CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Begr. OPRON en meerjarenraming 2020-2026

Raadsvergadering 28 april 2022, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Begrotingen 2022 Scholengroep OPRON en Ultiem onderwijs9.612 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting 2022 Meerjarenraming 2022-2026

Scholengroep OPRON, stichting openbaar primair onderwijs Vestigingsadres : Schaepmanstraat 25, 9645 HC Veendam Postadres : Postbus 138, 9640 AC Veendam Telefoon : (0599) 696 390 E-mail : info@opron.nl Website : www.opron.nl

Begroting 2022

VOORWOORD Voor u ligt de begroting van Scholengroep OPRON voor het kalenderjaar 2022, met een doorkijk naar de jaren daarna. Bij het opstellen van deze begroting zijn de thema’s, doelen en kernwaarden uit het strategisch beleid het uitgangspunt geweest. Door op deze wijze te begroten, zetten we een duidelijke, inhoudelijke en breed gedragen koers in, ook daar waar het om financiën gaat. Deze begroting is tot stand gekomen door het voeren van begrotingsgesprekken met iedere OPRON-directeur. Samen met HR en onze controller heeft iedere directeur ook dit jaar weer zelf invulling kunnen geven aan de inzet van de bekostiging op zijn of haar school. Op deze wijze is iedere directeur in staat om de gelden zo in te zetten, dat de besteding ervan past bij zijn doelgroep, bij het team en bij de schooljaarplannen. Dit maakt dat ook de begrotingen op schoolniveau zo beleidsrijk mogelijk zijn. Deze begrotingen samen, leggen de basis voor de begroting van de gehele scholengroep. Als de begrotingen op schoolniveau eenmaal zijn opgesteld, gaan we met de begroting voor OPRON algemeen aan de slag. Hier begroten we bijvoorbeeld de kosten voor de vakleerkrachten, de invalleerkrachten, maar ook de begeleiding van startende leerkrachten. Tot slot is het begrotingsgesprek met betrekking tot het bovenschools management gevoerd.

Al deze gesprekken samen, zorgen voor een begroting die beleidsrijk en vanuit de dialoog, met oog voor eigen verantwoordelijkheden en inspraak, tot stand is gekomen. Zo komen we tot een begroting, waarin eenieder zijn eigen accenten legt en waarbinnen we op die manier ook ruimte kunnen blijven bieden voor de schoolspecifieke wensen in de schoolbegrotingen. De bestuursformatie wordt met de vaststelling van deze begroting tevens bepaald. Aan de GMR wordt daarom naast advies over deze begroting, ook instemming gevraagd met de uitwerking van de vastgestelde normen (zie bijlage Begrotingsnormen) in een formatieverdeling per school. Het grote voordeel van deze werkwijze, is dat er snel duidelijkheid bestaat over de formatie per school, waardoor de scholen ruimer tijd hebben om, in overleg met team en MR, te komen tot een invulling van de formatie voor het schooljaar 2022-2023, hetgeen de kans op tijdige en volledige bezetting vergroot.

Drs. M.M. Andreae Voorzitter CvB/Bestuurder Scholengroep OPRON November 2021

1

Begroting 2022

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ..................................................................................................... 3 1.1 Vooraf: focuspunten en risico’s .......................................................................................................................3 1.2 De organisatie ........................................................................................................................................................3 1.3 OPRON en de gemeenten ..................................................................................................................................5

2.

HOOFDLIJNEN ................................................................................................ 6 2.1. Begroting in relatie tot strategisch beleid OPRON ......................................................... 6 2.2 Ontwikkeling aantal leerlingen .................................................................................... 9 2.3 Uitgangspunten begrotingssystematiek ........................................................................ 9

3.

EXPLOITATIEBEGROTING 2022 OP BESTUURSNIVEAU ....................................... 13 3.1 Exploitatiebegroting 2022 ........................................................................................ 13 3.2 Toelichting op exploitatiebegroting 2022 .................................................................... 13

4. MEERJARENPERSPECTIEF.................................................................................. 17 4.1 Meerjarenbegroting 2022-2026 ................................................................................ 17 4.2 Toelichting bij de meerjarenbegroting........................................................................ 17 4.3 Kengetallen ............................................................................................................ 17 4.4 Kasstroomoverzicht ................................................................................................. 18 4.5 Meerjarenbalans ..................................................................................................... 18

5. BIJLAGE BEGROTINGSNORMEN ......................................................................... 20

2

Begroting 2022

1.

INLEIDING

Voor het opstellen van de begroting 2022 zijn we uitgegaan van de jaarrekening 2020, de begroting 2021 en de prognose voor 2022. In hoofdstuk 1 schetsen we voor de volledigheid in het kort de organisatie structuur van Scholengroep OPRON (OPRON). De hoofdlijnen van het begrotingsbeleid, voortkomend uit ons strategisch beleidsplan worden in hoofdstuk 2 beschreven. De exploitatiebegroting komt in hoofdstuk 3 aan de orde en in hoofdstuk 4 de meerjarenraming voor de periode 2022-2026. 1.1 Vooraf: focuspunten en risico’s − Een aantal risico’s die hebben geleid tot ongeplande overschrijdingen in de afgelopen jaren zijn meegenomen in de begroting, de kans op tegenvallers is daarmee verkleind; − Het weerstandsvermogen van OPRON is nog niet op wenselijk niveau; de bedrijfsvoering is er op gericht om dit te laten stijgen, maar er gaan een aantal jaren overheen om dit te bewerkstelligen; − Hoewel HR goed in control is ten aanzien van verzuimdossiers, deze dossiers compleet en op orde zijn, we er sterk op gericht zijn om het verzuim terug te dringen en er op ons verzoek een extern begeleid traject loopt vanuit het Vervangingsfonds om met ons mee te kijken in ons verzuim, is ons ziekteverzuimpercentage hoger dan waar we naar streven, dit betreft met name medisch verzuim, maar ook verzuim veroorzaakt door COVID-19 (maatregelen); op dit type verzuim hebben we spijtig genoeg relatief weinig

invloed; − In 2020 is OPRON een schoollocatie voor nieuwkomers gestart, naar aanleiding van de heropening van het AZC in Musselkanaal. Een dergelijke school heeft vaak een sterk wisselend leerlingaantal, het is zaak de financiën en inzet behorend bij deze locatie extra goed te monitoren; − Er wordt opnieuw, en meer, geïnvesteerd in de begeleiding van leerkrachten die starten binnen OPRON. Deze begeleiding zien wij als een zeer belangrijke component in de inductiefase en helpt om leerkrachten te behouden voor het beroep. Zo borgen we duurzaam en doelgericht werken; − Het is van belang om in de begroting voldoende ruimte te reserveren voor de ontwikkelbehoefte van onze medewerkers. Door ruimte te geven voor scholing, begeleiding en maatwerk, kunnen onze medewerkers professioneel blijven handelen, onderwijs op maat bieden en duurzaam ingezet worden; − In 2020 is de samenwerking tussen SO (brinnr. 26NL-N1) en SBO (brinnr.19TV) verder bestendigd, door samen door te gaan onder een nieuwe naam: Kindcentrum Westerwinde. In dit Kindcentrum is een breed scala aan expertise aanwezig, zodat we ook deze doelgroep onderwijs op maat kunnen bieden, maar waar zich ook een expertisecentrum ontwikkelt, dat kennis en ondersteuning kan bieden in het reguliere onderwijs.

In navolging hierop, hebben we van de minister van Onderwijs toestemming gekregen om te starten met de beleidsregel ‘experimenten samenwerking regulier en speciaal onderwijs’. 1.2 De organisatie OPRON is de stichting voor Openbaar PRimair ONderwijs in de gemeenten Midden-Groningen, Stadskanaal en Veendam. De kernactiviteiten van de stichting zijn: het bieden en verzorgen van breed en algemeen toegankelijk openbaar onderwijs aan alle kinderen van 4 tot en met 12 jaar, in een als veilig en vertrouwd ervaren fysieke en sociale omgeving. het vergroten van kennis en het ontwikkelen van vaardigheden van de leerlingen om hen daarmee in staat te stellen op een volwaardige wijze deel te nemen aan de maatschappij, zodanig dat hun kwaliteiten daarbij zo goed mogelijk tot uiting komen.

