CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Aanbiedingsbrief - Begrotingswijziging 2025 en Financiële verordening 2025[1]

Raadsvergadering 27 november 2025, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Begrotingswijziging 2025 en financiële verordening 2025 Omgevingsdienst Groningen4.833 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

9 alinea's met “jaarstukken”: 53 81 84 86 97 98 99 130 134

Aan de gemeenteraden en Provinciale Staten van de deelnemers van de Omgevingsdienst Groningen (verzending via e-mail)

Postadres Postbus 97 9640 AB VEENDAM Bezoekadres Lloydsweg 17 9641 KJ VEENDAM od-groningen.nl

Datum: Uw kenmerk: Ons kenmerk: Bijlagen: Behandeld door: Telefoonnummer: E-mailadres: Onderwerp:

12 september 2025 2025-021 1 S. de Vries 06 - 27 28 91 79 sdevries@od-groningen.nl Begrotingswijziging 2025 en Financiële verordening 2025

Geachte leden van de gemeenteraad/Provinciale Staten, Hierbij zenden wij u concepten van de Begrotingswijziging 2025 en de Financiële verordening 2025 toe. Het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Groningen (ODG) heeft in haar vergadering op 20 juni 2025 ingestemd met de conceptstukken. Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeenschappelijke regeling van de Omgevingsdienst Groningen worden de stukken voor een zienswijze aan u aangeboden. Begrotingswijziging 2025 De Begroting 2025 wordt door een aantal oorzaken gewijzigd: ten eerste door mutaties als gevolg van de definitieve jaaropdrachten van de deelnemers, ten tweede door wijzigingen in Rijkssubsidies en ten derde door een extra bijdrage die aan de deelnemers wordt gevraagd ten behoeve van het VTH-systeem van de ODG. In februari 2025 hebben de ODG en de leverancier van het VTH-systeem besloten om de samenwerking te beëindigen, waarna de ODG via een aanbesteding een nieuw VTHsysteem heeft geselecteerd. De implementatie daarvan is inmiddels gestart en loopt door in 2026. De kosten die hiermee samenhangen, worden deels bekostigd uit de huidige begroting van de ODG, deels door het jaarrekeningresultaat uit 2024 in te zetten. Voor de resterende kosten heeft het Algemeen Bestuur besloten tot een eenmalige extra bijdrage door de deelnemers. Hiermee worden de kosten in 2025 en 2026 gedekt.

In bijgevoegde conceptbegrotingswijziging ziet u de consequenties voor de verschillende deelnemers. Op grond van artikel 59 van de Wet op de gemeenschappelijke regelingen en op grond van artikel 13 lid b en artikel 32 lid 4 van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Groningen kunnen provinciale staten en gemeenteraden binnen twaalf weken hun zienswijze geven op begrotingswijzigingen van de ODG.

1

Financiële verordening 2025 De Financiële verordening 2025 is ten opzichte van vorige versie op een aantal punten inhoudelijk gewijzigd: wijzigingen als gevolg van het vaststellen van de Mandaat- en volmachtregeling in 2024 en toevoegingen over de rechtmatigheidsverantwoording door het Dagelijks Bestuur. Daarnaast zijn enkele redactionele wijzigingen (indeling en enkele formuleringen) doorgevoerd. Bij deze brief is een overzicht van de wijzigingen gevoegd. Op grond van artikel 13 lid b onder punt 5 van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Groningen kunnen provinciale staten en gemeenteraden binnen acht weken hun zienswijze geven. Omdat de termijn voor reacties op de begrotingswijziging twaalf weken is, hanteren wij voor beide stukken de reactietermijn van twaalf weken. Indienen en behandelen van zienswijzen Mocht u een zienswijze in willen dienen, dan verzoeken wij u om deze uiterlijk 4 december a.s. te sturen naar secretariaat@od-groningen.nl. Het Dagelijks Bestuur zal vervolgens de ingediende zienswijzen bespreken en de definitieve stukken voor vaststelling agenderen in de vergadering van het Algemeen Bestuur op 11 december 2025. Ten slotte Mocht u naar aanleiding van deze brief en bijgevoegde stukken vragen of opmerkingen hebben, dan kunt u uiteraard contact met ons opnemen. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.

