03. Bijlage 1 - Organisatieschets
Tekst van het document
Toekomstscenario Sociale teams en Welzijn Gemeente Midden-Groningen Organisatieschets gemeentelijke stichting
Hoogezand MB, september 2025
Inhoudsopgave
Pagina
1. Inleiding
2
2. Visie en ambitie 2.1. Ongelijk investeren voor gelijke kansen 2.2. Visie: hoe we het doen 2.3. Onze inwoners: zicht op kwetsbare situaties
4 4 5 5
3. Het werkmodel 3.1.Werkmodel gericht op de leefwereld van de inwoner 3.2.Kenmerken van het werkmodel
7 7 7
4. Inrichting stichting sociale teams 4.1.Uitgangspunten personeel 4.2.Soci ale team: generieke functies 4.3.Samenstelling en formatie sociale teams 4.4. Kwaliteit- en Expertise Team 4.5.Backoffice Wmo en Jeugd 4.6.Managementmodel 4.7.Breed overleg beleid en uitvoering
10 11 11 13 14 16 17 17
5. Parallelle ontwikkelingen: van regionaal naar lokaal
18
1
1. Inleiding Vanaf 2023 had Kwartier Zorg en Welzijn problemen bij de uitvoering van sociale teams en welzijn. BDO heeft begin 2024 op verzoek van dee gemeente onderzoek gedaan naar de continuïteit en het strategisch partnerschap van Kwartier. Door het ontbreken van strategisch partnerschap bij Kwartier en het onvoldoende concreet invulling geven aan het opdrachtgever- opdrachtnemerschap door de gemeente is een onevenwichtige relatie ontstaan. Dit heeft afspraken, samenwerking en sturing op de opdracht lastig gemaakt. BDO adviseert om meer regie te nemen op de toegang tot jeugdhulp en de uitvoering uit te besteden. Op basis van deze bevindingen heeft het college in april 2024 het besluit genomen om per 1 januari 2028 de subsidierelatie voor de uitvoering van sociale teams en welzijn met Kwartier Zorg en Welzijn stop te zetten. Deze keuze impliceerde dat het college een andere vorm moet kiezen voor de uitvoering vanaf 2028. Gezien landelijke en regionale ontwikkelingen die invloed hebben op sociale teams, heeft de raad op 19 december 2024 hernieuwde kaders voor sociale teams en welzijn vastgesteld. Vervolgens zijn drie mogelijke vormen getoetst aan de hernieuwde kaders: Inbesteden, Uitbesteden, Mengvorm. Om tot een weloverwogen keuze te komen voor een passende vorm is advies en ondersteuning gevraagd aan twee adviseurs van VNG.
Kwartier en gemeente hebben teruggekeken op de samenwerking en invulling van het opdrachtgever- en opdrachtnemerschap om te leren van het verleden. Op basis van de ‘lessons learned’ en adviezen van VNG en BDO zijn een aantal uitgangspunten voor het nieuwe werkmodel geformuleerd. Vorm: Inbesteden, inrichten gemeentelijke stichting Na toetsing aan de uitgangspunten en hernieuwde kaders is de vorm Inbesteden het meest passend voor de uitvoering van sociale teams en welzijn. Op 3 april heeft de raad het besluit genomen tot Inbesteden en een gemeentelijke stichting in te richten voor de uitvoering van sociale teams en welzijn. Hierbij komen de kaders het beste tot recht en zijn integraliteit en sturing door gemeente op de uitvoering van sociale teams en welzijn goed geborgd. Daarnaast neemt de gemeente meer regie op de uitvoering jeugdhulp door een ondersteuningsteam Jeugd toe te voegen aan de backoffice van de gemeente, waardoor kan worden gestuurd op de inrichting van werkprocessen, werkwijze, kwaliteit, beschikken en bezwaar en beroep. Kwartier heeft aangeboden de statuten van de stichting aan te passen en over te dragen aan het college. Hiermee is een soepele overgang naar een gemeentelijke stichting beter gewaarborgd.
Organisatieschets Op 16 en 17 april 2025 is door een brede groep betrokkenen gezamenlijk een denkrichting geschetst van de gemeentelijke stichting sociale teams en welzijn. Dit betrof een afvaardiging van Kwartier en gemeente: management, uitvoering (sociale teams en welzijn, BWRI, Kredietbank), beleid, backoffice Wmo en jeugd en deskundigen. Er is vanuit verschillende blikvelden een schets gegeven van de toekomstige organisatie. Daarbij was de vraag: wat is de ambitie als het gaat om de uitvoering van sociale teams en welzijn voor de inwoners in Midden-Groningen, wat en wie heb je daarvoor nodig om dit te bereiken? De werkgroep visie en cultuur, bestaande uit medewerkers in de uitvoering, beleid en backoffice heeft dit beeld aangescherpt, op een aantal punten bijgesteld en geconcretiseerd. Aan de ondernemingsraden van de gemeente en Kwartier is gevraagd een advies uit te brengen over deze organisatieschets. Deze adviezen zijn meegenomen in de organisatieschets die nu voorlogt. De organisatieschets die nu voorligt is de basis voor de business case. Het blijft een schets op hooflijn. Na de besluitvorming (maart 2026) zal een visie en cultuurtraject starten waarin een aantal onderdelen verder wordt uitgewerkt ter voorbereiding van de start. Het is aan het leidinggevend kader om dit vanaf 2027 verder vorm te geven.
2
Noot: Deze organisatieschets is een schets voor de toekomst. Dat betekent niet dat alles nieuw is of op dit moment niet goed functioneert. Deze organisatieschets is geen waardeoordeel over Kwartier of gemeentelijke onderdelen. Sommige onderdelen zijn er nu ook al of zijn in ontwikkeling. De organisatieschets is gericht op wat in de gemeentelijke stichting ‘de norm’ is: zo doen we dat. De kern zit in het aanbrengen van focus, doen wat nodig is, gemeenschappelijke uitgangspunten en een uniform werkmodel en structuur. Daarnaast blijft samenwerken en het goede gesprek voeren met elkaar essentieel, dit versterkt de verbinding tussen uitvoering, backoffice en beleid. In deze notitie gebruiken we het woord sociale teams als aanduiding voor de sociale teams en welzijn. Deze naam markeert de overgang naar de nieuwe stichting. Hiervoor is gekozen om het onderscheid tussen sociale teams en welzijn weg te nemen en de integraliteit te benadrukken. Teamleden hebben weliswaar verschillende aandachtsgebieden en expertise, maar werken nadrukkelijk vanuit eenzelfde werkmodel en werkwijze.
