03. Bijlage 1 - Ruimtelijk-economisch perspectief A7N33
Tekst van het document
3.13 Voor veel grotere bedrijven is een goede ligging aan de corridor en vrij van de kernen en linten een belangrijke vestigingsfactor, zoals in de zuidwesthoek van het knooppunt A7/N33
3. Ruimtelijke uitdagingen en principes
Ruimtelijk principe 4: op de grote schaal moeten landschappelijke kwaliteit, de verblijfskwaliteit en leefbaarheid in de kernen en de economische ontwikkeling in samenhang (en niet los van elkaar) worden ontwikkeld Bij een multimodale vervoerscorridor,
grootschalige ontwikkeling. Zo moet
op een in (inter)nationaal perspectief
grootschalige opwekking van zonne-
gezien aantrekkelijke plek als die van
energie de ontwikkeling van de
de A7/N33-regio hoort ook plek te
economie in de regio niet in de weg
zijn voor grootschalige economische
zitten. Goed per snelweg, spoor en/
ontwikkelingen. De regio beschikt
of water ontsloten locaties in de A7/
over goede verbindingen (ook
N33-corridor worden – mits ze in de
internationaal en via water en spoor),
groenblauwe structuur van de regio
heeft de stad Groningen om de hoek en
passen – benut of gereserveerd als
biedt interessante connecties met de
werklocaties.
economische complexen in Eemshaven
- Een ruimtelijke reservering voor een
en Delfzijl. Hierdoor ontstaan kansen
terrein voor grootschalige bedrijven
voor het aantrekken van grootschalige
wordt zoveel mogelijk in aansluiting
economische ontwikkelingen. Het
op bestaande bedrijvenclusters
inpassen van grootschalige ruimtelijke
gemaakt. Zo vermindert de kans op
ontwikkelingen in de A7/N33-corridor
versnippering van de open ruimte.
betekent: - De corridor-kwaliteit van de A7/
- Vanwege de grote investeringen in benodigde energie-infrastructuur
N33-regio verder verbeteren door
moeten bedrijven, die grote
het infrastructuur-netwerk te
hoeveelheden energie afnemen,
completeren (verdubbeling N33
nabij locaties van grootschalige
Zuidbroek-Appingedam, Wunderline,
energieopwekking en knooppunten
spoorboog Veendam – Winschoten,
in het energienetwerk (hoofd- en
flessenhalzen in de kanalen
tussenstations) worden gesitueerd.
wegnemen, goede distributielijn
Dit geldt met name voor de grote
van goederen tussen bedrijfslocaties
vestigingen in het industriële
realiseren)
segment.
- Heldere keuzen maken op regionaal niveau waar ruimte is voor welke
- Bij de ontwikkeling van nieuw bedrijventerrein zoveel als mogelijk
55
56
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
koppelkansen benutten (bijvoorbeeld
water- en klimaat opgave en een
door te sturen op duurzame
royale landschappelijke inpassing. De
energieopwekking op de locatie, of
groenblauwe structuur (zie uitdaging
op een klimaatadaptieve inrichting)
1) geldt daarbij als ruimtelijk kader.
opdat economische winst wordt
Met zo’n gebiedsontwikkelingsproces
gecombineerd met winst op andere
moet in een vroeg stadium begonnen
beleidsterreinen.
worden, opdat zowel een eventuele
- De ruimte op terrein voor grootschalige bedrijven binnen de
grote partij als ook de omgeving niet voor verrassingen komen te staan.
gekozen profilering en op basis van
- Een ruimtelijke reservering voor
de gekozen regionale positionering
een terrein voor grootschalige
invullen. Dit vereist regionale regie.
bedrijven wordt zó gesitueerd,
- Nieuwe grootschalige
dat de (kringloop)landbouw als
ontwikkelingen worden als
drager van het grootschalige
gebiedsontwikkelingsproject
open landschap optimale
aangepakt en doorlopen een navenant
ontwikkelingsmogelijkheden houdt.
gebiedsproces met belanghebbenden en omwonenden. De inrichtingsen inpassingsplannen getuigen van een zorgvuldige omgang met de
3.14 Op het schaalniveau van de provincie (en daarboven) is het de vraag hoe de A7/ N33 zich kan profileren. Voor grootschalige energie-, data- en havengebonden bedrijven zijn gebieden als de Eemshaven beter geschikt
3. Ruimtelijke uitdagingen en principes
Legenda Bedrijventerrein Stedelijk gebied Hoofdwegennet Hoogspanningsnet Windconcentratiegebied Zonnepark (in ontwikkeling) Restwarmtebron
3.15 Kaartbeeld met de positie van de A7/N33regio ten opzichte van de andere economische clusters: Eemshaven, Delfzijl en Ter Apel met uitstekende vestigingsmogelijkheden voor bedrijven in de segmenten logistiek en (maak) industrie
57
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
58
4. Perspectief voor de regio
Vooraf In dit hoofdstuk komen we tot de synthese van de economische actielijnen uit de marktanalyse van BCI en de ruimtelijke principes uit het vorige hoofdstuk van dit perspectief. Die vallen samen te brengen in een drietal met elkaar samenhangende ruimtelijke strategieën, achtereenvolgens: - een ‘groenblauwe’ (gericht op de doorontwikkeling van het landschap van de regio), - een ‘rode’ (gericht op de doorontwikkeling van de stedelijke structuur van de regio) en - een ‘paarse’ (gericht op de doorontwikkeling van de bedrijventerreinen van de regio). Deze strategieën vormen de basis voor een regionaal ruimtelijk beleid, dat de economische ontwikkeling als basis voor een vitale en
4. Perspectief voor de regio
59
Legenda W inning/distributie van water Groot- en detailhandel Landbouw
Legenda W inning/distributie van water
Legenda
Legenda
Winning van delfstoffen Industrie Productie
Groot- en detailhandel
Bouwnijverheid
Landbouw
Vervoer en opslag
Winning van delfstoffen
Logies
Industrie
Informatie en communicatie
W inning/distributie van water
Productie
Financiële instellingen
Groot- en detailhandel
Bouwnijverheid
Verhuur van en handel in onroerend goed
Landbouw
Vervoer en opslag
Advisering
Winning van delfstoffen
Logies
Verhuur van roerende goederen Openbaar bestuur
Industrie
Informatie en communicatie
W inning/distributie van water
Productie
Financiële instellingen
Onderwijs
Groot- en detailhandel
Bouwnijverheid
Verhuur van en handel in onroerend goed
Gezondheids- en welzijnszorg
Landbouw
Vervoer en opslag
Advisering
Cultuur
Winning van delfstoffen
Logies
Verhuur van roerende goederen
Overige dienstverlening
Industrie
Informatie en communicatie
Openbaar bestuur
Productie
Financiële instellingen
Onderwijs
Logies
Verhuur van roerende goederen
Overige dienstverlening
Informatie en communicatie