Met vriendelijke groet, Het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Groningen, namens deze:

C.T. Dekker Voorzitter

Bijlagen: - Concept begrotingswijziging 2025 - Concept Financiële verordening 2025 - Wijzigingsoverzicht Financiële verordening 2025 2

E. Hulst Plaatsvervangend secretaris

Datum: Auteur: Onderwerp:

8 mei 2025 Jomima Tuhehay (teammanager Bedrijfsvoering) Conceptbegrotingswijziging 2025

Inleiding Voor u ligt de Conceptbegrotingswijziging 2025. De Begroting 2025 is op 5 september 2024 in de vergadering van het Algemeen Bestuur vastgesteld en wordt hierbij op een aantal onderdelen gewijzigd. De Begroting 2025 wordt vooral gewijzigd door een extra bijdrage door de deelnemers ten behoeve van het VTH-systeem. Daarnaast wijzigt de begroting door het toevoegen of wijzigen van subsidies van de Rijksoverheid en wordt een stijging van de bijdrage door de Seveso-opdrachtgevers verwacht. Ten slotte is een wijziging in de deelnemersbijdragen verwerkt als gevolg van de definitieve jaaropdrachten 2025 van de deelnemers.

Financieel beeld In onderstaand overzicht is het financiële overzicht van baten en lasten weergegeven, waarbij de vastgestelde begroting, de wijzigingen en de gewijzigde begroting zichtbaar zijn (bedragen x € 1.000). De totale baten stijgen t.o.v. de begroting 2025 met € 1.247.000 (van € 26.473.000 naar € 27.719.000). Baten (x €1.000) Deelnemersbijdrage Projecten VTH Meerwerk VTH Seveso Projecten Seveso Meerwerk Seveso Overige baten Extra bijdrage t.b.v. VTH-systeem Totaal

1

Begroting 2025

Begrotingswijzging 2025 17.701 467 50 6.898 604 264 489 26.473

63 369 245 -151 721 1.247

Gewijzigde begroting 2025 17.764 836 50 7.142 453 264 489 721 27.719

Lasten (x €1.000) Totaal ODG Primair proces Personeelskosten Materiële kosten Totaal Overhead Personeelskosten Materiële kosten Totaal Overigelasten Kosten zaaksysteem 2026 Totaal Saldo Baten en lasten Uit reserve vorig zaaksysteem Resultaat 2025 Subtelling Resultaat

Begroting 2025

Begrotingswijziging 2025

Gewijzigde begroting 2025

18.147 1.310 19.457

1.123 -149 974

19.270 1.161 20.431

4.228 2.624 6.852

75 226 302

4.303 2.850 7.153

740

164 740

2.016 -769

28.488 -769

400 369 769 -

400 369 769 -

164

26.473 -

Toelichting wijzigingen Deelnemersbijdrage Mutatie jaaropdrachten VTH-programma In de tweede helft van 2024 hebben deelnemers en de ODG de jaaropdrachten 2025 afgestemd. Dit heeft geleid tot wijzigingen in de hoogte van de deelnemersbijdragen van enkele deelnemers, en daarmee van de totale begroting van de ODG. In bijlage 1 zijn de wijzigingen per deelnemer weergegeven. -

Effect: € +63.000

Projecten VTH De inkomsten uit projecten zijn hoger dan bij het opstellen van de begroting 2025 werd ingeschat. Het betreft inkomsten uit rijkssubsidies. Hieronder is beschreven welke subsidies het betreft. -

Effect: € +369.000, veroorzaakt door: o Specifieke Uitkering Toezicht en handhaving energiebesparingsplicht: € +174.000 o Financiële bijdrage robuuste omgevingsdiensten: € +195.000

