03. Bijlage 1 - Definitief Concept oprichting stichting d.d. 12 november 2025-concept statuten
Tekst van het document
1
Ontwerp: 12 november 2025 2025RS85863RSC CONCEPT D.D. 12 NOVEMBER 2025
Oprichting Stichting Stichting Waterketenbeheer Noord
Heden, *datum passeren akte*, verscheen voor mij, mr. Ronald Schultinga, notaris te Groningen: *medewerker PlasBossinade Notarissen N.V., te dezen handelende als schriftelijk gevolmachtigde, zulks blijkens een aan deze akte gehechte onderhandse volmacht, van: *gegevens oprichter(s)*, hierna (tezamen) te noemen: de "Oprichter". De comparant, handelend als gemeld, verklaarde hierbij een stichting op te richten, welke wordt geregeerd door de volgende Statuten. Artikel 1. Begripsbepalingen. In deze statuten wordt verstaan onder: Algemeen Manager: de natuurlijk persoon die daartoe aangewezen is door het Bestuur, bedoeld in artikel 15; Bestuur: het bestuur van de Stichting; Deelnemers: de deelnemers in de stichting, bedoeld in artikel 5; Gemeenten: de als Deelnemer aan de Stichting verbonden gemeenten; Jaarrekening: de balans en de staat van baten en lasten over enig boekjaar van de Stichting; Raad van Advies: de Raad van Advies van de Stichting;
2
-
Schriftelijk: bij brief, of e-mail, of bij boodschap die via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en elektronisch of op schrift kan worden ontvangen mits de identiteit van de verzender met afdoende zekerheid kan worden vastgesteld; Statuten: de statuten van de Stichting, zoals die van tijd tot tijd zullen luiden; Stichting: de rechtspersoon waarop de Statuten betrekking hebben; Vergadering van Deelnemers: de Vergadering van Deelnemers, bedoeld in artikel 13; Waterschappen: de als Deelnemer aan de Stichting verbonden waterschappen, te weten Waterschap Hunze en Aa’s en Waterschap Noorderzijlvest. Artikel 2. Naam en zetel. 1. De Stichting draagt de naam: Stichting Waterketenbeheer Noord, bij verkorting genaamd: Stichting WKB Noord. 2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Groningen. 3. De Stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. Artikel 3. Doel. 1. De stichting heeft ten doel: a. het in gezamenlijk verband (doen) uitvoeren van diensten ten behoeve van de waterketen in de regio’s Groningen en Noord-Drenthe, gericht op het realiseren van voordelen die door de afzonderlijke Deelnemers niet, of slechts met onevenredige inspanning, kunnen worden verkregen, en daarbij te bevorderen dat deze diensten op een efficiënte, betrouwbare en toekomstbestendige wijze worden uitgevoerd, onder meer door het veilig en doelmatig uitwisselen van kennis, data en informatie; b.
het, voor en namens de Deelnemers (doen) uitvoeren en beheren van operationele waterketendiensten, waaronder: i. meten en Monitoren; ii. gezamenlijk Gegevensbeheer (GBN); iii. de Waterketenkaart; iv. het Neerslagdashboard; c. het (doen) ondersteunen van de Deelnemers bij kennisontwikkeling, opleiding, databeheer en ICT, ter zake van de in onderdeel b bedoelde diensten en voorts ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe diensten;
3
d.
