CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Bijlage 1 - Startnotitie Aanvullende hulp Midden-Groningen

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Transformatie zorglandschap jeugd, onderdeel aanvullende jeugdhulp4.731 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Startnotitie aanvullende hulp jeugd en gezin gemeente Midden-Groningen November 2025

Inhoudsopgave Inhoud Inhoudsopgave ............................................................................................................2 1.

Korte introductie, waarom deze startnotitie ..........................................................3

2. Recente voorgeschiedenis: aan de slag met basishulp jeugd en aanvullende jeugdhulp .....................................................................................................................4 3. Aanvullende hulp jeugd en gezin .............................................................................5 3.1 Definitie aanvullende hulp jeugd en gezin .........................................................5 3.2 Wat willen we bereiken? ....................................................................................6 3.3 Zorglandschap en aanvullende hulp ..................................................................7 3.4 Waar staan we in de transformatie van de aanvullende hulp? ..........................9 3.5 Uitgangspunten AH ..........................................................................................10 4. De transformatie(strategie) en de pilots ................................................................13 4.1 Uitgangspunten strategie .................................................................................13 4.2 Fasering pilots ..................................................................................................13 4.3 Financiën pilots ................................................................................................14 5.

Risico’s, dilemma’s en beheersmaatregelen AH ...................................................14

1. Korte introductie, waarom deze startnotitie Kinderen en gezinnen hebben wel eens wat extra’s nodig bij het opgroeien, opvoeden en leren. Als gemeente, of beter gezegd als gemeenschap, ondersteunen we hierbij. Dat doen we al heel lang, op allerlei manieren en op vele levensterreinen. Vaak gewoon als ouder, familie of vanuit één van onze informele rollen binnen de lokale samenleving; en soms ook als professional als dat gevraagd wordt of nodig is. Vanaf 2015 zijn we mede daarom als gemeente ook verantwoordelijk geworden voor de uitvoering en van de Jeugdwet. Vanaf 2015 is veel gedaan en veel bereikt voor onze gezinnen en kinderen. Vanuit de ambitie om op te kunnen groeien zonder te veel zorg(en), met gelijke kansen en om je gezond te kunnen ontwikkelen. Daarom ondersteunen we zoveel mogelijk het normale leven thuis en op de eigen school, onder meer vanuit preventie. Als er ondersteuning nodig is, dan zo licht en laagdrempelig als mogelijk is. We willen daarin de komende tijd meer stappen zetten in de nieuw te vormen gemeentelijke stichting voor de toegang en de basishulp jeugd (zie hierna).

We hebben daartoe de laatste jaren onder andere het aantal gesloten plaatsingen afgebouwd; Spoed voor jeugd hebben we ingericht; we hebben ondersteuners jeugd- en gezin (OJG) bij de meeste huisartsen; we zorgen dat jeugdigen en ouders bij vragen gebruik kunnen maken van preventieve jeugdhulpondersteuning op de scholen; we verminderen de administratieve lasten en we zetten extra in op de eerste levensjaren vanuit bijvoorbeeld kansrijke start. Er is veel gedaan en bereikt; en er moet ook nog veel gebeuren. In deze startnotitie aanvullende hulp jeugd en gezin (hierna: aanvullende hulp of AH) leggen we uit wat we extra voor gezinnen en kinderen gaan bereiken met de AH, wat de AH is, hoe de AH samenhangt met andere ondersteuning en hoe we het veranderproces naar de verbeterde AH inhoudelijk en financieel duurzaam gaan inrichten. Samengevat:

2. Recente voorgeschiedenis: aan de slag met basishulp jeugd en aanvullende jeugdhulp Het inhoudelijk kompas vormt de regionale visie Langjarig perspectief uit 2025, die voortbouwt op de eerdere Regiovisie uit 2021. Het Langjarig perspectief beoogt een beweging in gang te zetten in de jeugdhulp die gericht is op veilig, gezond en zo normaal mogelijk opgroeien, door herstel van het gewone leven. De professionele gerichtheid op normaliseren en de-medicaliseren noodzaakt tot sterke verbetering van de samenhang tussen, en onderlinge samenwerking van, preventie, ondersteuning, verwijzing en zorg. Anders inkopen is een belangrijk middel om dat te bereiken. Door beperking van het aantal aanbieders, door afscheid te nemen van productgerichte financiering en door het borgen van integrale en domein-overstijgende aanpak van problematiek, waarin de lokale toegang een sleutelpositie heeft. Om dit te bereiken is het zorglandschap verdeeld in segmenten die in de hulpverleningspraktijk vaak een rol spelen, te weten hoog-specialistische jeugdhulp (HSJ), aanvullende hulp jeugd en gezin (AH) en basishulp jeugd en gezin (BHJ). Basishulp: lokaal Het segment van de lichtere jeugdhulp, de Basishulp jeugd en gezin, wordt in het kader van de regionale afspraken lokaal ingekocht en verbonden met de toegang.

