CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Bestemmingsplan-toelichting-regels-bijlagen

Raadsvergadering 9 maart 2023, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Kolham, naast Hoofdweg 15725.453 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

1.168

recreatiehaven een faciliteit gericht op het verschaffen van ligplaats aan meerdere vaartuigen voor recreatief verblijf, hieronder niet begrepen een tweede ligplaats bij een woning of bedrijf voor een open boot of kano van maximaal 5 meter;

1.169

recreatievaartuig een vaartuig, bestemd of in gebruik voor recreatief verblijf;

59

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

1.170

recreatieve bewoning bewoning door een huishouden gedurende een gedeelte van het kalenderjaar in het kader van weekend- en/of recreatief verblijf;

1.171

recreatiewoning een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat naar de aard en inrichting is bestemd voor recreatieve bewoning, daaronder niet begrepen trekkershutten, chalets of stacaravans;

1.172

restaurant een bedrijf met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond, gericht op het bedrijfsmatig, voor gebruik ter plaatse verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren, in combinatie met het verstrekken van dranken, waarbij de bedrijvigheid zich voornamelijk binnen het gebouw afspeelt. Een petit-restaurant, restauratie, crêperie, pannenkoekenhuis en poffertjeszaak worden met een restaurant gelijk gesteld;

1.173

reëel agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf dat de gedurende het gehele jaar de arbeidsbehoefte heeft van tenminste een halve arbeidskracht en waarbij de omvang van het bedrijf zodanig is dat het potentie heeft om zodanige investeringen te plegen dat het bedrijf als volwaardig bedrijf zal kunnen voortbestaan;

1.174

risicovolle inrichting een inrichting, waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten;

1.175

schilddak dak, gevormd door twee driehoekige schilden aan de smalle en twee trapeziumvormige aan de lange zijde waarvan de trapeziumvormige dakvlakken in de nok samenkomen;

1.176

seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie wordt verricht, dan wel een erotisch getinte vermaaksfunctie aanwezig is. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een erotische massagesalon, sekstheater, bordeel of een parenclub, of een daarmee gelijk te stellen bedrijf, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.177

silo een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de opslag van goederen, waaronder mest;

1.178

souterrain bijzondere bouwlaag waarvan de vloer onder het gemiddelde aangrenzende straatpeil is gelegen en waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 1,5 meter boven het peil is gelegen;

1.179

sportvoorzieningen Het geheel van voorzieningen t.b.v. sportbeoefening, zoals: ijsbaan/hal, (openlucht)zwembad, sportvelden, atletiekbaan, basketbalveld, handbalveld, jeu de boulesbaan, tennisbaan /-complex, sporthal, alsmede bijbehorende bebouwing zoals kleedruimten, clubhuis/verenigingsgebouw, opslagruimten, technische ruimten e.d.;

60

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

1.180

stacaravan een verblijf van ten hoogste 40 m² dat gedurende langere tijd op een kampeerterrein op dezelfde plaats blijft staan en op het terrein op het eigen onderstel verplaatst kan worden en als één geheel over de openbare weg vervoerd mag worden. Een stacaravan onderscheidt zich van een mobiel kampeermiddel doordat het gedurende een periode van meer dan 8 maanden tijd op eenzelfde kampeerstandplaats blijft staan;

1.181

standplaats een standplaats als bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening;

1.182

statische opslag opslag en/of stalling van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, zonder dat deze ter plaatse worden bewerkt, verwerkt, gerepareerd of verhandeld.

1.183

stedebouwkundige commissie een onafhankelijke commissie met specifieke deskundigheid op het terrein van stedebouw en architectuur, bestaande uit tenminste één persoon;

1.184

straatmeubilair bouwwerken ten behoeve van de aankleding van het openbaar gebied, zoals verkeersgeleiders, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, zitbanken, bloembakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, kunstwerken, speeltoestellen alsmede telefooncellen, abri's en bouwwerken voor kleinschalige (< 50 m³) nutsvoorzieningen;

1.185

strijdig evenement een evenement dat vanwege duur, frequentie, aard en/of omvang niet past binnen de ter plaatse geldende bestemming(en);

1.186

teeltondersteunende kas een verplaatsbaar bouwwerk van lichte constructie in, op of boven de grond dat door agrarische bedrijven en kwekerijen met plantaardige teelten wordt gebruikt om de volgende doelen na te streven: verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating of het voorkomen van schade door vorst;

1.187

teeltondersteunende voorzieningen voorzieningen in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven: verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade; verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen; het bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringing onkruidbestrijding, effectief omgaan met water) of het voorkomen van schade door vorst.

1.188

tenthuisje een gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 30 m², bestaande uit een lichte constructie en lichte materialen, zoals tentdoek, niet zijnde een mobiel kampeermiddel of een stacaravan, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief verblijf;

1.189

tent, punt- of piramidedak dak gevormd door vier driehoekige dakschilden die in één punt bijeenkomen;

61

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

1.190

theetuin een aan de hoofdfunctie ondergeschikt horecabedrijf dat slechts beperkt is tot het verstrekken van alcoholvrije dranken en het verstrekken van voor consumptie ter plaatse bereide klein en koude etenswaren. Een theeschenkerij (inpandig) wordt gelijk geschaard aan een theetuin;

1.191

terugkerend evenement een met een zekere regelmaat of in een bepaald patroon terugkerend evenement;

1.192

torensilo een bouwwerk ten behoeve van opslag van (ruw)voer of kunstmest;

1.193

trekkershut een gebouw met een oppervlakte van ten hoogste 30 m² , bestaande uit een lichte constructie en lichte materialen, niet zijnde een mobiel kampeermiddel of een stacaravan, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief verblijf ;

1.194

tuincentrum een al dan niet overdekte verkoopruimte waarin in hoofdzaak detailhandel wordt uitgeoefend in artikelen voor de inrichting en het onderhoud van particuliere tuinen of daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals tuinplanten, zaai- en pootgoed, tuinmest, teelaarde, tuingereedschap, tuinhout, tegels, sierstenen, tuinhuisjes, materialen voor de aanleg en onderhoud van vijvers en fonteinen, alsmede kamerplanten, snijbloemen en potterie, met als nevenassortiment dierbenodigdheden en -voeders, huis- en hobbydieren, tuinmeubilair, tuinkleding en -schoeisel (uitgezonderd modische, sport-, of vrijetijdskleding), materialen voor aanleg en onderhoud van zwembaden en voor buitengebruik bestemde sfeerartikelen;

1.195

verkooppunt van motorbrandstoffen een inrichting voor de uitoefening van detailhandel in motorbrandstoffen, waaronder begrepen smeermiddelen voor motorvoertuigen en benodigdheden voor gebruik, reiniging of spoedeisende reparaties van motorvoertuigen alsmede accessoires daarvoor en daaraan ondergeschikte detailhandel in voedings- en genotmiddelen;

1.196

verkoopvloeroppervlakte de voor het publiek zichtbare en toegankelijke besloten winkelruimte ten behoeve van detailhandel;

1.197

volkstuin een perceel grond dat zich niet in de onmiddellijke nabijheid van de woning van de gebruiker bevindt, waarop de gebruiker gewassen teelt voor eigen gebruik;

1.198

volwaardig agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf dat gedurende het gehele jaar de arbeidsomvang heeft van tenminste 1 volwaardige arbeidskracht en waarvan de continuïteit ook op langere termijn is verzekerd;

1.199

voorerf gedeelte van het erf voor de voorgevel van het woongebouw c.q. hoofdgebouw of het verlengde daarvan;

1.200

voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw, of indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt;

62

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

1.201

voorkeursgrenswaarde de maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder;

1.202

vrij beroep de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend door een bewoner van het perceel, waaronder niet wordt begrepen de uitoefening van detailhandel;

1.203

vrijstaand woongebouw woongebouw dat niet met een ander woongebouw of ander gebouw op een aangrenzend bouwperceel verbonden is;

1.204

wellness het bedrijfsmatig exploiteren van gebouwen met bijbehorende voorzieningen, waarbij de mogelijkheid wordt geboden om zowel actief als passief te werken aan de gezondheid en het welzijn van de mens. Onder bijbehorende voorzieningen wordt in ieder geval begrepen de detailhandel in wellnessgerelateerde producten;

1.205

werk een werk, geen bouwwerk zijnde;

1.206

wolfseind afgeknot dakschild op de kop van een zadeldak;

1.207

woning een complex van ruimten, blijkens zijn indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden (niet-meervoudige woning);

1.208

woonboerderij één gebouw dat bestaat uit een (voormalige) agrarische bedrijfswoning met de in hetzelfde gebouw opgenomen (voormalige )agrarische bedrijfsruimten;

1.209

wooncentrum een accommodatie met bijbehorende voorzieningen voor de huisvesting van personen die bij hun normale, dagelijkse functioneren huishoudelijke, sociale, sociaal-medische en/of medische begeleiding en/of verzorging behoeven, zoals bejaarden of gehandicapten;

1.210

woongebouw een gebouw of een complex van aan elkaar verbonden gebouwen waarin tenminste één woning is gelegen;

1.211

woonschip een schip, niet zijnde een drijvende woning, uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebruikt of tot woning bestemd;

1.212

woonwagen een voor permanente bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een woonwagenstandplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst;

63

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

1.213

woonwagenstandplaats een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten;

1.214

zadeldak een dak bestaande uit twee schuine tegenoverliggende dakvlakken die in de nok samenkomen;

1.215

zakelijke dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten in een kantoorachtige omgeving op administratief, financieel en juridisch gebied, op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie en daarmee naar de aard vergelijkbare vormen van dienstverlening;

1.216

zalencentrum een bedrijf, gericht op het bedrijfsmatig bieden van gelegenheid tot het houden van vergaderingen, recepties, bruiloften en partijen;

1.217

zijgevel de naar de zijdelingse perceelsgrens gekeerde gevel van een gebouw;

1.218

zolder een ruimte onder de nok van een kap met een grootste hoogte van ten hoogste 1,50 m;

1.219

zoneplichtige weg een weg die een zone heeft conform artikel 74 van de Wet geluidhinder;

1.220

zorgboerderij het bieden van de mogelijkheid tot zorg aan personen, door middel van een aan het agrarisch gebruik verbonden werkgemeenschap van sociaal therapeutische aard en in de vorm van dagopvang.

64

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de afstand tot de perceelsgrens wordt gemeten over de afstand vanaf enig punt van het gebouw tot de perceelsgrens waar die het kortst is;

2.2

de afstand tussen gebouwen wordt gemeten de afstand vanaf enig punt van een gebouw tot enig punt van een ander gebouw waar die het kortst is;

2.3

de breedte van een gebouw wordt gemeten tussen de buitenkanten van twee tegenover elkaar gelegen zijgevels van hetzelfde gebouw, op dat punt waar de zijgevels het verst van elkaar staan;

2.4

de bedrijfsvloeroppervlakte de totale vloeroppervlakte gemeten aan de binnenzijde van die ruimte(n) binnen een functie die wordt/worden gebruikt voor een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;

2.5

de (bouw)hoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.6

de dakhelling wordt gemeten langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.7

de horizontale diepte van een gebouw wordt gemeten over de kortste afstand van en tot de buitenkant van de naar de weg gekeerde gevel tot aan de buitenkant van de tegenoverliggende gevel die het verst van de weg is gelegen;

2.8

de goothoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, druiplijn, boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.9

de hoogte van een windturbine wordt gemeten vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine;

2.10

de horecavloeroppervlakte wordt gemeten als de bedrijfsvloeroppervlakte voorzover het ruimten betreffen, die worden gebruikt voor de verstrekking van dranken, etenswaren of logies, exclusief toilet-, keuken-, entree-, opslag- en administratieruimten, e.d.;

2.11

de inhoud van een bouwwerk: wordt gemeten tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.12

de oppervlakte van het bebouwde erf de oppervlakte van het bebouwde erf als bedoeld in Afwijkingsbevoegdheid wordt berekend door strakke en rechte lijnen te trekken om de buitenste grenzen van de gebouwen en bouwwerken als silo's en bassins behorend bij één agrarisch bedrijf, met de kleinste omtrek;

65

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

2.13

de oppervlakte van een bouwwerk wordt gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Ondergrondse bouwwerken die meer dan 1 meter buiten het buitenwerk van het bovengronds gelegen gebouw worden gerealiseerd tellen mee in de oppervlakteregeling voor bebouwing;

2.14

overbouwde oppervlakte wordt gemeten door de som te nemen van de neergeslagen oppervlakten van de gedeelten van een bouwwerk, dat zich geheel boven het niveau van het maaiveld bevindt en daar niet mee gelijk ligt. Dakoverstekken, luifels, balkons e.d. die niet meer oversteken dan 0,5 meter worden niet meegeteld;

2.15

de verkoopvloeroppervlakte wordt gemeten als de bedrijfsvloeroppervlakte voorzover het voor het publiek zichtbare en toegankelijke besloten winkelruimte ten behoeve van detailhandel betreft, exclusief ; toilet-, keuken-, entree-, opslag- en administratieruimten, e.d.;

2.16

geluidsbelasting de geluidsbelasting van een geluidsgevoelig object wordt bepaald op de naar de geluidsbron gekeerde gevel(s) van een geluidsgevoelig gebouw zoals bedoeld in de Wet geluidhinder of grens of grenzen van het terrein, voorzover (dat deel van) het terrein ingevolge het bestemmingsplan ook als geluidsgevoelig object gebruikt mag worden;

2.17

geluidsbelasting vanwege een industrieterrein de etmaalwaarde (zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en bepaald conform de Wet geluidhinder) van het equivalente geluidniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door de gezamenlijke inrichtingen en toestellen, aanwezig op het industrieterrein, het geluid van niet tot de inrichtingen behorende motorvoertuigen op het terrein daaronder niet begrepen;

2.18

geluidsbelasting vanwege wegverkeer de geluidsbelasting in Lden (zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en bepaald conform de Wet geluidhinder) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke wegverkeer op een bepaald weggedeelte of een combinatie van weggedeelten;

2.19

het bebouwingspercentage het op de verbeelding en/of in de planregels aangegeven percentage gemeten over dat deel van het bouwperceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd;

2.20

het peil a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang tot het perceel direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang tot het perceel niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het gemiddelde waterniveau gedurende een jaar ten opzichte van NAP; tevens de waterstand die zoveel mogelijk wordt gehandhaafd en die wordt vastgelegd in een peilbesluit;

2.21

resterende bebouwingsruimte de oppervlakte van het gedeelte van een krachtens het plan toegelaten overbouwde oppervlak voor een bebouwingssoort, voorzover dat toegelaten oppervlak nog niet door aanwezige bebouwing van die soort is ingenomen.

66

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

Hoofdstuk 2

Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Wonen - 1A

Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 1A' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een vrij beroep als opgenomen in Bijlage 1 Lijst vrije beroepen; met daaraan ondergeschikt: groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; water; parkeervoorzieningen; met de daarbij behorende verhardingen, tuinen, erven en additionele voorzieningen; en tevens voor:

3.1.1

bedrijf aan huis een overig aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, als genoemd in Bijlage 2 Lijst overige aan huis verbonden beroepen, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf aan huis';

3.2

Bouwregels Bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen, waarbij bestaande bouwwerken zijn toegestaan:

3.2.1

Bouwwerken beperk ing Zie Artikel 8.

3.2.2

Gebouwen en overkappingen - algemeen Per bouwvlak is ten hoogste 1 woning toegestaan, tenzij ter plaatse de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' geldt, alwaar per bouwvlak niet meer woningen zijn toegestaan dan is aangeduid.

3.2.3

Situering gebouwen en overkappingen Voor wat betreft de situering van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.

f.

67

woongebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; woongebouwen mogen uitsluitend als vrijstaand woongebouw worden opgericht; de horizontale diepte van een woongebouw mag ten hoogste 25 meter bedragen; de breedte van een woongebouw mag ten hoogste 10 meter bedragen; voorzover in een bouwgrens een 'gevellijn' is aangeduid wordt tenminste 50% van de naar de weg gekeerde gevels van het woongebouw in de 'gevellijn' opgericht waarbij de betreffende gevel als voorgevel moet worden beschouwd; vrijstaande bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en/of binnen een afstand van ten hoogste 25 meter buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits: 1. vrijstaande bijgebouwen en overkappingen tenminste 3 meter achter het voorerf worden gebouwd; 2. de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen op minder dan 10 meter achter het voorerf ten hoogste 30 m² bedraagt; 3. voorzover gelegen buiten het bouwvlak, mogen vrijstaande bijgebouwen en

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

overkappingen op hoeksituaties uitsluitend worden gebouwd: op een afstand van ten minste 5 meter vanaf de kant van de rijbaan zoals die blijkt uit de bij het plan behorende ondergrond; achter het verlengde van de voorgevel van het om de hoek gelegen hoofdgebouw op het belendende perceel; g. de afstand tussen gebouwen en/of overkappingen op een bouwperceel bedraagt ten minste 1 meter, tenzij de gebouwen en/of overkappingen aaneen worden gebouwd.

3.2.4

Oppervlakte gebouwen en overkappingen Voor wat betreft de overbouwde oppervlakte van gebouwen en overkappingen gelden naast het bepaalde in 3.2.3 sub f, onder 2 de volgende regels:

Oppervlakte bouwperceel in m²

Ten hoogste toegestane overbouwde oppervlakte per bouwperceel in m² Totale overbouwde oppervlakte gebouwen + overkappingen

Totale overbouwde oppervlakte vrijstaande bijgebouwen + vrijstaande overkappingen

kleiner dan 250

125

50

250-600

50% van het bouwperceel, met ten hoogste 200

75

600-1000

250

100

groter dan 1000

300

150

3.2.5

Maatvoering gebouwen en overkappingen Voor wat betreft de maatvoering van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de goot- en bouwhoogte en dakhelling van gebouwen en overkappingen mogen niet meer c.q. minder bedragen dan in het volgende bouwschema is bepaald, tenzij ter plaatse anders is aangeduid, met dien verstande dat: 1. bij een platte afdekking de hoogte niet meer mag bedragen dan de goothoogte; 2. topgevels, lijstgevels, dakkappellen en schoorstenen hiervan zijn uitgezonderd. Afstand bebouwing tot zijdelingse perceelsgrens

Type

Minder dan 3 meter goothoogte (in meter)

bouwhoogte (in meter)

dakhelling

Meer dan 3 meter goothoogte (in meter)

bouwhoogte (in meter)

dakhelling

Woongebouw

ten hoogste ten hoogste 3 en sub d 10

ten hoogste ten hoogste 60° en sub 3 b, sub c en sub d

ten hoogste 10

ten hoogste 60° en sub b en sub c

Vrijstaand bijgebouw of overkapping

ten hoogste ten hoogste 3 5,50

plat of meerzijdige kap kleiner dan 60° en sub d

ten hoogste 5,50

plat of meerzijdige kap van ten hoogste 60°

ten hoogste 3

b. ten minste 50% van het woongebouw is afgedekt met hellende dakvlakken van een meerzijdige kap met een helling van ten minste 30° en ten hoogste 60° tenzij ter plaatse de aanduiding "specifieke bouwaanduiding lessenaarskap", dan wel "plat dak" geldt, alwaar een woongebouw met een lessenaarsdak, respectievelijk een platte afdekking mag worden afgedekt; c. het naar de weg gekeerde gedeelte van het woongebouw is geheel afgedekt met een kap waarbij voldaan wordt aan de maatvoering in 3.2.5 sub b, met uitzondering van erkers,

68

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

entreeportalen en vergelijkbare bouwwerken die plat mogen worden afgedekt, mits: 1. de horizontale diepte ten hoogste 1,50 meter bedraagt; 2. de breedte ten hoogste 50% van de breedte van het gedeelte van het woongebouw dat door een kap is afgedekt, bedraagt; 3. de overbouwde oppervlakte van het gebouw past binnen de overbouwde oppervlakte genoemd in 3.2.4; 4. de hoogte niet meer dan 3 meter bedraagt. d. voorzover bebouwing op minder dan 3 meter van de zijdelingse perceelsgrens ligt en hoger is dan de ter plaatse toegestane goothoogte, gelden de volgende voorwaarden: 1. de nokrichting mag niet meer dan 30° afwijken van de zijdelingse perceelsgrens, tenzij sprake is van bijgebouwen op twee aangrenzende bouwpercelen die met elkaar zijn verbonden of sprake is van een wolfseind dat gericht is op de zijdelingse perceelsgrens of; 2. indien het gebouw van 1 hellend dakvlak is voorzien, moet de lage gootlijn op de dichtstbijzijnde perceelsgrens zijn gericht.

3.2.6

Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen, gelden de volgende regels, waarbij bestaande afwijkingen zijn toegestaan: a. de gezamenlijke overbouwde oppervlakte mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 100 m²; b. de maatvoering mag niet meer bedragen dan zoals in het volgende bouwschema is bepaald:

Type bouwwerk

Maximale bouwhoogte (in meter) voorerf

overig

Erf- en terreinafscheidingen

1

2

Palen en masten, niet zijnde reclamemasten

8

8

Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde

1

5

3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1

Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan met inachtneming van 3.3.2 een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. het bepaalde in 3.2.3 sub a voor het bouwen buiten het bouwvlak, voorzover het gaat om een uitbreiding van het woongebouw binnen het gebied op minder dan 3 meter van de zijdelingse perceelsgrens, mits: 1. het betreffende gedeelte van het woongebouw op ten minste 3 meter achter het voorerf wordt gebouwd; 2. de goot-, en bouwhoogte niet meer bedragen dan 3 meter, respectievelijk 5,50 meter en de dakhelling niet meer bedraagt dan 60° en wordt voldaan aan het bepaalde in 3.2.5 sub b en d; b. het bepaalde in 3.2.3 sub a voor het bouwen buiten het bouwvlak, voorzover het gaat om een uitbreiding van het woongebouw vóór naar de weg gekeerde bouwgrens, mits: 1. de breedte van de uitbreiding buiten het bouwvlak niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van het woongebouw; 2. de bouwhoogte ter plaatse niet meer bedraagt dan 3 meter; 3. de diepte van de uitbreiding buiten het bouwvlak ten hoogste 1,50 meter bedraagt, mits de diepte van het erf, gelegen vóór de naar de weg gekeerde gevel van de uitbreiding, als gevolg daarvan niet minder dan 2 meter zal bedragen; c. het bepaalde in 3.2.3 sub e voor het oprichten van de naar de weg gekeerde gevels op ten

69

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

hoogste 10 meter achter de gevellijn, mits de situering van kwetsbare objecten en/of geluidsgevoelige gebouwen deze afwijking vereisen; d. het bepaalde in 3.2.3 sub d en toestaan dat de breedte van een woongebouw ten hoogste 15 meter bedraagt; e. het bepaalde in 3.2.3 sub f, onder 2 en dat de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen op minder dan 10 meter achter het voorerf ten hoogste 50 m² bedraagt; f. het bepaalde in 3.2.5 sub a en toestaan dat de goothoogte van een woongebouw ten hoogste 4,50 meter bedraagt; g. het bepaalde in 3.2.5 sub b en toestaan dat een woongebouw geheel of gedeeltelijk met een lessenaarsdak of een kap met een dakhelling van minder dan 30° wordt afgedekt.

3.3.2

Afwijkingsvoorwaarden a. Bij de toepassing van de onder 3.3.1 sub a tot en met c genoemde afwijkingsregels zijn de voorwaarden zoals genoemd in 9.2 sub c van toepassing; b. Bij de toepassing van de onder 3.3.1 sub d tot en met g genoemde afwijkingsregels vraagt het bevoegd gezag ten aanzien van de stedebouwkundige en architectonische eigenschappen van de betreffende bebouwing respectievelijk de inpassing in de omgeving vooraf advies aan een stedebouwkundige commissie.

3.4

Specifieke gebruik sregels

3.4.1

Toegestaan gebruik a. Gebruik van de gronden en gebouwen voor het uitoefenen van administratieve werkzaamheden met betrekking tot internetwinkels en telefonische verkoop van goederen wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, mits: 1. klanten niet op het perceel komen om goederen te kopen; 2. geen buitenopslag van goederen, die verband houden met de internetwinkel, plaatsvindt; 3. verkeersbewegingen vergelijkbaar zijn met die voor een woonfunctie. b. Gebruik van de bijbehorende gronden voor de stalling van ten hoogste 1 toercaravan en/of boot wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt.

3.4.2

Strijdig gebruik Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning, dan wel de mogelijkheid hiertoe door het aanwezig hebben van de benodigde essentiële woonvoorzieningen; b. het uitoefenen van een horecabedrijf, met uitzondering van het exploiteren van een theetuin; c. het gebruik van gronden als kampeerstandplaats, met uitzondering van de gronden die zijn aangeduid als 'kampeerterrein'; d. de opslag van aan hun gebruik onttrokken voer- of vaartuigen, werktuigen of machines of onderdelen daarvan, verpakkingsmaterialen, bouwmaterialen, bagger en grondspecie, afval, puin, grind of brandstoffen, anders dan in verband met normaal onderhoud of ter verwezenlijking van de bestemming; e. het gebruik van de gronden voor gemotoriseerde sporten; f. het hebben van reclame-uitingen die geen betrekking hebben op de op het perceel plaatsvindende niet wederrechtelijke activiteiten.

70

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

3.5

Afwijken van de gebruiksregels

3.5.1

Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan met inachtneming van 3.5.2 een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. het bepaalde in 3.1 sub a ten behoeve van het uitoefenen van een overig aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, mits wordt voldaan aan hetgeen is gesteld in Bijlage 3 Beleidsregels aan huis verbonden beroepen en bedrijven;

3.5.2

Afwijkingsvoorwaarden Bij de toepassing van de onder 3.5.1 genoemde afwijkingsregels zijn de voorwaarden zoals genoemd in 9.2 sub c eveneens van toepassing.

71

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

Artikel 4 4.1

Leiding - Riool

Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende basisbestemming(en), mede bestemd voor: a. de aanleg en instandhouding van een rioolpersleiding met een vrijwaringszone met een breedte van 5 meter ter weerszijden van de hartlijn van de leiding; met de daarbij behorende additionele voorzieningen.

4.2

Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere voor deze gronden aangewezen basisbestemming(en) en/of dubbelbestemming(en) mogen slechts bouwwerken ten dienste van de genoemde leiding(en) worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 5 meter.

4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1

Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan met inachtneming van 4.3.2 een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van 4.2 voor het oprichten van bouwwerken ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen, indien: a. de belangen in verband met de betrokken leiding(en) zich hier niet tegen verzetten en het bevoegd gezag hierover tijdig tevoren schriftelijk advies heeft ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder(s); b. wordt voldaan aan de bepalingen van andere ter plaatse geldende basisbestemmingen, al dan niet na gebruik van de bij die bestemmingen opgenomen afwijkingsbevoegdheden.

4.3.2

Afwijkingsvoorwaarden Bij de toepassing van de onder 4.3.1 genoemde afwijkingsregels zijn de voorwaarden zoals genoemd in 9.2 sub c van toepassing.

4.4

Specifieke gebruik sregels

4.4.1

Strijdig gebruik Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend: a. het permanent stallen van voer- of vaartuigen en opslaan van goederen, waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen.

4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1

Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren, te doen en te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 30 cm, waaronder het aanleggen van drainage; b. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; c. het graven, verbreden en/of dempen van watergangen en andere waterpartijen; d. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting. e. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; f. het in de grond brengen van leidingen (met uitzondering van rioolpersleidingen) of andere voorwerpen;

72

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

4.5.2

Uitzondering vergunningplicht De vergunningplicht is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normaal (agrarisch) beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een ten tijde van de inwerkingtreding van het plan reeds verleende omgevingsvergunning; d. graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten.

4.5.3

Voorwaarden voor vergunningverlening De omgevingsvergunning ten behoeve van de werken genoemd in 4.5.1 wordt alleen verleend indien: a. het bevoegd gezag schriftelijk advies heeft inwonnen bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met de leiding niet onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade en; b. is gebleken dat de werken en/of werkzaamheden als bedoeld in 4.5.1 sub a tot en met f niet strijdig zijn met de belangen van de leiding.

Hoofdstuk 3

Artikel 5

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

73

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

Artikel 6 6.1

Algemene bouwregels

Algemeen a. De in Hoofdstuk 2 opgenomen bepalingen ten aanzien van bouwgrenzen zijn niet van toepassing voor wat betreft overschrijdingen van bouwgrenzen en/of bouwperceelgrenzen met betrekking tot: 1. stoepen, stoeptreden en toegangsbruggen; 2. plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, indien de overschrijding van de naar de weg gekeerde bouwgrens niet meer dan 0,5 meter bedraagt; 3. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, toegangen, portieken, hellingbanen, buitentrappen, erkers, balkons, galerijen en luifels, mits zij de bouwgrens met niet meer dan 0,5 meter overschrijden met dien verstande dat een bouwperceelgrens niet mag worden overschreden; 4. hijsinrichtingen aan tot bewoning bestemde gebouwen, voor zover deze hijsinrichtingen in geen enkele stand de voorgevel met meer dan 1 meter overschrijden. b. De in Hoofdstuk 2 opgenomen bepalingen ten aanzien van maatvoering van bouwwerken binnen een bouwvlak zijn niet van toepassing voor wat betreft overschrijdingen van de toegestane hoogte met betrekking tot: 1. vlaggenmasten, antennemasten en schoorstenen, die deel uitmaken van een gebouw, mogen de voor dat gebouw toegestane maximale hoogte met niet meer dan 5 meter overschrijden; 2.

Dakopbouwen ten behoeve van noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties mogen niet hoger zijn dan 3,50 meter en mogen geen grotere oppervlakte hebben dan een derde van de oppervlakte van het dak, waarop zij worden geplaatst. c. De in Hoofdstuk 2 opgenomen bepalingen ten aanzien situering, oppervlakte, hoogte en inhoud van bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn niet van toepassing voor bergbezinkbassins (dan wel andere waterstaatkundige werken) ten behoeve van de opvang van water (waaronder rioolwater) welke mogen worden gebouwd en aangelegd zowel boven- als ondergronds.

6.2

Ondergronds bouwen

6.2.1

Bouwregels a. Ondergrondse bouwwerken mogen worden gerealiseerd binnen de bouwvlakken en binnen de direct omringende erven waar de bijgebouwen mogen worden opgericht, enkel onder de gebouwen die daar zijn of worden opgericht; b. indien in de bestemming is aangegeven dat ondergronds dan wel bovengronds bouwen niet is toegestaan, mag niet ondergronds worden gebouwd, dit geldt niet voor het bepaalde in 6.1 onder c.

74

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

Artikel 7 7.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik Tot een gebruik strijdig met het bestemmingsplan, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden als woonwagenstandplaats; b. het gebruik van gronden, bouwwerken, voertuigen, vaartuigen en andere al dan niet drijvende constructies ten behoeve van een seksinrichting.

75

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

Artikel 8

Algemene aanduidingsregels

8.1

Gebiedsaanduidingen

8.1.1

geluidszone - weg a. Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - weg' mogen in afwijking van Hoofdstuk 2 geen nieuwe woningen worden gebouwd, geluidsgevoelige ruimtes worden ingericht of gronden in gebruik worden genomen waardoor die aangemerkt kunnen worden als een geluidsgevoelig object, tenzij: 1. de geluidsgevoelige ruimten in de woningen of andere andere geluidsgevoelig objecten zodanig worden vernieuwd, veranderd of vergroot dat daarbij de afstand tot de weg niet wordt verkleind; 2. zodanig dat de geluidsbelasting vanwege wegverkeer op de gevels van de woning of de geluidsgevoelige ruimte niet hoger zal zijn dan geldende voorkeursgrenswaarde of; 3. zodanig dat de geluidsbelasting vanwege wegverkeer op de woning of de geluidsgevoelige ruimte niet hoger zal zijn dan een vastgestelde hogere grenswaarde. b. Het bevoegd gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 8.1.1 sub a ten behoeve de bouw of uitbreiding van een woning of ander geluidsgevoelig object, met inachtneming van het volgende: 1. de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten vanwege het wegverkeerslawaai zal niet hoger zijn dan de verkregen hogere grenswaarde.

8.1.2

wro zone - ontheffingsgebied -dh a. Ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - ontheffingsgebied - dh' kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de bepalingen in Hoofdstuk 2 voor het uitoefenen van kleinschalige detailhandel, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. de bestemming ter plaatse is: 'Wonen - 1A', 'het gebruik vindt plaats binnen een bouwperceel; 2. er wordt voldaan aan hetgeen is gesteld in de Bijlage 3 Beleidsregels aan huis verbonden beroepen en bedrijven met dien verstande dat: in totaal maximaal 40% van het grondgebonden oppervlak van de woning, maar nooit meer dan 30 m², mag worden gebruikt voor detailhandel; het verbod op detailhandel niet van toepassing is; de limitatieve lijst met activiteiten niet van toepassing is;

76

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

Artikel 9 9.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijkingsbevoegdheid Voorzover het niet op grond van een andere bepaling van de planregels kan worden toegestaan, kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de bepalingen in Hoofdstuk 2 voor: a. het afwijken van de voorgeschreven maten, afmetingen en percentages met ten hoogste 10% van de voorgeschreven maten, afmetingen en percentages, slechts indien: 1. tijdens of na realisatie van een bouwwerk blijkt dat het bouwwerk niet voldoet aan de voorgeschreven maten, afmetingen of percentages; 2. na vaststelling van het plan gewijzigde bouwregelgeving hiertoe noodzaak geeft; b. de maten en eigenschappen van gebouwen: 1. ten behoeve van de onderlinge architectonische afstemming van op hetzelfde bouwperceel gelegen gebouwen, mits: de hoogte van bijgebouwen niet meer gaat bedragen dan de hoogte van het hoofdgebouw of woongebouw; de voor gebouwen toegestane oppervlakte niet wordt overschreden; c. de hoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde in verband met het bouwen op een hoger peil: 1. met ten hoogste 1 meter; 2. teneinde de hoogte van de begane grondvloer in overeenstemming te brengen met omringende bebouwing; 3. teneinde voldoende drooglegging te creëren ten opzichte van de grondwaterspiegel; d.

de maximale (goot)hoogte van gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals dakopbouwen, schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, mits: 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan eenderde van de oppervlakte van het dak bedraagt; 2. de hoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt; e. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 1. tot een hoogte van ten hoogste 40 meter voor sirenemasten en/of antennemasten ten behoeve van commerciële mobiele telecommunicatie, tenzij de gronden ter plaatse onderdeel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuur; 2. tot een hoogte van ten hoogste 10 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde een reclamemast; f. bouwen in afwijking van de plaats en de richting van bebouwings- en bestemmingsgrenzen: 1. tot ten hoogste 1,50 meter: in verband met afwijkingen van de verbeelding ten opzichte van de feitelijke situatie of anderszins een meetverschil of de situatie ter plekke daartoe aanleiding geeft; 2. ten behoeve van stoepen, toegangen, portieken, hellingbanen, buitentrappen, erkers, balkons, galerijen, luifels, lift- en trappenhuizen alsmede naar de aard vergelijkbare delen van bouwwerken; g.

het oprichten van bouwwerken van openbaar nut, zoals abri's, telefooncellen, schuilhutten, transformatorhuisjes, gasreduceerstations, onder- en bovengrondse verzamelcontainers voor afval, flessen, oud papier e.d., en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen en bouwwerken: 1. tot een maximale inhoud van 200 m³ en 50 m³ voor schuilhutten en abri's; 2. tot een hoogte van ten hoogste 4 meter; h. het oprichten van kleine, niet voor bewoning bestemde, gebouwtjes voor zakelijke doeleinden, zoals kiosken en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen gebouwtjes tot een maximale inhoud van 50 m³; i. het realiseren van voorzieningen ten behoeve van de verkeers- en waterinfrastructuur en de waterhuishouding; j. het realiseren van visstoepen, tewaterlaatplaatsen voor vaartuigen, waterinnamepunten ten

77

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

behoeve van brandweer en landbouw en daarmee gelijk te stellen voorzieningen; k. het oprichten van geluidwerende voorzieningen met een hoogte van ten hoogste 4 meter; l. het oprichten van gedenktekens, beeldhouwwerken en andere kunstobjecten, allen geen gebouw zijnde, tot een hoogte van ten hoogste 6 meter; m. geringe aanpassingen van het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling: 1. indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geven; 2. voorzover de aanpassing niet buiten de betreffende bestemming wordt uitgevoerd en niet leidt tot overschrijding van de voorkeursgrenswaarde dan wel de hogere grenswaarde op enig geluidsgevoelig object; 3. voorzover de aanpassing niet leidt tot een afwijking van het 'dwarsprofiel' dat ter plaatse is aangegeven; n. het innemen van een standplaats zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening; o. het houden van terugkerende strijdige evenementen, onder de volgende voorwaarden: 1. een evenement mag per keer niet langer duren dan 2 weken; 2. op een locatie mogen ten hoogste 6 evenementen per kalenderjaar plaatsvinden, met een gezamenlijke duur van niet meer dan 30 dagen; 3. de opbouw en de afbraak van eventuele tijdelijke bouwwerken ten behoeve van een evenement moet plaatsvinden in een periode van niet meer dan 30 dagen; 4.

het evenement mag niet tot gevolg hebben dat de gronden en/of opstallen na afloop van het evenement ongeschikt zijn voor gebruik conform de geldende bestemming; p. het gebruik van gronden als tijdelijk kampeerterrein voor mobiele kampeermiddelen ten behoeve van een evenement, dan wel ten behoeve van een groep met een gemeenschappelijk doel ten tijde van dit kamperen, zoals een schoolkamp, een familiekamp of een sport- of verenigingskamp, onder de volgende voorwaarden: 1. het kamperen, vindt verdeeld over ten hoogste 2 perioden, gedurende ten hoogste 10 al dan niet aaneengesloten dagen per jaar plaats; 2. de in sub 1 genoemde periode(n) vindt/vinden plaats in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; 3. buiten de in sub 1 genoemde kampeerperiode mogen geen kampeermiddelen op de gronden aanwezig zijn; 4. de afwijkingsbevoegdheid wordt niet toegepast op gronden die zijn voorzien van de bestemming “Natuur” of een bestemming van een gelijke strekking; q. voor ondergrondse bouwwerken die minder dan 1 meter buiten het buitenwerk van het bovengronds gelegen gebouw worden gerealiseerd kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van 6.2.1 verlenen ten behoeve van ondergrondse bouw buiten de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: 1. de kelder volledig is gelegen beneden peil; 2.

de afstand tot de zijdelingse perceelgrens en de openbare weg bedraagt ten minste 1 meter, met dien verstande dat in geval van kelderbouw in belendende percelen in de zijdelingse perceelgrens mag worden gebouwd; 3. kelders mogen niet worden voorzien van een dakraam of lichtkoepel.

9.2

Voorwaarden aan de omgevingsvergunning a. Het bevoegd gezag kan bij de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in 9.1 voorwaarden stellen ten aanzien van de afmetingen en situering van bouwwerken teneinde een ruimtelijk verantwoorde plaatsing ten opzichte van de omgeving te waarborgen. b. Het bevoegd gezag kan bij de verlening van de omgevingsvergunning als bedoeld in 9.1 sub q de voorwaarde stellen om afschermende beplantingsranden met inheemse soorten aan te brengen. c. Bij de toepassing van de in dit plan genoemde afwijkingsregels dient in ieder geval in acht te worden genomen dat: 1. het verlenen van de omgevingsvergunning niet leidt tot aantasting van de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het verlenen van de omgevingsvergunning niet leidt tot verkeersonveilige situaties;

78

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

3. het verlenen van de omgevingsvergunning niet leidt tot een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk en niet sociaal controleerbaar is; 4. het verlenen van de omgevingsvergunning niet leidt tot beperking van de gebruiksmogelijkheden op aangrenzende gronden en/of binnen andere bestemmingen. Van belang daarbij kunnen zijn de bezonningssituatie, lichttoetreding, zichtlijnen of mogelijkheden tot voortzetting c.q. uitbreiding van een bestaand bedrijf; 5. bij het verlenen van de omgevingsvergunning rekening wordt gehouden met de milieu-aspecten, zoals hinder voor omwonenden en een verkeersaantrekkende werking.

79

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

Artikel 10 10.1

Algemene wijzigingsregels

Wijzigingsbevoegdheid

10.1.1 Verwijderen gebiedsaanduiding Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en een gebiedsaanduiding als bedoeld in 8.1.1 geluidszone - weg, geheel of gedeeltelijk van de verbeelding verwijderen indien blijkt dat in de werkelijke situatie de betreffende aanduiding geen planologische relevantie meer heeft. 10.2

Voorwaarden aan de wijziging Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheden in dit plan vindt een evenredige belangenafweging plaats waarbij in ieder geval betrokken worden: a. de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden kunnen worden geschaad; b. de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de toelaatbaarheid op het gebied van milieu, externe veiligheid, waterhuishouding, ecologie en archeologie; c. de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; d. de mate waarin de verkeerssituatie wordt beïnvloed, waaronder begrepen de gevolgen voor de infrastructuur.

Hoofdstuk 4

Artikel 11 11.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerk en Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

11.2

Omgevingsvergunning voor afwijken Eenmalig kan een omgevingsvergunning worden verleend voor het afwijken van 11.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met ten hoogste 10 %.

11.3

Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken 11.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

11.4

Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

11.5

Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 11.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

80

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

11.6

Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in het 11.4, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

11.7

Uitzondering op het overgangsrecht gebruik 11.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

81

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

Artikel 12

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Kolham, naast Hoofdweg 157.

82

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

Bijlagen bij de regels

83

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

Bijlage 1

Lijst vrije beroepen

1. advocaat 2. accountant-administratieconsulent 3. acupuncturist 4. alternatieve genezer 5. bouwkundig architect 6. belastingconsulent 7. dierenarts (kleine huisdieren) 8. fysiotherapeut 9. gerechtsdeurwaarder 10. grafisch ontwerper/ webdesigner 11. huidtherapeut 12. huisarts 13. interieurarchitect 14. juridisch adviseur 15. kunstschilder/kunstenaar 16. logopedist 17. makelaar 18. medisch specialist 19. notaris 20. oefentherapeut Cesar/Mensendieck 21. organisatieadviseur 22. orthopedagoog 23. psycholoog 24. raadgevend adviseur 25. redacteur 26. registeraccountant 27. stedenbouwkundige 28. tandarts 29. tandarts-specialist 30. (al dan niet beëdigd) tolk-vertaler 31. tuin- en landschapsarchitect 32. verloskundigenpraktijk

84

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

Bijlage 2

Lijst overige aan huis verbonden beroepen

1. autorijschool (geen theorie) 2. bloemschikker 3. computerservice (o.a. systeembouw/-analyse) 4. decorateur 5. fietsenreparateur (verkoop niet inbegrepen) 6. fotograaf 7. goud- en zilversmid 8. glazenwasser 9. hoedenmaker 10. hondentrimmer 11. instrumentenmaker 12. kaarsenmaker 13. kapper 14. klompenmaker 15. klussenbedrijf (geen be- en verwerkende activiteiten op het perceel) 16. koeriersdienst (eigen rijder: ten hoogste 1 auto) 17. lijstenmaker 18. loodgieter 19. meubelmaker 20. muziekinstrumentenmaker 21. nagelstudio/pedicure/manicure 22. pottenbakker 23. prothesemaker 24. reisorganisatie (geen reisbureau met etalagefunctie) 25. reparatie van kleine consumentenartikelen (antiek/radio's-tv's/horloges etc.) 26. schoonheidsspecialist 27. schilder 28. traiteur 29. taxibedrijf (eigen rijder: ten hoogste 1 auto) 30. tussenpersoon/commissionair 31. zadelmaker 32. hobbymatige activiteiten die qua aard en omvang vergelijkbaar zijn met bovengenoemde activiteiten (uitgezonderd agrarische activiteiten) 33. hobbymatige exposities en musea.

85

Kolham, naast Hoofdw eg 157 (vastgesteld)

Bijlage 3

86

Beleidsregels aan huis verbonden beroepen en bedrijven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12802912/1