3
2. Visie en ambitie 2.1.
Ongelijk investeren voor gelijke kansen
De nieuwe stichting heeft de opdracht om passende ondersteuning en hulp te bieden aan inwoners die dat nodig hebben. Net als in veel gemeenten kampt ook Midden-Groningen met een financieel dilemma: de vraag naar ondersteuning en hulp overschrijdt het beschikbare budget. Met name als het gaat om jeugdhulp. Er moeten dus keuzes worden gemaakt waar de aandacht naar uit gaat en hoe we de middelen besteden. Het startpunt voor de visie en ambitie is inzicht in de sociale opgaven die er liggen voor MiddenGroningen. Op basis van de GGD-monitor voor volwassenen en jeugd (peildatum: 2023) zijn er een zes belangrijke opgaven in het sociaal domein: 1. 2. 3. 4.
Veerkracht: 17% van onze inwoners heeft een (zeer) lage veerkracht. Eenzaamheid: de helft van onze inwoners voelt zich matig tot zeer eenzaam. Mentale gezondheid: 20% van de volwassenen in onze gemeente heeft psychische klachten. Armoede: het gemiddelde inkomen is met € 23.300 ruim lager dan het modaal inkomen in Nederland. Van onze inwoners heeft 10,4% problematische schulden en 14,1% van de inwoners geeft aan moeite te hebben met rondkomen. 5. Ontwikkelingsachterstand jeugdigen: 16% van de peuters en 17% van de basisschoolleerlingen heeft een risico op onderwijsachterstanden. Dit leidt niet tot vroegtijdige schoolverlaters. Wel is er sprake van 15% jeugdwerkloosheid, dat is ver boven het landelijk gemiddelde van 9%. 6. Jeugdhulp: 14,2% van onze jeugdigen krijgt geïndiceerde jeugdhulp. Dat is ruim 4% meer dan het landelijke gemiddelde van 11,1% Ambitie: ongelijk investeren voor gelijke kansen voor onze inwoners Onze inwoners verdienen gelijke kansen, maar we constateren dat die er niet zijn voor iedereen. Het onderzoek: Kinderen uit de knel (RVS, 2023) stelt dat we meer oog moeten hebben om kinderen gezond en veilig te laten opgroeien. Dit is geen zaak van het jeugddomein alleen. Oog hebben voor kinderen betekent knelpunten in levensdomeinen van de ouders aanpakken en het netwerk van deze ouders versterken.
Feit is dat vier op de tien ouders zorgen of problemen ervaren die betrekking hebben de gezinssituatie. Zij hebben bijvoorbeeld psychische problemen, schulden of er zijn problemen met de huisvesting. De raad stelde al eerder dat ongelijkheid complex is. Problemen op het ene domein, zoals wonen, kunnen leiden tot problemen in het andere domein, zoals gezondheid of welzijn. Zorgen of problemen in gezinssituaties ontstaan vaak in combinatie met financiële problemen of een gebrek aan sociale contacten. Om die reden moet het niet alleen gaan over de pedagogische civil society, waarin ouders, buren, de school opvang en (sport)verenigingen een belangrijke rol vervullen, maar ook over hoe we in de domeinen van de ouders, zoals wonen en schuldhulpverlening, de belangen van kinderen borgen. Niet alleen kinderen, maar de hele samenleving is gebaat bij het wegnemen van problemen op levensdomeinen van volwassenen en het voorkomen van problemen bij kinderen. Kijken we naar de sociale opgaven in de gemeente Midden-Groningen, dan zien we veel kinderen die in de knel zitten, ze vallen op door onderwijsachterstanden en veel gebruik van geïndiceerde jeugdhulp. Onder al onze inwoners, jeugdigen en volwassenen, zien we problemen rond eenzaamheid, mentale gezondheid, armoede en sociale veerkracht. Belangrijke obstakels waardoor onze inwoners in kwetsbare situaties terecht komen.
Het is onze ambitie om gelijke kansen te bieden aan onze inwoners. Dit kan alleen door ongelijk te investeren. We maken het verschil – in tijd, geld en aandacht - voor inwoners in kwetsbare situaties.
4
2.2.
Visie: hoe we het doen
We ondersteunen en versterken inwoners in kwetsbare situaties vroegtijdig: • • • • • • • •
We investeren in samenredzaamheid en bouwen aan sociale veerkracht en sterke sociale gemeenschappen. We signaleren problemen vroegtijdig, zijn daarvoor zichtbaar, nabij en laagdrempelig in dorpen, wijken en buurten. We zetten in op preventie en passende voorliggende voorzieningen en activiteiten. Bieden zelf ondersteuning waar nodig, ook als er sprake is van onveiligheid. Kiezen voor een integrale werkwijze: breed kijken en breed handelen: we zien de mens, ‘normaliseren’, zetten onze ‘zorgbril’ af, kijken naar het systeem en de context om problemen te duiden en zien kansen. We doen wat nodig is (dat is niet altijd hetzelfde als waarom wordt gevraagd). Dit doen we vroegtijdig, zo lokaal mogelijk, zo kort als kan, zo lang als nodig. Als problemen of vragen complex verwijzen we niet door. We halen andere deskundigen erbij (binnen het team of erbuiten) om problemen te duiden en te bepalen wat nodig is. Dit kunnen we niet alleen, dit vraagt een gedeelde ambitie en partnerschap met onze inwoners en partners.
Dit betekent ook dat we andere keuzes zullen maken: • •
We bieden sommige inwoners meer dan anderen Als er gevraagd wordt naar een specifieke maatwerkvoorziening bieden we vaker collectieve voorzieningen of activiteiten aan.
2.3.
Onze inwoners: zicht op kwetsbare situaties
Omdat onze aandacht primair uitgaat naar onze inwoners in kwetsbare situaties, is het van belang om zicht te hebben op deze groep inwoners. De kwetsbare situatie van een inwoner kan langdurig zijn, maar ook van tijdelijke aard. Inwoners met een beperkt eigen netwerk zijn extra kwetsbaar. Bij kwetsbare situaties denken we onder andere aan: - Schulden en armoede - Psychische problematiek - Eenzaamheid of huisvestingsproblemen - Inwoners die te maken hebben met onveiligheid (zelf of in de omgeving) - Jeugdigen die problemen hebben of problemen ervaren in het gezin, op school of op straat - Zorgmijders In Midden-Groningen zijn er een aantal buurten of wijken waar veel inwoners in kwetsbare situaties wonen. De problemen concentreren zich op een paar plekken in Midden-Groningen: Lage socialer cohesie Hoogezand-Zuid
Concentratie misdrijven Hoogezand-Zuid en Noord, Foxham, Kolham, Sappemeer, Kalkwijk
Risico onderwijsachterstanden Hoogezand-Zuid en Noord, Sappemeer
Laag inkomen Hoogezand-Zuid en Noord, Foxham, Foxhol Muntendam
Deze gebieden verdienen meer aandacht dan andere. De sociale teams zijn hier (extra) zichtbaar en nabij. Er zijn contactmogelijkheden in buurthuizen, inloopspreekuren, op scholen en bij georganiseerde activiteiten. Kenmerkend voor inwoners in kwetsbare situaties is dat ze niet altijd zelf of direct aankloppen voor hulp. Ze weten de weg niet, verbergen problemen of hebben weinig vertrouwen in instanties. Het is daarom belangrijk dat de teamleden nabij, zichtbaar en laagdrempelig in contact en in gesprek komen, van mens tot mens. Het contact kan ook worden gelegd via signalen uit de omgeving of samenwerkingspartners. Op deze wijze kan er preventief en vroegtijdig ondersteuning worden geboden.
