CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

01. Raadsvoorstel jaarrekening 2020

Raadsvergadering 1 juli 2021, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Jaarrekening 20204.900 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel Gemeenteraad

Datum:

8 juni 2021

Opsteller:

Marcel Moerman

Zaak:

5487

Contactgegevens:

Marcel.moerman@midden-groningen.nl

Stukken ter inzage:

Minimaal 2 weken voor vaststelling stukken

Portefeuillehouder: Erik Drenth Onderwerp:

1.

Raadsvoorstel jaarrekening 2020

Voorstel

1. De Jaarrekening en het jaarverslag 2020 van de gemeente Midden-Groningen met een voordelig resultaat van € 2.430.502 vast te stellen en toe te voegen aan de algemene reserve; 2. In te stemmen met het onttrekken van € 2.313.635 aan de algemene reserve ter dekking van de budgetoverhevelingen; 3. De begroting 2021 overeenkomstig wijziging 2021-013 te wijzigen; 4. Kennis te nemen van het accountantsrapport behorend bij de jaarstukken 2020; 5. Kennis te nemen van de reactie van het college op de bevindingen van de accountant. 2.

Inleiding

Voor u ligt het jaarverslag en de jaarrekening 2020 van de gemeente Midden-Groningen. Het financiële resultaat voor resultaatbestemming bedraagt € 2.430.502 positief. Het resultaat inclusief de budgetoverhevelingsvoorstellen (€ 2.313.635) is € 116.867 voordelig. Dit licht positieve resultaat is een positieve resultaatontwikkeling ten opzichte van de najaarsnota 2020, waarin we een nadelig jaarrekeningresultaat voorspelden van € 635.000. Het licht positieve jaarrekeningresultaat ontstaat door enkele incidentele meevallers en bijsturing waar dat nodig én mogelijk is. Uiteraard heeft corona in 2020 stevige invloed gehad op de uitvoering van onze werkzaamheden en de financiën. Het is lastig om die invloed over de gehele linie exact te duiden en daaraan conclusies te verbinden voor een toekomst waarin corona een minder grote rol zal spelen. Ondanks de lastige vergelijking met een situatie zonder corona biedt het licht positieve resultaat over 2020, na enkele jaren van financiële tekorten, perspectief om de financiële positie van onze gemeente steeds stabieler te maken. Het is onze opgave dat ook meerjarig te realiseren.

Het blijft daarbij een continue opgave om de uitgaven te beperken. En dat is niet altijd eenvoudig. Zeker niet in een jaar dat door corona het maximale vraagt van de lenigheid en creativiteit van onze inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen en eigen organisatie. We hebben oog voor de grote uitdagingen waar onze inwoners in 2020 voor hebben gestaan én soms nog staan. We hebben, door financiële steun vanuit het rijk, ruimhartig coronacompensatie kunnen geven, maar zien ook dat compensatie iets anders is dan volledige aanvulling tot op het oude niveau. We begrijpen dan ook de zorgen, die onze inwoners en ondernemers daarover hebben geuit. Ondanks de enorme opgaven afgelopen jaar gloort er hoop aan het einde van de (corona)tunnel en zijn we content met de financiële handreiking die het rijk ons heeft geboden om de effecten van de crisis het hoofd te bieden. We hopen dat het rijk ons ook in de toekomst net zo ruimhartig tegemoetkomt voor de kosten in het sociaal domein en het mogelijke effect van de herijking van het gemeentefonds bijstelt. We hebben gezien dat het kan! Ondanks dat 2020 de geschiedenisboeken in zal gaan als coronajaar -en we ook in deze jaarrekening meer dan eens rekenschap moeten geven van de gevolgen van corona op onze activiteiten- zijn er veel meer ontwikkelingen geweest, die aandacht verdienen in onze terugblik.

Gevolgen gas- en zoutwinning De gemeente Midden-Groningen ligt in het kerngebied van de gevolgen van de gaswinning. Deze gevolgen hebben grote invloed op de gemeenschap. Het vraagstuk rond de veiligheid voor de inwoners en de versterkingsopgave is van ongekende omvang en erg complex, zowel in de uitvoering als in het beleid. Het Plan van Aanpak versterking is hierbij voor ons een belangrijk basisdocument om de veiligheid voor onze inwoners op het gewenste niveau te krijgen. We willen graag tempo maken en proberen daarom niet alleen goede plannen te maken, maar ook gelijktijdig de daadwerkelijke aanpak te versnellen door te verkennen en experimenteren. Dat lukt op meerdere plekken, maar we zijn reëel in de constatering dat het totale traject van versterking er één is van de lange adem. De lange looptijd heeft uiteraard grote consequenties voor onze inwoners. We kunnen dat niet zomaar wegnemen, maar doen er alles aan om hun onzekerheden en problemen te ontlasten zonder dat zij daarvoor zelf kosten moeten maken. Door de verschillende geldstromen vanuit het rijk zien we die mogelijkheden. We zullen er steeds op letten dat de middelen ook echt toereikend zijn.

