CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

02. Gespreksagenda Regio en Rijk april 2022 def

Raadscommissie 16 juni 2022, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Gespreksagenda regio en Rijk over de versterking6.311 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gespreksagenda Regio en Rijk Groningen, april 2022 Op 7 februari 2022 stuurde staatssecretaris Vijlbrief de beleidsbrief Groningen naar de Tweede Kamer. Middels deze brief laat de staatssecretaris zien dat hij weet welke problemen er door de gaswinning in Groningen zijn. In deze brief spreekt hij de bereidheid uit snel te willen kijken naar ruimhartige oplossingen waarbij de bewoner centraal staat. Wij, de regio, lezen de brief als een handreiking naar de regio om samen de aanpak van de versterkingsopgave, de afhandeling van schade en toekomstperspectief voor het gebied te verbeteren. In een aantal bestuurlijke gesprekken tussen de staatssecretaris, de regionale bestuurders en de maatschappelijke organisaties is waardering uitgesproken voor de beleidsbrief. Ook zijn in deze gesprekken de problemen besproken. Waarbij is aangegeven dat het vertrouwen dat het nu echt beter wordt, laag is onder Groningers. Om dat vertrouwen langzaam te kunnen herstellen, is het nodig de daad bij het woord te voegen. De staatssecretaris heeft aangegeven dat hij zich dat realiseert. Hij heeft de regio gevraagd concreet aan te geven waar het vastloopt en waar hij maatregelen kan nemen en kan bijsturen om problemen op te lossen. De regio komt daarom met deze gespreksagenda. In deze agenda schetsen wij knelpunten zo concreet mogelijk, geven we voorbeelden en bieden oplossingsrichtingen.

Daarbij benoemen we 'man en paard'. Niet om te wijzen of terug te kijken, maar omdat we alleen dan scherp kunnen maken waar de staatssecretaris maatregelen moet nemen. Hij wil tenslotte snel het verschil kunnen maken in de situatie waar onze inwoners in verkeren. Wij kijken daarbij ook naar onze eigen rol omdat we alleen gezamenlijk kunnen zorgen voor verbeteringen. Ook de maatschappelijke organisaties hebben laten weten de staatssecretaris concrete informatie te geven. We gaan er van uit dat we middels deze gespreksagenda zo gezamenlijk een scherp beeld kunnen schetsen van de maatregelen die nodig zijn. De voorbeelden die we noemen zijn uiteraard niet limitatief en illustreren alleen de inhoudelijke punten waar we tot oplossingen moeten komen. In deze gespreksagenda ligt de focus op schadeafhandeling en de versterking. Onderwerpen waar Groningers dagelijks mee worden geconfronteerd. Om de schadeafhandeling en versterking op een goede manier vlot te trekken is een miljardeninvestering noodzakelijk. We gaan daarbij uit van resultaatafspraken in plaats van budgetafspraken. Groningen verdient inhoudelijk goede oplossingen en niet langer oplossingen die financieel gestuurd zijn. De afgelopen weken hebben we vooral veel gesproken over de hoogte van de gaswinning. Nogmaals, we waarderen het resultaat dat de eerdere aangekondigde verhoging niet geheel gerealiseerd hoeft te worden.

Deze agenda is in die wetenschap opgesteld. Mocht een verhoging van de gaswinning vanuit de kant van de staatssecretaris ooit aan de orde komen dan is dat voor ons een reden om opnieuw in gesprek te gaan. In de eerste plaats over de veiligheid, maar zeker ook over de financiële consequenties van zo'n beslissing. Versterking Het proces van de versterking kenmerkt zich tot nu toe door lang wachten en lange onduidelijkheid voor bewoners. Daarnaast zijn grote verschillen ontstaan binnen dorpen en wijken die lastig uit te leggen en te begrijpen zijn. Dit komt door wijzigingen in de aanpak, de pauzeknop na het besluit te stoppen met de gaswinning en steeds nieuwe bestuurlijke afspraken. De laatste bestuurlijke afspraken zijn gemaakt in november 2020. De intentie was met deze afspraken ontstane verschillen te verkleinen en inwoners te compenseren. We moeten helaas concluderen dat we met het uiteindelijke onderhandelingsresultaat als het gaat om het oplossen van verschillen daar onvoldoende

in zijn geslaagd. Binnen het versterkingsproces zijn veel knelpunten te onderscheiden die we hier benoemen. Waar mogelijk geven we voorbeelden en oplossingsrichtingen. Verschil blok A en blok B In de subsidieregeling voor blok A is als extra randvoorwaarde opgenomen dat alleen adressen die niet op norm zijn en kiezen voor herbeoordeling in aanmerking komen voor € 13.000 en € 17.000. Nu blijkt dat er zo'n 100 adressen zijn die op voorhand op norm zijn (dus zonder herbeoordeling). Die adressen komen volgens de voorwaarden van de blok A-regeling alleen in aanmerking voor € 17.000. Deze adressen liggen te midden van adressen waarvan eigenaren wel de mogelijkheid hebben om het gebouw opnieuw te laten beoordelen én adressen in blok B, die het gehele bedrag van € 30.000 krijgen. Er ontstaat hier dus een nieuw verschil, terwijl de regelingen juist bedoeld waren om verschillen weg te nemen. Eigenaren hebben het gevoel gestraft te worden voor het feit dat hun woning op norm is. Een gebrek van de blok A-regeling dat we met elkaar bij het opstellen niet hebben gezien. De meest eenvoudige oplossing lijkt dat het Rijk de regeling voor blok A aanpast en de genoemde voorwaarde eruit haalt. Wat er in de praktijk gebeurt is dat we in lange discussies belanden waarbij het Rijk aangeeft de oplossing niet te willen betalen en bang is voor precedentwerking.

