CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

01. Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Buitengebied

Raadsvergadering 3 februari 2022, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Buitengebied2.615 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel Gemeenteraad

Datum:

1 december 2021

Opsteller: Rudolf Hazekamp

Zaak:

755270

Contactgegevens: rudolf.hazekamp@midden-groningen.nl f.h

Portefeuillehouder: David de Jong Onderwerp:

Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan Buitengebied

1. Voorstel 1. In te stemmen met de ‘Nota zienswijzen, commentaar en wijzigingen bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen; 2. Met inachtneming van de in deze nota genoemde aanpassingen en de uitkomsten van de planMER het bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen met nummer: NL.IMRO.1952.bpmigbuitengebied-va01 gewijzigd vast te stellen; 3. Geen exploitatieplan vast te stellen voor het plangebied waarop het bestemmingsplan betrekking heeft. 2. Inleiding In ons raadsvoorstel van 13 mei 2019, zaaknummer 2019-018522, hebben wij u gemeld dat er voor het buitengebied een nieuw bestemmingsplan in de maak is. Daarbij is aangegeven dat het belangrijk is dat er een standpunt wordt ingenomen over de kaders en de uitgangspunten. Voor het nieuwe bestemmingsplan is dan ook een zogenaamde aangepaste Nota van uitgangspunten opgesteld. Aangepast, omdat de Nota een vervolg is op de nota, zoals die eerder door de raad van Hoogezand-Sappemeer was vastgesteld. In de aangepaste Nota van uitgangspunten is aandacht geschonken aan de beleidskeuzes aan de hand van een 5-tal thema’s, te weten 1. Agrarische sector, 2. Wonen en werken, 3. Recreatie en toerisme, 4. Landschap en Natuur en 5. Duurzaamheid en energietransitie. Aanleiding voor het nieuwe bestemmingsplan was verder het harmoniseren van regels en beleid en het voorkomen van rechtsongelijkheid.

De drie oude bestemmingsplannen van de heringedeelde gemeenten zijn in verschillende perioden gemaakt, kenden een eigen werkwijze/systematiek en maken verschillende dingen (on)mogelijk. Met het ontstaan van de nieuwe gemeente was er behoefte aan een nieuw bestemmingsplan voor nagenoeg het gehele buitengebied met overal dezelfde regels en werkwijzen. Daarnaast bestaan de geldende plannen circa 10 jaar en zijn ze toe aan vernieuwing.

Pagina:

2 van 7

Datum:

1 december 2021

Zaak:

755270

Ook is het gemeentelijk beleid en het beleid op andere schaalniveaus (Rijk en provinciaal) veranderd. Omdat het bestemmingsplan (op gemeentelijk niveau) moet aansluiten bij het beleid op andere schaalniveaus, is het belangrijk het bestemmingsplan aansluit bij het actuele beleid. Bij het harmoniseren van de regels is ook gekeken in hoeverre de regels nog adequaat zijn. Er is ruimte geboden waar dat kan en zaken vastgelegd waar dat nodig is. Uitgangspunt is een “ja, mits” benadering in plaats van een “nee, tenzij”. Er is zoveel mogelijk getracht een versoepeling van de bouwregels en de gebruiksmogelijkheden door te voeren, waarmee ook is aangesloten bij het raads- en collegeprogramma. Uitgangspunt is verder dat het bestemmingsplan actualiserend en consoliderend van aard is. Dit betekent dat de huidige situatie bepalend is voor de toe te kennen bestemmingen. Er zijn in het plan geen nieuwe ontwikkelingen meegenomen, tenzij deze al voldoende zijn uitgewerkt. Wel is er ruimte voor beleidswijzigingen en nuanceverschuivingen. Aan de andere kant zijn wij bij het bieden van ruimte gehouden aan de beperkingen en mogelijkheden van de Provinciale Omgevingsverordening. 3. Publiekssamenvatting De afgelopen tijd is gewerkt aan een nieuw bestemmingsplan Buitengebied voor nagenoeg het gehele buitengebied van de gemeente.