Alleen zo kan het vertrouwen worden hersteld en kunnen we ervoor zorgen dat de leefbaarheid in de dorpen overeind blijft, de kwaliteit van de scholen en de gebouwen goed is én blijft en dat onze inwoners een mooie toekomst voor zich hebben. Scholenprogramma Als er één plek symbool staat voor het bieden en versterken van toekomstperspectief dan is dat wel het schoolgebouw. Het is de plek waar talenten worden ontwikkeld en waar letterlijk een belangrijk deel van de toekomst – voor individu en gemeenschap - vorm krijgt. Het spreekt voor zich dat dat in ieder geval in goede en veilige gebouwen moet, maar we willen een steviger impuls geven. Vandaar dat we uitvoering geven aan het convenant aardbevings- en toekomstbestendige scholenbouw Groningen. Hiermee combineren we het waarborgen van een veilige onderwijsomgeving, met het realiseren van kwaliteitsslag voor het onderwijs in de hele regio.

Nadat we met uw raad in het najaar van 2019 hebben besloten om de verantwoordelijkheid voor deze versterkingsprojecten in eigen hand (i.p.v. CVW) te nemen, zien we dat we met minder betrokken partijen nog meer tempo kunnen maken. We staan simpelweg samen met het onderwijsveld aan het roer om tot uitvoering van de projecten te komen én dat loopt als een trein. Zo hebben zeven scholen al een veilig en toekomstbestendig gebouw en is de (ver)bouw of de voorbereiding voor ruim 20 scholen in volle gang. We verwachten dat we in 2022 het programma af kunnen ronden. Nationaal Programma Groningen Zowel de versterkingsopgave als het scholenprogramma zijn essentiële bouwstenen voor het bieden van meer toekomstperspectief in Midden-Groningen. Met het NPG zetten we daar nog eens een flinke plus bovenop. Het NPG biedt ons, ondanks de moeilijke financiële positie, de nodige financiële armslag om dat te doen. Hoewel corona hier het tempo in de voortgang van planvorming (lastiger participatie) en besluitvorming er soms wat uithaalde, zijn we tevreden met de basis die we eind 2020 en begin 2021 hebben gelegd voor het vervolg. Met het lokaal programmaplan en de 16 nieuwe projecten bij het NPG komt er ruim € 17,5 miljoen bovenop de in 2019 toegekende grofweg € 12,5 miljoen voor de 12 projecten van destijds. Het NPG krijgt zo de robuuste vorm, die nodig is én onze inwoners verdienen.

De verdere organisatie, participatie en uitvoering geven we in 2021 verder vorm. Daar hoort ook het voorbereiden van aanvragen voor nieuwe projecten bij, want hoewel we nu een mooie basis leggen, zullen we het programma de komende (10) jaren verder gaan uitbouwen. De toenemende omvang van het programma is ook reden om vanaf deze jaarrekening binnen het programma Gas- en Zoutwinning een apart onderdeel voor de NPG op te nemen in de P&C-documenten. Immers in de komende jaren zal zo’n € 47,5 (nu grofweg 30 toegekend) miljoen worden aangewend. Een bedrag dat na de evaluatie in 2024 flink aangevuld kan worden. Sociaal domein De coronacrisis vormde in 2020 een grote, ongekende uitdaging in onze samenleving. Binnen het sociaal domein heeft deze crisis met de beperkende maatregelen een groot effect gehad op de uitvoering van de verschillende taken. Hoewel we er konden zijn voor onze meest kwetsbare inwoners door ondersteuning op maat te bieden, ontkwamen we er niet aan dat door corona de toegankelijkheid tot voorzieningen voor onze inwoners beperkter werd. Activiteiten werden gestopt of in andere vorm aangeboden. Gebruikelijke ontmoetingsplekken zoals dorpshuizen en bibliotheken werden gesloten. Ook in de begeleiding (Wmo) zagen we een daling van het aantal indicaties. Dat wil niet per definitie zeggen dat we nog veel inhaalzorg moeten plegen.

Immers digitale zorg op afstand werkt in veel gevallen goed én kan ook na corona soelaas bieden om goede zorg tegen lagere kosten aan te bieden. Toch sluiten we niet uit dat er achtergestelde zorgvraag is. Monitoring hiervan, met een spilfunctie voor onze sociale teams, staat dan ook hoog op onze agenda. Verder zagen we dat de bijstandsuitkeringen in 2020 stegen met 1,9% (t.o.v. 2019), maar dat een toestroom ondanks de coronacrisis (vooralsnog) uitbleef; bij de Gemeentelijke kredietbank constateren we hetzelfde beeld. Ook hiervoor geldt dat we het verloop goed in de gaten houden op het moment dat ondersteunende maatregelen door de overheid worden afgebouwd of gestopt. Economie, wonen en openbare ruimte Voor vele ondernemers was 2020 een zwaar jaar. Enerzijds moest er worden geïnvesteerd in maatregelen om coronaveilig te kunnen ondernemen en anderzijds moesten de deuren meer dan eens worden gesloten vanwege de lockdown. Door onze ondernemers te informeren en te

ondersteunen in de compensatie-trajecten of door bijvoorbeeld een tijdelijke ontheffing van de winkeltijden af te geven, hebben we, naast een luisterend oor, enig perspectief kunnen bieden. We constateerden ook dat het aantal openstaande vacatures in onze gemeente flink daalde. Hoewel dat in tijden van onzekerheid een logische ontwikkeling is, zet het uiteraard de uitstroom van bijvoorbeeld uitkering naar regulier werk onder druk. Toch hebben we goede hoop dat zodra er weer meer kan, het aantal vacatures en banen weer gaat stijgen. Niet alleen omdat bestaande bedrijven, winkels en horeca weer open kunnen, maar ook omdat er nieuwe ondernemers een plek in onze mooie gemeente hebben gevonden. Immers, ondanks de crisis, zagen we nieuw ondernemerschap opkomen. Het resulteerde onder andere in de verkoop van bedrijfskavels. Niet alleen de verkoop van onze bedrijfskavels ziet er goed uit. Ook de ontwikkelingen in onze grondexploitaties voor woningbouw kende in 2020 een positief verloop. Zo zijn er mooie verkoopcijfers voor bijvoorbeeld het Stadshart en het Julianapark in Hoogezand, De IJsbaan in Sappemeer en de Tolweg in Muntendam. Dat is niet alleen mooi voor onze gemeentelijke portemonnee, maar ook om tot een mooie invulling van deze gebieden te komen.

Dat laatste zien we zeker ook in Gorecht-West, waar we in 2020 fase 3 opleverden, fase 4 op hebben gestart en voor fase 5 de verdere planvorming ter hand namen. Ook voor het plan de Vosholen fase II hebben we de nodige voorbereidingen getroffen. Naast de ontwikkeling van zowel nieuwe woon- en werklocaties hebben we veel aandacht besteed aan een goede inpassing en begeleiding van nieuwe ontwikkelingen in het energielandschap (winden zonparken). Maar niet alleen de realisatie van nieuw (openbaar) gebied had onze aandacht, ook rondom het beheer van de bestaande openbare ruimte zijn flinke stappen gezet. Zo werkten we achterstallig groenonderhoud weg en zijn we begonnen met gebiedsgericht werken. Wel zien we dat het realiseren van ons ambitieniveau met de huidige middelen niet eenvoudig is. Verder hebben we in 2020 volgens ons nieuwe, geharmoniseerde, plan voor de afvalinzameling gewerkt. We zijn content over de eerste inhoudelijke resultaten, maar zien ook dat de kostendekkendheid stevig onder druk staat. Het succes van het nieuwe afvalbeleidsplan (minder ledigingen) zorgt voor aanzienlijke lagere opbrengsten. In 2020 vangen we dit nadeel door aanwending van de voorziening voor afval op. Dorpen en wijken In een jaar waarin het hebben van contact - op zijn zachtst gezegd – niet eenvoudig was, wordt het belang van het behouden en creëren van sociale cohesie nog eens onderstreept.

Door (grotendeels) digitaal de verbinding met onze inwoners, buurt- en dorpshuizen te houden, hebben we toch een actieve ondersteuning bij én begeleiding van initiatieven kunnen bieden. Het zorgde voor mooie resultaten, zoals het mobiliteitsplan en het project rondom het verminderen van zwerfaval. Ook het gezamenlijk verder brengen van een aanvraag binnen NPG van bijvoorbeeld het 6 Schildmeerdorpen-experiment kan een succes worden genoemd. Hoewel het vanwege corona lastig was om culturele evenementen door te laten gaan, hebben we onder andere actief deelgenomen aan de landelijke kunstmanifestatie voor 75- jaar vrijheid, hebben we op scholen kunst en cultuureducatie verzorgd en is een vervolg gemaakt met de “Kroniek van Overschild”. Zodra corona meer naar de achtergrond is gedrukt zullen we de culturele activiteiten weer op het niveau brengen dat het verdiend.

Uiteraard was de tijdelijke sluiting van onze buurt- en dorpshuizen door corona een domper. Allereerst omdat de “tweede huiskamer” voor velen daarmee dicht bleef, maar ook omdat de (beperkte) opbrengsten voor de dorps- en buurthuizen wegvielen, terwijl de kosten doorliepen. Door via de coronacompensatie de huur te kunnen kwijtschelden, hebben we kunnen bijdragen in de belangrijke rol van de bestaande buurt- en dorpshuizen. Trots zijn we ook op het feit dat we in 2020 de realisatie van nieuwe ontmoetingscentra weer een stap verder hebben gebracht. De uitvoering van MFA Meeden, de start van de bouw van het nieuwe dorpshuis Froombosch en het nieuwe kindercentrum Zuiderkroon lopen voorspoedig. Dus zodra het straks weer kan, hebben we nog meer mooie plekken voor ontmoeting! Bestuur, bedrijfsvoering en dienstverlening Ondanks dat vanaf maart 2020 van ‘normaal werken’ door de lockdown geen sprake meer was, hebben de bedrijfsvoering en de dienstverlening ‘gewoon’ doorgang gevonden. Met thuiswerken of werken op locatie onder strenge voorwaarden hebben onze inwoners slechts minimale hinder ondervonden. Ook het bestuurlijke proces vond tijdens de bijzondere omstandigheden gewoon doorgang.

Ondanks dat de dienstverlening beperkt door corona is geraakt, zorgde corona er wel voor dat er spanning blijft tussen enerzijds het verder op orde krijgen van de dienstverlening en bedrijfsvoering en anderzijds de wens om de ambities van Midden-Groningen te verwezenlijken. Deze spanning is aanwezig in het primaire proces en de ondersteunende bedrijfsvoering. Hierbij komt dat zowel de lopende bezuinigingsopgave als de bezuiniging in relatie tot Berenschot (vanaf 2022) deze spanning vergroot. Tot slot willen we de vorderingen van de bouw van het nieuwe gemeentehuis in 2020 niet onbenoemd laten. Het hoogste niveau werd gehaald en alle seinen staan op groen om, als corona het toelaat, dit jaar de opening te vieren. Bezuinigingen Wanneer we kijken naar het jaarrekeningresultaat over 2020 kunnen we concluderen dat het totaal vastgestelde bezuinigingspakket van ruim € 12,5 miljoen voor 2020 is gehaald. We zien dat we door stevig bijsturen onze uitgaven bewust kunnen drukken. We ontwikkelen een steeds groter kostenbewustzijn binnen onze organisatie en zoeken naar alternatieve (desnoods incidentele) bezuinigingen op het moment dat we constateren dat een bepaalde bezuiniging vooralsnog lastig op structurele basis is in te vullen. Het vergrote kostenbewustzijn is gezien onze financiële positie nodig en sorteert effect.

Hierbij moeten we wel constateren dat corona een haarscherp beeld over de bezuinigingen enigszins vertroebeld. Niet zozeer omdat we ruime coronacompensatie ontvingen, want die middelen kunnen we goed aan de extra interne en externe kosten koppelen. Het lastige zit hem vooral in het feit dat corona de vooraf verwachte uitvoering van werkzaamheden inhoudelijk raakt. We zien dat vooral binnen het sociaal domein. Cijfermatig zien we daar dat het totale bezuinigingspakket van € 3,5 miljoen weliswaar ruimschoots wordt gehaald, maar ook dat dit niet alleen door sturing op basis van onze bezuinigingsprogramma’s komt. Hoewel het lastig is om exact te duiden wat het effect van corona is, spelen minder persoonlijke contacten (digitaal contact kan in veel gevallen heel goed), minder indicaties en bijvoorbeeld minder leerlingenvervoer door schoolsluiting een significante rol in de lagere lasten. Een rol die, naar wij verwachten, voor een deel incidenteel zal blijken te zijn. Het betekent dan ook dat het mooie financiële resultaat over 2020 in de komende jaren nog geen vanzelfsprekendheid is en continue sturing vraagt.

