01. Oplegger besluitvorming Omgevingswet maart 2023
Tekst van het document
Omgevingswet
Memo Aan:
raad
Van:
college van B&W
Datum:
17 januari 2023
Betreft:
oplegger besluitvorming Omgevingswet
Djuma:
<nummer>
Inleiding De Omgevingswet is vastgesteld door de rijksoverheid en treedt, nadat er in oktober jl. opnieuw uitstel aangekondigd is, in werking op 1 juli 2023. De overheid wil met de Omgevingswet bereiken dat er in ons land een gezonde en veilige leefomgeving ontstaat en blijft bestaan en dat de ontwikkelingen in deze omgeving in dienst staan van maatschappelijke behoeften. Uw raad heeft in april van 2020 jaar het programmaplan vastgesteld voor de invoering van de Omgevingswet in de gemeente. Het programmaplan geeft helderheid over onze bij de invoering van de Omgevingswet. Dat betreft de rol die de gemeente voor zichzelf ziet, het tempo waarin de verschillende instrumenten vormgegeven worden en hoe wij omgaan met de voor de Wet gestelde verbeterdoelen. In april 2021 stelde uw raad de uitgangpuntennotitie (bijlage 1) vast. In deze notitie werd de sturingsfilosofie van onze gemeente vertaald naar de uitgangspunten voor de uitwerking van de verschillende instrumenten en de te maken keuzes om straks daadwerkelijk te kunnen werken onder de nieuwe Omgevingswet. Voor de invoering van de Wet moet de gemeente een aantal formele besluiten nemen. Deze besluiten worden zoveel mogelijk gebundeld aan uw raad voorgelegd. Met deze oplegger schetsen we de context van de te nemen besluiten. De Omgevingswet Met ingang van 1 juli 2023 zal de Omgevingswet van kracht worden.
De Omgevingswet vervangt bestaande wetten over de fysieke leefomgeving en moet zorgen voor een integrale en gebiedsgerichte benadering. De Omgevingswet wil het omgevingsrecht eenvoudiger en inzichtelijker maken. De implementatie van de Omgevingswet ziet de gemeente Midden-Groningen als een groeimodel. We dragen er zorg voor dat de verplichte onderdelen gereed zijn bij invoering van de Wet en voor de andere zaken kiezen we een tempo dat aansluit bij ons als jonge fusiegemeente. Eerst worden de verplichte onderdelen ingevoerd en de komende jaren wordt toegewerkt naar een werkwijze die aansluit bij Het Kompas. De gemeente Midden-Groningen heeft een programmaorganisatie opgezet om de implementatie van de Omgevingswet voor te bereiden. Het programma kent een aantal deelprojecten: De omgevingsvisie; een integrale visie op hoofdlijnen voor de hele gemeente waarmee de gemeente aangeeft wat haar koers is en afwegingen gemaakt kunnen worden voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving Het omgevingsplan; het juridische kader voor toetsing van alle activiteiten in de leefomgeving Vergunningverlening; de aanpassing en vereenvoudiging van de bestaande procedures Digitale stelsel Omgevingswet (DSO); de digitalisering van het hele proces van vergunningverlening en publicatie van omgevingsplan en omgevingsvisie.
Met de deelprojecten ligt Midden-Groningen goed op stoom en is daarmee voorbereid op de inwerkingtreding van de Wet.
Wat verandert er met de inwerkingtreding van de Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet wordt algemeen gezien als een stelselwijziging. De grondslag voor te nemen besluiten die over de leefomgeving gaan, verandert met de komst van nieuwe instrumenten zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan. De werkwijze verandert waar het gaat om het ontvangen, behandelen en vergunnen van initiatieven. Ten slotte verandert er het nodige in de bevoegdheden van raad en college. Onder de Omgevingswet verandert de samenwerking tussen ons college en uw raad. De raad is verantwoordelijk voor de kaderstelling en zal meer gaan sturen op hoofdlijn dan eerder het geval was. Het college is, binnen de door de raad gestelde kaders verantwoordelijk voor de uitvoering. Al deze veranderingen zijn terug te voeren op de verbeterdoelen die de rijksoverheid voor ogen heeft met de invoering van de Omgevingswet: 1. Leefomgeving centraal 2. Ruimte voor maatwerk 3. Snellere en betere besluitvorming 4. Inzichtelijk omgevingsrecht Ad. 1 Leefomgeving centraal Waar wij voorheen vooral sectoraal beleid vaststelden, is er straks onder de Omgevingswet de vereiste om de leefomgeving integraal te benaderen. In de omgevingsvisie geeft de gemeente haar visie op hoofdlijnen voor het hele gemeentelijke grondgebied aan en doet dat integraal. Daarbij staan de maatschappelijke doelen die de gemeente wil bereiken centraal.
De omgevingsvisie is daarmee het belangrijkste, kaderstellende instrument van uw raad. De visie vormt de basis voor het omgevingsplan, waarmee regels worden gesteld voor de functies en activiteiten die een plek kunnen krijgen in de leefomgeving. Ook het omgevingsplan is een instrument van de raad. Beide documenten zijn dynamisch, zo is de gedachte van de wetgever. Dus ook hier; door te doen en te leren, kan aangepast worden. Dat aanpassen sluit goed aan bij de ontwikkelingen die plaats vinden en daarmee kunnen de gemeentelijke kaders actueel gehouden worden. Om dat dynamische proces plaats te laten vinden is het zaak dat uw raad zelf blijft gaan over de zaken die kaderstellend zijn en de zaken die veel maatschappelijke belangstelling hebben. Voor de andere onderwerpen is het voorstelbaar dat ons college bevoegd is om daarin te besluiten. Ad. 2 Ruimte voor maatwerk De te stellen kaders door uw raad worden vertaald in het omgevingsplan. Dat plan is bindend voor gemeente en samenleving en geeft aan waar mogelijkheden liggen, geeft duidelijkheid en biedt rechtszekerheid. Nieuw onder de Omgevingswet is het feit dat gemeenten een eigen afwegingsruimte krijgen en maatwerk mogen bieden in regels. In het omgevingsplan kan dus voor gebieden gedifferentieerd worden in de regels. Daar schuilt een risico in van maatschappelijke discussie.
