010A. Beantwoording schriftelijke vragen BBB - ligging paardenhouderij in brandaandachtsgebied
Tekst van het document
Raadsbrief
Datum:
6 mei 2026
Verzenddatum:
2 juni 2026
Behandeld door:
Rudolf Hazekamp
Mailadres:
rudolf.hazekamp@midden-groningen.nl
Zaak:
1667099
Portefeuillehouder:
Jur Mellies
Onderwerp:
Schriftelijke vragen art 34 RvO, Ligging paardenhouderij in brandaandachtsgebied
Geachte leden van de raad, Op 31 maart 2026 heeft de fractie van de Boer & Burgerpartij Midden-Groningen schriftelijke vragen gesteld over de vergunningaanvraag voor het realiseren van een gebruiksgerichte paardenhouderij aan de Geerlandweg in Siddeburen, dit in relatie tot de ligging van dat perceel in een zogenaamd brandaandachtsgebied. Hieronder treft u onze beantwoording aan.
Vragen 1.
Hoe heeft dit volgens portefeuillehouder zo ver kunnen komen? Concreet; wie is waar verantwoordelijk voor? In uw toelichting refereert u naar de besluitvorming in de raad in 2025 en uw opvatting over het plan. Het plan is destijds aan uw raad voorgelegd als onderdeel van de planologische procedure, waarbij de raad besloten heeft een positief (bindend) advies heeft afgegeven voor de (vervangende) nieuwbouw en een aantal nevenactiviteiten, waaronder dagbesteding. Na het raadsbesluit is de procedure vervolgd en zijn ook de reacties van enkele overlegpartners beoordeeld. Daaruit bleek o.a. dat het perceel gelegen is binnen het brandaandachtsgebied van hogedrukaardgasleidingen van en naar de zuidelijk van het perceel gesitueerde NAM-locatie. De deelnemers aan deze dagbestedingsactiviteiten vallen onder de categorie ‘verminderd zelfredzame personen’, reden waarom er een extra bestuurlijke belangenafweging nodig is. De verantwoordelijkheid voor deze afweging ligt bij ons college.
2.
Pagina:
2 van 3
Datum:
6 mei 2026
Zaak:
1667099
Wat gaat portefeuillehouder doen om deze vervelende situatie, waardoor initiatiefnemer in de knel komt, op te lossen? De Omgevingswet biedt ons ruimte om lokaal maatwerk te leveren bij de ligging van percelen in brandaandachtsgebieden. In dit verband hebben wij geconstateerd dat de mate van blootstelling van de aardgasleidingen beperkt is. Zo is het aantal aanwezige verminderd zelfredzame personen gering en de verblijfsduur relatief kort. Verder is o.a. sprake van professionele begeleiding en is de locatie goed bereikbaar voor hulpdiensten. Ook de combinatie van bouwkundige versterking en duidelijke vluchtroutes maakt dat het restrisico beheersbaar en aanvaardbaar is. Daar komt bij dat de beoogde dagbesteding voorziet in een maatschappelijke behoefte. Niet onbelangrijk is dat de betreffende NAM-locatie op dit moment wordt ontmanteld. Deze omstandigheden hebben ons op 24 maart jl. doen besluiten de omgevingsvergunning onder voorwaarden, ter beperking van de risico’s, te verlenen en het restrisico te aanvaarden. Hiermee zijn de knelpunten op dat punt van ligging van het perceel in een brandaandachtsgebied opgelost.
3.
Is de raad meegenomen in deze ontwikkeling? Zo niet, waarom niet? In het kader van het (bindend) adviesrecht is, zoals onder 1. beschreven, uw raad al meegenomen in deze ontwikkeling. Het maken van de bestuurlijke afweging over het restrisico en het verlenen van de omgevingsvergunning is een bevoegdheid van ons college.
4.
Heeft portefeuillehouder contact opgenomen met initiatiefnemer en wat is daarvan de vervolgactie? De portefeuillehouder heeft geen contact opgenomen met de initiatiefnemer. Wel is er op ambtelijk niveau overleg geweest en is de situatie uitgelegd.
5.
De gemeente heeft de vergunning afgegeven voor de sloop. Inclusief werken met branders om o.a. leidingen door te branden en knippen. Hoe verhoudt dit zich tot de bestempeling “Brandaandachtsgebied”? Had portefeuillehouder dit niet zien aankomen? En hoe verhoudt dit zich tot een risicoprofiel voor nieuwbouw? In tegenstelling tot wat in de vraag wordt gesteld is er door de gemeente geen vergunning afgegeven voor de sloop. Formeel is er door de NAM namelijk geen melding tot sloop aan de gemeente gedaan. Feit is wel dat er naar aanleiding van klachten van omwonenden door de Staatstoezicht op de Mijnen (SODM) toezicht op de sloopactiviteiten is geweest. De SODM heeft daarbij geconstateerd dat er van direct gevaar voor de omwonenden geen sprake was.
6.
Heeft portefeuillehouder contact gehad met NAM over deze locatie voor de vergunning tot sloop werd afgegeven? Wat was hiervan de uitkomst? Er is door de portefeuillehouder geen contact geweest met de NAM.
7.
Graag wil BBB Midden-Groningen dat de raad mee wordt genomen in verdere ontwikkelingen over deze kwestie. Kan portefeuillehouder dit toezeggen?
Pagina:
3 van 3
Datum:
6 mei 2026
Zaak:
1667099
Voor wat het antwoord op deze vraag verwijzen wij u naar het gestelde onder vraag 3.
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen E. van Lente Burgemeester
T. van de Poel Gemeentesecretaris, wnd.
Deze brief is digitaal vervaardigd en daarom niet ondertekend.