03. jaarrekening 2020 Scholengroep OPRON
Tekst van het document
Op basis van dit gesprek wordt door de schoolleider een bestedingsplan opgesteld voor de inzet van de werkdrukmiddelen dat ter instemming wordt voorgelegd aan de personeelsgeleding van de MR (hierna genoemd: P-MR). Het bestedingsplan bevat naast de bestedingsdoelen de verwachtingen met betrekking tot de vermindering van de werkdruk alsmede de wijze waarop de P-MR zal toezien op de inzet en de besteding van deze werkdrukmiddelen en het gevolgde proces.
28
Planning Week 6 - 10
Activiteit Gesprek team en schoolleider inzet werkdrukmiddelen
Verantwoordelijke Team – schoolleider
10 – 11 12 - 16
Bespreking inzet middelen formatiegesprek Voorstel vanuit team wordt ter instemming voorgedragen aan de P-MR van de school Instemming P-MR Na akkoord dient de schoolleider in het aangeleverde model de verantwoording over de inzet van de extra middelen voor aanpak werkdruk met het bestuur van Scholengroep OPRON wat vervolgens in het jaarverslag/ bestuursverslag opgenomen dient te worden Evaluatie team, P – MR, schoolleider Evaluatierapport schoolleider ter bespreking bestuurder, HR Totale evaluatie HR naar GMR
Schoolleider – HR Schoolleider – P – MR
23 24 – 26
1–5 6 – 12 13 – 15
P-MR Schoolleider – HR – Controller
Team – P-MR – Schoolleider Schoolleider – bestuurder – HR HR - GMR
Het team kan kiezen voor verschillende bestedingsdoelen in het kader van werkdrukvermindering. De uitgaven moeten passen binnen de geldende regels ten aanzien van de besteding van onderwijsbekostiging. Inzet werkdrukmiddelen 08GQ 08SW 10CO 11AO 11YX 13GU 13QO 13UO 13ZR 14EK 14HC 14IM 15AS 15EP 15FZ 15JG 19TV 26NL Totalen
1-10-2018
1-10-2019
92 221 129
105 193 109 145 114 261 334 159 201 305 103 124 50 64 51 79 132 126
249 347 188 186 316 117 126 54 57 45 82 127 119
Kalenderjaar 2020 € € € € € € € € € € € € € € € € € € €
22.743,88 48.616,66 28.006,56 14.733,21 11.583,35 59.201,03 79.480,93 40.830,73 44.835,78 72.465,54 25.821,91 29.136,93 12.167,92 13.984,18 11.088,28 18.789,56 36.787,20 41.224,05 611.497,68
29
Inzet werkdrukmiddelen op organisatieniveau Bestedingscategorie
Bestedingspercentage
Personeel
100,00%
Materieel
0%
Professionalisering
0%
Overig
0%
Er zijn geen niet-financiële maatregelen genomen om de werkdruk te verminderen.
30
HUISVESTING EN FACILITAIRE ZAKEN Gebouwenmutaties Per 1 januari 2020 hebben wij twee schoolgebouwen overgenomen van Scholengroep OPOS, te weten obs De Springplank in Siddeburen en obs De Meent in Schildwolde. In verband met de heropening van het asielzoekerscentrum in Musselkanaal is per 1 oktober in het voormalige gebouw van Ubbo Emiius aan de Engelandlaan een deel van deze locatie ingericht voor de opvang van asielzoekersleerlingen. Administratief valt deze locatie onder de Meester Neuteboomschool. Voortgang nieuw- en verbouw OBS Inspecteur Amerikaschool
Versterking heeft plaatsgevonden in 2020. Daarnaast is in het gebouw een deels nieuw mechanisch ventilatie systeem aangelegd met WTW en koeling.
OBS De Menterhorn
Er ligt een eerste concept van een stedenbouwkundige visie met een voorkeurslocatie voor de realisatie van de twee scholen en het dorpshuis als basis voor een integraal Centrumplan Muntendam.
OBS De Tandem
In het Kindcentrum Zuidbroek worden OBS De Tandem en CBS De Wegwijzer gehuisvest. De kinderopvang blijft berusten bij Kindercentrum Poko Loko. Om dit te kunnen realiseren dient het huidige gebouw te worden aangepast. Ook zal de klimaatregeling worden verbeterd. Er wordt verwacht dat de werkzaamheden in 2021 kunnen worden afgerond.
OBS De Springplank
In 2021 wordt begonnen met de bouw van het Kindcentrum Siddeburen. In dit kindcentrum worden als kernpartners CBS De Zonnewijzer, OBS De Springplank en Kids First gehuisvest.
OBS De Meent
In 2021 wordt begonnen met de bouw van een nieuw schoolgebouw voor OBS De Meent. Tijdens de bouw zal de school tijdelijk elders worden gehuisvest. OPRON is bouwheer voor dit project. Daarbij krijgen we professionele ondersteuning van derden.
OBS Meester Neuteboomschool
De intentie is om nieuwbouw te plegen. Het definitieve raadsbesluit hiervoor is nog niet genomen.
31
Onderhoud Onderstaande investeringen zijn bekostigd uit de voorziening onderhoud. Soort werkzaamheden
Bedrag
-
asbestsanering
€
3.237
-
bestrating cv-ketel
€ €
16.376 11.638
-
dakbedekking
€
4.770
-
dakramen
€
16.664
-
dakventilatoren
€
8.570
-
erfafscheiding
€
9.585
-
installaties
€
5.322
-
noodverlichting
€
8.894
-
radiator vervangen
€
6.034
-
sanitair
€
1.120
-
schilderwerk ventilatie
€ €
109.688 2.700
-
verlichting
€
34.047
-
vloerbedekking
€
9.517
€
248.162
Totaal
School obs Menterhorn obs De Springplank obs De Viermaster obs De Braskörf obs Westerschool obs De Sleutel obs Meester Neuteboomschool obs De Oleander obs De Ommewending obs De Musselhorst Kindcentrum Westerwinde Marg. Hardenbergschool VSO
Soort werkzaamheden Ventilatie Installaties Schilderwerk, cv-installatie en verlichting Schilderwerk, bestrating en verlichting Dakramen, radiator, bestrating en verlichting Schilderwerk, asbestsanering, radiator, verlichting en vloerbedekking Schilderwerk Bestrating, dakbedekking en sanitair Schilderwerk, cv-installatie, noodverlichting en bestrating Dakbedekking Dakventilatoren en verlichting Erfafscheiding, vloerbedekking en noodverlichting
De volgende voorzieningen zijn in 2020 opgevoerd als investeringen in technische installaties: School obs Hagenhofschool obs De Braskörf
Voorziening Duurzaamheidsinvesteringen nieuwbouw Binnenklimaat
investering € 113.741 € 2.101
32
FINANCIËN In dit hoofdstuk is de exploitatierekening 2020 en de bijbehorende balanssituatie van Scholengroep OPRON opgenomen. Ter vergelijking worden kengetallen van 2019 genoemd. Hierdoor wordt inzichtelijk hoe de situatie bij Scholengroep OPRON is gewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar. Het financiële beleid dat gevoerd wordt door Scholengroep OPRON is een belangrijke voorwaarde voor het behalen van de benoemde ambities, doelstellingen en beoogde resultaten, zoals vastgelegd in het strategisch beleidsplan. Een gezonde ontwikkeling van de baten en lasten en een adequaat weerstandsvermogen in meerjarig perspectief, zijn belangrijke uitgangspunten van het beleid. Het adequaat beheren van de financiële positie van het bestuur en de scholen en het op een verantwoorde manier verdelen van de baten over de organisatieonderdelen, zijn belangrijk voor het behoud en verdere ontwikkeling van de kwaliteit van het onderwijs. Essentieel hierbij is een goede planning en control cyclus en een betrouwbare informatievoorziening. Allocatie van middelen De verdeling van de rijksbijdragen over de scholen vindt plaats op basis van de zogenaamde T-systematiek. De scholen krijgen daardoor budget voor het aantal leerlingen dat op dat moment op school aanwezig is. Er zijn normen vastgesteld in het directieberaad en goedgekeurd door de GMR.