Het Rijk wil daarom het risico van uitvoering van de regeling niet nemen. Ook nadat de regio en Nationaal Coördinator Groningen (NCG) de financiering op zich hebben genomen, wil het Rijk de voorgestelde aanpassing van de regeling niet uitvoeren, waardoor de regio nu zelf een afzonderlijke regeling aan het opstellen is. Deze problematiek was in december bij alle partijen al bekend. Bij snel en praktisch handelen hadden we deze mensen al lang gerust kunnen stellen. Krappe juridische kaders Dit voorbeeld is ook exemplarisch voor de manier waarop nog steeds voor een sterk juridische benadering wordt gekozen. Als we de opgave als een crisis zien en zo willen behandelen dan moeten we de ruimte nemen om maatwerk toe te passen. Waarbij we af kunnen wijken van aanbestedingsregels en uitzonderingen kunnen maken op vigerende wet- en regelgeving op het gebied van bijvoorbeeld natuur. Daarbij moeten we ook kijken naar ons eigen handelen als het gaat om provinciale/lokale regelgeving en bijvoorbeeld de opgave van tijdelijke huisvesting. De houding in het dossier moet op dit punt veranderen. We moeten ons steeds de vraag stellen: wat is nodig om tot een oplossing te komen? En daar vervolgens naar handelen. Typologieaanpak De typologieaanpak moet bijdragen aan de gewenste versnelling van de versterking.

Zoals hiervoor geschetst kenmerkt de aanpak van de versterking zich tot nu toe door het ontstaan van verschillen die lastig uitlegbaar zijn en zorgen voor sociale ontwrichting in dorpen en wijken. De gemeente Eemsdelta heeft een impactanalyse van de typologieaanpak uitgevoerd om te beoordelen hoe deze aanpak uitpakt in de dorpen en wijken. Daaruit komt naar voren dat op een paar plaatsen de vlekken dwars door straten in dorpen lopen waardoor dezelfde type woningen op een andere manier beoordeeld zullen worden. Het gaat daarbij om zo'n 130 adressen binnen de gemeente Eemsdelta. We willen voorkomen dat er wéér nieuwe verschillen ontstaan. En willen daarom de afspraak maken dat in deze situaties de betreffende woningen in de hele straat of dorp op dezelfde manier behandeld worden en bewoners in elk geval de keuze krijgen voor hetzelfde maatregelenpakket aan hun woning. Ook de andere gemeenten gaan op deze manier de impact van de typologieaanpak beoordelen. We werken aan een kort plan van aanpak dat we binnenkort met het Rijk zullen delen met als doel gezamenlijk afspraken te maken om nieuwe verschillen te voorkomen. Bij de start van de typologieaanpak was het uitgangspunt dat ongeveer 20% van de adressen die op voorhand geschikt lijken om op deze manier te beoordelen niet

typologisch beoordeeld zouden kunnen worden. Dat noemen we de uitval. Inmiddels blijkt dat dit percentage veel hoger is en dat voor sommige typologieën meer dan de helft van de adressen uitvalt. Die adressen zullen dus beoordeeld moeten worden op de reguliere manier (dus doorrekenen met NLTH of NLPO). Dat heeft consequenties voor de planning van de operatie in het gehele gebied. Daarmee blijft het ook noodzakelijk om naast te investeren in de typologieaanpak, ook te (blijven) investeren in capaciteit voor reguliere beoordelingen en daarop in te spelen bij het inkooptraject. Daarnaast kunnen we de aanpak versnellen door meer gebruik te maken van de praktijkaanpak en deze verder te optimaliseren. Voorbeeld In Ten Post staan panden uit de oude batches die met de typologieaanpak beoordeeld zouden worden. Deze mensen wachten al heel lang. Opnames hebben plaats gevonden in 2017 en 2018. Nu hoopten zij via de typologieaanpak uiteindelijk dit jaar te kunnen vernemen wat er aan hun huis moet gebeuren om het veilig te maken. Doordat deze panden alsnog uitvallen komt hier opnieuw uitstel voor deze groep. Gezien de voorgeschiedenis is dit onaanvaardbaar. De scope van de opgave Bij elk moment van bestuurlijke afspraken is de scope van de opgave onderwerp van gesprek geweest.

De scope is tot stand gekomen door afspraken over batches uit de eerste aanpak, gecombineerd met de woningen die voortkwamen uit toepassing van het HRA-model. De scope heeft in het gebied op adresniveau tot veel vragen en moeilijk uit te leggen situaties geleid waarbij met de bestuurlijke afspraken van november 2020 een poging is gedaan de ontstane verschillen recht te doen met een vorm van compensatie. Toch komen we in de praktijk af en toe situaties tegen waarvan de gemeente aangeeft dat er legitieme redenen zijn om een woning aan de scope toe te voegen. Via het Loket opname op verzoek (LOOV) kunnen inwoners zelf een verzoek doen, maar er zijn situaties waarbij een gemeente de ruimte moet krijgen een woning zonder problemen aan de scope toe te voegen. Voorbeeld In september 2021 is na zorgvuldig afwegen een brief gestuurd namens de burgemeester van Het Hogeland aan de NCG om, op basis van zijn discretionaire bevoegdheid, een adres aan de scope toe te voegen vanwege de zeer urgente situatie bij een gezin. Een directe reactie vanuit de NCG was om welke discretionaire bevoegdheid het nu ging.

