03. notitie toekomstscenario sociale teams en welzijn
Tekst van het document
19
7. Toetsing vormen aan de kaders Op basis van de drie vormen en geformuleerde uitgangspunten in hoofdstuk 5 heeft de vorm Inbesteden de voorkeur. De voor- en nadelen worden nogmaals gewogen aan de hand van de zes hernieuwde kaders. Deze zijn hernieuwd op basis van landelijke richtlijnen en adviezen uit het BDO-rapport en vastgesteld op 19 december 2024 door de raad. Bij de toetsing van de vormen aan de zes kaders is de centrale vraag gesteld: ‘Hoe kan de gemeente bij deze vorm sturen?’ Kaders
Uitbesteden
Mengvorm
Inbesteden
Partnerschap met inwoners en organisaties Dit is een landelijke richtlijn vanaf 2028 en een succesfactor (VNG). Partnerschap gaat o.a. laagdrempelig voor inwoners, spil in het netwerk, versterken sociale basis en regie bij de inwoner leggen.
Sturen op partnerschap ligt bij externe partij, terwijl VNG nadrukkelijk adviseert om als gemeente zelf regie te voeren op partnerschap en visievorming. Hier is de sturing van de gemeente indirect. Dat betekent dat de opdracht en afspraken ambitie en doelen geconcretiseerd moeten worden. De samenwerking en onderlinge betrokkenheid is belangrijk om beleid en uitvoering samen te laten optrekken hierin. Het strategische opdrachtgeverschap moet heel goed worden vastgelegd en vormgegeven omdat de opdrachtgever op afstand staat. De opdrachtnemer is verantwoordelijk voor uitvoering, monitoring, verantwoording en vertaalt de visie naar concrete uitvoering. Dit beperkt de sturingsmogelijkheid van de gemeente. Naast formele afspraken is een gelijkwaardige samenwerking en het onderlinge gesprek belangrijk om samen te kunnen blijven kijken naar de invulling en verwachtingen.
Sturen op partnerschap ligt gedeeltelijk bij de gemeente. Samen met de welzijns-partner moet de opdracht vorm krijgen, evenals de samenwerking binnen de gebiedsteams. Dit lijkt op het huidige netwerkmodel waarbij ruis is ontstaan in de visievorming en samenwerking.
Bij uitbesteden is er geen grip op voorgestelde deskundigheid en competenties, behalve de eisen die hieraan worden gesteld in de voorwaarden.
Bij de mengvorm is er grip op de voorgestelde deskundigheid en competenties van de sociale teams. Voor welzijn kunnen vooraf afspraken en richtlijnen worden vastgelegd in de voorwaarden.
Sturen op partnerschap ligt bij de gemeente of gemeentelijke stichting. Beleid en uitvoering zijn nabij en kunnen in nauwe samenwerking het partnerschap met inwoners en organisaties vormgeven. Dit is belangrijk is om te komen tot een gedeelde visie en deze te vertalen in concrete doelen, opdrachten, een uniforme werkwijze, afspraken en gedeelde verantwoordelijkheid in het brede netwerk. De gemeente kan direct sturen op de uitvoering van het strategisch partnerschap door de randvoorwaarden die worden gesteld aan de eigen afdeling of stichting, de opdracht en de gemeentelijke ondersteuningsstructuur m.b.t. processen, systemen, monitoring, verantwoording, inkoop, etc. Uiteraard blijft randvoorwaarde dat de opdrachtgever- en opdrachtnemersrol duidelijk en concreet moeten worden vastgelegd. Dit is onderdeel van de oprichting van de stichting, maar zal ook onderdeel moeten zijn als het gaat over een nieuwe gemeentelijke afdeling. Bij inbesteden stuurt de gemeente zelf of binnen de stichting op (het bevorderen van) deskundigheid en competenties. Er is wel verschil tussen een gemeentelijke afdeling en een stichting, omdat de stichting haar eigen HRondersteuning heeft.
Strategisch opdrachtgeverschap Strategisch opdrachtgeverschap gaat over het uitdragen en delen van de visie en daarnaast het sturen op geld, kwaliteit, goede monitoring en verantwoording, inkoop en bekostiging.
Deskundigheid en competenties passend Het sociale team heeft stevige inhoudelijke kennis en kennis van de lokale situatie.
Hier gelden de voordelen van direct sturen voor wat betreft de wettelijke taken. De uitvoering van het welzijnsdeel staat op afstand en geeft minder sturingsmogelijkheden. Wel kan de gemeente afspraken maken over het integraal aansturen van de gebiedsteams door overstijgende samenwerkingsafspraken m.b.t. werkprocessen en werkwijze te beleggen bij de gemeente.
20
Kaders
Uitbesteden
Mengvorm
Inbesteden
Uitvoering lokaal De uitvoering lokaal is een landelijke richtlijn (2028). De regie op hulp en zorg bij de sociale teams belegd, ook als er sprake is van onveiligheid. De hulp vindt dicht bij huis plaats. Expertise wordt waar nodig erbij gehaald. Breed kijken en breed handelen Dit is de werkwijze voor sociale teams. De mate waarin deze transformatie slaagt bepaalt het succes. Dat is afhankelijk van leiderschap, management en uitvoering.
Bij uitbesteden kan dit een harde eis zijn bij de selectiecriteria voor de sociale teams. Zowel als het gaat om inkoop als om subsidie. De sturing hierop blijft op afstand en is indirect.
Bij de mengvorm is er grip op de werkwijze en inzet van nieuwe onderdelen bij de sociale teams. Deze vallen onder de gemeente, daar kan direct op worden gestuurd.
Bij inbesteden is de kennis en organisatie lokaal in eigen handen. Er is sturing op de werkwijze en inzet van sociale teams en welzijn, inclusief de nieuwe onderdelen.
Breed kijken en breed handelen (sociale teams) wordt geconcretiseerd met inbegrip van sociale veerkracht door een externe partij. Hier mist de sturing door de gemeente.
Breed kijken en breed handelen (sociale teams) met inbegrip van het concretiseren van de visie sociale veerkracht is in gemeentelijke handen. Zo is er directe sturing op de integrale opdracht en concretisering in de vormgeving van de werkwijze.