het (doen) bevorderen van een doelmatige, transparante en kwalitatief hoogwaardige uitvoering van de in dit artikel bedoelde diensten in regionaal verband; e. het (doen) voeren en beheren van de financiële administratie ten behoeve van de Deelnemers, voor zover betrekking hebbende op het doel van de Stichting. 2. Het werkgebied van de Stichting omvat de provincies Groningen en Drenthe, voor zover het de uitvoering van waterketentaken betreft. 3. Ter verwezenlijking van haar doel is de Stichting bevoegd: a. overeenkomsten te sluiten met Deelnemers en derden; b. subsidies, bijdragen en andere inkomsten te verwerven; c. roerende en onroerende zaken te verwerven, vervreemden en bezwaren; d. samen te werken met of deel te nemen in andere rechtspersonen of samenwerkingsverbanden, mits dit rechtstreeks of zijdelings dienstbaar is aan het doel van de Stichting; e. alle verdere handelingen te verrichten die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn. 4. De Stichting beoogt niet het maken van winst. Artikel 4. Vermogen. 1. Het vermogen van de Stichting zal worden gevormd door: a. (jaarlijkse) bijdragen van de Deelnemers; b. subsidies en bijdragen van overheden, fondsen en andere instellingen; c. vergoedingen voor door of namens de Stichting geleverde diensten; d. schenkingen, erfstellingen en legaten; e.
opbrengsten uit het vermogen van de Stichting; f. alle overige baten en inkomsten, mits deze in overeenstemming zijn met het doel van de Stichting. 2. De Stichting kan erfstellingen slechts aanvaarden onder het voorrecht van boedelbeschrijving. 3. Door de Deelnemers aan de Stichting ter beschikking gestelde bedragen worden in de boeken van de Stichting opgenomen met vermelding van de Deelnemers die deze bedragen stortten, opdat te allen tijde de herkomst kan worden vastgesteld van het uit de bedoelde bijdragen afkomstige eigen vermogen van de Stichting. 4. De middelen worden uitsluitend aangewend ter verwezenlijking van het doel van de Stichting, zoals omschreven in artikel 2 van deze statuten, alsmede voor de afdekking van de operationele risico’s die de exploitatie van de Stichting met zich meebrengt. Artikel 5.
4
Deelnemers. 1. Deelnemers in de Stichting kunnen zijn publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen die binnen het werkgebied van de stichting actief zijn binnen de waterketen en die met de Stichting een door het Bestuur goedgekeurde deelnameovereenkomst hebben gesloten. 2. a. Toelating als deelnemer geschiedt op Schriftelijk verzoek, voorzien van de gegevens en bescheiden zoals door het Bestuur vastgesteld. b. Het Bestuur beslist, uitsluitend na dat daartoe voorafgaand Schriftelijke goedkeuring is verkregen van de Vergadering van Deelnemers, over de toelating en kan daarbij voorwaarden stellen. c. Het Bestuur kan, uitsluitend na dat daartoe voorafgaand Schriftelijke goedkeuring is verkregen van de Vergadering van Deelnemers, de toelating weigeren indien naar zijn oordeel de beoogde Deelnemer niet bijdraagt aan of in strijd handelt met het doel van de Stichting. 3. De deelneming eindigt: a. door Schriftelijke opzegging door de Deelnemer met inachtneming van een opzegtermijn van één (1) jaar en met inachtneming van de bepalingen omtrent opzegging zoals opgenomen in de deelnameovereenkomst; b. bij ontbinding of beëindiging van de rechtspersoon van de Deelnemer; c. door beëindiging door het Bestuur, indien de Deelnemer niet langer voldoet aan de toelatingscriteria of in strijd handelt met het doel of de belangen van de Stichting.
Bij beëindiging van het deelnemerschap blijft de Deelnemer gehouden tot nakoming van reeds aangegane verplichtingen en betaling van openstaande bijdragen. 4. Deelnemers hebben recht op deelname aan de door de Stichting georganiseerde diensten, activiteiten en overlegstructuren. 5. Deelnemers hebben toegang tot door de Stichting beheerde gegevens, platforms en systemen, voor zover deze verband houden met de overeengekomen diensten. 6. Deelnemers kunnen voorstellen doen aan het Bestuur met betrekking tot de uitvoering van het doel van de Stichting. 7. Deelnemers zijn gehouden tot tijdige betaling van de door het Bestuur vastgestelde bijdragen en vergoedingen. 8. Deelnemers dienen de deelnameovereenkomst, het huishoudelijk reglement en besluiten van het Bestuur na te leven. 9. Deelnemers zijn gehouden tot het verstrekken van gegevens en informatie die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de diensten en het doel van de Stichting. Artikel 6.
