01. Raadsvoorstel uitvoeringskrediet aanpak ozeb
Tekst van het document
Openbaar
Voorstel Gemeenteraad
Datum:
27 maart 2026
Opsteller:
Sander van Dijken
Zaak:
1627047
Contactgegevens:
sander.vandijken@midden-groningen.nl
Portefeuillehouder: Erica van Lente Onderwerp:
Uitvoeringskrediet aanpak objecten zonder extern bluswater
1. Voorstel 1. Kennis te nemen van de Inventarisatie objecten zonder extern bluswatervoorziening in de gemeente Midden-Groningen; 2. Een investeringskrediet van € 113.100 beschikbaar te stellen voor het realiseren van bluswatervoorzieningen in de openbare ruimte van de gemeente Midden-Groningen; 3. De bijbehorende begrotingswijziging 2026-008 conform de financiële paragraaf vast te stellen. 2. Inleiding Wanneer zich een brand voordoet, rukt de brandweer uit met één of meerdere tankautospuiten. Een tankautospuit beschikt over een eigen watervoorraad, waarmee het merendeel van de branden kan worden bestreden. In situaties waarin deze voorraad onvoldoende is, maakt de brandweer gebruik van externe bluswatervoorzieningen, zoals ondergrondse brandkranen, geboorde putten of open water (bijvoorbeeld kanalen en vijvers). Binnen de gemeente is onderzocht waar onvoldoende externe bluswatervoorzieningen beschikbaar zijn en welke maatregelen nodig zijn om dit op te lossen. Deze locaties worden aangeduid als objecten zonder extern bluswater (ozeb). Op basis van deze inventarisatie zijn per locatie oplossingsrichtingen uitgewerkt. Met dit voorstel wordt aan de raad gevraagd in te stemmen met de voorgestelde maatregelen en het bijbehorende uitvoeringskrediet beschikbaar te stellen. De inventarisatie van objecten zonder externe bluswatervoorziening is uitgevoerd door Sweco Nederland B.V.
en uitgewerkt in een intern onderzoeksrapport. In verband met de aanwezigheid van adresgegevens is dit rapport niet geschikt voor openbaarmaking. De inhoudelijke conclusies uit dit rapport zijn verwerkt in dit voorstel en in een geabstraheerde bijlage.
Pagina:
2 van 7
Datum:
27 maart 2026
Zaak:
1627047
3. Publiekssamenvatting Bij brand gebruikt de brandweer eerst het water uit de brandweerauto. Meestal is dat genoeg, maar soms is extra bluswater nodig. Dat extra water wordt gehaald uit brandkranen, speciale putten of bijvoorbeeld sloten en kanalen. In delen van de gemeente is zo’n extra voorziening niet of onvoldoende aanwezig. De gemeente heeft in kaart gebracht waar dit speelt en welke maatregelen nodig zijn om dit te verbeteren. In dit voorstel wordt aan de gemeenteraad gevraagd om geld beschikbaar te stellen om op deze plekken extra bluswatervoorzieningen aan te leggen, zodat de brandweer ook bij grotere branden voldoende water kan gebruiken. 4. Bevoegdheid van de Raad De gemeenteraad stelt kaders en heeft het budgetrecht. Dit volgt uit artikel 147 in combinatie met artikel 108 Gemeentewet. Er wordt nu gevraagd in te stemmen met de aanpak van de objecten zonder externe bluswatervoorziening en daarvoor uitvoeringskrediet beschikbaar te stellen. 5. Beoogd effect Met dit raadsvoorstel wordt beoogd om de externe bluswatervoorzieningen in de gemeente op orde te brengen en de brandveiligheidsrisico’s omlaag te brengen. 6. Historische context Van oudsher is de gemeente verantwoordelijk voor de brandweerzorg. Dit is ook wettelijk vastgelegd (in artikel 2 Wet veiligheidsregio's).
Tot de brandweerzorg behoort het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt. De gemeente heeft dus een zorgplicht en is daarmee verantwoordelijk, ook financieel, voor de brandweerzorg. Daaronder valt ook de verantwoordelijkheid dat ieder object goed bereikbaar is en dat daar voldoende bluswater in de buurt is. Naar aanleiding van een brand in Westerlee eind 2019 is er opnieuw bewustzijn ontstaan van de aanwezigheid van objecten waar geen extern bluswater in de nabije omgeving aanwezig is. Bij deze brand -die is ontstaan als een schoorsteenbrand- moest helaas uiteindelijk de gehele woning en alles wat daarin aanwezig was als verloren worden beschouwd. Provinciaal heeft de brand in Westerlee tot een discussie geleid over de wijze waarop de repressieve kant voor deze ozeb's wordt georganiseerd.