5
Daarnaast kunnen inwoners nog steeds zelf contact zoeken via de telefoon en mail. Informatie is te vinden op de website, via social media en het online aanbod. Inwoners verwachten een luisterend oor en een relatie gebaseerd op betrouwbaarheid en respect. Daarnaast verwacht de inwoner dat er voldoende deskundigheid is om passende hulp te bieden: een breed blikveld, goede analyse en het bieden van of toeleiding naar passende (preventieve) hulp en ondersteuning. Vanwege de keuze om ongelijk te investeren voor gelijke kansen zal de inwoners ook een juiste uitleg verwachten als een bepaalde hulpvraag niet of anders wordt beantwoord.
6
3. Het werkmodel 3.1.
Werkmodel gericht op de leefwereld van de inwoner
De focus op ongelijk investeren voor gelijke kansen betekent dat het werkmodel passend moet zijn om te doen wat nodig is voor inwoners in kwetsbare situaties. De sociale teams verschuiven hun aandacht nadrukkelijk naar ‘de voorkant’: de leefwereld van de inwoner, de wijk, de buurt, het dorp. De aandacht gaat uit naar preventie en vroegsignalering en het collectiveren van het aanbod. Zo bouwen we een stevige sociale basis en werken we aan sociale veerkracht. De teams bieden zelf (kortdurende) ondersteuning als er meer nodig is. De stichting organiseert en regisseert de ondersteuning aan inwoners. Dit doet de stichting door zelf, samen met of via samenwerkingspartners te zorgen voor een passend aanbod in de gemeente Midden-Groningen.
De stichting houdt overzicht en zorgt voor samenhang en een passend aanbod: - Vrij toegankelijke voorzieningen: preventief, collectief, wijkgericht, groepsgericht, laagdrempelig, ruimte voor invulling door inwoners, gericht op een sterke sociale basis en samenredzaamheid - Ondersteuning: kortdurende ondersteuning door de sociale teams, denk aan groepsaanbod, trainingen, kortdurende individuele ondersteuning aan inwoners (van jong tot oud) - Analyse van hulpvragen, problematiek - Indien nodig indicatie stellen voor maatwerkvoorzieningen - Regie op proces (als dit nodig is vanwege meerdere betrokkenen en bredere problematiek) - Regie op casus (als dit nodig is): - Ook als er geen indicatie is - Ook bij onveiligheid 3.2.
Kenmerken van het werkmodel
Om deze rol te kunnen uitvoeren heeft het werkmodel de volgende kenmerken: 1. Integraal en nabij De teamleden werken in een integraal sociaal team, er is geen verschil tussen sociale teams en welzijn. Binnen het sociaal team is een gezamenlijke verantwoordelijkheid waarin elk teamlid met zijn of haar deskundigheid bijdraagt. De sociale teams verschillen wel in omvang en samenstelling passend bij het gebied, maar niet in werkwijze en werkprocessen. Het sociaal team werkt zichtbaar in de nabijheid van inwoners en op ‘logische’ vindplekken, nabij inwoners in kwetsbare situaties. Denk aan buurthuizen, inloopspreekuren, scholen. 2. Uniform werkmodel Alle teamleden werken vanuit dezelfde principes. Ze zijn geschoold in vroeg signalering en ‘breed kijken en breed handelen’. Dit houdt in: • Normaliseren: in gesprek van mens tot mens, kijken zonder ‘zorgbril’ en denken in kansen • Werken met ‘vaste’ gezichten, is er langer ondersteuning of meer nodig dan heeft de inwoner een vast aanspreekpunt • Systeem en contextgericht kijken en handelen • Bieden van ondersteuning aan inwoners • Doen wat nodig is (dat kan iets anders zijn dan de hulpvraag) • Deskundigheid erbij halen voor een juiste analyse van de hulpvraag in plaats van doorverwijzen naar het volgende loket (uit het team of vanuit een samenwerkingspartner).
• Er is een vaste (overleg)structuur: het aanmeldoverleg, casusoverleg, overleg met het expertteam, brede tafel overleg (signalen een aanpak breder probleem, in een buurt of met een groep)
7
• • •
Samen leren en ontwikkelen is geborgd binnen de werkwijze van het sociaal team en met de samenwerkingspartners, denk aan onderwijs, de veiligheidsketen, huisartsen, jeugdgezondheidszorg, GGD en verslavingszorg. Monitoren: we houden bij wat we doen en zien wat werkt op langere termijn. Dat betekent dat we vast moeten houden aan een vaste monitor en lange termijn doelen. Casus- en procesregie. Duurt de ondersteuning langer dan biedt het gebiedsteam casusregie. Zijn er meerdere partijen betrokken of betreft de problematiek meer dan één inwoner of gezin dan biedt het gebiedsteam of een samenwerkingspartner procesregie.
3. Vaste route hulpvragen inwoners Alle sociale teams en medewerkers werken uniform en volgen een vaste route. Stap 1: In gesprek met inwoner In gesprek van mens tot mens, zorgbril af, kijken wat nodig is, denken in kansen, systeem- en contextgericht. Dit kan telefonisch of in een persoonlijk gesprek. Stap 2: enkelvoudig of onduidelijk, complex (aanmeldoverleg)? • Betreft het een volwassen inwoner en is de vraag duidelijk en het antwoord passend, enkelvoudig, dan is er een korte route dat wordt afgehandeld door het teamlid dat de vraag binnenkrijgt. Dat kan de loketmedewerker zijn of een ander teamlid. Na een brede uitvraag krijgt de inwoner een passend advies of aanbod: collectieve activiteit, voorliggende voorziening of een enkelvoudige Wmo—indicatie (geen begeleiding). Stap 3 kan worden overgeslagen. • Betreft het een jeugdige, gezin, is de vraag complex of onduidelijk, dan volgt de uitgebreide route. Het teamlid dat de vraag krijgt brengt dit in bij het aanmeldoverleg. Daar wordt bepaalt welke deskundigheid nodig is om met de inwoner of het gezin de vraag te verhelderen. Daar wordt het ‘vaste gezicht’ voor de inwoner gekoppeld. Stap 3: vraag verhelderen, problemen duiden (samen leren en ontwikkelen) • Samen met de inwoner, teamlid en eventueel extra deskundigheid (uit sociaal team of vanuit een samenwerkingspartner) wordt de vraag verhelderd en problemen geduid.