3

Begroting 2022

Deze opdracht is onder andere verwoord in artikel 8 en artikel 46 van de WPO en artikel 49 van de WEC. Voor de Margaretha Hardenbergschool (ZML school) moet opgemerkt worden dat op deze school leerlingen tot 18 jaar onderwijs ontvangen. Tot de stichting behoren 18 scholen, waarvan 16 basisscholen, één school voor speciaal basisonderwijs en één school voor (voortgezet) speciaal onderwijs. De structuur van de organisatie wordt in afbeelding 1 weergegeven. Raad van Toezicht In 2013 hebben de gemeenteraden ingestemd met een verandering van de statuten en een formele verandering van de structuur van de organisatie. De wettelijk verplichte scheiding tussen bestuur en intern toezicht is nu geformaliseerd middels het model Raad van Toezicht - College van Bestuur. College van Bestuur Met de invoering van het model Raad van Toezicht – College van Bestuur ligt de bestuurlijke verantwoordelijkheid bij het College van Bestuur. Schooldirecties Elke school heeft een integraal verantwoordelijke directie. Deze is verantwoordelijk voor het onderwijskundige, financiële en personele beleid van de eigen school. De directeur wordt bij de uitvoering van de taken ondersteund door een interne begeleider. De schooldirectie voert namens het bevoegd gezag overleg met de medezeggenschapsraad van de school.

GMR De GMR wordt actief betrokken conform de WMS bij de inhoud en uitvoering van nieuw en bestaand beleid.

GMR

College van Bestuur

Raad van Toezicht

actieteam stafbureau directieberaad

directie mr

team

directie mr

team

directie mr

team

directie

directie mr

team

mr

team

Afbeelding 1 Organogram Scholengroep OPRON

Actieteams Jaarlijks worden een aantal actieteams ingesteld. In elk actieteam zijn verschillende disciplines vertegenwoordigd. De actieteams bereiden beleidsnotities voor of werken onderdelen van het strategisch beleid uit en leggen dit voor aan het directieberaad en het College van Bestuur.

4

Begroting 2022

Ondersteuning Het College van Bestuur en de schooldirecties worden ondersteund door het bestuurskantoor, waarin het secretariaat en specialistische taken rondom onderwijs, personele en financiële zaken zijn ondergebracht. Een deel van de financiële, personele en salarisadministratie is, sinds 1 januari 2017, uitbesteed aan Onderwijsbureau Meppel. 1.3 OPRON en de gemeenten De gemeenten hebben de grondwettelijke taak te voorzien in voldoende openbaar onderwijs. Om vanuit die taak toezicht te houden op de gang van zaken is in de statuten vastgelegd dat het College van Bestuur de begroting en de jaarrekening aan de gemeenten verstrekt en dat de gemeenten, indien zij dit wensen, hun zienswijze aan het College van Bestuur kenbaar maken. Het College van Bestuur zendt vervolgens een reactie op de zienswijze aan de gemeenten. Daarnaast brengt het College van Bestuur aan de gemeenten jaarlijks verslag uit omtrent zijn werkzaamheden. In geval van ernstige taakverwaarlozing zijn de gemeenteraden bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de scholen overeenkomstig de daartoe geldende wetsartikelen.

5

Begroting 2022

2.

Hoofdlijnen

2.1. Begroting in relatie tot strategisch beleid OPRON Bij het opstellen van deze begroting is het strategisch beleid van OPRON, dat in 2019 is opgesteld voor de periode 2019-2023, richtinggevend geweest. Dit beleidsplan is OPRON-breed tot stand gekomen en is daarom van en voor ons allemaal. Door de begroting hier zo veel mogelijk op af te stemmen en hier bij aan te laten sluiten, creëren we ook een begroting die aansluit bij de koers die we gezamenlijk voor OPRON hebben uitgestippeld. Deze begroting sluit daarom ook aan bij de volgende missie en visie: ‘Scholengroep OPRON staat voor goed openbaar onderwijs. Binnen onze scholen stellen wij kinderen in staat hun eigen talenten en persoonlijkheid te ontdekken en te benutten. Elke leerling telt mee ongeacht afkomst, cultuur of geloofsovertuiging. Wij respecteren elkaar, zijn in contact met ouders en participeren in onze samenleving. Wij waarderen onze medewerkers, die iedere dag weer de verantwoordelijkheid nemen het beste uit leerlingen, collega’s en zichzelf te halen’ ‘We werken vanuit onze kernwaarden Vertrouwen en Verantwoordelijkheid. Vanuit vertrouwen geven we ruimte om beslissingen te nemen, is er ruimte voor eigen identiteit en werken we aan eigenaarschap van medewerkers en leerlingen. Vertrouwen heeft voor ons ook te maken met betrokkenheid, aandacht hebben voor elkaar en open en duidelijke communicatie.

Vanuit eigenaarschap en betrokkenheid werken we samen aan de doelen van Scholengroep OPRON. Samen zijn we verantwoordelijk voor het slagen daarvan. Dit geldt voor medewerkers, ouders en leerlingen. Een voorwaarde voor het gezamenlijk kunnen dragen van deze verantwoordelijkheid is een professionele cultuur. Een cultuur waarin het gedrag van alle betrokkenen ervoor zorgt dat we de doelen, die we gesteld hebben, behalen en iedereen een gevoel van welbevinden ervaart. Vanuit vertrouwen en verantwoordelijkheid werken we samen aan de ontwikkeling van onze leerlingen, onszelf en Scholengroep OPRON.’

−

−

Conform het strategisch beleid worden de ICT-voorzieningen ieder jaar steeds verder op orde gebracht; OPRON had hier wat in te halen, maar middels een heldere en complete inventarisatie van onze hardware en een passend investeringsplan maken we een goede inhaalslag, zodat we ons onderwijs ook op deze wijze toekomstbestendig maken; Los van de investering in ICT-hardware, is het ook van belang om te blijven investeren in de ICT-vaardigheden. Jaarlijks wordt de scholingsbehoefte geïnventariseerd en wordt er naar aanleiding daarvan geïnvesteerd in scholing om ons onderwijs toekomstbestendig te maken;

6

Begroting 2022

−

Kennisdeling leidt tot professioneel handelen, meer onderwijs op maat en toekomstbestendig onderwijs. Voor 2022 hebben we uren, en dus gelden, gereserveerd voor de inzet van een bovenschools ambulant begeleider. Deze begeleider is in staat om de kennis vanuit het Kindcentrum Westerwinde te delen binnen ons reguliere onderwijs. Op deze manier kan ze onze collega’s ondersteunen, daar waar ze nog handelingsverlegen zijn ten aanzien van de specifiekere ondersteuning die sommige leerlingen nodig hebben. De inzet van ons Kindcentrum Westerwinde als expertisecentrum is een waardevolle ontwikkeling, waarmee we onze scholengroep goed kunnen versterken.

−

Duurzame inzetbaarheid en professioneel handelen zien we als belangrijke pijlers van ons onderwijs. Conform ons beleid ‘startende leerkracht’ investeren we in onze startende collega’s door personele inzet te genereren op de begeleiding van deze starters. De leerkrachten die de ambitie hebben om een dergelijke bovenschoolse taak te vervullen, kunnen we zo de uren geven voor ondersteuning en begeleiding van deze startende leerkrachten. Voor 2022 hebben we meer budget gereserveerd voor deze begeleiding, dit omdat we meer nieuwe medewerkers hebben en we hechten aan de positieve effecten van deze begeleiding; OPRON zet in op deelname aan ‘Plan V’. Plan V ondersteunt en zet in op het verbeteren van het verzuimbeleid. Dit gebeurt middels bijvoorbeeld ondersteuning bij competentieontwikkeling van schoolleiders, het herijken van het HR-beleid, waaronder verzuimbeleid en de uitvoering ervan, en training om verzuimgesprekken effectiever te maken. Er is in de begroting rekening gehouden met mogelijke uitgaven hiervoor; Ook in 2022 loopt het traject ‘Succes4all’ door binnen onze scholengroep. Success for All is een van oorsprong succesvol Amerikaans taal-/leesprogramma voor basisscholen. Goed kunnen lezen is heel belangrijk, we investeren hier middels deze beproefde aanpak duurzaam en doelgericht in.

In het Success for All-programma wordt het leren lezen én leesplezier gestimuleerd door kinderen actief taal te laten gebruiken. Dit wordt gedaan door aansprekende verhalen en mooie (lees)boeken te lezen tijdens de taal-/leesles. Verwerking vindt plaats door samen te werken.

