CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

01. concept- initiatiefvoorstel herbezinning versterkingsaanpak MG

Raadsvergadering 3 maart 2022, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Initiatiefvoorstel Lokaal plan van Aanpak versterking in combinatie met (overkoepelend) Meer Jaren Plan Versterking3.219 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Herbezinning op de aanpak van de gevolgen van de Gaswinning 2018-2022 in MiddenGroningen. 30 januari 2022, Voorstel De aanpak van de gevolgen van de gaswinning voor Midden-Groningen vanuit het burgerperspectief op te pakken, middels de uitvoering van A (Rekenbedragen) tot en met I (democratisering), zoals gesteld op pagina 5, 6 en 7. Inleiding. Bij de Raadsvergadering van 30 september hebben wij unaniem een motie aangenomen om de aanpak van de gaswinningsproblematiek voortaan te toetsen aan het Sociaal Handvest, dat door Gasberaad, BodemBeweging en Eigen Huis is opgesteld. Ook heeft een meerderheid van de Raad gevraagd het Lokale Plan van Aanpak (LPA) nog eens op de agenda te zetten zodra duidelijk zou zijn hoe het opgenomen zou worden in het plan voor de hele gaswinningsregio, het zogenoemde MeerJarenVersterkingsPlan (MJVP). Reactie op MJVP van NCG (en gemeentebestuurders) en beoordeling van de plannen door SodM. Wij hebben het MJVP in twee stappen kunnen beoordelen. In eerste instantie aan de hand van een brief van de Minister en een samenvatting van het MJVP. Een LPA moet ook beoordeeld worden door het Staatstoezicht op de Mijnen SodM en dat advies stelt de Raad in staat om in tweede instantie het eigen LPA te beoordelen, mede in relatie tot de plannen van de andere gaswinningsgemeenten en tot het overkoepelende MJVP zoals dat is opgesteld door NCG.

Naar aanleiding van het SodM-rapport zijn vele vragen te stellen, maar wij willen eerst de hoofdvraag ter discussie stellen: zijn de plannen wel realistisch en hoe bewaken wij dat het vertrouwen van de bewoners niet definitief verloren gaat? De hoofddoelstelling was toch immers dat zij vanaf nu zouden weten waar ze aan toe zijn? Natuurlijk moet zo’n omvangrijk plan met een niet erg succesvolle voorgeschiedenis per definitie flexibel zijn, maar de slagen om de arm in de ministeriële brief en in de MJVPsamenvatting zijn zo ruim dat wij er geen enkel houvast aan hebben. In het MJVP is er sprake van zoveel aannames, randvoorwaarden en/of uitgangspunten dat de ambitie om het proces in 2028 af te ronden ongeloofwaardig is. Met zoveel onzekerheden voor 3000 huishoudens in Midden-Groningen is het ook niet vertrouwenwekkend om aan te kondigen dat de helft van de betrokken panden waarschijnlijk veilig verklaard kan worden. Het is natte-vinger-werk dat zich beperkt tot de veiligheids-invalshoek en geen recht doet aan de feitelijke situatie van de panden (vele jaren achterstallig onderhoud bijv.) en nog minder aan de geestelijke en fysieke gezondheidsaspecten van de mensen en gezinnen. Wij concluderen dat de Raad zich zal moeten herbezinnen op de strategie die zij in navolging van “de regio” heeft gevolgd sinds het laten vallen van het

1

“Meerjarenprogramma Aardbevingsbestendig en Kansrijk Groningen 2017-2021” en de toenmalige NCG, Alders. De Minister claimt in haar brief dat het MJVP het eerste regionale versterkingsplan zou zijn, maar bovengenoemde Meerjarenprogramma’s (en bijgeleverde kwartaalrapportages tot en met 2018) waren ook versterkingsplannen, maar dan geïntegreerd met schade, duurzaamheid, leefbaarheid en perspectief. De integrale aanpak die nu zo node gemist wordt. Naar aanleiding van het SodM-rapport zijn er vele vragen te stellen, maar veel van de waarnemingen en oordelen zijn nogal voorzichtig geformuleerd: er wordt erg veel belang gehecht aan de noodzaak dat de kwetsbare ambtelijke samenwerking van de betrokken organisaties door zal moeten. Gelukkig is de Directeur van het SodM in een interview met RTV-Noord wat duidelijker; hij acht het MJVP niet realistisch en oppert dat het met de komst van een nieuw kabinet “wellicht het goede moment is om na te denken of we doorgaan met de aanpak tot dusver. Hebben we echt een gefundeerd geloof dat we de versterking in 2028 gaan realiseren? Dit is een heel logisch moment om opnieuw kritisch in de spiegel te kijken”. Niet alleen om veiligheidsredenen want hij vraagt zich ook af “de inwoners van Groningen wellicht minder slachtoffer zijn geworden van de aardbevingen, maar steeds meer van het overheidsfalen”.