Financiële resultaten Het vertrekpunt bij de analyse van de financiële resultaten is de meest actuele begroting (na wijziging) van 2020. Concreet gaat het dan om het verwachte saldo (€ 635.000 nadeel) van de najaarsnota 2020 en nog een aantal vastgestelde begrotingswijzigingen over 2020. Het effect van deze wijzigingen op het, bij de najaarsnota, verwachte rekeningsaldo 2020 is per saldo € 170.000 voordelig. Het bestaat, naast een paar kleine mutaties met per saldo € 5.000 nadelig effect, uit de volgende drie wijzigingen met een positief effect: • € 88.000 (toerekening uren) voor het project De Vosholen fase 2; • € 47.000 Gorecht West fase 4 • € 40.000 bedrijfsresultaat Wedeka.

Het verwachte resultaat voor de jaarrekening 2020 komt op basis van de najaarsnota én bovenstaande wijzigingen uit op een nadeel van € 465.000. Verwacht resultaat jaarrekening 2020 bij najaarsnota 2020

(x €1000)

Prognose jaarrekeningsaldo 2020 bij najaarsnota Begrotingswijzigingen Geactualiseerde prognose bij najaarsnota

-635 N 170 V -465 N

Het verwachte nadelig jaarrekeningsaldo over 2020 van € 465.000 is het vertrekpunt voor de analyse. In onderstaande tabel is het resultaat op de programma’s samengevat. In de kolom “begroot na wijziging 2020” is het verwachte jaarrekeningsaldo bij de najaarsnota (inclusief laatste wijzigingen) opgenomen, zoals op de vorige pagina is beschreven en in de kolom “realisatie 2020” ziet u het uiteindelijke resultaat van deze jaarrekening. Dit is het resultaat ná aanwending van de reserves en voorzieningen, maar vóór de resultaatbestemming van de overhevelingsvoorstellen. Die volgen in dit raadsvoorstel aan het einde van de analyse. In de kolom “Verschil 2020” is het verschil opgenomen tussen de verwachte stand bij de najaarsnota 2020 en het uiteindelijke resultaat aan het einde van het jaar. In de kolom “Verschil 2020” is het verschil opgenomen tussen de verwachte stand na de najaarsnota 2020 en het uiteindelijke resultaat aan het einde van het jaar.

Omsc hrijving

realisatie 2019

Primitief

Begroot na

begroot

w ijziging

2020

2020

realisatie

V ersc hil

2020

2020

Saldo na bestemming Dorpen en wijken

-21.703

-22.177

-22.584

-21.871

713 V

Sociaal

-79.640

-78.754

-79.877

-77.468

2.409 V

Economie

-8.206

-8.947

-9.348

-8.316

1.032 V

Dienstverlening

-3.661

-3.335

-3.024

-3.264

-239 N -465 N

Gevolgen gas- en zoutwinning Bestuur en bedrijfsvoering Resultaat van de rekening van baten en lasten

0

465

268

-197

108.641

112.747

114.100

113.546

-554 N

-4.570

0

-465

2.431

2.895 V

Toelichting: N = nadelig verschil en V = voordelig verschil bedragen per duizend euro

Verschilverklaring op hoofdlijn: totaal € 2.895.000 voordeel Hieronder wordt op hoofdlijn ingegaan op de belangrijkste afwijkingen per programma. Een uitgebreider toelichting treft u aan het einde van elk programma in het boekwerk aan. Programma 1 Dorpen en Wijken: € 713.000 voordeel Het grootste verschil (€ 876.000 voordelig) doet zich voor op het onderdeel milieu. Dit wordt veroorzaakt doordat er nog geen kosten zijn gemaakt voor duurzaamheidsinvesteringen in gemeentelijk vastgoed (revolverend fonds), het opstellen van de Regionale Energie Strategie (RES) en het opstellen van de Transitievisie Warmte (TVW). Aangezien hier in de komende jaren wel aan zal worden gewerkt, zijn voorstellen ingediend om (een fors deel) van deze middelen mee te nemen naar 2021. Ook het thema sport (€ 312.000 voordelig) laat een aanzienlijk voordeel zien. Dit wordt verklaard doordat een deel van onze lasten wordt gecompenseerd door coronacompensatie en doordat we van het rijk de Specifieke Uitkering Sport ontvangen, die dient ter compensatie van de kostprijsverhogende BTW op sportinvesteringen. De ontwikkelingen die het resultaat binnen programma 1 nadelig beïnvloeden liggen op de thema’s riolering (€ 154.000 euro nadelig), afval (€ 86.000 nadelig) en openbare ruimte (€ 221.000 nadelig), waar een tweetal niet begrote facturen uit het verleden moesten worden betaald.