-

−

7

Begroting 2022

−

−

−

−

−

Investering in scholing, is investeren in medewerkers. Er is daarom voor 2022 extra financiële ruimte gereserveerd voor scholing. Daarmee bevorderen we niet alleen het professioneel handelen van onze medewerkers, maar door scholing kunnen we ook inzetten op kennisdeling, waarbij samen leren een uiting is van professionele cultuur; In de WPO is opgenomen dat een schoolbestuur moet beschikken over een observatieinstrument waarmee de ontwikkeling van leerkrachten kan worden gevolgd. Een dergelijk observatie-instrument moet objectief en kwalitatief goed zijn. OPRON investeert in de inzet van de Vaardigheidsmeter (VHM). De VHM wordt gebruikt als ontwikkelinstrument, het geeft zicht op de ontwikkelmogelijkheden ten aanzien van het instructiegedrag en het professioneel handelen van leerkrachten. Het geeft inzicht in de sterke punten en de ontwikkelpunten van leerkrachten. Het dient als input voor de professionele dialoog tussen leerkracht en directeur. In de begroting is geld gereserveerd voor de VHM en voor de certificering van de schoolleiders; Er wordt geïnvesteerd in het tweede jaar van het kwaliteitstraject ‘Kleuterimpuls’. OPRON heeft een maatwerk traject ingezet om de scholen zich te helpen ontwikkelen op dit vlak en het professioneel handelen ten aanzien van het onderwijs aan jonge kinderen te versterken.

Leerkrachtvaardigheden en didactisch handelen van onderbouw leerkrachten worden hiermee verder uitgebouwd; Er wordt geïnvesteerd in het kwaliteitstraject ‘Rekenen’. OPRON zet in 2022 een maatwerk traject in om de rekenresultaten te verbeteren. Landelijk zien we een dalende trend in de rekenopbrengsten, zo ook bij OPRON. Middels een traject scholen we onze medewerkers om kennis en handelen op dit vlak een boost te geven.

Middels het eerder genoemde kwaliteitstraject ‘Kleuterimpuls’ werken we onder andere aan het bieden van onderwijs op maat. De leeromgeving voor jonge kinderen van de deelnemende scholen is krachtig ingericht; er is sprake van een krachtige omgeving waarin jonge kinderen kunnen ontdekken, worden uitgedaagd, waarin spel een rol van betekenis heeft en passende activiteiten en materialen worden aangeboden; 8

Begroting 2022

−

−

In januari 2022 starten we met de ‘praktijkklas’. Zo kunnen we hoogwaardig, kindgericht onderwijs in een praktijkklas bieden, rekening houdend met verschillen en passend bij de leerbehoeften van kinderen waarvan de uitstroomverwachting de basisberoepsgerichte leerweg of het praktijkonderwijs is; Aandacht is er ook voor de meer- en hoogbegaafde leerlingen. Eén van de directeuren heeft een voortrekkersrol in het HB-project vanuit het Samenwerkingsverband. OPRON heeft vanuit het Samenwerkingsverband budget om hier mee aan de slag te gaan en hoopt zo de kennis van scholen rondom HB-leerlingen vergroten. Medewerkers van OPRON volgen hiertoe de scholing HB-specialist.

2.2 Ontwikkeling aantal leerlingen Er zijn verschillende bronnen om de ontwikkeling van het aantal leerlingen in beeld te brengen. Een prognose is per definitie een schatting. In deze begroting is uitgegaan van de verwachte prognose van de schooldirecteur. In de onderstaande tabel is te zien dat het aantal leerlingen daalt van 2.593 per 1 oktober 2021 naar 2.159 per 1 oktober 2026. Dit is een daling van 434 leerlingen. De daling wordt vooral veroorzaakt door krimp.

De prognose van het aantal leerlingen is nadrukkelijk onderdeel van de meerjarenbegroting waarin een aantal baten en lasten meebeweegt met de ontwikkeling van het aantal leerlingen. De prognose in de begroting 2021 voor 1-10-2021 bedroeg 2.612 leerlingen. Het werkelijke aantal leerlingen ligt nu 19 leerlingen lager, vooral door een lager aantal leerlingen bij obs De Braskörf en bij de Wim Monnereauschool. Daarentegen is er wederom sprake van een grote toename van het aantal nieuwkomerskinderen op obs Mr. Neuteboomschool. 2.3 Uitgangspunten begrotingssystematiek Voor het opstellen van de begroting 2018 is een nieuwe begrotingssystematiek toegepast gebaseerd op vastgestelde normen, vooral wat betreft de formatietoedeling naar de scholen. De normen zijn vastgelegd in het document Begrotingsnormen (vastgesteld in 2018 bijgewerkt voor begroting 2022), welke als vaste bijlage aan deze toelichting op de begroting is opgenomen. Dit is tevens de grondslag voor het opstellen van deze begroting. De opbouw van de organisatiebegroting komt vanuit de schoolbegrotingen. Er zijn begrotingsgesprekken gevoerd met alle schooldirecteuren in het kader van de integrale verantwoordelijkheid. 9

Begroting 2022

In deze gesprekken is de formatie voor komend schooljaar vastgesteld, de geplande investeringen welke aansluiten op en volgen uit het schooljaarplan en de verwachte kosten ten aanzien van scholing en overige lasten zijn hierin opgenomen en bijgesteld. Er is besloten om de huisvestigingslasten budgetneutraal door de schoolbegroting te laten lopen. Dit houdt in dat een tekort of een tegoed op de huisvestingslasten, door leegstand, verouderde huisvestiging of juist een nieuw gebouw, niet ten laste of ten gunste van de schoolbegroting komt. Formatieplanning Elk bevoegd gezag is op grond van het gestelde in de CAO Primair Onderwijs, onderdeel formatiebeleid, verplicht tot het opstellen van de meerjarenformatieplanning voor de komende vier schooljaren. Met het opstellen en vaststellen van deze begroting, waarin de formatieplanning is opgenomen, wordt aan deze verplichting voldaan. Deze formatieplanning is het kader en taakstellend voor de schoolformatieplannen voor het schooljaar 2022-2023. In de onderstaande tabel is de begrote gemiddelde formatie per kostenplaats per kalenderjaar weergegeven. Hierin is tevens verzuim, payrolling (o.a. directie, OOP en overig inhuur) en Bapo meegenomen. Scholen

2021

2022

2023

2024

2025

08GQ obs Insp. Amerikaschool

8,84

8,58

8,01

8,01

7,83

08SW obs Menterhorn

14,00

12,93

11,09

10,49

10,33

10CO obs De Tandem

8,65

8,01

6,80

6,43

6,43

11AO obs De Springplank

8,64

7,87

6,84

6,17

5,93

11YX obs De Meent

7,26

7,62

6,33

5,90

5,70

13GU obs De Viermaster

21,04

19,37

16,53

15,65

15,28

13QO obs De Braskörf

19,55

18,83

16,40

15,33

14,77

13UO obs Noorderbreedte

12,23

11,40

8,39

7,86

7,42

13ZR obs Hagenhofschool

13,46

13,06

11,87

11,87

11,74

14EK odab Westerschool

17,35

16,58

14,07

13,32

12,48

14HC obs De Sleutel

9,08

8,41

7,47

6,74

5,73

14IM obs Mr. Neuteboomschool

23,76

21,91

17,69

13,94

13,63

15AS obs De Oleander

4,92

4,75

4,46

4,40

4,40

15EP ojbs De Ommewending

5,15

4,72

4,11

4,11

4,11

15FZ obs De Badde

4,92

4,81

4,07

4,07

4,07

15JG obs De Musselhorst

6,72

5,78

4,41

4,23

4,23

19TV sbo Wim Monnereauschool

25,71

22,98

20,26

20,26

20,26

26NL Marg. Hardenberg school

21,36

21,23

20,58

20,45

19,46

26NL-N1 Marg. Hardenberg school SO

18,18

17,95

16,88

15,04

15,04

41780 PO001 Passend Onderwijs

3,05

3,09

3,16

2,11

1,05

41780 Scholengroep OPRON Algemeen

21,50

29,12

25,76

24,73

22,68

41780 Scholengroep OPRON BM

7,43

6,72

6,84

6,84

6,84

282,80

275,71

242,03

227,96

219,43

Eindtotaal

De kostenplaats “41780 PO001 Passend Onderwijs” betreft de inzet van het OPRON-expertiseteam. De kostenplaats “41780 Scholengroep OPRON Algemeen” zijn o.a. de vakleerkrachten en de poolers opgenomen. Op de kostenplaats “41780 Scholengroep OPRON BM” is de bezetting van het bestuurskantoor opgenomen. Bovenstaande gegevens worden hierna ook weergegeven, maar dan per schooljaar.

