03. Bijlage uitwerking ambitie bouwkwaliteit onderwijshuisvesting
Tekst van het document
Huisvestingsambitie IHP M-G Ambitie bouwkwaliteit
230309 09 oktober 2025
Inleiding + leeswijzer
Inleiding De gemeente Midden Groningen zit in het proces tot het opstellen van een IHP. In het IHP wordt een volgorde en planning beschreven waarin onderwijsgebouwen worden (ver)nieuwbouwd. Een belangrijk onderdeel hierin is om de bouw- en investeringskosten zo goed mogelijk te begroten. Bouwkosten zijn de kosten die rechtstreeks te maken hebben met het bouwen van de locatie. Investeringskosten bestaan uit de bouwkosten + alle bijkomende kosten zoals o.a. advieskosten, managementkosten, leges en financieringskosten. Om de kosten per ambitieniveau goed inzichtelijk te maken, zijn de verschillende ambitieniveaus en de daaraan gekoppelde kwaliteitseisen in kaart gebracht. In dit document beschrijven we een basisniveau van bouwen. Hierna wordt op drie thema’s (duurzaamheid, frisse scholen en circulariteit) aangegeven hoe o.b.v. ambitie het bouwniveau kan worden verhoogd. Per thema zijn de huisvestingsmanagers vanuit de verschillende scholen bevraagd naar hun wensen m.b.t. dit ambitieniveau. Vervolgens is dit in het OOGO d.d.29 september geaccordeerd door de schoolbestuurders.
Leeswijzer Dit document start met de beschrijving van het IHP proces en de status. Hierna wordt een beschrijving gemaakt van het basis bouwniveau. Vervolgens worden per thema aanvullende ambities beschreven en een advies vanuit de scholen en gemeente toegevoegd. 2
Bouw- en investeringskosten
Bouwkosten zijn de laatste jaren sterk gestegen en de ontwikkeling van de bouwkosten is nog steeds erg grillig. Per regio in Nederland zien we ook nog verschillen. Zowel qua bouwkosten, alsmede de grootte van de scholen. Hoe kleiner de school, hoe relatief hoger de kosten zullen zijn.
Om de kosten inzichtelijk te maken zijn we uitgegaan van de raming van Ruimte OK die halfjaarlijks wordt bijgesteld door BDB. Deze kengetallen heeft Draaijer getoetst aan een aantal referentieprojecten. Bouwkosten verschillen uiteraard per project. Toch is voor dit document getracht om te komen tot een gemiddelde m2-prijs voor de bouwkosten. Eerst wordt dit aangegeven voor het basisniveau van bouwen. Hierna wordt per thema aangegeven wat een stap omhoog in ambitie ‘extra’ kost. Uitgangspunten hierbij: - Bedragen zijn ter indicatie en geen exacte wetenschap. Ze worden genoemd om bandbreedte te geven bij de verhouding van extra kosten wanneer een stap in ambitie wordt gemaakt. - Bedragen zijn gebaseerd op een onderwijsgebouw van 100 leerlingen met 1 bouwlaag en 150 leerlingen op 2 bouwlagen - De genoemde totaalbedragen zijn incl. BTW. - Per project kunnen bedragen afwijken afhankelijk van de situatie vooral bij de stap van ENG naar NOM. - De genoemde bedragen per thema, moeten gerekend worden t.o.v. van de basiskosten. (basiskosten+)
3
IHP proces
4
Status proces
Besluitvorming Het aanbieden van het volledige IHP gebeurt in de raadsvergadering van 7 mei 2026. In deze vergadering wordt het volledige IHP incl. uitvoeringsplan en kostenraming ter besluitvorming voorgelegd. Om te komen tot een goed uitvoeringsplan en kostenraming is het belangrijk het gewenste ambitie van de bouwkwaliteit vast te stellen. Vanuit voorgaande realisatie van het Scholenprogramma en de gemeentelijke herindeling, is er geen eenduidige ambitieniveau van het kwaliteitsniveau vast te stellen. Om deze reden is er gekozen om dit gewenste kwaliteitsniveau tussentijds te laten vaststellen. Planning proces
Op de volgende pagina is het proces beeldend weergegeven. De gemeenteraad wordt op 18 december gevraagd om een kwaliteitsniveau vast te stellen. Voorafgaand aan 18 december kan er worden verder gewerkt aan het IHP beleid en de scenario-uitwerking voor de scholen die in de eerste tranche aandacht verdienen. De kosten voor de realisatie van deze scenario’s kunnen na 18 december worden geraamd.