Alhoewel het nadelige effect op het jaarrekeningresultaat van zowel riolering als afval vrij beperkt is, zijn hier wel stevige onttrekkingen uit de voorzieningen nodig geweest. Voor riolering gaat het om een onttrekking van € 382.000 ter dekking van de benodigde investeringen. Voor afval is een onttrekking van in totaal (harmonisatie- en egalisatievoorziening samen) € 527.000 nodig, voor een deel om de lagere opbrengst van de afvalstoffenheffing te compenseren. Dat betekent dat wij onze spaarpotten meer inzetten dan verwacht. Met name op het gebied van afval constateren we dat de opbrengsten structureel lager zullen zijn dan dat we begroten. Dat is een knelpunt, omdat de spaarpot voor afval (voorziening afvalstoffenheffing) snel op zal zijn. Voor riolering is dat niet aan de orde. De hogere onttrekking van de voorziening voor riolering heeft een incidenteel karakter en de voorziening is toereikend. Programma 2 Sociaal: € 2.409.000 voordeel Het omvangrijke programma Sociaal (ruim € 122 miljoen aan lasten) kent diverse plussen en minnen. En hoewel de absolute verschillen groot zijn, is de procentuele afwijking vaak vrij beperkt. Dit geldt ook voor de grootste verschillen -Jeugd (€ 640.000 voordeel) en Inkomensregelingen (€ 605.000 voordeel)- binnen programma 2.

De voordelige resultaten worden voor een belangrijk deel verklaard doordat we (ook bij de najaarsnota) een voorzichtige inschatting (mede vanwege corona) hebben gemaakt van de lasten en baten. Aanvullend geldt voor het thema “Jeugd” dat een deel van het voordelige resultaat wordt veroorzaakt doordat in 2020 afgerond € 270.000 minder is uitgegeven voor het project rondom de sociale en emotionele ondersteuning bij gezondheidsgevolgen door de aardbevingen. Het merendeel van deze middelen stellen we voor mee te nemen naar 2021. Ook voor de thema’s “Onderwijs” (€ 386.000 voordelig) “Wmo oude en nieuwe taken” (samen per saldo € 367.000 voordelig) geldt dat de totale budgetten (gezamenlijk zo’n € 60 miljoen) omvangrijk zijn en dat de procentuele afwijking beperkt is. Toch zien we op deze thema’s een aantal inhoudelijke afwijkingen, die het verschil verklaren.

Het voordelige resultaat op Onderwijs wordt vooral verklaard door lagere kosten voor het leerlingenvervoer (vanwege schoolsluiting door corona) en het één jaar later starten met afschrijven van twee nog niet gerealiseerde projecten. Binnen WMO zien we dat het resultaat op de oude taken € 162.000 nadelig is vanwege de hogere kosten (en beperkte vergoeding via de eigen bijdrage) voor huishoudelijke hulp, terwijl het resultaat op de nieuwe taken een voordeel van € 528.000 laat zien. Deze plus hangt samen met de coronacrisis en komt vooral tot uiting in lagere kosten voor begeleiding (€ 427.000 voordelig) en het Wmo-vervoer (€ 98.000 voordelig). Programma 3 Economie: € 1.032.000 voordeel Binnen het programma economie wordt het voordeel met name verklaard door fors hogere legesopbrengsten (€ 978.000 voordelig) vanwege meer woningverbouwingen en de aanleg van een zonnepark. Programma 4 Dienstverlening: € 239.000 nadeel Binnen het programma dienstverlening zijn er hogere personeelskosten (€ 144.000 nadelig) door ziektevervanging en de benodigde extra inzet voor het realiseren van een project. Doordat er ook zo’n € 85.000 minder legesopbrengsten voor identiteitsdocumenten zijn binnengekomen dan we vooraf hadden verwacht, is het nadelige resultaat binnen dit programma nagenoeg volledig verklaard.