Openbaar bestuur
Financiële instellingen
Onderwijs
4.1 De bedrijvigheid in de Verhuur A7/N33-corridor op kaart Elke kleur staat voor Gezondheidsen welzijnszorg van en handel in onroerend goed(uitsnede). Bouwnijverheid een andere bedrijfstak Advisering en de grootte van de bol staatCultuur voor het aantal arbeidsplaatsen Vervoer en opslag
aantrekkelijke regio ondersteunt en waarin de Gezondheidsen welzijnszorg Cultuur Advisering ruimtelijke worden gerespecteerd en Overige dienstverlening Verhuur van roerende goederen kwaliteiten Openbaar bestuur de kansen worden benut. De groenblauwe strategie Onderwijs Gezondheids- en welzijnszorg vormt de contramal van de beide andere strategieën Cultuur Overige dienstverlening en in die zin horen ze ook bij elkaar. De strategieën vormen samen het perspectief voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van de regio in de periode tussen nu en 2040 en zijn de basis voor de samenwerking tussen gemeenten, provincie en andere betrokken partijen om de gemeente-overstijgende ambities en plannen tot realisatie te brengen. De drie regionale ruimtelijke strategieën worden hieronder beschreven en geconcretiseerd in een aantal ontwikkelprincipes ter uitwerking van het Ruimtelijk Economisch Perspectief A7/N33-regio. Verhuur van en handel in onroerend goed
60
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
Strategie I: Het veiligstellen van de landschappelijke karakteristiek voor de toekomst Cultuurhistorische kwaliteiten (de borgen, de kerken, de overige monumenten), de waterstructuur (om langs te fietsen, als vaarnetwerk), de landschappelijke verschillen en hun ontstaansgeschiedenis, de grote openheid en de verten van het landschap, de linten als occupatie- en uitvalsbasis voor tochten, de natuur (in de zone Zuidlaardermeer – Roegwold), het zijn allemaal bijzonderheden die het landschap van de regio te bieden heeft. In de marktanalyse van BCI worden recreatie en toerisme een economische drager van de regio genoemd. Ook uit de werksessies is dit nadrukkelijk naar voren gekomen als nog onbenut potentieel. Die dragende functie hangt zeker samen met het karakter en de kwaliteiten van het landschap. In een regio als die van de A7/N33 zijn het met name de economische ontwikkeling en de opwekking van duurzame energie die voor ontwikkelingsdruk op het landschap zorgen. Deze strategie biedt een aantal handelingsperspectieven voor de omgang met het landschap, die gericht zijn op zorgvuldige vormgeving en inpassing van nieuwe ontwikkelingen in het landschap, op zo’n manier dat de ruimtelijke karakteristiek en kwaliteiten ervan worden versterkt:
4. Perspectief voor de regio
Groene ruimtes in de A7-corridor Er zijn plekken waar de ontwikkeling van stedelijke uitbreidingen of productielocaties voor zonne-energie de verschillende kernen in de regio aan elkaar dreigen te plakken of een barrière dreigen te leggen tussen de stadsrand en het landschappelijke ‘uitloop’-gebied. Zulke ontwikkelingen dreigen tussen Sappemeer en Zuidbroek, tussen Foxhol en Westerbroek en aan de westkant van Veendam. Om te voorkomen dat er een bandstad langs de infracorridor ontstaat, of wijken worden afgesneden van hun landschap ligt er op een aantal plekken een duidelijke grens: hier heerst het landschap.
4.2 Een duidelijke rand helpt verrommeling voorkomen en doorbreekt het continue silhouet van de stad
61
62
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
4.3 De loop van de Oude Ae ten noorden van Veendam als aanknopingspunt voor een nieuwe landschappelijke structuur
Plekken waar de relatie met het landschap kan worden hersteld Deze richtlijn geldt voor een aantal plekken waar door ingrepen de herkenbaarheid van het landschap is verdwenen. Als zich kansen voordoen (doordat infrastructuur moet worden aangepast, doordat groot onderhoud moet worden gepleegd) kunnen ruimtelijke en landschappelijke verbanden, die verdwenen zijn, worden hersteld. Dit geldt voor de plek waar het lint van Westerbroek en het Winschoterdiep elkaar ontmoeten, ten noorden van Veendam in de polder Wiede, waar de Oude Ae doodloopt op de strak verkavelde Tussenklappenpolder.
4. Perspectief voor de regio
Plekken om de landschappelijke maat
ter hoogte van Wildervank is zo’n
te behouden
cruciale open ruimte, waar vanuit het
Op deze plekken is het van belang
monumentale lint gezien een ruime
om de maat van de open ruimte te
strook open landschap een buffer naar
behouden, omdat er anders cruciale
de N33 vormt. Zoals in hoofdstuk 3 al
(door)zichten gaan verdwijnen. Dit is
als ruimtelijk principe werd gemunt:
het geval in de open ruimte tussen het
aan weerszijden van de lange linten
nieuwe zonneveld boven Hoogezand
is het zaak om een strook aan te
en het lint van Kolham – Slochteren,
houden als vrije en open ruimte voor
waar dit monumentale lint klem
landbouwkundig gebruik.
dreigt komen te liggen. En het geldt ook voor de grote open ruimte tussen Slochteren en Noordbroek; deze ruimte vormt de contramal van de verstedelijkte zone onder en langs de A7. Ook aan de oostkant van de N33
4.4 De landschappelijke maat is nog aanwezig aan de oostkant van Wildervank. Het open landschap tussen de N33 en het lint is hier een belangrijke kwaliteit.
63
64
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
De N33 ligt in de regio altijd soeverein
te nemen, met de fietsbrug tussen
in het landschap, los van de bebouwing
Blauwestad en Winschoten als mooi
Dit geeft de N33 een speciale positie;
voorbeeld) en inpassing (met name geldt
vanuit de linten ligt de snelweg altijd
dit voor de zone ten noorden van de A7
op afstand en vanaf de snelweg kun je
ter hoogte van Sappemeer; hier ligt het
de kwaliteiten van de linten op afstand
landschap koud tegen de snelweg zonder
waarnemen. Dit aspect van de N33
enige bemiddeling). Er is een initiatief
geeft deze snelweg in de regio en het
in gang gezet om de bijzondere positie
landschap erlangs een eigen gezicht, dat
van de A7 als internationale nordic
het behouden waard is.
route te accentueren door middel van een kunstproject; dit kan de route als
De A7 verschiet, afhankelijk van de plek
embleem en ontwikkelingsdrager extra
in de regio, van kleur
kracht bij zetten.
