015. Schriftelijke vragen CDA - oorlogsmonument
Tekst van het document
Schriftelijke vragen aan het college (art 34 RvO) Datum: 7 april 2026
Onderwerp: vernielingen oorlogsmonument en zonnepanelen op het dak van het MFC in Foxhol
Link naar het nieuwsbericht: https://www.middengroningennieuws.nl/schade-aan-monument-endorpshuis-foxhol/ Heeft het college kennisgenomen van het nieuwsbericht op RTV Midden-Groningen van vernielingen die zijn aangebracht aan het oorlogsmonument en aan de zonnepanelen op het dak van het MFC in Foxhol?
Het college/ de burgemeester wordt verzocht de volgende vraag/vragen schriftelijk te beantwoorden: 1) Hoe kwalificeert het college dit? 2) Ziet het college dit als gerichte actie op een oorlogsmonument of niet? 3) Zo ja, in welke mate zijn er dan zorgen bij het college over deze gebeurtenis in het licht van 4 mei? 4) Welke maatregelen worden er nu al genomen om ervoor te zorgen dat oorlogsmonumenten beschermd worden tegen vandalisme? 5) Hoe kijkt het college naar het nemen van (extra) maatregelen om dit soort gebeurtenissen (en vandalisme bij oorlogsmonumenten) te voorkomen? 6) Is het mogelijk om de dorpsgemeenschap een hart onder de riem te steken? 7) Is er een rol die de gemeente kan vervullen ten aanzien van deze gebeurtenis en met name met betrekking tot eventuele herstelwerkzaamheden en kosten daarvan?
Hoogezand, 7 april 2026
Namens de fractie van het CDA Wesley Ferwerda
Algemene informatie: Een raadslid kan schriftelijke vragen stellen (artikel 34 RvO) aan het college of de burgemeester. Dit wordt gebruikt om van het college of burgemeester een verduidelijking te verkrijgen. Het gaat om het verkrijgen van feitelijke informatie waarbij een opvatting van het college wordt gevraagd. De gevraagde informatie is in het belang van het functioneren als raadslid. Informatie over de procedure voor raadsleden: Raadsleden dienen schriftelijke vragen in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 1. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn ingediend. Tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. De beantwoording vindt schriftelijk plaats via een niet ondertekende brief. 2.
Het college moet mondelinge vragen uiterlijk beantwoorden in de eerste openbare raadsvergadering, na het verstrijken van de periode van dertig dagen na de datum van indiening van de vragen.
Informatie over de procedure voor de organisatie: De procedure voor de organisatie bij schriftelijke vragen staat in de intranetgroep ‘Jouw wegwijzer naar de raad!’ > Pages > Vragen van de raad.