Programma 5 Gevolgen gas-en zoutwinning: € 465.000 nadeel Dit jaar heeft bij de najaarsnota het programma gas- en zoutwinning een plek in de P&C-cyclus gekregen. Vooruitlopend op het omvangrijke Nationaal Programma Groningen (NPG) is een plek in de programmastructuur passender dan het opnemen van de informatie in een paragraaf. U bent gewend dat de investeringen rondom de gas- en zoutwinning budgettair neutraal zijn; oftewel alle gemaakte kosten worden vergoed. Dat is ook dit jaar het geval. Echter bij de begroting 2020 zijn de opbrengsten nog becijferd in het programma Bestuur en bedrijfsvoering (toen programma 5 nu programma 6) en komen daar ook in deze jaarrekening terug. Voor de lasten geldt dat deze in deze jaarrekening al wel in het nieuwe programma landen. Het gevolg is een nadeel van € 465.000 in programma 5 voor de overheadkosten die hiervoor gemaakt worden. In de volgende P&C-documenten komen zowel de lasten als baten in één programma (namelijk programma 5) tot uiting. Programma 6 Bestuur en bedrijfsvoering: € 554.000 nadeel Binnen programma 6 zijn er meerdere plussen en minnen. De 5 belangrijkste verklaringen van het verschil zijn: 1. Treasury (€ 710.000 nadelig) vanwege een hoger renteomslag percentage (1,4% i.p.v. 1,2%) en lagere dividend opbrengsten van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG); 2.

Lagere onttrekking (we houden meer geld in onze spaarpot) aan reserve Huis voor Cultuur en Bestuur (€ 370.000 nadelig) vanwege een gefaseerde aanpak rondom het nieuwe werken; 3. Hogere storting in de pensioenvoorziening voor wethouders (€ 331.000 nadelig) vanwege achterblijvend beleggingsrendement op de peildatum (landelijk bepaald); 4. Hogere Algemene Uitkering gemeentefonds in de decembercirculaire (€ 501.000 voordelig) grotendeels bedoeld voor coronacompensatie; 5. Hogere OZB-opbrengst (€ 434.000 voordelig) vanwege de hogere waardeontwikkeling van objecten dan bij de tariefbepaling is ingeschat.

Ontwikkelingen per programma (x 1000€) Verwacht nadeel bij najaarsnota 2020 (geactualiseerd) P1. Resterende middelen Milieu (revolverend fonds / RES / TVW) P1. Sport (coronacompensatie kosten en SPUK) P1. Riolering, afval en openbare ruimte P2. Inkomensregelingen P2 (Werk) Participatie (incl. afrekening Wedeka over 2020) P2. Onderwijs (leerlingenvervoer en later afschrijven investering) P2. Wmo oude taken (huishoudelijke hulp) P2. Wmo nieuwe taken (begeleiding en Wmo-vervoer) P2. Jeugd (incl. afrekening RIGG over 2020) P3. Hogere legesopbrengsten P4. Hogere personeelskosten en lagere leges voor id-bewijzen P5. Lasten overhead (baten binnen programma 6) P6. Treasury (hogere rente-omslag en lagere dividenduitkering BNG) P6. Gefaseerde aanpak nieuwe werken (lagere onttrekking reserve) P6. Hogere storting pensioenvoorziening wethouders (APPA) P6. Hogere uitkering gemeentefonds o.b.v. decembercirculaire P6. Hogere OZB-opbrengst door waarde-ontwikkeling Saldo overige plussen en minnen Totaal Jaarrekeningresultaat 2020 voor budgetoverhevelingen

Voordeel

Nadeel -465 876 312 -461 605 216 372 -161 528 640 978 -239 -465 -710 -370 -331

501 434 171 +5.633

-3.202 +5.633 +2.431

Resultaat jaarrekening 2020 (x€1000) Prognose najaarsnota (inclusief wijzigingen)

-465 N

Ontwikkelingen

2.895 V

Afronding

1 V

Resultaat voor resultaatbestemming

2.431 V

Resultaatbestemmingen (budgetoverheveling)

-2.314 N Saldo

117 V

De jaarrekening 2020 sluit met een voordelig resultaat van afgerond € 2.431.000. Dat is fors positiever dan het geprognosticeerd nadelig saldo van € 465.000 na de Najaarsnota 2020. Een belangrijke verklaring voor dit verschil is dat er in 2020 middelen overblijven voor projecten die we in 2020, deels door corona, niet (helemaal) hebben kunnen uitvoeren. De uitvoering willen we graag in 2021 (verder) ter hand nemen én daar de resterende middelen uit 2020 voor gebruiken. We stellen uw raad dan ook voor om een bedrag van afgerond € 2.314.000 te betrekken bij de resultaatbestemming. Onder aan de streep resulteert dit in een toevoeging van afgerond € 117.000 aan de algemene reserve. Het resultaat over 2020 is hiermee, inclusief budgetoverheveling naar 2021, per saldo licht positief.