Een inwoner wordt niet verwezen als er onduidelijkheden zijn, dus zo lang de vraagverheldering speelt en er geen duidelijk antwoord is op wat nodig is, wordt niet verwezen. De vraagverheldering is onderdeel van de ondersteuning waarbij altijd het vaste gezicht vanuit het sociaal team aanwezig is. Stap 4: passend aanbod • De inwoner krijgt een passend aanbod: uitgangspunt is een collectieve voorziening of activiteit waar mogelijk, individuele ondersteuning waar nodig. Activiteiten en ondersteuning kan worden geboden door het sociaal team, een samenwerkingspartner of in door de gemeenschap (vrijwilligers, vereniging, maatje,…). Uitgangspunt blijft: ondersteuning lokaal en nabij, collectief waar mogelijk, individueel waar nodig Stap 5: casusregie en procesregie (samen leren en ontwikkelen) • Als er langer ondersteuning nodig is, dan wordt er een casusregisseur uit het sociaal team aangewezen, bij voorkeur het ‘vaste’ gezicht. De casusregisseur zorgt voor scherpte, voortgang en samen leren en ontwikkelen met de inwoner, met elkaar en met partners. • Als er meer betrokkenen zijn, dan wordt een procesregisseur aangewezen, dat kan een teamlid zijn van het sociaal team, maar ook een procesregisseur vanuit een andere betrokken partij. De procesregisseur zorgt voor afstemming, voortgang en samenhang in het proces en de verschillende trajecten.
• Naast voortgang en afstemming rond inwoners, wordt ook het overleg over bredere signalen geborgd in een structuur van brede overlegtafels. Hierin komen de signalen vanuit de gebiedsteams, de veiligheidsketen, onderwijs en andere samenwerkingspartners bij elkaar en kan er tijdig en in samenhang actief gereageerd worden. Denk hierbij aan signalen, zoals onrust in een wijk, toename van criminaliteit in een gebied of problemen rond een groep jongeren op een school.
8
4. Ondersteuning door het sociaal team De sociale teams bieden kortdurende ondersteuning aan inwoners (van elke leeftijd) bij een breed scala aan problemen in het dagelijks leven, zoals geldzaken, schulden, opvoedvragen, eenzaamheid, beperkingen en werk. Dit kan zonder indicatie wordt ingezet. Elk teamlid biedt deze ondersteuning, de invulling ervan is afhankelijk van de rol en deskundigheid. Denk hierbij aan: -
-
Aanspreekpunt en geruststellen • Meedenken en advies geven • Verbinding informeel netwerk, collectieve voorziening of activiteit • Anderen erbij halen als het nodig is voor de juiste analyse, advies en/of plan • Waakvlamcontact (vinger aan de pols) • Creatieve maatwerkoplossingen Opvoeden en jeugdhulp Hulp bij opvoedvragen, zorgen over de ontwikkeling van een kind, of problemen met gedrag en school Financiën en schulden Ondersteuning bij geldzorgen, schulden en het regelen van financiële zaken Werk en inkomen Hulp bij het vinden van werk of dagbesteding en ondersteuning bij werkloosheid Wonen Advies en ondersteuning bij het zelfstandig wonen of het aanvragen van aanpassingen in de woning Eenzaamheid en sociale participatie Hulp bij eenzaamheid, het vinden van vrijwilligerswerk en het versterken van sociale contacten Huiselijk geweld Ondersteuning voor personen die te maken hebben met huiselijk geweld
5. Uniform werkproces toegang tot Wmo en jeugdhulp In het Wmo werkproces is er sprake van een vier-ogen-principe waarbij door de maatwerkspecialist Wmo wordt getoetst of de richtlijnen worden opgevolgd en het advies volledig en passend is. De maatwerkspecialist adviseert en scherpt aan waar nodig en zorgt voor de beschikking. Deze werkwijze zorgt voor een continue leercyclus in de uitvoering, heeft een signalerende werking (meedenken, check op deskundigheid binnen de uitvoering, doorvoeren van nieuwe wet- en regelgeving) en het administratief beschikken wordt weggenomen bij de uitvoering. BDO heeft in haar adviesrapport aangegeven dat de gemeente regie zou moeten houden op de wettelijke taken van de toegang, niet alleen jeugd. Het is daarom wenselijk om rond de toegang tot jeugdhulp en Wmo te kiezen voor dezelfde werkwijze. Zo kan er meer integraal en met een breed blikveld gewerkt kan worden. Bovendien is beschikken een verplichting, dus voldoet de beschikkingsvrije toegang tot jeugdhulp op dit moment niet. Dat leidt tot de volgende keuzes: - Er is een uniform werkproces voor Wmo en Jeugd. - De uitvoering adviseert en besluit inhoudelijk wat nodig is, de gemeente ondersteunt in de uitvoering, biedt administratieve ondersteuning, en beschikt.
- Geïndiceerde jeugdhulp gaat van beschikkingsvrij naar beschikken (wettelijke taak), dit moeten leiden tot het ontlasten van de casemanager jeugd, gericht op administratief beschikken, met aandacht voor borging van continue leren en ontwikkelen (vier-ogenprincipe). - De backoffice borgt het kwaliteitsproces (werkprocessen, instructies, interne audits) en bezwaar en beroep - Er is een gestructureerde verbinding tussen de uitvoering en de backoffice om te zorgen voor nabijheid, borging van leren en ontwikkelen. Door te werken in de nabijheid van de uitvoering. - De backoffice heeft daarnaast contact met andere verwijzers en zorgaanbieders, zoals huisartsen, jeugdartsen, en gecertificeerde instellingen over zorgaanvragen.
9
4.
Inrichting stichting sociale teams
De basis van de gemeentelijke stichting bestaat uit ten minste vier sociale teams en een Kwaliteiten Expertise team (KET) dat ondersteuning biedt aan de sociale teams. De omvang en samenstelling van de sociale teams verschillen in omvang en deskundigheid, afhankelijk van het werkgebied. Er is voor de uitvoering van de werkzaamheden een nauwe samenwerking met de gemeente: de backoffice Jeugd en Wmo, het beleidsteam, afdeling BWRI (werk en inkomen) en de Kredietbank. Daarnaast is het partnerschap met een aantal samenwerkingspartners essentieel om samen te kunnen doen wat nodig is. Er is een beeld geschetst van de sociale kaart voor de sociale teams van Midden-Groningen. Met welke partners een intensief partnerschap wordt opgebouwd wordt nog nader bepaalt. De ontwikkeling om veiligheid en een deel van de jeugdhulp lokaal te gaan organiseren heeft hier invloed op, net als de ambitie om ongelijk te investeren voor gelijke kansen. Dit is een aandachtspunt voor het beleidsteam en de stichting. Schematisch en op hoofdlijn ziet dit er als volgt uit: Stichting sociale teams
Sociaal team
Sociaal team
KET
Sociaal team
Sociaal team
Beleid
De gemeente en Kwartier hebben de intentie uitgesproken om de nieuwe stichting Sociale Teams per 1 januari 2027 in te richten, uiteraard onder voorbehoud van de besluitvorming door Raad van Toezicht van Kwartier en college en raad van de gemeente.