Sterke sociale basis Zicht hebben op de lokale opgave en vormgeven van passende voorzieningen in samenwerking met inwoners, informele en formele netwerk.
Bij uitbesteden ligt deze opdracht aan welzijn in handen van een externe partij. In de opdrachtgeveren opdrachtnemersrelatie zullen hier hele goede afspraken over moeten worden gemaakt. De sturing is indirect.
Breed kijken en handelen door sociale teams met inbegrip van het concretiseren van sociale veerkracht valt deels onder de gemeente. Er is aandacht nodig voor de integraliteit met welzijn. Dit ligt niet binnen de directe sturing van de gemeente. Dit kan worden verstevigd door de gezamenlijke ontwikkeling en afspraken. Maar is in het huidige netwerkmodel niet goed tot recht gekomen. Bij de mengvorm ligt deze opdracht aan welzijn in handen van een externe partij. In de opdrachtgeveren opdrachtnemersrelatie zullen hier hele goede afspraken over moeten worden gemaakt. Het zwaartepunt in de uitvoering door welzijn ligt niet direct binnen de sturing van de gemeente.
Bij inbesteden valt deze opdracht aan welzijn en sociale teams onder de gemeente, dus de regie ligt in eigen handen. Bovendien kunnen integrale keuzes van de gemeente die domein overstijgend zijn makkelijker worden vertaald naar de uitvoering omdat dit allemaal onder dezelfde organisatie valt. Het opstellen van een lange termijn strategische agenda waarin beleid en uitvoering betrokken zijn is hier een voordeel.
Samengevat De vorm Uitbesteden past niet goed bij de uitvoering van sociale teams en welzijn. Er is geen directe sturing op de kaders en de integraliteit is lastig te organiseren door afstand tussen verschillende onderdelen die bij de gemeente zijn ondergebracht, zoals de backoffice. Het externe mandateren van wettelijke taken past niet bij de wens van het college om juist meer regie te willen voeren op deze wettelijke taken. De Mengvorm biedt sturing op de kaders, maar niet volledig. Tegelijkertijd liggen daar wel voordelen: welzijnsmedewerkers vallen niet onder de gemeente, waardoor de hoeveelheid nieuwe functies en medewerkers minder is. Bovendien is de gemeente niet verantwoordelijk voor welzijn, dit is geen wettelijke taak. Voor het welzijnsdeel is er sprake van indirecte sturing. Nadelen liggen in het bewaken van de integraliteit tussen welzijn en sociale teams en de uitvoering van de opdracht door een externe organisatie. Hoewel de directe sturing op de uitvoering van jeugdhulp onder de gemeente valt is de huidige verdeling van een integrale opdracht over twee organisaties niet de meest werkbare vorm gebleken. Dit maakt de Mengvorm risicovol. Sturen op de uitvoering van sociale teams en welzijn is het grootst bij Inbesteden. Bij Inbesteden kan er goed worden gestuurd op de kaders.
Door welzijn en sociale teams onder gemeentelijke aansturing te plaatsen is er sprake van integraliteit vanuit de inhoud, werkprocessen en systemen en er is nabijheid van beleid, uitvoering en backoffice. Bovendien is er regie op de uitvoering van de toegang tot jeugdhulp (wettelijke taak).
21
8. Advies Het college stelt voor om te kiezen voor de vorm Inbesteden en een eigen stichting voor het uitvoeren van sociale teams en welzijn op te richten. Binnen de gemeentelijke stichting komt de integraliteit van welzijn en sociale teams het beste tot haar recht, zonder een grote nietwettelijke taak direct onder de gemeentelijke organisatie te plaatsen. Daarnaast stelt het college voor de regie op de uitvoering jeugdhulp te versterken door een ondersteuningsteam Jeugd toe te voegen aan de backoffice van de gemeente dat stuurt op de inrichting van werkprocessen, kwaliteit, beschikkingen, maatwerk en bezwaar en beroep. College en Kwartier onderzoeken samen of het ondersteuningsteam binnen de backoffice eerder kan worden vorm gegeven. Verschil huidige stichting Kwartier Er is een duidelijk verschil tussen een gemeentelijke stichting en de huidige stichting Kwartier. De gemeente heeft meer sturing op beleid en (de kwaliteit van) uitvoering van de opdracht door de doorgaande lijn tussen beleid en uitvoering en de ondersteunende processen en systemen. Verder kan de gemeente sturing nemen door in de statuten de bevoegdheden van het college vast te leggen. Dit betreft onder andere het benoemen en ontslaan van bestuurder en de leden van de raad van toezicht en het goedkeuren van de jaarrekening.
Daarnaast wordt het werkmodel anders ingericht, rekening houdend met de uitgangspunten die zijn beschreven. Voordelen gemeentelijke stichting De uitvoering valt niet direct onder de gemeente, dat werkt drempelverlagend voor inwoners met weinig vertrouwen in de overheid. Bovendien is er veel minder (financiële) impact op de organisatie als het gaat om de hoeveelheid mensen, nieuwe functies en de uitvoeringstaken bij de stichtingsvorm. Het behouden van een CAO heeft voordelen, terwijl er wel gebruik kan worden gemaakt van de ondersteuningsstructuur van de gemeente, waardoor de overheadkosten van de stichting beperkt blijven en er uniformiteit blijft rond werkprocessen en grip op data. De relatieve afstand door een eigen stichting is klein, maar moet uiteraard in de samenwerking en afspraken goed bewaakt worden. Bij de financiering kunnen alle randvoorwaarden en afspraken worden vastgelegd.