Soms manifesteert hij zich als snelweg langs de stedelijke kern (en wordt hij als regioweg gebruikt) en soms is het een grote parkway die royaal door het landschap snijdt met het karakter van een internationale verbinding. Deze gedaantewisseling past goed bij de A7 als economische as, die landschappen verbindt. Wel vraagt de ligging van de
Legenda Verbinden natuurgebieden tot grotere eenheden, realiseren ecologische verbindingen Wateropgave meenemen in eventuele ontwikkelingen Dragende structuur van diepen, (Boezem)kanalen, open water aaneenschakelen tot een verbonden
A7 aan (Hoogezand – Sappemeer) of
systeem
door (Winschoten) stedelijk gebied om
Open (landbouw)landschap aan weerszijden van
speciale maatregelen (om de barrière
linten vrijhouden van bebouwing Groot open landschap heel houden en vrijhouden van bebouwing Herstel van landschap, oude waterlopen, landschapselementen Groen-blauwe corridors inrichten als verbindingen tussen woonkernen en landschappen en landschappen onderling
4.5 De A7 ligt soms vrij in het landschap als parkway, en soms als regioweg langs een stedelijke kern
4.6 De groenblauwe strategie op kaart
4. Perspectief voor de regio
(Kringloop)landbouw krijgt de ruimte
van de landbouw zal het samenspel
als drager van het open landschap
moeten zoeken met de wateropgave (in
Het is de landbouw die zorgdraagt voor
de laagste en bodemdalingsgevoelige
het open landschap als tegenhanger
gebieden en met de natuuropgave
van de dynamiek en de hectiek van
(in de westelijke rand van de regio
de corridor. Het is van belang om de
langs het Groeningen-project). En
ontwikkelingsruimte, die de landbouw
eigenlijk liggen er overal in het gebied
nodig heeft, niet te versnipperen
kansen om vormen van recreatief
door de (tussen)ruimtes te klein te
ondernemerschap te combineren met
maken; met de ontwikkeling van
het boerenbedrijf.
bedrijventerrein en installaties voor zonne-energie dient hiervoor te worden opgepast. De toekomstige ontwikkeling
65
66
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
Strategie II: benutten van ontwikkelingsmogelijkheden van de erven, linten, dorpen en steden als woon- en werkmilieus, met speciale aandacht voor vrijkomende erven, transformatie en structuurversterking Zoals gezegd bevindt twee-derde van de werkgelegenheid zich niet op bedrijventerreinen maar in de bebouwing op erven, in linten, dorpen en steden. De bedrijven en diensten die overal verspreid in de regio te vinden zijn, vormen een belangrijke voedingsbodem voor de fijnmazige economie. Veel starters beginnen hier hun bedrijf. Bedrijven en diensten zorgen ook voor levendigheid en ‘reuring’ in de linten, straten en wijken; overdag is er van alles te doen en te beleven. Die verspreide vestigingen verdienen een adequaat ruimtelijk beleid. De regio biedt verschillende aanknopingspunten voor beleid, dat de werkmilieus (en de menging daarvan met het wonen) op de erven en in de linten, dorpen en steden verder kan ontwikkelen en stimuleren:
4. Perspectief voor de regio
4.7 Allerhande bedrijven kunnen zich vestigen op vrijkomende agrarische erven. Op deze manier kan deze grote kwaliteit in stand worden gehouden
Vrijkomende agrarische erven als
in stand worden gehouden en zo
economische broedplaatsen
de landschappelijke karakteristiek
Zowel in de Veenkoloniën als in de
verstevigen. Bestemmings- en
kleigebieden (Oldambt!) is sprake van
omgevingsplannen moeten de
stoppende boeren en leegkomende
mogelijkheden daarvoor bieden. Als
bebouwing op erven. Een heel goede
wederdienst zou van de initiatiefnemers
manier van hergebruik van de vaak
een passende erfinrichting en een
monumentale boerderijen met hun
zorgvuldige verbouwing van de
grote schuren is de vestiging van een
opstallen kunnen worden verlangd.
bedrijf. Allerhande bedrijven vestigen
Eenzelfde soort beleid geldt ten aanzien
zich in vrijkomende bebouwing:
van leegkomende bebouwing in linten.
bedrijven in de dienstverlening,
Ook in linten komen soms kapitale
in de recreatieve sector, maar ook
panden en voormalige bedrijfsgebouwen
productie- en distributiebedrijven.
leeg te staan, die zich uitstekend lenen
Bedrijfsvestigingen op erven verdienen
voor de vestiging van een bedrijf.
ondersteuning; op deze manier kunnen de erven met levendige functies
67
68
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
Transformatie van verouderde
wonen-werken-voorzieningen.
bedrijventerreinen, die dicht op
Bedrijven die geen overlast veroorzaken
woonwijken zijn gelegen
en dienstverlenende instanties lenen
In de stedelijke kernen in de regio
zich heel goed voor dit – voor de
is sprake van bedrijventerreinen die
kernen in de regio vaak nieuwe – type
door woonbebouwing ingesloten
stedelijke milieu. Alle stedelijke kernen
zijn geraakt. Als daar de veroudering
hebben inmiddels onderkende, of
(van bedrijfspanden, van openbare
nog potentiële transformatielocaties
ruimte) dan ook nog toe slaat is er alle
in huis: Hoogezand (langs Oude
reden om te kijken of die terreinen
Winschoterdiep), Zuidbroek (aan
zich lenen voor transformatie naar
de beide uiteinden van het lint),
gemengde stedelijke milieus. Vaak
Veendam (tussen station en A.G.
maakt de ligging van dergelijke
Wildervanckkanaal) Winschoten (langs
bedrijventerreinen ze ook nog extra
de Tramhaven). Actief ruimtelijk
aantrekkelijk voor zo’n transformatie:
beleid kan de grote kansen, die hier
bij een station, aan het water, nabij
liggen voor de ontwikkeling van
het centrum. Die condities maken
gemengde woon-werkmilieus, helpen
de locaties interessant, juist voor de
verzilveren. Hier ligt grote ruimtelijke
ontwikkeling van gemengde milieus
kwaliteitswinst voor het oprapen!