Pagina:
3 van 7
Datum:
27 maart 2026
Zaak:
1627047
7. Argumenten Zorgplicht brandweerzorg De gemeente heeft op grond van de Wet veiligheidsregio’s een wettelijke zorgplicht voor de brandweerzorg. Deze zorgplicht omvat niet alleen het bestrijden van brand, maar ook het beperken van brandrisico’s en het faciliteren van adequate randvoorwaarden voor de inzet van de brandweer. Daaronder valt ook de verantwoordelijkheid om te zorgen voor voldoende en bereikbare externe bluswatervoorzieningen. Met dit voorstel wordt invulling gegeven aan deze zorgplicht door daar waar dat doelmatig en uitvoerbaar is aanvullende bluswatervoorzieningen te realiseren. Verbeteren van brandveiligheid waar dat mogelijk en redelijk is Voor ozeb’s heeft de Veiligheidsregio Groningen reeds aanvullende repressieve maatregelen getroffen. Zo beschikken de tankautospuiten over een grotere tankinhoud en wordt bij brandmeldingen in deze gebieden standaard met twee tankautospuiten uitgerukt. Verdere uitbreiding van repressieve capaciteit is vanuit financiële en organisatorische overwegingen niet reëel. Daarom wordt naast repressie nadrukkelijk ingezet op preventie en ketenveiligheid. Dat betekent dat iedere schakel in de keten zijn verantwoordelijkheid heeft: een gebouw moet brandveilig zijn gebouwd, een bewoner moet zich bewust zijn van brandrisico’s en bij brand moet vroegtijdige detectie plaatsvinden zodat tijdige ontvluchting mogelijk is.
Hoe beter de brandveiligheid aan de voorkant is geregeld, hoe groter de kans dat bij een incident een beheersbaar scenario resteert voor de brandweer. Daarom blijft investeren in voorlichting en preventie noodzakelijk om de brandveiligheid structureel te verbeteren. De brandweer zal deze inzet verder vormgeven door gerichte voorlichting, bewustwordingsacties en het uitreiken van rookmelders. Tegelijkertijd blijft het noodzakelijk om de brandweer ook praktisch in staat te stellen haar taak uit te voeren door, waar mogelijk, externe bluswatervoorzieningen te realiseren. Vanuit die overweging is de gehele gemeente geïnventariseerd op aanwezigheid en bereikbaarheid van bluswater. Resultaat inventarisatie en beoordeling per locatie Uit de inventarisatie blijkt dat binnen de gemeente in totaal 120 objecten zijn aangemerkt als potentiële ozeb’s. Deze zijn in ruimtelijke samenhang weergegeven in 30 clusters. Het betreft locaties waar sprake is van één of meerdere van de volgende knelpunten: • • • •
er is geen brandkraan in de nabijheid; er is geen geschikt open water in de nabijheid; er is geen geschikte opstelplaats voor de tankautospuit bij open water; of de woning is onvoldoende bereikbaar voor de brandweer.
De zogenoemde witte vlekken zijn nader onderzocht. Per locatie is beoordeeld welke maatregelen technisch mogelijk, financieel proportioneel en ruimtelijk aanvaardbaar zijn. In een
Pagina:
4 van 7
Datum:
27 maart 2026
Zaak:
1627047
aantal gevallen bleek bij nadere analyse dat toch een bruikbare bluswatervoorziening aanwezig was, bijvoorbeeld een sloot met voldoende diepte. Op andere locaties konden aanvullende voorzieningen worden gerealiseerd. Voor een beperkt aantal objecten geldt dat er, anders dan preventieve maatregelen, geen reële mogelijkheden zijn om een volwaardige bluswatervoorziening aan te leggen. Deze locaties blijven als ozeb aangemerkt. Met dit voorstel wordt voorzien in een bluswatervoorziening voor 53 objecten (10 clusters). Daarmee blijven 67 objecten (28 clusters) aangemerkt als ozeb. Voor 9 van deze objecten (8 clusters) bestaat de mogelijkheid dat eigenaren op eigen terrein en voor eigen rekening aanvullende voorzieningen realiseren. Indien hiervan gebruik wordt gemaakt, vermindert het aantal resterende ozeb-objecten van 67 naar 58. Clusteraanpak als uitgangspunt voor selectie Bij de uitwerking van de maatregelen is gekozen voor een clusteraanpak. Dit betekent dat niet per individueel object, maar per ruimtelijk samenhangend gebied is beoordeeld of met één aanvullende bluswatervoorziening meerdere objecten tegelijk kunnen worden bediend. Het gaat hierbij met name om groepen woningen in lintbebouwing in het buitengebied, kleine buurtschappen of woonerven met beperkte infrastructuur en geconcentreerde objecten langs watergangen of onverharde wegen.
De clustering is bepaald op basis van de onderlinge afstand tussen objecten, de bereikbaarheid voor brandweervoertuigen, de technische mogelijkheden voor het realiseren van een bluswatervoorziening en de verhouding tussen kosten en veiligheidswinst. Door deze clusters als uitgangspunt te nemen, wordt met één maatregel een groter aantal objecten tegelijk bediend. Dit leidt tot een grotere veiligheidswinst per investering, minder afzonderlijke ingrepen in de openbare ruimte, een betere inzetbaarheid van de brandweer en een doelmatige besteding van publieke middelen. Proportionele inzet van middelen en acceptatie restrisico De gemeente voorziet met dit voorstel in een doelmatige basisvoorziening voor bluswater in de openbare ruimte. Voor een klein aantal overblijvende locaties gaat het echter om zeer specifieke en kleinschalige situaties, waarbij gemeentelijke investeringen financieel en ruimtelijk niet proportioneel zijn. In die gevallen kan een eigenaar er vrijwillig voor kiezen om op eigen terrein aanvullende maatregelen te treffen om een gelijkwaardig veiligheidsniveau te bereiken. Het treffen van aanvullende repressieve maatregelen vraagt in de praktijk om forse investeringen, die in sommige situaties slechts beperkt bijdragen aan extra brandveiligheid. Voor de resterende ozeb’s betekent dit dat een restrisico wordt geaccepteerd.
Het is onmogelijk en feitelijk onbetaalbaar om 100% brandveiligheid te realiseren. Vanuit het beschikbare budget is daarom gekozen om zoveel mogelijk objecten tegelijk te voorzien van een bluswatervoorziening, binnen een proportionele en doelmatige inzet van middelen.
Pagina:
5 van 7
Datum:
27 maart 2026
Zaak:
1627047
Bij acceptatie van dit restrisico is het essentieel dat bewoners tijdig en duidelijk worden geïnformeerd, zodat zij realistische verwachtingen hebben van de brandweerzorg en zich bewust zijn van hun eigen rol in brandpreventie. 8. Kanttekeningen en risico’s Niet alle risico’s worden weggenomen Met de voorgestelde maatregelen worden risico’s beperkt, maar nooit volledig uitgesloten. 100% brandveiligheid is feitelijk niet haalbaar. Voor de resterende ozeb’s blijft een restrisico bestaan. Daarnaast hebben bedrijven en inwoners zelf verantwoordelijkheid om preventieve maatregelen te nemen, zoals het bewust omgaan met brandrisico’s, het plaatsen en onderhouden van rookmelders en het treffen van maatregelen in en rond eigen panden. De brandweer ondersteunt hierbij met gerichte voorlichting en bewustwordingsactiviteiten. Het is daarom van belang om bewoners en bedrijven tijdig te informeren over het blijvende restrisico, zodat er realistische verwachtingen zijn ten aanzien van de inzet en bereikbaarheid van de brandweer. Treffen van maatregelen verspreiden over de tijd Alternatief is om het treffen van maatregelen niet ineens te doen, maar te verspreiden over de tijd. Hierdoor zullen er in het begin minder onderhoudskosten zijn. Dit voordeel weegt echter mogelijk niet op tegen het voordeel dat mogelijk te behalen is bij het uitzetten van een grotere opdracht.