Daarbij wordt er aan de kleinste scholen een maatwerkbudget verstrekt. Onderwijsachterstandsmiddelen De onderwijsachterstandsmiddelen (OAB-middelen) worden op basis van de schoolscores van het CBS deels aan de scholen toebedeeld. Aangezien met de komst van de OAB-middelen, de rijksvergoeding impulsregeling is komen te vervallen, is deze op een zelfde wijze gealloceerd. De OAB-middelen (€ 784.564 in 2020) zijn € 184.082 lager dan de eerdere verdeling van achterstandsmiddelen. Deze middelen worden ingezet voor o.a. het formeren van kleinere groepen en de inzet van ondersteuning voor de kinderen met een achterstand. Exploitatierekening De realisatie over 2020 bedraagt € 289.036 negatief. Dit is € 291.974 negatiever dan begroot. Heel in het kort (een nadere toelichting volgt op de volgende pagina’s) kent het verschil de volgende oorzaken:
De reguliere rijksbijdragen inclusief doorbetalingen SWV vallen hoger uit
€
1.625.670
+
Per saldo vallen de overige overheidsbijdragen en overige baten hoger uit
€
787.584
+
De lonen en salarissen vallen hoger uit
€
1.746.326
-
De overige personele lasten vallen hoger uit, vooral door hogere kosten Vervangingsfonds en de malus Vervangingsfonds
€
522.998
-
Per saldo vallen de afschrijvingskosten en huisvestingslasten hoger uit
€
39.417
-
Per saldo vallen de overige lasten hoger uit
€
383.824
-
Saldo financiën valt lager uit dan begroot
€
12.663
-
€
291.974
-
Totaal
33
Het resultaat is negatiever dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door de gestegen lonen als gevolg van de nieuw afgesloten CAO, de éénmalige uitkering van 33% en de toelage van € 875 per fte. De baten ter dekking van deze kosten zijn voor een belangrijk deel ontvangen in 2019 (€ 590k). Indien deze reeds ontvangen baten meegenomen worden in de beoordeling van het resultaat, dan is het resultaat over 2020 € 298k. Daarbij is er door de komst van de OPOS scholen éénmalig € 322k aan baten ontvangen in 2020. Indien ook deze mutatie gecorrigeerd wordt op het resultaat, dan is het resultaat over 2020 € -24k. ( x € 1.000)
Realisatie 2020 in € 21.954 222 838 23.014
Begroting 2020 in € 20.329 52 220 20.601
Verschil 2020 in € 1.625 170 617 2.412
Realisatie 2019 in € 20.142 228 310 20.680
Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totaal lasten
19.697 408 1.409 1.777 23.291
17.428 389 1.387 1.394 20.598
2.269 19 21 383 2.692
16.416 376 1.419 1.663 19.874
Saldo baten en lasten
-276
3
-280
806
Saldo financiën
-13
0
-13
5
Netto resultaat
-289
3
-293
811
Rijksbijdragen Min. OCW Overige overheidsbijdragen Overige baten Totaal baten
Analyse verschillen begroting – jaarrekening 2020 ( x € 1.000) BATEN Rijksbijdragen Het saldo rijksbijdragen is 1.625k hoger dan begroot. De voornaamste oorzaken zijn: Per saldo vallen de rijksbijdragen OCW (o.a. de lumpsum, het P&A budget en de materiële instandhouding) hoger uit dan begroot door normaanpassingen, gerealiseerde groeibekostiging en de éénmalige aanvullende regeling.
922
De overige subsidies OCW vallen hoger uit door de verantwoording van de besteding van de subsidie Academische Opleidingsschool en de ontvangst van hogere rijksvergoeding Asielzoekers (Wereldwijs).
581
De doorbetalingen vanuit het samenwerkingsverband passend onderwijs zijn hoger dan begroot door afgegeven groeibeschikkingen en zorgarrangementen.
122
Totaal
1.625
Het verschil met 2019 wordt voornamelijk veroorzaakt door de komst van twee scholen vanuit de stichting OPOS. Daarentegen is in 2019 de compensatie van de nieuwe CAO en de éénmalige aanvullende regeling ontvangen à 590k.
34
Overige overheidsbijdragen De overige overheidsbijdragen vallen per saldo 170k hoger uit dan begroot. Onder de gemeentelijke bijdragen is ontvangen het Onderwijsachterstandenbeleid 2020, vergoeding eerste inrichting Wereldwijs (niet begroot) en de vergoeding Avondschool. De ontvangen overige subsidie was niet begroot en heeft o.a. betrekking op de subsidie Kunst en Cultuur, Muziekonderwijs, RVO duurzame stroom en Regionale aanpak leraren tekort. De bijdrage voor deelname aan het project NCG is éénmalig ontvangen in 2019. De vergoeding eerste inrichting Wereldwijs is éénmalig ontvangen in 2020. Hierdoor is er in de realisatie bijna geen verschil in beide jaren. Overige baten Het saldo overige baten zijn 617k hoger dan begroot. De voornaamste oorzaken zijn: Er zijn minder huurbaten ontvangen dan begroot. Dit betreft de verhuur van ruimtes aan peuterspeelzalen en Renn4.
-21
De detacheringsopbrengsten vallen hoger uit dan begroot.
111
De overige baten vallen hoger uit voornamelijk door de financiële afwikkeling OPOS, de vergoeding van het Participatiefonds inzake herwaardering OOP-functie en de ontvangen vergoeding transitievergoedingen UWV.
527
Totaal
617
In 2019 waren de detacheringsopbrengsten lager uitgevallen dan in 2020. Daarbij zijn er in 2019 geen vergoedingen ontvangen van het UWV inzake transitievergoedingen en komst van de OPOS scholen per 1-12020. Dit veroorzaakt het verschil ten opzichte van de realisatie van 2019. LASTEN Personele lasten De personeelslasten zijn 13,2% hoger dan begroot en 20,2% hoger dan voorgaand jaar. De personeelslasten bestaan uit salariskosten en uit de overige personele lasten en kunnen uitgesplitst worden in een aantal onderdelen. Personele lasten Lonen en salarissen Uitkeringen VVF UWV Saldo salariskosten
Begroting
Realisatie
Verschil
17.592 -1.119 16.473
19.686 -1.336 18.350
-2.095 216 -1.878
De salariskosten in combinatie met de uitkeringen zijn fors hoger dan begroot. De salariskosten Directie liggen boven het budget door een hogere gemiddelde personeelslast. De inzet is gelijk aan de begroting. Per saldo is de inzet op de salariskosten Onderwijzend personeel en Onderwijsondersteunend Personeel 3,67 fte hoger dan begroot. Dit wordt deels veroorzaakt door de hogere inzet op werkdrukmiddelen en op Wereldwijs. Dit was niet begroot. Hier staan even hoge niet-begrote inkomsten tegenover. Daarbij is er meer ingezet op zorgarrangementen. Dit was begroot onder de overige lasten.
35
De salariskosten vervanging en overig zijn fors hoger dan begroot door hogere salariskosten ontslaguitkering, hogere vervangingskosten en de inzet van poolers. Daarbij zijn de salariskosten detachering hoger, maar hier staat tevens een hoger bate tegenover. De dotatie aan de personele voorzieningen is 139k hoger uitgevallen dan begroot. De jubileumvoorziening is berekend op basis van het huidige personeelsbestand en de blijfkans (13k). Hier is meer aan gedoteerd dan begroot. Daarbij is er een dotatie gedaan aan de voorziening uitkeringsgerechtigden (126k), welke betrekking heeft op de verrekening van uitkeringen aan personen die niet door de instroomtoets van het participatiefonds komen. In 2019 is er 78k gedoteerd aan de voorziening. De kosten inhuur liggen ruim boven de begroting door meer inhuur extern personeel (192k). Hier staat deels de RV Asielzoekers tegenover. De overige personele lasten overschrijden het budget (254k). De verwachte malus van het Vervangingsfonds over 2020 is 191k hoger uitgevallen dan begroot. De kosten BGZ en Arbo zijn 63k hoger dan begroot, als gevolg van het beleid ten aanzien van het terugdringen van het ziekteverzuim. Vooral de kosten van de malus Vf zorgen voor een hogere realisatie ten opzichte van voorgaand jaar. Afschrijvingen De post afschrijvingen is 19k lager dan begroot door lagere investeringen in inventaris en onderwijsleerpakket.
Door investeringen in ICT en in technische installaties zijn de afschrijvingen in 2020 hoger dan voorgaand jaar. Huisvestingslasten De huisvestingslasten vallen 21k hoger uit dan begroot en zijn 11k lager dan voorgaand jaar. De kosten gas (jaarafrekening) en de kosten schoonmaakbedrijven (doorbelasting loonkosten schoonmaak) zijn hoger dan begroot. De schoonmaakkosten zijn hoger dan voorgaand jaar door de doorbelasting van de loonkosten van twee schoonmakers vanuit de Gemeente Veendam. Overige lasten Het saldo overige lasten is 383k hoger dan begroot. De administratie- en beheerslasten overschrijden per saldo het budget. Er zijn minder juridische kosten gerealiseerd dan begroot, maar de kosten ICT onderhoudscontracten zijn juist hoger. De kosten leermiddelen zijn nagenoeg gelijk aan de begroting. De verantwoording van de besteding van de subsidie OCW zorgt voor de forse overschrijding van de overige lasten (371k) Hier staan even hoge baten tegenover. De uitgaven ten laste van passend onderwijs zijn 45k lager, maar deze kosten zijn gerealiseerd onder salariskosten en per saldo nagenoeg gelijk. De kosten ten laste van overige subsidies zijn hoger dan begroot en hebben betrekking op de verantwoording van o.a. de muzieksubsidies. Hier staan even hoge baten tegenover.
De contributies vallen 15k hoger uit en de realisatie van de huishoudelijke uitgaven is 31k hoger door specifieke uitgaven als gevolg van de corona-uitbraak. Financiële baten en lasten De rentebaten zijn gelijk aan de begroting. Bij het opstellen van de begroting is uitgegaan van nul rendement, op basis van de uitstaande middelen en het toen geldende rentepercentage. Wel is er in 2020 een verlies geboekt op de deelneming Picto. Hierdoor vallen de financiële baten en lasten negatief uit.
36
Balans Waar de exploitatierekening de baten en lasten van een kalenderjaar laat zien, geeft de balans aan welke waarden aan het begin en aan het eind van een kalenderjaar in een organisatie aanwezig zijn. In onderstaande tabel is de balans per 31 december 2020 en 31 december 2019 van Scholengroep OPRON opgenomen.
Activa
31-12-2020
31-12-2019
Vaste activa Materieel
2.614.390
2.062.331
Financieel
130.721
142.869
2.745.111
2.205.200
Vlottende activa Vorderingen Effecten Liquide middelen
Totaal
1.673.619
1.192.359
-
-
3.411.174
3.331.469
4.885.980
4.523.828
7.829.904
6.729.027
Passiva
31-12-2020
31-12-2019
Eigen vermogen
2.869.550
3.158.586
Voorzieningen
1.426.837
1.282.674
Kortlopende schulden
3.533.517
2.287.767
Totaal
7.829.904
6.729.027
Aan de activakant zien we dat de vaste activa hoger zijn dan vorig jaar. Er is meer geïnvesteerd dan is afgeschreven. De financiële vaste activa is afgenomen en heeft betrekking op de deelneming in Picto. Per 31 december 2020 stond voor ruim 1,6 miljoen euro aan vorderingen open. Het saldo liquide middelen bedraagt ruim 3,4 miljoen euro. Dit is nagenoeg gelijk aan voorgaand jaar. Aan de passivakant valt het lagere eigen vermogen op. Het eigen vermogen is gemuteerd met het resultaat over 2020. De voorzieningen zijn per saldo net hoger dan voorgaand jaar door een daling van de onderhoudsvoorziening, maar hier staat een grotere stijging van de bijzondere personele voorziening inzake uitkeringsgerechtigden Participatiefonds tegenover. De kortlopende schulden zijn hoger dan vorig jaar. Kengetallen per balansdatum Vanuit de exploitatie en balans kunnen een aantal kengetallen worden berekend. De voornaamste financiële kengetallen van de afgelopen kalenderjaren zijn in onderstaande tabel opgenomen. Kengetallen
2020
2019
2018
Norm
Solvabiliteit (eigen vermogen plus voorzieningen in percentage van het totale vermogen). De solvabiliteit geeft aan in hoeverre de stichting in staat is aan haar lange termijn verplichtingen te voldoen.
54,9%
66,0%
61,7%
>25%
Liquiditeit (verhouding vlottende activa minus voorraden en kortlopend vreemd vermogen). Deze verhouding geeft aan in hoeverre de stichting in staat is aan haar verplichtingen voor kortlopend vreemd vermogen te voldoen.
1,44
1,98
1,86
>1,5
37
Kengetallen
2020
2019
2018
Norm
Weerstandsvermogen (verhouding tussen het totale eigen vermogen minus de materiële vaste activa en het totaal van de baten). Het weerstandsvermogen zegt iets over de reservepositie van de stichting en over de mogelijkheden om financiële tegenvallers te kunnen opvangen.
1,1%
5,3%
3,7%
10-40%
Rentabiliteit (verhouding exploitatieresultaat en de totale baten). Dit heeft betrekking op het rendement en geeft aan of er sprake is van een positief dan wel negatief exploitatieresultaat. Het wordt berekend door het resultaat te delen door de totale baten.
-1,3%
4,0%
0,5%
0-5%
Signaleringswaarde normatief eigen vermogen (vermogen dat een onderwijsinstelling redelijkerwijs nodig heeft om bezittingen te financieren en risico’s op te vangen tov feitelijk publiek vermogen)
0,77
1
De signaleringswaarde normatief eigen vermogen ligt bij Scholengroep Opron onder de norm van 1. Dit houdt in dat er geen sprake is van eventueel bovenmatig vermogen en dat er geen bestedingsplan dient te worden opgesteld. Treasury In een treasury statuut zijn de spelregels Liquide middelen 31-12-2020 31-12-2019 voor het treasury management en het Banktegoeden ABN AMRO Bank 1.155.349 1.155.349 financieringsbeleid vastgelegd. Sturing, Rabobank 29.164 26.880 beheersing en bewaking van Bank Nederlandse Gemeenten 1.732725 1.656350 (toekomstige) geldstromen, met het Rabobank VermogenSparen 494.039 492.890 behalen van een optimaal Totaal 3.411.174 3.331.469 rendement, is hierbij het doel. In de uitgangspunten van het statuut wordt een koppeling gemaakt met de “Regeling beleggen en lenen en derivaten OCW 2016”. Het bestuur van Scholengroep OPRON heeft een treasury statuut vastgesteld waarin de richtlijnen vanuit het ministerie van OCW zijn verwerkt. Zo risicoloos mogelijk omgaan met het uitzetten van de financiële middelen is hierbij het uitgangspunt. Vanuit dit treasurybeleid is dan ook het besluit genomen om alle beleggingen in 2019 te verkopen en de vrijgekomen middelen toe te voegen aan de liquide middelen. Het treasury beleid wordt jaarlijks in de bestuursvergadering geëvalueerd.
De financiële middelen van Scholengroep OPRON hebben in 2020 uitgestaan in het BNG kapitaalmarkt select fonds van de Bank Nederlandse Gemeenten en op spaarrekeningen van de ABN AMRO bank en de Rabobank.
38
TOEKOMSTPARAGRAAF-CONTINUITEITSPARAGRAAF In dit hoofdstuk richten wij onze blik op de financiële toekomst. Inhoudelijk is bij het onderdeel bestuurlijke ontwikkeling al een beeld van de toekomst geschetst. In dit hoofdstuk is de meerjaren exploitatiebegroting opgenomen en is de impact op de balans en de kengetallen doorgerekend. Tevens wordt ingegaan op de voornaamste risico´s die Scholengroep OPRON loopt en hoe wij hier op anticiperen. Per 1 januari 2020 zijn twee scholen aan de Scholengroep OPRON toegevoegd. In het opstellen van de meerjarenbegroting en meerjarenbalans is hier rekening mee gehouden. Er zijn twee schoolgebouwen toegevoegd aan de Scholengroep, zoals eerder gemeld. Het totale leerlingaantal is toegenomen met 259 leerlingen. Tevens is de personele bezetting overgenomen en toegevoegd aan het personeelsbestand van Scholengroep OPRON. De financiële afspraken zijn vastgelegd en in de balansoverdracht bij de overdracht van de scholen afgewikkeld. Intern risicobeheersing- en controlesysteem In het treasurybeleid is primair als doel vastgesteld het beheren van financiële risico's en secundair het reduceren van financieringskosten. Ook de verantwoordelijkheden, wie mag verplichtingen aangaan en wie is tekenbevoegd, is in dit beleid vastgelegd. Er is een splitsing aangebracht in het verwerken van rekeningen en het accorderen van rekeningen.
Hiermee is een duidelijke functiescheiding bereikt. Periodiek wordt er een financiële tussenrapportage opgesteld met een prognose voor het hele kalenderjaar. Hierdoor wordt er aan risicobeheersing gedaan en kan er zo nodig tijdig ingegrepen worden. Dit heeft geleid tot een betere risicobeheersing. Om beleidskeuzes, met de daaraan gekoppelde budgetten en de verantwoording van de besteding van deze budgetten inzichtelijk te maken, is er een zogenaamde 'planning en control cyclus' vastgesteld, met bijbehorende verantwoordingsdocumenten: het jaarplan, twee tussenrapportages en het bestuursverslag. Deze documenten worden tevens gebruikt voor de verantwoording richting de GMR. In de komende jaren zal er gekeken worden of de schoolrapportages op een andere manier opgesteld kunnen worden, zodat er naast een financiële rapportage, ook over andere onderwerpen gerapporteerd kan worden in één integrale verantwoording. Meerjaren exploitatiebegroting Op basis van de leerling prognose, de hieraan gelieerde rijksbijdrage, de overige overheidsbijdragen en de overige baten is een meerjarige vergelijking opgesteld met de ontwikkeling van de bijbehorende kosten. Er worden geen grote veranderingen op het gebied van derde geldstroom activiteiten en contractactiviteiten verwacht. Wat betreft de contracten wordt elke keer gekeken of deze aanbesteed dient te worden.
( x € 1000) Baten Rijksbijdragen Min. OCW Overige overheidsbijdragen Overige baten Totaal baten Lasten Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totaal lasten Saldo baten en lasten Saldo financiën Resultaat
2020
2021
2022
2023
2024
21.955 222 837 23.015
22.052 86 277 22.415
21.244 53 210 21.507
20.676 27 194 20.897
20.278 27 188 20.493
19.697 408 1.409 1.778 23.291 -276 -13 -289
19.093 462 1.361 1.445 22.361 54 0 54
18.193 487 1.361 1.411 21.453 54 0 54
17.576 513 1.361 1.380 20.830 67 0 67
17.153 538 1.361 1.370 20.421 72 0 72 39
Prognose aantal leerlingen De onderstaande prognose ligt ten grondslag aan de begroting en het meerjarenperspectief. De gegevens voor deze prognose komen vanuit de schooldirecteur. Verder is het aantal leerlingen per school en per leeftijd per 1 oktober 2019 meegenomen. Hier zijn de aantallen per 1 oktober 2020 aan toegevoegd om vervolgens de trend door te trekken voor de komende jaren.
Prognose OPRON
Basisonderwijs SBO (V)SO Totaal
1-10-2019 2.138 132 126 2.396
1-10-2020 2.442 153 127 2.722
1-10-2021 2.330 151 131 2.612
1-10-2022 2.225 151 129 2.502
1-10-2023 2.151 151 126 2.428
De stijging van het leerlingaantal per 1-10-2020 wordt veroorzaakt door de twee scholen van OPOS die per 11-2020 aan de Scholengroep OPRON zijn toegevoegd. Zie ook bijlage 1. Meerjarenformatieplanning OPRON kent formatie toe op basis van het werkelijk aantal te verwachten leerlingen in het betreffende schooljaar (t=0). Verder wordt bij de formatieplanning aangesloten bij de systematiek van de reguliere (meerjaren)begroting. De (meerjaren)begroting is leidend voor de formatieplanning. De formatie zal de komende jaren mee moeten krimpen met de ontwikkeling van het aantal leerlingen. Uitgangspunt is binnen het budget te blijven met het zoveel mogelijk in tact houden van de ratio’s. Onderstaand is een indicatie van de ontwikkeling van de formatie de komende jaren. Over de exact beschikbare formatie voor de komende jaren wordt door OPRON jaarlijks uitgebreid verslag gedaan in de meerjarenbegroting. Inzet per functiecategorie Directie OP OOP Totaal
2020 13,31 182,01 45,38 240,70
2021 13,70 179,40 44,35 237,45
2022 13,70 170,89 37,08 221,67
2023 13,70 163,79 33,76 211,25
2024 12,75 158,25 33,76 204,76
Meerjarenbalans De algemene reserve bedraagt per 31 december 2020 € 2.896.558. De mogelijkheid om de signaleerde risico’s op te vangen vanuit de algemene reserve is licht gedaald ten opzichte van voorgaand jaar. Het is voor OPRON van groot belang om de komende jaren binnen de begroting te opereren. De meerjarenbegroting en de actuele leerlingprognoses zijn leidend en taakstellend voor de personele inzet. Daarnaast is het voor OPRON van belang de komende jaren nog bewuster te gaan sturen op een jaarlijkse verhouding van maximaal 80% personele lasten en 20% materiële lasten ten opzichte van de totale lasten. Onderstaande meerjarenbalans is gebaseerd op de balans per 31 december 2020 en de meerjarenbegroting zoals deze is vastgesteld in het najaar van 2020.
40
( x € 1000) Activa immateriële vaste activa materiele vaste activa financiële vaste activa Totaal vaste activa voorraden vorderingen effecten liquide middelen Totaal vlottende activa Totaal Activa Passiva algemene reserve bestemmingsreserve publiek bestemmingsreserve privaat Totaal eigen vermogen voorzieningen langlopende schulden kortlopende schulden Totaal overige passiva Totaal Passiva
2020
2021
2022
2023
2024
2.614 131 2.745 1.674 3.411 5.085 7.830
2.863 131 2994 1.362 2.872 4.234 7.228
3.055 131 3186 1.298 2.289 3.586 6.772
2.984 131 3115 1.260 2.449 3.708 6.823
2.878 131 3009 1.241 1.869 3.110 6.119
2.587 283 2.870 1.426 3.534 4.960 7.830
2.641 283 2.924 1.307 2.997 4.304 7.228
2.695 283 2.978 935 2.859 3.794 6.772
2.762 283 3.045 974 2.804 3.778 6.823
2.834 283 3.117 224 2.778 3.002 6.119
Mutaties van reserves en voorzieningen De algemene reserve muteert met het verwachte resultaat. De bestemmingspreserve is gevormd uit surplus gelden van de gemeente Stadskanaal welke besteed dient te worden aan de Stadskanaalster scholen. Ook is er ruimte in de bestemmingsreserve voor initiatieven op het gebied van onderwijskundige vernieuwingen alsmede initiatieven om de huisvestingslasten te verlagen. De daling in de stand van de voorzieningen kan verklaard worden door de geplande onttrekkingen uit de onderhoudsvoorziening, welke voor de komende jaren hoger zijn dan de geplande dotatie. Als gevolg hiervan zal de stand van de onderhoudsvoorziening teruglopen. Financieringsstructuur Er worden geen grote wijzigingen voorzien in de financieringsstructuur van OPRON. De financiële middelen bestaan uit publieke middelen en hier zal geen verandering in optreden. Risico’s en onzekerheden De afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in de verbetering van de onderwijskwaliteit. Resultaat hiervan is dat, bijna alle scholen van Scholengroep OPRON een basisarrangement hebben, op de herstelopdracht van De Tandem na. Onderwijskwaliteit is de belangrijkste pijler van een schoolbestuur. Scholengroep OPRON laat zien dat dit op dit moment in orde is, maar het blijft een punt van continue aandacht.
Op het gebied van onderhoud wordt Scholengroep OPRON de komende tien jaren met grote investeringen geconfronteerd. De investeringen zijn opgenomen in de onderhoudsvoorziening. De onderhoudsvoorziening is toereikend. Op dit moment heeft Scholengroep OPRON een financiële positie, waarbij alleen het kengetal weerstandsvermogen buiten de signaleringsgrenzen valt, die door de PO-raad en de Onderwijsinspectie worden gehanteerd. Het weerstandsvermogen zegt iets over de reservepositie van de stichting en over de mogelijkheden om financiële tegenvallers te kunnen opvangen. 41
Berekening financiële ruimte Stand algemene reserve OPRON op 31-12-2020
€
Norm 2.586.582
Stand bestemmingsreserve OPRON op 31-12-2020
€
282.967
Minimale financiële buffer (5% van de totale baten, afgerond) € € Financiële ruimte vanaf 2020
1.150.000 1.719.547
De bekostigingsmutaties zoals de PO-raad deze voor de komende jaren op macroniveau verwacht, hebben een grote impact op de hoogte van de totale bekostiging voor de Scholengroep OPRON. Onder aanpassingen worden zowel mutaties in prijzen verstaan, als aanpassingen in het bekostigingsstelsel. De gegevens moeten worden beschouwd als een schatting, aangezien één en ander vaak onderhevig is aan politieke besluitvorming. Toch is dit voor OPRON aan te merken als toekomstig risico gezien de verwachte omvang van de daling van de inkomsten. De verwachting is dat de bekostiging daalt met 2,2% oftewel € 374.189 minder bekostiging. Dit komt vooral door de huidige hoge GGL van de stichting. COVID-19 De COVID-19-crisis heeft in 2020 een grote invloed gehad op het maatschappelijke leven. Ook op scholen is de invloed van COVID-19 heel groot geweest en is dat nog steeds. Tijdens de eerste lockdown in het voorjaar van 2020 waren scholen genoodzaakt over te stappen op het systeem van onlinelesgeven. Binnen MOO en met de geïntegreerde G-Suite-omgevingen welke op elke school beschikbaar waren, kon elke school gebruik maken van o.a. Google Classroom. Elk teamlid en elke leerling was in staat om online te werken. Betrokkenen leerden in relatief korte tijd werken met de beschikbare toepassingen. Door OPRON is ‘Corona subsidie’ aangevraagd voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s.