4.8 Tegen de bestaande centra aan liggen vaak (in potentie) aantrekkelijke gebieden om te wonen én te werken; centraal gelegen, aan het water of bij het spoor, en met karakter
4. Perspectief voor de regio
4.9 Binnen een straal van 1 km rondom de stations zijn er meer dan 16.000 arbeidsplaatsen te vinden, een aanzienlijk percentage van het totaal
Verdere ontwikkeling en intensivering
waarbij dit type centrumlocaties
van stations- en centrumlocaties
nabij treinstations, ook vanuit het
De regio kent een relatief hoog
oogpunt van bereikbaarheid hoge
aantal van wel acht stationslocaties.
ogen zou moeten gooien. Zeker
Behalve het feit dat die de grote
wanneer een ondersteunend net van
stad in de nabijheid brengen,
busverbindingen voor de bereikbaarheid
scheppen die ook nog gelegenheid
van deze plekken vanuit de lange
voor een doorontwikkeling
linten zorgt, kan er nabij treinstations
naar een specifiek type kansrijk
sprake zijn van een constellatie van
economisch centrummilieu. Clusters
werkfuncties met een duurzaam
van persoonlijke en zakelijke
effect. Alle treinstations in de regio
dienstverlening, instellingen op gebied
bieden aanknopingspunten voor de
van gezondheid en onderwijs, horeca
doorontwikkeling van deze centrale
en detailhandel vormen hier belangrijke
werkmilieus.
concentraties van werkgelegenheid. Er is nog altijd een herschikking van
In de structuur van de regio kunnen
voorzieningen in de regio gaande,
door de hierboven beschreven
69
70
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
strategie interessante en krachtige
verweven geheel gaan vormen dat een
ruimtelijke structuren ontstaan, die
‘plus’ op de stedelijke structuur zet. Op
het karakter van de regio versterken
hun beurt vormen deze nieuwe centrale
en de aantrekkelijkheid ervan, ook als
zones vaak het aangrijpingspunt van
recreatieve bestemming, vergroten.
de lange linten in de regio (lint van
Op het kaartbeeld dat de ‘rode’
Noordbroek aan Zuidbroek, lint van
ontwikkeling illustreert is dit zichtbaar.
Ommelanderwijk aan Veendam, lint
Transformatielocaties liggen zoals
Kolham – Slochteren aan de noordkant
gezegd in deze regio vaak aan het
van Hoogezand, lint van Zuiderveen
water en tegen de stations(centrum)
aan Winschoten). En die aansluitingen
locaties aan en kunnen hiermee een
van de linten op de centrale zones in de
hecht verband gaan vormen. Water,
kernen liggen bijna altijd haaks op de
bebouwing, ontsluiting en openbare
infracorridor van A7 en N33 en zorgen
ruimte kunnen een interessant
daar voor een welkome onderbreking
4. Perspectief voor de regio
van de lineaire (‘bandstedelijke’)
Tenslotte: eigenlijk gaat deze hele
ontwikkeling langs de corridor. Op deze
tweede strategie over het benutten
manier ontstaat er een constellatie
van de inbreidingsmogelijkheden
van linten, die de randen en de
en de ontwikkelingsmogelijkheden
visuele begrenzing van de grote open
van (woon-)werkmilieus binnen
ruimten vormen en een aantrekkelijke
de bestaande bebouwde gebieden.
binnenkant van de grotere dorpen en
Traditioneel is het ruimtelijk
steden.
economisch beleid gericht op het zoeken naar uitbreidingsmogelijkheden van bedrijventerreinen. Het gevaar daarvan is, dat er door de nadruk op uitbreiding en aanbod een drain wordt getrokken op de werklocaties in het bestaand bebouwd gebied. En dat zou zonde zijn van de grote kansen die hier liggen! In die zin spoort de hier
Legenda Erven als bakens in het open landschap en als
voorgestelde strategie geheel met de ladder voor duurzame verstedelijking.
milieus voor economische activiteit en verblijf koesteren, ook als boeren stoppen Stationslocaties verder ontwikkelen als concentraties van werken, wonen en voorzieningen en als middelpunten van het web van verbindingen Centrumgebied van stad en dorp doorontwikkelen als zwaartepunten van stedelijke en dorpse activiteit en als uitvalsbasis voor recreatie en toerisme in de regio Transformatiegebied inzetten voor een ontwikkeling van bedrijventerrein naar gemengd stedelijk milieu
4.10 De rode strategie op kaart
71
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
72
Strategie III: naar een regionaal ruimtelijk beleid voor bedrijventerreinen Alvorens voorstellen te doen voor regionaal ruimtelijk beleid voor bedrijventerreinen is het goed om de ruimtevraag van bedrijven nader te beschouwen. Een viertal typen dynamiek (die vaak tegelijkertijd aan de orde zijn) kan leiden tot een vraag naar bedrijfsruimte op een bedrijventerrein in de regio:
Vier typen dynamiek op bedrijventerreinen 1. Autonome groei van bedrijven in de
2. Ruimtebehoefte als gevolg van
regio
transformatie van bedrijventerrein
Vanwege het uit de jas groeien
Zoals eerder gesteld komt er in de regio
van bijvoorbeeld een bedrijf in de
een dynamiek op gang van transformatie
categorie MKB dat in een lint of een
van bedrijventerrein op aantrekkelijke
dorp is gevestigd en de gang naar
plekken (aan het water, bij het station)
bedrijventerrein wil maken. Het gaat in
naar woningbouw of gemengd stedelijk
dit geval om kleine nieuwvestigingen
gebied. Bedrijven in deze gebieden
van ‘eigen’ bedrijven in de regio.
worden uitgeplaatst en vragen meest om
Volgens BCI gaat het hier qua
een plek op een bedrijventerrein. In deze
omvang (op basis van de historische
categorie vallen ook de bedrijven die
ontwikkeling) om een vraag van circa 2
vanwege transformatie van werkgebied
ha per jaar, op een totale voorraad van
naar woongebied in de stad Groningen
850 ha in de hele regio.
op zoek zijn naar een locatie in de A7/ N33-regio. Ook in deze categorie gaat het om een vraag van enkele hectares per jaar. Het zijn lange trajecten (10-15 jaar) en gaat om enkele bedrijven per jaar in de regio, deels vanuit Groningen. In Midden-Groningen is de vraag in deze categorie groter, vanwege een aantal transformatie-projecten die hier op stapel staan.
4. Perspectief voor de regio
3. Ruimtebehoefte als gevolg van herstructurering verouderd bedrijventerrein en ontwikkeling van industrie-energiehubs Herstructurering van bedrijventerreinen kan leiden tot een ruimtevraag bijv. doordat er ruimte voor water of voor de opwekking van of de infrastructuur voor duurzame energie moet worden gecreëerd; of wanneer de grenzen van de milieuruimte zijn bereikt. Ook kan er behoefte aan ‘schuifruimte’ ontstaan om de verouderde kavelstructuur, de toegankelijkheid en de openbare ruimte of het imago te verbeteren. Dat kan leiden tot een additionele vraag naar ruimte op bedrijventerrein elders in de regio. Ook in deze categorie gaat het om een vraag van enkele hectares per jaar.
4. Ruimtebehoefte in verband met de vestiging van grootschalige bedrijven van buiten de regio Zoals blijkt uit de marktanalyse van BCI is de vestiging van grootschalige bedrijven in een vijftal sectoren kansrijk om de economie van de regio te versterken. Het gaat hier om bedrijven die bedrijfskavels groter dan 1 ha nodig hebben. De ruimtebehoefte van dit type bedrijven valt moeilijk in te schatten. Een actief regionaal wervingsbeleid in combinatie met het beschikbaar hebben van voldoende vestigingsmogelijkheden (voor als de gelegenheid zich voordoet) is hier de strategie.