5
Basisniveau onderwijsgebouwen
6
Basisniveau schoolgebouw
De basis De gemeente wil zorgvuldig omgaan met de financiële middelen. Het is onwaarschijnlijk dat op alle onderdelen een maximale ambitie kan worden gerealiseerd. Er zullen keuzes moeten worden gemaakt. Als vertrekpunt beschrijven we eerst het minimale bouwniveau. Dit is de meest sobere manier van bouwen binnen wat mag. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: - Passend binnen geldende wet- en regelgeving, zoals bouwbesluit - Kwaliteitskader huisvesting vanuit Ruimte OK basis - 150 leerlingen
- Incl. btw
ook vanuit het bouwbesluit wordt meegeven aan gebouwen. Een BENG gebouw draagt minimaal bij aan het reduceren van de gemeentelijke CO2 uitstoot. Frisse scholen klasse C
Frisse scholen klasse C is de minimale eis vanuit het bouwbesluit. Het wordt in nieuwbouw vrijwel niet toegepast. M2 o.b.v. VNG norm ruimte 200 + (5,03 x LLN) - Geen extra ruimte Het basisniveau gaat uit van de wettelijke norm wat betreft het aantal vierkante meters onderwijs. Hierin worden geen extra vierkante meters opgenomen voor bijvoorbeeld de bibliotheek op school, kind-ouder ondersteuners of Tijd voor Toekomst activiteiten.
- Genoemde bedragen in legoblok zijn bouwkosten/investeringskosten
Geen circulaire extra’s
Omschrijving basisniveau:
Het basisscenario gaat ervanuit dat er geen extra investering wordt gedaan op circulariteit. Er worden ook geen eisen gesteld wat betreft materiaalkeuze of betrekken van lokale ondernemers (CO2 footprint) of materialen.
BENG (bijna energieneutraal gebouw) In het basisniveau wordt uitgegaan van BENG. Dit is de minimale eis die
7
Ambitie m.b.t. de thema’s
8
Realistische en gedeelde ambities
Context De gemeente en de schoolbesturen streven naar ambities die zowel realistisch als toekomstgericht zijn. Ambities die recht doen aan volgende generaties en voldoende flexibiliteit bieden om nieuwe ontwikkelingen te kunnen integreren. Deze ambities sluiten aan bij de huidige en toekomstige (onderwijskundige) ontwikkelingen, zoals: • Passend onderwijs en inclusiviteit • Duurzaamheid en circulariteit • Gezonde scholen (waaronder Frisse Scholen) • Kansengelijkheid en talentontwikkeling
Het is van belang dat deze ambities haalbaar blijven. Hoewel de lat steeds hoger wordt gelegd en de kwaliteitseisen toenemen, blijft aanvullende bekostiging vanuit zowel het onderwijs als de gemeente veelal achter. Ambities mogen daarom niet resulteren in buitensporig hoge investeringskosten voor de gemeente, die vervolgens leiden tot onevenredig hoge exploitatielasten voor de schoolbesturen. In de praktijk wordt door de partijen te vaak gezien dat de ambities tijdens het bouwtraject naar beneden worden bijgesteld vanwege de hoge bouwkosten.
De huidige economische en maatschappelijke context versterkt dit spanningsveld: de conjunctuur, politieke onzekerheden en internationale onrust zorgen voor stijgende bouw- en loonkosten, terwijl subsidies en regelingen worden afgebouwd en de energieprijzen blijven stijgen. Ambitie vaststellen per thema in de vorm van bouwstenen Om toch te kunnen voldoen aan landelijke, gemeentelijke en bestuurlijke doelstellingen en eisen, is het noodzakelijk aanvullende bouwstenen te formuleren die gekoppeld worden aan het gekozen ambitieniveau. Dit document presenteert per thema de beschikbare bouwstenen en beschrijft het verbonden ambitieniveau. De financiële gevolgen van het kiezen voor een hoger ambitieniveau worden later per bouwsteen inzichtelijk gemaakt.
Vanaf de volgende pagina worden voor de drie thema’s: duurzaamheid, frisse scholen en circulariteit beschreven welke keuzes er zijn. Per thema wordt ook de wens vanuit de scholen beschreven ter informatie. Sociale impuls Na de drie thema’s wordt er tevens een keuze voorgelegd om invulling te geven aan de wens om ruimte te realiseren voor een sociale impuls. Een gedeeld voorstel vanuit gemeente en schoolbestuurders wordt hier voorgelegd.
9
Duurzaamheid Bouwstenen Duurzaamheid Duurzaamheid is een belangrijk onderwerp en een onderwerp waarbij de gemeente een concrete ambitie heeft uitgesproken, namelijk: ‘een CO2 reductie van 55% in 2030’. Om deze reden is het denkbaar om extra te investeren in de duurzaamheid van de schoolgebouwen. Dit kan op basis van twee niveau’s:
ENG (energieneutraal gebouw) Een energieneutraal gebouw is een gebouw dat net zoveel energie zelf opwerkt als dat ze verbruikt. De gebruikers van het gebouw gebruiken uiteraard energie. Deze energie dient te worden bijgekocht. Om aan bovenstaande ambitie bij te dragen zal de gemeente haar vastgoed moeten verduurzamen. Een belangrijke stap hierin is om ENG-gebouwen te ontwikkelen.
NOM (nul op de meter) Een hoger duurzaamheidsniveau dan ENG is een NOM-gebouw. Een NOM-gebouw wekt voldoende energie op om het gebouw en het gebruik zelf van energie te voorzien. Hiermee is het inkopen van externe energie niet nodig. Dit vraagt uiteraard een hogere investering. Deze investering komt ook de gebruikers ten goede. Om die reden worden de kosten van deze upgrade vaak deels betaald door het schoolbestuur. Onderstaande kosten zouden kunnen worden verdeeld tussen gemeente en schoolbestuur.
10
Duurzaamheid Gedeelde ambitie De schoolbesturen streven naar een zo hoog mogelijk ambitieniveau, bij voorkeur Nul op de Meter (NOM). Dit vereist echter aanzienlijke investeringen, die tot op heden door zowel de gemeente als de schoolbesturen niet als realistisch worden beschouwd. In de praktijk wordt het verschil tussen BENG en ENG in het praktisch gebruik van een gebouw nauwelijks ervaren, maar wel merkbaar in de financiële lasten van de school.
De materiële instandhoudingsvergoeding (MI) is ontoereikend om de stijgende exploitatielasten te dekken. Een ENG-gebouw vraagt om meer en complexere installaties, die gepaard gaan met hogere onderhoudsvereisten. Bovendien leveren zonnepanelen in de wintermaanden onvoldoende energie, wat leidt tot aanzienlijke energiekosten. Tevens zal het afschaffen van de salderingsregels impact hebben op de exploitatielasten van de schoolbesturen. Daarom pleiten de schoolbesturen voor het hanteren van het principe van Total Cost of Ownership (TCO) per businesscase. In de TCO berekening worden de installatietechnische onderdelen in 20 jaar afgeschreven en de bouwkundige onderdelen in 50. Zo komen we tot een meer representatieve TCO. Op die manier kan worden beoordeeld of de gewenste ambitie van ENG ook exploitatie-technisch haalbaar is. Indien een TCO-analyse uitwijst dat dit niet mogelijk is, wordt het ambitieniveau teruggebracht naar BENG, waarbij vanzelfsprekend wordt onderzocht welke aanvullende maatregelen alsnog haalbaar en wenselijk zijn.
Advies: ambitie vaststellen op ENG, mits financiële haalbaar blijkt uit TCO berekening.
11
Frisse scholen Bouwstenen Frisse scholen In het programma Frisse Scholen is aandacht voor een gezond binnenklimaat en een laag energieverbruik. Er is aandacht voor energie, luchtkwaliteit, temperatuur, licht en geluid. Er zijn 3 klasses: A, B en C. Frisse scholen klasse C is onderdeel van het bouwbesluit en daarmee onderdeel van het basisniveau. Frisse scholen Klasse B Frisse Scholen klasse B staat voor ‘goed’. Er is meer aandacht voor het binnenklimaat voor de school. Tegenwoordig na corona en met de hedendaagse warme zomers is er meer oog voor goede ventilatie. Het gebouw heeft een minimaal energielabel B. Het biedt een prettiger gebouw om te verblijven dan de basis.
Frisse scholen Klasse A Frisse Scholen klasse A staat voor ‘uitmuntend’. Het gebouw biedt een zeer fijn klimaat om in te werken en te leren. De installaties voorzien het gebouw van veel frisse lucht en er wordt per ruimte actief gestuurd op CO2 in de lucht. Het gebouw is in staat om de temperatuur in de zomer lager te houden en om in de winter het gebouw stabiel tussen de 20 en 23 graden te verwarmen.