Specifieke Uitkering Toezicht en handhaving energiebesparingsplicht Met de Specifieke Uitkering Toezicht en handhaving energiebesparingsplicht kan de ODG in een periode van enkele jaren extra capaciteit voor toezicht en handhaving realiseren. Deze middelen worden door de Rijksoverheid beschikbaar gesteld. Het budget voor 2024 is niet volledig opgemaakt en het restant kan worden ingezet voor latere jaren. Dit leidt tot een verhoging van de projectinkomsten van € 174.000, bovenop de het begrote bedrag van € 467.000. Hiermee is het budget voor 2025 € 641.000. 2

Effect: € +174.000

Financiële bijdrage robuuste omgevingsdiensten Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) heeft een subsidie beschikbaar gesteld als bijdrage in de kosten voor het voldoen aan de robuustheidscriteria. De ODG heeft een subsidie aangevraagd van € 245.000 (het maximaal beschikbare bedrag) voor de jaren 2025 en 2026 (alleen eerste kwartaal). Het grootste deel van dit bedrag is bestemd voor 2025. -

Effect: € +195.000

Bijdrage Seveso Mutatie jaaropdrachten Seveso-programma De bijdrage van de drie noordelijke provincies voor de uitvoering van de Seveso-taken wordt gebaseerd op het aantal Seveso-/RIE-4-locaties op 1 november van het voorgaande jaar (voor 2025: 1 november 2024). Omdat de begroting altijd wordt vastgesteld vóór deze peildatum, wordt daarin gerekend met het aantal bedrijven op 1 november van het jaar ervoor (voor 2025: 1 november 2023). Het totaal aantal bedrijven is gestegen van 101 naar 104 (+3). Deze aantallen zijn met de noordelijke provincies afgestemd. De gestegen bijdrage die is ook geïndexeerd. -

Effect: € +245.000, veroorzaakt door: o Mutatie jaaropdracht (€238), o Correctie indexatie (€7k)

Projecten Seveso Maatwerkafspraken grote uitstoters Om de klimaatdoelen te halen zet het kabinet in op een maatwerkaanpak voor de 20 grootste industriële CO2-uitstoters. Binnen het werkgebied van de ODG gaat het om twee Seveso-locaties. De Rijksoverheid stelt hiervoor een subsidie beschikbaar, die direct aan de ODG beschikbaar wordt gesteld. Van deze subsidie is voor het jaar 2025 nog een restant van €249.000 beschikbaar. Dit is €151.000 minder dan het oorspronkelijk begrote bedrag van €400.000. In de huidige begrotingswijziging is uitsluitend het overgebleven bedrag uit 2024 opgenomen. We verwachten in september meer duidelijkheid over een eventueel aanvullend bedrag. Uit zekerheidshalve is dit aanvullende bedrag nog niet meegenomen in deze wijziging. -

Effect: € -151.000

Extra bijdrage t.b.v. VTH-systeem De ODG en de leverancier van het VTH-systeem hebben geconcludeerd dat de beoogde samenwerking niet goed functioneert en dat de verwachtingen over en weer niet zijn waargemaakt. Daarom is besloten om de samenwerking te beëindigen via een 3

vaststellingsovereenkomst. Het Algemeen Bestuur heeft besloten om de financiële consequenties van € 1.090.000 te verwerken in de begrotingswijziging 2025, waarbij het jaarrekeningresultaat uit 2024 van € 369.000 wordt betrokken bij het vaststellen van de hoogte van de extra bijdrage door de deelnemers. Bij de vaststelling van de jaarstukken 2024 wordt een bestemmingsreserve voor het VTHsysteem (van € 369.000) gevormd waarin het jaarrekeningresultaat wordt opgenomen. In 2025 wordt het bedrag onttrokken aan de bestemmingsreserve. Het resterende bedrag zal als extra bijdrage in rekening worden gebracht bij de deelnemers. -

4

Effect: € +721.000

Bijlage: Consequenties voor deelnemersbijdragen Bijdrage programma VTH (excl. extra bijdrage VTH-systeem) Deelnemersbijdrage (x €1.000) Eemsdelta Groningen Het Hogeland Midden-Groningen Oldambt Pekela Stadskanaal Veendam Westerkwartier Westerwolde Provincie Groningen Totaal