10
4.1.
Uitgangspunten personeel
De inrichting van een gemeentelijke stichting waarin alle uitvoerende medewerkers integraal samenwerken heeft personele consequenties. De volgende uitgangspunten zijn geformuleerd (deze worden uitgewerkt en mogelijk bijgesteld of gewijzigd in de businesscase): 1. De stichting behoudt de CAO Sociaal Werk 2. Alle uitvoerende medewerkers gaan in beginsel over met eigen CAO en rechten. Dit betreft • Kwartier: casemanagers jeugd en medewerkers welzijn • Gemeente: casemanagers Wmo en Beschermd Wonen, loketmedewerkers en KOO-ers 3. Medewerkers in dienst van de gemeente worden gedetacheerd naar de gemeentelijke stichting 4. De ondersteunende functies worden primair belegd bij de gemeente, medewerkers in dienst van Kwartier die binnen de gemeente komen te werken, komen in dienst van de gemeente 5. Nieuwe medewerkers komen in dienst van de stichting (CAO Sociaal Werk) 6. De functiemix en werkzaamheden wijzigen op een aantal punten, het management van de nieuwe stichting krijgt de opdracht dit verder te ontwikkelen. 7. Voor leidinggevende functies geldt een sollicitatieprocedure. 8. Bestuurder en Raad van Toezicht Kwartier treden af. 4.2.
Sociale teams: generieke functies
Er is geen onderscheid meer tussen sociale teams en welzijn. Er is een collectieve verantwoordelijkheid voor de focus op preventie, vroegsignalering en het bieden van ondersteuning. Ontwikkeling 1: van specifieke naar generieke functies In de stichting is de werkwijze voor iedereen gelijk, de verschillende aandachtsgebieden en expertises zorgen ervoor dat het sociaal team een breed palet aan ondersteuning kan bieden aan inwoners. Om die integraliteit en uniformiteit te benadrukken wordt afscheid genomen van de versnippering in functies en taken. Alle teamleden zijn verantwoordelijk voor vroegsignalering en de werkwijze ‘breed kijken en breed handelen’. In het sociaal team zijn twee functies: 1. Loketmedewerkers: - Afhandeling van telefonie, mail, inloopspreekuren, administratieve taken, screening inwonersvragen 2. Sociaal werkers (niveau 1 t/m 5); - De coördinatie en het aanbieden van passende collectieve voorzieningen en activiteiten en de personele bezetting (zelf of de door anderen) - Vraagverheldering, toeleiding voorliggende voorzieningen, bieden van ondersteuning aan inwoners, verbinding met het (informele) netwerk van partners, casusregie - Verwijzen naar geïndiceerde hulp of zorg, casusregie (wettelijke taak), regie op onveiligheid (jeugd) 🎯 Toelichting functiedifferentiatie • Niveau 1-2: Ondersteunend en uitvoerend. Gericht op praktische hulp.
• Niveau 3-4: Meer gericht op begeleiding, planning en coördinatie. Verantwoordelijk voor een eigen
•
caseload. Niveau 5: Richt zich op complexe problematiek, beleidsontwikkeling, innovatie en aansturing van processen/teamleden.
📌 Gebruik van functiedifferentiatie in de praktijk
Functiedifferentiatie helpt om: • Duidelijkheid te geven in rollen en verantwoordelijkheden. • Medewerkers in te zetten op hun competentieniveau. • Doorgroeimogelijkheden te creëren binnen de organisatie. • Teamstructuur effectief in te richten.
11
Het vertrekpunt bij de start van de nieuwe stichting zijn de huidige functies. Het management van de stichting krijgt de opdracht om de sociale teams passend in te richten en samen met medewerkers de ontwikkeling naar de generieke uitvoerende functies te groeien: - In kaart brengen welke deskundigheid nodig is, binnen de organisatie en per sociaal team - In kaart brengen welke deskundigheid en ontwikkelpotentieel/wensen er zijn - Ontwikkelplan generieke functies Aandachtspunten Om zichtbaar en nabij de inwoners in kwetsbare situaties preventief te kunnen werken en vroeg te signaleren is het nodig om: • • •
•
•
Individuele activiteiten en aandacht voor allerlei versnipperde doelgroepen om te zetten naar collectieve voorzieningen en collectieve activiteiten die investeren in samenredzaamheid en het vergroten van het netwerk, aanvullend op het aanbod in het gebied. Goede coördinatie en ondersteuning te bieden aan bestaande vrijwilligers en het mobiliseren van nieuwe vrijwilligers. Te werken met voldoende laagdrempelige ontmoetingsplekken en inloopspreekuren in gebieden waar veel inwoners in kwetsbare situaties wonen. Daaraan gekoppeld moet ‘de voorkant’ worden versterkt worden met ‘vaste gezichten’ op de ontmoetingsplekken en inloopspreekuren. De aanwezigheid geldt voor zowel de sociaal werkers als casemanagers. Om voldoende ondersteuning te kunnen bieden aan inwoners in kwetsbare situaties is er naar alle waarschijnlijkheid meer formatie nodig in de sociale teams. In het financieel kader is daar geen rekening mee gehouden. Wel is de verwachting dat er formatieve ruimte komt vanuit Nij Begun (30 jaar). Dit biedt ruimte voor extra inzet van sociaal werkers (jongerenwerk en opbouwwerk). Verder wordt ingezet op de verbreding van expertise en partnerschap (ontwikkeling 2). Daarnaast wordt parallel aan de ontwikkeling van de nieuwe stichting op regionaal niveau ingezet op het deels lokaal inkopen van Basis Jeugdhulp (zie ….) Deze ontwikkelingen zorgen voor formatieve versterking vanaf 2027.
Het is nog onduidelijk wat de effecten zijn van de regie op onveiligheid voor de sociale teams, ter voorbereiding worden er per sociaal team twee sociaal werkers met deze expertise ingezet. Zij pakken veiligheidscasuïstiek op.