73
74
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
Vijftraps-ruimtelijk beleid voor bedrijvigheid Om klaar te zijn voor de genoemde typen dynamiek en voor de vestiging van de bedrijven op bedrijventerreinen in de regio, bereiden gemeenten zich gezamenlijk voor op de toekomst middels een ‘vijftraps’-ruimtelijk beleid, waarin aan alle vijf de trappen tegelijk wordt gewerkt:
Herstructureren bestaande
prioritair worden aangepakt. Daar
bedrijventerreinen
beginnen, waar bedrijven initiatieven
Dit is misschien wel de belangrijkste,
tonen om tot kwaliteitsverbetering en
maar vaak ook de ingewikkeldst op
verduurzaming te komen, is het motto.
gang te brengen ontwikkeling. Het
En behoedzaamheid in het ontwikkelen
gaat om zo’n 850 ha bedrijventerrein,
voor nieuwe terreinen kan er ook voor
waarop zoals in de betreffende actielijn
zorgen dat bedrijven in eerste instantie
van de marktanalyse wordt gesteld
naar verbetermogelijkheden op hun
vaak grote winst valt te behalen op
eigen locatie kijken. De meest kansrijke
delen van bedrijventerreinen die
locaties om het herstructureringsproces
verouderd zijn: ruimtewinst door
te starten zijn op kaart 2.8
efficiënter en compacter gebruik
weergegeven.
van de ruimte; energiewinst door besparing en de overstap op de inzet en opwek van duurzame energie; en klimaatwinst door de CO2-uitstoot te verminderen en de waterberging en buffering beter te organiseren. De gemeenten hebben een achttal bedrijventerreinen aangewezen, waar de herstructurering en verduurzaming
4. Perspectief voor de regio
Het versterken en intensiveren van een
en energienetwerken en de kringlopen
viertal industrie- energiehubs
van grond- en afvalstoffen. Wat gezegd
De relatief sterke vertegenwoordiging
is over energie geldt ook voor water;
van bedrijven in de sector industrie
vanwege klimaatverandering en de
in de A7/N33-regio maakt haar
langere perioden van grote droogte, die
geschikt voor het initiëren van pilots
daarmee gepaard kunnen gaan, is het
gericht op het inrichten van terreinen
wenselijk dat (industriële) bedrijven
met veel industriële vestigingen als
besparen op de inzet van zoet (koel)
energie-hubs. Op deze combinaties
water in hun productieprocessen.
van industrie- en energieterreinen voorzien de bedrijven zoveel mogelijk in hun eigen duurzame energie (vraag en aanbod dicht bij elkaar) en worden ook zoveel mogelijk de principes van circulaire stromen en gesloten kringlopen gevolgd. Zo kunnen (rest) producten van de landbouw in de regio als grondstof worden benut. En kan ook de restwarmte die vrijkomt bij de industriële processen worden ingezet als voeding voor warmtenetten in de wijken die grenzen aan de terreinen.
4.11 De bedrijventerreinen met veel industriële vestigingen kunnen worden ontwikkeld tot industrie-energiehubs
Een viertal clusters van terreinen (bij Foxhol, Sappemeer-Oost, Veendam (bij Wildervanck kanaal) en Winschoten (bij Reiderland) is als pilot voor deze ontwikkeling geselecteerd. Ook door hun ontsluiting (over de weg, maar ook over water en per spoor) en doordat ze door hun grote energievraag knooppunten in het energienetwerk zijn, maken de genoemde terreinen een switch in hun regionale positie: van een terzijde-ligging naar een centrale hub-positie in de transport
4.12 Belangrijk om te onderzoeken is de verwachte elektriciteitsvraag door elektricifactie van de industrie, om zeker te weten dat de energieinfrastructuur deze omschakeling aan kan en er waar nodig voorbereidingen voor netverzwaring kunnen worden getroffen
75
76
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
Benutten van de restruimte op
(waar de bedrijventerreinen en
bestaande bedrijventerreinen
woonwijken soms dicht bij elkaar
Dit is een voor de hand liggend
liggen) is de milieuruimte op bestaande
en belangrijk onderdeel van het
terreinen beperkt. Volgens de IBIS-
bedrijventerreinen-beleid. Op
opgaven uit 2020 is het restaanbod
een aantal van de (nieuwere)
tientallen hectaren groot, maar dit
bedrijventerreinen is nog restcapaciteit
getal is inmiddels door de werkelijkheid
aanwezig. Het is zaak die capaciteit
ingehaald. Gemeenten en provincie
volgens het principe ‘het juiste bedrijf
actualiseren momenteel het aanbod
op de juiste plaats’ te benutten.
op bestaande bedrijventerreinen. Wel
Het opzoeken van de qua omvang,
is duidelijk dat er voor bedrijven die
milieucategorie en bereikbaarheidseisen
een bedrijfskavel zoeken groter dan 3
beste plek voor een bedrijf en daarbij
ha in de regio nu geen plek is. En voor
eerst kijken naar de bestaande locaties
Midden-Groningen en Oldambt geldt,
is de eerste stap in de ‘ladder’ van
dat er momenteel ook nauwelijks nog
een efficiënte ruimtebenutting voor
ruimte is op bestaand terrein voor
bedrijven. Zeker in Midden-Groningen
bedrijven die kleiner zijn dan 3 ha.
4.13 Het is belangrijk om de capaciteit van de bestaande terreinen ten volle te benutten; op deze manier kunnen bedrijven in de categorie tot max. plm. 3 ha. nog een plek krijgen op de bestaande terreinen
4. Perspectief voor de regio
Ontwikkelen van nieuwe
moment dat grootschalige bedrijven
bedrijventerreinen voor bedrijven die
zich daadwerkelijk aandienen. Het
kavels vragen tussen de 3 en 10 ha
gaat om een specifieke toevoeging
Vanwege het gebrek aan bedrijventerrein
aan het palet van bedrijventerreinen
met kavels groter dan 3 ha en vanwege
in de regio en het is van groot belang
de kansrijkheid van grootschalige
dit vestigingsbeleid voor grootschalige
vestigingen van bedrijven van
bedrijven consequent en als regio
buiten de regio, zoals gesignaleerd
gezamenlijk vol te houden. Invulling van
in de marktanalyse van BCI, is het
deze terreinen met ‘gewone’ bedrijven
voorbereiden en ontwikkelen van
maakt het ontwikkelen van weer
bedrijventerrein voor bedrijven die
nieuw bedrijventerrein – ten koste van
kavels tussen de 3 en 10 ha vragen
landschappelijke kwaliteit en gronden
onderdeel van de ruimtelijke strategie.
voor landbouw – binnen de kortste keren
Grotere vestigingen in de sectoren agro
nodig.