De gehele aanvraag is toegekend, de gelden worden dit schooljaar besteed en aan het einde van het kalenderjaar wordt het geheel geëvalueerd. Er zijn in 2020 extra schoonmaakkosten gemaakt en ook de vervangingskosten waren hoger als gevolg van de crisis. In de meerjarenbegroting is voor het jaar 2021 rekening gehouden met extra vervangingskosten en hogere schoonmaakkosten. Voor de jaren erna zijn geen extra kosten meegenomen i.v.m. corona. Dit wordt bij het opstellen van de nieuwe meerjarenbegroting opnieuw beoordeeld.
42
Bijlage 1. Scholen en aantal leerlingen Tot Scholengroep OPRON behoren op 1 oktober 2020 16 basisscholen, het Kindcentrum Westerwinde voor speciaal basisonderwijs en de Margaretha Hardenbergschool voor voortgezet speciaal onderwijs voor zeer moeilijk lerende kinderen. Per 1-1-2020 zijn obs De Springplank en obs De Meent overgenomen van Stichting OPOS. Brin
School
05YR obs De Mieden 08GQ obs Insp. Amerikaschool 08SW obs Menterhorn 10CO obs De Tandem 11AO obs De Springplank 11XY obs De Meent 13GU obs De Viermaster 13QO obs De Braskörf 13UO obs Noorderbreedte 13ZR obs Hagenhofschool 14EK odab Westerschool 14HC obs De Sleutel 14IM obs Neuteboomschool 15AS obs De Oleander 15EP ojbs De Ommewending 15FZ obs De Badde 15JG obs De Musselhorst 19TV Wim Monnereauschool* 26NL M. Hardenbergschool* Totaal
Plaats
Meeden Noordbroek Muntendam Zuidbroek Siddeburen Schildwolde Veendam Veendam Veendam Stadskanaal Wildervank Wildervank Stadskanaal Stadskanaal Ommelanderwijk Musselkanaal Musselkanaal Veendam Veendam
1-10 2018 77 92 221 129 249 347 188 186 316 117 126 54 57 45 82 127 119 2.532
1-10 2019 105 193 109 145 114 261 334 159 201 305 103 124 50 64 51 79 132 126 2.655
1-10 2020 109 186 109 132 105 280 347 159 197 283 106 184 59 51 54 81 153 127 2.722
Opmerkingen Per 1-8-2019 overgedragen
Per 1-1-2020 onder OPRON Per 1-1-2020 onder OPRON
* Het leerlingaantal van Kindcentrum Westerwinde bedroeg op 1 oktober 2020 215 leerlingen, t.w. 153 leerlingen Wim Monnereauschool en 62 leerlingen M. Hardenbergschool afdeling SO. Administratief vallen deze leerlingen onder 19TV en 26NL
43
Bijlage 2. Verantwoording inzet middelen prestatiebox Middels de jaarrekening legt Scholengroep OPRON verantwoording af over de besteding van de middelen uit de prestatie box. Het betreft géen subsidieregeling met een separate verantwoording, maar een bijzondere bekostiging. De middelen uit de prestatiebox zijn bedoeld voor opbrengstgericht werken, professionalisering van leraren en schoolleiders en cultuureducatie. In 2019 heeft Scholengroep OPRON in totaal € 495.596 ontvangen in het kader van de prestatiebox. De middelen van de prestatiebox zijn binnen de scholengroep ingezet op de doelstellingen die de prestatiebox beoogt en passend bij de ambities van OPRON. Hierbij zijn de middelen als volgt ingezet:
Opbrengstgericht werken is integraal onderdeel van het onderwijs, de school evalueert het onderwijs en de onderwijsresultaten en stuurt daarin periodiek bij en legt dit vast in doelen in het jaarplan.
Professionalisering middels de OPRON academie.
Cultuureducatie: alle scholen hebben activiteiten op het gebied van culturele vorming georganiseerd.
De bedragen voor opbrengstgericht werken, voor professionalisering van leraren in het basisonderwijs en voor cultuureducatie zijn verwerkt in de meerjarenbegroting. Deze bedragen zijn niet meer geoormerkt.
44
Bijlage 3. Jaarrekening 2020
45
Scholengroep OPRON, stichting voor openbaar primair onderwijs Financieel jaarverslag 2020
4-6-2021
Pagina PagPagina 50 van 27ina] van Pagina 50 van 2727
Inhoudsopgave Toelichting op onderdelen van het jaarverslag
Pagina
Bestuursverslag
1
Financiële kengetallen
48
Jaarrekening
Balans per 31 december 2020
49
Staat van baten en lasten over 2020
51
Kasstroomoverzicht
52
Toelichting behorende tot de jaarrekening:
53
Grondslagen
53
Toelichting op de balans per 31 december 2020
56
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
60
Gebeurtenissen na balansdatum
60
Model G, Overzicht doelsubsidies OCW
61
Toelichting op de staat van baten en lasten over 2020
62
Overzicht verbonden partijen Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector
65
Bestemming van het resultaat
68
Gegevens over de rechtspersoon
69
66
Overige gegevens Controleverklaring
70
Pagina PagPagina 50 van 27ina] van Pagina 50 van 2727
Financiële kengetallen Aan de hand van de jaarrekening kunnen een aantal kengetallen en ratio's worden berekend die verder inzicht kunnen geven in de gevolgen van het gevoerde beleid over het boekjaar en waardoor het beeld uit de jaarrekening kan worden verduidelijkt. Kengetallen
2020
2019
Rentabiliteit
-1%
4%
1,44
1,98
36,6%
46,9%
54,9%
66,0%
1,1%
5,3%
2.396
2.532
Gemiddeld aantal FTE (exclusief vervanging)
240,21
215,06
Personeelskosten per FTE
81.999
76.331
Exploitatieresultaat in een percentage van de totale baten. De rentabiliteit geeft aan in hoeverre de inkomsten en uitgaven van een instelling elkaar in evenwicht houden. Current ratio Verhouding vlottende activa en kortlopend vreemd vermogen. Deze verhouding geeft aan in hoeverre de organisatie in staat is aan haar korte termijnverplichtingen te voldoen. Een waarde tussen de 1,5 en 2 is goed. Ligt de waarde boven de 1,5 dan is de organisatie in staat aan haar korte termijnverplichtingen te voldoen. Solvabiliteit 1 Eigen vermogen in percentage van het totale vermogen Solvabiliteit 2 Eigen vermogen plus voorzieningen / totale passiva De solvabiliteit geeft aan in hoeverre de organisatie in staat is aan haar lange termijnverplichtingen te voldoen. 25% a 50% wordt als goed aangemerkt. Is de waarde hoger dan 25% (solvabiliteit 1) dan is de organisatie in staat om aan haar lange termijn verplichtingen te voldoen. Bij solvabiliteit 2 wordt door het ministerie van OCW een signaleringswaarde gehanteerd van 30%. Weerstandsvermogen (Eigen vermogen minus Materiele vaste activa) / Totale baten Het weerstandsvermogen geeft de vrije vermogensbuffer aan voor het opvangen van calamiteiten. Een percentage tussen de 5 en 20 procent wordt gezien als voldoende buffer. Aantal leerlingen per teldatum 1-10 (t-1)
41780 jaarrekening 2020
Pagina: 48
A.1.1 Balans per 31 december 2020 (na verwerking resultaatbestemming)
1.
Activa
1.2
Materiële vaste activa
2.614.390
2.062.331
1.3
Financiële vaste activa
130.721
142.869
Totaal vaste activa
2.745.111
2.205.200
1.5
Vorderingen
1.673.619
1.192.359
1.7
Liquide middelen
3.411.174
3.331.469
Totaal vlottende activa
5.084.793
4.523.827
Totaal activa
7.829.904
6.729.027
41780 jaarrekening 2020
31 december 2020
31 december 2019
Pagina: 49
2.
Passiva
2.1
Eigen vermogen
2.869.550
3.158.586
2.2
Voorzieningen
1.426.837
1.282.674
2.4
Kortlopende schulden
3.533.517
2.287.767
Totaal passiva
7.829.904
6.729.027
41780 jaarrekening 2020
31 december 2020
31 december 2019
Pagina: 50
A.1.2 Staat van baten en lasten over 2020 Realisatie
Begroting
Realisatie
2020
2020
2019
3.