10

Begroting 2022

School

2021-2022

2022-2023

2023-2024

2024-2025

08GQ Amerikaschool

8,93

8,01

8,01

8,01

08SW obs Menterhorn

14,00

11,44

10,60

10,33

10CO obs De Tandem

8,68

7,06

6,43

6,43

11AO obs De Springplank

8,47

7,19

6,35

5,93

11YX obs De Meent

7,88

6,64

5,90

5,90

13GU obs De Viermaster

21,07

16,97

15,91

15,28

13QO obs De Braskörf

19,85

17,11

15,42

15,21

13UO obs Noorderbreedte

12,84

8,76

7,86

7,86

13ZR obs Hagenhofschool

13,72

11,87

11,87

11,87

14EK odab Westerschool

17,96

14,33

13,52

12,92

14HC obs De Sleutel

9,08

7,47

7,47

5,73

14IM obs Mr. Neuteboomschool

23,32

20,37

13,94

13,94

15AS obs De Oleander

4,92

4,50

4,40

4,40

15EP ojbs De Ommewending

5,15

4,11

4,11

4,11

15FZ obs De Badde

5,16

4,07

4,07

4,07

15JG obs De Musselhorst

6,68

4,55

4,23

4,23

19TV sbo Wim Monnereauschool

25,69

19,82

20,26

20,26

26NL Marg. Hardenberg school

21,55

20,58

20,58

20,27

26NL-N1 Marg. Hardenberg SO

17,94

18,20

15,04

15,04

41780 PO001 Passend Onderwijs

3,05

3,16

2,55

1,49

41780 Scholengroep OPRON Alg.

25,90

27,63

24,73

23,53

41780 Scholengroep OPRON BM

6,96

6,84

6,84

6,84

288,81

250,69

230,09

223,66

Functiecategorie

2021

2022

2023

2024

2025

Directie

13,45

13,31

13,95

13,95

13,95

Onderwijzend personeel

196,06

195,61

174,81

167,49

161,91

Onderwijsondersteunend personeel

55,31

49,97

38,99

33,36

31,34

Eindtotaal

Payrolling

4,60

3,93

3,00

2,58

2,00

Verzuim

13,38

12,89

11,28

10,58

10,23

Totaal

282,80

275,71

242,03

227,96

219,43

Bovenstaande tabel laat dezelfde beschikbare formatie zien, maar dan naar functiecategorie. De toename van het aantal fte’s directie is gelegen in het feit dat de huidige directietaken op De Tandem deels door de beleidsmedewerker Onderwijs & Kwaliteit worden uitgevoerd, en deze inzet valt in een andere categorie. Er is geen sprake van een daadwerkelijke toename van de fte’s directie. In onderstaande tabel is de daling van het meerjarenformatiebudget afgezet tegen het natuurlijk verloop. De tabel geeft antwoord op de vraag of OPRON aan haar werkgeversverplichtingen kan blijven voldoen in het kader van het werkgelegenheidsbeleid. Dat is het geval. 2023

2024

2025

-33,69

-14,07

-8,53

Natuurlijk verloop o.b.v. AOW

2,84

4,93

3,15

Natuurlijk verloop overig 4%

11,03

9,68

9,12

Daling beschikbare formatiebudget

11

Begroting 2022

Aanstellingsruimte

-19,82

0,54

3,73

De beschikbare formatie neemt af van 275,71 fte in kalenderjaar 2022 naar 242,03 fte in het kalenderjaar 2023. De krimp bedraagt dan 33,69 fte. Het natuurlijk verloop op basis van leeftijd of anderszins is kleiner dan de te verwachten krimp. Dit betekent voor OPRON dat de tijdelijke schil van 32,21 fte (tijdelijke aanstellingen van een jaar of korter) verkleind zal moeten worden met 19,82 fte.

12

Begroting 2022

3.

EXPLOITATIEBEGROTING 2022 OP BESTUURSNIVEAU

3.1 Exploitatiebegroting 2022 Exploitatiebegroting 3.1 Rijksbijdragen 3.1.1.1 OCW 3.1.2.2 Niet geoormerkte subsidies 3.1.3 Ontvangen doorbet. rijksbijdrage SWV 3.2 Overige overheidsbijdr. en -subsidies 3.2.1 Gemeentelijke bijdragen en subsidies 3.2.2 Overige overheidsbijdragen 3.5 Overige baten 3.5.1 Verhuur 3.5.2 Detachering personeel 3.5.5 Ouderbijdragen 3.5.6 Overige (overige baten) 4.1 Personeelslasten 4.1.1.1 Salariskosten directie 4.1.1.2 Salariskosten onderwijzend personeel 4.1.1.3 Salariskosten onderwijs ond. personeel 4.1.1.4 Salariskosten vervanging en overig 4.1.2.1 Dotaties personele voorzieningen 4.1.2.2 Personeel niet in loondienst 4.1.2.3 Overige 4.1.2.4 Scholing en opleiding 4.1.3 Af: uitkeringen 4.2 Afschrijvingen 4.2.2.1 Gebouwen 4.2.2.2 Inventaris en apparatuur 4.2.2.3 Overige materiele vaste activa 4.2.2.4 Leermiddelen afschrijving 4.3 Huisvestingslasten 4.3.1 Huur 4.3.3 Onderhoud 4.3.4 Energie en water 4.3.5 Schoonmaakkosten 4.3.6 Heffingen 4.3.7 Dotatie onderhoudsvoorzieningen 4.3.8 Overige (huisvestingslasten) 4.4 Overige lasten 4.4.1 Administratie- en beheerslasten 4.4.2.1 Inventaris app. kleine aanschaf>1 jr 4.4.2.2 Leermiddelen kleine aanschaf>1 jr 4.4.4 Overige (overige lasten) 5.0 Financiële baten en lasten 5.1 Rentebaten Eindtotaal

Resultaat 2020 21.954.914 19.447.036 1.153.320 1.354.557 222.342 129.095 93.247 837.694 33.942 134.446 2.296 667.010 -19.697.295 -1.435.662 -13.988.755 -2.017.390 -2.245.027 -144.046 -522.221 -674.907 -137.208 1.467.922 -407.998 -9 -313.021 -12.111 -82.857 -1.408.525 -47.343 -130.371 -345.031 -423.821 -18.276 -294.100 -149.584 -1.777.505 -732.123 -9.372 -400.534 -635.476 -12.663 -12.663 -289.036

Begroting 2021 22.052.272 19.589.346 1.139.493 1.323.434 86.352 71.568 14.784 276.551 52.800 42.991 2.000 178.760 -19.092.644 -1.511.287 -14.076.205 -2.015.734 -2.226.589 -15.000 -240.411 -477.184 -191.700 1.661.467 -462.444 0 -350.483 -12.295 -99.667 -1.361.292 -38.500 -138.676 -299.450 -391.466 -26.950 -307.200 -159.050 -1.444.694 -683.240 -11.750 -459.300 -290.404 0 0 54.102

Begroting 2022 23.117.987 21.470.748 503.000 1.144.239 246.368 68.200 178.168 187.378 52.392 46.886 0 88.100 -19.787.361 -1.395.338 -14.736.590 -1.771.894 -2.447.150 -30.000 -275.466 -646.601 -265.800 1.781.479 -501.650 -3.310 -388.123 -6.973 -103.245 -1.493.554 -38.500 -134.329 -291.400 -434.789 -20.600 -317.200 -256.736 -2.138.734 -751.210 -12.775 -522.681 -852.068 0 0 -369.566

3.2 Toelichting op exploitatiebegroting 2022 Het begrote tekort voor kalenderjaar 2022 kan verklaard worden door de verwerking van het wegvallen van de Vordering OCW € 437.615, als gevolg van de vereenvoudiging van de bekostiging per 1-1-2023. Het “netto” begrote resultaat voor 2022 is dan € 68.049. Rijksbijdragen (3.1) Personele lumpsum De personele lumpsum laat een forse stijging zien ten opzichte van 2021 welke veroorzaakt wordt door de normaanpassing ter dekking van de nieuwe cao en de tijdelijke rijksvergoeding Nationaal Programma Onderwijs (NPO) van € 1.406.059. 13

Begroting 2022

Er is rekening gehouden met een geringe normaanpassing van 1,0% gebaseerd op realisatie in voorgaande jaren voor het kalenderjaar 2022. Bijzondere bekostiging wegens samenvoeging Deze bekostiging heeft betrekking op de gefuseerde scholen tot obs De Braskörf per 1-8-2016 en de gefuseerde scholen tot obs Menterhorn per 1-8-2018. Deze bekostiging loopt terug van € 174.250 in 2022 naar € 0 in 2025. Materiële bekostiging De materiële bekostiging over 2022 is gebaseerd op het aantal leerlingen per 1 oktober 2021 en berekend op basis van de actuele variabelen. De materiële bekostiging kent een aantal verschillende componenten waarvan de meeste ten goede komen aan de scholen. Een klein deel wordt bovenschools begroot omdat daar ook de kosten worden gemaakt. Onderwijsachterstandenbeleid Het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid is per 1-8-2019 ingegaan en heeft de oude gewichtenregeling, waaronder de impulsgelden vielen, vervangen. De bijdrage onderwijsachterstandenbeleid is de vaste vergoeding per onderwijsscore van de school. Deze middelen bedragen in 2022 € 804.827. Personeels- en arbeidsmarktbeleid De bijdrage voor personeels- en arbeidsmarktbeleid is een onderdeel van de personele baten en is bedoeld voor (overige) personele uitgaven. De baten personeels- en arbeidsmarktbeleid worden bovenschools besteed.