In feite haalt hij ook de dominantie van het veiligheidsaspect onderuit door duidelijk te maken dat hij geen valse verwachtingen wil wekken en dat aardbevingen nog 10-tallen jaren gaan duren (“eerder in de richting van 30 dan 80 jaar”). Afgelopen zaterdag lazen wij in een interview met de Directeur NCG dat die wél gelooft in de haalbaarheid van het MJVP en de afronding van de versterking in 2028. Enkele blikken in de spiegel. In feite is er de afgelopen 4 jaar een strategie gevolgd die maximaal inzette op samenwerking met “Den Haag”. Vanaf het begin was er sprake van gezamenlijk briefpapier van de gemeente en NCG en ook in het werk was het voor bewoners moeilijk onderscheid maken tussen medewerkers/adviseurs van de verschillende overheidsorganisaties. Lokale bestuurders verdedigden de onbegrijpelijkste plannen en modellen vurig: “zonder ons was het nog erger geweest”. Gaandeweg nam het vuur wel af, maar de gewekte verwachtingen werden nauwelijks waargemaakt en zelfs wethouders begonnen hun twijfels en frustraties te uiten. Iedereen leek ervan overtuigd dat het allemaal de schuld van Den Haag was, maar gaandeweg werd ook de vertrouwenspositie van het lokale en regionale bestuur ondergraven. Met als dieptepunt de lange subsidie-rijen.

Er valt veel te zeggen over de diverse bestuursovereenkomsten en de afspraken die daar al dan niet gemaakt zijn: in feite zien wij ze terug in het MJVP in de vorm van aannames en voorwaarden (zie blz. 7 van het MJVP): alle onderwerp geweest van de bestuursovereenkomsten en kennelijk niet goed opgelost. (En dan missen wij ook nog wat: de funderingsproblematiek bijvoorbeeld). Hoewel de bestuursovereenkomsten maandenlang besproken zijn tussen Haagse, gemeentelijke en provinciale bestuurders en ambtenaren zijn wij er als Raad nauwelijks

2

bij betrokken geweest. En dat terwijl “kaderstelling” een van haar drie hoofdtaken is. (De andere twee zijn volksvertegenwoordiging en controle en die zijn onmogelijk zonder goede beleidskaders.) De democratische en juridische kwaliteit van de bestuurlijke afspraken laat dus te wensen over Kan de Raad nog wel terugkijken? Bij onze terugblik moeten wij helaas wel benadrukken dat de informatievoorziening aan raden en Staten bij de totstandkoming van bestuursovereenkomsten onvoldoende was. Besluitvorming. Volgen wij de suggestie van de S0dM-baas en blikken wij (kritisch) terug in de spiegel dan zien wij twee belangrijke besluitvormingsmomenten, rond de bestuursovereenkomsten van maart 2019 en november 2020. In beide gevallen werd er begonnen met samenwerking tussen bestuurlijke en maatschappelijke organisaties die echter werden afgebroken door het uitstappen van de laatste. In maart 2019 waren er voorwaarden gesteld om aan een NPG mee te doen. Alleen als een 5-tal (versnellings)adviezen (onder andere dat er meer samenhang moest komen tussen versterking en schade) gevolgd zou worden was men bereid aan een NPG te beginnen. Hoewel de maatschappelijke organisaties (GB en GBB) aangaven dat aan die voorwaarden niet was voldaan stemden de bestuurders wel in.