Baten
3.1
Rijksbijdrage OCW
21.954.914
20.329.243
20.142.531
3.2
Overige overheidsbijdragen
222.342
52.100
228.093
3.5
Overige baten
837.694
220.352
309.614
Totaal baten
23.014.949
20.601.695
20.680.239
19.697.295
17.427.970
16.415.595
407.998
389.421
375.838
4.
Lasten
4.1
Personeelslasten
4.2
Afschrijvingen
4.3
Huisvestingslasten
1.408.525
1.387.685
1.419.032
4.4
Overige lasten
1.777.505
1.393.681
1.663.484
Totaal lasten
23.291.323
20.598.757
19.873.949
Saldo baten en lasten
276.373-
2.938
806.290
Financiële baten en lasten
12.663-
-
4.766
289.036-
2.938
811.056
5
Netto resultaat
41780 jaarrekening 2020
Pagina: 51
A.1.3 Kasstroomoverzicht 2020
2019
Kasstroom uit operationele activiteiten Resultaat voor financiële baten en lasten
276.373-
806.290
- Afschrijvingen
407.998
355.358
- Mutaties voorzieningen
144.163
63.216-
Aanpassingen voor:
Veranderingen in vlottende middelen: - Vorderingen
481.260-
78.820
- Kortlopende schulden
1.245.750
7.762-
Totaal kasstroom uit bedrijfoperaties
1.040.277
1.169.489
Ontvangen interest
67-
1.303
Betaalde interest
448-
775-
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten
1.039.763
1.170.017
Kasstroom uit investeringsactiviteiten Inbreng activa fusiepartner
117.049-
-
(Des)investeringen materiële vaste activa
843.009-
830.963-
(Des)investeringen financiële vaste activa
-
1.606.933
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten
960.058-
775.970
Mutatie liquide middelen
79.705
1.945.987
Beginstand liquide middelen Mutatie liquide middelen Eindstand liquide middelen
41780 jaarrekening 2020
3.331.469
1.385.483
79.705
1.945.987 3.411.174
3.331.470
Pagina: 52
Toelichting behorende tot de jaarrekening:
Grondslagen De activiteiten van Scholengroep OPRON, stichting voor openbaar primair onderwijs bestaan uit het geven van primair onderwijs. Algemeen De jaarrekening is opgesteld volgens de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. In deze regeling is vastgesteld dat de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (in het bijzonder RJ 660 Onderwijsinstellingen) van toepassing zijn, met inachtneming van de daarin aangeduide uitzonderingen. De jaarrekening is opgesteld op basis van continuïteit. Het bestuur heeft daarin de effecten van de coronapandemie meegewogen en komt op basis van die afweging niet tot een andere conclusie. Voor zover niet anders is vermeld worden activa, voorzieningen en schulden opgenomen tegen de nominale waarde. De genoemde bedragen, voorzover niet anders vermeld, zijn opgenomen in hele euro's. Het kasstroomoverzicht is opgenomen volgens de indirecte methode. De toelichting vloeit voort uit de toelichting op de afzonderlijke posten in de jaarrekening en is daarom niet apart opgenomen.
Overname
Op 1-1-2020 zijn de o.b.s. De Meent en o.b.s. De Springplank toegetreden tot Scholengroep OPRON. Deze toetreding heeft invloed op de vergelijkbaarheid van de cijfers. Alle tot het vermogen behorende zaken van de overnamepartner zijn overgedragen aan Scholengroep OPRON. Grondslagen voor waardering van activa en passiva Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname van het materieel vast actief. De kosten van groot onderhoud worden in de jaarrekening verwerkt middels een voorziening groot onderhoud. De grondslagen zijn opgenomen onder de grondslagbeschrijving van voorzieningen.
De activeringsgrens is: € 500,Het systeem van afschrijvingen is als volgt: Gebouwen, bestaande uit: -Gebouwen 2,5% van de aanschafwaarde Inventaris en apparatuur, bestaande uit: -Inventaris 7% en 20% van de aanschafwaarde -ICT 13% en 20% van de aanschafwaarde -Technische inventaris 7% van de aanschafwaarde Overige vaste bedrijfsmiddelen, bestaande uit: -Onderwijsleerpakket 13% van de aanschafwaarde -Vervoermiddelen 20% van de aanschafwaarde
41780 jaarrekening 2020
Pagina: 53
Financiële vaste activa Bij eerste verwerking worden de leningen en vorderingen opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en de geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. De onder de financiële vaste activa opgenomen obligaties worden, voorzover ze worden aangehouden tot het einde van de looptijd, gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs of lagere marktwaarde. Obligaties die niet tot het einde van de looptijd worden aangehouden, worden gewaardeerd tegen marktwaarde. Aandelen worden gewaardeerd tegen marktwaarde. Vorderingen Bij eerste verwerking worden de vorderingen opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en de geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. De vorderingen worden verminderd met de noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van vorderingen. Liquide middelen De liquide middelen staan, voor zover niet anders vermeld, ter vrije beschikking van het bestuur. De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Algemene reserve De Algemene reserve betreft een buffer ter waarborging van de continuïteit van het bevoegd gezag en wordt opgebouwd uit resultaatbestemming van overschotten die ontstaan uit het verschil tussen werkelijke baten en lasten. Bestemmingsreserves De bestemmingsreserve is gevormd uit surplus gelden van de gemeente Stadskanaal welke besteed dient te worden aan de Stadskanaalster scholen. Ook is er ruimte in de bestemmingsreserve voor initiatieven op het gebied van onderwijskundige vernieuwingen alsmede initiatieven om de huisvestingslasten te verlagen. Voorzieningen
Voorzieningen worden opgenomen tegen nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen ter zake van personeel en soortgelijke verplichtingen. Deze worden opgenomen tegen de berekende contante waarde. Een voorziening wordt eerst gevormd als voldaan is aan de vereisten terzake van het vormen van voorzieningen.
De voorziening jubilea is opgenomen tegen de contante waarde van de toekomstige uitbetalingen en is afhankelijk van de ingeschatte blijfkans, gemiddelde salarisstijging en disconteringsvoet. De werkelijke jubileauitkeringen worden ten laste van deze voorziening gebracht.
De voorziening duurzame inzetbaarheid wordt gevormd op basis van de ingediende verlofplanning van een personeelslid. Op basis van deze planning wordt het verlofsaldo bepaald. Dit saldo wordt contant gemaakt tegen het geldende discontopercentage. Tot op heden worden er nog maar zeer beperkt verlofplanningen gemaakt op basis van de regeling duurzame inzetbaarheid. De voorziening wordt pas opgenomen als de verplichting betrouwbaar is te schatten. De voorziening onderhoud is gebaseerd op de onderhoudsplanning van de komende jaren. De dotatie is op basis van de planning berekend en gelijkmatig verdeeld over de jaren. Periodiek wordt de planning geactualiseerd. Jaarlijks wordt bekeken of de dotatie toereikend is. In de Regeling jaarverslaggeving onderwijs is een tijdelijke overgangsregeling opgenomen voor het toepassen van de methode van kostenegalisatie voor de voorziening groot onderhoud. Van deze tijdelijke overgangsregeling is gebruikt gemaakt bij het berekenen van de voorziening groot onderhoud. De overige personele voorziening is gevormd voor kosten als gevolg van afvloeiing van personeel. Op basis van gegevens van het participatiefonds wordt bepaald van welke mensen de uitkering verhaald zal gaan worden op Scholengroep Opron.
41780 jaarrekening 2020
Pagina: 54
Kortlopende schulden De kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Deze is gelijk aan de nominale waarde Pensioenen Er is één pensioenregeling. Dit betreft een Nederlandse regeling en wordt gefinancierd door afdrachten aan pensioenuitvoerder, te weten het bedrijfstakpensioenfonds ABP. Per ultimo boekjaar heeft dit pensioenfonds een dekkingsgraad van 87,6% (beleidsdekkingsgraad). De pensioenverplichting wordt gewaardeerd volgens de “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering”. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de staat van baten en lasten verantwoord. De stichting heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij ABP, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. De stichting heeft daarom de pensioenregeling verwerkt als een “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering” en heeft alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord. Grondslagen voor resultaatbepaling Baten Onder baten wordt verstaan de van overheidswege toegekende (normatieve) bijdrage OCW, overige OCWsubsidies en (gemeentelijke) overheidsbijdragen, alsmede de van derden toegekende overige bijdragen.
De baten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Lasten De lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. De lasten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde waarderingsgrondslagen. Verliezen die hun oorsprong vinden in het boekjaar worden in aanmerking genomen zodra deze voorzienbaar zijn.