22
Bijlage 1. Afspraken VNG en gemeente Midden-Groningen
Afspraken tussen de gemeente Midden-Groningen en de Ondersteuningslijn stevige lokale teams van de VNG
Hoogezand/ Den Haag, oktober 2024
De gemeente Midden-Groningen wil toewerken naar stevige lokale teams/ context in hun gemeente passend bij de Hervormingsagenda jeugd. De gemeente heeft het besluit genomen om per 1 januari 2028 de subsidierelatie met Kwartier Zorg en Welzijn stop te zetten. Kwartier geeft uitvoering naast Welzijn aan de lokale teams en zal dit ook tot 2028 blijven doen. Tot die tijd wil de gemeente samen met Kwartier optrekken om te leren uit het verleden en na te gaan hoe de relatie in de toekomst eruit gaat ziet met daarbij de gezamenlijke opdracht om de uitvoering van het werk in de wijk op peil te houden en de professionals mee te nemen in de nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast zet de gemeente in op een visie en ontwikkeltraject zodat er in 2028 een goed lokale opdracht en opzet is die uitgevoerd wordt door een partner die zijn rol als opdrachtnemer van de lokale teams goed vorm kan geven en door de gemeente als opdrachtgever. De vraag aan de ondersteuningslijn is om een bijdrage te leveren aan de nieuwe inrichting van de lokale teams met daarbinnen specifiek aandacht voor de opdrachtgevers- en opdrachtnemersrol van stevige lokale teams. Daarbij hebben we deze inzet in 2 fases verdeeld: Fase 1: visietraject Meedenken in de inhoudelijke keuzes en mogelijke vormen voor 2028 en de invulling van opdrachten opdrachtnemersrol binnen het voorkeursscenario.
In deze fase sluit de ondersteuningslijn aan bij gesprekken met het projectteam en bevraagt opdrachtgever en portefeuillehouder over de ondersteuningsbehoefte van de organisatie, college en/of raad. Daarnaast adviseert de ondersteuningslijn over de evaluatie met Kwartier om een goed beeld te krijgen van de invulling van opdrachtgever- en opdrachtnemersrol in de afgelopen periode. Fase 2: implementatietraject Adviseren over het vormgeven van opdrachtgever- en opdrachtnemersrol binnen de gekozen vorm. Daarnaast meedenken in belangrijke stappen in de implementatiefase, zoals het betrekken van lokale partners bij de inrichting van stevige sociale teams. Vanuit de gemeente Midden- Groningen is Bianca van Mierlo de opdrachtgever. Zij heeft de opdracht voor het ontwikkeltraject mede geformuleerd en stelt deze zo nodig tussentijds bij. Zij zal ook nauw betrokken worden bij de opbrengsten. Het projectteam wordt aangestuurd en gefaciliteerd door Marleen Bruinsma. Ook Kwartier wordt betrokken bij het projectteam.
23
Evert Offereins, de wethouder is op de hoogte het ontwikkeltraject en staat hierachter. De transformatie coaches maken 19 november as kennis met hem. De ondersteuningslijn levert een bijdrage aan het ontwikkeltraject door de inzet van twee transformatiecoaches, Tamara van Altena en Tobias van den Muijsenberg. Zij hebben doorleefde kennis en ervaring van stevige lokale teams zowel als opdrachtnemer als opdrachtgever. Marleen Beumer, projectleider van de ondersteuningslijn is betrokken bij het contracteren en de evaluatie van het ondersteuningstraject. De ondersteuning loopt tot zomer 2025. We plannen evaluatiemomenten in maart en juni 2025 om de resultaten van de ondersteuning te bespreken. Indien nodig kan de ondersteuning verlengd worden. Hiervoor worden weer nieuwe afspraken gemaakt. In de komende periode vullen we de ondersteuningsbehoefte op maat in en maken afspraken met Tamara en Tobias, waar zij fysiek dan wel digitaal bij aanwezig zijn. Tamara en Tobias denken, lezen en werken mee, zij leveren input aan eventuele stukken maar zijn geen eigenaar. Keuzes die gemaakt worden zijn voor rekening van de gemeente. De gegevens van de gemeente Midden-Groningen worden vertrouwelijk gedeeld met de transformatiecoaches en blijven daar, worden niet gedeeld met derden.
Akkoord
Bianca van Mierlo Gemeente Midden-Groningen
Marleen Beumer Vereniging Nederlandse Gemeenten
24
Bijlage 2. Werkmodel sociale teams en welzijn 2024-2028 1. Uitvoering sociale teams en welzijn 2024 Kwartier voert sinds 2015 de sociale teams en welzijn uit voor de gemeente. De subsidie sociale teams en welzijn omvat twee onderdelen: een subsidie van € 3.134.668 voor sociale teams en een subsidie van € 3.243.480 voor welzijn (begroting 2025). Naast overheadkosten (huisvesting, organisatie en bedrijfsvoering) en het organiseren van activiteiten, bestaan de uitgaven grotendeels uit personeelskosten, 53,94 fte personeel (begroting 2025). De huidige vorm is een netwerkmodel. Dat wil zeggen dat Kwartier de uitvoerende organisatie is en sociale teams en welzijn functioneel aanstuurt en ondersteunt. De medewerkers welzijn en de medewerkers Jeugdhulp van de sociale teams vallen organisatorisch grotendeels onder Kwartier. De overige medewerkers van het sociale team vallen onder de gemeente. Daarnaast zijn er nog een aantal kleine separate subsidierelaties met Lentis, MEE en Zorgbelang, zij vullen expertise binnen het welzijnsteam aan. Opdracht en werkmodel Kwartier heeft de opdracht om te bouwen aan een sterke sociale basis. Belangrijke pijlers zijn het vormgeven van sociale veerkracht en het ‘normaliseren’ van problemen. Hiervoor heeft Kwartier een werkmodel vormgegeven met vier ‘gebiedsteams’. De vier gebiedsteams zijn samengesteld o.b.v.
