018. Schriftelijke vragen Pro MG - (tijdelijke) Huisvesting Brandweermuseum HS
Tekst van het document
Schriftelijke vragen aan het college (art 34 RvO) Datum: 20 april 2026
Onderwerp: (Tijdelijke) huisvesting Brandweermuseum Hoogezand-Sappemeer
Toelichting: Het college van B&W van Midden-Groningen heeft besloten het pand aan de Kleinemeersterstraat in Sappemeer, waarin sinds 2011 het Brandweermuseum Hoogezand-Sappemeer is gevestigd, te slopen in het kader van de gebiedsontwikkeling Vosholen II. Het museum moet het pand uiterlijk op 31 oktober van dit jaar verlaten. Tot op heden is er echter geen alternatief onderkomen gevonden, terwijl het voortbestaan van het museum daarmee onder druk komt te staan.
Het college/ de burgemeester wordt verzocht de volgende vraag/vragen schriftelijk te beantwoorden: Communicatie en besluitvorming 1) Wanneer en op welke wijze is het Brandweermuseum officieel geïnformeerd over de uiterste datum waarop het pand moet worden verlaten? 2) Kan het college bevestigen dat 31 oktober een definitieve datum is? Zo ja, waarop is deze datum gebaseerd? Zorgvuldigheid en verantwoordelijkheid 3) Deelt het college de opvatting dat het verdwijnen van het Brandweermuseum een verlies zou zijn voor het lokale erfgoed en de cultuurhistorie van Midden-Groningen? 4) Welke verantwoordelijkheid ziet het college voor zichzelf in het veiligstellen van het voortbestaan van het museum? Alternatieve huisvesting 5) Welke locaties zijn sinds 2022 concreet onderzocht als alternatief (tijdelijk of structureel) onderkomen voor het Brandweermuseum? 6) Kan het college per locatie aangeven waarom deze wel of niet geschikt werd geacht?
Agrifirmhallen 7) Klopt het dat er “op papier” een mogelijkheid bestaat voor tijdelijke huisvesting in (een deel van) de voormalige Agrifirmhallen? 8) Zo ja, waarom is deze optie eerder door het college afgewezen en wat is er sindsdien veranderd? 9) Is het college bereid deze optie alsnog serieus te benutten als tijdelijke oplossing, gezien de tijdsdruk? Tijdelijkheid versus definitieve oplossing 10) Het college gaf eerder aan te streven naar een definitieve oplossing. Acht het college dit, gezien de korte termijn tot 31 oktober, realistisch? 11) Is het college bereid tijdelijk onderdak mogelijk te maken om sluiting of ontmanteling van het museum te voorkomen? Gevolgen bij ontbreken huisvesting 12) Is het college op de hoogte van het feit dat het museum bij gebrek aan huisvesting genoodzaakt kan zijn de collectie te verkopen en bruiklenen terug te geven? 13) Wat is het oordeel van het college over deze mogelijke uitkomst? Planning Vosholen II 14) In hoeverre is de planning van de sloop en woningbouw zodanig flexibel dat deze kan worden aangepast indien er vóór 31 oktober nog geen passende huisvesting voor het museum is gevonden? Vervolgstappen 15) Welke concrete acties onderneemt het college op korte termijn om samen met het museum tot een oplossing te komen? 16) Is het college bereid de raad actief te informeren over de voortgang?
Hoogezand, 20 april 2026
Namens de fractie van PRO Midden-Groningen Anja van Duren
Algemene informatie: Een raadslid kan schriftelijke vragen stellen (artikel 34 RvO) aan het college of de burgemeester. Dit wordt gebruikt om van het college of burgemeester een verduidelijking te verkrijgen. Het gaat om het verkrijgen van feitelijke informatie waarbij een opvatting van het college wordt gevraagd. De gevraagde informatie is in het belang van het functioneren als raadslid.
Informatie over de procedure voor raadsleden: Raadsleden dienen schriftelijke vragen in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 1. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn ingediend. Tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. De beantwoording vindt schriftelijk plaats via een niet ondertekende brief. 2.
Het college moet mondelinge vragen uiterlijk beantwoorden in de eerste openbare raadsvergadering, na het verstrijken van de periode van dertig dagen na de datum van indiening van de vragen.
Informatie over de procedure voor de organisatie: De procedure voor de organisatie bij schriftelijke vragen staat in de intranetgroep ‘Jouw wegwijzer naar de raad!’ > Pages > Vragen van de raad.