Die delen van het grondgebied waar al een actueel plan aanwezig is zijn niet in het nieuwe bestemmingsplan opgenomen. Het grootste deel van de percelen in het plan Buitengebied betreft agrarische percelen. Bij het nieuwe bestemmingsplan gaat het om een actualisering en harmonisering van de bestaande bestemmingsplannen buitengebied van de drie heringedeelde gemeenten. Verder heeft het plan een consoliderend karakter. Dit betekent dat in het plan geen nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen. Voor het plan was het verplicht een milieueffectrapportage (m.e.r.) op te stellen omdat het plan activiteiten mogelijk maakt die mogelijk effecten hebben op het milieu of de natuur. Een m.e.r. brengt die effecten in kaart. Uit het m.e.r. blijkt dat met het treffen van maatregelen, zoals het opnemen van een stikstofregeling, negatieve effecten zijn uit te sluiten. Het nieuwe bestemmingsplan heeft de formele procedure doorlopen en wordt nu ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. 4. Bevoegdheid van de raad De gemeenteraad is op grond van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevoegd om een bestemmingsplan vast te stellen. 5. Beoogd effect Het beschikken over een actueel bestemmingsplan voor het buitengebied van Midden-Groningen.

Het plan voldoet aan de wettelijke en functionele vereisten, en biedt een adequaat juridischplanologisch kader voor activiteiten en ontwikkelingen voor een integrale beleidsafweging van de verschillende functies en wensen die in het buitengebied spelen. 6. Historische context In de raadsvergadering van 27 juni 2019, zaaknummer 2019-018522 heeft u ingestemd met de aangepaste Nota van uitgangspunten bestemmingsplan Buitengebied en de daarin opgenomen keuzes. Deze nota is mede de basis voor het bestemmingsplan Buitengebied.

Pagina:

3 van 7

Datum:

1 december 2021

Zaak:

755270

Bij raadsbrief, welke is verzonden op 3 mei 2021, hebben wij u geïnformeerd over het vervolg van de procedure over het bestemmingsplan. Daarbij is op een aantal aspecten ingegaan, zoals de voorgeschiedenis (nota van uitgangspunten), de communicatie, de risico’s, de middelen, en de vervolgstappen. Met ingang van 6 mei 2021 is het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied en het bijbehorende planMER ter visie gelegd. 7. Argumenten 1.1 De ingekomen zienswijzen zijn verwerkt. Het ontwerp bestemmingsplan heeft zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn kon iedereen het bestemmingsplan bekijken, vragen stellen en indien nodig een zienswijze indienen. Er zijn 33 zienswijzen ontvangen, van wie er 4 zijn ingediend door de overlegpartners, namelijk de Provincie Groningen, het Waterschap Hunze en Aa’s, LTO en TenneT. De ingekomen zienswijzen zijn opgenomen in de ‘Nota zienswijzen, commentaar en wijzigingen Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen’. In die nota vindt u achtereenvolgens een korte inhoud van de zienswijzen, onze gemeentelijke reactie c.q. voorstel daarop en de consequenties/aanpassingen van het bestemmingsplan. Conclusie is dat een aantal zienswijzen aanleiding is het bestemmingsplan aan te passen. U wordt verzocht in te stemmen met de gemeentelijke reactie op de ingekomen zienswijzen en de nota. Wat betreft de nota merken wij op dat deze is geanonimiseerd.