Daarnaast blijft bij gefaseerde uitvoering gedurende langere tijd een groter aantal objecten zonder voorziening, waardoor het risicoprofiel hoger blijft dan bij integrale aanpak. Kostenstijging Verder speelt in het algemeen dat de kosten voor de maatregelen zijn geraamd. De inflatie en kostenstijgingen van materialen zijn onvoorspelbaar. Dit maakt dat de daadwerkelijke kosten uiteindelijk anders kunnen uitpakken. 9. Financiële paragraaf Investeringskrediet Voor het realiseren van aanvullende bluswatervoorzieningen in de openbare ruimte is een investeringskrediet van € 113.100 nodig. Conform de financiële verordening van de gemeente Midden-Groningen worden investeringen boven € 10.000 geactiveerd. Voor deze investering wordt een afschrijvingstermijn van 15 jaar gehanteerd. Dit leidt tot jaarlijkse afschrijvingskosten van € 7.540. Inclusief rentekosten bedragen de jaarlijkse kapitaallasten € 7.823. Onderhoud bluswatervoorzieningen Naast de investeringskosten zijn er structurele kosten voor het onderhoud en de controle van de bluswatervoorzieningen. De kosten voor onderhoud en jaarlijkse controle bedragen € 485 per bluswatervoorziening per jaar. Binnen dit voorstel worden 9 nieuwe bluswatervoorzieningen gerealiseerd. Deze dienen vanaf 2027 jaarlijks te worden onderhouden en gecontroleerd. Daarnaast zijn er 4 bestaande
Pagina:
6 van 7
Datum:
27 maart 2026
Zaak:
1627047
bluswatervoorzieningen in de openbare ruimte waarvoor eveneens onderhoud noodzakelijk is. De totale jaarlijkse onderhoudskosten bedragen daarmee € 6.305. Dekking De jaarlijkse kapitaallasten van het investeringskrediet (€ 7.823) en de jaarlijkse onderhoudskosten (€ 6.305) kunnen worden gedekt uit het structurele budget van € 100.000 voor bestrijding van brandrisico’s. Begrotingswijziging Ook deze kosten kunnen ten laste van het hiervoor genoemde budget gebracht worden (programma Economie, product Brandweer / Openbare veiligheid, budget “Witte vlekken/bestrijding brandrisico’s”). In onderstaande begrotingswijziging is alleen het beschikbaar stellen van het krediet van € 113.100 in 2026 zichtbaar, de kapitaallasten onder programma Fysieke leefomgeving zijn met ingang van 2027 en niet zichtbaar in de wijziging op de programmabegroting 2026.
10. Communicatie De communicatie is gericht op het tijdig, zorgvuldig en transparant informeren van bewoners over de maatregelen, de gemaakte keuzes en de resterende risico’s. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende situaties. Bewoners bij wie maatregelen worden getroffen Bewoners van woningen in gebieden waar maatregelen worden uitgevoerd, worden hierover in algemene zin geïnformeerd. Zij worden geïnformeerd over de aard van de werkzaamheden, de planning en de gevolgen voor de openbare ruimte. Omdat de maatregelen uitsluitend in de openbare ruimte worden getroffen, hebben de werkzaamheden geen directe gevolgen voor
Pagina:
7 van 7
Datum:
27 maart 2026
Zaak:
1627047
particuliere eigendommen. Bewoners bij wie geen maatregelen worden getroffen Bewoners van woningen waar geen maatregelen worden getroffen, worden persoonlijk benaderd door de gemeente. In deze gesprekken wordt toegelicht waarom op die locaties geen maatregelen mogelijk of doelmatig zijn en welke risico’s blijven bestaan. Hierbij wordt expliciet aandacht besteed aan realistische verwachtingen over de inzet van de brandweer. In samenwerking met de brandweer en de Veiligheidsregio wordt bij deze adressen extra ingezet op preventie en bewustwording. Dit kan bestaan uit voorlichting over brandveilig wonen, het gebruik en onderhoud van rookmelders en gedragsmaatregelen die de kans op brand verkleinen. Waar mogelijk worden rookmelders verstrekt. Algemene communicatie en samenwerking De uitvoering en communicatie vinden plaats in samenwerking met Gebiedsregie. Daarnaast wordt een eventuele dorpsvereniging actief geïnformeerd over de voortgang en betrokken bij de communicatie richting het dorp. Via schriftelijke informatie en gerichte gesprekken wordt gezorgd voor een helder en eenduidig verhaal over wat wel en niet wordt gedaan en waarom. 11. Draagvlak en vervolgtraject (afstemming, tijdpad) In afstemming met de Veiligheidsregio Groningen, brandweer, is waar nodig al de alarmering voor de ozeb’s aangepast.
In de meeste gevallen is de alarmering dat met twee tankautospuiten wordt uitgerukt. Het investeringskrediet wordt ingezet voor het realiseren van aanvullende bluswatervoorzieningen in de openbare ruimte. Voor de uitvoering wordt, conform het geldende inkoop- en aanbestedingsbeleid, een leverancier geselecteerd. Burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen,
E. van Lente Burgemeester
T. van de Poel Waarnemend gemeentesecretaris
Bijlage: 1. Geabstraheerde versie van inventarisatie objecten zonder extern bluswater