Midden-Groningen kiest ervoor die lokale inkoop te doen in de vorm van een subsidie aan de gemeentelijke stichting, zodat een goede integratie met de toegang tot stand komt. Een bijkomend voordeel is dat we daarmee dezelfde organisatiestructuur voor basishulp en toegang hebben als onze samenwerkingspartner in de aanvullende hulp, de gemeente Groningen. Inmiddels zijn we begonnen met de voorbereiding voor de nieuwe algemene voorziening basishulp jeugd en gezin. We willen deze voorziening uiterlijk in 2027 operationeel hebben. Het doel is om onze cliënten direct passende ondersteuning of hulp te kunnen bieden, ongeacht waar deze in beeld komen. De basishulp zal dan ook behalve met de toegang een goede verbinding vormen met onderwijsvoorzieningen en huisartsen. In een wat ruimer perspectief wordt de basishulp verbonden met het aangrenzende segment van de aanvullende hulp. Aanvullende hulp: in sub-regio's De aanbesteding van aanvullende hulp wordt regionaal gedaan, waarbij de RIGG het voortouw heeft. Tegelijkertijd wordt die aanbesteding ingericht met drie 'sub-regionale' percelen. De achterliggende gedachte is dat de aanvullende hulp nauw moet aansluiten op lokale teams en dat dit wordt bevorderd door een opdeling in percelen, die verschillende (combinaties van) aanbieders de kans geeft zich toe te leggen op lokale omstandigheden.

Na een zorgvuldig afwegingsproces hebben Groningen en Midden-Groningen besloten samen op te trekken in de aanbesteding van aanvullende hulp. We menen dat daarmee onze belangen en positie in het zorglandschap het beste gediend zijn. De overige sub-regio's konden zich goed in deze keuze vinden. Eén van de consequenties is dat we versneld aan de slag moeten met de

aanbestedingsvoorbereidingen. Groningen heeft namelijk een voortrekkersrol in de regio, waaraan we ons nu ook hebben gecommitteerd. Dit betekent dat we de komende twee jaar werken aan zowel de inrichting van lokale basishulp jeugd als aan de voorbereiding van de aanbesteding van aanvullende hulp. Voor dat laatste geldt dat een aanzienlijk deel van de inspanning geleverd wordt door Groningen. Niettemin zijn we zelf verantwoordelijk voor een goede aansluiting op onze lokale toegang. In de voorbereiding op de aanbesteding van aanvullende hulp voeren Groningen en MiddenGroningen pilots uit: Groningen twee, Midden-Groningen één. Onze pilot, en de middelen die u vragen daarvoor beschikbaar te stellen, wordt beschreven in het raadvoorstel bij deze Startnotitie. In de Startnotitie wordt steeds gesproken over pilots, meervoud dus. Dat laat onverlet dat er in Midden-Groningen één pilot wordt uitgevoerd. Uiteindelijk worden de uitkomsten van alle pilots vertaald in aandachtspunten voor de gezamenlijke aanbesteding van Groningen en Midden-Groningen.

3. Aanvullende hulp jeugd en gezin 3.1 Definitie aanvullende hulp jeugd en gezin In deze startnotitie gaan we uitgebreid in op wat AH precies betekent voor kinderen en gezinnen en wat AH is. Hieronder eerst een vereenvoudigde definitie. Deze is bedoeld als denkrichting en leeswijzer bij de startnotitie. Aanvullende hulp is er voor ouders, jeugdigen en professionals. Jeugdigen en ouders kunnen bij vragen rekenen op snelle, thuis-nabije, specialistische ondersteuning; professionals op directe, laagdrempelige en aanvullende specialistische expertise van collega's. Het gaat hierbij om: - Ondersteuning bij lastige, vaak meervoudige, opvoed- en opgroeiproblemen; - Ondersteuning bij mentale problemen en gedragsuitdagingen, zoals alcohol- of gameverslaving, overmatige stress of ruzies, zich overmatig zorgen maken, sociale isolatie, etc.; - Ondersteuning van kinderen bij ingewikkelde, langdurige en escalerende echtscheidingen; - Ondersteuning in samenhang met de daginvulling, wanneer er sprake is van complexe problemen met opvoeden, onderwijs, mentale gezondheid, etc.; - Flexibele en snelle inzet om terugval te voorkomen of om de geboekte vooruitgang te borgen. De AH wordt op basis van cijfers van 2024 in de gemeente Midden-Groningen ingezet voor 1368 jeugdigen (op een totaal van 1975).