Begroting 2025

Begrotingswijzging 2025 2.039 1.746 1.214 2.220 916 516 1.084 816 1.579 1.059 4.514 17.701

2 10 -1 -42 6 0 0 -4 71 8 12 63

Gewijzigde begroting 2025 2.040 1.757 1.214 2.178 922 516 1.084 812 1.650 1.067 4.525 17.764

Bijdrage programma Seveso (excl. extra bijdrage VTH-systeem) Seveso (x €1.000) Provincie Drenthe Provincie Fryslân Provincie Groningen Totaal

Begroting 2025

Extra bijdrage VTH-systeem

5

Mutatie opdracht 1.068 1.161 4.669 6.898

Correctie index 59 -1 180 237

2 -0 5 7

Gewijzigde begroting 2025 1.129 1.160 4.853 7.142

Bijdragen totaal (incl. extra bijdrage VTH-systeem) Bijdrage totaal (x €1.000) Eemsdelta Groningen Het Hogeland Midden-Groningen Oldambt Pekela Stadskanaal Veendam Westerkwartier Westerwolde Provincie Groningen Provincie Drenthe Provincie Fryslan Totaal

6

VTH

Seveso 2.040 1.757 1.214 2.178 922 516 1.084 812 1.650 1.067 4.525 17.764

VTH-systeem

4.853 1.129 1.160 7.142

60 51 35 65 27 15 32 24 46 31 270 31 34 721

Totaal 2.100 1.808 1.249 2.243 949 531 1.116 836 1.696 1.098 9.649 1.160 1.194 25.628

Financiële verordening Omgevingsdienst Groningen 2025 Het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Groningen, gelet op artikel 216 van de Provinciewet, artikel 212 van de gemeentewet en artikel 27 van de Gemeenschappelijke regeling besluit vast te stellen de: Financiële verordening Omgevingsdienst Groningen 2025

Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. b. Financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de ODG.; c. Rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving. d. Doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen. e. Doeltreffendheid: de mate waarin de ODG erin slaagt met de geleverde prestaties de gestelde doelen of de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid te bereiken. f. Rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het Dagelijks Bestuur waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving. g. Investering: een uitgaaf voor een goed of object met een gebruiksduur langer dan een jaar. h. ODG: de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen.

Paragraaf 2. Begroting en verantwoording Artikel 2. Vaststelling planning en kaders begroting en meerjarenraming

1

1. Het Algemeen Bestuur stelt jaarlijks een bestuurlijke planning met betrekking tot het opstellen en vaststellen van de begroting, tussentijdse rapportages en de jaarstukken vast. 2. Het Algemeen Bestuur stelt de indeling voor de begroting vast. 3. Voorafgaand aan het opstellen van de begroting stemt het Dagelijks Bestuur de kaders voor de begroting af met het Algemeen Bestuur. 4. Het Algemeen Bestuur kan op voorstel van het Dagelijks Bestuur relevante indicatoren vaststellen voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de dienstverlening door de ODG en de maatschappelijke effecten. 5. Het Algemeen Bestuur kan aangeven over welke onderwerpen zij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. Artikel 3. Autorisatie begroting, investeringskredieten en financiële positie 1. Het Algemeen Bestuur stelt ieder jaar een begroting vast. Hiermee autoriseert zij de baten en lasten voor het desbetreffende begrotingsjaar. 2. Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe het Algemeen Bestuur heeft besloten in de uiteenzetting van de financiële positie is opgenomen. Ook de investeringskredieten worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 3.