De middelen werkdrukverlaging, welke onderdeel uitmaken van deze rijksvergoeding, zijn aan het formatiebudget op schoolniveau toegevoegd. Professionalisering en begeleiding starters en schoolleider i.p.v. Prestatiebox De Prestatiebox was geldig tot 1-8-2021, maar de middelen zijn verschoven naar de bijdrage voor personeels- en arbeidsmarktbeleid en naar de nieuwe bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders. Bijzondere bekostiging eerste opvang vreemdelingen Er wordt subsidie ontvangen voor ‘eerste opvang vreemdelingen’. Het is nog niet precies bekend wat de omvang van deze subsidie zal zijn aangezien deze afhankelijk is van het aantal leerlingen op een aantal peildata. Het aantal leerlingen is lastig te prognosticeren. In de begroting is op basis van ervaringscijfers een schatting opgenomen voor wat betreft de te ontvangen gelden. Subsidie voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s OPRON heeft in 2021 voor 339 leerlingen subsidie aangevraagd om de opgelopen onderwijsachterstanden als gevolg van COVID-19 in te kunnen halen. Deze is zijn geheel toegekend. Het ging hierbij om een bedrag van € 305.100. Deze subsidie is niet meer beschikbaar in 2022. Academische Opleidingsschool Onder de niet geoormerkte subsidie valt tevens het project Academische Opleidingsschool (AOS). Dit project is budgetneutraal in de begroting 2022 opgenomen.

Onder de overige lasten onder 4.4.4. zijn even hoge kosten opgenomen (200k). In 2021 was dit project niet in de begroting opgenomen. Ontvangen doorbetalingen Rijksbijdragen SWV Met de invoering van passend onderwijs op 1 augustus 2014 worden de zorgmiddelen per 20142015 via het samenwerkingsverband passend onderwijs verdeeld. OPRON maakt onderdeel uit van het Samenwerkingsverband 20.01 PO provincie Groningen en gemeente Noordenveld en het Samenwerkingsverband 20.02 VO Groningen Ommelanden. 14

Begroting 2022

Op basis van het aantal leerlingen en het verwijzingspercentage richting het speciaal basisonderwijs wordt een budget ontvangen. Voor onze eigen school voor speciaal basisonderwijs wordt een apart budget ontvangen op basis van het aantal leerlingen. Overige overheidsbijdragen (3.2) Overige overheidsbijdragen Van de gemeente Veendam wordt een bedrag ontvangen voor de uitvoering van de avondschool. Dit komt geheel ten gunste van de schoolexploitatie van Marg. Hardenbergschool VSO. Overige subsidie Onder de post overige subsidie is het project OK-werkplaats opgenomen. OPRON is hiervoor penvoerder. Het project loopt budgetneutraal door de exploitatie. Onder 4.4.4 overige lasten zijn even hoge lasten opgenomen (167k). Overige baten (3.5) Verhuur Voor medegebruik op een aantal scholen wordt een vergoeding ontvangen. Detachering personeel Een aantal medewerkers van OPRON is gedetacheerd bij een externe partij. De loonkosten worden gedeclareerd. Overige baten Aan overige baten worden bedragen ontvangen voor de inzet van OPRON in PICTO, bijzondere ondersteuningsbekostiging (Visio) en de vergoeding voor het penvoerderschap Academische Opleidingsschool. Personeelslasten (4.1) Lonen en salarissen Het begrote bedrag aan lonen en salarissen is een optelsom van alle loonkosten. Het grootste deel van deze kosten wordt gemaakt via eigen verloning.

Hiernaast wordt een aantal medewerkers via een externe partij verloond en huren wij een aantal externen in. De lonen en salarissen zijn doorgerekend op basis van de huidige inzet, waarmee voor de eerste 7 maanden van 2022 de jaarbegroting reeds vast staat. Voor het schooljaar 2022-2023 is bij de benodigde inzet rekening gehouden met de ontwikkeling van het aantal leerlingen en het beschikbare budget op basis van de normen. Tevens zijn onder deze post de te verwachten kosten inzake uitbetaling transitievergoedingen opgenomen. Overige personele lasten De overige personele lasten bestaan onder andere uit kosten voor bedrijfsgezondheidszorg, reintegratietrajecten, scholing, schoolbegeleiding (o.a. kleuterimpuls), kerstpakketten en dotaties aan personele voorzieningen. Tevens is onder deze post een eventuele malus van het Vervangingsfonds begroot en de kosten inzake terugvordering uitkeringen vanuit het Participatiefonds. Afschrijvingen (4.2) De begrote afschrijvingslasten komen tot stand door alle bestaande activa in beeld te brengen en nieuwe investeringen hieraan toe te voegen. In onderstaande tabel zijn de geplande investeringen en de geplande onttrekkingen uit de onderhoudsvoorziening weergegeven.

15

Begroting 2022

Begrote investeringen per jaar

2022

2023

2024

2025

2026

Gebouwen

1.000

0

0

0

0

ICT

205.200

117.220

152.150

252.593

204.136

Inventaris

489.850

66.600

112.925

47.892

71.350

OLP

181.222

100.420

78.920

76.250

69.285

Technische installaties

10.100

Vervoer

0

0

0

15.000

0

Totaal

887.372

284.240

343.995

391.735

344.771

2022

2023

2024

2025

2026

816.923

263.147

832.629

74.962

153.224

Begrote afschrijvingskosten per jaar

2022

2023

2024

2025

2026

Gebouwen

3.310

3.312

3.312

3.312

3.312

ICT

203.390

196.095

195.513

194.938

191.863

Inventaris

138.762

144.138

149.684

154.130

153.204

OLP

103.245

112.356

113.350

111.069

105.906

Technische installaties

45.970

46.026

46.026

46.026

46.026

Vervoer

6.973

4.747

4.747

4.742

3.359

Totaal

501.650

506.674

512.631

514.216

503.669

Onttrekking uit Onderhoudsvoorziening

Huisvestingslasten (4.3) De huisvestingslasten bestaan uit kosten voor huur, onderhoud, energie en water, schoonmaak, heffingen en overige huisvestingslasten (o.a. gebruikskosten MFC). De begrote bedragen zijn tot stand gekomen op basis van ervaringscijfers en aannames voor de toekomst. Een verdere verhoging van de gasprijs zou een mogelijk risico kunnen zijn. De huisvestingslasten bestaan voor een groot deel uit een dotatie aan een voorziening waaruit kosten voor het meerjarenonderhoud worden voldaan. De jaarlijkse dotatie betreft een reële inschatting van de jaarlijkse kosten, rekening houdend met de actuele hoogte van de voorziening. Op basis van een actueel onderhoudsplan is de dotatie nagenoeg gelijk aan het voorgaande jaar. Overige lasten (4.4) Administratie- en beheerslasten De kosten voor administratie en beheer zijn kosten voor onder andere juridische kosten, de inkoop van diensten bij ons administratiekantoor, het planmatig onderhoudsbeheer en deskundigenadvies. Inventaris, apparatuur en leermiddelen De kosten voor inventaris, apparatuur en leermiddelen zijn kosten voor onder andere ICT, leermiddelen, cultuuruitgaven en reproductie. Overige lasten De overige lasten bestaan uit kosten voor onder andere contributies aan bestuurlijke organisaties, kosten medezeggenschap, abonnementen, huishoudelijke uitgaven en overige onderwijslasten.