Ontwikkeling 2: verbreding expertise en partnerschap De gemeentelijke stichting blijft een belangrijke netwerkregisseur, het partnerschap met een aantal samenwerkingspartners cruciaal. De investering in partnerschap behoeft een goede analyse van de soorten partnerschap. Belangrijk is om in kaart te brengen welke partners cruciaal zijn in de ‘beweging naar voren’. Deze partners worden betrokken bij en nemen deel aan de overlegstructuur, vraagverheldering en de werkwijze Breed kijken en breed handelen. De volledige analyse moet nog worden gemaakt, maar er is door de werkgroep visie en cultuur geadviseerd om te investeren in de samenwerking met: • • • • • • • • • •
Het onderwijs De huisartsen en de Ondersteuners Jeugd en gezin BWRI en Kredietbank De veiligheidsketen De gebiedsregisseurs Jeugdgezondheidzorg en de GGD Buurtsportcoaches Organisaties in het voorliggend veld (Sport)verenigingen Een aantal zorgorganisaties met deskundigheid op het gebied van geestelijke gezondheidszorg, opvoedhulp, mensen met een licht verstandelijke beperking en verslavingszorg. Om deskundigheid erbij te halen bij vraagverheldering en deskundigheidsbevordering
12
De sociale teams geven prioriteit aan het verstevigen van het partnerschap en samenwerking met scholen, huisartsen, BWRI en de Kredietbank. •
De Kind Ouder Ondersteuners (KOO), werkzaam op alle basisscholen, worden toegevoegd aan de sociale teams. De KOO’s bieden ondersteuning aan jeugdigen en gezinnen. Deze functie wordt gefinancierd door de gemeente. Om een integrale werkwijze rond jeugd en gezin te bevorderen worden de KOO toegevoegd aan de sociale teams. Zij maken integraal onderdeel uit van het team, hiermee wordt de capaciteit en expertise op jeugd versterkt en de samenwerking met onderwijs steviger. Uiteraard blijven ze zichtbaar op en werken vanuit de basisscholen. Daarnaast hebben bijna alle teamleden een SKJ-registratie en kunnen ze in deze constructie zelf naast ondersteuning ook indiceren en verwijzen.
•
De samenwerking met de Ondersteuner Jeugd en Gezin (OJG) werkzaam bij de huisarts, wordt versterkt. De meeste huisartsen in Midden maken gebruik van een Ondersteuner Jeugd en Gezin (OJG), zij bieden ondersteuning aan jeugdigen en gezinnen in de huisartsenpraktijk. Dit voorkomt eerdere doorstroom naar jeugd GGz of jeugdhulp. Deze functie wordt gefinancierd door de gemeente en uitgevoerd door Accare. De OJG-ers werken parttime binnen de huisartsenpraktijk (2-10 uur per week). Het is belangrijk om de OJG-ers nauwer te laten samenwerken met het sociaal team, vanuit dezelfde visie en ambitie en met eenzelfde werkwijze. Samen met huisartsen en Accare moet nader worden onderzocht hoe en in welke vorm deze integratie en samenwerking plaats kan vinden. OJG-ers blijven uiteraard werken in de huisartsenpraktijk, maar kunnen als vast teamlid makkelijker schakelen over vraagstukken en te werken vanuit dezelfde visie en werkwijze.
•
In de notitie Toekomstscenario sociale teams en welzijn is geconcludeerd dat het Team Eropaf en Schuldhulpverlening van de Kredietbank al nauw samenwerken met de gebiedsteams, dit wordt niet gewijzigd. Parallel aan de ontwikkeling van de stichting bereidt BWRI zich voor op de Participatiewet in Balans en wordt er in visie en ambitie eenzelfde beweging in gang gezet. Er is afgesproken om in 2026 samen op te trekken in een leer- en ontwikkeltraject, waarbij deskundigheidsbevordering en een gezamenlijke werkwijze centraal staan.. Deze wordt verder versterkt door deelname van de kwaliteitsmedewerker BWRI aan het Kwaliteitsteam (zie 4.3).
4.3.
Samenstelling en formatie sociale teams
Uitgangspunt voor de sociale teams is dat de loketmedewerkers en sociaal werkers functioneel aangestuurd door de stichting, daarmee vervalt de functionele aansturing door meerdere leidinggevenden. Uitzondering hierop zijn de wijkcoaches van BWRI. Gezien hun dubbele functie binnen zowel de sociale teams als BWRI, blijven zij onder de gemeente vallen. Zij zijn binnen de sociale teams een belangrijke verbinding met BWRI. Belangrijke wijzigingen: - De loketmedewerkers, de casemanagers Wmo en de casemanagers Beschermd Wonen van de gemeente vallen onder de sociale teams en worden functioneel aangestuurd door de stichting en niet meer door de gemeente. - Het kleine team casemanagers Beschermd Wonen heeft naast de verbinding met de sociale teams een belangrijk regionaal netwerk, ze werken gebied overstijgend en de specifieke expertise is niet perse verbonden aan alle sociale teams. Versnippering van deze deskundigheid maakt een verdeling over de sociale teams kwetsbaar. De casemanagers Beschermd Wonen worden daarom functioneel bij 1 vast sociaal team ondergebracht. - De sociale teams worden uitgebreid met de Kind Ouder Ondersteuners, zij zijn verbonden aan de basisscholen in Midden-Groningen en bieden laagdrempelig ondersteuning aan ouders en kinderen. - Gezien de verzwaring rond veiligheid heeft elk sociaal team twee sociaal werkers die veiligheidscasuïstiek oppakken.
- De medewerkers van MEE, Lentis en TSN worden functioneel aangestuurd door de stichting, zij komen echter niet in dienst. De huidige detacheringsafspraken blijven ongewijzigd.
13
Wat blijft bij de gemeente - De wijkcoaches hebben een functie in zowel de uitvoering van de sociale teams als bij BWRI. Er is besloten om de wijkcoaches functioneel onder BWRI te laten vallen om zo de verbinding te behouden. Zij blijven in dienst van de gemeente - De maatwerkspecialisten Wmo blijven in dienst van de gemeente. De gemeente houdt hiermee toezicht op de kwaliteit van de uitvoering. - Nieuwe functie: maatwerkspecialist Jeugd. BDO heeft in haar adviesrapport aangegeven dat de gemeente regie zou moeten houden, daarom wordt gekozen voor een uniform werkproces, met uitbreiding van maatwerkspecialisten Jeugd. De gemeente krijgt 2 maatwerkspecialisten jeugd. Overzicht: uitvoerende functies en formatie, huidige situatie – nieuwe stichting sociale teams Functies Sociale teams en Welzijn (2025)
Functies Sociale Teams (1/1/2027)
Werkzaamheden
Functionele aansturing: Kwartier/gemeente/overig Gemeente: Loketmedewerkers 3,10 fte
Functionele aansturing: Stichting Stichting: Loketmedewerkers 3,10 fte
• • •
Vroeg signaleren Breed kijken en breed handelen Routing korte route, aanmeldoverleg
Kwartier: • Ouderenadviseurs • Vrijwilligersondersteuners • Mantelzorgondersteuners • Jongerenwerkers • Sociaal activeerders • Maatschappelijk activeerders • Sociaal Beheerders • Ervaringsdeskundigen • Opbouwwerkers • Maatschappelijk Werkers • Jongerenwerkers (Plus) • Casemanager Jeugd • Coördinator OGGZ(Lentis)* • Medewerkers MEE/TSN* 58,48 fte
Stichting: Sociaal Werkers (Niveau 1 t/m 5) 87,12 fte
• • • •
De medewerkers van MEE, Lentis, TSN en Accare zijn formatief meegenomen in de formatie van de sociaal werker
•
-
•
Vroeg signaleren Breed kijken en breed handelen Werken met vaste gezichten Collectiveren en activeren van groepen inwoners Organiseren van passende, aanvullende collectieve activiteiten Ondersteunen van vrijwilligers Bijstellen voorzieningen en activiteiten op basis van gebiedsanalyses Bieden van ondersteuning aan inwoners, ook bij onveiligheid Gezien de verzwaring van taken zitten in elk sociaal team twee sociaal werkers met expertise op het gebied van veiligheid, zij pakken veiligheidscasuïstiek op Casusregie Procesregie
• •
•
• Gemeente: Gemeente: • • Casemanager Wmo • Wijkcoach BWRI 15,20 fte 2,59 fte • Casemanager Beschermd • Maatwerkspecialist Wmo Wonen 4,67 fte 2,49 fte • Maatwerkspecialist Jeugd 1,78 fte • Maatwerkspecialist Wmo 4,67 fte • Wijkcoach BWRI 2,59 fte • Kind Ouder Ondersteuner 12,72 fte *De formatie is gebaseerd op de Was-Wordt lijst van de Werkgroep Personeel, business case stichting sociale teams
4.4.