de sociale opgave per gebied en verschillen in onderling in disciplinemix (gebiedsanalyse). In onderstaande tabellen een overzicht van de basisfuncties en formatie. De subsidie sociale teams en welzijn is dik omrand, de overige formatie wordt ingevuld door gemeente, Lentis en MEE. De overige aanvullende (incidentele) subsidies en formatie is buiten beschouwing gelaten. 1) Welzijn (begroting 2025, Kwartier 2025) 3.Welzijn Kwartier Regie + functionele aansturing Coördinator OGGZ Coördinator Steunpunt mantelzorg Coördinator Vrijwilligerswerk Jongerenwerker Maatschappelijk activeerder Maatschappelijk werker Opbouwwerker Sociaal activeerder Sociaal beheerder Sociaal cultureel werker Subtotaal Kwartier
Organisatie
OGGZ-team
Lentis
Cliëntondersteuners
MEE
Kwartier
Fte
Subsidie (€)
0,94 0,67 1,78 3,89 2,67 10,00 2,04 0,78 0,78 0,94 26,78
3.243.480
Variabel (regioteam) 4,50
270.000 545.267
2) Sociale teams (begroting 2025, Kwartier), medewerkers Kwartier en gemeente (52,93 fte) 1.Sociale teams Regie + functionele aansturing Kwartier Casemanager Jeugd Gedragswetenschapper Programmaleider Secretariaat Teamcoach Teamleider Verbindingsmedewerker Subtotaal Kwartier
Organisatie
Fte
Subsidie (€)
Kwartier
20,56 1,78 0,31 0,83 1,19 1,71 0,78 27,16
Loketmedewerkers (telefonie) Casemanagers Wmo Casemanagers Beschermd Wonen Wijkcoaches BWRI Subtotaal Gemeente
3.134.668
Gemeente Midden-Groningen
2,12 18,06 2,89 2,70 25,77
n.v.t.
25
3) Backoffice (5,65 fte) en uitvoeringsonderdelen kredietbank (20,97 fte), begroting gemeente Backoffice gemeente (geen onderdeel sociale teams + welzijn) Maatwerkspecialisten Wmo Kwaliteitsmedewerker Jeugd/Wmo Subtotaal gemeente
Organisatie
Fte
Subsidie (€)
Gemeente Midden-Groningen
4,32 1,33 5,65
n.v.t.
Aanvullende uitvoeringsteams gemeente (geen onderdeel sociale teams + welzijn) Team Eropaf Team Schuldhulpverlening Subtotaal gemeente
Organisatie
Fte
Subsidie (€)
3,78 17,19 20,97
n.v.t.
Gemeente Midden-Groningen
2. Werkmodel 2028 Op basis van de nieuwe landelijke richtlijnen voor sociale teams en inzichten uit de interviews met Kwartier en gemeente over de huidige samenwerking en invulling van het opdrachtgeveren opdrachtnemerschap verandert het toekomstige werkmodel (inhoud) en de vorm (structuur). Behouden: integrale samenwerking binnen gebiedsteams Het huidige werkmodel met vier gebiedsteams waarbinnen sociale teams en welzijn nauw samenwerken is een goede basis voor integrale samenwerking en een gezamenlijke werkwijze voor sociale teams en welzijn. Met het oog op landelijke richtlijnen en duidelijkheid in aansturing heeft het de nadrukkelijke voorkeur om de integraliteit tussen sociale teams en welzijn te borgen in de gebiedsteams. Aanpassen werkmodel (inhoud) Op basis van de landelijke richtlijnen worden de volgende onderdelen aangepast: 1. De sociale teams bieden basishulp, ook als er sprake is van onveiligheid. Dit leidt tot aanpassing in de functiemix van sociale teams en welzijn: - Het bieden van individuele hulp aan volwassenen is nu belegd binnen welzijn en wordt overgeheveld naar de sociale teams. De formatie maatschappelijk werk (welzijn) wordt voor de helft overgeheveld naar de sociale teams en toegevoegd aan de groep casemanagers voor het bieden van individuele basishulp (volwassenen).
- Er worden twee nieuwe teams toegevoegd aan de sociale teams: een expertteam, dat veiligheidscasuïstiek en complexe casuïstiek oppakt voor de sociale teams en een team basis jeugdhulp dat specifiek ingezet wordt voor basishulp aan jeugdigen en gezinnen. 2. Verder wordt verwacht dat het sociaal team breed kijkt en handelt. In het werkmodel met vier gebiedsgerichte teams geldt breed kijken en handelen zowel voor de sociale teams als welzijn. Dit betekent het ontwikkelen en implementeren van een integrale werkwijze en bijpassende werkprocessen voor sociale teams en welzijn. Uitgangspunten nieuwe vorm (structuur) Daarnaast worden een aantal uitgangspunten vanuit de landelijke richtlijnen, het BDO rapport, adviezen VNG en de interviews (lessons learned) toegevoegd. Het netwerkmodel geeft ruis in de uitvoering en aansturing door meer organisaties. Het college heeft in 2024 aangegeven meer sturing te willen nemen op de toegang tot jeugdhulp. Daarvoor zijn de volgende uitgangspunten voor de vorm geformuleerd: 1. De backoffice van de gemeente wordt uitgebreid met een kwaliteitsteam Jeugd. Dit team, bestaande uit een of twee gedragswetenschappers, een verbindingsmedewerker (deze functies vallen nu nog onder Kwartier) en een kwaliteitsmedewerker Jeugd (nu belegd bij de
26
gemeente). Dit team versterkt vanuit de backoffice de sturing op werkprocessen, kwaliteit, beschikkingen, maatwerk en bezwaar en beroep. 2. De sociale teams vallen integraal onder één team en één organisatie. Dit is nu nog verdeeld over Kwartier (casemanagers jeugd) en de gemeente (casemanagers Wmo, Beschermd Wonen en Wijkcoaches BWRI). 3. Het opdrachtgever- en opdrachtnemerschap wordt concreet uitgewerkt (adviezen hoofdstuk 4). 4. Er wordt gestuurd op nauwe samenwerking een goede overlegstructuur tussen beleid, uitvoering en backoffice voor een eenduidige vertaling van visie en ambitie naar concrete doelen en opdrachten. 8.1.
Verschillen 2024 – 2028
In onderstaande tabel een overzicht van de verschillen tussen de huidige sociale teams en welzijn en de invulling voor 2028. In bijlage 2 wordt een uitgebreide schets gegeven. Onderdeel Welzijn
Sociale teams en welzijn 2024 • •
Focus op individuele en collectieve hulp. Maatschappelijk werk verzorgt individuele ondersteuning aan inwoners.
Sociale teams en welzijn 2028 • • •
Sociale teams
• • •
Inzet casemanagement verdeeld over Kwartier en gemeente. Telefonische informatie, verwijzing Focus op toeleiding naar hulp en zorg.