41780 jaarrekening 2020
Pagina: 55
A.1.4 Toelichting op de balans per 31 december 2020 1.
Activa
1.2
Materiële vaste activa Mutaties 2020 AanschafAfschrijvingen waarde per 31 tot en met 31 december 2019 december 2019
Boekwaarde per 31 december 2019
Investeringen
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Afschrijvingen desinvesteringen
AanschafAfschrijvingen Boekwaarde per waarde per 31 tot en met 31 31 december december december 2020 2020 2020
1.2.1 Gebouwen en terreinen
-
-
-
131.508
-
9-
-
131.508
9-
131.499
1.2.2 Inventaris en apparatuur
6.169.000
4.424.985-
1.744.016
601.047
0-
313.021-
0
6.966.258
4.839.863-
2.126.394
1.2.3 Overige vaste bedrijfsmiddelen
1.290.496
972.181-
318.315
110.780
10.860-
94.968-
10.534
1.442.973
1.086.476-
356.497
Materiële vaste activa
7.459.496
5.397.166-
2.062.331
843.335
10.860-
407.998-
10.534
8.540.738
5.926.348-
2.614.390
Onder inventaris en apparatuur vallen de posten meubilair, technisch inventaris en ICT-middelen. Onder overige vaste bedrijfsmiddelen vallen investeringen in onderwijsleerpakket en overige investeringen.
41780 jaarrekening 2020
Pagina: 56
1.3
1.3.2
Financiële vaste activa Mutaties 2020
Boekwaarde per 31 december 2019
Investeringen
Andere deelnemingen
142.869
-
-
12.148-
130.721
Totaal
142.869
-
-
12.148-
130.721
Desinvesteringen
Resultaat
Boekwaarde per 31 december 2020
Deelneming Stichting Picto te Veendam De uitvoering van het systeem beheren de ontwikkeling van ICT toepassingen voor het onderwijs wordt voor een aantal schoolbesturen uitgevoerd op basis van de "Kosten voor Gemene Rekening". Om het schoolbestuur dat de administratie en de rekening voert van werkkapitaal te voorzien, heeft elk der deelnemers een bedrag in rekening courant gegeven. Dit geld is als vordering opgenomen in de balans van onze stichting. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden betalen de deelnemers een maandelijkse bijdrage. Aan het einde van het kalenderjaar worden de kosten volledig volgens de verdeelsleutel aan de deelnemers in rekening gebracht. Kleine bedragen kunnen met dit saldo rekeningcourant verrekend worden. Indien een deelnemer zich uit de overeenkomst terugtrekt, neemt hij ook het saldo mee.
1.5
Vorderingen
1.5.1
Debiteuren
1.5.2
Vorderingen OCW
31 december 2020
31 december 2019
25.759
27.761
1.133.934
893.291
De vordering OCW heeft betrekking op de overlopende posten vanuit o.a. de personele lumpsum. 1.5.6
Overige overheden
98.402
31.090
1.5.7
Overige vorderingen
24.115
29.215
Vervangingsfonds
174.083
155.897
Overige overlopende activa
217.326
55.105
Overlopende activa
391.409
211.002
Totaal Vorderingen
1.673.619
1.192.359
31 december 2020
31 december 2019
3.411.174
3.331.469
3.411.174
3.331.469
1.5.8
De vorderingen hebben een looptijd korter dan 1 jaar.
1.7
1.7.2
Liquide middelen
Banken
41780 jaarrekening 2020
Pagina: 57
2.1
Eigen vermogen Mutaties 2020
2.1.1
Algemene reserve
2.1.2
Bestemmingsreserve publiek
Boekwaarde per 31 december 2019
Bestemming resultaat
2.873.482
286.898-
-
2.586.583
285.105
2.138-
-
282.967
3.158.587
289.036-
-
2.869.550
Boekwaarde per 31 december 2020
Overige mutaties
Toelichting Bestemmingsreserve publiek: Mutaties 2020
Overige reserve
2.2
2.2.1
Bestemming resultaat
285.105
2.138-
-
282.967
285.105
2.138-
-
282.967
Boekwaarde per 31 december 2020
Kortlopende deel < 1 jaar
Langlopende deel > 1 jaar
Boekwaarde per 31 december 2020
Overige mutaties
Voorzieningen Mutaties 2020
Boekwaarde per 31 december 2019
Inbreng Springplank & De Meent
329.651 231.598
8.078 8.078
144.046 18.199
53.90019.712-
-
427.875 238.163
23.189 23.189
404.686 214.974
98.053
-
125.847
34.188-
-
189.712
-
189.712
Overige voorzieningen
953.023
-
294.100
248.162-
-
998.961
-
998.961
Onderhoud
953.023
-
294.100
248.162-
-
998.961
-
998.961
1.282.674
8.078
438.146
302.062-
-
1.426.836
23.189
1.403.647
Personeel Jubilea Overig personeel
2.2.3
Boekwaarde per 31 december 2019
Dotaties
Onttrekkingen
Vrijval
In het meerjarenonderhoudsplan zijn de Badde en de Hagenhofschool nog niet meegenomen. Deze scholen zijn reeds nieuw gebouwd dan wel Compleet gerenoveerd. De schouw en het onderhoudsplan voor deze scholen is nog niet geweest en daarom zijn de beide scholen nog niet opgenomen in het plan en de onderhoudsvoorziening. Ook moeten de gebruikersovereenkomsten ten aanzien van afspraken over medegebruik en onderhoud nog worden geformaliseerd. In 2021 wordt het schoolgebouw van de Tandem verbouwd. Na de verbouwing zal ook voor deze locatie een gebruikersovereenkomst worden geformaliseerd.
41780 jaarrekening 2020
Pagina: 58
2.4
2.4.3
Kortlopende schulden
Crediteuren
31 december 2020
31 december 2019
221.385
364.892
2.4.7.1
Loonheffing
749.973
603.170
2.4.7.3
Premies sociale verzekeringen
103.638
89.046
2.4.7
Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen
853.611
692.216
2.4.8
Schulden terzake van pensioenen
238.564
216.038
2.4.9
Overige kortlopende schulden
38.133
42.577
2.4.10.4
Vooruitontvangen termijnen OCW niet geoormerkt
515.734
220.037
2.4.10.5
Overlopende passiva m.b.t. vakantiegeld
597.218
506.490
2.4.10.8
Overlopende passiva algemeen
675.307
213.906
2.4.10.8
Overlopende passiva mbt subsidie Gemeente
25.828
552
2.4.10.8
Overlopende passiva mbt subsidie overig
367.737
31.059
Totaal overlopende passiva
2.181.824
972.044
Totaal kortlopende schulden
3.533.517
2.287.767
2.4.10
De kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan 1 jaar.
41780 jaarrekening 2020
Pagina: 59
2.5
Niet uit de balans blijkende verplichtingen Er is een contract met Onderwijsbureau Meppel. Dit contract wordt periodiek verlengd. Voor de kopieermachines is in 2014 met Ricoh een mantelcontract afgesloten voor 5 jaar met 2 optiejaren . Het jaarbedrag van het mantelcontract bedraagt €43.405. Er is een huurovereenkomst afgesloten voor het pand aan Schaepmanstraat 25 te Veendam . Het pand wordt gehuurd van Acantus voor de duur van 24 maanden, ingaande 1 oktober 2019. De huurprijs op jaarbasis bedraagt €32.777,-. Voor de schoonmaak is een contract afgesloten met Wedeka. Het contract is ingegaan op 1-9-2017 en loopt tot 31-8-2020. Na deze datum is er een addendum afgesloten voor de periode tot 1-10-2021. De kosten voor de resterende contractduur bedragen circa € 290.335. Voor de levering van elektriciteit is per 1-1-2019 een contract afgesloten met DVEP voor 3 jaar met 2 optiejaren. Het jaarbedrag van het contract bedraagt € 100.000,-. Voor de levering van gas is per 1-1-2021 een contract afgesloten met DVEP voor 4 jaar. Het jaarbedrag van het contract bedraagt € 200.000,-. O.B.S. Amerika (08GQ) is voor onbepaalde tijd een gebruikersovereenkomst aangegaan met de gemeente voor de huisvesting in het pand Schoolstrat 2A te Noordbroek. Het jaarbedrag bedraagt € 54.340.
Gebeurtenissen na balansdatum Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum die van invloed zijn op de waardering van de in de balans getoonde posten of het resultaat.
