CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03. GETEKEND Algemene Plaatselijke Verordening Midden-Groningen 2025

Raadscommissie 9 januari 2025, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening20.644 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; b. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, in het bijzonder afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving en binnen de in het omgevingsplan aangewezen terreinen voor zover die activiteit daarbij is toegelaten, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden

1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod in het eerst lid is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en berijders van paarden: 84

a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'; c. binnen de in het omgevingsplan aangewezen terreinen voor zover die activiteit daarbij is toegelaten. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

AFDELING 8. VUURVERBOD

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

85

1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand en er, indien de wet Bodembescherming dit vereist, afdoende bodembeschermende maatregelen getroffen worden; c. vuur voor koken, bakken en braden en er, indien de wet Bodembescherming dit vereist, afdoende bodembeschermende maatregelen getroffen worden; 3. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht, bij of krachtens de Omgevingswet.

Artikel 5:34a Verbod vervoeren brandbaar afval oud en nieuw

1. Het is verboden om op 31 december vanaf 15:00 uur tot 1 januari 12:00 uur brandbaar afvalmateriaal over de weg te vervoeren, bij zich te dragen of anderszins voorhanden te hebben met het kennelijke doel deze op de weg of een openbare plaats te (doen laten) verbranden. Onder brandbaar afvalmateriaal worden mede begrepen bankstellen, fauteuils, stoelen en overige huisraad, houten kratten, pallets, kisten, kerstbomen, en autobanden. 2. De politie en/of de gemeentelijke handhavers hebben de bevoegdheid om in de genoemde periode vervoerde afvalmaterialen als bedoeld in 86

lid 1, met inbegrip van het vervoermiddel waarin of waarop deze zich bevinden, in beslag te nemen en te houden tot uiterlijk 12:00 uur van de eerst daaropvolgende werkdag. Na dit tijdstip mogen op last van de politie of toezichthouder de niet-afgehaalde materialen worden vernietigd. 3. Het verbod in lid 1 geldt niet als ter plaatse en naar bevredigend oordeel van een ambtenaar van de politie of toezichthouder van de gemeente wordt aangetoond, dat het vervoer en/of de aanwezigheid van de genoemde voorwerpen en stoffen gebeurt voor andere handelingen of voor een ander doel dan in lid 1 is genoemd.

AFDELING 8A. CARBIDSCHIETEN

Artikel 5:34b Carbidschieten

1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. bus: een melkbus, container, opslagvat of ander afsluitbaar voorwerp dat gebruikt kan worden voor carbidschieten; b. carbidschieten: het in een bus op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen; 2. Carbidschieten is verboden. 3. De burgemeester kan voor carbidschieten ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod. 4. Ontheffing is enkele mogelijk op 31 december tussen 10.00 en 18.00 uur voor carbidschieten met bussen met een maximale inhoud van 60 liter waarbij de volgende voorwaarden van toepassing zijn: a. de afstand tot gebouwen ligt op ten minste 100 meter; b. het schieten met deksels is niet toegestaan.

87

5. Dit artikel is niet van toepassing voor zover de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

AFDELING 9. ASVERSTROOIING

Artikel 5:35 Begripsbepaling

In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.

Artikel 5:36 Verboden plaatsen

1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg; b. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. 2. Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:37 Hinder of overlast

Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden. 88

Artikel 5:38

(vervallen)

HOOFDSTUK 6. STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 6:1 Strafbepaling

Onverminderd het bepaalde in hogere regelingen, wordt overtreding van de artikelen in deze verordening en de krachtens deze artikelen gegeven voorschriften en beperkingen gestraft met hechtenis van ten hoogste 3 maanden of een geldboete van de tweede categorie. Bovendien kan worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 6:2 Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door burgemeester en wethouders dan wel door de burgemeester aan te wijzen personen.

Artikel 6:3 Binnentreden woningen

Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.

Artikel 6:4 Intrekking oude verordening

De Algemene plaatselijke verordening Midden-Groningen 2024 wordt ingetrokken.

Artikel 6:5 Overgangsbepaling

89

1 . Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Artikel 3:14 lid 3 van deze verordening is niet van toepassing ten aanzien van personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening aantoonbaar werkzaam zijn als prostituee voor of bij een seksbedrijf: a. Aan welk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een vergunning voor het uitoefenen van dat bedrijf verleend was die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet is ingetrokken of vervallen; of b. Dat voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening rechtmatig zonder vergunning werd uitgeoefend en sindsdien onafgebroken is voortgezet.

Artikel 6.6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking.

Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatsel ijke Verordening Midden-Groningen 2025.

Aldus vastgestel de openbare raadsvergadering van 30 jar 1~ari 2025,

De vo

~tter,

Erica`Ka.ta~énte

~~vervangend griffier `~

Yvon Goedhart

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15135433/1