Dat leidde tot de start van het NPG en tot een secundaire rol van Gemeentebesturen bij de aanpak van schade (IMG) en versterking (NCG). In de juridische ondergrond werd een en ander verwerkt in een Tijdelijke Wet Groningen (TWG) die begon met de invulling van het schade-deel (2019) en eindigde met het versterkingsdeel (2021). Na gedoe over de toevoeging van een tweetal amendementen dat de positie van de burger moest verbeteren is het geheel van de TWG in december 2021 teruggekomen van de Raad van State. Het definitieve ontwerp moet weer naar het Parlement en de verwachting is nu dat het in februari 2022 afgerond zou kunnen worden. Met het verdwijnen van BZK (dat dit proces trok) en de komst van een nieuwe staatssecretaris is een en ander onduidelijk geworden. Zie ook de vragen die wij het College stelden. In november 2020 kwam een bestuursovereenkomst tot stand waarbij 1,5 miljard euro “extra” beschikbaar voor een aantal knelpunten en doelgroepen (o.a. de 10.000 euro regeling) die tot “aannames, voorwaarden en uitgangspunten” in het MJVP leidden. Een potentieel complicerend onderwerp als funderingen is daarbij overigens nog steeds niet opgelost. In het verlengde van deze bestuursovereenkomst werd er met het kabinet/BZK ook nog een “Toekomstagenda” afgesproken.

Hoe staat het daar eigenlijk mee? Een derde perspectief? Bij die besluitvormingsprocessen hebben er twee perspectieven naast elkaar bestaan: die van de bestuurder en die van de burger. Door het afhaken van de maatschappelijke organisaties hebben we het formeel en feitelijk over de invulling van het bestuurdersperspectief (“van boven”) en het parkeren van het burgerperspectief (van onderen).

3

Nu het MJVP naar onze inschatting menselijkerwijs niet haalbaar lijkt en geen recht doet aan de doelstelling “dat de burger moet weten waar hij aan toe is” is het de vraag hoe wij het burger perspectief terug kunnen brengen. Het lijkt nu een zwart-wit keuze, maar zo is het natuurlijk niet. Ook de directeur NCG stelt de burger centraal. Alleen beperkt het MJVP zich tot de versterking en een beperkte invulling van “veiligheid” en ontbreekt het de burger aan zekerheden op alle andere aspekten. Zie de punten uit het Sociaal Handvest van het Gasberaad cs en de wens van een “integrale, inclusieve en individuele crisis-aanpak”. In het bestuurdersperspectief zijn de bewoners slachtoffers die zo goed mogelijk geholpen moeten worden door bestaande organisaties. Regie en eigen verantwoordelijkheid staan niet voorop. De bewoner is “lijdend voorwerp”. In een burgerperspectief is de burger het “onderwerp” dat zelf uitmaakt hoe en door wie hij/zij zich laat ondersteunen. Hoe integreren wij deze perspectieven, hoe maken wij van onderwerp en lijdend voorwerp één lopende zin? Wij hebben de discussies tussen bestuurders en burgers niet meegemaakt en zijn er niet over geïnformeerd maar verbazen ons er wel over dat ze in onze afgelopen raadsperiode altijd tegenover elkaar lijken te hebben gestaan. Om de discussie en de integratie concreter te maken doen wij een voorstel.

Uitgewerkt voor Midden-Groningen, maar uiteraard in regionaal perspectief. Maar wij hebben de indruk dat de vrijblijvende en slecht georganiseerde regionale “samenwerking” beter kan als Gemeenten in eerste instantie de eigen belangen verwoorden. (In feite hebben de verschillende gemeenten in het MJVP ook onderscheiden posities, ook tussen gemeenten lijkt er in het MJVP sprake van willekeur en hoe vertaalt dat naar de onderscheiden burgers? Hebben die niet al willekeur genoeg?) Wij hebben niet de pretentie of illusie dat ons voorstel meteen af is, maar hopen wel op discussies die kunnen leiden tot voor burgers stuurbare en begrijpelijke samenhang, overzicht en ondersteuning. Er lijkt in Groningen een traditie ontstaan te zijn waarbij met “Den Haag” wordt onderhandeld over bedragen, waarbij pas na duidelijkheid over de financiële ruimte zoveel mogelijk “inhoud” bij elkaar wordt gesprokkeld. De bedragen voor het NPG (1,15 miljard en beloofde (?) extra’s) en voor de november-overeenkomst (1,5 miljard “en dat is niet alles”) bleken onvoldoende, onvolledig en multi-interpretabel. Het debacle van de 10.000 euro illustreert dat voldoende en zo zitten er volgens ons nog wel meer tegenvallers in het vat.

De bewoner weet nu helemaal niet meer “waar hij aan toe is” en het vertrouwen in “de overheid” is nog kouder geworden, waarbij de lokale bestuurders er niet meer mee weg komen dat het de schuld van Den Haag is. Den Haag mag terecht verwachten dat inschattingen van het “burgerperspectief” aan de lokale bestuurders overgelaten kunnen worden. Als “rekenbedrag” gaan we uit van de 8,7 miljard die vorig jaar nog in de boeken van de ministeries stond (BZK, EZK en FIN (voorjaars- én najaarsnota) en de 10 miljard die een politieke partij in haar verkiezingsprogramma noemde. Alle verkiezingsprogramma’s

4

bevatten ruimhartige teksten en ook het Regeerakkoord is weliswaar vaag, maar positief geformuleerd. Wat ons betreft is dat niet het eindbedrag. Wij stellen voor de aanpak om te keren: wat voor aanpak willen wij en wat hebben burgers en gemeenten inhoudelijk nodig. Tellen we dat op, dan hebben wij de uitgangspositie voor gesprekken met Den Haag. We stellen voor om dat op volgende wijze te doen: Naar een rekening-courant per bewoner.1 Nemen we de genoemde bedragen aan als denk-kapitaal dan zou je tot een volgende uitwerking kunnen komen: A. Rekenbedragen. Bij 25000 huizen (het zijn er meer als je schade mee telt, maar even als rekenvoorbeeld) zou er dan 400.000 per huis beschikbaar zijn. Onze inschatting is dat een gemiddeld bedrag van 200 à 300.000 genoeg zou moeten zijn. Sommige huishoudens hebben genoeg aan 30.000 anderen hebben 300.000 en meer nodig. Gemiddelden moeten preciezer uitgerekend worden en uiteindelijk gaat het om maatwerk. B. Gemeentelijke Regie. Voor bijvoorbeeld de gemeente Midden-Groningen gaat het om 3000++ woningen (net als bij de stadsvernieuwing moet de gemeente o.i. een centrale rol gaan spelen) ofwel om 600 tot 900 miljoen. Wij bepleiten dat de gemeente de regie gaat voeren C. Departementaal voorschot bedrag voor het geheel.

De gemeente krijgt dat bedrag wat ons betreft op de rekening overgemaakt zodat elke bewoner zeker kan weten dat het geld er is (in Midden-Groningen bijv. via een prima functionerende Gemeentelijke Kredietbank). De veel genoemde “ruimhartigheid” moet hierin tot uiting komen bijvoorbeeld met tegemoetkomingen voor onvoorzien (10% bijv.), smartengeld enz. De bewoner krijgt een rekening-courant, in meerdere opzichten een breder platform voor bredere en directere communicatie. Het gebrek aan vertrouwen in de “afkoopsom” van 30.000 euro (ook een discutabel onderdeel van de november-overeenkomst: in feite gaat het om 23.000) is bij de bewoners bijzonder groot. Te veel mensen neigen er toe “om ervan af te zijn” zonder dat er duidelijkheid is m.b.t. bijvoorbeeld fundering. Het MJVP is erg optimistisch over de mate waarin de bewoners zich laten “afkopen”. Het geeft een blijvende vieze smaak in de mond en zal in de praktijk ingehaald worden door spijtoptanten. Ook de recente ervaring maken dat de bewoner “eerst wil zien (dat het geld in gemeentelijke handen is) en dan geloven”. Dat geld blijft formeel van de (rijks)overheid en er is dus geen wantrouwen nodig over frauderende burgers: begin maar eens een keer met vertrouwen. D. Bewonersplan. 1

Wij noemen in dit voorstel nog BZK; op moment van schrijven onbekend wat er van de BZK-rol overblijft.