& food, e-commerce en modulaire
Nieuwe bedrijventerreinen voor bedrijven
bouwmaterialen komen in aanmerking
van deze schaal vormen een integrale
voor dergelijke terreinen. In elk van
gebiedsontwikkelingsopgave en vereisen
de drie gemeenten is in aansluiting
een planvormingsproces, waarin onder
op bestaand bedrijventerrein en goed
meer de landschappelijke vormgeving en
ontsloten via de A7 of de N33 de
inpassing, het toekomstig watersysteem
ontwikkeling van dergelijk terrein
en de productie van hernieuwbare
mogelijk: voor Midden-Groningen in de ‘Gouden Driehoek’ in de oksel van de A7 en de N33, in Veendam in een zuidelijke uitbreiding van de Dallen en in Winschoten middels een oostelijke uitbreiding van Reiderland over de N367 heen. Voor deze locaties is een vraaggerichte ontwikkeling mogelijk. Daarbij wordt de grond verworven, wordt een masterplan opgesteld en een minimale omvang als voorwaarde voor vestiging in het bestemmingsplan opgenomen. En wordt het plan verder ingevuld op het
4.14 Schematische uitwerking van het hoofdprincipe voor de uitbreiding aan de oostkant van Winschoten: de landschappelijke structuur en de heldere slagen vormen een sterke basis voor de inpassing.
77
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
78
energie (incl. netwerkvereisten) worden meegenomen. Voor Midden-Groningen en Oldambt is er – vanwege het gebrek aan schuifruimte voor hun transformatieprojecten en vanwege het ontbreken van vestigingsruimte voor bedrijven kleiner dan 3 hectare van binnen en buiten de regio – additioneel ontwikkelingsruimte voor bedrijven nodig. Binnen de ontwikkelprincipes die
4.15 De Gouden Driehoek vanuit het Oosten met op de voorgrond ruimte voor een eventuele uitbreiding. Zie fig. 4.18
bij de groenblauwe strategie horen wordt daarom voor Oldambt nader verkend of er ook ontwikkelruimte is te realiseren bij Scheemder hoogte, waar de gemeente reeds een bedrijventerrein ontwikkelt. Voor Midden-Groningen wordt rondom Hoogezand-Sappemeer nader verkend waar ontwikkelruimte te realiseren is.
4.16 Het huidige bedrijventerrein Dallen II vanuit het noordoosten; opvallend zijn de grote waterpartijen tussen N33 en de kavels
4.17 Mogelijke uitwerking voor de Dallen III met: 1) Dalweg ontwikkelen tot laan met allure en brede bermsloten, 2) voorkanten bedrijven gericht op laan en de kop bij de aansluiting op de N33, 3) stevige brede buffer langs het spoor, 4) bebouwingswand zuidzijde in verlengde rand woningbouw, 5) zuid en oostzijde fors water afgestemd op beeld N33 noordzijde, 6) ventweg parallel aan Dalweg met centrale ontsluiting bij rotonde, 7) centrale wijk bepaalt interne ontsluiting en korrel verkavelingsopzet
4. Perspectief voor de regio
0
100 200
300 400
500 m
79
4.18 Mogelijke uitwerking voor de Gouden Driehoek met 1) weg buitenom, 2) voorkanten naar A7/N33, 3) parkachtig casco met overwegend Noord-Zuid hoofdstructuur, 4) waterrijke overgang naar knoop A7/N33, 5) groene buffer langs achterkanten naar Winschoterdiep, 6) recreatieve verbinding langs het Winschoterdiep en 7) kans voor herstructurering van Industrieweg-West naar een per spoor goed ontsloten waterrijk suburbaan woonmilieu met parkachtige uitloop aan de oostzijde
4.19 Mogelijke locatie voor additionele ontwikkelruimte voor bedrijven - nader te verkennen: Scheemder Hoogte, gemeente Oldambt
Proefuitwerking vraaggerichte en om tot een aantrekkelijke
Wildervank de mogelijke komst
ontwikkeling
'rand' met bedrijven te
van een station en mogelijke
Om een beeld te krijgen
komen die qua schaal een
uitbreiding van woningbouw.
bij de mogelijkheden voor
slag groter zijn dan de meeste
De proefuitwerkingen zijn in
vraaggerichte uitbreiding van
bedrijventerreinen die nu in
die zin een momentopname en
de locaties is een studie gedaan
de regio te vinden zijn. Dit
dus indicatief.
om enkele hoofdprincipes
houdt ook in dat bij een nadere
Uitgangspunt bij een eventueel
te destilleren. Geen plan,
uitwerking tot een masterplan
andere invulling is dat er
maar een poging om op de
en bestemmingsplan
goed naar de landschappelijke
landschappelijke logica door te
andere keuzes gemaakt
inpassing wordt gekeken, dat
bouwen en ruimte te krijgen
kunnen worden, omdat
een buffer naar de aanwezige
voor nieuwe bedrijvigheid,
dit vanuit toekomstige
bebouwing belangrijk is en
maar ook voor de inpassing in
ontwikkelingen gewenst is.
dat de oppervlakte van het
de omgeving, de wateropgave
Zo speelt bijvoorbeeld rondom
uitbreidingsgebied niet wijzigt.
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
80
Het starten van een onderzoek naar
in de regio aandienen. Vaak zijn dit
een locatie en draagvlak in de regio
grote buitenlandse bedrijven die
voor de vestiging van één of meer
voor een West-Europese vestiging
bedrijven die kavels vragen van> 20
meerdere ijzers in het vuur houden en
ha
vervolgens kijken of een van de beoogde
Het in de A7/N33-regio scheppen
gegadigden met een aantrekkelijk bod
van de vestigingsmogelijkheden voor
toehapt. In principe zijn in de A7/N33-
bedrijven die kavels van 20 ha of
corridor als internationale verbinding
meer nodig hebben vormt een aparte
tussen Noord-Nederland en Noord-
categorie. De inpassing van bedrijven
Duitsland, met een zeehaven op niet
met een dergelijke omvang is tot nu
al te grote afstand en een aangenaam
toe een ongekend fenomeen in de A7/
vestigingsklimaat voor medewerkers
N33-regio. Terwijl zich aan de andere
voorwaarden voor dergelijke bedrijven
kant wel potentiële vestigers, bijv. in de
aanwezig. In het perspectief van het
categorie automotive/batterijenfabriek
‘vijftrapsbeleid’ past het om voor
4.20 De Eekerpolder is door zijn positie in de corridor, dichtbij een knooppunt in het elektriciteitsnetwerk en vanwege de potentiële bebouwbare ruimte geschikt voor de eisen die bedrijven in de grootste categorie vragen
4. Perspectief voor de regio
81
Bandbreedte kavelgrootte bovenregionale doelgroepen Meest kansrijke segmenten A7/N33
Bandbreedte omvang kavel (in hectare)
Beschikbaarheid geschikte kavels in harde plannen Beperkt
Agro & Food
1 tot 5
Modulaire bouwmaterialen
4 tot 6
Hyperscale datacenters
10 tot 100+
E-commerce
5 tot 7
Batterijenfabriek / automotive
50 tot 100+
Toelichting
Binnen het segment voedselverwerkende industrie moet voor nieuwe vestigingen worden gedacht aan kavels van 1-5 hectare. Voor dit segment zijn binnen de A7/N33 regio op bedrijventerreinen nog diverse vestigingsmogelijkheden te vinden.