Het betreft hier cliënten die tenminste een vorm van aanvullende hulp ontving (naast mogelijk andere hulp). De kosten van de AH voor deze cliënten bedroegen € 7,34 miljoen (op een totaal van € 32,14 miljoen; dus aandeel is bijna 23%). Het grootste deel van deze kosten heeft betrekking op diverse vormen van specialistische ggz-behandelingen.

In totaal zijn er in onze regio ongeveer 90 aanbieders betrokken bij AH, waarvan 16 aanbieders 80% van de gehele uitgaven voor hun rekening nemen. Huisartsen zijn de grootste verwijzers naar deze hulp. Een belangrijke kanttekening bij deze aantallen, bedragen en percentages is dat ze betrekking hebben op een jeugdhulplandschap dat als geheel in beweging is. Gedurende de ontwikkeling van de AH zullen ze daarom worden aangescherpt en bijgesteld.

3.2 Wat willen we bereiken? We willen dat alle jeugdigen de kans krijgen zich positief te ontwikkelen. Dat zij een goede start kunnen maken in het leven, zodat zij zich kansrijk kunnen ontwikkelen tot personen die zoveel mogelijk een zelfstandige plek kunnen vinden in de samenleving. Hun ouders/opvoeders, gezin en andere directe betrokkenen zijn hierbij als eerste van belang. Door steeds meer in te zetten op het versterken van het normale leven van jeugdigen thuis, in de buurt en op school zorgen we hier met elkaar voor; gezinnen; familie, vrienden, verenigingen en professionals samen. Samengevat wordt dit zichtbaar in de volgende beweging: Van Problematiseren en medicaliseren Naar Veilig, gezond en zo normaal mogelijk opgroeien Door Herstel van het gewone leven, thuis-nabij, in de buurt en op school Problemen, tegenslag en zorgen horen net als plezier en succes bij dit “gewone” leven. In heel veel gevallen lukt het om op eigen kracht en met familie, vrienden en anderen gezond op te groeien. Het gewone leven is dan ook het fundament van positief en gezond opgroeien. Daarbij zien we dat sommige kinderen - al dan niet tijdelijk- toch meer ondersteuning en hulp nodig hebben van professionals om zich te ontwikkelen thuis en op school. Schematisch ziet het groeimodel er als volgt uit:

Vormen van preventieve (jeugd)hulp zijn daarbij als eerste bedoeld om dit gewone leven te ondersteunen en niet om het te vervangen. Vanuit deze bedoeling zijn we nu ook begonnen met het organiseren van lokale Basishulp jeugd. Steeds meer wordt daarbij ook aansluiting gezocht bij en samenwerking met het onderwijs. We werken aan een nieuwe visie en nieuwe afspraken op de samenhang tussen onderwijs-jeugd(hulp). De inkoop van (jeugd)hulp is één van de middelen om hieraan bij te dragen. In paragraaf 3.5 en hoofdstuk 4 van deze notitie lichten we dat verder toe. Het is allereerst belangrijk om te benadrukken dat het bij de inkoop van hulp niet alleen gaat om de technische inkoopkant, maar juist ook om een andere manier van denken en doen door professionals en specialisten. Het gaat om het voortzetten van de ingezette cultuurverandering: anders kijken naar opgroeien, bewuster omgaan met het inzetten van hulp, niet te snel labels plakken, maar ook waar nodig te durven vertragen en verdragen. Dat moet hand in hand gaan met het versterken van een gezamenlijke werkwijze van professionals, zodat we met een goede analyse snel en doelgericht de juiste hulp kunnen inzetten als het opgroeien vastloopt of risico’s ontstaan.