Dit is wettelijk verplicht. In een bijlage bij de nota zijn de volledige (geanonimiseerde) zienswijzen opgenomen. Op de besloten omgeving treft u een bijlage aan met de NAW-gegevens van de reclamanten. 2.1 De overlegreacties zijn verwerkt. Het voorontwerp bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen is in het kader van het wettelijk verplichte vooroverleg toegezonden aan onder andere de provincie, het waterschap en de Veiligheidsregio Groningen. De resultaten van het vooroverleg zijn opgenomen in de ‘Nota inspraak en overleg. Deze nota is als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Naar aanleiding van de vooroverlegreacties is het ontwerpbestemmingsplan op een aantal punten aangepast. Van een aantasting van de vastgestelde uitgangspunten is geen sprake (geweest). 2.2 Het advies van de Commissie MER geeft aanleiding tot aanvulling op het plan. Aan het bestemmingsplan Buitengebied is een plan-MER-plicht (milieueffectrapportage) gekoppeld. Het doel van het planMER is om milieu- en natuurbelangen naast andere belangen een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming. Voor het bestemmingsplan Buitengebied is sprake van een MER-plicht, aangezien: 1. Het bestemmingsplan activiteiten mogelijk maakt die volgens de wet MERbeoordelingsplichtig zijn omdat aanzienlijke negatieve effecten voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten.

Het bestemmingsplan bevat uitbreidingsmogelijkheden (vergroting bouwvlak) voor agrarische bestemmingen, waaronder veehouderijen. Hiermee biedt het plan ontwikkelingsmogelijkheden die mogelijk milieubelastend zijn.

Pagina:

4 van 7

Datum:

1 december 2021

Zaak:

755270

2. Het bestemmingsplan maakt activiteiten mogelijk die significante effecten kunnen hebben op Natura 2000-gebieden, waardoor op grond van de Wet Natuurbescherming een nadere beoordeling nodig is. In het buitengebied van de gemeente ligt Natura 2000-gebied het Zuidlaardermeer. De ontwikkelingsmogelijkheden met betrekking tot de schaalvergroting in de landbouwsector kunnen in theorie leiden tot een toename van ammoniak en stikstofdepositie. Uitkomsten planMER In de planMER zijn de ingrijpende milieugevolgen van het bestemmingsplan in kaart gebracht, waarbij de navolgende milieueffecten zijn onderzocht: natuur, landschap, cultuurhistorie en archeologie, ammoniak en geur, bodem en water, geluid, luchtkwaliteit, licht, gezondheid, verkeer en externe veiligheid. Bij de beoordelingen is (c.q. moet worden) uitgegaan van het ‘worst-casescenario’, dat wil zeggen dat er is uitgegaan van het feit dat alle mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt ook daadwerkelijk volledig worden benut. Uit de rapportage blijkt dat het bestemmingsplan zonder voorwaarden leidt tot onacceptabele effecten op de natuur door verzuring en vermesting (door stikstofuitstoot) en fysieke aantasting. In het bestemmingsplan is dan ook o.a. een zogenaamde stikstofregeling opgenomen, waarmee stikstofdepositie (neerslag) wordt uitgesloten. Daarmee zijn significante effecten op Natura 2000gebieden uitgesloten.

De regeling zorgt ervoor dat de uitbreiding van agrarische bedrijven of mestopslagen geen stikstofdepositie veroorzaken. Het planMER maakt duidelijk dat een agrarisch bedrijf drie mogelijkheden heeft om uit te breiden, namelijk: 1. het realiseren van opslag en andere bebouwing waar geen sprake is van een toename in stikstofuitstoot, 2. het verbeteren van stalsystemen voor het dierenwelzijn of 3. het salderen (het realiseren van stalsystemen met best beschikbare technieken, ook op bestaande stallen waardoor ruimte ontstaat voor uitbreiding van het aantal dieren). Advies Commissie voor de Milieueffectrapportage Het bestemmingsplan en het planMER zijn voor een toetsingsadvies voorgelegd aan de commissie MER. In haar toetsingsadvies signaleert de commissie bij toetsing aan van het MER nog een aantal tekortkomingen. Zij acht deze informatie essentieel voor het volwaardig meewegen van het milieubelang. Het gaat dan met name over de uitvoerbaarheid van opgenomen stikstofregeling, de effecten op het landschap en de mogelijke effecten op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Aanvullende notities n.a.v. advies commissie MER Het toetsingsadvies van de commissie is niet bindend. Naar aanleiding van het advies is het planMER in zijn volledigheid niet aangepast maar is een oplegnotitie geschreven waarin de onderdelen met tekortkomingen aanvullend zijn beschreven.