Zeer beperkt
Prefab fabrieken maken gebruik van ruime bedrijfshallen, maar kavels van 4-6 hectare kunnen in de meeste gevallen volstaan. Voor dit grotere segment zijn in de regio mogelijk nog in zeer beperkte mate vestigingsmogelijkheden te vinden
Niet beschikbaar
Hyperscale datacenters vestigen zich op kavels vanaf 10 hectare (standalone) tot 100 hectare en groter. Dit is fors groter dan een aantal jaren geleden en de omvang blijft groeien. In de regio zijn kavels >10 hectare momenteel niet beschikbaar.
Zeer beperkt
Voor middelgrote e-commerce distributiecentra volstaan kavels vanaf circa 5 hectare, maar grotere spelers gebruiken een veelvoud van deze oppervlakte. Voor het middelgrote segment in zeer beperkte mate vestigingsmogelijkheden te vinden.
Niet beschikbaar
Schaalgrootte is van belang voor batterijproducenten en fabrieken voor automotive. Voor een typische fabriek met een substantiële output moet gedacht worden aan een kavel van 50-100+ hectare. In de regio zijn kavels >50 hectare niet beschikbaar.
4.21 Overzicht van de ruimtewens van grootschalige bedrijven die in de Marktanalyse van BCI kansrijk worden geacht voor vestiging in de A7/N33-regio
© Buck Consultants International, 2021
68
deze categorie nader onderzoek
corridor, dichtbij een knooppunt in
in een vervolgfase aan te bevelen:
het elektriciteitsnetwerk en vanwege
onderzoek naar de economische
de potentiële bebouwbare ruimte
positieve bijwerking voor de regio van
geschikt voor de eisen die bedrijven in
een dergelijk bedrijf; onderzoek naar
deze categorie doorgaans stellen. En
de aanspraak die een dergelijk bedrijf
bovendien ligt deze op een plek, waar
maakt op hulpbronnen (bijv. energie en
de landschappelijke setting zodanig
water); onderzoek naar draagvlak bij
is, dat een dergelijke grootschalige
bewoners en andere betrokkenen in de
ontwikkeling niet bij voorbaat
omgeving.
uitgesloten is. Uiteraard moet in een gebiedsontwikkelingsstudie worden
Binnen de in dit perspectief
onderzocht welke gebiedsopgaven er
geformuleerde principes en op basis
met de ontwikkeling van een dergelijk
van de vele ontvangen reacties
groot bedrijventerrein kunnen worden
op het concept perspectief is één
opgelost. En ook welke kwaliteiten
locatie denkbaar voor een dergelijke
(op gebied van groenblauwe structuur,
ontwikkeling: de Eekerpolder. Deze
infrastructuur, voorzieningen) zo’n
locatie is door zijn positie in de
nieuw bedrijvenlandschap voor de
82
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
omgeving kan opleveren. De locatie
Onderzoek naar de haalbaarheid en
kent nog grote hindernissen die
wenselijkheid van een mogelijke locatie
genomen moeten worden. Zo is
voor bedrijven van een dergelijke
er sprake van bodemdaling, is de
omvang moet plaatsvinden in een
ontsluiting een aandachtspunt om
proces, waarbij de lokale betrokkenen
nadelige effecten op de regionale en
van begin af aan worden meegenomen.
lokale wegen zoveel als mogelijk te
Voor de Eekerpolder geldt nadrukkelijk
voorkomen; en is er veel boven- en
dat het gaat om een aanbeveling om
ondergrondse infrastructuur aanwezig
nader onderzoek uit te voeren.
(zon, wind en kabels en leidingen). Daarentegen zijn er ook koppelkansen
De eerste drie trappen van
voor meervoudig ruimtegebruik en
het ruimtelijk beleid voor
energie inclusief ontwikkelen.
bedrijventerreinen zijn – mede op
Legenda Herstructurering en verduurzaming van verouderd bedrijfsterrein op gang brengen Concentraties van de maakindustrie ontwikkelen tot gecombineerde hubs voor industrie en energie Benutten van restruimte op bestaande bedrijfsterreinen Ontwikkelen van nieuw bedrijfsterrein voor bedrijven met kavels tot 10 ha Mogelijke locatie voor bedrijven met kavels boven de 20 ha verder onderzoeken * Scheemder Hoogte wordt nader verkend; rondom Hoogezand-Sappemeer wordt ook nader verkend waar ontwikkelruimte te realiseren is
4.22 De paarse strategie op kaart
4. Perspectief voor de regio
grond van de marktanalyse van BCI – bedoeld om de vraag die voortkomt uit de dynamiek als gevolg van autonome groei, transformatie en herstructurering van bedrijventerrein op te vangen, de laatste twee trappen dienen om de vraag van grootschalige bedrijven van buiten de regio te bedienen. Zie figuur 4.22
83
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
84
Tot slot Het is begrijpelijk dat de ‘paarse’ strategie de meeste uitleg vergt; deze heeft de grootste ruimtelijke impact en is belangrijk voor de economische vitaliteit van de regio. Maar de meeste uitleg betekent niet dat de ‘paarse’ strategie voor gaat; de keuze voor drie strategieën met ook een ‘groenblauwe’ en ‘rode’ strategie houdt in dat deze parallel bekeken moeten worden en dat ze samenhangen. Alleen wanneer de ‘paarse’ strategie ook een duidelijke ‘groenblauwe’ en ‘rode’ component heeft, kan deze bijdragen aan de kwaliteit van de regio als geheel, zo is de stelling in dit perspectief. En andersom geldt ook dat ‘rode’ en ‘groenblauwe’ ontwikkelingen niet de ‘paarse’ strategie in de weg moet gaan zitten. En zonder kleuren te noemen betekent dit dat ontwikkelingen in landschap, leefomgeving en bedrijfslocaties elkaar waar mogelijk moeten versterken, om zo de dynamiek die ontstaat maximaal in te zetten voor de leefbaarheid en de vitaliteit van de regio.