3.3 Zorglandschap en aanvullende hulp De ervaring in andere gemeenten leert dat hulp die dichtbij, zonder indicatie en praktisch wordt geboden – via preventie, BJH en onderwijs – goed werkt voor gezinnen en professionals. Maar soms is extra expertise nodig. Daarom willen we ook de specialistische hulp beter laten aansluiten en die op dezelfde manier organiseren. We kennen twee hoofdvormen van meer specialistische ondersteuning: aanvullende hulp en hoogspecialistische hulp. a. Aanvullende hulp Bij aanvullende hulp gaat het om het realiseren van een specialistische schil bij de basis (jeugd)hulp. Deze ondersteuning wordt altijd in samenhang met de

basis(jeugd)hulp, thuis, school, OJG, preventie en anderen uitgevoerd. Bij voorkeur in de leefomgeving, op maximaal de spreekwoordelijke fietsafstand. De AH heeft twee functies: toevoegen en consulteren. Het gaat om het toevoegen van specialistische ondersteuning aan de basis hulp voor gezinnen en kinderen. Om snel en effectief bij te springen en soms ook in te grijpen als dat even nodig is. Het gaat daarnaast ook om een consultatiefunctie; dat wil zeggen het toevoegen van kennis en expertise voor professionals onderling. Om vanuit gezamenlijkheid en in samenhang achterliggende problemen en kansen methodisch te analyseren en te benoemen. Bedoeld om de juiste oplossingen te kiezen en de hulp goed op elkaar af te stemmen. Basishulp en AH moeten elkaar versterken en zo meer voor het gezin opleveren dan de som van de delen. De definitie van AH in 3.1 is een werkdefinitie geformuleerd over wat AH is voor ouders en jeugdigen. De definitieve en precieze afbakening van AH wordt onderdeel van het verandertraject AH, waarbij we ook onze inwoners, aanbieders van hulp, de verwijzers en het onderwijs betrekken. b. Hoog-specialistische jeugdhulp Ondanks alle inzet en betrokkenheid van ouders, leefwereld en professionals, kan het soms toch van belang zijn om intensieve, hoog-specialistische hulp in te zetten, om te voorkomen dat de (veilige) ontwikkeling van kinderen stagneert.

Denk daarbij aan intensieve hulp voor jongeren met complexe psychische, gedrags- of gezinsproblemen en (dreigende) uithuisplaatsing. Het gaat bij de HSJ om schaarse hulp die (snel) beschikbaar moet zijn voor degenen die dat ook echt nodig hebben. De schaarste en benodigde specialismen worden via een regionaal ontwikkeltraject samen met de RIGG op dit moment ook opnieuw ingekocht als HSJ. Over de HSJ zal de raad apart geïnformeerd blijven worden. Onderstaande schets visualiseert de segmenten van het toekomstig zorglandschap:

3.4 Waar staan we in de transformatie van de aanvullende hulp? Regionaal Sinds 2015 werken de Groninger gemeenten intensief samen aan jeugdhulp. In 2021 stelden de gemeenteraden de Regiovisie Jeugd regio Groningen vast. Ook is in 2021 het regionale rapport De volgende stap opgeleverd, met daarin de ontwikkelrichting van (de inkoop en organisatie) van het regionale zorglandschap en de mogelijkheid voor een aantal gemeenten (Veendam en Groningen) om als verkengemeenten te versnellen. Doelen zijn onder meer het bieden van een goed afgestemd hulppakket aan gezinnen, in samenwerking met ouders, het netwerk, aanbieders en andere betrokkenen. Hierbij hoort ook een meer taakgerichte manier van bekostigen, waarbij aanbieders medeverantwoordelijk zijn voor het resultaat. Begin 2025 onderstreepte het Regionaal Bestuurlijk Overleg Jeugd (RBOJ) in het Langjarig Perspectief het belang van samenwerken in de regio, met tegelijk ruimte voor eigen keuzes per gemeente. Daarin is vastgelegd over welke hulp het gaat bij de aanvullende hulp (en basishulp) en hoe we samen stappen willen zetten. Schematisch ziet dit regionale scenario er nu zo uit:

Op 28 maart 2025 heeft het RBOJ besloten de samenwerking verder te versterken. De verkenners Groningen en Veendam krijgen de ruimte om als eerste stappen te zetten in de inrichting van aanvullende hulp. Door onze samenwerking met Groningen sluit MiddenGroningen hierbij aan, waarvoor deze startnotitie de basis vormt. De keuzes voor de AH die de gemeenten Groningen en Midden-Groningen met deze startnotitie verder onderzoeken, uitwerken en uitproberen zijn belangrijk vanwege onze gezamenlijke grootte en voorbeeldrol die we daarmee in de regio vervullen. Landelijk De landelijke Hervormingsagenda jeugdhulp (HVA) formuleert op meerdere terreinen maatregelen om de effectiviteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de jeugdhulp te verbeteren. De AH zoals we deze nu ontwikkelen is hiermee in lijn. Het gaat in de HVA ook om het versterken van basishulp met een specialistische schil, om normaliseren en preventie, het versterken van vakmanschap en de samenwerking. Het terugdringen van de (doorgeschoten) marktwerking door de huidige P*Q en open-einde financiering, met de daarbij eveneens doorgeschoten vormen van administratie en verantwoording, zijn eveneens belangrijke doelen. Landelijk wordt gewerkt aan een wijziging van de jeugdwet- en regelgeving.

Hierin wordt onder andere nader bepaald dat gemeenten verplicht worden om specialistische jeugdhulp regionaal of bovenregionaal in te kopen. Tegelijkertijd komt er regelgeving over de wijze waarop algemene voorzieningen en beschikkingsvrij werken worden gepositioneerd. De ontwikkeling van AH in Groningen moet hiermee goed in lijn blijven.

3.5 Uitgangspunten AH Eigen leefwereld, thuis-nabij, zo veel mogelijk beschikkingsvrij Kinderen, gezinnen en professionals hebben snel toegang tot ondersteuning zonder ingewikkelde procedures en zonder dat ze langs verschillende loketten moeten. De

oplossing vanuit de eigen leefwereld staat centraal, de in te zetten ondersteuning voor het gezin moet daaraan ten dienste zijn. Dat we aan de achterkant voor wat betreft de contractering onderscheid maken tussen bijvoorbeeld BJH en AH wordt voor inwoners daarbij zo weinig mogelijk merkbaar. Onze ambitie is daarom om ook de binnen de AH zo veel mogelijk zonder labels en zo veel als mogelijk beschikkingsvrij te werken, met in elk geval zo weinig mogelijk administratieve stappen. Voor inwoners omdat dat laagdrempeliger is en meer uitgaat van mogelijkheden dan van de te compenseren beperkingen van of stoornis. Voor professionals zodat zij daarmee echt kunnen werken en denken vanuit de oplossing en veel minder vanuit een financiële prikkel op casusniveau. Daarbij hebben en houden we oog voor de rechtsbescherming. Dat doen we bijvoorbeeld door in de verordening jeugdhulp de AH goed te gaan omschrijven, inclusief de bijbehorende rechten en plichten. Bij het vaststellen van een gewijzigde verordening wordt de raad zoals altijd betrokken. De wetswijziging van de jeugdwet, waarin o.a. de reikwijdte van de jeugdhulpplicht wordt opgenomen en de afbakening van indicatie- en beschikkingsvrij werken wordt bepaald, gaat hier (ook) richting aan geven. De uitkomst van het wetgevingstraject is op dit moment nog niet bekend.

De ervaring bij de gemeente Groningen leert dat ouders/verzorgers en jongeren vooral de informatie, de bejegening en het opgebouwde vertrouwen tijdens het contact met jeugdhulpverlenersbelangrijk vinden. Ook als het gaat om het beschermen van hun rechten en plichten. Vanuit dit contact staan in vrijwel alle gevallen ouders/kinderen en hulpverlener naast elkaar of lossen ze verschil van inzichten samen op. En zo hoort het ook te gaan. Daar waar ouders toch echt wat anders willen dan voorgesteld, staan bezwaar- en beroepsprocedures open voor de AH. Onderwijs Jongeren brengen veel tijd door op school met andere kinderen en met volwassenen. De schoolomgeving is naast de thuissituatie daarom voor kinderen ook een belangrijke en betekenisvolle sociale omgeving waarin zij opgroeien en zich leren ontwikkelen. Voor het kansrijk opgroeien van kinderen en jongeren is goed onderwijs nodig. Veel vragen over opgroeien en ontwikkelen worden (ook) zichtbaar binnen het onderwijs en kunnen beantwoord worden binnen de pedagogische basis van een school; wanneer noodzakelijk met extra ondersteuning uit de zorgstructuur van het onderwijs en de lokale wijkteams. Waar het kan en zal AH daarom ook beschikbaar zijn voor kinderen en jongeren in de onderwijssetting, met waar groepsaanbod.