• •
• •
Expertteam (nieuw) Team Basis jeugdhulp (nieuw)
N.v.t. Veiligheid en expertise belegd buiten sociale teams. N.v.t. Basis jeugdhulp nu belegd bij gecontracteerde jeugdhulporganisaties (inkoop RIGG).
Onderdeel Backoffice
• •
Sturing op uitvoering 2024 • •
Sturing op de uitvoering Wmo door gemeente Sturing op uitvoering jeugdhulp door Kwartier
Focus op het gesprek met de inwoner (breed kijken, doorvragen) en het bieden van passende collectieve voorzieningen. Team bestaat primair uit opbouwwerkers, jongerenwerkers en (vrijwillige) ouderenadviseurs/ouderenwerkers. De cliëntondersteuners en het OGGZ-team vallen onder het welzijnsteam. De inzet en bekostiging worden later bepaald. Sociale teams vallen onder 1 organisatie. Casemanagers kijken breed en handelen breed: bieden individuele hulp, doen onderzoek, voeren regie op casussen, ook indien er veiligheidsvraagstukken spelen. Hulp erbij halen en verwijzen waar nodig. Een deel van de maatschappelijk werkers worden als casemanager gepositioneerd onder de sociale teams. Zij bieden basis hulp. Dat betekent een verschuiving van formatie. Pakt veiligheidscasussen en complexe casuïstiek op en versterkt sociale teams bij casussen waar wenselijk. Team jeugdhulp biedt basis jeugd/gezinshulp zonder indicatie op verzoek van sociale teams. Dit is hulp dat nu nog belegd is bij gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. De verdere besluitvorming vindt in 2026 en 2027 plaats (deels lokaal en deels regionaal). Sturing op uitvoering 2028
•
Sturing op de uitvoering Wmo en jeugdhulp (gemeente). Het team jeugdhulp bestaat uit een of twee gedragswetenschappers, een verbindings-medewerker en een kwaliteitsmedewerker Jeugd. Dit team versterkt vanuit de backoffice de sturing op kwaliteit, maatwerk, beschikkingen en bezwaar en beroep.
27
Werkmodel 2028 WELZIJN
Onderzoek, Plan
Sociaal Team Noord
Basishulp Casusregie
WELZIJN
Sociaal Team West
Sociaal Team basis jeugdhulp
Team Oost
WELZIJN
Expertteam
Sociaal Team Zuid
WELZIJN
Toelichting werkmodel Er zijn vier gebiedsteams, daarbinnen werken welzijnsmedewerkers en een sociaal team. Het welzijnsteam is gericht op het versterken van de sociale basis door zichtbaar en in nabijheid van dorpen, buurten en wijken in gesprek te zijn met inwoners. De verdeling van welzijnsmedewerkers over de vier gebiedsteams hangt af van de vraagstukken per gebied en kan variëren in omvang en functies. Het welzijnsteam pakt vroegtijdig signalen op, vraagt breed uit en biedt passende collectieve voorzieningen in elk gebied. Daarnaast wijst het welzijnsteam de juiste weg als er meer of andere hulp nodig is. Hiervoor staat het team in nauw overleg met het sociale team. Het welzijnsteam vervult een netwerkfunctie en heeft nauw contact met informele en formele netwerken in de sociale basis. De sociale teams kijken breed en handelen breed. Ze doen onderzoek (brede triage, meerdere gesprekken), bieden basis hulp (individuele begeleiding), indiceren waar nodig voor niet vrij toegankelijke hulp en zorg en voeren regie op lopende casussen. Hierin worden ze ondersteund door het team loketmedewerkers en twee nieuwe teams. Deze onderdelen werken centraal voor de vier sociale teams: • Het team loketmedewerkers zorgt in het telefonisch contact met inwoners voor een eerste brede uitvraag en een goede informatievoorziening en toeleiding naar welzijn of het sociale team.
De werkwijze en uitvraag is gelijk aan de werkwijze van het welzijnsteam. • Het expertteam is een klein ondersteunend team dat casussen op het gebied van veiligheid en complexe casuïstiek oppakt. Er wordt weliswaar een regionaal expertisecentrum ingericht. Maar vanwege de verzwaarde taken binnen het sociale team is ervoor gekozen om een klein staf team te formeren die de casemanagers ondersteunt en versterkt.
28
•
Het team basis jeugdhulp verzorgt vult de basishulp van casemanagers aan en verzorgt basis jeugdhulp aan gezinnen en jeugdigen op verzoek van sociaal team. Deze hulp is in 2025 nog belegd bij geïndiceerde jeugdhulpaanbieders, maar zal voor 2028 worden ingekocht als aanvulling op het hulpaanbod van de sociale teams. Het team basis jeugdhulp is vanaf 2028 onderdeel van de sociale teams.
Onderdelen sociale teams en welzijn werkmodel 2028 Welzijn (2025: 21,78 fte)
Opmerkingen
1)Opbouwwerkers
De helft van de formatie maatschappelijk werk wordt overgeheveld naar de sociale teams voor het bieden van individuele basishulp aan inwoners (casemanagement).
2)Jongerenwerkers 2) maatschappelijk werkers 3)Ouderenadviseurs, ouderen regisseur 4)Overige functies 5)OGGZ-team (Lentis) 6)Cliëntondersteuners (MEE)
Lentis en MEE ontvangen een aparte subsidie voor de werkzaamheden binnen welzijn. Of dit zo blijft hangt af van de toekomstige uitvoerder.
Sociale teams (2025: 52,93 fte)
Opmerkingen
1)Loketmedewerkers
1) 5 fte maatschappelijk werk wordt overgeheveld naar de sociale teams voor het bieden van basishulp. Dit maakt onderdeel uit van de casemanagers. 2) De sociale teams vallen onder één organisatie, in 2025 verdeeld over de gemeente (25,77 fte) en Kwartier (27,16 fte). 3) De gedragswetenschappers (1,78 fte) en de verbindingsmedewerker (0,78 fte) van de sociale teams worden ondergebracht bij de backoffice Formatie en financiering wordt later bepaald.