Voor de start van het omgevingsplan stellen wij voor om zoveel mogelijk te werken met uniforme regels en maatwerk te bieden waar dat nodig is. Belangrijk is dat, als daar gebruik van gemaakt wordt dat er een goede dialoog gevoerd wordt met de omgeving en dat de omgevingsvisie de handvatten biedt voor het uitleggen van het maatwerk. Ad. 3 Snellere en betere besluitvorming Dit verbeterdoel heeft een inhoudelijke en een procescomponent. Met name het punt van de snelheid is voor de rijksoverheid een belangrijk winstpunt van de Omgevingswet. De eerste winst zit erin dat vergunningen verleend moeten worden binnen 8 weken en dat vraagt een goede voorbereiding en besluitvorming. Ook vraagt het om het maken van pragmatische keuzes. Datgene bij ons college laten wat binnen de kaders blijft en bij uw raad waar het gevoelig is of kaderstellend. Omwille van de tijd maar ook omdat het kan. Ook hier draait het weer om een duidelijke koers voor onze gemeente en klantgericht en daadkrachtig handelen. Ad. 4 Inzichtelijk omgevingsrecht Onze dienstverlening is onlosmakelijk verbonden aan onze hoge ambitie. Onze inwoners en bedrijven kunnen zien waar iets wel of niet kan of mag. Dat doen we via DSO. Ook willen we dingen niet onnodig lastig maken. Voor sommige dingen is geen vergunning nodig en voor andere dingen wel. Soms volstaat een melding.
In de omgevingsvisie geven we aan welke dingen we van belang vinden en willen beschermen en het omgevingsplan leggen we de regels daarvoor vast. Die twee kaderstellende stukken en een goede dialoog met de omgeving bieden houvast bij het dereguleren waar dat kan en het regelen waar het moet.
Besluitvorming Om straks, nadat de Wet inwerking is gegaan, te kunnen werken is een aantal besluiten nodig. De eerdergenoemde uitgangspuntennotitie legde de kaders voor deze besluitvorming al vast. In alle gevallen neemt de raad het besluit. De te nemen besluiten zijn: Midden-Groningen kiest ervoor om de omgevingsvisie vast te stellen in 2023 (wettelijk verplicht van 2025). De raad besluit over: Vaststelling notitie uitkomsten participatie (maart 2023) Vaststellen concept omgevingsvisie en vrijgeven voor inspraak (mei 2023) Vaststelling omgevingsvisie (november 2023) De gemeente heeft vanaf de dag dat de Omgevingswet in werking treedt een omgevingsplan van rechtswege in werking. Dat plan wordt gevormd door alle bestemmingsplannen, verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en de rijksregels voor milieu die van het rijk over gaan naar de gemeente (bruidsschat). Vanaf dat moment heeft de gemeente tot en met 2029 de tijd om een eigen gebiedsdekkend omgevingsplan te maken. Om te kunnen werken met het tijdelijke omgevingsplan moeten er de volgende besluiten genomen worden: Vaststellingen van de delegatie van raad aan het college. Daar geeft de raad aan in welke gevallen zij de wijzigingen in het omgevingsplan door het college wil laten uitvoeren. Dit heet het delegatiebesluit (maart 2023); Vaststelling van het adviesrecht van de raad.
De besluitvorming over vergunningen ligt bij het college. De raad kan een lijst benoemen van onderwerpen waarop zij adviesrecht wil hebben (mei 2023); Vaststelling van gevallen waarvoor een uitgebreide procedure nodig is. De reguliere tijd voor vergunningverlening is 8 weken. De raad kan onderwerpen benomen waarbij zij vindt dat extra proceduretijd gerechtvaardigd is (mei 2023); Vaststelling van gevallen waarvoor participatie verplicht is. De raad kan categorieën aanwijzen waarvoor zij een participatietraject verplicht stelt (mei 2023); Vaststelling van de legesverordening. Doordat er onder de Omgevingswet maatwerk geleverd kan worden door gemeenten en gemeenten zelf kunnen kiezen welke zaken vergunningsplichting zijn. Verandert ook het stelsel van legesheffing. Daarover dient de raad een besluit over te nemen (mei 2023); In de Omgevingswet wordt een aantal zaken anders benaderd en daarmee verandert de grondslag voor de volgende zaken: Adviescommissie ruimtelijke kwaliteit. Iedere gemeente dient een commissie ruimtelijke kwaliteit in te stellen voor de advisering en/of toetsing op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Voorstel is om de huidige Erfgoedcommissie in te stellen als Adviescommissie ruimtelijke kwaliteit, waarbij het takenpakket ongewijzigd blijft.
De grondslag van de huidige Erfgoedcommissie ligt in de Monumentenwet (thans Erfgoedwet), deze gaat nu over naar de Omgevingswet (maart 2023). De huidige verordening en reglement voor de Erfgoedcommissie worden gewijzigd in een Verordening adviescommissie ruimtelijke kwaliteit (mei 2023) Nadeelcompensatie. De Omgevingswet kent straks niet meer het begrip planschade, maar spreekt over nadeelcompensatie. De regeling is vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht en vraagt om besluitvorming van de raad (maart 2023).
Bijlage: Uitgangspuntennotitie sturingsfisolofie Omgevingswet