5
Bestuur. 1. Het Bestuur bestaat uit een door het Bestuur te bepalen aantal van ten minste één Bestuurder A, ten minste één Bestuurder B en maximaal drie andere Bestuurders C. 2. De Bestuurders A worden benoemd door de Waterschappen. 3. De Bestuurders B worden benoemd door de Gemeenten. 4. De Bestuurders C worden benoemd door het Bestuur 5.
In afwijking van het hiervoor bepaalde in lid 2, 3 en 4 van dit artikel worden
de eerste bestuurders bij deze akte benoemd. Het Bestuur (met uitzondering van het eerste Bestuur, waarvan de leden in functie worden benoemd) kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester kunnen ook door één persoon worden vervuld. 7. De bestuurders treden af volgens een door het Bestuur opgemaakt rooster van aftreden met inachtneming van een zittingsduur van ten minste vier jaar; in tussentijds ontstane vacatures benoemde bestuurders nemen op het rooster van aftreden de plaats in van hun voorgangers. Aftredende bestuurders zijn herbenoembaar, met dien verstande dat een bestuurder niet vaker dan éénmaal herbenoembaar is. 8. Bij het defungeren van een bestuurder A deelt het Bestuur zulks binnen één maand na het defungeren schriftelijk mee aan de Waterschappen. De Waterschappen kunnen binnen één maand na ontvangst van de in de vorige zin bedoelde mededeling een nieuwe bestuurder A benoemen en binnen diezelfde termijn deze benoeming mededelen aan het Bestuur. Indien van voormeld benoemingsrecht binnen de gestelde termijn geen gebruik wordt gemaakt of de Waterschappen het Bestuur schriftelijk hebben medegedeeld van een benoeming af te zien, zal het Bestuur binnen één maand daarna in de vacature voorzien door de benoeming van een nieuwe bestuurder A. 9.
Bij het defungeren van een bestuurder B deelt het Bestuur zulks binnen één maand na het defungeren schriftelijk mee aan de Gemeenten. De Gemeenten kunnen binnen één maand na ontvangst van de in de vorige zin bedoelde mededeling een nieuwe bestuurder B benoemen en binnen diezelfde termijn deze benoeming mededelen aan het Bestuur. Indien van voormeld benoemingsrecht binnen de gestelde termijn geen gebruik wordt gemaakt of de Gemeenten het Bestuur schriftelijk hebben medegedeeld van een benoeming af te zien, zal het Bestuur binnen één maand daarna in de vacature voorzien door de benoeming van een nieuwe bestuurder B. 10. Bij het defungeren van de bestuurder C zullen de overblijvende bestuurders 6.
6
met algemene stemmen (of zal de enige overblijvende bestuurder) binnen drie maanden na het ontstaan van de vacature daarin voorzien door de benoeming van een opvolger. 11. Mocht casu quo mochten in het Bestuur om welke reden dan ook één of meer bestuurders ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuurders, of vormt de enig overblijvende bestuurder niettemin een wettig Bestuur. 12. Indien de Waterschappen beide zijn opgehouden te bestaan zal het Bestuur bij het defungeren van een bestuurder A binnen één maand na bedoeld defungeren in de vacature voorzien door de benoeming van een nieuwe bestuurder A. 13. Indien de Gemeenten allen zijn opgehouden te bestaan zal het Bestuur bij het defungeren van een bestuurder B binnen één maand na bedoeld defungeren in de vacature voorzien door de benoeming van een nieuwe bestuurder B. 14. Indien de overblijvende bestuurders op grond van het hiervoor in de Statuten bepaalde een bestuurder moeten benoemen en daaromtrent van mening verschillen, alsmede wanneer te eniger tijd alle bestuurders mochten komen te ontbreken voordat aanvulling van de ontstane vacature(s) plaats had en voorts indien de overgebleven bestuurders zouden nalaten binnen de in dit artikel bedoelde termijnen in de vacature(s) te voorzien, zal die voorziening geschieden door de rechtbank op verzoek van iedere belanghebbende of op vordering van het openbaar ministerie.