2)Casemanagers (met brede kennis en ervaring vanuit Wmo, Beschermd Wonen, Participatie (, maatschappelijk werk*)
3)Expert team: veiligheid en complexe casuïstiek 4)Team basis Jeugdhulp
Onderdelen gemeente werkmodel 2028 (geen onderdeel sociale teams en welzijn) Backoffice (2025: 8,21 fte)
Opmerkingen
Maatwerkspecialisten Wmo
De backoffice wordt uitgebreid met expertise jeugd t.b.v. sturing op de uitvoering jeugdhulp van de sociale teams.
Gedragswetenschappers Jeugdhulp* (1,78 fte) Verbindingsmedewerkers Jeugdhulp* 0,78 fte) Kwaliteitsmedewerkers Wmo en Jeugdhulp
Kredietbank (2025: 20,97 fte)
Opmerkingen
Team Eropaf
Deze onderdelen versterken de sociale teams en welzijn, maar maken er geen onderdeel vanuit.
Team Schuldhulpverlening
Het Welzijnsteam Het welzijnsteam wordt centraal georganiseerd en bestaat uit 1) opbouwwerkers, 2) jongerenwerkers, 3) maatschappelijk werkers, 4) ouderenadviseurs, 5) coördinatoren vrijwilligerswerk en overige aandachtsgebieden, 5) een OGGZ team en 6) cliëntondersteuners. Het team wordt functioneel aangestuurd door een teamleider en heeft een eigen opdracht en takenpakket. Het welzijnsteam werkt integraal samen met de vier sociale teams. De teamleden worden ingezet waar ze nodig zijn, waar nodig outreachend. Afhankelijk van de benodigde
29
voorzieningen per gebied sluiten de welzijnswerkers bij de sociale teams. Ze maken gebruik van vier locaties en nemen deel aan het aanmeldoverleg. Taken Het welzijnsteam is zichtbaar in dorpen, buurten en wijken. De teamleden kennen de sociale kaart en zijn eerste aanspreekpunt voor vragen. De inzet van teamleden hangt af van de vragen in dorpen, buurten en wijken, met specifiek aandacht voor de sociale opgaven in de gemeente. De hulpvraag kan worden gesteld in de buurt, per mail of telefoon (dat wordt afgehandeld door loketmedewerkers van de sociale teams). Het welzijnsteam biedt lichte ondersteuning in de vorm van collectieve voorzieningen en verwijst naar passend voorliggend aanbod. Waar individuele hulp of meer nodig is, wordt verwezen naar het sociale team. Dat betekent dat de maatschappelijk werkers (nu 10 fte) hun individuele hulpverlening gaan aanbieden als casemanager van de sociale teams. Hoeveel formatie dat betreft moet voortkomen uit de businesscase, in dit document verdelen we de formatie gelijkmatig over welzijn (5 fte) en sociale teams (5 fte). De medewerkers maken gebruik van de locaties van de sociale teams voor (aanmeld)overleg en ontmoeting. Het welzijnsteam heeft de volgende kenmerken: 1. Nabij, laagdrempelig, informatiefunctie (kennen de sociale kaart en het informele en formele netwerk), waar nodig outreachend 2. Breed kijken en vroegtijdig signaleren 3.
Werken vanuit normaliseren en sociale veerkracht = het uitgangspunt, met aandacht voor hulp aan kwetsbare inwoners 4. Bieden laagdrempelig hulp via passende collectieve voorzieningen, met uitzondering van de cliëntondersteuners (Zorgbelang en MEE). Zij ondersteunen ook individuele inwoners in hun hulpvraag en bieden hulp aan inwoners met een licht verstandelijke beperking. Vier Sociale teams Er zijn vier sociale teams. Elk sociaal team wordt functioneel aangestuurd door een teamleider. De basis van de vier sociale teams wordt gevormd door 1) loketmedewerkers die door een brede uitvraag zorgen voor een goede routing naar welzijn, het sociale team of een andere organisatie (gemeente) en 2) casemanagers die breed kijken en handelen (basis hulp bieden). Deze groep wordt versterkt door twee inhoudelijke teams die centraal georganiseerd zijn en afhankelijk van de vraagstukken aansluiten bij de sociale teams: 3) een expertteam op het gebied van veiligheid en complexe casuïstiek en 4) een team Jeugdhulp. Beide teams zijn nieuw vanwege de extra taken voor sociale teams vanaf 2028. In 2028 is er weliswaar een regionaal veiligheids- en expertteam, maar vanwege de verzwaring op het gebied van veiligheid is er in dit werkmodel voor gekozen een aantal ervaren medewerkers als intern expertteam toe te voegen.
Voor de inzet van basis jeugdhulp contracteer de gemeente in 2025 zelf de lichte jeugdhulp. Voor de overige basis jeugdhulp wordt op dit moment met andere buurgemeenten en RIGG gekeken naar (sub)regionale inzet van teams jeugdhulp geleverd door een jeugdhulpinstelling. Dit traject loopt parallel aan de keuze voor het toekomstscenario. In dit werkmodel gaan we uit van externe inzet van het team jeugdhulp. Gemeentelijke onderdelen De backoffice is een gemeentelijke afdeling is zorgt voor sturing op de wettelijke taak (adviseren en controleren beschikkingen) (jeugd en Wmo) en kwaliteitszorg (Wmo en Jeugdhulp). De sturing op de uitvoering Jeugdhulp is nieuw en wordt vormgegeven door een klein team met gedragswetenschappers, verbindingsmedewerker en kwaliteitsmedewerker Jeugdhulp. Zij houden toezicht op werkprocessen, werkwijze, juistheid en volledigheid van beschikkingen en kwaliteit. De sociale teams worden aangevuld met een aantal uitvoerende teams die afhankelijk van de vraag aansluiten bij de sociale teams. Zij maken geen onderdeel uit van de sociale teams, maar zijn onderdeel van de gemeente. Het betreft het team Eropaf en Schuldhulpverlening (tweede lijn). Taken De sociale teams doen onderzoek, verwijzen terug naar welzijn of een collectieve voorziening indien er geen individuele hulp nodig is.