De stijging ten opzichte van voorgaand jaar kan vooral verklaard worden door de projecten AOS en OK werkplaats, welke beide budgetneutraal in de begroting zijn opgenomen (in tegenstelling tot voorgaand jaar, toen waren beide projecten niet opgenomen). Financiële baten en lasten (5) Er wordt geen rendement verwacht op de uitstaande financiële middelen in verband met de overstap naar schatkistbankieren per 2022. 16

Begroting 2022

4. MEERJARENPERSPECTIEF In onderstaand overzicht is de meerjarenbegroting 2022-2026 weergegeven. Daarbij is rekening gehouden met een daling van de baten en de personele inzet naar rato van de ontwikkeling van het aantal leerlingen. 4.1 Meerjarenbegroting 2022-2026 2022

2023

2024

2025

2026

23.117.987

21.312.591

20.495.851

19.924.312

19.602.087

3.2 Overige overheidsbijdr. -subsidies

246.368

153.901

27.600

27.600

27.600

3.5 Overige baten Lasten 4.1 Personeelslasten

187.378

175.994

170.252

164.568

164.931

-19.787.361

-17.848.656

-17.064.775

-16.607.499

-16.299.404

-501.650

-506.674

-512.631

-514.216

-503.669

4.3 Huisvestingslasten

-1.493.554

-1.492.555

-1.493.554

-1.493.554

-1.491.054

4.4 Overige lasten

-2.138.734

-1.746.409

-1.563.770

-1.444.123

-1.432.353

Eindtotaal

-369.566

48.192

58.972

57.088

68.138

Meerjarenbegroting Baten 3.1 Rijksbijdragen

4.2 Afschrijvingen

4.2 Toelichting bij de meerjarenbegroting Baten De baten die in de meerjarenbegroting zijn opgenomen zijn gebaseerd op de bedragen uit de begroting 2022. De rijksbijdragen bewegen mee met de ontwikkeling van het aantal leerlingen. De terugloop van de overige overheidsbijdragen kan verklaard worden door de afloop van het project OK-werkplaats per 2024. Dit project is budgetneutraal opgenomen in de meerjarenbegroting. Lasten De lasten die in de meerjarenbegroting zijn opgenomen zijn gebaseerd op de bedragen uit de begroting 2022. Een aantal lasten beweegt mee met de ontwikkeling van het aantal leerlingen. Dit geldt in het bijzonder voor de personeelslasten, maar ook ten dele voor de overige lasten welke deels afhankelijk zijn van het aantal leerlingen. De afschrijvingslasten nemen toe als gevolg van de geplande investeringen. De huisvestingslasten bewegen niet vanzelfsprekend mee met de leerlingenaantallen. 4.3 Kengetallen Onderstaande tabel laat de financiële kengetallen zien. Financiële kengetallen Liquiditeit

(vlottende activa en kortlopende schulden)

Solvabiliteit

(eigen vermogen + voorziening / totaal vermogen)

Rentabiliteit

(resultaat uit gewone bedrijfsvoering / totale baten maal 100%)

Weerstandsvermogen

(eigen vermogen minus MVA / totale baten)

Feitelijk Eigen vermogen

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Norm

1,98

1,44

1,32

0,98

1,08

0,98

1,13

1,27

1,5-2,0

66,0%

54,9%

53,2%

48,4%

52,1%

50,0%

53,3%

55,3%

25-50%

4,0%

-1,0%

5,5%

-1,6%

0,2%

0,3%

0,3%

0,3%

0-5%

5,3%

1,1%

0,1%

-3,1%

-2,2%

-1,2%

-0,3%

0,9%

5-20%

0,79

0,63

0,69

0,75

0,80

0,86

1,0

17

Begroting 2022

Het overzicht gaat uit van een positief exploitatieresultaat voor kalenderjaar 2022 en is gebaseerd op de balans t/m periode 9 van 2021. Indien alle geplande investeringen en onttrekkingen uit de onderhoudsvoorziening plaatsvinden in 2022 dan zal het liquiditeitsratio net onder de geformuleerde norm komen te liggen, maar laat het een herstel zien in de komende jaren. De investeringen zijn tevens van invloed op het weerstandsvermogen. De omvang van de materiële vaste activa neemt af, maar door het wegvallen van de Vordering OCW (als gevolg van de vereenvoudiging bekostiging) via het resultaat, neemt het eigen vermogen fors af in 2022. Door de krimp van het aantal leerlingen wordt niet verwacht dat de totale baten zullen toenemen, waardoor het weerstandvermogen onder druk zal blijven staan. OPRON is zich terdege bewust van deze situatie en voorziet dan ook in een stijging van het weerstandsvermogen vanaf 2022. 4.4 Kasstroomoverzicht Onderstaande tabel laat het kasstroomoverzicht en het verloop van de liquide middelen zien.

Kasstroom Kasstroom uit operationele activiteiten Kasstroom uit bedrijfsoperaties - Resultaat voor financiële baten en lasten - Aanpassingen voor - - afschrijvingen - - mutaties voorzieningen - - overige mutaties EV - Veranderingen in vlottende middelen - - vorderingen - - kortlopende schulden Ontvangen interest Betaalde interest Totaal Kasstroom uit operationele activiteiten Kasstroom uit investeringsactiviteiten (Des)investeringen immateriële vaste activa (Des)investeringen materiële vaste activa (Des)investeringen financiële vaste activa Totaal Kasstroom uit investeringsactiviteiten Kasstroom uit financieringsactiviteiten Mutatie langlopende schulden Totaal Kasstroom uit financieringsactiviteiten Mutatie liquide middelen Beginstand liquide middelen Mutaties liquide middelen Eindstand liquide middelen

2022

2023

2024

2025

2026

- 369.566

48.193

58.972

57.088

68.138

501.650 - 508.231

506.674 45.545

512.631 - 523.937

514.216 233.730

503.669 155.468

441.650 - 149.172

46.809 -411.687

53.717 - 187.680

31.300 -112.318

18.992 -41.491

353.946

235.534

- 86.297

724.016

704.776

- 887.372

- 284.240

- 343.995

- 391.735

- 344.771

- 887.372

- 284.240

- 343.995

- 391.735

- 344.771

-

-

-

-

-

3.130.627 - 533.426 2.597.201

2.597.201 - 48.706 2.548.495

2.548.495 - 430.292 2.118.203

2.118.203 332.281 2.450.484

2.450.484 360.005 2.810.489

De daling van de liquide middelen wordt veroorzaakt door de geplande investeringen in 2022 (€ 887.372) en de onttrekking aan de onderhoudsvoorziening in 2022 (€ 816.923). Hierbij is rekening gehouden met de correcties voor de afschrijvingskosten (geen uitgaven) en de dotaties aan de voorzieningen. De stand van de liquide middelen wordt nauwkeurig gemonitord. 4.5 Meerjarenbalans In onderstaande tabel is de meerjarenbalans opgenomen. Deze is gebaseerd op de meerjarenbegroting en op de huidige balans 2021 periode 9.

18

Begroting 2022

Balansprognose Activa materiële vaste activa financiële vaste activa Totaal vaste activa vorderingen liquide middelen Totaal vlottende activa Totaal Activa Passiva algemene reserve bestemmingsreserve publiek Totaal eigen vermogen voorzieningen langlopende schulden kortlopende schulden Totaal overige passiva Totaal Passiva

2022

2023

2024

2025

2026

3.283.048 130.721 3.413.769 907.945 2.597.201 3.505.146 6.918.915

3.060.614 130.721 3.191.335 861.136 2.548.495 3.409.631 6.600.966

2.891.978 130.721 3.022.699 807.419 2.118.203 2.925.622 5.948.321

2.769.497 130.721 2.900.218 776.119 2.450.484 3.226.603 6.126.821

2.610.599 130.721 2.741.320 757.127 2.810.489 3.567.616 6.308.936

2.262.542 282.967 2.545.509 800.381

2.310.735 282.967 2.593.702 845.926

2.369.707 282.967 2.652.674 321.989

2.426.795 282.967 2.709.762 555.719

2.494.933 282.967 2.777.900 711.187

3.573.025 4.373.406 6.918.915

3.161.338 4.007.264 6.600.966

2.973.658 3.295.647 5.948.321

2.861.340 3.417.059 6.126.821

2.819.849 3.531.036 6.308.936

Activa De materiële activa nemen vanaf 2023 af als gevolg van de lagere investeringen. In deze balansprognose is uitgegaan van een constante hoogte van financiële vaste activa. Dit betreft de deelname in PICTO. De vorderingen hebben betrekking op debiteuren, overige overheden, betaalde waarborgsommen (i.h.k.v. tablets meestal Snappet) en overlopende activa (reeds ontvangen baten). De geplande investeringen en onttrekkingen uit de onderhoudsvoorziening zorgen voor een daling van de liquide middelen. Passiva De mutaties in de algemene reserve worden veroorzaakt door de verwachte resultaten voor de komende jaren. In deze balansprognose is uitgegaan van een constante hoogte van de bestemmingsreserve publiek. De reserve bestaat uit een bestemmingsreserve ‘project innovatie’ en een ‘bestemmingsreserve gemeente Stadskanaal’. De stand van de voorziening muteert door de geplande onttrekkingen uit de jubileumvoorziening en de onderhoudsvoorziening vanuit de meerjarenonderhoudsplanning. De kortlopende schulden hebben betrekking op vooruit ontvangen bedragen, opgebouwde vakantiegeldverplichtingen, crediteuren en opgebouwde premies/pensioenen.