Vervolgens heeft de gemeente tot maart 2022 moeten wachten, na veelvuldig navragen, om een procedureel antwoord terug te krijgen dat er geen sprake meer is van een discretionaire bevoegdheid (is verlopen met de bestuurlijke afspraken 2020, aldus de NCG) en waarin wordt verwezen naar andere procedures waar gebruik van gemaakt kan worden. Dit gaat naar ons idee voorbij aan de mensgerichte aanpak en urgente hulp die vanuit de rol en positie van een burgemeester wordt gevraagd. Vertrouwen in beoordelingsvermogen en het handelen vanuit de lokale overheid zou hier enorm helpen. Opdrachtgevende rol gemeenten Gemeenten zijn opdrachtgever van de NCG en voeren deze rol uit door middel van het lokale plan van aanpak. Het lokale plan van aanpak geeft de prioritering van de opgave weer en wordt jaarlijks vastgesteld door de gemeenteraad. In de praktijk blijkt dat gemeenten regelmatig gepasseerd worden bij wijzigingen in planningen en de aanpak.

Zonder medeweten van gemeenten worden adressen naar voren gehaald of naar achteren geschoven. Daarnaast wordt door het Rijk erg sturend meegekeken in projecten waar bijvoorbeeld resultaatafspraken over zijn gemaakt (bijvoorbeeld Zandplatenbuurt Delfzijl). Dit terwijl er kaders liggen waarbinnen de NCG en gemeente met voldoende mandaat en middelen aan de slag kunnen. Het Rijk is eigenaar van de NCG maar vult deze rol ook in als opdrachtgever. Daarmee is er dubbele aansturing van de NCG en moet de NCG twee opdrachtgevers dienen. Naar onze mening kan en moet de afstand van het Rijk ten opzichte van de uitvoering op adresniveau vergroot worden. Geef vertrouwen, (financiële) ruimte en mandaat aan lokale overheden en de NCG om knelpunten op te lossen. Alleen op deze manier kan de gemeente haar positie pakken als opdrachtgever en kan de gemeenteraad zijn controlerende taak uitoefenen. Ook bij het opstellen van beleid moeten gemeenten als opdrachtgever in positie worden gebracht. Ze worden te vaak geconfronteerd met nieuwe beleidskaders. Voorbeeld De NCG heeft de gemeenten een voorstel gedaan voor de planning van de Lokale Plannen van Aanpak (LPvA). Voor het LPvA 2023 stelt de NCG voor dat deze in april/mei worden opgesteld. Met de grilligheid van het dossier en de afhankelijkheden hierin, is het wenselijk om het LPvA zo kort mogelijk voor de datum van inwerkingtreding vast te leggen.

NCG geeft echter aan hieraan niet mee te kunnen werken, omdat zij het LPvA nodig hebben voor de goedkeuring van het Rijk op de opdrachten naar de ingenieursbureaus. En het Rijk kan die alleen geven gekoppeld aan de P&C cyclus. Met andere woorden: NCG heeft voor de najaarsnota van het Rijk vastgestelde LPvA’s nodig. In plaats van dat de positie van de gemeenten als opdrachtgever en de raad als democratische legitimatie leidend is, is de interne financiële procedure bij het Rijk leidend.

Wij zien voor de staatssecretaris een rol weggelegd om als eigenaar van de uitvoeringsorganisatie in gesprek te gaan met de NCG met als doel de NCG te faciliteren met mandaat en middelen om hun opdracht uit te kunnen voeren. Wij zijn ervoor om eigenaarschap en opdrachtgeverschap op deze manier van elkaar te scheiden. Het opdrachtgeverschap zou in elk geval primair bij gemeenten moeten liggen. Daarnaast moeten heldere afspraken worden gemaakt op welke punten, en hoe, het Rijk nog een opdrachtgevende rol vervult. Capaciteit De capaciteit voor het beoordelingsproces is sinds het begin van de versterkingsopgave een probleem geweest. Mensen wordt toegezegd dat ze op een bepaald moment hun versterkingsadvies krijgen en dat moment wordt vaak niet gehaald en soms meerdere keren uitgesteld. Er moeten afspraken gemaakt worden met ingenieursbureaus over planningen met maatregelen wanneer deze niet gehaald worden. Er moet een strakkere aansturing komen op dat proces zodat het proces voorspelbaar wordt voor bewoners. Afspraken moeten nagekomen worden. Daarbij moeten bewoners actief worden geïnformeerd over de voortgang. Ook de capaciteit in de uitvoering lijkt een probleem te worden. Tegelijkertijd hebben bouwers op de in november 2021 georganiseerde Bouwtop aangegeven dat ze de werkvoorraad aan kunnen, mits deze voorspelbaar wordt en het proces eenvoudiger.

Hier is goede afstemming met de bouw noodzakelijk grote knelpunten in de uitvoering te voorkomen.

Geen extra kosten neerleggen bij de bewoner In Groningen staan veel zogenaamde ‘arbeiderswoningen’ en andere oudere woningen die gebouwd zijn in een tijd dat er andere bouwregelgeving van kracht was. In het geval van sloop/nieuwbouw moeten er daarom vaak grotere woningen worden teruggebouwd. Daarnaast zijn de bouwkosten gestegen. We merken dat deze problemen vaak neergelegd worden bij bewoners. Mensen moeten ineens bijbetalen terwijl zij zonder daarom gevraagd te hebben in deze situatie terecht zijn gekomen. Bij grote extra wensen van bewoners is bijbetalen terecht, maar het terugkrijgen van jouw woning en nu conform nieuwe bouwregels en in de huidige markt mag niet het probleem van de bewoner worden. Een ander voorbeeld is het mogelijk maken van sloop/nieuwbouw door inleggen van eigen middelen. Het is goed om inwoners de mogelijkheid te bieden om te kunnen kiezen voor sloop/nieuwbouw in plaats van bouwkundig versterken. Ook daarbij zijn inzet van eigen middelen gerechtvaardigd. In de praktijk is echter recent gebleken dat de NCG deze optie biedt aan inwoners onder de voorwaarde om dat geheel voor eigen rekening en risico te doen. De regeling is zo ingericht dat het in de praktijk onmogelijk wordt gemaakt. De voorwaarden houden in dat alle risico's worden overgedragen waardoor inwoners er geen of nauwelijks gebruik van durven te maken.

Het woord ruimhartig is vaak gevallen in relatie tot schadeherstel en versterken in Groningen. De werkelijkheid is op dat punt voor bewoners anders. NAM betaalt uitsluitend voor de kosten die voor veiligheid echt noodzakelijk zijn en dat is merkbaar in de processen waar bewoners in verkeren. Een voorbeeld daarvan is Bouwimpuls waarbij gepoogd wordt met de nodige snelheid gericht op veiligheid woningen te versterken. Het blijft echter van belang ruimte te geven aan de bewoner en dat er naast een veilig huis vooral ook een leefbaar huis overblijft. Om te voorkomen dat de te declareren kosten bij de NAM voelbaar zijn in het proces voor de bewoner moet het opdrachtgeverschap vanuit het Rijk richting de NCG anders worden ingevuld. Dit vraagt om resultaatafspraken in plaats van budgetafspraken. Ook merken we dat dat het ministerie van Financiën over de schouders van het ministerie van EZK en NCG meekijkt. Dat maakt dat in situaties waarbij NCG en het ministerie van EZK wel mee wil werken aan oplossingen, er alsnog een aantal hordes moeten worden genomen bij de collega’s van Financiën. Als het Rijk de aardbevingsproblematiek werkelijk als crisis zou benaderen, zouden deze situaties niet aan de orde zijn. Regie bij inwoners en dorpen Het is dringend nodig dat inwoners zicht krijgen op wat er aan hun huis en in hun omgeving moet of gaat gebeuren.

Het is van het grootste belang dat dit inzichtelijk wordt gemaakt en dat bewoners betrokken worden bij de keuzes die voorliggen. Wij geloven dat de oplossing ligt in een gebiedsgerichte aanpak, waarbij niet alleen de 'checklist van de juristen en controllers' van het bijbehorende arrangement gevolgd worden, maar waarbij plannen ontworpen worden in de context van de directe leefomgeving. Dit vraagt mandaat en het vraagt intensieve betrokkenheid van NCG, gemeenten én bewoners en bereidheid om er samen uit te komen. In verschillende gemeenten is al gewerkt met een vorm van een dorpsgerichte aanpak. Voorbeelden zijn Krewerd, Overschild, Tjuchem en Steendam.

De gemeente Eemsdelta werkt op dit moment samen met de NCG een dorpenaanpak uit voor de dorpen in de kern van het aardbevingsgebied. Daar wil de gemeente snel starten met een gebiedsgerichte aanpak die, grotendeels binnen de gemaakte afspraken, het mogelijk maakt om transparant en participatief met bewoners uitvoeringskeuzes te maken en plannen samen uit te werken. De individuele bewoner beslist over zijn eigen woning en het dorp praat mee daar waar het overstijgende zaken betreft, denk hierbij ook aan praktische zaken als prioriteringen, verkeersafsluitingen etc.. De uitgangspunten van de dorpenaanpak zullen bijdragen aan meer regie van bewoners en dus het gevoel van grip hebben op hun eigen leven. De uitvoering blijft echter bij NCG; de juridische en financiële verantwoordelijkheid wordt niet overgedragen aan bewoners, ook niet in geval van sloop/nieuwbouw of wanneer gecombineerd wordt met eigen plannen of financiële middelen.

Communicatie In de communicatie naar de inwoner valt veel te verbeteren. Dit wijst het onderzoek van KAW naar de bewonersbeleving uit. Ook de gemeente heeft in deze communicatie een rol. Er moeten heldere afspraken komen over rollen, taken en verantwoordelijkheden hierin tussen de NCG en gemeenten. Daarbij moet ook nadrukkelijk 'samen uitvoering aan geven' een optie zijn. De NCG heeft een plan van aanpak opgesteld om de communicatie met inwoners te verbeteren. Wij participeren daar graag in om er samen voor te zorgen dat hierin de gewenste verbeteringen worden gerealiseerd. Fundering Bij (vaak) oudere woningen is regelmatig sprake van een verzwakte (ondergrondse) constructie. Dit is in de praktijk een sterk complicerende factor bij schadetoekenning, duurzaam schadeherstel en bouwkundig versterken. De onderliggende reden is dat IMG en NCG in beginsel geen schade mogen vergoeden en herstel- of versterkingsmaatregelen mogen nemen als een (ondergrondse) constructie verzwakt is door een andere oorzaak dan bodembeweging. Dit levert ernstige problemen op voor inwoners en is met regelmaat de oorzaak van een vastgelopen situatie. De regio wil dat alle maatregelen die nodig zijn om een object aardbevingsbestendig te maken worden genomen en behoren tot de versterkingskosten, ongeacht de bouwtechnische staat.

Hetzelfde zou moeten gelden om tot een extra vergoeding te komen voor duurzaam schadeherstel. De gemeente Groningen heeft inmiddels een pilot ingevoerd in Woltersum. In Overschild hebben gemeente Midden-Groningen en de NCG afspraken gemaakt over hoe de gebouwen die inmiddels een jaar vertraging hebben opgelopen door discussie over de fundering weer verder kunnen. We willen geen ad hoc afspraken, maar een structurele oplossing. Ook is de regio in gesprek met een ingenieursbureau om de problematiek te inventariseren en te kijken naar oplossingen. Dit zijn pogingen om het Rijk op dit punt in beweging te krijgen en inwoners daar waar dat binnen onze mogelijkheden kan te helpen. Herstel van fundering zou echter zonder discussie in het werkproces van IMG of NCG moeten worden meegenomen. Zonder een

goede basis van de woning is doelmatige versterking of schadeherstel immers niet mogelijk.

Voorbeeld Een boerderij met aangebouwde stal heeft veel schade en moet worden versterkt. Met name het (karakteristieke) woonhuis heeft veel schade. Eigenaar heeft eerder zelf al schade hersteld. Daarbij zijn de funderingen van het woonhuis bloot gelegd. Deze bleken te zijn gescheurd en dat verklaart waarom de woning zich als het ware splitst en in twee delen naar twee kanten kantelt. Zo wel NCG als IMG zijn uitgenodigd naar de blootgelegde fundering te komen kijken, maar hebben de noodzaak daarvan niet ingezien. Zowel IMG als NCG weigeren tot op de dag van vandaag de fundering mee te nemen, hetzij als schade die moet worden hersteld, hetzij als voorwaarde om een constructief noodzakelijk versterking uit te voeren. Mandaat lokaal en laag in de organisaties Om knelpunten snel en adequaat op te lossen moeten op lokaal niveau snel beslissingen genomen kunnen worden. Er is afgesproken daarom mandaat neer te leggen bij de lokale stuurgroepen. Dit betekent dat medewerkers van gemeenten en de NCG in de lokale stuurgroepen ruimte moeten hebben af te wijken van procedures, maatwerk moeten kunnen leveren en dat er middelen beschikbaar zijn om in te zetten. Op dit moment zien we nog onvoldoende slagkracht in de lokale stuurgroepen en komt de samenwerking onvoldoende van de grond.

Wij pleiten daarom voor een knelpuntenpot waar colleges van B&W over kunnen beschikken, en waarbij gemeenten de ruimte krijgen om hun lokale stuurgroepen op hun eigen manier bij de besteding van deze middelen te betrekken. Rol bewonersbegeleiders De bewonersbegeleider is het aanspreekpunt voor de bewoner in het versterkingsproces. Het is belangrijk dat er goede communicatie is tussen bewonersbegeleider en bewoner en dat daar een vertrouwensband ontstaat. We constateren dat deze rol onvoldoende uit de verf komt. Bewonersbegeleiders hebben geen mandaat en kunnen daardoor problemen voor bewoners onvoldoende oplossen. Hierdoor vervullen ze een nagenoeg onmogelijke positie. Ze hebben te veel bewoners onder zich waardoor ze onvoldoende aandacht kunnen geven aan elke individuele bewoner. Ook is er een groot verloop onder deze mensen waardoor bewoners steeds weer met andere bewonersbegeleiders te maken krijgen. De wijzigingen in aanspreekpunten en niet het gevoel hebben dat deze mensen iets voor je op kunnen lossen belemmert het ontstaan van vertrouwen. Financiële governance Bij de bestuurlijke afspraken 2020 zijn financiële middelen beschikbaar gesteld voor verschillende blokken binnen de bestuurlijke afspraken. Om deze middelen slagvaardig te kunnen inzetten helpt het gemeenten als we deze budgetten ontschotten en binnen een breed kader de inzet achteraf verantwoorden.

Het zijn middelen die toebehoren tot de regio en die wij gezamenlijk met de in te stellen lokale knelpuntenpot flexibel in willen kunnen zetten om problemen op te lossen. Ook zijn er destijds afspraken gemaakt over de inzet van NPG-middelen binnen blok D. In de praktijk is het heel ingewikkeld en slecht werkbaar om binnen de NPG-kaders deze middelen t.b.v. blok D in te zetten. Hier moet een praktische oplossing voor komen. Tot nu toe zijn er altijd budget gestuurde afspraken gemaakt in plaats van afspraken gericht op het oplossen van een probleem of een opgave. Door stijgende bouwkosten blijkt dat opgaven niet altijd te realiseren zijn binnen het daarvoor beschikbaar gestelde budget. Een voorbeeld daarvan is de batch 1588. Wij gaan graag in gesprek over hoe we de opgaven kunnen realiseren in de huidige markt.

Financiering andere partijen Ook andere partijen hebben last van ingewikkelde procedures die samenhangen met de financiering wat tot vertragingen leidt. Corporaties moeten nu alles voorfinancieren, nu we nog steeds wachten op de inwerkingtreding van de Tijdelijke wet Groningen. De geldbedragen lopen dan al snel op. De NCG kan het gevraagde comfort bieden richting de corporaties door alvast een voorlopig budget over te maken. Dat dit op dit moment niet kan houdt alles op en is niet goed voor het onderlinge vertrouwen. Niet alle corporaties kunnen deze grote financiële uitgaven dragen. Wachten op de wet is dan een formele verklaring die iedereen wel begrijpt, maar geen oplossing biedt voor het geconstateerde probleem. Ook vanuit Bouwimpuls ontvangen we signalen dat werkzaamheden zijn stilgelegd omdat de voorwaarden waaronder moet worden gewerkt vanuit de NCG niet helder zijn en financiering niet goed geregeld. Dit gaat helaas ten koste van de voortgang waar de bewoners de consequenties van ervaren. Zekerheid over de veiligheid van de woning aan alle bewoners Zoals eerder toegelicht is de scope van de opgave tot stand gekomen op basis van de aanpak in batches aangevuld met de uitkomsten van het HRA-model.

Als je kijkt naar praktische uitkomst daarvan in het gebied heeft dat voor bewoners geleid tot lastig te begrijpen uitkomsten met grote verschillen bij voor het oog identieke woningen. Bewoners ontlenen weinig vertrouwen aan de manier waarop de scope tot stand is gekomen. Het is dan ook van belang om woningen buiten de scope veilig te kunnen verklaren. Het ACVG komt daarover dit jaar met een advies. We vragen de staatssecretaris daarna snel met ons te overleggen om te bekijken op welke manier we alle inwoners duidelijkheid kunnen geven over de veiligheidssituatie van hun woning. Schade In de kern van de zaak is schadeafhandeling niet ingewikkeld: wie schade veroorzaakt, moet de schade vergoeden. Daarom is de frustratie begrijpelijk wanneer het anders loopt. Nieuw onderzoek door Gronings Perspectief laat zien wat het gevolg is van de manier waarop schade wordt afgehandeld: toenemende stress, afnemende gezondheid en afnemend vertrouwen van bewoners. De Nationale ombudsman concludeert dat bewoners niet (meer) zelfredzaam zijn; ze hebben geen kracht meer zich te verweren. De Onafhankelijke Raadsman concludeert een toenemende ongelijkheid en dat bewoners niet daadwerkelijk centraal staan. De Nationale ombudsman en de Onafhankelijke Raadsman stellen beiden dat het bij schadeafhandeling meer om rechtmatigheid gaat dan om recht doen aan de inhoud. Concreet spelen de volgende punten.

Ongelijke behandeling Ook bij de schadeafhandeling is er sprake van ongelijke behandeling. Door wijzigingen op grond van wetenschappelijke onderzoeken, verschillen tussen adviesbureaus of wijziging van het beoordelingskader wordt schade in dezelfde dorpen of wijken soms op een andere wijze beoordeeld. Daarnaast zijn er heel verschillende afhandeltermijnen van gelijkwaardige schades in dezelfde buurt.

Voorbeeld Een boerderij en aangebouwde stal zijn een rijksmonument. Bij zowel het rijksmonument als de veestallen zijn in totaal 554 schades gedocumenteerd. Een deel van de schades wordt onterecht afgewezen als zijnde schades gemeld voor 1 maart 2017 (Dit is aantoonbaar onjuist). Van ongeveer 150 schades wordt het vermoeden uitgesproken dat de schades een andere oorzaak hebben dan bevingen veroorzaakt door de gaswinning. Ondanks dat de wet- en regelgeving duidelijk is over de toepassing van het bewijsvermoeden: het moet onomstotelijk worden aangetoond door het IMG dat schades zijn ontstaan door een andere oorzaak, blijft het IMG vasthouden aan de afwijzing op grond van een aanname. Het bewijsvermoeden wordt niet correct gehanteerd.

Bewijsvermoeden In het schadedossier is het van groot belang dat de trend om het bewijsvermoeden te versmallen wordt omgekeerd. Het wettelijk bewijsvermoeden is bedoeld om bewoners in een betere positie te brengen bij de complexe schadeafhandeling. Het IMG heeft de begrenzing van het wettelijk bewijsvermoeden in mei 2021 aangepast op basis van onderzoek door TNO-TU Delft. Vervolgens is de begrenzing weer gewijzigd op basis van onderzoek door Deltares. De wijzigingen op dit punt leiden tot onrust, onbegrip en ongelijke behandeling. Er is een beeld ontstaan dat het beperken van de aansprakelijkheid van NAM belangrijker is dan het ontzorgen van bewoners terwijl het wettelijk bewijsvermoeden daarvoor juist bedoeld is. Met name aan de randen van het aardbevingsgebied heeft dit tot grote verschillen geleid. Het toepassen van meer maatwerk en bijvoorbeeld een overgangsperiode zijn oplossingsrichtingen die we graag zouden willen bespreken. Te strak kader IMG en juridificering Daarnaast werkt het strakke kader van het IMG soms verlammend om voortgang te maken en leiden soms relatief kleine discussies tot grote vertragingen. Dit zien we bijvoorbeeld bij de samenloop van schade en versterken. We pleiten er voor het IMG ook te laten beschikken over een knelpuntenpot om problemen op te kunnen lossen.

Voorbeeld Een eigenaar van een boerderij en aangebouwde stal is onder protest een aantal jaren geleden akkoord gegaan met een vaststellingsovereenkomst (VOK) met NAM. NAM heeft een lumpsum schadebedrag uit onderhandeld dat slechts een deel van de gemelde schades dekt. NAM heeft onduidelijk gelaten welk deel van de schades onder de VOK valt. NAM heeft eigenaar verder geadviseerd om de overige schades aan te melden bij TCMG/IMG. Deze weigert nu schades in behandeling te nemen omdat het schades betreft die voor 1 maart 2017 zijn gemeld. Eigenaar blijft dus in een juridisch vacuüm achter en heeft niet de financiën om het noodzakelijke schadeherstel aan dit rijksmonument te laten uitvoeren. Daarbij komt dat de eigenaar inmiddels op leeftijd is en hij verwacht te overlijden voordat de zaak netjes is geregeld. Het strakke kader zien we bijvoorbeeld ook terug als het gaat om de problematiek van mestkelders bij agrariërs. Op 14 maart 2022 stuurde de staatssecretaris een brief over de afhandeling van schade in Groningen aan de Tweede Kamer. Daarin werd de problematiek van de mestkelders benoemd. Er is een regeling waarbij 142 van de 252 aanvragen zijn afgewezen. Dat roept bij ons vragen op. Wat zegt dit over het draagvlak van de regeling? Laat dit niet zien dat de modelmatige aanpak met aannames over constructie van mestkelders onjuist is? Zouden deze boeren allemaal ondeugdelijk

geconstrueerde mestkelders hebben? Kelders bij andere panden zijn in de regel toch ook constructief deugdelijk? Kan het IMG, voor zover schadevergoeding niet mogelijk is op grond van aansprakelijkheid, geen ruimhartigheid toepassen? Een ander voorbeeld is de afhandeling van immateriële schade. Dit aanvraagproces wordt door inwoners als zeer juridisch en belastend ervaren. Mensen haken hierdoor af. Voorkomen ontmoedigen schadeherstel Het proces bij het IMG wordt steeds meer ingericht op snelheid van afhandelen. Onderdeel daarvan is dat inwoners kunnen kiezen voor het uitkeren van het schadebedrag. Het is goed dat deze keuze worst voorgelegd. We willen echter niet dat het herstellen van schade wordt ontmoedigd. Het IMG werkt met een commissie die bepaalt of je in aanmerking komt voor daadwerkelijk herstel van schade. Herstel van schade komt de kwaliteit van de woningvoorraad in Groningen ten goede. Daadwerkelijk laten herstellen van de schade aan de woning door het IMG moet daarom altijd eenvoudig mogelijk blijven. Door het niet in hoeven zetten van de vergoeding voor schadeherstel ontstaan er in de praktijk problemen wanneer er samenloop is met de versterking. Dan moet de NCG de kosten voor schadeherstel alsnog voor haar rekening nemen in het geval van de versterking wat weer tot discussie en knelpunten leidt.

Ook in deze gevallen zou inzet van het budget voor daadwerkelijk herstel van schade juist gestimuleerd moeten worden. Waardedaling De huidige regeling waardedaling wordt door IMG geëvalueerd en mogelijk herzien. Inwoners van een aantal gebieden aan de randen van het werkingsgebied ervaren ongelijkheid in deze regeling. Er zijn gebieden waar bijvoorbeeld omdat lange tijd schade niet werd erkend, op de peildatum het percentage van 20% erkende schade niet was gehaald. Inmiddels hebben deze gebieden een inhaalslag gemaakt en hebben inwoners te maken met enerzijds veel schade en anderzijds een waardedalingsregeling die hen uitsluit. Een loket In een aantal gevallen komt het voor dat mensen wonen in een gebied waar de oorzaak van de schade door verschillende mijnbouwactiviteiten kan komen. Voor schade door gaswinning uit het Groningenveld of opslag Norg, kleine gasvelden, zoutwinning en andere opslagen, bestaan verschillende loketten waardoor de rechtsbescherming ook verschillend is. Door met 1 loket te werken voorkomen we dat mensen van het kastje naar de muur gestuurd worden. Samenwerking NCG/IMG In de beleidsbrief van de staatssecretaris spreekt hij over de gedachte van 1 huishouden, 1 plan en 1 aanspreekpunt en gaat hij in op de noodzakelijke samenwerking tussen NCG en IMG in die gevallen waar samenloop is tussen schade en versterking.

Op dit moment lopen mensen soms nog compleet vast in het systeem waardoor schrijnende situaties ontstaan. Er is een wetsaanpassing in de maak die dit beter moet regelen, maar wij zouden graag zien dat vooruitlopend hierop alvast beter wordt samengewerkt. Hierin is meer doortastendheid nodig. De gedachte van 1 woning, 1 plan ondersteunen we en zouden we graag verder samen uit willen werken. Belangrijk hierbij is dat, tenzij de bewoner anders kiest, de overheid juridisch en financieel risico blijft dragen zowel bij het versterken als sloop/nieuwbouw van woningen. Vastgelopen dossiers Positief zijn we over het oppakken van de vastgelopen dossiers. We moeten dit vasthouden. Dit draagt bij aan het realiseren van oplossingen en daarmee ook aan

beeldvorming en vertrouwen. Op dit moment is er voldoende budget voor het interventieteam. Wel hebben gemeenten zorg over de capaciteit die beschikbaar is bij IMG en NCG om de vastgelopen dossiers met snelheid op te pakken. Gezien de vaak al lange trajecten waar deze mensen in zitten is naast zorgvuldigheid snelheid van belang. Ook moeten we ervoor blijven waken dat NCG en IMG niet te veel kijken naar hun eigen verantwoordelijkheidsgebied. Het doel van het interventieteam is juist over grenzen heen snel komen tot oplossingen. Ongelijke positie tussen overheid en inwoner bij bezwaarprocedures Wat we veelal zien is dat inwoners in bezwaarprocedures met IMG en NCG vaak kort de tijd hebben om een bezwaarschrift in te dienen, over het algemeen genomen is dat zes weken. Dat lijkt misschien veel maar het is heel kort als je kijkt naar wat dit vraagt van inwoners om dit goed en zorgvuldig op te pakken. Als mensen hun bezwaar hebben ingediend komt het regelmatig voor dat de organisaties zelf keer op keer uitstel vragen van behandeling van bezwaar, soms wel tot vier keer toe. Ook al is er dan de mogelijkheid om gebruik te maken van de boeteclausule, voor inwoners ligt dit heel moeilijk. Wat als ze hiervan gebruik maken, wordt hun bezwaar dan wel serieus genomen? Sectorale programma's Voor een aantal panden is schadeherstel en/of de versterking een extra complexe opgave.

Daarom zijn er sectorale programma's opgesteld voor extra (financiële) ondersteuning bij schadeherstel en/of de versterking van deze panden op het gebied van agro, MKB en erfgoed. Deze programma's moeten worden voortgezet en daarvoor zijn extra financiële middelen nodig. Ook is er extra budget nodig voor het programma sociaal en gezondheid. Vanuit dit programma wordt extra ondersteuning geboden aan inwoners voor wie de impact van de gevolgen van de gaswinning groot is, zowel op individueel niveau als op het niveau van gemeenschappen. Deze programma's denken op dit moment na over hun toekomst en de daarbij behorende financiële middelen. Die werken we in de periode tot de zomer graag verder met de staatssecretaris uit. Naast extra budget voor de toekomt kan ook nu al gestart worden met het Agroprogranmma. Daar wachten we nog op toestemming van het Rijk. Het Agroprogramma is één van de integrale programma’s waarbij voor de agrarische sector naast inzet op schadeherstel en versterking, weer toekomstperspectief wordt geboden. Voor dit programma is afgesproken dat gestart wordt met een startkapitaal van 19 miljoen euro waarbij werkenderwijs duidelijk wordt hoeveel echt nodig is. In dit kader is onder andere een investeringsregeling opgezet.

Deze regeling is bedoeld voor agrarische ondernemingen die hun schadeherstel- of versterkingstraject kunnen overzien en concrete investeringsplannen hebben. De investeringsregeling kan onder voorwaarden gebruikt worden om de investeringsbegrotingen van agrariërs sluitend te krijgen. Het is zaak zo snel mogelijk te starten met deze regeling om daadwerkelijk individuele bedrijven te kunnen helpen. De sector wacht hier al enige tijd op en verwacht nu daadkracht. Dit kan door eerst met urgente en actuele casussen daadwerkelijk door te rekenen wat benodigd is. Graag willen we van het Rijk toestemming om hiermee te starten. Tegelijkertijd is het nodig de slagkracht en de snelheid van de programma's te vergroten. Hierin hebben we zelf en de NCG een rol. Inwoners moeten de effecten van de programma's nog beter gaan merken en er moet een goede afstemming zijn tussen de verschillende programma's binnen de werkstroom van de NCG. Dit om te bekijken of bijvoorbeeld stapeling van budgetten voor agro en erfgoed mogelijk is.

Vergoeding gemeenten en maatschappelijke organisaties Er is afgesproken de bestuurlijke afspraken 2020 te evalueren. Onderdeel van die afspraken is ook te kijken naar de lumpsum vergoedingen die gemeenten krijgen voor de inzet die ze moeten leveren in het gasdossier. Daarnaast krijgen de maatschappelijke organisaties en Stut en Steun een vergoeding van het Rijk. De uitbetaling daarvan levert nu jaarlijks discussie op. In het laatste maatschappelijke beraad is afgesproken daar een meerjarige afspraak over te maken. We willen met spoed invulling geven aan deze afspraak. Toekomstperspectief Zoals gezegd hebben we in deze brief de focus gelegd op verbetering van het proces van schadeherstel en versterking. Duidelijkheid over de eigen woning is voor veel mensen een voorwaarde om weer na te denken over hun toekomst. Het is van groot belang dat we Groningers weer perspectief geven na de periode waarin mensen zijn geconfronteerd met de gevolgen van gaswinning. We hebben inmiddels de afspraak gemaakt dat Rijk en regio over de vele thema's om tafel gaan die weer voor toekomstperspectief voor Groningen kunnen zorgen. Hier wordt inmiddels hard aan gewerkt en hier zetten wij ons graag samen met de staatssecretaris voor in.

Tot slot Met deze gespreksagenda hebben wij geprobeerd heel concreet aan te geven waar de inzet van de staatssecretaris nodig is om onze inwoners te helpen zodat schade aan woningen wordt hersteld, en de woningen in Groningen net zo veilig zijn als in de rest van Nederland. Tegelijkertijd zijn we niet uitputtend: bijna elke situatie is anders omdat ieder leven zijn eigen verloop kent. Dat maakt dat er alleen echt oplossingen komen als daar ruimte voor is. Als we onze medewerkers, die de situaties van deze mensen kennen, uitrusten om zonder ingewikkelde procedures samen met inwoners oplossingen te bedenken. Samenvattend betekent dit, de rode draad in deze gespreksagenda: - Ruimte geven aan de uitvoering in mandaat en middelen, zowel bij NCG, IMG als gemeenten. - Het overbruggen van verschillen (en daarvoor dus ook financiële en juridische ruimte geven). - Stoppen met de juridische en procedurele benadering van vraagstukken. - Aanpak van de funderingsproblematiek Wij zetten ons hier graag samen met de staatssecretaris voor in! We horen graag zijn reactie hoe hij aankijkt tegen het vervolgproces om tot oplossingen te komen voor de genoemde punten. Uiteraard is er vanuit onze kant de bereidheid tot een nadere toelichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12678352/1