Artikel 7. Vergaderingen van het Bestuur en besluiten van het Bestuur. 1. De vergaderingen van het Bestuur worden gehouden op de van keer tot keer door het Bestuur te bepalen plaatsen. 2. Ieder half jaar wordt ten minste één vergadering gehouden. 3. Vergaderingen zullen voorts telkenmale worden gehouden, wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien één van de andere bestuurders daartoe Schriftelijk en onder nauwkeurige opgave van de te behandelen punten aan de voorzitter het verzoek richt. Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft zodanig, dat de vergadering kan worden gehouden binnen drie weken na het verzoek, is de verzoeker gerechtigd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten. 4. De oproeping tot de vergadering geschiedt - behoudens het in lid 3 bepaalde - door de voorzitter, ten minste zeven dagen tevoren, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend, Schriftelijk. 5. De oproeping vermeldt behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen. Vergaderingen van het Bestuur kunnen ook worden gehouden door middel
7
van telefonische- of videoconferenties, of door middel van enig ander communicatiemiddel, mits elke deelnemende bestuurder door alle anderen gelijktijdig kan worden gehoord. 6. Indien de door de Statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht zijn genomen, kunnen desalniettemin in een vergadering van het Bestuur geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits in de betreffende vergadering van het Bestuur alle in functie zijnde bestuurders aanwezig zijn en mits de betreffende besluiten worden genomen met algemene stemmen. 7. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het Bestuur; bij diens afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan. 8. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door een van de andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht. De notulen worden vastgesteld in de eerstvolgende vergadering en ten blijke daarvan getekend door de voorzitter en secretaris van die vergadering. 9. Het Bestuur kan in een vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid van zijn in functie zijnde leden in de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is.
Een bestuurder kan zich in de vergadering door een mede-bestuurder laten vertegenwoordigen op overlegging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht. Een bestuurder kan daarbij slechts voor één mede-bestuurder als gevolmachtigde optreden. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien de betreffende bestuurder daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit zou kunnen worden genomen, wordt het besluit desalniettemin genomen door het Bestuur onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. 10. Het Bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuurders hun stem Schriftelijk hebben uitgebracht. Het bepaalde in de vorige volzin geldt ook voor besluiten tot wijziging van de Statuten of ontbinding van de Stichting. Voor besluitvorming buiten vergadering gelden dezelfde meerderheden als voor besluitvorming in vergadering. Van een buiten vergadering genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen stemmen door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd. 11. Iedere bestuurder heeft het recht tot het uitbrengen van één stem.
8
Voor zover de Statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle besluiten van het Bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Indien de stemmen staken beslist de voorzitter. 12. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één van de stemgerechtigden dit voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. 13. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. 14. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de Statuten voorzien, beslist de voorzitter. 15. De volgende besluiten van het Bestuur zijn aan de voorafgaande Schriftelijke goedkeuring van de Vergadering van Deelnemers zijn onderworpen: a. de vaststelling van de jaarstukken als bedoeld in artikel 14 van deze Statuten; b. de vaststelling van de (meerjaren)begroting; c. het aangaan van rechtshandelingen en/of het verrichten van investeringen of uitgaven, indien en voor zover de daarmee gemoeide verplichtingen, al dan niet in samenhang met elkaar, een bedrag van éénhonderdduizend euro (€ 100.000,00) te boven gaan; d. een besluit tot wijziging van de Statuten; e. een besluit tot toevoeging, wijziging of beëindiging van de in artikel 3 genoemde taken of diensten; f.
andere besluiten die door de Vergadering van Deelnemers bij Reglement of afzonderlijk besluit aan voorafgaande goedkeuring zijn onderworpen. Artikel 8. Bestuursbevoegdheid en vergoedingen. 1. Het Bestuur is belast met het besturen van de Stichting. 2. Het Bestuur is, mits de betreffende besluiten worden genomen met algemene stemmen van alle in functie zijnde bestuurders, bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt en uitsluitend na dat daartoe voorafgaand Schriftelijke goedkeuring is verkregen van de Vergadering van Deelnemers. 3. Bij de vervulling van hun taak richten de bestuurders zich naar het belang van de Stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie. 4. In geval van ontstentenis of belet van één of meer bestuurders is (zijn) de overblijvende bestuurder(s) met het gehele bestuur belast.