Leren en verbeteren in partnerschap Leidend bij de transformatiebeweging die we met de AH oppakken zijn de wensen en behoeften van kinderen en gezinnen. Ook het versterken van de deskundigheid en vergroten van de ruimte voor professionals zijn belangrijke redenen. Wij gaan daarom in overleg met hen over hun ervaringen, ideeën en wensen. We leren onderweg aan de hand van deze ervaringen, waarbij we stapsgewijs ontwikkelen en tussentijds verbeteren.

We gaan de AH ontwikkelen in partnerschap met een selectief aantal aanbieders, met de lokale toegang en in afstemming met de regio. Dit ontwikkelen in partnerschap kan alleen ontstaan met een relatief beperkt aantal aanbieders. Het gaat om direct en regelmatig contact tussen mensen die elkaar begrijpen en samen (intensief) leren en verbeteren van uit een gedeeld belang en met een overeenkomstige visie. We hebben ons daarbij te verhouden tot een snel veranderde maatschappij en onzekerheid over de financiële vertaling van de HVA Dit betekent dat sprake is van een langer ontwikkeltraject, met een open blik, waarbij we de precieze eindsituatie nog niet kunnen voorspellen. De ervaringen van en verkenning bij andere gemeenten door Groningen leert dat: o

Het ontwikkelen van de AH is veel meer dan het verschuiven van producten van de huidige Open House RIGG, naar een meer lokale taakgerichte AH. Het gaat om het doorleven en werken vanuit een gedeelde visie en gedeeld belang door de mensen die het samen gaan ontwikkelen, er over gaan beslissen en die het gaan uitvoeren. Dit proces verdient aandacht, heeft steeds onderhoud nodig en is een wezenlijk onderdeel van de AH.

o

Het ontwikkelen van de AH is een proces dat doorleefd moet worden, waar partners elkaar begrijpen en aanvullen. De oplossing voor kinderen en gezinnen moet centraal staan en niet de financiële prikkel vanuit een soms doorgeschoten vorm van marktwerking binnen de huidige P*Q financiering vanuit een open-einde-regeling. De AH ontwikkelen gaat daarom het beste met een beperkt aantal sterke partners die verantwoordelijk zijn en verantwoordelijkheid nemen voor een dekkend ondersteuningsaanbod binnen de inhoudelijke en financiële koers die we uitzetten.

o

Niet alleen de AH als hulp is belangrijk, maar ook de wijze waarop deze bereikbaar is en gevonden wordt. We willen samen met de huisartsen de positie en taken van de OJG versterken door hierover aanvullende afspraken te maken. We denken dat dit kan vanuit een gedeelde ambitie en ook een gedeeld belang dat huisartsen, gezinnen en gemeente gemeenschappelijk hebben bij normaliseren en demedicaliseren.

o

We hebben (mede van Veendam en het HSJ-traject bij de RIGG) geleerd dat het belangrijk is om binnen de AH een gedeelde visie te hebben op de analyse van problemen en kansen, vanuit een gedeeld instrument (bijvoorbeeld de verklarende analyse), om daarmee in het belang van het kind en gezin te sturen op verwijzingen en afschaling. Het verder ontwikkelen hiervan maakt ook deel uit van de het AHtraject.

o

De transformatie van de AH, de inrichting van de pilots, het gezamenlijke leren en verbeteren komt niet vanzelf tot stand; het vereist investeringen in tijd en geld (zie ook hoofdstuk 4.3).

4. De transformatie(strategie) en de pilots 4.1 Uitgangspunten strategie Om de transformatie in versnelling te brengen starten Groningen en in Midden-Groningen in het najaar van 2025 samen met Groningen met de voorbereiding van praktijkgerichte pilots op het gebied van AH. Samen met aanbieders, verwijzers, scholen en lokale toegangen werken we aan het thema’s als triage, verklarende analyses en de verbinding tussen jeugdhulp, ggz en onderwijs. Deze leerpraktijk is gericht op concrete, toetsbare resultaten die bijdragen aan de transformatie van AH. De pilots worden lokaal uitgevoerd, maar maken integraal onderdeel uit van de voorbereiding op de regionale inkoop. Het doel is om de inzichten uit de pilots te benutten voor het ontwerp van de regionale aanpak, zonder dat dit het tempo van de eigen transformatie vertraagt. De uitgangspunten uit de startnotitie worden meegenomen in de inrichting van de pilots. We kiezen nadrukkelijk voor pilots met een concreet, zichtbaar resultaat. Ze zijn niet vrijblijvend en worden actief getoetst op hun bijdrage aan de transformatie van de AH. De uitkomsten moeten ons ondersteunen bij het verder vormgeven van de regionale jeugdhulp. Inhoudelijk en voor wat betreft de sturing op de kosten. Daarbij bieden ze handvatten om scherper te sturen op effectiviteit, doelmatigheid en passende inzet van hulp. Daarom richten we de pilots dialooggericht in.