Voor investeringen groter dan € 100.000 die niet bij het vaststellen van de begroting zijn geautoriseerd, legt de directeur voorafgaand aan het aangaan van de verplichting een investerings-voorstel via het Dagelijks bestuur voor aan het Algemeen bestuur. 4. De directeur is volgens de mandaat- en volmachtregeling 2024 bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten met een verplichting van maximaal € 250.000 euro. 5. In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen, om kosten die bij het opstellen van de begroting niet voorzienbaar waren maar toch zijn ontstaan op te vangen. Het Dagelijks Bestuur informeert het Algemeen Bestuur bij de tussentijdse rapportages en bij de jaarrekening over de uitputting van de post onvoorzien. 6. Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat de budgetten uit de begroting en de kredieten voor investeringen passen binnen de kaders zoals geautoriseerd door het Algemeen Bestuur. Tevens zorgt zij dat de individuele budgetten niet zodanig worden overschreden dat het verwezenlijken van essentiële andere budgetten onder druk komt te staan. 7. Wanneer de lasten in de begroting de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, of de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, meldt de directeur dit bij het Dagelijks Bestuur.

Indien de totale baten en lasten van de begroting meer dan 5% afwijken van het door het Algemeen Bestuur vastgestelde kader (m.u.v. nacalculatie effecten 2

Seveso) legt het Dagelijks Bestuur een begrotingswijziging voor aan het Algemeen Bestuur. Artikel 4. Tussentijdse rapportages 1. Het Dagelijks Bestuur informeert het Algemeen Bestuur door middel van twee tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de ODG over de eerste drie of vier maanden en de eerste acht maanden van het lopende boekjaar. 2. De tussentijdse rapportages bevatten in ieder geval een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten; b. de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves; c. het resultaat, volgend uit de onderdelen a en b. 3. In de tussentijdse rapportages worden gemelde afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten of van investeringskredieten toegelicht. Artikel 5. Jaarstukken 1. De jaarstukken bestaan uit de jaarrekening en het jaarverslag. Deze stukken, inclusief de rechtmatigheidsverantwoording, worden – voorzien van een accountantsverklaring en een voorstel over de bestemming van het jaarrekeningresultaat – vastgesteld door het Algemeen Bestuur. 2. In de jaarstukken legt het Dagelijks Bestuur verantwoording af over de mate waarin de gestelde doelen en resultaten zijn bereikt en de lasten en baten die daarmee waren gemoeid. 3.

Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het Dagelijks Bestuur het Algemeen Bestuur voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar.

Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording Artikel 6. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. Het Algemeen Bestuur stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 3% van de totale lasten, inclusief de dotaties aan de reserves. 3

3. In de paragraaf bedrijfsvoering licht het Dagelijks Bestuur de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan de rapporteringstolerantie nader toe, overeenkomstig de rapporteringstolerantie zoals opgenomen in het door het Algemeen Bestuur jaarlijks vast te stellen controleprotocol, voor zover deze niet vallen onder de acceptabele afwijkingen als bedoeld in artikel 8 lid 3. Artikel 7. Voorwaardencriterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Het Dagelijks Bestuur biedt het Algemeen Bestuur jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) weten regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Artikel 8. Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is het criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door het Algemeen Bestuur geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten; 2.

De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door het Algemeen Bestuur is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 3. 3. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. de overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. 4. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het Algemeen Bestuur, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Artikel 9. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik

4

en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en eigendommen van de ODG bij financiële beheershandelingen. 2. Het Dagelijks Bestuur zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen en eigendommen van de ODG.

Paragraaf 4. Financieel beleid Artikel 10. Waardering en afschrijving vaste activa 1. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. 2. Alle investeringen worden geactiveerd, behalve investeringen of activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 afzonderlijk; deze worden ineens ten laste van de exploitatie gebracht. 3. Investeringen worden lineair afgeschreven, tenzij annuïtaire afschrijving dringend gewenst is bijvoorbeeld om de afschrijving te kunnen koppelen aan een annuïtaire geldlening die voor de investering is aangetrokken. Afschrijving start op het moment van aanschaf. Op gronden en terreinen worden niet afgeschreven. 4. De volgende afschrijvingstermijnen worden in principe gehanteerd. a. 15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen. b. 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen in bedrijfsgebouwen, kantoormeubilair. c. 3 tot 5 jaar: software, automatiseringsapparatuur, telefooninstallaties. d. 1 tot 10 jaar: verbouwingen, termijn afhankelijk van de looptijd van het huurcontract inclusief optietermijn verlenging. e. Wanneer de verwachte economische levensduur van een activum in belangrijke mate afwijkt van bovenstaande afschrijvingstermijnen, kan dit aanleiding zijn om een andere afschrijvingstermijn te hanteren.