12
Frisse scholen Gedeelde ambitie Frisse Scholen klasse A stelt zeer strenge en uitgebreide eisen. Het realiseren van deze eisen is erg kostbaar. Dit vraagt een dergelijke initiële investering, met hogere exploitatielasten, die vanuit de scholen niet realistisch wordt geacht. Frisse Scholen klasse B waarborgt een goede luchtkwaliteit, voldoende daglichttoetreding en een passend akoestisch klimaat. Dit draagt bij aan een gezonde en veilige leeromgeving, met als resultaat minder gezondheidsklachten, minder ziekteverzuim en een positief effect op de leerprestaties en het welzijn van leerlingen en personeel. Tevens leidt het doorgaans tot lagere energiekosten en een bijdrage aan de duurzaamheidsdoelstellingen van zowel schoolbesturen als gemeenten, zonder dat de investeringslasten onevenredig hoog worden. Gebouwen zijn met klasse B beter voorbereid op toekomstige regelgeving en behouden een hogere gebruikswaarde. Dit voorkomt dat op termijn kostbare aanvullende maatregelen noodzakelijk worden. Door te kiezen voor gemiddeld klasse B wordt aangesloten bij landelijke ambities op het gebied van duurzaamheid en klimaat. Door te kiezen voor gemiddeld klasse B kan per onderdeel door het schoolbestuur accenten worden gelegd, wanneer het gaat om lucht, licht, temperatuur of geluid. Gemiddeld klasse B is tevens het niveau dat in het scholenprogramma is toegepast.
De oproep is dan ook om nu niet kwalitatief minder te bouwen. Een gemiddeld niveau van klasse B biedt een evenwicht tussen investeringskosten en exploitatielasten. Door efficiënte installaties en een lager energieverbruik ontstaat een gunstiger Total Cost of Ownership (TCO) dan bij lagere kwaliteitsniveaus. Schoolbesturen kunnen zo hun middelen effectiever inzetten en behouden flexibiliteit om in specifieke gevallen een hoger of lager ambitieniveau te hanteren.
Advies: ambitie vaststellen op gemiddeld Frisse Scholen klasse B 13
Circulariteit Bouwstenen Circulariteit Circulariteit gaat o.a. over het hergebruiken en het in kaart brengen van gebruikte materialen. Circulair bouwen draagt bij aan de ambitie tot het reduceren van het gemeentelijk CO2 verbruik. Om aansluiting te vinden bij deze ambitie en het niveau van de duurzaamheidsambitie is een eerste stap qua circulariteit een optie. Materialenpaspoort Om goed zicht te hebben op het materiaalgebruik en in welke mate in de toekomst de materialen weer hergebruikt kunnen worden, is het opstellen van een materialenpaspoort bij nieuwbouw en levensduurverlengende maatregelen nodig. Een materialenpaspoort is een digitaal document met bouwinformatie voor circulair bouwen en hergebruik. Bij sloop van het gebouw, kunnen de bruikbare materialen worden herleid en daarna worden hergebruikt.
Levensbestendig bouwen Om co2 te reduceren en verantwoord te bouwen, kan ervoor worden gekozen om te investeren in een levensbestendige kwaliteitsupgrade. Hierbij worden er in het gebouw kwalitatief betere materialen gebruikt die met de levenscyclus van het gebouw mee kunnen. Daarnaast is er aandacht voor de mate waarin inrichting makkelijk demontabel is. Ook is er aandacht voor de flexibiliteit van de capaciteit van de installaties.
14
Circulariteit Gedeelde ambitie Circulariteit staat nadrukkelijk op de agenda en wordt door zowel schoolbesturen als gemeente erkend als een belangrijk thema voor de toekomst. Tegelijkertijd wordt ervaren dat het onderwerp nog relatief nieuw is en dat de praktische meerwaarde en opbrengsten in de dagelijkse schoolpraktijk niet altijd direct zichtbaar zijn. In de huidige financiële context is het daarom niet realistisch om omvangrijke investeringen uitsluitend vanuit circulariteit te doen.