Na elke fase reflecteren we samen met betrokkenen op de inhoudelijke en financiële resultaten tot dan toe en bepalen we gezamenlijk de volgende stap. Zo maken we ruimte voor voortschrijdend inzicht en versnelling van de ontwikkeling. We houden bij het opstellen van de pilots nadrukkelijk rekening met de vraag of inkoop het juiste instrument is, of dat een subsidieconstructie beter past. Belangrijkste uitgangspunt is dat jeugdigen en gezinnen centraal staan – niet de markt. De gekozen aanpak moet samenwerking, continuïteit en passende hulp dicht bij huis mogelijk maken, met een duurzaam bekostigingsmodel. Concreet ziet de fasering als volgt uit:

4.2 Fasering pilots Fase 1 Strategie en ontwerp (augustus-november 2025) In deze fase bepalen we de inhoud en opzet van de pilots. Vanaf september voeren we gesprekken met partners – waaronder aanbieders, gemeenten en scholen – over de invulling van de pilots en de kansen die zij zien. Deze fase resulteert in een transformatienotitie, waarin we vastleggen: • • •

Welke pilots worden uitgevoerd; Hoe het proces, de samenwerking en verantwoordelijkheden zijn ingericht; Hoe de pilots worden gefinancierd.

Deze notitie is op 16 december vastgesteld in het college van Midden-Groningen. Fase 2 Leren en ontwikkelen in de praktijk (oktober 2025-december 2026)

In deze fase worden de geselecteerde pilots uitgevoerd. Dit gebeurt in samenwerking met aanbieders, regiogemeenten, lokale toegang en – waar relevant – het onderwijs. Aanbieders worden gevraagd om voorstellen te doen voor pilots die bijdragen aan de transformatie van de AH, voorzien van een onderbouwde business case. Belangrijke thema’s zijn: • • •

Ondersteuning bij mentale uitdagingen (zoals gameverslaving en sociale media); Ontwikkeling van meer collectieve vormen van ondersteuning; Versterking van de samenwerking met scholen.

De voorstellen dienen integrale oplossingen te bevatten waarbij meerdere partners betrokken zijn. Ze moeten aantonen hoe de pilot bijdraagt aan concrete resultaten in de praktijk, en bij voorkeur ook aan besparingen in de jeugdhulpketen. Denk bijvoorbeeld aan het voorkomen van zwaardere vormen van behandeling, door versterking van de basisondersteuning en betere aansluiting van professionals, zoals AH-specialisten en lokale toegang. Tijdens de uitvoering worden de pilots actief gevolgd en begeleid. Op vaste momenten bespreken we met partners de voortgang en voortschrijdende inzichten: Wat werkt goed? • Wat vraagt bijsturing? • Wat kunnen we gebruiken in de toekomstige organisatie van jeugdhulp? Deze inzichten worden direct meegenomen richting de volgende fase. •

Fase 3 Inkoop en implementatie (september 2026-januari 2028) De resultaten en inzichten uit de pilots worden gebruikt voor de voorbereiding van de regionale inkoop van AH. Ze worden verwerkt in de regionale inkoopstrategie en de uitvraag aan aanbieders. In deze fase: Stellen we de regionale inkoopdocumenten op; • Voeren we een dialoogprocedure om de regionale opdracht verder te concretiseren; • Organiseren we de governance, monitoring en ondersteuning voor de nieuwe werkwijze. Door in elke fase te leren bij te stellen en samen te werken met het veld, bouwen we aan een toekomstbestendige jeugdhulp die aansluit op de leefwereld van jeugdigen en ouders. •

4.3 Financiën pilot Om de pilot mogelijk te maken is budget nodig voor de ontwikkelkosten die de uitvoerder maakt. Dit budget wordt gevraagd in het raadsvoorstel bij deze Startnotitie.