19

Begroting 2022

5. BIJLAGE BEGROTINGSNORMEN

20

Begroting 2022

BEGROTINGSNORMEN VASTGESTELD IN 2018

wijziging 2022: De normbedragen betreffende de werkdrukmiddelen zijn geüpdatet en paragraaf 2.6 betreffende de inzet van vakleerkrachten is geüpdatet. Hiermee is de verouderde bijlage inzet vakleerkrachten per groep per school komen te vervallen.

21

Begroting 2022

Inhoud 1 ALGEMEEN ......................................................................................................... 23 1.1 Reden ........................................................................................................................................................................ 23 1.2 Vaststelling normen ............................................................................................................................................... 23 1.3. T systematiek.......................................................................................................................................................... 23

2 RV PERSONEEL .................................................................................................... 23 2.1 Algemeen ..................................................................................................................................................................23 2.2 De uitgangspunten bij de toedeling van rijksvergoeding personeel aan een school van 80 leerlingen:24 2.3 De uitgangspunten bij de toedeling van rijksbijdragen personeel vanaf 81 leerlingen ........................... 24 2.4 De uitgangspunten bij de toedeling van rijksbijdragen personeel inzake Interne Begeleiding (IB) ...... 25 2.5 De uitgangspunten bij de toedeling van rijksbijdragen personeel inzake administratieve ondersteuning (admin) ........................................................................................................................................................ 25 2.6 Inzet vakleerkrachten ............................................................................................................................................ 25 2.7 De uitgangspunten bij de toedeling van rijksbijdragen personeel voor SBO en (V)SO ............................. 26 2.8 Overige personele budgetten t.b.v. schoolformatie ......................................................................................... 26

3 RV IMPULSREGELING EN AANVULLENDE BEKOSTIGING ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID ..... 27 4 RV MATERIËLE INSTANDHOUDING ............................................................................ 27 4.1 De uitgangspunten bij de toedeling van de rijksvergoeding materieel........................................................ 27

5 RV PERSONEELS- EN ARBEIDSMARKTBELEID ................................................................ 28 6 BALANSRESERVE PER SCHOOL ................................................................................. 28

22

Begroting 2022

1 Algemeen In 2018 werd vastgesteld dat de huidige verdeling van middelen naar de scholen niet meer voldeed, onder andere omdat de verdeling niet transparant was. Daarom is in 2018 gekeken naar een nieuwe verdeling van het formatiebudget.

1.1 Reden De belangrijkste reden om te komen tot een nieuwe, doelgerichte en transparante verdeling van het formatiebudget is dat de huidige systematiek in toenemende mate knellend en onevenwichtig is. Op basis van de huidige normen was in de begroting 2017 het volgende beeld zichtbaar: een fors tekort op de scholen en een overschot bij bovenschools, omdat de loonkosten op schoolniveau zijn begroot (en weergegeven) en het loonkostenbudget bovenschools staat. Dit geeft een vertekend beeld en komt de transparantie en sturing van OPRON niet ten goede.

1.2 Vaststelling normen Bij de bepaling van de normen voor de verdeling van de rijksbijdragen wordt als uitgangspunt genomen dat de rijksbijdrage zoveel als mogelijk wordt ingezet voor hetgeen waar het voor bedoeld is. Met andere woorden: RV personeel aan personeel etc.

1.3. T systematiek De personele bekostiging is gebaseerd op de teldatum 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan de start van het schooljaar. De personele bekostiging voor het schooljaar 2017-2018 was zodoende gebaseerd op het aantal leerlingen per 1 oktober 2016. Deze zogenaamde t-1 systematiek doet niet in alle gevallen recht aan de situatie op de scholen. Scholen waar sprake is van krimp krijgen in verhouding tot het actuele aantal leerlingen te veel bekostiging waar scholen die groeien in verhouding tot het actuele aantal leerlingen te weinig bekostiging krijgen. Vanaf het schooljaar 20172018 is er voor gekozen om niet op basis van het aantal leerlingen per 1 oktober van het voorgaande jaar formatie toe te kennen maar op basis van het verwachte aantal leerlingen per 1 oktober van het lopende jaar.

2 RV Personeel De kosten voor BAPO, ouderschapsverlof en onbetaald verlof worden gedragen door de scholen, maar volledig gecompenseerd via IC budget cao-regelingen (Met IC wordt bedoeld: Inter Company oftewel een verrekenregel te gebruiken binnen de organisatie, het bestuur). Deze kosten worden vanuit het solidariteitsprincipe als algemene kosten beschouwd. Hierdoor wordt een school met ouder vast personeel niet benadeeld.

2.1 Algemeen Iedere school wordt aanvankelijk bekostigd als zijnde een school van 80. Zolang het leerlingenaantal onder deze grens ligt, zal de school een maatwerkbudget aangeboden krijgen. Per school zal bekeken worden hoeveel formatie aan de school toebedeeld zal worden.

23

Begroting 2022

2.2 De uitgangspunten bij de toedeling van rijksvergoeding personeel aan een school van 80 leerlingen: Hieronder worden de uitgangspunten van de toedeling van de middelen weergegeven. De school is vrij om dit een andere invulling te geven als het maar binnen het budget past en de kwaliteit van onderwijs gewaarborgd blijft. -

-

Inzet van leerkrachten o Dat een school van 80 leerlingen met 4 groepen moet draaien ofwel 4,1516 fte aan leerkrachten nodig heeft. Min. Budget onderwijs onderbouw 1,9920 fte Min. Budget onderwijs bovenbouw 2,1596 fte 4,1516 fte Dit komt neer op ongeveer 19 leerlingen in een groep; Inzet van directie o Dat een school van 80 leerlingen 0,4 fte aan directie nodig heeft;

2.3 De uitgangspunten bij de toedeling van rijksbijdragen personeel vanaf 81 leerlingen -

Inzet van leerkrachten o

Dat de baten voor de inzet leerkrachten, vakleerkrachten gym en IB-ers niet zijnde passend onderwijs bij scholen bij 81 of meer leerlingen lineair dient toe te nemen. Hierbij wordt er uitgegaan van een gemiddelde groepsgrootte 24,0 leerlingen.

FTE's inzet leerkrachten

80

-

100

150

200

250

300

Inzet van directie o

Dat de baten voor de inzet voor directie vanaf 81 leerlingen lineair dient toe te nemen. Scholen met een leerlingenaantal vanaf 81 krijgen een aanvullend budget. Het uitgangspunt is dat een school maximaal 1,0 fte aan directie nodig heeft.

24

Begroting 2022

FTE's inzet directie

80

100

250

300

2.4 De uitgangspunten bij de toedeling van rijksbijdragen personeel inzake Interne Begeleiding (IB) Hieronder worden de uitgangspunten van de toedeling van middelen weergegeven t.b.v. IB. De school is vrij om dit (gedeeltelijk) een andere invulling te geven als het maar binnen het budget past en de kwaliteit van onderwijs gewaarborgd blijft. IB Staffel 1-80 leerlingen 81-145 leerlingen 146-250 leerlingen 251-350 leerlingen 351-500 leerlingen

0,2 fte 0,4 fte 0,6 fte 0,8 fte 1,0 fte

2.5 De uitgangspunten bij de toedeling van rijksbijdragen personeel inzake administratieve ondersteuning (admin) Hieronder worden de uitgangspunten van de toedeling van de middelen weergegeven t.b.v. administratieve ondersteuning. De school is vrij om dit (gedeeltelijk) een andere invulling te geven als het maar binnen het budget past en de kwaliteit van onderwijs gewaarborgd blijft. Admin staffel 1- 100 leerlingen 101-200 leerlingen 201-300 leerlingen 301-500 leerlingen

0,1 fte 0,2 fte 0,4 fte 0,6 fte

2.6 Inzet vakleerkrachten Op de reguliere scholen wordt er 2 keer per week gym aan de groepen 3 t/m 8 gegeven. Waarvan 1 les door een vakleerkracht gegeven wordt wat bekostigd wordt vanuit bovenschools. Mocht er voor gekozen worden om ook de 2e les te laten geven door een vakleerkracht dan dient dit door de school zelf bekostigd te worden. 25

Begroting 2022

Op het speciaal onderwijs krijgen alle klassen 2 keer per week gym van een vakleerkracht en zwemles indien van toepassing bekostigd vanuit bovenschools. Mochten er meer lessen wenselijk zijn dan kan er voor gekozen worden om dit vanuit de school te bekostigen. Voor de anderstaligen school is met uitzondering van zwemles hetzelfde van toepassing.