Dit neemt niet weg dat er wel degelijk concrete stappen kunnen worden gezet. Zo kan er bijvoorbeeld gewerkt worden met materialenpaspoorten. Hoewel deze niet primair ten bate van de school zelf komen, leveren ze wél een belangrijke bijdrage aan kennisopbouw en bewustwording en vormen zij een zichtbaar signaal van goed voorbeeldgedrag door de gemeente richting samenleving en partners. Op deze manier wordt circulariteit stap voor stap ingebed in de praktijk. Investeren in kwalitatief hoogwaardiger bouwen krijgt op dit moment nog weinig prioriteit. Indien er financiële ruimte beschikbaar komt, wordt deze bij voorkeur aangewend voor het creëren van extra ruimte, omdat dit direct bijdraagt aan de kernopdracht van onderwijs en opvang. Dit betekent echter niet dat circulariteit buiten beeld raakt: Circulariteit kan bijvoorbeeld worden meegenomen als expliciet onderdeel van de aanbesteding. Mocht de gemeente, met haar voorbeeldrol, kiezen om toch (beperkt) te investeren in circulariteit, dan vinden de schoolbestuurders het belangrijk dat dit niet leidt tot kosten voor hen, ook niet op lange termijn.
Advies: als gemeente voorbeeld geven door materialenpaspoort te hanteren bij nieuwbouw.
15
Totaalbeeld bouwstenen
16
Oproep tot sociale toevoeging Kansrijk onderwijs, talentontwikkeling, passend onderwijs Investeren in extra ruimte voor maatschappelijke en sociale doelen De gemeente Midden-Groningen en de schoolbesturen hechten grote waarde aan het realiseren van onderwijshuisvesting dat niet alleen voorziet in de basisbehoefte van het onderwijs, maar tevens bijdraagt aan de bredere maatschappelijke en sociale opgaven van de gemeente. Hiermee doen de gemeente en de schoolbesturen een oproep om het basisfundament, zoals eerder weergegeven uit te breiden met extra ruimte voor invulling van de sociale doelen. Deze sociale doelen zijn verankerd in een aantal beleidsdocumenten. Hieronder wordt een aantal van deze documenten aangehaald. In Hart voor Midden-Groningen staat het versterken van jeugd, talentontwikkeling en gelijke kansen centraal. Ook het programma Tijd voor Toekomst (Nationaal Programma Groningen) onderstreept het belang van een verrijkte schooldag, waarin onderwijs, opvang, sport en cultuur met elkaar verbonden worden. De Programmabegroting Sociaal (2022 en 2025) benadrukt dat onderwijs niet losstaat van zorg, welzijn en gezondheid en dat samenwerking tussen partners in de schoolomgeving noodzakelijk is.
Daarnaast geven de Gelijke Kansen Alliantie (GKA-agenda) en het Convenant Cultuureducatie nadrukkelijk richting aan het creëren van voorzieningen die bijdragen aan kansengelijkheid, cultuurparticipatie en brede talentontwikkeling. Om deze beleidsdoelen te kunnen realiseren is het wenselijk om bij
nieuwbouwprojecten extra vierkante meters te reserveren voor maatschappelijke functies. Dit is “zeer nodig”. Gezien de breedte van het sociale programma is het niet wenselijk om vooraf per school al een exacte verdeling van m² (bijvoorbeeld voor bibliotheek of kantoorruimte) vast te leggen. In plaats daarvan wordt voorgesteld om een sociaal budget in m² te reserveren, namelijk 20 m² per locatie. De exacte invulling van deze ruimte wordt pas in de Programma van Eisen (PvE)-fase concreet ingevuld. Op die manier kan per businesscase worden bepaald welke sociale functies – zoals ouderkamer, buurtbibliotheek, spreekruimte voor zorgpartners (logopedie, fysio, etc.) of multifunctionele ontmoetingsruimte – het meest passend zijn binnen de lokale context. Hierin wordt nadrukkelijk gezocht naar de lokale koppelkansen om aansluiting te zoeken met wat er reeds is en invulling te geven aan wat de omgeving nodig heeft voor de kinderen. Belangrijk daarbij is dat deze extra vierkante meters een aparte bestemming krijgen en als zodanig worden genormeerd, zodat zij niet in een later stadium alsnog worden ingezet ter compensatie van onderwijskundige tekorten. Dit is ook belangrijk i.v.m. de financiele gelijkstelling onderwijs. Met de extra ruimte wordt geborgd dat de bredere maatschappelijke en sociale doelstellingen van de gemeente daadwerkelijk een plek krijgen binnen de schoolgebouwen.
Advies: breid de basis uit met standaard 20m² extra om invulling te geven aan de sociale doelen. 17
Totaalbeeld bouwstenen inclusief sociale toevoeging
18
Gewenste bouwniveau vanuit schoolbesturen
Bouwniveau gewenst door schoolbesturen Extra bouwkosten sociale 20m2: € 79.700,-
Bouwniveau gewenst door schoolbesturen Totale bouwkosten per m2: € 3.985,19