De oplegnotitie bestaat uit twee losse notities. Eén daarvan heeft betrekking op de effecten van het landschap, de andere notitie gaat nader in de op de uitvoerbaarheid van de stikstofregeling. Met het planMER in combinatie met deze aanvullende notities zijn de potentiële milieueffecten van het bestemmingsplan voldoende in beeld gebracht. Het planMER c.q. oplegnotitie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan leidt niet tot significant negatieve milieueffecten.

Pagina:

5 van 7

Datum:

1 december 2021

Zaak:

755270

Zienswijzen MER Rest u nog te vermelden dat er met betrekking tot het planMER twee zienswijzen zijn ontvangen. De beantwoording hiervan hebben wij opgenomen bij de zienswijze over het bestemmingsplan in de Nota zienswijzen, commentaar en wijzigingen (nummers 8 en 31). De inhoud van beide zienswijzen geven zijn overigens geen aanleiding het planMER c.q. het bestemmingsplan aan te passen. 2.3 Er moeten nog enkele ambtshalve aanpassingen worden aangebracht. In de afgelopen tijd zijn enkele omissies in het ontwerpbestemmingsplan ontdekt. Verder hebben enkele inwoners verzocht om een aanpassing van “hun” bestemming(sgrenzen) en verzochten een aantal landbouwers om een geringe, ondergeschikte aanpassing van hun agrarisch bouwvlak. Er is daarnaast aanleiding om de bouwvlakken van burgerwoningen in geringe mate aan te passen in verband met de ligging nabij agrarische bedrijven. Tevens is de verbeelding voor een aantal percelen aangepast aan de huidige situatie, zodat voor die percelen een passende bestemming is opgenomen. Verzocht wordt met deze relatief eenvoudige aanpassingen in te stemmen. Deze ambtshalve aanpassingen zijn opgenomen in de zienswijzennota. 2.4 Het planvoornemen past binnen het geldende (relevante) rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid.

In het bestemmingsplan is onderzocht of het planvoornemen voldoet aan het geldende (relevante) beleid van de verschillende overheden. Hieruit is gebleken dat het planvoornemen past binnen de beleidsuitgangspunten en daaraan verbonden voorwaarden. Dat blijkt ook uit de ingediende overlegreacties van de diverse wettelijke overlegpartners. Van belang is verder te melden dat een actueel bestemmingsplan een vervolgstap is om “de basis op orde” te brengen. In het kader van de toekomstige Omgevingswet vormt een actueel plan een belangrijke basis voor de opstelling van de gemeentelijke Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. 3.1 Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig. De Wet ruimtelijke ordening schrijft voor dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan ook een exploitatieplan vastgesteld moet worden voor de gronden waarop het bestemmingsplan betrekking heeft. Een exploitatieplan bevat regels over het omslaan van kosten over projectontwikkelaars en particuliere eigenaren, zoals bijvoorbeeld de kosten van bouw- en woonrijp maken. De Wet ruimtelijke ordening biedt u ook de mogelijkheid om in bepaalde gevallen te besluiten geen exploitatieplan vast te stellen. Voor dit bestemmingsplan hoeft geen exploitatieplan vastgesteld te worden, omdat het hier om een gemeentelijk initiatief gaat. 8.

Kanttekeningen en risico’s Na vaststelling van het bestemmingsplan kunnen planschadeverzoeken ingediend worden bij ons college. Omdat de vaststelling van het bestemmingsplan een gemeentelijk initiatief is, komen deze kosten in beginsel voor rekening van de gemeente. Tevens kan tegen de vaststelling beroep bij de Raad van State worden aangetekend, hetgeen kan leiden tot aanpassing van het plan.