41780 jaarrekening 2020
Pagina: 60
Model G, Overzicht doelsubsidies OCW De prestatie is ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking:
G1 Verantwoording van subsidies zonder verrekeningsclausule
G2
Datum
Totaalbedrag
Ontvangen
toewijzing (€)
in 2020
Geheel uitgevoerd en afgerond
Nog niet geheel afgerond
Omschrijving
Kenmerk
Subsidie tegemoetkoming opleidingsscholen 2019-2020
2019/2/1353529
18-10-2019
320.000
184.832
Subsidie tegemoetkoming opleidingsscholen 2020-2021
2020/2/1708523
15-10-2020
312.785
153.265
X
Subsidie extra ondersteuning leerlingen na thuisonderwijs tijdens coronacrisis/inhaal- en ondersteuningsprogramma 20-21
IOP2-41780-PO
16-10-2020
305.100
305.100
X
937.885
643.197
X
Verantwoording van subsidies met verrekeningsclausule
G2-A Aflopend per ultimo verslagjaar
Omschrijving
Kenmerk
Datum
Bedrag
Ontvangen t/m
Lasten t/m
Stand begin
Ontvangen in
Lasten in
Te verrekenen
toewijzing (€)
2019
2019
2020
2020
2020
31-12-20
N.v.t.
-
-
-
-
-
-
-
Aflopend
-
-
-
-
-
-
-
G2-B Doorlopend tot in een volgend verslagjaar
Omschrijving
Kenmerk
Datum
Bedrag
Ontvangen t/m
Lasten t/m
Stand begin
Ontvangen in
Lasten in
Stand ultimo
toewijzing (€)
2019
2019
2020
2020
2020
2020
N.v.t.
-
-
-
-
-
-
-
Doorlopend
-
-
-
-
-
-
-
41780 jaarrekening 2020
Pagina: 61
Toelichting op de staat van baten en lasten over 2020 3
Baten
3.1
Rijksbijdragen OCW Realisatie
Begroting
Realisatie
2020
2020
2019
3.1.1.1
Rijksbijdragen OCW
19.447.036
18.524.945
17.732.374
3.1.2.2
Niet geoormerkte subsidies
1.153.320
571.866
1.277.083
Totaal rijksbijdragen via OCW
20.600.357
19.096.811
19.009.457
Rijksbijdragen via samenwerkingsverband
1.354.557
1.232.432
1.133.074
Totaal rijksbijdragen
21.954.914
20.329.243
20.142.531
Realisatie
Begroting
Realisatie
2020
2020
2019
3.1.3.3
3.2
Overige overheidsbijdragen en -subsidies
3.2.1
Gemeentelijke bijdragen en subsidies
129.095
51.300
197.609
3.2.2
Overige overheidsbijdragen
93.247
800
30.484
222.342
52.100
228.093
3.5
Overige baten Realisatie
Begroting
Realisatie
2020
2020
2019
3.5.1
Verhuur
33.942
55.300
30.909
3.5.2
Detachering personeel
134.446
23.631
95.820
3.5.5
Ouderbijdragen
2.296
2.000
3.275
3.5.6
Overig
667.010
139.421
179.611
837.694
220.352
309.614
41780 jaarrekening 2020
Pagina: 62
4.1
Personele lasten Realisatie
Begroting
Realisatie
2020
2020
2019
4.1.1.1
Bruto lonen en salarissen
14.262.088
12.744.510
11.516.830
4.1.1.2
Sociale lasten
3.341.605
2.986.037
2.806.243
4.1.1.3
Pensioenlasten
2.083.140
1.861.481
1.855.827
4.1.1
Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenen
19.686.834
17.592.028
16.178.899
4.1.2.1
Dotaties personele voorzieningen
144.046
5.000
127.322
4.1.2.2
Personeel niet in loondienst
522.221
330.083
504.033
4.1.2.3
Overig
674.907
420.601
445.671
4.1.2.4
Scholing/opleiding
137.208
199.700
178.989
4.1.2
Overige personele lasten
1.478.382
955.384
1.256.014
4.1.3
Af: Uitkeringen
1.467.922-
1.119.442-
1.019.318-
19.697.295
17.427.970
16.415.595
Realisatie
Realisatie
2020
2019
Gemiddeld aantal FTE (exclusief vervanging)
4.2
240
215
Afschrijvingen Realisatie
Begroting
Realisatie
2020
2020
2019
4.2.2.1
Gebouwen
9
-
-
4.2.2.2
Inventaris en apparatuur
313.021
276.982
253.063
4.2.2.3
Overige materiële vaste activa
12.111
12.432
11.172
4.2.2.4
Onderwijsleerpakket
82.857
100.007
91.123
407.998
389.421
355.358
Boekresultaat desinvesteringen
407.998
4.3
20.480 389.421
375.838
Huisvestingslasten Realisatie
Begroting
Realisatie
2020
2020
2019
4.3.1
Huur
47.343
50.500
42.351
4.3.3
Onderhoud
130.371
159.500
184.850
4.3.4
Water en energie
345.031
299.950
353.855
4.3.5
Schoonmaakkosten
423.821
397.685
364.841
4.3.6
Heffingen
18.276
26.350
22.190
4.3.7
Dotaties overige onderhoudsvoorzieningen
294.100
294.100
300.100
4.3.8
Overige huisvestingslasten
149.584
159.600
150.845
1.408.525
1.387.685
1.419.032
41780 jaarrekening 2020
Pagina: 63
4.4
4.4.1
Overige lasten Realisatie
Begroting
Realisatie
2020
2020
2019
Administratie- en beheerslasten
732.123
720.737
4.4.2.1
Inventaris en apparatuur
9.372
9.500
710.873 5.290
4.4.2.2
Leermiddelen
400.534
405.205
438.994
4.4.2
Inventaris, apparatuur en leermiddelen
409.905
414.705
444.284
4.4.4
Overig
635.476
258.239
508.327
1.777.505
1.393.681
1.663.484
Uitsplitsing 4.4.1.1
Honorarium onderzoek jaarrekening
16.704
16.140
Accountantslasten
16.704
16.140
Flynth Audit heeft voor de controle van de jaarrekening een mantelcontract afgesloten met Onderwijsbureau Meppel. Als gevolg hiervan factureert Flynth Audit aan Onderwijsbureau Meppel en niet rechtstreeks aan de afzonderlijke schoolbesturen, welke bij Onderwijsbureau Meppel zijn aangesloten. Onderwijsbureau Meppel brengt voor haar totale dienstverlening aan de afzonderlijke schoolbesturen een all-in vergoeding in rekening. Hierin zijn de kosten voor de controle van de jaarrekening opgenomen. Het bedrag dat in de jaarrekening is toegelicht aangaande de controle van de jaarrekening is gebaseerd op een interne calculatie van het totale budget van Flynth Audit, welke gebaseerd is op de omvang van het schoolbestuur ten opzichte van het totaal.
5
5.1 5.3 5.5
Financiële baten en lasten
Rentebaten Waardeveranderingen financiële vaste activa en effecten Rentelasten
41780 jaarrekening 2020
Realisatie
Begroting
Realisatie
2020
2020
2019
67-
-
1.303
12.148-
-
4.239
448-
-
775-
12.663-
-
4.766
Pagina: 64
A.1.7
Overzicht verbonden partijen
Overige verbonden partijen (minderheidsbelang en geen beslissende zeggenschap)
Naam
Juridische vorm
Statutaire zetel
Stichting Samenwerkingsverban PO 20-01
Stichting
Gemeente Groningen
Coöperatie Regionaal Transfercentrum Primair Onderwijs Groningen U.A.
Coöperatie Groningen
4
Stichting Platform Informatie en Communicatie Technologie Onderwijs
Stichting
4
Gemeente Veendam
Code activiteit 4
Code activiteiten: 1. contractonderwijs, 2. contractonderzoek, 3. onroerende zaken, 4. overige
41780 jaarrekening 2020
Pagina: 65
A.1.8
Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector
Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren die op Scholengroep OPRON, stichting voor openbaar primair onderwijs van toepassing is. Op grond van de WNT regelgeving is de klasseindeling D van toepassing. Bij deze klasseindeling geldt voor 2020 een bezoldigingsmaximum van € 157.000. Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. Voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking geldt met ingang van 1 januari 2016 voor de eerste 12 kalendermaanden een afwijkende normering, zowel voor de duur van de opdracht als voor het uurtarief. Deze klasseindeling is gebaseerd op de uitkomsten van de complexiteitsvragen die als volgt zijn vastgesteld: 4 Gemiddelde totale baten Gemiddeld aantal leerlingen
3
Gewogen aantal onderwijssoorten Totaal aantal complexiteitspunten
4 11
1. BEZOLDIGING TOPFUNCTIONARISSEN 1a. Leidinggevende topfunctionarissen mét dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling alsmede degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt (bedragen in €) Gegevens 2020 M.M. Andreae Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling 2020