebreed: doorontwikkeling van de HUBs

geweest (2) −

Buitengebied: verkeersveiligheid in relatie tot leefbaarheid

Ja, bij alle

Ja

Ja, op de gespreksavonden

Ja

Bij transitie en herstructurering van bestaande

Ja, op de gespreksavonden en

Nee

bedrijventerreinen en bij ontwikkeling van nieuwe

expertbijeenkomsten

en bereikbaarheid. −

Stedelijk gebied Hoogezand: bereikbaarheid en verkeersveiligheid ten dienste van de stedelijke verkeersstructuur.

Economie: −

bedrijfslocaties klimaatadaptie voldoende aandacht te geven. −

Ruimte bieden voor zon op daken van bedrijven voor de

Ja, bij alle

Ja

Natuur- en landschapswaarden en klimaatadaptatie leidend

Is niet zo specifiek aan de orde

Idem dito

laten zijn bij de ontwikkelingen in de laagveengordel.

geweest (3)

energietransitie. −

Oplegger uitkomsten participatietraject en vervolg Omgevingsvisie (versie 10 januari ’23)

14 van 17

−

Ruimte bieden in het groen-blauwe landschappelijk

Ja, bij alle

Ja

Ruimte bieden om gebiedsgericht te werken aan

Is niet zo specifiek aan de orde

Idem dito

toekomstgerichte natuurinclusieve landbouwwaarden.

geweest (4)

raamwerk voor de ontwikkeling van een verbindend recreatief netwerk. −

Sociale uitdagingen: −

Benutten van kansen om ruimtelijke én sociale waarden

Is niet zo specifiek aan de orde

gebiedsgericht te integreren.

geweest (5)

Idem dito

(1) De Verstedelijkingsopgave voor onze gemeente is bij het publiek niet bekend (2) Zie ook bijlage II, pagina 8 (3) Zie ook bijlage II, pagina’s 24, 25 en 26 (4) Zie ook Bijlage II pagina’s 26, 27, 28 en 31 (5) Verweven over de thema’s wonen, leven, gezondheid en ontmoeten geven de Midden-Groningers het belang hiervan aan. Zie ook bijlage II, pagina’s 7, 8 en 11

Integrale aanpak van opgaven noodzakelijk Het laatste gedeelte van deel 1 van deze oplegger (‘Wat kunnen we concluderen?’, pagina 11) maakt duidelijk dat de woningbouwopgave, de economische opgave, de energie- en klimaatopgave de mobiliteitsopgave en de specifiek voor Midden-Groningen geldende sociale opgave vragen om een integrale aanpak. Het is niet aan de Omgevingsvisie om die aanpak weer te geven, maar wel om de ruimtelijke randvoorwaarden daarvoor te schetsen en daarmee de uitvoering op hoofdlijnen vorm te geven.

Welke onderwerpen verwachten we terug in de Omgevingsvisie? Kijkend naar de uitkomsten van het participatietraject, de opgaven die er liggen en waar het daarmee schuurt én ook om ruimtelijk antwoord te geven met een integrale benadering óp alle opgaven, zijn er een aantal onderwerpen die terug zullen komen in de Omgevingsvisie. Dit zijn: − Veilig en gezonde woon- en leefomgeving met ruimte voor bewegen en ontmoeten; − Beleefbare omgeving met behoud en versterking van verschillen in het landschap en kernen en hun karakter/historie; − Voldoende en betaalbare woningen, eigen inwoners en nieuwe doelgroepen; − Ontwikkeling naar een toekomstbestendige landbouw; − Ruimte voor bedrijvigheid en ondernemen in balans met de omgeving en arbeidsmarkt; − Ontwikkeling naar minder energieverbruik, groene en betaalbare energie; − Voorsorteren op veranderingen in het klimaat, voorbereid op zwaardere regenval en hittestress, rekening houden met hoogteligging, bodemdaling en kans op wateroverlast; − Goede fysieke en digitale bereikbaarheid van de dorpen, verbeteren verkeersveiligheid Hoogezand/linten, verbeteren toegankelijkheid voor iedereen.