9
Het Bestuur draagt er voor zorg dat een persoon wordt aangewezen die in geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders of van de enige bestuurder de Stichting tijdelijk bestuurt. Onder belet van een bestuurder wordt in deze statuten in ieder geval verstaan de omstandigheid dat: a. de bestuurder gedurende een periode van meer dan zeven dagen onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken; of b. de bestuurder is geschorst. 5. Aan de bestuurders kan een beloning worden toegekend. Kosten worden aan de bestuurders op vertoon van de bewijsstukken vergoed. Artikel 9. Vertegenwoordiging. 1. De Stichting wordt vertegenwoordigd door het Bestuur, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. De Stichting kan voorts worden vertegenwoordigd door twee gezamenlijk handelende bestuurders. 2. Het Bestuur kan aan anderen volmacht geven om de Stichting in en buiten rechte te vertegenwoordigen binnen de in die volmacht omschreven grenzen. Artikel 10. Einde lidmaatschap van het Bestuur.
Het lidmaatschap van het Bestuur eindigt: door overlijden van een bestuurder of, indien de bestuurder een rechtspersoon is, door haar ontbinding of indien zij ophoudt te bestaan; bij verlies van het vrije beheer over zijn vermogen; bij schriftelijke ontslagneming (bedanken); bij ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek; voor wat betreft een bestuurder A voorts door ontslag door de Waterschappen, welk ontslag alsdan ingaat op de dag waarop de schriftelijke mededeling van de Waterschappen daaromtrent door de secretaris van het Bestuur is ontvangen; voor wat betreft een bestuurder B voorts door ontslag door de Gemeenten, welk ontslag alsdan ingaat op de dag waarop de schriftelijke mededeling van de Gemeenten daaromtrent door de secretaris van het Bestuur is ontvangen; voor wat betreft een bestuurder C voorts door een besluit door de overige bestuurders met algemene stemmen genomen; door periodiek aftreden. Artikel 11. Raad van Advies.
10
Het Bestuur kan een Raad van Advies instellen, die in ieder geval tot taak zal hebben het Bestuur gevraagd en ongevraagd te adviseren. De verdere taken en bevoegdheden zullen bij afzonderlijk reglement worden vastgesteld. Artikel 12. Gemeenschappelijke vergadering van het Bestuur en de Raad van Advies. 1. Ten minste een maal per jaar komen het Bestuur en – indien er een Raad van Advies is ingesteld – de Raad van Advies in gemeenschappelijke vergadering bijeen ter bespreking van de algemene lijnen van het gevoerde beleid en het in de toekomst te voeren beleid. 2. Tot de bijeenroeping van een gemeenschappelijke vergadering zijn het Bestuur en de Raad van Advies gelijkelijk bevoegd. 3. De gemeenschappelijke vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het Bestuur. Indien deze afwezig is voorzien de aanwezige bestuurders en leden van de Raad van Advies in de leiding van de vergadering. Tot dat moment wordt de vergadering geleid door het in leeftijd oudste aanwezige lid van het Bestuur. Artikel 13. Vergadering van deelnemers. 1. De Deelnemers worden door het Bestuur ten minste tweemaal per jaar in vergadering bijeengeroepen. 2. Overigens worden de Deelnemers door het Bestuur bijeengeroepen: a. zo dikwijls het Bestuur dit wenselijk voorkomt of twee (2) of meer van de Deelnemers dit aan het bestuur verzoeken; b. indien dit door de Statuten wordt voorgeschreven. 3.