Verloop Algemene reserve Algemene reserve op 31 december 2020 6.621.698 Resultaat 2020 na resultaatbestemming

116.867

Stand na verwerking jaarresultaat 2020

6.738.565

De algemene reserve bedraagt ultimo 2020 € 6.621.698. Na verwerking van het resultaat van de jaarrekening 2020 (inclusief resultaatbestemming) bedraagt de algemene reserve € 6.738.565. De risico’s bedragen € 4.209.000. De weerstandsratio komt daarmee uit op 1,6. De verbetering van de ratio (jaarrekening 2019; 1,1) heeft vooral te maken met het lagere risicobedrag. Een nadere toelichting hieromtrent is opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen. Ondanks het licht positieve jaarrekeningresultaat over 2020 blijft de stand van de algemene reserve onze aandacht verdienen om te voldoen aan de uitgangspunten die we in de Kadernota Weerstandsvermogen hebben opgenomen. Immers een algemene reserve van € 6,7 miljoen afgezet tegenover een begrotingsomvang van bijna € 230 miljoen en een gekwantificeerd risicoprofiel van € 4,2 miljoen grenst aan het minimaal noodzakelijke. Net als vorig jaar is de jaarrekening voorzien van een goedkeurende verklaring door de accountant voor getrouwheid en rechtmatigheid. Het bevestigt de goede stappen die worden gemaakt. 3.

Publiekssamenvatting

Met dit jaarverslag wordt teruggekeken op het jaar 2020 van de gemeente Midden-Groningen. Voor de samenvatting wordt verwezen naar de samenvatting in het boekwerk van de jaarrekening. 4. Bevoegdheid van de raad De Raad heeft het budgetrecht en is op grond daarvan bevoegd om de jaarrekening en de overhevelingsvoorstellen vast te stellen. 5. Beoogd effect De voortgang van de beleidsdoelstellingen weer te geven en de Raad een instrument te geven om, daar waar nodig, bij te sturen. Met het vaststellen van de jaarstukken wordt het begrotingsjaar 2020 formeel afgesloten. 6. Historische context In deze jaarrekening zijn de afwijkingen opgenomen ten opzichte van de laatst herziene vastgestelde begroting 2020. De najaarsnota prognosticeerde een nadelig jaarrekeningsaldo van 635.000 euro. Gecorrigeerd met de laatste begrotingswijzigingen werd een nadelig saldo van 465.000 euro verwacht. In het boekwerk wordt met het nadeel van 465.000 euro vergeleken. 7. Argumenten Het jaarverslag en jaarrekening vormen de verantwoordingsstukken van college aan de raad over het gevoerde beleid in het begrotingsjaar 2020

8.

Kanttekeningen en risico’s

De jaarrekening 2020 is voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring voor getrouwheid en rechtmatigheid. 9.

Financieel

10.

Communicatie

Aan de Jaarrekening wordt bekendheid gegeven door publicaties op de Gemeentelijke website, door publicatie op social media (publicatie en samenvatting) die door gemeente Midden-Groningen worden gebruikt en door de nieuwsmedia actief te informeren tijdens een persbijeenkomst. Op grond van de gemeentewet is de raad verplicht om de stukken, nadat ze zijn geagendeerd voor eenieder ter inzage te leggen en stelt ze algemeen verkrijgbaar. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarheidsstelling wordt openbaar kennisgegeven. De raad beraadslaagt over de jaarrekening en het jaarverslag niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving. Publicatie moet dus 2 weken voorafgaand aan de raadsbehandeling plaats vinden. 11. Draagvlak en vervolgtraject De jaarrekening 2020 kijkt terug op afgelopen jaar en is in die zin constaterend en beschrijvend. Een aantal ontwikkelingen die we in de jaarrekening 2020 constateren hebben effect op 2021 (bijvoorbeeld de overhevelingsvoorstellen) en soms zelfs structureel (bijvoorbeeld de lagere opbrengsten afvalstoffenheffing) voor de jaren 2021 en verder. Voor de structurele ontwikkelingen die voortkomen uit de analyse van jaarrekening 2020 geldt dat we deze betrekken bij de voorjaarsnota 2021 en de voorbereidingen op de begroting 2022 en u daarover dan nader informeren.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen,

Adriaan Hoogendoorn Burgemeester

Henk Mulder Secretaris

Bijlagen: 1. 2. 3. 4.

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Boekwerk jaarstukken 2020 Overhevelingsvoorstellen bij jaarstukken 2020 Accountantsrapport 2020 Reactie College van B&W op accountantsrapport 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12812448/1