03. Bijlage 1 - wijzigingsbesluit kamer- en hospitaverhuur
Tekst van het document
2.4.3 Beleidsregels kamerverhuur De nieuwe omgevingsplanregels en de tegelijkertijd vastgestelde beleidsregels gelden als toetsingskader voor de in het omgevingsplan opgenomen vergunningplicht voor kamerverhuur. Zo specificeren de beleidsregels wanneer sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat in het gebouw en de omgeving van het gebouw waar de kamerverhuur moet plaatsvinden. De beleidsregels worden separaat vastgesteld en zijn nader toegelicht in paragraaf 1.1.
3 Omgevingsaspecten
23
3.1 Vanwege de inhoud van het plan is toetsing aan de omgevingsaspecten zoals geluidhinder, luchtkwaliteit, bodem, milieuzonering, externe veiligheid, archeologie en cultuurhistorie, ecologie, m.e.r. en water etc. niet noodzakelijk. Deze herziening ziet op het reguleren van kamerverhuur, het toestaan van hospitaverhuur en het aanscherpen van de begrippen met betrekking tot wonen. Dit wijzigingsbesluit heeft in ruimtelijk-functionele zin een dusdanig beperkte impact, dat nadere onderzoeken van de omgevingsaspecten niet nodig zijn. Er wordt niet méér dan wel nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt, dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of gerealiseerd kon worden. Het aantal wooneenheden blijft gelijk. De toegelaten samenstelling van huishoudens en niet-huishoudens binnen een woning wordt weliswaar gereguleerd, maar zal ten opzichte van de huidige mogelijkheden in de meeste gevallen beperkt worden, dan wel niet dusdanig worden verruimd dat onevenredige ruimtelijke effecten optreden waardoor belangen van derden worden aangetast.
4 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties 4.1 Inleiding Voor het wijzigingsbesluit gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Dat betekent dat het omgevingsplan alleen wordt gewijzigd als: • Er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl); • Als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl.
Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet moet het omgevingsplan er in ieder geval toe leiden dat voor het gehele grondgebied van de gemeente functies evenwichtig aan locaties zijn toegedeeld. Deze taak vormt een voortzetting van het criterium van een goede ruimtelijke ordening uit de Wro, maar dan in de bredere strekking van de fysieke leefomgeving. Het zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt in het omgevingsplan bereikt door activiteiten onderling evenwichtig over locaties te reguleren. Evenwichtig reguleren van activiteiten, impliceert een locatiegerichte benadering waarbij de schaarse ruimte binnen de fysieke leefomgeving op een zo goed mogelijke wijze wordt verdeeld, ingericht en benut. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet als resultante worden beschouwd van alle regels in het omgevingsplan.
4.2 Afweging Met dit wijzigingsbesluit wordt kamerverhuur gereguleerd en hospitaverhuur toegestaan. In de voorgaande hoofdstukken is getoetst aan relevant beleid en zijn verrichte onderzoeken beschreven. Daarnaast is het planvoornemen getoetst aan de regels van het Bkl. Op alle onderdelen wordt voldaan aan de standaardwaarden zoals opgenomen in het Bkl. Met het planvoornemen is dan ook sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5 Economische uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid De gemeente is initiatiefnemer van dit project. Een exploitatieopzet of een exploitatieplan is daarom niet aan de orde. De kosten van het wijzigingsbesluit, evenals nadeelcompensatie, zijn voor rekening van gemeente Midden-Groningen.
6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1 Participatie De participatie vindt plaats via de formele inspraak- en zienswijzenprocedure. Tijdens de periode van terinzagelegging van het ontwerp-omgevingsplan krijgen belanghebbenden de gelegenheid om hun reactie, aandachtspunten of bezwaren kenbaar te maken. Deze zienswijzen worden zorgvuldig beoordeeld en meegenomen in de verdere besluitvorming. Op deze manier waarborgt de gemeente dat belangen en suggesties van betrokkenen worden meegenomen bij het vaststellen van het definitieve omgevingsplan.
24
6.2 Bestuurlijk vooroverleg Op basis van artikel 2.2 Omgevingswet houdt een bestuursorgaan bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden rekening met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen en stemt zo nodig met deze andere bestuursorganen af. Gezien de aard en omvang van het project worden de vooroverlegpartners bij de terinzagelegging van het wijzigingsbesluit geïnformeerd.
6.3 Zienswijzen op het ontwerp Het ontwerp-wijzigingsbesluit is gedurende zes weken ter inzage gelegd, van 8 januari tot en met 18 februari 2026. Gedurende deze periode heeft iedereen de mogelijkheid gehad om een zienswijze in te dienen. Er is één zienswijze ingediend, welke zijn beantwoord in de Nota zienswijzen. Deze is als bijlage Nota zienswijzen opgenomen. Ook is sprake van eenambtshalve wijziging, welke ook in de Nota is toegelicht. Het plan is aangepast op basis van de Nota.
25
II Overzicht Documentenbijlagen Nota zienswijzen /join/id/pubdata/gm1952/2026/4f20f5a84c29453690dcfef1e2b228bc/nld@2026-03-04;09413242
26