De oproeping tot de vergadering geschiedt door het Bestuur, ten minste één en twintig (21) dagen tevoren, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend, Schriftelijk. 4. De oproeping vermeldt behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen. 5. Vergaderingen kunnen ook worden gehouden door middel van telefonischeof videoconferenties, of door middel van enig ander communicatiemiddel, mits elke vertegenwoordiger van een Deelnemer door alle anderen gelijktijdig kan worden gehoord. 6. Iedere Deelnemer heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. 7. Voor zover de Statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle besluiten van de Vergadering van Deelnemers genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. 8. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter
11
een schriftelijke stemming gewenst acht of één van de voor de stemming aan heeft gegeven een schriftelijke stemming te verlangen. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. 9. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. 10. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de Statuten voorzien, beslist de voorzitter. Artikel 14. Boekjaar en jaarstukken. 1. Het boekjaar van de Stichting is gelijk aan het kalenderjaar. 2. Per het einde van ieder boekjaar maakt de penningmeester een balans en een staat van baten en lasten over het geëindigde boekjaar op, welke jaarstukken binnen zes maanden na afloop van het boekjaar en, indien de subsidiënten zulks wensen, vergezeld van een rapport van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent aan het Bestuur worden aangeboden. 3. De jaarstukken worden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7 lid 15 van deze Statuten, door het Bestuur vastgesteld. Vaststelling van de jaarstukken door het Bestuur strekt de penningmeester tot decharge voor het door hem gevoerde beheer. 4. Het Bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren. 5.
De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde Jaarrekening, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt. 6. Na vaststelling wordt aan ieder van de Deelnemers een kopie van de jaarrekening gezonden. 7. De Stichting organiseert ten minste eens per vier (4) jaar een evaluatie van de doelmatigheid en toegevoegde waarde van haar werkzaamheden, op basis van objectieve criteria. De evaluatie omvat tevens een geactualiseerde risicoanalyse ten behoeve van de bepaling van de noodzakelijke financiële reserve, zoals bedoeld in artikel 14A van deze Statuten. De uitkomsten worden besproken in de Vergadering van deelnemers. Artikel 14A. Financiële reserve en risicobeheersing. 1. De Stichting is verplicht een financiële reserve te vormen ter dekking van risico’s die voortvloeien uit haar activiteiten. 2. De hoogte van de gewenste reserve wordt onderbouwd op basis van een risico-analyse die ten minste eens per vier (4) jaar in opdracht van het
12
Bestuur wordt uitgevoerd, gelijktijdig met de in artikel 14 lid 7 van deze Statuten bedoelde evaluatie. De risicoanalyse vindt minimaal eens per vier (4) jaar plaats. Artikel 15. Algemeen Manager. 1. Het Bestuur kan een Algemeen Manager benoemen en deze belasten met de dagelijkse gang van zaken van de Stichting en draagt zorg voor: a. de uitvoering van de dienstverlening; b. het beheer van personeel en middelen; c. het opstellen van de conceptbegroting en voortgangsrapportages; verantwoordelijke d. onderhoudt functioneel contact met de waterambassadeur van het waterketenakkoord, onder verantwoordelijkheid van het Bestuur; e. het onderhouden van relaties met Deelnemers en externe partijen. 2. Indien een Algemeen Manager is benoemd kan deze door het Bestuur met inachtneming van de daartoe strekkende wettelijke bepalingen worden geschorst en ontslagen. 3. De Algemeen Manager heeft in de vergaderingen van het Bestuur en in vergaderingen van de Vergadering van Deelnemers een adviserende stem. Artikel 16. Reglementen. 1. Het Bestuur is bevoegd, na daartoe voorafgaand Schriftelijk goedkeuring te hebben verkregen van de Vergadering van deelnemers, een of meer reglementen vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet in de Statuten zijn vervat.