Voor niet genoemde typen activa wordt een afschrijvingstermijn gehanteerd die overeenkomt met algemeen gangbare normen en met de te verwachten economische levensduur van het actief. Artikel 11. Reserves en voorzieningen 1. Het Dagelijks Bestuur biedt jaarlijks als onderdeel van de begroting het overzicht van geplande mutaties in de reserves en voorzieningen aan ter behandeling en vaststelling door het Algemeen Bestuur. Er wordt geen rente aan de reserves en voorzieningen toegerekend.

5

2. Het Dagelijks Bestuur biedt jaarlijks als onderdeel van de jaarrekening het overzicht van mutaties van reserves en voorzieningen aan ter behandeling en vaststelling door het Algemeen Bestuur. Het overzicht bevat een onderbouwing van de hoogte van reserves en voorzieningen en de mutaties. 3. Voorstellen tot vorming van reserves worden gedaan bij begroting(swijziging) of jaarrekening en bevatten minimaal het doel voor vorming en de criteria voor besteding van de reserve. Artikel 12. Kostprijsberekening De grondslag voor het bepalen van de heffingen en tarieven wordt gevormd door de geraamde kostprijs van de betreffende producten en diensten. Voor het bepalen van die kostprijs wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken, voor zover al deze kosten samenhangen met de door de ODG verleende diensten. Artikel 13. Financieringsfunctie Het Algemeen Bestuur stelt een treasury statuut vast, waarin het beleid op het gebied van treasury is opgenomen. Dit onderdeel is echter zowel inhoudelijk als qua uitvoering belegd bij de Provincie Groningen . Artikel 14. Afrekening met de deelnemers 1.

Bij de begroting wordt met de VTH deelnemers een uurtarief voor geleverde producten overeengekomen en een hoeveelheid af te nemen producten (P*Q). Bij een begrotingswijziging kunnen dit uurtarief en de hoeveelheid (de zgn. jaaropdracht plus collectieve taken en overhead) opnieuw worden berekend. Er zijn bij de start van deze financiering aparte spelregels opgesteld over de uitvoering hiervan. Hoofdregel: Eenmaal definitief vastgestelde bedragen (totaal jaaropdrachten) voor een boekjaar worden niet meer na afloop van het boekjaar gewijzigd. 2. Voor de Seveso deelnemers geldt een zgn. nacalculatie afrekening op basis van werkelijk gemaakte kosten over een boekjaar. 3. Indien de hoogte van het weerstandsvermogen niet voldoet aan de afspraken die hierover zijn gemaakt, dan kan het Algemeen bestuur besluiten om het weerstandsvermogen aan te zuiveren of te verlagen. 6

4. In gevallen waarin er sprake is van een positief of negatief resultaat bij de jaarrekening wordt een voorstel tot bestemming van het resultaat aan het Algemeen Bestuur voorgelegd. Bij dit voorstel wordt rekening gehouden met de afspraken die zijn gemaakt met betrekking tot de hoogte van het weerstandsvermogen.

Paragraaf 5. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken Artikel 15. Lokale heffingen De ODG heft zelf geen leges maar kan bij mandaat de heffing van leges voor één of meerdere deelnemers uitvoeren. Wordt besloten om zelf leges te gaan heffen, dan neemt het Dagelijks Bestuur in de paragraaf lokale heffingen bij de begroting en de jaarstukken minimaal de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. Artikel 16. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1. Het Dagelijks Bestuur besteedt naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken in ieder geval aandacht aan: a. een overzicht van de risico’s van materieel belang, met een inschatting van de kans dat deze risico’s zich voordoen. Hierbij wordt onder andere aandacht gegeven aan tegenvallende renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt. Waar mogelijk worden de risico’s gekwantificeerd; b. de weerstandscapaciteit en in hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico’s van materieel belang met de weerstandscapaciteit kunnen worden opgevangen. 2. Onder het weerstandsvermogen wordt in ieder geval begrepen de algemene reserve, de post onvoorzien van het lopende boekjaar en een eventueel nog niet bestemd rekeningresultaat.

Artikel 17. Financiering Het Dagelijks Bestuur besteedt in de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval aandacht aan: a. de kasgeldlimiet en de renterisiconorm; b. de financieringsbehoefte. 7

Artikel 18. Bedrijfsvoering Het Dagelijks Bestuur neemt in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand; b. een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn indien nodig. c. een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen; d. rapportage van het veelvuldig niet naleven van normen uit de gids proportionaliteit en/of slechte documentatie of naleving hiervan, als deze voorkomen; e. geconstateerde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt. Artikel 19. Openbaarheid Het Dagelijks Bestuur besteedt in het kader van de Wet open overheid in de paragraaf openbaarheid van de begroting en de jaarstukken aandacht aan de beleidsvoornemens in het kader van deze wet en de uitvoering van de wet in relatie tot die beleidsvoornemens.

Paragraaf 6. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 20. Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen bij de ODG. b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gevoerde beleid; e. het afleggen van verantwoording door het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving, en

8

f.

de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

Artikel 21. Financiële organisatie Het Dagelijks Bestuur draagt in ieder geval zorg voor: a. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden; b. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; c. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; d. de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; e. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; f. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan; g. het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door het Algemeen Bestuur, kunnen worden getoetst. Artikel 22. Interne controle 1. Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen.

Bij afwijkingen rapporteert het Dagelijks Bestuur daarover in de rechtmatigheidsverantwoording. Daarnaast informeert het Dagelijks Bestuur het Algemeen Bestuur over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. 2. Het Dagelijks Bestuur zorgt voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de ODG. Bij afwijkingen in de administratie neemt het Dagelijks Bestuur maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.

Paragraaf 7. Slotbepalingen Artikel 23. Inwerkingtreding en citeertitel 9

1. Deze verordening treedt in werking met terugwerkende kracht per 1 januari 2025. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: “Financiële verordening ODG 2025”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur van …………

de voorzitter,

10

de secretaris,

Datum: Onderwerp:

vrijdag 5 september 2025 Overzicht wijzigingen Financiële verordening 2025 ten opzichte van Financiële verordening 2022

Artikel 1. Definities Gewijzigd (vanwege de verplichting voor rechtmatigheidsverantwoording uit te voeren):

het

Dagelijks

Bestuur

om

Oud

Nieuw

K. Rechtmatigheid: Het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV.

c. Rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving.

Toegevoegd (vanwege de verplichting voor het rechtmatigheidsverantwoording uit te voeren): f.

Dagelijks

Bestuur om

de

de

Rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het Dagelijks Bestuur waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante weten regelgeving.

Artikel 3. Autorisatie begroting, investeringskredieten en financiële positie Toegevoegd (n.a.v. de wijzigingen in de mandaat- en volmachtregeling 2024): 4.

De directeur is volgens de mandaat- en volmachtregeling 2024 bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten met een verplichting van maximaal € 250.000 euro.

Artikel 5. Jaarstukken Toegevoegd (vanwege de verplichting voor het rechtmatigheidsverantwoording uit te voeren): 1.

Dagelijks

Bestuur om

de

De jaarstukken bestaan uit de jaarrekening en het jaarverslag. Deze stukken, inclusief de rechtmatigheidsverantwoording, worden – voorzien van een accountantsverklaring en een voorstel over de bestemming van het jaarrekeningresultaat – vastgesteld door het Algemeen Bestuur.

Overige (redactionele) wijzigingen -

De indeling is op onderdelen aangepast door artikelen of onderdelen daarvan te verplaatsen;

-

Titels van artikelen en paragrafen zijn aangepast;

-

Diverse teksten zijn herschreven ten behoeve van leesbaarheid.

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16155810/1