5. Risico’s, dilemma’s en beheersmaatregelen AH De opbouw van de AH, en onze strategie daarbij, is een ontwikkeltraject en geen draaiboek. Dat doen we door continu te leren en te verbeteren. Deze strategie is daarmee een belangrijke

beheersmaatregel voor de problemen (en de onverwachte kansen) die zich zeker voor gaan doen. Hieronder gaan we nader in op een aantal specifiekere risico’s, dillema’s en beheersmaatregelen.

Onderstaande risicoanalyse werken we telkens en na elke fase bij. Zo houden we overzicht op de belangrijkste risico’s en hoe we die kunnen beheersen. Het helpt bij de sturing van inhoud, planning en samenwerking binnen de transformatie van de aanvullende jeugdhulp.

Nr. 1

Risico Onbalans tussen tempo en draagvlak

2

Versnippering regionaal zorglandschap

3

Onvoldoende lerend vermogen

4

Beperkte zicht op impact voor jeugdigen en gezinnen

5

Onzekerheid over bekostiging en sturingsinformatie

Toelichting Te snelle implementatie kan zorgen voor onvoldoende dialoog, draagvlak en eigenaarschap, met vertraging en weerstand als gevolg. Lokale keuzes in Groningen hebben directe gevolgen voor het bredere jeugdhulplandschap. Verschillen in visie en tempo tussen gemeenten kunnen samenwerking onder druk zetten. Eerdere lessen uit BJH, HSJ en andere trajecten dreigen verloren te gaan. Veranderingen vertalen zich niet automatisch naar verbetering op leefwereldniveau. Structurele kloof tussen onderwijs en jeugdhulp blijft bestaan. Nieuwe bekostigingswijze kan financiële beheersbaarheid en inhoudelijke sturing bemoeilijken.

Beheersmaatregel(en) Heldere fasering, ruimte voor dialoogmomenten met gemeenten en aanbieders, monitoring van voortgang én draagvlak.

Gezamenlijke koersafspraken met de regio, structureel regionaal overleg en afstemming met regiogemeenten.

Koppeling aan evaluaties en lessons learned uit eerdere transformatieprojecten, periodieke reflectiemomenten met stakeholders. Versterken verbinding met onderwijs, structurele betrokkenheid van cliënten(vertegenwoordigers), toetsing op leefwereldimpact.

Perceelsgewijze bekostiging met ruimte voor monitoring, tussentijdse bijsturing, gebruik van standaard formats, aandacht voor verhalen achter cijfers.

6

Het waterbedeffect

7

Landelijke ontwikkelingen

7

Financiële risico’s en investeringsdruk

9

Onvoldoende dekkend aanbod

10

Onvoldoende cliëntperspectief

11

Vertraging door trage transformatie basishulp (bij andere gemeenten in de regio Groningen) De basis hulp op orde wordt gezien als een voorwaarde voor de AH.

Door de introductie van AH nemen andere vormen van jeugdhulp toe. Nieuwe wet- en regelgeving kan gekozen aanpak ondersteunen of juist belemmeren. Voorinvesteringen zijn nodig terwijl opbrengsten pas later zichtbaar worden. Het geleidelijk ontwikkelen (i.p.v. een big bang) van de AH met de Open House bij de RIGG als vangnet, kan zorgen voor tijdelijke extra kosten. Risico op nietpassend of onvolledig aanbod voor alle gemeenten. De stem van jeugdigen en ouders ontbreekt in selectie en uitvoering. De transformatie van basishulp duurt op regionaal niveau, langer dan voorzien, waardoor de invoering van aanvullende hulp wordt uitgesteld.

Continue dialoog met betrokken partijen/ adequate monitoring opzetten Flexibiliteit in contracten, juridische monitoring en periodieke toetsing op landelijke beleidsontwikkelingen. Realistische businesscase, tussentijdse monitoring, fasering investeringen gekoppeld aan implementatieplanning.

Toetsing in selectie en gunning op de organisatie van een dekkend aanbod (incl. onderaannemerschap). Structurele betrokkenheid cliëntenpanel, toetsing op cliëntperspectief in gunning en uitvoering. Gekozen wordt voor een aanbesteding met gefaseerde ingangsdata per type ondersteuning. Hierdoor kunnen delen van de aanvullende hulp eerder starten waar mogelijk. Tegelijk wordt gestuurd op versnelling van de implementatie van basishulp (regionaal) met bestuurlijke en ambtelijke monitoring.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16565338/1