Onverminderd het bepaalde in artikel 9 lid 10 moet het besluit daartoe worden genomen met een meerderheid van ten minste drie/vierde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering van het Bestuur, waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 2. Zijn in een vergadering, waarin een voorstel als bedoeld in lid 1 van dit artikel aan de orde is gesteld niet alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd dan zal een tweede vergadering van het Bestuur worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan zeven dagen, doch niet later dan één en twintig dagen na de eerste, waarin een zodanig besluit kan worden genomen met een meerderheid van ten minste drie/vierde van de uitgebrachte stemmen, en in welke vergadering ten minste de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. 3. De reglementen mogen niet met de wet of de Statuten in strijd zijn. 4. Het Bestuur is te allen tijde bevoegd, na daartoe voorafgaand Schriftelijk goedkeuring te hebben verkregen van de Vergadering van deelnemers, de reglementen te wijzigen of op te heffen. 5. Op de wijziging en opheffing van de reglementen is het bepaalde in de leden
13
1 en 2 van dit artikel van overeenkomstige toepassing. Artikel 17. Statutenwijziging. 1. Het Bestuur is, na daartoe voorafgaand Schriftelijk goedkeuring te hebben verkregen van de Vergadering van Deelnemers, bevoegd de Statuten te wijzigen. Onverminderd het bepaalde in artikel 7 lid 10 moet het besluit daartoe worden genomen met een meerderheid van ten minste drie/vierde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering van het Bestuur, waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 2. Zijn in een vergadering, waarin een voorstel als bedoeld in lid 1 van dit artikel aan de orde is gesteld niet alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd dan zal een tweede vergadering van het Bestuur worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan zeven dagen, doch niet later dan één en twintig dagen na de eerste, waarin een zodanig besluit kan worden genomen met een meerderheid van ten minste drie/vierde van de uitgebrachte stemmen, en in welke vergadering ten minste de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. 3. Iedere bestuurder is bevoegd de notariële akte van statutenwijziging te verlijden. Artikel 18. Ontbinding en vereffening. 1. Het Bestuur is, na daartoe voorafgaand Schriftelijk goedkeuring te hebben verkregen van de Vergadering van Deelnemers, bevoegd de Stichting te ontbinden.
Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 17 leden 1 en 2 van overeenkomstige toepassing. 2. De Stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. 3. De vereffening geschiedt door het Bestuur. 4. De vereffenaars dragen er zorg voor dat van de ontbinding van de Stichting inschrijving geschiedt in het register, bedoeld in artikel 2:289 Burgerlijk Wetboek. 5. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de Statuten zoveel mogelijk van kracht. 6. Een eventueel batig saldo van de ontbonden Stichting wordt zoveel mogelijk verdeeld onder de Deelnemers in verhouding tot ieders financiële inbreng in de Stichting, tenzij het Bestuur anders bepaalt. 7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden Stichting gedurende zeven jaren berusten onder de jongste vereffenaar.
14
Artikel 19. Slotbepaling. In alle gevallen waarin zowel de wet, de Statuten als de Reglementen niet voorzien, beslist het Bestuur. Artikel 20. Overgangsbepaling. Het eerste boekjaar van de Stichting loopt tot en met éénendertig december tweeduizend zesentwintig. Dit artikel vervalt nadat het eerste boekjaar is geëindigd. Slotverklaring. Voorts verklaarde de comparant ter uitvoering van het bepaalde in artikel 6 leden 2 tot en met 5 dat het Bestuur voor de eerste maal uit vier leden bestaat en dat voor de eerste maal tot bestuurders worden benoemd: tot Bestuurder A: 1. ***, als voorzitter; tot Bestuurder B: 2. ***, als secretaris; Tot Bestuurder C: 3. ***, als penningmeester; 4. ***, als algemeen bestuurslid. De comparant is aan mij, notaris, bekend. Waarvan akte is verleden te Groningen op de datum in het hoofd dezer akte vermeld. Na zakelijke opgave van de inhoud van de akte aan de comparant en een toelichting daarop heeft deze verklaard tijdig voor het verlijden van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen en op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen. Vervolgens is deze akte, na beperkte voorlezing, door de comparant en mij, notaris, ondertekend.