Legenda Verbinden natuurgebieden tot grotere eenheden, realiseren ecologische verbindingen Wateropgave meenemen in eventuele ontwikkelingen Dragende structuur van diepen, (Boezem)kanalen, open water aaneenschakelen tot een verbonden systeem Open (landbouw)landschap aan weerszijden van linten vrijhouden van bebouwing Groot open landschap heel houden en vrijhouden van bebouwing Herstel van landschap, oude waterlopen, landschapselementen Groen-blauwe corridors inrichten als verbindingen
4.23 De groenblauwe, rode en paarse strategieën op kaart
tussen woonkernen en landschappen en landschappen onderling
4. Perspectief voor de regio
Legenda
Legenda
Erven als bakens in het open landschap en als
Herstructurering en verduurzaming van verouderd
milieus voor economische activiteit en verblijf
bedrijfsterrein op gang brengen
koesteren, ook als boeren stoppen Stationslocaties verder ontwikkelen als concentraties van werken, wonen en voorzieningen en als middelpunten van het web van verbindingen Centrumgebied van stad en dorp doorontwikkelen als zwaartepunten van stedelijke en dorpse
Concentraties van de maakindustrie ontwikkelen tot gecombineerde hubs voor industrie en energie Benutten van restruimte op bestaande bedrijfsterreinen Ontwikkelen van nieuw bedrijfsterrein voor bedrijven met kavels tot 10 ha
activiteit en als uitvalsbasis voor recreatie en
Mogelijke locatie voor bedrijven met kavels boven
toerisme in de regio
de 20 ha verder onderzoeken
Transformatiegebied inzetten voor een ontwikkeling van bedrijventerrein naar gemengd stedelijk milieu
* Scheemder Hoogte wordt nader verkend; rondom Hoogezand-Sappemeer wordt ook nader verkend waar ontwikkelruimte te realiseren is
85
86
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
Colofon
Colofon
Opdracht Dit ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio is in de periode oktober 2020 – juni 2021 opgesteld door H+N+S Landschapsarchitecten en Stichting Libau in opdracht van de provincie Groningen en de gemeenten Midden-Groningen, Veendam en Oldambt. Aan het perspectief ligt een marktanalyse ten grondslag van de hand van Buck Consultants International. Na het doorlopen van een open planproces is het perspectief in juli 2022 op onderdelen aangepast.
Tekst en beeld Jandirk Hoekstra, Jan Wilbers, Hestia Zinsmeister (H+N+S Landschapsarchitecten), Arnoud Garrelts (Stichting Libau), met bijdragen van Paul Bleumink en Jordi Hubers (Buck Consultants International). Het kaartmateriaal, de foto’s en de schema’s in dit werkboek zijn gemaakt door H+N+S Landschapsarchitecten en Stichting Libau behalve indien anders aangegeven.
Stuurgroep Annemiek Hoesen - Spithorst (Wethouder Gemeente Midden-Groningen), Henk Jan Schmaal (Wethouder Gemeente Veendam), Erich Wünker (Wethouder Gemeente Oldambt), Mirjam Wulfse (Gedeputeerde Provincie Groningen)
Projectgroep Johan Lingbeek (projectleider), Petra Wetterauw (beiden Provincie Groningen), Jeroen van Brussel (Gemeente Midden-Groningen), Dick Abee (Gemeente Oldambt), Piet Plantenga (Gemeente Veendam)
Bijdragen Aan het tot stand komen van dit perspectief is bijgedragen door deelnemers aan een drietal online werkbijeenkomsten. Hieraan hebben deelgenomen: verschillende inwoners en vertegenwoordigers van dorpsverenigingen of beheerteams; vertegenwoordigers van bedrijven uit verschillende sectoren die gevestigd zijn in de regio; en verschillende maatschappelijke organisaties. De eerste aanzet voor het perspectief is vervolgens gedeeld met de brede omgeving, waarop veel reacties zijn binnengekomen. Vervolgens is het perspectief op onderdelen aangepast.
87
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio
88
Disclaimer De auteurs van kaart, beeld en tekst zijn verantwoordelijk voor de inhoudelijke voorstellen, suggesties en principes, die in dit document zijn geformuleerd. De eigendom van het materiaal berust bij de opstellers en hun opdrachtgevers. Bij openbaarmaking van het geheel of delen van de tekst en/of het beeldmateriaal moet steeds de bron worden vermeld.
Geraadpleegde onderzoeken en rapporten -
Marktanalyse A7/N33-Regio: Buck International Consultants, 2021;
-
Ontwikkelzones voor grootschalige bedrijven in Groningen: STEC, 2021.
-
Koers Verstedelijkingsstrategie Regio Groningen-Assen Fase 2: De Zwarte Hond, 2020.
-
Verkenning klimaatadaptatiestrategie Werkregio Groningen & Noord-Drenthe: AT Osborne 2020.
-
Eerste opzet Omgevingsvisie Midden-Groningen: gebied van kansen en mogelijkheden: Gem Midden-Groningen, 2020
-
Werkboek Ruimte RES Groningen: H+N+S, 2020. Contour Omgevingsagenda Noord-Nederland: Twijnstra & Gudde, 2020.
-
Omgevingsvisie Oldambt: Gemeente Oldambt, 2017.
-
Ontwikkelingsperspectief Pekela – Veendam: Libau 2016
Colofon Beeldmateriaal van derden Alle beelden door H+N+S Landschapsarchitecten en Stichting Libau met uitzondering van: 1.1 Dominii Groningae nec non maximae partis Drentiae [Nicolaum Visscher], Groninger Archieven (NL-GnGRA_817_2318) 1.5 Onbekend 2.1, 2.13, 4.21 Uit: Marktanalyse A7/N33-Regio: Buck International Consultants, 2021 2.3, 2.4 Provincie Groningen 2.6 Uit: presentatie Midden-Groningen 2.9 EAZ Wind 3.2 Schermafbeelding Topotijdreis 3.6 Donald Trung Quoc Don (Chữ Hán)(CC BYSA 4.0 International/https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0/deed.en) https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Coop,_Zuidbroek_(2019)_02.jpg 3.7 Smiley.toerist (CC BY-SA 3.0 https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/ deed.en) https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Veendam_busstation_II.jpg 4.3. Gouwenaar (CC BY-SA 4.0 International/https://creativecommons.org/licenses/ by-sa/4.0/deed.en) https://commons.wikimedia.org/wiki/File:2720180409_ langs_de_boorden_van_de_Oude_AE_tussen_Veendam_en_Muntendam.jpg 4.12. TenneT 4.13. Bewerking schermafbeelding Ruimtelijkeplannen.nl 4.18. Uit: presentatie gemeente Veendam 4.19, 4.20. Uitsnede TOP25 Raster, via PDOK.
89
Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio