03. Beleidsnota Mien toen Mien stee
Tekst van het document
De lokale verschillen kun je koesteren omdat zij de omgeving herkenbaar maken voor de eigen bewoners. Tegelijkertijd kan de kwaliteit van het openbaar groen in het gedrang komen als de verschillen te groot worden. Zeker omdat
37
Hoofstuk 5 • Opgaven voor het openbaar groen
5.4
Financiële middelen
De komende jaren breidt Midden-Groningen het budget voor openbaar groen niet uit. Het beheer is het afgelopen decennium beïnvloed door bezuinigingen, overigens zoals zovele onderdelen van het gemeentelijk beleid. Waar bijdetijds groenbeleid ontbrak, misten de aangrijpingspunten om die bezuinigingen gericht te sturen. Het gevolg is dat de bezuinigingen overal in het openbaar groen voelbaar zijn. De kwaliteit van het openbaar groen neemt zichtbaar af. Met gerichte ingrepen heeft de beheerafdeling het beheer vereenvoudigd. De grenzen van de kaasschaaf zijn allang bereikt. Met ingang van het begrotingsjaar 2019 is het jaarlijks budget toereikend voor het reguliere beheer. Daarnaast is er ruimte de achterstanden in te lopen die het afgelopen decennium zijn ontstaan. Dat lukt niet in een jaar, daarvoor is een aanzienlijk langere periode nodig. Er is geen ruimte voor investeringen in het uitbreiden van openbaar groen of voor grootschalige vernieuwing. Inzetten op participatie betekent een verschuiving van middelen binnen de begroting. Om vernieuwing en verbetering mogelijk te maken is een gewijzigde inzet van bestaande middelen en de inzet van anderen nodig. Midden-Groningen stelt zich tot doel de beschikbare middelen zo in te zetten dat het openbaar groen optimaal floreert.
5.5
Sluitende cirkel van gebruik-plan-ontwerpinrichting-beheer
Een sluitende cirkel is bij uitstek duurzaam
Het openbare groen kent goed gedefinieerd gebruik, wordt vastgelegd in het omgevingsplan, past bij de natuurlijke omstandigheden, heeft een bijpassende inrichting en wordt overeenkomstig beheerd. Als die cirkel goed sluit, dan levert dat groen op dat exact past bij het gebruik, zich duurzaam kan ontwikkelen en tegen de laagst mogelijke kosten en inspanningen is te beheren. Dat lijkt logisch, de praktijk blijkt weerbarstiger. Het gevolg is dat groen zich niet kan ontwikkelen of na verloop van tijd achteruitgaat. Het groen moet dan alweer gerooid voordat het tot wasdom komt. Of wordt slechts tegen hoge kosten in stand gehouden.
Midden-Groningen zorgt voor een sluitende cirkel van gebruik, ontwerp, inrichting en beheer van het openbaar groen. Daarmee bevordert zij alle aspecten van de duurzaamheid van het openbaar groen.
Dat lukt alleen als alle betrokkenen zich Gebruik bewust zijn van hun plek in de cirkel. De ontwerper betrekt de gebruiker en de Vastbeheerder in zijn ontwerp, snijdt de inBeheer legging richting toe op het gebruik, op eventuele ontwikkelingen en op het eindbeeld, weegt de kosten van de inrichting af tegen de kosten van het beheer, kijkt Inrichting Ontwerp naar de effecten op de lange termijn. De inrichter volgt het ontwerp en draagt het beheer pas over als het project klaar is. De beheerder beheert volgens de uitgangspunten van het gebruik en het ontwerp. Hij reageert op veranderingen in gebruik of omstandigheden door terug te gaan naar de ontwerper, niet door zijn beheer tegen de stroom in aan te passen.
5.6
Ontwerpprincipes
Keuze van het sortiment Het sortiment past bij de bodemgesteldheid, de ontstaansgeschiedenis en het karakter van Midden-Groningen. Variatie in soorten gaat ziekten en plagen tegen. Als de voorwaarden voor een plantsoort niet kloppen, staan twee wegen open: • Het wijzigen van de standplaatsfactoren door ingrepen in de bodem, grondwaterstand of beschikbare ruimte. Dit is een dure oplossing. • Het aanpassen van de plantkeuze aan de mogelijkheden. Deze oplossing heeft de voorkeur. Soorten die bij de streek en de grondslag passen zijn onder andere: • Voor de droge gronden: beuk, eik en iep als laanbeplanting. Linde, iep en beuk als solitaire sierbeplanting. • Voor het nattere gedeelte: els op de overgang tussen hoog en laag met wilg nabij het water. • In ecologisch beheerde gebieden: inheems zaai- en plantmateriaal zoals bollen, bes- en nootdragende heesters, klim- en slingerplanten en bomen. De gemeente wijkt af van dit sortiment vanuit stedenbouwkundige overwegingen en op bijzondere plekken zoals in parken, op begraafplaatsen, bij monumenten en bij specifieke oriëntatiepunten. Bij zo’n plek past een bijzondere beplanting. Midden-Groningen versterkt op die manier het eigen karakter en sluit aan bij de traditie van de streek.
Entrees
Entrees zorgen voor herkenbaarheid en geven het gevoel ’Hier kom ik thuis’. Zij zijn de voordeur van de gemeente, dorp, wijk of buurt en de bedrijventerreinen. En net als voordeuren in een straat verschillen de entrees van elkaar . Entrees hebben een karakter dat bij Midden-Groningen past. Herkenbaarheid van de gemeente en de mogelijkheid tot oriëntatie binnen de gemeente krijgen vorm volgens het motto: ‘Verscheidenheid in eenheid’. Midden-Groningen bereikt dat door de entrees waar mogelijk te omzomen met robuuste bomen. Aan robuustheid herken je de gemeente. Dat geldt vooral voor rotondes. De centrale gedeelten van de entrees verschillen juist. Die verschillen bieden de mogelijkheid je te oriënteren binnen de gemeente.
Structuren en elementen Midden-Groningen hanteert vaste uitgangspunten voor de belangrijkste structuren en elementen. De uitgangspunten zijn: • Laanstructuren hebben een één- of tweezijdige bomenrij. Dat is afhankelijk van het gewenste beeld. Het profiel is afgestemd op de verkeersintensiteit (zie paragraaf 6.4 en bijlage verkeersprofielen). • Langs waterlopen past hooguit een eenzijdige bomenrij. Zo’n enkelzijdige rij verwijst naar het karakter van het gebied met de vroegere jaagpaden. Het water blijft beter zichtbaar.
Als de cirkel minder goed sluit
Bomenrijen die aan het einde van hun levenscyclus zijn worden bij voorkeur in één keer vervangen. Het beeld van Midden-Groningen is gebaat bij lanen die over grotere lengtes bestaan uit bomen van dezelfde leeftijd. Als zich incidentele uitval voordoet, worden enkele bomen wel vervangen. Daarvoor moet wel voldoende boven- en ondergrondse groeiruimte aanwezig zijn. Bij nieuwe aanleg of vervanging houdt de gemeente bij de plantlocatie en soortkeuze rekening met de beschikbare boven- en ondergrondse groeiruimte. Daarmee bespaart de gemeente niet op de aanlegkosten maar wel op de daaropvolgende beheer- en onderhoudskosten.
38
39
De vraag naar meer kleur en variatie in het buurtgroen is een vraag naar meer kwaliteit. Deze vraag is binnen het bestaande budget niet vanzelfsprekend te honoreren. Vereenvoudiging van de bestaande beplantingen is eerder aan de orde. Hoofdstuk 7 gaat in op mogelijkheden de bestaande kwaliteit te verhogen.
Hoofstuk 5 • Opgaven voor het openbaar groen
Hoofstuk 5 • Opgaven voor het openbaar groen
Laanbeplanting in groene hoofdstructuur
5.7
Werkwijze
Bij alle plannen waar openbaar groen deel van uit maakt of door wordt beïnvloed, vraagt de gemeente initiatiefnemers en (externe) ontwerpers nadrukkelijk rekening te houden met de oorsprong van het gebied en het groene karakter van de gemeente. Zij beoordeelt voorstellen op hun groene kwaliteit, realiteit en haalbaarheid. Bij iedere grootschalige vernieuwing of vervanging hoort de vraag wat de koppeling met andere projecten in de openbare ruimte oplevert. Denk aan het vervangen van riolering of herprofilering van wegen. Het samenvoegen van groene, grijze en blauwe projecten levert vrijwel altijd meerwaarde en zo mogelijk besparingen op. Bij niet-groene projecten wordt de toestand en de toekomst van het bestaande groen nadrukkelijk betrokken. In het uiterste geval betekent dit voortijdige vervanging van het groen. De ambtelijke organisatie past interne ontwerpprocessen en handleidingen voor projecten in de openbare ruimte aan de behoefte van het openbaar groen aan. Bij nieuwe aanleg of vervangingen zijn standplaatsfactoren als grondwaterstand, bodemsoort en wortelruimte vaste randvoorwaarden.
6.
Beheren met aandacht Naast de algemene opgaven voor het openbaar groenvragen bijzondere opgaven extra aandacht. Deze komen allereerst voort uit de inbreng van de verschillende stakeholders in deze nota. Dat begint met de kwaliteit van het beheer. En uit de gemeentelijke ervaringen met het beheer zoals die de afgelopen jaren zijn opgedaan. En niet te vergeten uit landelijke ervaringen met alle aspecten van het openbaar groen.
6.1
Met welke kwaliteit beheert Midden-Groningen?
Kwaliteit, kun je dat meten?
Hoe je de kwaliteiten van groen ook definieert, voor het beheer staat voorop: is openbaar groen schoon, is het heel en is het veilig in het gebruik? Als je naar het beheer van groen kijkt, vallen die drie kenmerken altijd op. Met behulp van vergelijkende beelden kun je snel een oordeel vellen over de kwaliteit van het beheer: De gemeente Midden-Groningen beheert het openbaar groen op beeldkwaliteit.
“
Midden-Groningen beheert het groen op beeldkwaliteit
40
Hoofstuk 6 • Beheren met aandacht
Het beheer op beeldkwaliteit kent verschillende niveaus. Van smetteloos onderhouden tot niet om aan te zien zo verwaarloosd. Het spreekt van zelf dat hoe fraaier het groen er uit ziet, hoe meer inspanning het beheer vraagt. En hoe meer gemeentelijke middelen er mee zijn gemoeid. Midden-Groningen kiest het niveau Basis voor beheer op beeldkwaliteit.
1
Basis betekent een functioneel kwaliteitsbeeld. Functioneel houdt in dat het groene element voldoet voor het toegekende gebruik. Maar het is zeker niet om door een ringetje te halen. Denk aan een speelveldje met plaatselijke beschadigingen in het gras of plekken met onkruid, een perk waar de beplanting niet overal sluit, heggen en heesters die her en der holle plekken laten zien, bomen die veilig zijn maar beheer nodig hebben, enzovoorts. Het niveau Basis komt overeen met het landelijk gehanteerde niveau B uit de beeldkwaliteitscatalogus van CROW1.
Beeld bij de stakeholders
Het beeld dat stakeholders van het openbaar groen hebben, varieert per voormalige gemeente en per groep stakeholders. In Hoogezand-Sappemeer ervaren de stakeholders het huidige niveau als gemiddeld aanvaardbaar, met uitschieters naar beneden (afhankelijk van dorp of wijk). Zij missen her en der kleur en variatie in de beplanting. Ook de ecologie mag in het binnenstedelijk gebied meer aandacht krijgen. In Slochteren vindt men het groene beeld zonder meer sober. Bewoners ervaren de bezuinigingsmaatregelen in het groen 15 jaar na dato nog steeds als opgelegd. In Menterwolde ervaart men verschillen in de kwaliteit van het groen. Plaatselijk zien bewoners ruimte voor verbetering van de kwaliteit. Winkeliers hechten vooral aan een omgeving die toegankelijk is voor auto’s, die er fleurig en aantrekkelijk uitziet en die op een hoog niveau wordt beheerd. Kennelijk ervaren bewoners een ondergrens in de groene kwaliteit van hun omgeving. Naar het zich laat aanzien stellen zij hogere eisen aan het beeld van het beheer dan de expert (CROW). Duidelijk moge duidelijk zijn dat een hoog kwaliteitsbeeld meer middelen vraagt dan er beschikbaar zijn.
Schets van het huidige beheer
Het openbaar groen in de drie voormalige gemeenten wordt sinds 2014 vanuit eenzelfde aanpak beheerd. Dat is een opgave op zich want er zijn grote verschillen in inrichting. Daarmee varieert de bewerkelijkheid van het beheer. Zo is het aandeel ecologisch beheer het hoogst in Slochteren en het laagst in Hoogezand-Sappemeer. De inrichting in Slochteren is sober en
CROW is het nationale kennisplatform voor verkeer, vervoer, infrastructuur en openbare ruimte.
41
Hoofstuk 6 • Beheren met aandacht
eenvormig, in Hoogezand-Sappemeer veelal sober, maar veelvormig en in Menterwolde detaillistisch en plaatselijk uitbundig.
Haag gesnoeid op niveau Basis
De beheerafdeling beheert het openbaar groen volgens opdracht op beheerniveau Basis (CROW niveau B). In de praktijk werkt het beheer anders uit. Areaal met bulkwerk als schoffelen wordt soms onderhouden op niveau Hoog (CROW niveau A). Het detailwerk vindt plaats op niveau Basis of Laag (CROW niveau C). De oorzaak ligt deels in de personele bezetting van de beheerafdeling met een groot gedeelte BWRI-medewerkers en de begeleiding die daarvoor nodig is. De output van vakspecialisten in het beheer vermindert als gevolg van hun inzet als begeleider. Het wegwerken van het aantal meldingen en klachten over het openbaar groen staat opgespannen voet met het planmatig beheer. Het aantal meldingen en klachten nam de afgelopen jaren toe. Vereenvoudiging van het plantbestand (‘omvorming’) lijkt op dit moment tot minder meldingen te leiden. Het aantal ‘brandjes’ dat de beheerafdeling moet blussen bepaalt momenteel de reguliere bedrijfsvoering. De teams ervaren onderling verschillen die te herleiden zijn op de voormalige gemeentegrenzen en op de dichtheid van de bebouwing.
Kaal oppervlak in bodembedekkers op niveau Laag
De komende jaren brengt de beheerafdeling het beheer in het hele grondgebied op hetzelfde basisniveau. Waar een bewerkelijke inrichting rationeel onderhoud in de weg staat, is vereenvoudiging van de inrichting de eerste oplossing. Midden-Groningen kent drie vastgestelde niveaus van beeldkwaliteit: Basis, Hoog en Laag. In overleg met stakeholders kan de gemeente afwijken van het niveau Basis. Het niveau Hoog is bij de huidige middelen alleen bereikbaar als de stakeholders zich hiervoor willen inspannen. Het niveau Laag is alleen aanvaardbaar als stakeholders hiermee instemmen.
Zwerf afval in beplanting op niveau Hoog
42
Hoofstuk 6 • Beheren met aandacht
Bijlage I legt de drie kwaliteitsniveaus vast in beeldmeetlatten voor het beheer in Midden-Groningen.
Organisatie
De druk op het beheer en de beheerafdeling is de afgelopen jaren toegenomen. En neemt in de nabije toekomst in ieder geval vooralsnog niet af. Daarvoor zijn verschillende oorzaken: • Het budget voor het groenbeheer is tot 2108 beduidend afgenomen. Het hanteren van de kaasschaaf heeft consequenties. Plaatselijk zijn gaten in het beheer gevallen of deze worden nog zichtbaar. Negatieve effecten zijn overigens niet altijd direct waarneembaar: groen reageert niet overal even snel op. Bij het invoeren van integraal wijkbeheer is het groenbeheer zonder adequate, financiële compensatie uitgebreid met werkzaamheden als kleinschalig herstraten, reinigen en repareren van straatmeubilair, kleinschalige reparaties van rioleringen en afhandeling van meldingen. Er liggen scherpe keuzen voor. Een deel van deze keuzen is de afgelopen jaren overigens wel gemaakt. Vanaf 2019 worden de werkzaamheden in lijn gebracht met de verschillende budgetten en is er ruimte om de achterstanden in te lopen. • De beheerafdeling vervult een omvangrijke sociale doelstelling. De wijkteams hebben een hoog percentage BWRI-medewerkers. Met het invoeren van de Participatiewet is een deel van deze BWRI-medewerkers uitgestroomd naar het bedrijfsleven. De medewerkers die zijn gebleven zijn minder universeel in te zetten in het groen en op sportvelden, wegen, water en afval.
Zij voeren hun werk of goed uit - dat wil zeggen op niveau Hoog - of niet. Een tussenweg bestaat nauwelijks. Ook biedt Midden-Groningen mensen die langere tijd werkloos zijn de kans te re-integreren met een tijdelijke baan in het groenbeheer. • Beide typen medewerkers zijn gebaat bij extra sociale begeleiding en werkorganisatie. De geschoolde ‘groene’ vakmensen van de gemeente namen dat voor hun rekening. Maar die extra inzet vraagt andere, meer sociaal-maatschappelijk gerichte vaardigheden en gaat voor de vakmedewerkers ten koste van de uitoefening van het eigen groenspecialisme. De beheerafdeling vangt dit tekort aan specialisme op door uitbesteding binnen het beschikbare budget jaarrond. De uitbesteding vindt deels plaats naar de markt, deels naar sociale ‘eigen’ ploegen die met een intensievere, adequate en professionele begeleiding eenvoudige werkzaamheden in het openbaar groen kunnen uitvoeren. Deze sociale ploegen zijn onder de verantwoordelijkheid van de beheerafdeling werkzaam in eigen deelgebieden.
43
Hoofstuk 6 • Beheren met aandacht
Buurtgroen: inrichting en beheer op basisniveau
• De toenemende interactie met de samenleving leidt tot een verschuiving in de aanpak: meer en vroegtijdige samenspraak tussen gemeente en stakeholders blijkt essentieel voor een adequaat groenbeheer. Het bijbehorende overleg neemt de komende jaren verder toe, ook bij ongewijzigd beheer. Dit vraagt andere vaardigheden van het gemeentelijk vakbekwaam personeel.
6.2
Aanpassing aan de veranderingen in het klimaat
De veranderingen in het klimaat zijn de grootste uitdaging voor de langere termijn. Al verlopen de veranderingen langzaam, het groen moet tijd krijgen zich erop aan te passen. Van grote invloed zijn de volgende veranderingen: • Intensiteit en frequentie van neerslag. In gewone taal: het gaat harder regenen over kortere perioden. Het rioleringssysteem kan in dat geval het water niet langer opvangen, bergen of afvoeren. Opvangen van water in het bestaande groen of het aanleggen van nieuwe opvanggebieden behoren tot de oplossingen.
• Hitte in de stedelijke omgeving. Groen en vooral grote bomen verlagen de temperatuur en zorgen voor de nodige schaduw. Zeker in gebieden met dichte bebouwing en/of veel verharding zoals hoogbouw en winkelcentra. • Op termijn zijn meer invasieve soorten, ziekten en plagen in het groen te verwachten. Aanpassing van bestaand groen gaat hand in hand met bestrijding.
de waterfunctie staat voorop. In dat geval komt de financiering van het beheer en de inrichting ten laste van de begrotingspost rioleringen. Als de aanleg van nieuwe dorpsrandparken tot doel heeft bebouwing te ontkoppelen van het riool, kan deze aanleg eveneens rekenen op een bijdrage vanuit het begrotingsonderdeel rioleringen.
beeld kunnen verrijken. Dat zijn de zogeheten natuurvriendelijke oevers. Waar nodig zijn de inrichting en het beheer afgestemd op deze waarden. Uiteindelijk kiest Midden-Groningen voor iedere waterloop welke waarden deze moet herbergen en welke inrichting van de oever daar bij past.
Deze aandachtspunten komen in de volgende paragrafen terug.
Overgang van land en water
De overgang van land naar water heeft vooral ecologisch betekenis. Dieren moeten gemakkelijk in en uit het water kunnen. Dat gaat het best met natuurlijke oevers, dat wil zeggen oevers zonder beschoeiingen. Op de overgang van land en water groeien bijzondere plantensoorten, die het
Waterlopen zijn bij uitstek geschikt om de (natuur-)waarden van het landelijk gebied te verbinden met het bebouwd gebied. Maar ook tussen de grotere natuurgebieden onderling. Het zijn lange lijnen waarlangs planten en dieren zich gemakkelijk kunnen verplaatsen. Dat lukt alleen met ecologisch beheer van de walkanten. Het beheer wordt daarop aangepast.
6.3
Water
Waar laten wij het regenwater?
Hoofstuk 6 • Beheren met aandacht
Openbaar groen en het verkeer beïnvloeden elkaar over en weer. Groen kan bijdragen aan veiligheid, bijvoorbeeld als een haag of groenstrook verkeersstromen of -gebruikers zoals fietsers, voetgangers en auto’s scheidt. Groen kan aanleiding geven de snelheid te matigen zoals bij een verkeerssluis of nabij een kruising. En een bomenrij beschermt fietsers tegen weersinvloeden. Of groen werkt juist belemmerend op de veiligheid. Als je geen zicht hebt of als het groen over de weg groeit. En als boomwortels verhardingen van wegen, fietsen voetpaden opdrukken door gebruik aan groeiruimte.
Het beheer van waterlopen kent verschillende categorieën, ieder met een eigen beheer en een eigen beheerder. Soms boven water en een ander moment onder water: In het stedelijk gebied is het beheer van waterlopen grotendeels overgedragen aan het waterschap. Boven de waterspiegel onderhoudt de gemeente de walkanten. Voor het groen dat onder de waterspiegel wortelt zijn het waterschap en de gemeente samen verantwoordelijk. Dat vraagt afstemming van de werkzaamheden tussen gemeente en waterschappen. • Zeer grote waterlopen zijn in beheer bij de provincie Groningen of het waterschap Hunze en Aa’s, zoals het Winschoterdiep dat in beheer is bij de provincie. Deze overheden beheren zowel het water, de oeverbescherming als de taluds. • Vijvers in woonwijken hebben meestal tot doel overtollig regenwater te bergen. Ook zorgen zij voor variatie in de woonomgeving. De gemeente beheert het water, de oeverbescherming en de taluds. • Particulier beheer van water komt voor in Meerwijck en Borgmeren. Waar het water grenst aan privé-eigendom is een strook van of 1 of 3 meter water geheel in beheer bij de private eigenaar. Zij zijn dus ook verantwoordelijk voor de vegetatie die in die strook aanwezig is.
Vaak is het mogelijk het bestaande gebruik van openbaar groen te combineren met de waterfunctie. Alleen bij natte perioden heeft het water voorrang. Een goed voorbeeld zijn de dorpsrandparken die dienen om woonwijken af te koppelen van het riool. Op kleinere schaal zijn wadi’s een goed middel om regenwater direct in het bebouwd gebied te infiltreren. Welke maatregel van toepassing is, is meestal een afweging van technische mogelijkheden en beeldkwaliteit tegen de kosten van inrichting en beheer. Afstemming met het waterschap is noodzakelijk.
44
Verkeer
Beheer van water en wal: met een schaartje te knippen
Groen speelt een steeds belangrijker rol in het waterbeheer. Water bergen en tussentijds opslaan is cruciaal. Hoge neerslagpieken laten zich niet meer opvangen met technische oplossingen zoals het vergroten van rioolcapaciteit. Groene oppervlakken zijn in dat geval belangrijk: zij vertragen de afvoer en maken het mogelijk dat regenwater in de bodem wegzakt.
Dat betekent ook zorgvuldig omgaan met bestaand groen. Als bestaand groen om welke reden dan ook verdwijnt, zijn er grote gevolgen voor het vasthouden en tijdelijk bergen van water. Dat moet dan alsnog via berging in het verharde oppervlak. Dat brengt aanzienlijke kosten met zich mee en zorgt van tijd tot tijd voor overlast. Terughoudendheid staat voorop. Bij verplaatsen of verwijderen van groene elementen hoort standaard een oplossing voor het verlies aan infiltratie- en bergingscapaciteit. De verantwoordelijkheid voor die oplossing ligt bij de initiatiefnemer. Het kan zijn dat op een bepaalde plek het vasthouden en bergen voorrang heeft boven het overige gebruik van het openbaar groen. In vaktaal:
Fijnmazige dooradering
6.4
(Niet) met een schaartje te knippen
Communicatie over verantwoordelijkheid en verschillen in het beheer is belangrijk, want lang niet altijd is het aanwonenden duidelijk wie zij op welk beheer kunnen aanspreken.
45
Hoofstuk 6 • Beheren met aandacht
Verkeer en groen vragen beiden ruimte
De beïnvloeding van groen en verkeer heeft veel facetten. Om de voor- en nadelen tegen elkaar af te wegen bestaan landelijke ontwerpnormen en voorbeeldprofielen. Die normen bestaan onder meer uit zichthoeken of de afstand van bomenrijen tot de verharding. Binnen en buiten de bebouwde kom gelden andere ontwerpnormen en voorbeeldprofielen. Voor 30 km-zones bestaan geen bijzondere veiligheidseisen voor het openbaar groen. Het verkeer rijdt er langzaam genoeg. Statistieken laten geen verontrustend verband zien tussen de aanwezigheid van groen langs de wegen en het aantal ongelukken in Midden-Groningen. Dat geldt zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Er lijkt op dit moment
geen reden te zijn het openbaar groen ingrijpend aan te passen aan de eisen van het gemotoriseerde verkeer. Het afstemmen van het openbaar groen en het verkeer of wegpatroon vindt bijna altijd projectmatig plaats. In het project hoort een afweging van veiligheidsrisico’s tegen het gewenste beeld en de kwaliteit van het openbaar groen. Voorbeeldprofielen geven houvast bij het ontwikkelen van evenwicht tussen de eisen van het verkeer en openbaar groen. Deze maatgevende profielen zijn opgenomen in bijlage III. Een terugkerend vraagstuk bij verkeer is: ‘Waar laat ik de auto?’. De dynamiek van het buurtgroen laat het toe kleine, groene vakken in te wisselen voor parkeerplekken in de nabijheid van de woning. Daar gaat een grondige analyse aan vooraf van de daadwerkelijke parkeerbehoefte in de wijk aan de hand van landelijke normstellingen. Bewoners en andere stakeholders beantwoorden ook de vraag of een concentratie van parkeergelegenheid op een plek samen met een groene inrichting een goed alternatief is.
Midden-Groningen beheert enkele kleinere natuurgebieden in de ecologische verbindingszone van het Natuurnetwerk Nederland. De gemeente gaat de komende jaren na of en onder welke voorwaarden zij dit beheer kan overdragen aan Staatsbosbeheer of Natuurmonumenten. Deze organisaties zijn beter toegerust voor dit type beheer.
Fijnmazige dooradering: de bermen en sloten
Veel ecologische waarden zijn op lokaal niveau verweven met het openbaar groen. Denk aan natuurwaarden in groenstroken langs paden en bermen of taluds langs wegen en waterlopen. Bermen en sloten zorgen voor een fijnmazige dooradering binnen en buiten het bebouwde gebied. Deze
Ecologisch beheer biedt mogelijkheden voor een grotere, natuurlijke variatie in het openbaar groen. Of het nu om oppervlakte-elementen gaat of om lijnelementen zoals bermen en sloten. Onderdelen van ecologisch beheer zijn onder andere de soortenkeuze, verschraling van de bodem en aangepast maaibeheer. Daar profiteert ook ander leven van zoals insecten, kleine zoogdieren en vogels. Ecologisch beheer vraagt een doorlopende dialoog tussen omwonenden en de gemeente. Het eindbeeld van ecologisch beheer past niet in een traditie van aangeharkte tuinen. Ecologisch beheer is een keuze die bewust moet worden gemaakt. Ook omdat de financiële voordelen beperkt of zelfs afwezig zijn. Op de langere termijn leidt ecologisch beheer op geschikte locaties tot stabieler groen en een grotere biodiversiteit. Ook kan ecologisch beheer bijdragen aan het terugdringen van ongewenste soorten (zie 6.8).
Ecologie
Bijen
Grote elementen en structuren
Eeuwenoude structuur, beperkte standplaats
46
Hoofstuk 6 • Beheren met aandacht
Bij de grotere elementen van de groene hoofdstructuren en op lokaal niveau speelt de ecologische waarde een nadrukkelijke rol in het beheer, bij vervanging en bij grootschalig onderhoud. Op de beleidskaart zijn deze stepping stones aangegeven. De belangrijkste ecologisch waardevolle elementen zijn in eigendom van andere terreinbeheerders.
Het vastleggen van de ecologische dooradering met het bijbehorende beheer krijgt vorm in de verschillende, concrete beheerplannen. Afhankelijk van de te ontwikkelen natuurwaarden geeft de gemeente ook aan hoe zij eventuele overlast op aangrenzende (agrarische) percelen wil voorkomen.
Ecologisch beheer
Wegen en fietspaden zijn veelal verlicht voor een veilige verkeersafwikkeling en voor sociale veiligheid. De provincie Groningen hecht aan duisternis, onder andere voor het behoud van planten- en diersoorten. Midden-Groningen onderschrijft dit standpunt. In het bijzonder geldt dit voor openbare verlichting van de verschillende, groene structuren en nabij de dorpsrandparken. Er loopt landelijk onderzoek naar de effecten van verlichting op de vegetatie en op de fauna. Het gaat bij voorbeeld om intensiteit en kleurtemperatuur van de verlichting. Midden-Groningen werkt dit de komende tijd uit in een beleidsplan Verlichting.
6.5
dooradering maakt de uitwisseling van natuurwaarden vanuit de landelijke omgeving met het stedelijk gebied mogelijk. En tussen de grotere groenen natuurgebieden in de gemeente. De ambitie is te komen tot een betaalbaar beheer van bermen en sloten, waarbij de functies verkeersveiligheid en waterbeheer voorop staan en tegelijk de waarden voor natuur, landschap en recreatie worden verhoogd. Bermen en sloten kunnen in belangrijke mate bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit. Midden-Groningen werkt deze ambitie uit in een beleidsnotitie Bermen en sloten, die zij op korte termijn uitbrengt.
Ecologische stapsteen
47
Hoofstuk 6 • Beheren met aandacht
Bijen hebben een cruciale rol in het leven op aarde. Geen enkel ander dier is zo efficiënt in het bevruchten van planten. Dit geldt ook voor onze voedselgewassen. Het behoud en bevorderen van de bijenstand is in het belang van ons eigen voortbestaan. Als de bij verdwijnt, neemt de voedselschaarste toe. Naast de honingbij die wij allemaal kennen van de korven en kasten, zijn er honderden soorten wilde bijen. Variërend van bijen die leven in familie-
verband tot solitair levende exemplaren. Wereldwijd zijn er zorgen over toenemende bijensterfte. Onderzoek is in volle gang, maar twee belangrijke factoren dragen in ieder geval bij aan de verminderde gezondheid van bijen: • Teruglopen van de biodiversiteit. Het is voor bijen lastig om aan voldoende, kwalitatief goed voedsel te komen zoals nectar en pollen. Het aantal en de variëteit aan drachtplanten neemt af. Maar ook als er voldoende drachtplanten zijn, blijft zorgvuldig beheer nodig. Met het teruglopen van de biodiversiteit neemt de mogelijkheid tot nestelen af en heeft de bij minder overlevingskansen. • Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, waaronder neo-nicotiniden.
De volgende maatregelen zijn belangrijk om de bij te beschermen en de biodiversiteit te vergroten: • planten of zaaien van drachtplanten(bollen, kruiden, heesters en bomen), • aangepast beheer van beplantingen zoals het snoeien na de bloei van drachtplanten, • ecologisch beheer van bermen, • milieuvriendelijke onkruidbestrijding met alleen bij-vriendelijke gewasbeschermingsmiddelen, • inrichten van nestgelegenheden voor wilde bijen, • creëren van een netwerk voor alle levensfasen van de bij. Midden-Groningen zet de komende jaren haar actieve deelname voort aan het project “Groningen zoemt”. Met dit project willen verschillende organisaties een duurzaam, provincie breed netwerk voor bijen te realiseren. Binnen dit netwerk moeten bijen kunnen overleven in al hun levensfasen.
6.6
Duurzame energie en afvalverwerking
Vergisting en compostering
Fijnmazige dooradering
48
Hoofstuk 6 • Beheren met aandacht
Groenafval dat ontstaat door maai- en snoeiwerkzaamheden leent zich voor compostering of vergisting. Afhankelijk van de hoeveelheden groen die vrijkomen en de afstand tot verwerkingspunten is kleinschalige verwerking ter plekke of grootschalige verwerking op afstand mogelijk. In het buitengebied zijn agrarische coöperaties en hobbyboeren belangrijke partners in het bermbeheer en de afvoer van maaisel. De marktomstandigheden kunnen fluctueren. Die bepalen uiteindelijk welke vorm van afvalverwerking aantrekkelijk is. In aanvulling op de bestaande mogelijkheden van verwerking gaat de gemeente met geïnteresseerde bewoners na of buurtcompostering mogelijk is. • Groen en individuele energieopwekking • Midden-Groningen onderschrijft de betekenis van duurzame, individuele energieopwekking met zonnepanelen. Daarbij kunnen belangen door schaduwwerking conflicteren. In dat geval maakt de gemeente een keuze: • Bestaand openbaar groen en bomen krijgen voorrang boven de aanleg van particuliere en klein zakelijke zonnepanelen. Het groen wordt niet gekapt of gerooid. Het maatschappelijk belang van openbaar groen weegt in dit geval zwaarder dan de aanleg van individuele energieopwekking.
De initiatiefnemer weet bovendien dat het groen er al is. • Als bestaand, openbaar groen aan vervanging toe is kan de gemeente besluiten dit groen te verplaatsen maar alleen als het groen de energieopwekking verhindert. De energieopwekker participeert in dat geval in de kosten van de verplaatsing. • Bij mogelijke aanleg van nieuw groen maakt Midden-Groningen een afweging tussen het maatschappelijk belang van het nieuwe groen en het belang van individuele energieopwekking. Die afweging heeft betrekking op de plek van het nieuwe groen en de omvang ervan.
6.7
Tijdelijk openbaar groen
Een tijdelijke inrichting met openbaar groen kan een oplossing zijn voor plekken die voor onbepaalde tijd braak liggen. Denk aan terreinen in gemeentelijk bezit waar gebouwen zijn gesloopt en die nog niet zijn herontwikkeld. Of aan aangekochte terreinen die zijn gereserveerd voor toekomstige nieuwbouw van woningen en bedrijven. Tijdelijk openbaar groen draagt bij aan het aantrekkelijk houden van dergelijke plekken en vooral van hun omgeving. De ontwikkeling van natuurwaarden op deze terreinen kan met een ‘ontheffing tijdelijke natuur’. Met zo’n ontheffing staat de tijdelijk natuur toekomstige ontwikkelingen niet in de weg. Bij een tijdelijke, groene inrichting staat het belang van de omwonenden centraal. De gemeente moedigt aan dat zij participeren in de inrichting en het beheer. Denk bijvoorbeeld aan de inrichting als tijdelijke moes- of pluktuin. Aan dit gebruik kunnen bewoners en bedrijven geen rechten ontlenen. De gemeente legt het tijdelijk gebruik vast in een overeenkomst. Om het groene karakter van de gemeente tijdelijk verder te versterken, wil de gemeente ook overleggen met private eigenaren van terreinen die op een nieuwe bestemming wachten. Dit overleg heeft een vrijwillig karakter.
6.8
Ziekten, plagen en exoten
Niet alles is gezond
Bepaalde soorten groen zijn gevoelig voor ziekten en plagen. Ander groen biedt ziekten en plagen een schuilplaats. Dan spreken we van een waard-
49
Hoofstuk 6 • Beheren met aandacht
Moestuin, voor meer plekken een mogelijkheid, zoals hieronder
plant. En groen kan zelf ook een plaag zijn, als het woekert en lokale soorten verdringt, gezondheidsschade veroorzaakt of schade aan de gebouwde omgeving aanricht. Voorbeelden zijn: • ziekten in beplanting zelf: iepenziekte, essentaksterfte, • plaag: emelten in gras, • groen als waardplant: eikenprocessierups, • groen als plaag: reuzenberenklauw, Japanse duizendknoop, grote waternavel.
Niet alleen, niet altijd, niet tegen alle kosten
Bestrijding
De begroting voor het groenbeheer houdt rekening met een beperkte hoeveelheid plagen en ziekten die al langer bekend zijn. Bestrijding of beheersing van grote uitbraken of nieuwe soorten vallen buiten de reguliere begroting. In dat geval zijn aanvullende kredieten nodig.
Bestrijding van plagen en ziekten is een vast onderdeel van het groenbeheer. Gericht bestrijden, kiezen voor resistente planten en bomen en soms het aanpassen van het beheer lossen deze problemen voor een deel op. Het groenbeleid richt zich allereerst op het voorkomen van ziekten en plagen. Dat begint bij een uitgekiende keuze van plantmateriaal of een slimme inrichting van het groen. Daarmee voorkomt de gemeente een deel van de ziekten of plagen. Waar mogelijk zet de gemeente natuurlijke bestrijding in. De inzet van chemische middelen is vanuit wet- en regelgeving slechts minimaal en onder strikte voorwaarden toegestaan.
Invasieve exoten
Met de veranderingen in het klimaat en de internationale handel krijgen planten en dieren een kans die voorheen niet in Nederland voorkwamen. Deze planten worden aangeduid als invasieve exoten. Plaatselijk veroorzaken zij schade of hinder. Voorbeelden zijn de reuzenbalsemien, reuzenberenklauw, grote waternavel, waterteunisbloem en waterpest. Deze soorten staan op de internationale Unielijst van invasieve exoten en vereisen actieve bestrijding. De bestrijding richt zich op uitroeiing of beheersing. In Nederland is het opstellen van de bijbehorende beheerplannen opgedragen aan de provincies. De provincie Groningen heeft een Platform Invasieve Exoten, waarin terreinbeheerders nadenken over beheerplannen gericht op uitroeiing of beheersing van deze exoten. Midden-Groningen streeft naar vergroting van het aandeel gebiedseigen planten in ecologisch beheerde gebieden. Tegelijkertijd dringt zij het aandeel gebiedsvreemde soorten terug. Hun ecologische waarde is beduidend lager dan die van de gebiedseigen soorten.
50
Hoofstuk 6 • Beheren met aandacht
Omdat de ziekten, plagen en exoten zich vaak over grotere afstanden kunnen verplaatsen, overlegt de gemeente ook met andere grondeigenaren en buurgemeenten. Landelijke protocollen, beheerkaders en aanwijzingen van de nieuwe Voedsel- en Warenautoriteit zijn in dat geval richtinggevend. Soms zijn de middelen erger dan de kwaal of is de overlast zeer tijdelijk. Dat betekent een voortdurende afweging of de gemeente overgaat tot bestrijding, en zo ja waar en met welke intensiteit.
6.9
Parken en bossen
het Drevenbos is een ander voorbeeld van een geleidelijke aanpassing van het groen. Grote delen van het Gorechtpark zijn toe aan groot onderhoud en/of herinrichting voor nieuw gebruik.
6.10
Overlast in en door het groen
Illegale stort
Het illegaal storten van particulier (groen-)afval in het aanwezige, openbaar groen is een bron van ergernis voor omwonenden en een zorg voor de gemeente zelf. Gedumpt groenafval trekt op zijn beurt ander, ongewenst afval aan en biedt een schuilplaats voor ongewilde diersoorten. Voor omwonenden doet dat afbreuk aan hun woongenot, voor de gemeente is het een extra kostenpost in het beheer. Het illegaal storten van groenafval is terug te leiden tot de vraag: Wie geeft het goede voorbeeld? Hoe gemakkelijk kunnen bewoners hun groenafval kwijt? En wie handhaaft?
De parken in de kernen van Midden-Groningen passen bij het stedelijk karakter van de gemeente. Dat geldt zeker voor de parken in de kernen Hoogezand en Sappemeer. Zij zijn belangrijk voor de bewoners van de nieuwbouwwijken die het per vierkante meter woonruimte met minder groen stellen dan de bewoners van de dorpen. Deze parken bieden ruimte voor spelen, ontspannen en ontmoeten. Daarnaast kunnen zij door hun grootte betekenis hebben voor de ecologie in Midden-Groningen. Dat geldt ook voor de bossen die tot de groene hoofdstructuur behoren. Veel parken zijn toe aan groot onderhoud of zelfs een (gedeeltelijke) herinrichting. Daar zijn verschillende oorzaken voor: • Het gebruik is in de loop der tijd veranderd of een verandering van gebruik is op afzienbare termijn te verwachten. Aanpassing van het groen is in dit geval gewenst. • Het oorspronkelijk groen is versleten en is aan vervanging toe. • Het groen is door onvoldoende beheer niet langer toegesneden op het gewenste gebruik. • Een combinatie van de bovenstaande drie factoren.
De aanpak is drieledig: 1. Voorop staat dat de gemeente het goede voorbeeld geeft. Ervan uitgaande dat afval afval aantrekt, zorgt zij voor het snel en volledig afvoeren van het eigen snoeimateriaal en onkruid. Uitzondering hierop zijn de ecologisch beheerde gebieden. Hier voert de gemeente zo min mogelijk biomassa af maar verwerkt dit in het terrein als grashopen of takkenrillen. 2. Het gemeentelijk beleid voor het openbaar groen en het afvalbeleid staan los van elkaar, maar beïnvloeden elkaar wel. Als het financieel aantrekkelijk is particulier groen afval niet via de gemeente af te voeren, is er alle kans dat de stort in het openbare groen verdwijnt. Experimenten met compostering in de buurt geven een indicatie van de oplosbaarheid van het probleem. Zo’n experiment slaagt pas als de omwonenden bereid zijn elkaar aan te spreken op het stortgedrag: wat kan wel in de bak en wat vooral niet. 3. Handhaving ligt voor de hand. Daarvoor moeten de stakeholders bereid zijn snel te melden. Nog beter is het als zij zelf de overlastgevers aanspreken. Op dit onderwerp overlapt het sociale domein het fysieke domein. De gemeente kan dit niet alleen oppakken.
Het Noorderpark, het Margrietpark en het Oosterpark hebben recent groot onderhoud ondergaan of worden binnenkort heringericht, zo nodig gefaseerd. De recente visie op en aanpassing van het gebruik en het beheer van
Bladafval
Mensen waarderen bomen om hun positieve eigenschappen totdat zij er last van ondervinden. Dat kan zijn door bladafval, zaad- en vruchtafval, bloesem
51
Hoofstuk 6 • Beheren met aandacht
en schaduwwerking. Beide horen van nature bij het groen en zijn niet te voorkomen. Bestaand groen blijft daarom staan. Bij nieuwe ontwerpen kan met een goede sortimentkeuze en een goede plaatsing ten opzichte van particuliere terrein wel iets worden voorkomen maar lang niet alles.
Sociale veiligheid
Waar de sociale veiligheid in het geding is vanwege onoverzichtelijk openbaar groen, gaat de gemeente in gesprek met de stakeholders. Samen bekijken zij welke maatregelen de sociale veiligheid verbeteren. De oplossing hoeft niet in het groen te liggen, meer of ander toezicht en sociale controle zijn vaak net zo effectief.
Gezamenlijk verantwoordelijkheid
6.11
Particulier groen
Bomen
In de beleving van stakeholders en gemeente voegt particulier groen toe aan de groene kwaliteit van Midden-Groningen. Dat geldt in het bijzonder voor bomen. Zonder bomen zou het groen in gemeente minder monumentaal en beeldbepalend zijn. De omvang van de bomen hangt samen met hun leeftijd en verwijst naar de oorsprong van het gebied. Deze bomen hebben ook een functie in de ecologie van het gebied. Waar dat nodig is, zijn particuliere bomen nu nog beschermd in het bestaande beleid voor monumentale bomen van de voormalige drie gemeenten. Beschermende maatregelen bestaan uit het aanvragen van een omgevingsvergunning voor de kap en het eventueel subsidiëren van beheer en onderhoud. Op korte termijn harmoniseert de gemeente Midden-Groningen het
beleid voor bomen met een nieuwe, gedetailleerde beleidsnotitie Waardevolle houtopstanden. Bij de notitie horen ook een geactualiseerde lijst Waardevolle en monumentale bomen en een bijdrageregeling Waardevolle en monumentale bomen.
Verrommeling
De kwaliteit van particulier groen dat grenst aan de openbare ruimte is in de ogen van bewoners net zo belangrijk. Verrommeling van particuliere tuinen is een bestaande ergernis die afbreuk doet aan de kwaliteit van de woonomgeving. Het maakt voor de beleving niet uit of deze tuinen aan de voorkant of aan de achterkant van woningen liggen. De gemeente heeft geen zeggenschap over particuliere tuinen, anders dan in bijzondere gevallen zoals veiligheid of strijdigheid met ruimtelijke regelgeving. Wel kan zij een bemiddelende rol hebben door de inzet van gebiedsregisseurs. Deze regisseurs zijn een schakel tussen bewoners en hun organisaties, institutionele eigenaren van woningen zoals corporaties, ondernemers en andere stakeholders.
Groene terreinen van derden
De gemeente gaat waar nodig in gesprek met de eigenaren en/of beheerders van groene terreinen over de bijdrage die deze terreinen leveren aan het groene karakter van Midden-Groningen. Voor de natuurterreinen gaan zij samen na hoe de gemeentelijke fijnmazige structuur kan aansluiten op de grote natuurelementen van derden.
Beeldbepalend particulier groen
52
Hoofstuk 6 • Beheren met aandacht
6.12
Varianten voor het beheer
Vereenvoudiging van het beheer
Er zijn verschillende varianten op de huidige beheermaatregelen mogelijk. Verlaging van de onderhoudsfrequentie is er een van. Zo kun je een grasveld dat niet intensief wordt gebruikt slechts een paar keer per jaar maaien. Voor de verkeersveiligheid kan het verstandig zijn de randen langs wegen en paden frequenter te maaien. Een perk dat iedere keer weer wordt overwoekerd, is met een andere inrichting mogelijk beter te onderhouden. Voor plekken waar het groen op geen enkele manier verantwoord meer is te beheren, kan opruimen de laatste mogelijkheid zijn.
Behoud van groene oppervlakte
Hoe de varianten voor het beheer ook uitvallen, behoud van groene oppervlakte staat voorop. Wie het initiatief neemt voor het verkleinen van het areaal heeft ook de verantwoordelijkheid met oplossingen te komen. Of het nu een stakeholder is of de gemeente.
Deze en andere varianten komen tot stand in het gesprek tussen stakeholders en gemeente over het buurtgroen (zie hoofdstuk 7). Aansprekende voorbeelden helpen het gesprek op gang te brengen.
Vele kleintjes maken een grote
Samenvoegen van kleinere eenheden in het buurtgroen tot een grotere eenheid maakt het beheer eenvoudiger. Deze kostbare maatregel is pas aantrekkelijk als de uitvoering samenvalt met andere projecten in de openbare ruimte zoals de vervanging van riolering of herprofilering van wegen. Anders wegen de kosten niet tegen de baten op.
Overdracht van snippergroen
Waar mogelijk stemmen gemeente en terreineigenaren beheermaatregelen op elkaar af en kijken zij hoe zij kunnen samenwerken. Dat geldt in het bijzonder voor het Groninger landschap, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en het waterschap Hunze en Aa’s. De afstemming verloopt via de ambtelijke organisaties.
Verkoop aan en bruikleen van snippergroen door particulieren verlagen de kosten van het beheer omdat het areaal openbaargroen afneemt. Snippergroen betreft de kleine plantvakken in de straat direct voor de eigen deur of grenzend aan de eigen tuin. Particulieren krijgen met de overdracht het groen voor de deur in eigendom of langdurig beheer en kunnen het onder voorwaarden zelf inrichten. Dit betreft het domein van grondzaken. Midden-Groningen ontwikkelt eenduidig beleid voor de overdracht.
Begraafplaatsen
Verlagen van de beeldkwaliteit
De afspraken over het beheer van de Israëlitische begraafplaatsen blijven ongewijzigd. Met de beheerders van de overige bijzondere begraafplaatsen gaat de gemeente op vrijwillige basis in gesprek over de bijdrage die deze begraafplaatsen leveren aan het groene karakter van Midden-Groningen.
de menskracht en middelen kunnen mogelijk elders worden ingezet. De keerzijde is dat plekken met een laag niveau mogelijk ongewenst gebruik aantrekken. Gemeente en stakeholders voeren samen het gesprek over een dergelijke variatie in beeldkwaliteit en over de plekken waar dit toepasbaar is. Het vastleggen van de afspraken gebeurt in het beheerplan (zie hoofdstuk 7).
Op zeer specifieke plekken met een extensief gebruik is het te overwegen het onderhoudsniveau in het buurtgroen te verlagen van Basis naar Laag (CROW C). Dat is het niveau waarop het groen nog wel in stand blijft. De gebruikswaarde en beeldkwaliteit zijn echter lager dan bij Basis. Vrijkomen-
53
Hoofstuk 6 • Beheren met aandacht
Snippergroen in woonwijk
7.
Participeren in het openbaar groen Maatwerk op de plek slaagt het beste door nauw samenspel van iedereen die bij het openbaar groen is betrokken. Dit hoofdstuk gaat in op vragen als: Wie speelt mee, welke rollen zijn beschikbaar, hoe is het samenspel georganiseerd en kan iedereen zijn talent inbrengen?
Stakeholders, wie zijn dat eigenlijk?
7.1
Hoe de vertegenwoordiging van de stakeholders tot stand komt, is een vraagstuk op zich en overstijgt het groenbeheer.
Participatie en stakeholders
Het Kompas jaagt de participatie in het openbaar groen aan
Het Kompas voor de herindeling heeft als een van de bouwstenen maatwerk op de plek. Het Kompas biedt bewoners en andere stakeholders de mogelijkheid te participeren in de inrichting van de openbare ruimte of in het niveau van beheer. Maar ook bij het opstellen van beleid. Zoals bij deze nota, waarvoor verschillende stakeholders vanaf het begin essentiële bijdragen hebben geleverd (zie bijlage Verantwoording).
meedoen meebeslissen
“
meedenken meebeoordelen
Wie ziet hier kansen voor participatie?
54
Hoofstuk 7 • Participeren in het openbaar groen
meeweten
55
Participatieladder voor de openbare ruimte
Hoofstuk 7 • Participeren in het openbaar groen
Midden-Groningen kijkt met participatie in het openbaar groen verder dan de eigen inwoners. De gemeente rekent in ieder geval tot de stakeholders in het groen: bewoners en hun verenigingen, woningcorporaties, ondernemersverenigingen, schoolbesturen, natuurverenigingen, agrarische coöperaties, terreineigenaren en zorginstellingen. Ook anderen kunnen participeren. Kortom, iedereen die belang heeft bij het openbaar groen.
7.2
De rol van de stakeholder en de structuren
Buurtgroen
De belangrijkste groene structuur voor participatie is het buurtgroen. In de directe omgeving van de verschillende stakeholders is dit de meest dynamische structuur. Het buurtgroen leent zich voor aanpassingen aan snel veranderend gebruik, zonder het groene karakter van Midden-Groningen te veranderen. Naast gebruik, ontwerp, inrichting en beheer is ook de plek van het buurtgroen zelf onderwerp voor het gesprek tussen stakeholders en gemeente. Dat gesprek speelt zich af binnen de doelstellingen en uitgangspunten zoals die in de voorgaande hoofdstukken staan. Hoewel hun rollen verschillen is de positie van de gesprekpartners in het buurtgroen gelijkwaardig.
Lokale groenstructuur
De lokale groenstructuren liggen voor de middellange tot lange termijn vast. Hun robuuste structuur is gebaat bij een lagere dynamiek dan het buurtgroen. Het groen moet hier tot wasdom kunnen komen. Lokale structuren dragen het karakter van hun omgeving. Veranderingen in de lokale groenstructuur gaan daarom niet alleen de direct omwonenden aan. Stakeholders hebben een essentiële rol in het vaststellen van de inrichting en het beheer van de lokale structuren. Zij zijn expliciet uitgenodigd hun aandeel te leveren en inzichten te delen. De gemeente heeft het voortouw als het gaat om het algemeen belang van deze structuren. Dat zijn de plek en het ontwerp. De gemeente staat ook voor het in stand houden van de lokale groenstructuren.
Groene Hoofstructuur
De groene hoofdstructuur dient iedereen in Midden-Groningen. Deze lijnen en elementen liggen vast voor de lange termijn. Het openbaar groen moet de kans krijgen het karakter van Midden-Groningen tot uitdrukking te brengen. Deze structuur kent de laagste dynamiek. De gemeente is volledig verantwoordelijk voor het in stand houden en ontwikkelen van de groene hoofdstructuur. Zij is leidend in alle facetten van bestemming tot beheer. De parken en bossen die tot de groene hoofdstructuur behoren zijn van betekenis voor alle bewoners. Daarom betrekt Midden-Groningen alle relevante stakeholders in een vroeg stadium bij planvorming en -uitvoering. Zij hebben allereerst een inbreng als het gaat om het gebruik van deze plekken. Omdat veranderingen in gebruik, ontwerp, inrichting en beheer van de hoofdstructuur het algemeen belang betreffen ligt besluitvorming op hoofdlijnen bij de gemeenteraad. Het College van B&W besluit over de nadere uitwerking. De rollen van stakeholders en gemeente zijn per aspect van het groen vastgelegd voor de drie structuren:
7.3
Hoe ziet de organisatie eruit?
Flexibel beheer en inrichting vraagt een flexibele organisatie
Het gebruik, de plek van het groen, het ontwerp, de inrichting en de beheermaatregelen voor het buurtgroen komen in samenspraak tot stand. Maatwerk en participatie vragen om een flexibele benadering van het beheer. Beheermaatregelen zijn voor iedere straat, buurt of wijk anders, er is niet langer sprake van een eenduidig stramien van werkzaamheden. Het fysieke beheer en de inrichting van de omgeving is verweven met het maatschappelijk beheer zoals wijkregie en de dorpencoördinatie. Anders slaagt de participatie niet. Dat vraagt naast vakmanschap een grote mate van flexibiliteit, improvisatietalent en communicatievaardigheid van de groene vakmedewerkers die in het beheer werken. De gevolgen van de verschuiving in taken mogen niet worden onderschat. De gemeente zet gericht in op het vergroten van de noodzakelijke vaardigheden bij de beheerafdeling en de beheerteams. Dat verloopt volgens een groeimodel, net zoals de participatie zelf (vorming en scholing, operationele beheerplannen, organisatie van het werk).
Structuur Rol in:
Groene hoofdstructuur
Lokale groenstructuur
Buurtgroen
Gebruik
Gemeente
Gemeente / advies stakeholders
Stakeholders / gemeente
Inrichting
Gemeente
Gemeente / in overleg met stakeholders
Gemeente in overleg met stakeholders / stakeholders zelf
Beheer
Gemeente
Gemeente
Gemeente / stakeholders
Beslissing
Gemeenteraad op hoofdlijnen, B&W op uitvoering
Gemeenteraad op hoofdlijnen, B&W op uitvoering
B&W / stakeholders
56
Hoofstuk 7 • Participeren in het openbaar groen
Beheerplan centraal in de afspraken
Afspraken over participatie in het beheer krijgen een plaats in beheerplannen per wijk of dorp. Deze plannen bestaan deels al, maar vooral als intern document. Beheerplannen nieuwe stijl zijn ook extern gericht. Zij bevatten bindende afspraken die gemeente, bewoners en overige stakeholders maken over het beheer. Afspraken die gaan over alle aspecten van het beheer. De participanten kiezen samen de kwaliteitsbeelden die als referentie dienen. Zij bekijken ook samen welke effecten hun plannen op de langere termijn hebben. Midden-Groningen beschikt over beheerplannen (voor het openbaar groen) per dorp, wijk of buurt. De plannen beschrijven onder andere: • de doelstellingen voor het openbaar groen met de gewenste gebruikskwaliteiten, • de randvoorwaarden voor dat groen die voortvloeien uit deze beleidsnota • de arealen verschillende soorten groen en hun ligging, • de plantvakken met hun soorten, • de ecologische waarden, • de beheermaatregelen (intensiteit van de maatregelen, meetlat beeldkwaliteit), • de verdeling van inspanningen tussen stakeholders en gemeente, • de terugvalopties voor het geval participatie door stakeholders niet slaagt.
of veiligheidscertificaat is vereist. Per geval gaat de gemeente na of participanten dergelijke werkzaamheden zelf kunnen uitvoeren op voorwaarde dat zij voldoen aan de gestelde trainingseisen. Agrarische coöperaties zijn vaak goed geëquipeerd en geschoold. Met hen kan de gemeente aparte afspraken maken over het beheer. Een voorbeeld daarvan is het bermbeheer in het buitengebied.
Dorpsrandparken: voorlopers van participatie
Dorpsrandparken in de voormalige gemeente Slochteren zijn een schoolvoorbeeld van participatie in het openbaar groen. Midden-Groningen zet dat beleid voort en kijkt of zij samen met stakeholders meer dorpsrandparken kan ontwikkelen. Meervoudig gebruik staat voorop in zo’n ontwikkeling. Het stichten, aanleggen en beheren van dorpsrandparken is maatwerk. Het maken van afspraken tussen stakeholders en gemeente dus ook. Bestaande afspraken blijven gehandhaafd.
Het plan bevat ook een beschrijving van de effecten van de voorgenomen maatregelen. De komende jaren past de gemeente de bestaande beheerplannen aan en stelt waar nodig nieuwe op. Samen met de stakeholders vult zij de doelstellingen in (gebruik/inrichting/beheer/participatiegraad).
Stakeholders en het dagelijks beheer
De kansen die het Kompas stakeholders biedt hun eigen omgeving meer gestalte te geven, brengt verantwoordelijkheden met zich mee. In beginsel kunnen bewoners of organisaties alle werkzaamheden uitvoeren die geen gespecialiseerde training vragen. Training is nodig voor het bedienen van machines of het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor een specialisme
57
Hoofstuk 7 • Participeren in het openbaar groen
Voorloper van participatie
Omgaan met groeiende verschillen
Participatie in het groenbeheer vergroot de verschillen in beeldkwaliteit van het groen binnen de gemeente. Iedereen participeert weer op een andere manier. En met een andere uitkomst. De toename van de verschillen staat op gespannen voet met het uitgangspunt de herkenbaarheid te vergroten van de gemeente als geheel. Dat onderstreept het uitgangspunt dat de groene hoofdstructuur en de entrees de herkenbaarheid van Midden-Groningen bepalen. De gemeente heeft op deze plekken zelf het stuur in handen. In mindere mate geldt dit voor de lokale groenstructuur die het karakter van een individuele wijk, kern, of dorp bepaalt. Hier hebben stakeholders vooral een rol in de planvorming.
Wat als de participatie door stakeholders niet slaagt?
Als de participatie moeilijk of niet tot stand komt, gaat de gemeente samen met de stakeholders na wat belemmert. Denk aan factoren als kennis bij de stakeholders, beperkte grootte van de groep stakeholders of het organisatievermogen. Waar dat een gelijke behandeling van gelijke gevallen niet in de weg staat, gaat de gemeente na hoe zij kan bijdragen aan het wegnemen van de belemmering. De gemeente faciliteert waar mogelijk, maar neemt het stuur van de participatie niet over. Als de stakeholders er niet in slagen de nodige inspanningen te leveren of er geen kansen in zien, zet de gemeente het beheer voort. Zij voert het beheer uit op het afgesproken niveau (Basis). Waar dat nodig is, vereenvoudigt de gemeente de inrichting van het groen om beheer zo efficiënt mogelijk te maken.
eerder geschetst werken deze medewerkers onder begeleiding van vakbekwame maar niet in begeleiding gespecialiseerde groenmedewerkers. Het grote aandeel BWRI-medewerkers in het groenbeheer heeft gevolgen voor de flexibiliteit van de werkorganisatie en de financiën (zie hoofdstuk 8). Midden-Groningen onderzoekt of zij de BWRI-medewerkers vanuit gespecialiseerde begeleiding en een gewijzigde werkwijze meer passend kan inzetten. Het doel is de vakmedewerkers de ruimte te geven hun groene vak uit te oefenen en zich niet meer op de dagelijkse, gespecialiseerde begeleiding te richten. De inzet van hun vakkennis is immers nodig om verdere achterstanden te voorkomen en bestaande in te lopen.
Een nevendoelstelling van participatie is het kunnen schuiven met middelen, al zijn de effecten mogelijk beperkt (zie hoofdstuk 8). Als participatie niet slaagt, komen zeker geen gemeentelijke middelen vrij. Deze middelen gaan in dat geval opnieuw op aan het reguliere beheer. Met als logisch gevolg dat mogelijk aan participatie verbonden verbeteringen in de gebruikskwaliteit van het openbaar groen, versterking van structuren of uitbreidingen vertragen.
7.4
Werk is ook participeren
Midden-Groningen hanteert het begrip ‘participeren in het groenbeheer’ ook op een andere manier. Meerdere medewerkers van de beheerafdeling vervullen momenteel een zogeheten participatiebaan. Dat zijn banen die voortvloeien uit de zogeheten Participatiewet. Doel van de wet is iedereen op zijn of haar niveau te laten deelnemen aan de maatschappij. Het hebben van een betaald werk hoort daarbij. Omdat niet iedereen dat volledig op eigen kracht kan, maakt de wet participatiebanen mogelijk. De gemeente Midden-Groningen heeft een groot aantal participatiebanen gecreëerd via de eigen afdeling BWRI. Midden-Groningen biedt daarnaast re-integratiebanen.
Een plus op de inrichting door stakeholders
58
Hoofstuk 7 • Participeren in het openbaar groen
Beide typen medewerkers zijn vervolgens ondergebracht binnen de gemeentelijke organisatie, waaronder de beheerafdeling. Meer dan 7 op de 10 medewerkers in de beheerteams hebben een participatiebaan. Zoals al
Verweving van particulier en openbaar groen
59
Hoofstuk 7 • Participeren in het openbaar groen
8.
Middelen Inzet van mensen en geld is nodig om het openbaar groen te beheren. Hoeveel, hoe en waar deze middelen worden ingezet is het thema van dit hoofdstuk. Alleen als gemeente, bewoners en stakeholders hun middelen gezamenlijk inzetten, kunnen zij op iedere plek het gewenste groene gebruik en de gewenste kwaliteit bereiken. De langjarige betekenis van groen betekent dat er ook langjarige planning van middelen nodig is.
8.1
Meer dan geld
Het begrip middelen gaat verder dan de financiële inzet van de gemeente. Centraal in het Kompas voor Midden-Groningen staat de samenwerking tussen stakeholders en gemeente. De inzet van stakeholders bij het beheer van de directe omgeving is een mogelijkheid de middelen uit te breiden.
8.2
Huidige middelen en beheer
In 2019 bedraagt het budget voor het beheer van openbaar groen in de dorpen, kernen, wijken en het buitengebied ruim € 6,1 miljoen. Dit is inclusief de uitbesteding. BWRI functioneert daarbij als interne aannemer. Het budget komt tot stand op basis van oppervlakten en kengetallen voor de verschillende werkzaamheden: • De financiële berekeningen baseren zich op eenheidsprijzen en ervaringscijfers. Eenheidsprijzen zijn all-in prijzen voor de verschillende onderhoudswerkzaamheden die leiden tot het vastgestelde kwaliteitsbeeld. • De eenheidsprijzen zijn inclusief inboet en reguliere vervanging van groen. Kleine schades in het groen zijn op te vangen. • Eenheidsprijzen zijn gevoelig voor schaaleffecten. Hoe kleiner het areaal, hoe hoger de prijs per eenheid. Hetzelfde geldt voor verspreide ligging van de gelijksoortige bestanden. Veel kleine vakken zijn duurder dan een groot vak met dezelfde totale oppervlakte.
De huidige fysieke en financiële middelen laten geen ruimte voor uitbreiding van het beheer. Ongeacht of het om intensiever beheer, bestrijding van exoten, uitbreiding van het bestaande areaal, of verfraaiing van het bestaande groen gaat. Financiële ruimte ontstaat alleen door inkrimping of vereenvoudiging van het bestaande beheer, door inzet van stakeholders of door in de exploitatiebegroting van nieuwe projecten de toename van het beheerareaal in te calculeren.