Kwaliteit- en Expertise Team
In de terugblik op het opdrachtgever en opdrachtnemerschap is geconcludeerd dat een nauwe samenwerking tussen beleid, uitvoering en backoffice belangrijk is en dat samenwerking niet vanzelfsprekend is. De stichting borgt deze samenwerking door de inrichting van twee overstijgende teams. Ze verschillen qua opdracht en samenstelling. Maar omdat ze beide teams centraal werken zijn ze ondergebracht in het Kwaliteit- en Expertise Team (KET) van de stichting. Het Kwaliteitsteam De stichting krijgt een centraal team waarin zowel aandacht is voor continue leren en ontwikkelen. Het expertteam heeft een overstijgende rol rond als het gaat om:
14
• • • • • •
Uniforme werkwijze ‘breed kijken en breed handelen’ en ‘vroegsignalering’ Kwaliteit van Werkprocessen en werkinstructies Kwaliteit van de uitvoering (inhoud, dossiervoering, audits) Deskundigheidsbevordering Beschikken van geïndiceerde zorg Bezwaar en beroep
Dit team heeft een hybride samenstelling, waarbij zowel medewerkers van de stichting als de gemeente deel uitmaken van dit team en daarnaast ook nog andere werkzaamheden verrichten binnen de stichting of binnen de gemeente. De eindverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de uitvoering en de werkprocessen ligt bij de stichting. De eindverantwoordelijkheid voor het toezicht op kwaliteit ligt bij de gemeente. Het hybride team wordt functioneel aangestuurd door de stichting. De keuze voor een hybride team is spannend omdat er juist gekozen is voor eenduidigheid van aansturing in het organisatieontwerp. De keuze om het beschikken en bezwaar en beroep niet te mandateren, maar wel een structurele verbinding te hebben en nauw samen te werken leidt tot een hybride model. Het is belangrijk dat de functioneel leidinggevende van de stichting en de gemeente elkaar goed betrekken. Daarnaast is het raadzaam om de ontwikkeling van dit team goed te volgen en in ieder geval de eerste drie jaar jaarlijks te evalueren en zo nodig bij te stellen.
In het Kwaliteitsteam zitten de volgende medewerkers (startmodel, dit kan op basis van inzichten en ervaringen wijzigen): Stichting: - Leidinggevende - 2 gedragswetenschappers - Verbindingsmedewerker Gemeente: - Maatwerkspecialist Wmo - Maatwerkspecialist Jeugd - Kwaliteitsmedewerker Wmo - Kwaliteitsmedewerker Jeugd - Kwaliteitsmedewerker Participatie Expertise team Het tweede centrale team betreft het Expertiseteam. Dit is een vast team dat alle sociale teams ondersteunt bij complexe en veiligheidsvraagstukken. Het team neemt niet over, maar versterkt en ondersteunt sociaal werkers. Gezien de uitbreiding en verzwaring van de taken van de sociale teams werkt dit team met een vaste bezetting, zodat er ook voldoende aanspraak gemaakt kan worden op ondersteuning bij complexiteit en veiligheid. Het team heeft overigens ook de deskundigheid om te kijken met een breed blikveld waardoor ‘normaliseren’ en de taken van sociale teams niet uit het oog worden verloren. Het Expertiseteam valt onder de verantwoordelijkheid van de stichting en functionele aansturing door de stichting. Er is in dit team dus geen sprake van een hybride model. De praktijk zal moeten uitwijzen welke omvang, samenstelling en deskundigheid moet worden geborgd in het centrale team. Het team start met de volgende deskundigheid: • • •
Gedragswetenschappers (2) Sociaal werkers met deskundigheid op het gebied van complexiteit en veiligheid, normaliseren OGGZ-medewerkers
15
4.5.
Backoffice Wmo en Jeugd
De backoffice Wmo en Jeugd is een afdeling binnen de gemeente en ondersteunt de sociale teams met administratie, beschikken en zijn vraagbaak rond het wettelijke en administratieve proces. Daarnaast borgen ze de kwaliteit: op- en bijstellen werkprocessen en werkinstructies. De kwaliteitsadviseurs Wmo en Jeugd en een maatwerkspecialist Wmo en Jeugd zijn onderdeel van het Kwaliteitsteam van de stichting Het team bestaat uit: • Administratief medewerkers Wmo en Jeugd • Senior administratief medewerkers Wmo en Jeugd • Maatwerkspecialisten Wmo en Jeugd • Kwaliteitsadviseurs Wmo en Jeugd De maatwerkspecialist Jeugd is een nieuwe functie, dit komt voort uit de keuze om ook jeugd te gaan beschikken, conform het werkproces Wmo. Het werkproces is uitgewerkt en op basis van het ontwerp en de verhouding beschikking Wmo en Jeugd is een inschatting gemaakt voor de benodigde inzet van de maatwerkspecialist Jeugd (twee medewerkers, 1,78 fte). Functies backoffice Wmo en Jeugd gemeente Huidige functie • •
Administratief medewerker Senior Administratief medewerker
Functie Backoffice gemeente • Administratief medewerker • Senior Administratief medewerker
Werkzaamheden
Formatie ongewijzigd
• • • • • • •
•
Maatwerkspecialist Wmo
• •
Maatwerkspecialist Wmo Maatwerkspecialist Jeugd (nieuw: 1,78 fte)
•
Kwaliteitsmedewerker Wmo Jeugdhulp
•
Kwaliteitsmedewerker Wmo Jeugdhulp
Formatie ongewijzigd
• •
• • • • •
4.6.