Is er wel meer individuele hulp nodig dan stellen de casemanagers een plan op, bieden individuele ondersteuning en jeugdhulp en voeren regie op de uitvoering van het plan, inclusief het tijdig op- en afschalen van de benodigde hulp. De focus ligt
30
net als bij het welzijnsteam op normaliseren en sociale veerkracht. Afhankelijk van de hulpvraag kan een teamlid met andere deskundigheid meedenken in het onderzoek, opstellen van het plan en bieden van hulp. Zo wordt breed kijken en handelen goed geborgd. Voor enkelvoudige Wmo aanvragen geldt de huidige verkorte route. Voor complexe hulpvragen en vragen waar jeugdigen tot 18 bij zijn betrokken geldt dat er altijd een uitgebreid onderzoek plaats vindt om tot een plan van aanpak te komen. De sociale teams hebben de volgende kenmerken: 1. Zichtbaar, nabij, laagdrempelig aanwezig op vier locaties, huisvesting wordt gedeeld met Welzijn, Team Eropaf en andere partners in het voorliggend veld. 2. Breed kijken (triage, domein overstijgend) en breed handelen (domein overstijgend hulp bieden, hulp erbij halen, waar nodig verwijzen) 3. Werken vanuit normaliseren en sociale veerkracht = het uitgangspunt, met aandacht voor hulp aan kwetsbare inwoners 4. Bieden basis hulp, waaronder basis jeugdhulp, doen van onderzoek, opstellen plan en regievoeren, op- en afschalen van zorg 5. Bij ingewikkelde casuïstiek en veiligheidscasussen deskundigheid erbij halen: intern expertteam, regionaal expertpool Nadere toelichting functies sociale teams en gemeentelijke onderdelen 1) Loketmedewerkers De loketmedewerkers verzorgen de telefonische afhandeling van hulpvragen.
Een duidelijke triage door dit team zorgt ervoor dat er gelijk een brede uitvraag plaats vind naar de problemen en inwoners op de juiste plek terechtkomen. 2) Casemanagers De basis van de sociale teams wordt gevormd door ervaren casemanagers, samen hebben ze diverse kennisgebieden en ervaring in begeleiding en zorg waardoor ze breed kunnen kijken en handelen. Dit zijn maatschappelijk werkers (deels overheveling vanuit het welzijnsteam), Casemanagers Wmo, Beschermd Wonen en Jeugd en wijkcoaches BWRI. 3) Expertteam Voor complexere casuïstiek en veiligheidsvraagstukken beschikken de vier sociale teams over een eigen expertteam. Dit expertteam is centraal georganiseerd en pakt alle veiligheidsvraagstukken en complexe casuïstiek. Daarnaast zorgt dit team voor deskundigheidsbevordering. Hoewel er ook een regionale expertpool wordt ontwikkeld, is ervoor gekozen om een lokaal team toe te voegen. Dat geeft houvast, zeker als de sociale teams nog niet op alle gebieden ruime ervaring in huis hebben. 4) Team Basis Jeugdhulp Vanaf 2028 bieden de sociale teams zelf basishulp (landelijke richtlijn). Er is extra capaciteit voor inzet van basis jeugdhulp, hiervoor is het team Jeugdhulp. Dit team is inzetbaar door de sociale teams en biedt gezinnen basis jeugdhulp zonder indicatie. Op dit moment bieden de sociale teams beperkt basishulp, met name gericht op overbruggingshulp.
Vanaf 2028 is er sprake van een andere werkwijze. Bij een hulpvraag doet het sociale team onderzoek en biedt gelijk zelf hulp en individuele begeleiding, waaronder basis jeugdhulp. Het uitgangspunt is dat het sociale team meer zelf doet, expertise wordt erbij gehaald in plaatst van direct door te verwijzen naar geïndiceerde zorg. Welke en hoeveel jeugdhulp het sociale team biedt is aan de gemeente zelf. De Groninger gemeenten willen samen onderzoeken hoe ze dit willen vormgeven, daarbij wordt gedacht aan een gemeente-overstijgend aanbod. In dit plan wordt het team basis Jeugdhulp wel apart benoemd, maar nog niet nader uitgewerkt. Gemeentelijke onderdelen: Backoffice: maatwerkspecialisten Wmo en jeugdhulp, kwaliteitsfunctionarissen De maatwerkspecialisten Wmo en Jeugd hebben een onafhankelijke toetsende rol m.b.t. de uitvoering en indicatiestelling. De beschikkingsvrije jeugdhulp is niet meer passend omdat het
31
inwoners een officiële bezwaarprocedure ontneemt. Bovendien wil het college meer sturing nemen op de uitvoering van de jeugdhulp. Door een team jeugdhulp met gedragswetenschapper, verbindingsmedewerker en kwaliteitsmedewerker te positioneren binnen de backoffice wordt vormgegeven aan de werkprocessen, werkwijze binnen jeugd en gestuurd op processen, werkwijze, doelmatigheid, juistheid en kwaliteit. Dit neemt ook een (administratieve) last weg bij de casemanagers jeugdhulp. Team Eropaf en Schuldhulpverlening Het team Eropaf is flexibel inzetbaar en helpt mensen met schulden, ze werken outreachend. Schuldhulpverlening zit in de tweede lijn en wordt ingeschakeld daar waar wenselijk. Randvoorwaarden werkmodel 2028 Er zijn een aantal randvoorwaarden essentieel voor het vormgeven van het nieuwe werkmodel. VNG heeft een aantal cruciale factoren genoemd van succesvolle sociale teams. Deze kenmerken zich door: 1) duidelijke en breed gedragen visie, 2) goed opdrachtgever- en opdrachtnemerschap, 3) goede netwerksamenwerking, 4) kwaliteitsdenken: leren, monitoren, verantwoorden, 5) juiste inkoop en bekostiging. Deze worden onderdeel van het werkmodel 2028, ongeacht de vorm die wordt gekozen. De hieronder genoemde randvoorwaarden moeten in de governance, bedrijfsvoering, organisatie en contractuele afspraken worden belegd. Een uitwerking hiervan is onderdeel van de businesscase.
Voor de randvoorwaarden genoemd in de tabel geldt dat deze worden uitgewerkt en geïmplementeerd binnen het werkmodel, ongeacht de gekozen vorm. Opdrachtgever- en opdrachtnemersrol
Visie en werkwijze
Deskundigheidsbevordering
Werkprocessen, systemen, managementinformatie Controlerende functie backoffice Huisvesting
Randvoorwaarden werkmodel 2028 Onafhankelijk van de gekozen vorm wordt het opdrachtgever/opdrachtnemerschap duidelijk uitgewerkt in rollen, taken, verantwoordelijkheden en een jaarcyclus rond planvorming, rapportage en verantwoording. Het vertalen van ambities naar concrete doelen en resultaten krijgt specifieke aandacht in deze samenwerking. In de businesscase wordt dit nader uitgewerkt. In de uitwerking zal worden aangegeven op welke wijze de raad het college kan controleren op de uitvoering van het opdrachtgeverschap. Voor de controlerende rol van de raad is aandacht vanuit de vier principes van goed opdrachtgeverschap (VNG): - Doelen van gemeente en gemeenschappelijke doelen - Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de samenwerking, inclusief toelichting op de strategische rol • Prestaties (SMART geformuleerd) van het samenwerkingsverband • Inrichting opdrachtcyclus ten behoeve van tijdige, vooraf bepaalde en open Informatieverstrekking aan de raad Alle onderdelen en medewerkers werken vanuit dezelfde visie op sociale veerkracht en normaliseren en hanteren eenzelfde werkwijze. Dit is essentieel om tot een goed samenspel te komen in het bieden van vroegtijdige passende hulp en het op de juiste manier op- en afschalen van die hulp.
Uiteraard is het delen van de visie breder dan de sociale teams en welzijn, dit moet een gedeelde visie worden waar ook inwoners en andere partners actief in worden betrokken. Zowel teamleden van welzijn als de sociale teams zijn in staat om breed te kijken en te handelen. Waar de vraag van een inwoner ook terecht komt, de medewerker weet goed uit en door te vragen om juiste informatie en hulp te kunnen bieden. Goede triage en een gemeenschappelijk beeld van sociale veerkracht is de basis. Een training voor alle (nieuwe medewerkers) gericht op goede triage en een eenduidige werkwijze is de basis. Duidelijk sturing door management is essentieel. Dat kan door gemeenschappelijke overleggen/intakes, trainingen en vastleggen van werkwijze en regels voor op/afschalen in werkprocessen. Het hebben van de juiste expertise en ervaring in de teams is hier ook onderdeel van. In het nieuwe werkmodel sluiten werkzaamheden en werkprocessen van welzijn en sociale teams op elkaar aan. Systemen zorgen voor goede ontsluiting van managementinformatie. Rol van maatwerkspecialist Wmo verbreden naar jeugdhulp (beschikkingvrij verwijzen vervalt, administratieve werkzaamheden en deskundigheid van casemanager jeugd naar backoffice De sociale teams zijn gehuisvest op bereikbare en zichtbare locaties verspreid over de gemeente.
De locaties zijn laagdrempelig, geven een huiskamer gevoel en worden gebruikt door meerdere organisaties uit de sociale basis waardoor inwoners maar ook medewerkers weinig drempels ervaren bij elkaar binnen te lopen. Elke locatie heeft bij voorkeur een baliefunctie voor informatie en afspraken. Team Eropaf, Schuldhulpverlening maken gebruik van deze locaties voor een spreekuur of ontmoeting.
32
Bijlage 3. Semigestructureerde interviewvragen Interviewvragen, gestructureerd in thema’s, om inzicht te krijgen in de invulling van het opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap in de subsidierelatie tussen gemeente en Kwartier. Met deze vragen zijn diverse perspectieven verzameld en is ingegaan op de ervaringen en verwachtingen van stakeholders, in sommige gevallen is ingegaan op een specifieke situatie of op de rol van de geïnterviewde. De terugblik betreft de periode 2019-2023. In 2024 is de samenwerking op een aantal punten gewijzigd, dat is apart benoemd. Algemene achtergrond Kunt u uw rol en betrokkenheid toelichten in de samenwerking tussen de gemeente en Kwartier? Hoe lang bent u al betrokken bij deze subsidierelatie? Beeldvorming en verwachtingen Hoe zou u de huidige samenwerking tussen de gemeente en de welzijnsorganisatie omschrijven? Wat zijn volgens u de belangrijkste doelen van deze subsidierelatie? Welke verwachtingen heeft u van de andere partij binnen deze samenwerking? Zijn deze verwachtingen expliciet besproken en vastgelegd? Opdrachtgeverschap Hoe ervaart u de rol van de gemeente als opdrachtgever? Hoe wordt er vanuit de gemeente richting gegeven aan de subsidierelatie? Wat werkt goed in de manier waarop de gemeente haar opdrachtgeversrol invult? Waar liggen volgens u verbeterpunten in het opdrachtgeverschap? Opdrachtnemerschap Hoe ervaart u de rol van de
welzijnsorganisatie als opdrachtnemer? Hoe wordt er vanuit de welzijnsorganisatie invulling gegeven aan de afspraken en verwachtingen? Wat werkt goed in de manier waarop de welzijnsorganisatie haar opdrachtnemerschap invult? Waar liggen volgens u verbeterpunten in het opdrachtnemerschap? Communicatie en samenwerking Hoe verloopt de communicatie tussen de gemeente en de welzijnsorganisatie? Hoe wordt er omgegaan met eventuele conflicten of verschillen in visie? Welke overlegstructuren of evaluatiemomenten zijn er, en hoe effectief vindt u die? Hoe wordt er omgegaan met feedback tussen beide partijen? Sturing en verantwoording Hoe worden de prestaties en resultaten binnen de subsidierelatie gemonitord en beoordeeld? Vindt u dat er voldoende ruimte is voor flexibiliteit in de invulling van de subsidieafspraken? Hoe transparant vindt u de manier waarop verantwoording wordt afgelegd? Lessen en verbeteringen Wat zijn volgens u de belangrijkste lessen uit de huidige samenwerking? Zijn er concrete voorbeelden van successen of knelpunten die u kunt delen? Welke veranderingen zouden volgens u nodig zijn om de samenwerking verder te verbeteren? Hoe ziet u de verbeteringen verankert in het toekomstscenario? Welke adviezen wilt u meegeven?
33