Pagina:

6 van 7

Datum:

1 december 2021

Zaak:

755270

9. Financiële paragraaf Voor het opstellen van het bestemmingsplan Buitengebied en het MER-rapport is door de gemeenteraad aanvankelijk een krediet van € 200.000,- beschikbaar gesteld. Later is dit bedrag (vanwege bezuinigingen) teruggebracht tot € 100.000,-. In het proces is sprake van (on)voorzien meerwerk en aanvullende onderzoeken naar aanleiding van het advies van de MER-commissie. Hierdoor is het krediet van € 100.000,- met ca.20 % overschreden. De meerkosten worden gedekt binnen het totale budget van het Programma RO. 10. Communicatie Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, wordt de vaststelling in de Staatscourant, in De Regiokrant, op de gemeentelijke website en op www.ruimelijkeplannen.nl bekend gemaakt. De overlegpartners en de indieners van een zienswijze worden daarnaast afzonderlijk over de beantwoording van de zienswijzen en de vaststelling van het bestemmingsplan geïnformeerd. 11. Draagvlak en vervolgtraject (afstemming, tijdpad) Tijdens de voorbereiding van het nieuwe bestemmingsplan hebben wij ervoor gekozen het voorontwerp bestemmingsplan in het kader van de inspraak ter inzage te leggen. Wettelijk is dit niet verplicht. Het voorontwerp is ter inzage gelegd om onze inwoners vroegtijdig te betrekken bij de herziening van het plan. Ook landbouwverenigingen, dorpsvereniging en andere belangenorganisaties zijn op de hoogte gebracht.

In verband met Covid-19 was het echter niet mogelijk om een informatieavond te organiseren. Tijdens de inspraakperiode en daarna is er veel inhoudelijk overleg geweest met bewoners en andere belanghebbenden. Er is geprobeerd, waar dit binnen de gestelde kaders mogelijk is, tegemoet te komen aan hun vragen en wensen. Niet elk verzoek of vraag kon worden ingewilligd, maar we schatten toch in dat in 80% van de gevallen geheel of gedeeltelijk de verzoeken zijn gehonoreerd. De resultaten van de inspraakronde zijn opgenomen in de Nota Inspraak en overleg , die als bijlage van de toelichting in het bestemmingsplan is opgenomen. Uiteindelijk zijn er tegen het ontwerpplan 33 zienswijzen ingediend. In veel gevallen zijn de zienswijzen overgenomen, maar in enkele gevallen ook niet. Gezien het omvangrijke plangebied achten wij dit aantal alleszins aanvaardbaar. Bij een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan gewijzigd moet het plan na vaststelling direct naar de provincie Groningen en het Rijk gestuurd worden. De provincie en het Rijk hebben dan zes weken de tijd om het gewijzigde bestemmingsplan te beoordelen. Na deze zes weken wordt het vastgestelde plan gepubliceerd en gedurende zes weken ter visie gelegd. Iedereen heeft dan de mogelijkheid het plan te bekijken en vragen te stellen. Tegen de gewijzigde vaststelling kan vervolgens beroep worden ingesteld bij de Raad van State.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen,

A. Hoogendoorn Burgemeester

H.J.W. Mulder Secretaris

Pagina:

7 van 7

Datum:

1 december 2021

Zaak:

755270

Bijlagen: 1 Concept-raadsbesluit; 2 Nota zienswijzen, commentaar en wijzigingen; 3 Geanonimiseerde zienswijzen en OP BESLOTEN OMGEVING overzicht indieners zienswijzen; 4 Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen (toelichting); 5 Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen (regels); 6 Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen (verbeelding); 7 Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen (bijlagen bij toelichting); 8 Bestemmingsplan Buitengebied Midden-Groningen (bijlagen bij regels); 9 PlanMER inclusief publiekssamenvatting 10 Bijlagen PlanMER (oplegnotities landschap en stikstof en het toetsingsadvies van de Commissie MER).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12803877/1