Administratieve ondersteuning en beschikken gebiedsteam Wmo en Jeugd Contact en afstemming met verwijzers Jeugdhulp Contact regiogemeenten gecontracteerde zorg Jeugdhulp Werkzaam in KET team Beschikken Wmo en Jeugdhulp Adviseren complexe aanvragen Deskundigheid werkveld en vraagbaak Werkzaam in KET team Ondersteunen en adviseren bij complexe casuïstiek en onveiligheid Signaleren knelpunten (werkproces, werkinstructie, deskundigheid) Opstellen en bijstellen werkprocessen en werkinstructies Bewaken uitgangspunten werkmodel Interne audits Bezwaar en beroep
Managementmodel
De stichting krijgt een omvang van ruim 140 medewerkers. Voor het managementmodel wordt uitgegaan van een span of control van 25 tot 30 medewerkers. Dit is passend om gezien de aard van de werkzaamheden naast de medewerker te kunnen staan en inhoudelijk en mens gericht te kunnen leidinggeven. Dat betekent dat er een managementteam van 6 leidinggevenden nodig is. Transformeren naar een andere manier van werken vraagt ook een andere manier van denken en aansturen. Denk hierbij aan het strategisch en integraal samen verantwoordelijk zijn voor de vraagstukken van de gemeente. Van de leidinggevenden wordt verwacht dat zij ambassadeurs zijn van de andere manier van werken. Zij krijgen een sociaal team, waarin vraaggericht mensen worden toegevoegd en eruit gehaald, de leidinggevende zullen meer gaan werken vanuit resultaten en minder vanuit producten. En het proces rondom de ondersteuning vraagt veel van de leiding. Een deel van dit werk doen de huidige leidinggevenden ook. Nu er een nieuwe visie en ambitie ligt wordt er meer gevraagd van de medewerkers en ook van de leidinggevenden. Wij menen daarom dat er goed moet worden gekeken of de huidige leidinggevenden passen bij visie en ambities, mede om het succes voor de uitvoering van de visie en ambitie vorm te geven. Het advies is om na de
16
besluitvorming door de raad een sollicitatieprocedure uit te rollen voor de directeur-bestuurder en in juni is samenspraak met de aangestelde directeur-bestuurder een sollicitatieprocedure voor leidinggevenden te starten. 4.7.
Breed overleg beleid en uitvoering
De visie, ambitie en het werkmodel vragen niet alleen om een integrale aanpak in de uitvoering, het vraagt ook een integrale beleidsvisie en nauwe samenwerking in de ontwikkeling hiervan met de uitvoering. Om te zorgen dat dit ook vaste aandacht krijgt wordt een breed overleg voor beleid en uitvoering ingericht. Duiding van maatschappelijke ontwikkelingen, integrale beleidsontwikkeling en wetgeving worden in dit vaste overleg besproken. De regie voor dit overleg ligt bij de gemeente, de tafel wordt voorgezeten door de leidinggevende van sociaal beleid. Het overleg vindt in een vast stramien plaats, tweemaandelijks. Aandachtspunten zijn: - Zicht op samenhang tussen beleidsonderdelen binnen de gemeente en de uitvoering door de stichting: sociaal domein breed, veiligheid, onderwijs en gebiedsregie - Lange termijnvisie en doelen bewaken - Samen duiden van ontwikkelingen en maatschappelijke vraagstukken - Zicht op overlegstructuren, afstemming met partners en afspraken Samenstelling: - Voorzitter: leidinggevende sociaal beleid - Leidinggevenden stichting - Leidinggevenden gemeente (backoffice, BWRI) - Beleidsmedewerkers, expertise sociaal domein breed, onderwijs en veiligheid
17
5.
Parallelle ontwikkelingen: van regionaal naar lokaal
In de notitie Toekomstscenario sociale teams en welzijn werd aangegeven dat in de organisatieschets ook een personele en financiële uitwerking zou komen van de Basisondersteuning jeugd en de transitie van regie op veiligheid naar de lokale sociale teams. Beide onderdelen moeten uiterlijk per 1 januari 2028 zijn geregeld vanwege de landelijke richtlijnen en regionale afspraken. Omdat het de wens is om de stichting per 1 januari 2027 in te richten, is er bij oplevering van de businesscase nog onvoldoende duidelijkheid over deze ontwikkelingen. Er is daarom besloten om de parallelle traject goed in beeld te houden en goede afstemming te hebben over de keuzes aan de verschillende tafels. Toelichting regionale ontwikkelingen Het gesprek over de overdracht van de regie op veiligheid aan de lokale teams wordt op landelijk niveau gevoerd, dat gesprek staat al enige tijd stil. Tegelijkertijd zien we door problemen in de veiligheidsketen in de regio dat de casemanagers jeugd nu al noodgedwongen veel veiligheidscasussen onder eigen regie krijgen. Dit wordt door de casemanagers jeugd opgevangen, hierdoor doen ze al ervaring op. In de notitie Toekomstscenario sociale teams en welzijn was dit nog niet aan de orde en werd gepleit voor een kwaliteit- en expertteam voor dat alle casuïstiek rond veiligheid zou afhandelen.
Inmiddels wordt dit gezien als een onderdeel van de werkzaamheden van de sociale teams en is het expertteam ondersteunend en adviserend bij vragen rond veiligheid en complexe problematiek. Het expertteam neemt de casuïstiek niet over. Dat past ook bij de uitgangspunten om met vaste gezichten te werken en deskundigheid erbij te halen in plaats van door te verwijzen als iets te complex of onduidelijk is. Binnen de sociale teams is het wel wenselijk de deskundigheid rond veiligheid te beleggen bij in ieder geval twee teamleden, die deze casuïstiek oppakken. Het tweede parallelle traject komt voort uit de keuze in regionaal verband om de Basishulp jeugd lokaal in te kopen en uit te voeren. Basishulp jeugd is de wat lichtere jeugdhulp (denk aan allerlei vormen van begeleiding) die nu nog geboden wordt na een indicatie en waarvoor aanbieders gecontracteerd zijn door de RIGG. Deze ondersteuning en hulp worden ondergebracht in een lokale algemene voorziening, waardoor sneller en beter passende oplossingen aan jeugdigen en gezinnen geboden kunnen worden. Het is de bedoeling om deze basishulp integraal onderdeel te laten zijn van de sociale teams. De ontwikkeling van deze nieuwe algemene voorziening en de organisatorische inpassing in de lokale toegang is een traject dat doorlopen wordt in 2025 en 2026.
Het loopt dus parallel aan de vorming van de nieuwe gemeentelijke stichting voor de toegang. Het is van belang om beide ontwikkelingen goed samen te brengen en stap voor stap toe te groeien naar een goede integratie. Financieel wordt de Basishulp jeugd in beginsel gedekt uit de middelen die nu worden gebruikt voor de regionale inkoop.
18