2.7 De uitgangspunten bij de toedeling van rijksbijdragen personeel voor SBO en (V)SO Ook bij de SBO en (V)SO wordt de RV Personeel als uitgangspunt gehanteerd voor de toedeling van de middelen o.b.v. de T-systematiek. -

-

Voor het SBO geldt het bedrag uit de basisbekostiging per lln. Daarbij wordt de bekostiging schoolleiding en onderwijsachterstanden naar de school vergoed o.b.v. de normbedragen uit de bekostiging (gebaseerd op de Eerste Regeling bekostiging personeel PO 2020-2021 danwel de meest recente regeling) . Voor het (V)SO gelden de bedragen uit de bekostiging naar categorie lln, oftewel SO <8 jaar, SO> 8 jaar en VSO. Daarbij wordt de vaste vergoeding per school, bekostiging schoolleiding en onderwijsachterstanden naar de school vergoed o.b.v. de normbedragen uit de bekostiging.

2.8 Overige personele budgetten t.b.v. schoolformatie Imperatief verlof Het IC budget vervanging eigen risico heeft betrekking op de vergoeding van imperatief verlof naar de school van 0,4% van de begrote loonkosten. In de schoolbegroting zijn even hoge kosten begroot, zodat deze per saldo in de exploitatie nul zijn. Groeiformatie Om scholen die gaandeweg een schooljaar groeien tegemoet te komen heeft Scholengroep OPRON een eigen groeiregeling in het leven geroepen. De groeiregeling stamt af van de groeiregeling die door het ministerie wordt gehanteerd. De bekostiging en de toebedeelde formatie voorzien in een groei gaandeweg het schooljaar van 3%. Wat er aan groei is boven de 3% komt voor groeiformatie in aanmerking met een minimum van 13 leerlingen. Een school met 100 leerlingen per 1 oktober komt bij 116 leerlingen in aanmerking voor groeiformatie (100 + 3% = 103 + 13 = 116). Over de invulling van de werktijdfactor vindt overleg met het stafbureau plaats. ICT-formatie Het uitgangspunt is dat iedere school minimaal 0,05 fte formatieruimte reserveert voor ICTwerkzaamheden op schoolniveau. Dit is opgenomen in het formatiebudget per begrotingsjaar 2019. Werkdruk verlagende middelen Alle scholen ontvangen de werkdruk verlagende middelen per leerling in het formatiebudget per 2021-2022. Dit is opgenomen onder 811112 IC budget overig personeel. Bedrag per leerling Basisonderwijs

2021-2022 € 258

2022-2023 € 258

2023-2024 € 258 26

Begroting 2022

Speciaal basisonderwijs (Voortgezet) speciaal onderwijs

€ 388 € 517

€ 388 € 517

€ 388 € 517

RV Asielzoekers Per begrotingsjaar 2020 is besloten om de RV Asielzoekers op de betreffende school te laten binnen komen. Zorgformatie Alle basisscholen krijgen ondersteuningsmiddelen vanuit Passend Onderwijs, bestaand uit een vast bedrag van € 15.000 en een variabel bedrag van € 109 per leerling. Het speciaal basisonderwijs krijgt € 295.000 aan ondersteuningsmiddelen toebedeeld.

3 RV Impulsregeling en Aanvullende bekostiging onderwijsachterstandenbeleid De rijksvergoeding Impulsregeling is per 1-8-2019 komen te vervallen. Het nieuwe onderwijsachterstanden beleid is in werking getreden, wat een andere verdeling van de onderwijsachterstandsmiddelen inhoud. Scholengroep OPRON zou op basis van de oude gewichtenregeling en impulsregeling € 774.000 hebben ontvangen. Dit bevat ook de onderdelen van P&A budget en de materiële instandhouding die op de gewichtenregeling gebaseerd werden. De school ontving 0,0265 fte per schoolgewicht in het formatiebudget. De impulsregeling kwam bovenschools terecht. De nieuwe verdeling op basis van de achterstandsscore per school leidt tot een vergoeding van € 590.000. Basisscholen worden drie jaar lang d.m.v. een overgangsregeling gefaciliteerd om toe te groeien naar het nieuwe bedrag. In schooljaren 2019/2020, 2020/2021 en 2021/2022 wordt het verschil met respectievelijk 75%, 50% en 25% meegenomen. In het vierde jaar, schooljaar 2022/2023, wordt de bekostiging volledig gebaseerd op de nieuwe systematiek. Er wordt 20% van de RV Onderwijsachterstanden aan alle scholen van OPRON verstrekt, die een achterstandsscore hebben. Dit is gelijk aan het bedrag dat aan zorgformatie aan de scholen met een schoolgewicht werd verstrekt (0,0265 fte per schoolgewicht).

4 RV Materiële instandhouding In algemeenheid geldt dat de rijksvergoeding materieel niet toereikend is om de materiële kosten te kunnen dekken. Dit geldt ook bij OPRON, waarbij het gecalculeerde tekort op de RV Materiële instandhouding op € 500.000 is vastgesteld.

4.1 De uitgangspunten bij de toedeling van de rijksvergoeding materieel -

-

-

90,84% van de rijksbekostiging materiële instandhouding wordt toebedeeld aan de scholen. Er wordt 9,16% ingehouden t.b.v. bovenschoolse kosten (o.a. administratiekosten en accountantskosten). Tevens worden de normbedragen (vaste voet) ten aanzien van administratie en beheer, BGZ en MR ingehouden op de materiële bekostiging naar de school. Deze kosten worden bovenschools gedragen. Verzekeringen en contributies m.b.t. PO raad en VOS ABB worden per lln ingehouden op de materiële bekostiging naar de school. Deze kosten worden bovenschools gedragen. 27

Begroting 2022

-

-

De vergoeding voor cultuureducatie per leerling wordt aan het IC budget Materiële instandhouding voor de school toegevoegd. Hier komen automatisch even hoge kosten tegenover te staan op grootboeknummer 442271 Kosten culturele vorming in de schoolbegroting. Er is besloten om de huisvestingslasten budgetneutraal door de schoolbegroting te laten lopen. Dit houdt in dat een te kort op de huisvestingslasten, door leegstand en/of verouderde huisvesting niet ten laste van de schoolbegroting komt. Via het IC budget overige materiële vergoeding ( grootboeknummer 811113) wordt dit tekort naar de school vergoed ten laste van bovenschools.

5 RV Personeels- en arbeidsmarktbeleid De kosten voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden namelijk vooral bovenschools gemaakt, omdat alle personeelszaken bovenschools worden geregeld. Hier is in de verdeling van de middelen rekening mee gehouden.

6 Balansreserve per school Hoe wordt er omgegaan met reserves en tekorten in de schoolbegroting? In onderstaande worden de uitgangspunten geformuleerd. Uitgangspunten: 1. Jaarlijks wordt een jaarrekening vastgesteld (afsluiting boek- en begrotingsjaar). Dit is meestal in juni. Jaarlijks is er een begrotingsgesprek en formatiegesprek tussen bestuur en directeur. Formatiegesprek: voorjaar, begrotingsgesprek: najaar. Het gesprek van de directeur van de school met het stafbureau (en OBM-adviseur) is de plek waar afspraken worden gemaakt over de jaarbegroting en het vaststellen saldo van de jaarrekening (plus of minsaldi). Gewenste beleidsrichting: als Opron gaan we bewust en beargumenteerd met budgetten en begrotingen om. In samenspraak worden er in uitzonderlijke situaties altijd maatwerkafspraken met de scholen gemaakt. In het begrotingsgesprek wordt door de school aangegeven hoe een eventueel – saldo wordt weggewerkt of een + saldo wordt ingezet in het volgende begrotingsjaar. Toekomstige afspraken: Een reguliere OPRON-school met < 100 lln. mag normaliter € 3.000,- in de plus of in de min staan. Een reguliere OPRON-school met > 100 lln. mag € 5.000,- in de plus of min staan. Voor het speciaal onderwijs en in bijzondere gevallen is in overleg een ander bedrag mogelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12805577/1