Oplegger uitkomsten participatietraject en vervolg Omgevingsvisie (versie 10 januari ’23)

15 van 17

Hoe gaan we om met afweging op ruimtelijke vraagstukken? Bij het kopje ‘Wat hoort er wel en niet in?’ op pagina 13 werd al aangegeven dat het opstellen van de Omgevingsvisie gaat om meer dan wat er opgehaald is uit het participatietraject. Er is ook bestaand beleid waar rekening mee moet worden gehouden en er zijn bovenliggende wetten en regels die er een plek in moeten krijgen. Uiteindelijk geldt dat ook voor de afweging die door de gemeente gemaakt moet worden bij ruimtelijke vraagstukken. De Midden-Groningers hebben tijdens de participatie aangegeven wat zij van waarde vinden in hun leefomgeving en in onze gemeente. Dat wordt één van de afwegingscriteria. Andere zijn de initiatieven die ondernemers en instellingen in onze gemeente willen bewerkstelligen. Maar ook beleid van hogere overheden hebben een sterke invloed. Daarnaast zijn er voortdurend autonome ontwikkelingen, waarvan niet altijd direct duidelijk is wat zij betekenen, maar die vaak een effect op besluitvorming hebben. Tezamen vormen deze waarden, initiatieven, beleid van hogere overheden en autonome ontwikkelingen de ruimtelijke claims, waar de gemeente een afweging tussen moet maken. Er moet altijd gekozen worden en het is vaak complex (zie ook de vier uitwerkingen op pagina 11). De afweging die de gemeente maakt valt de ene keer richting de waarden en zal een andere keer daarvan moeten afwijken.

Maar belangrijk is dat de waarden een plek krijgen in de afweging.

Methode van werken: toekomstige beoordeling van initiatieven Wanneer een toekomstig initiatief niet past binnen alle regels en normen die juridisch worden vastgelegd in het Omgevingsplan, dan vormt de Omgevingsvisie het bovenliggend kader om tot een beoordeling van het initiatief te kunnen komen. Het is daarom van belang dat er in 2023 een methode van werken ontwikkeld wordt die hierop aansluit. Al enige tijd wordt er inmiddels gewerkt met het initiatieven loket. Werkt het goed? Hoe kan het goed/beter aansluiten op de Omgevingsvisie? Er zal worden gewerkt aan een optimale werkmethode, zodat na het vaststellen van de Omgevingsvisie eind 2023 er ook meteen mee gewerkt kan worden.

Planning Tenslotte wordt hieronder de planning voor 2023 weergegeven. Februari 2023

Gemeenteraad

Maart-april

Vaststellen ‘Oplegger uitkomsten participatietraject en vervolg Omgevingsvisie’ Opstellen Ontwerp Omgevingsvisie (80% versie)

Mei-juni

Ter inzagelegging Ontwerp Omgevingsvisie (inspraak)

College van B&W

Augustusseptember November

Vaststellen Omgevingsvisie (100% versie/inspraak verwerkt)

College van B&W

Vaststellen Omgevingsvisie

Gemeenteraad

College van B&W

Oplegger uitkomsten participatietraject en vervolg Omgevingsvisie (versie 10 januari ’23)

16 van 17

Bijlagen Bijlage I

Strategisch ontwikkeldocument Omgevingsvisie Midden-Groningen (feb. ’22)

Bijlage II

Uitkomsten participatietraject Omgevingsvisie (dec. ’22)

Bijlage III

Waardenkaart Omgevingsvisie (dec. ’22)

Bijlage IV

Verslag op hoofdlijnen Terugkoppelavond participatietraject Omgevingsvisie (dec. ’22) Presentatie 20 december 2022 – Terugkoppelavond participatietraject Omgevingsvisie

Bijlage V

Oplegger uitkomsten participatietraject en vervolg Omgevingsvisie (versie 10 januari ’23)

17 van 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12803214/1