5

Met dat krediet-perspectief kan de bewoner gevraagd worden een plan te (laten) maken2 voor zijn eigen pand. Aan zo’n plan kunnen algemene eisen gesteld worden, maar niet in de vorm van een bouwdoos/catalogus). Op basis van dat plan kan de bewoner (deel)kredieten aanvragen. Bewoners komen dan met een eigen plan dat leidt tot een praktische, levensloop bepaalde planning; bijv. wanneer de kinderen het huis uit gaan etc. En dat leidt weer tot een natuurlijke fasering die ook de capaciteitsplanning van aannemers en organisaties in de hele regio beter, natuurlijker en beter planbaar maakt. Het past ook in het perspectief van de nieuwe Wet Kwaliteitsborging Bouwen (WKB) Zo’n plan zou bijvoorbeeld binnen 5 jaar ingeleverd moeten zijn met een looptijd van bijvoorbeeld 5 jaar. E. Gemeente als échte opdrachtgever. De gemeente wordt dan meer dan de opdrachtgever naar allerlei overheidsinstanties waar de bewoner zich niet meer druk over hoeft te maken. De opdracht van de gemeente aan de diverse overheden luidt dan simpelweg: voer het plan van deze bewoner c.q. cluster uit, waarbij de gemeente ook de sociale begeleiding (een ombudsteam?) kan organiseren. Uitwisseling van bewoners-ervaringsdeskundigheid is daarbij dé werkwijze om verder te komen. Het is ook de manier om de mondigheid van de burgers te delen.

Het lijkt er nu al vaak op dat mondige burgers meer “binnen halen”, meer aandacht krijgen dan “wachters”. Een nieuwe laag van “willekeur”? Wij durven nu al wel de stelling aan dat wij “onder bewoners” meer deskundigheid in huis hebben dan wij aantreffen bij gemeenten en uitvoeringsorganisaties3 . Bewoners zijn het voortouw meer dan waard. F. Dorpsplannen. Voor wat betreft de relevantie met de in de huidige plannen genoemde “clusters” van woningen kan gedacht worden aan dorpsplannen. Wij herinneren eraan dat er in het kader van het NPG-geld is voor het maken van dorpsplannen; daar moeten de herstelplannen (schade en versterking en fundering) natuurlijk aan verbonden worden. NPG blijft nu weg van de versterking maar dat is onnatuurlijk en tegen de beloftes in. De versterking dient als “startmotor” voor de vernieuwing (zoals toenmalig NCG Alders eind 2017 formuleerde). G. Contracten en Rechtsbescherming. De persoonlijke plannen moeten een basis krijgen in contracten die bijvoorbeeld ingekaderd kunnen worden in een gemeentelijke verordening (ook de stadsvernieuwing kende gemeentelijke verordeningen). Daarin kunnen alle wetten en besluiten, alle rechten en plichten voor Burgers gebundeld worden zodat er weer overzicht ontstaat over rechten en plichten maar bijvoorbeeld ook over de samenhang tussen schade, versterking en fundering, en over de inbedding in de omgeving.

Denk hierbij ook aan de aanpassingen van bestemmingsplannen aan de

2

Met betaalde ondersteuning, denk ook aan de twee amendementen op de TWG die juist hierin voorzien. De minister poogde die tegen te houden omdat ze qua financiering te veel een “open einde” zouden hebben, een zorg die Den Haag niet lijkt te hebben bij de financiering van NCG en IMG . 3 Zie de bijdragen van het Kennisplatform Leefbaar en Kansrijk Groningen , vorige week gebundeld in Groningen en de bevingen.

6

Omgevingswet en de Wet Kwaliteits Borging (beide in 2022 en beide verantwoordelijkheid van Ministerie BZK). Samen kunnen de contracten en de verordening gepresenteerd worden als een nieuw Sociaal Contract. Een dergelijk stelsel van sluitende afspraken/contracten maakt de wederzijdse verwachtingen scherp. De nog onvoldoende rechtsbescherming van de concept-TWG moet hierop aansluiten. H. Digitalisering. Deze gepersonaliseerde maatwerk-aanpak kan gefaciliteerd worden door digitalisering. Elk contract wordt gefaciliteerd door een aan de persoonlijke rekening-courant opgehangen digitaal dossier waarin dossiers van IMG en NCG samen komen (conform het gesloten convenant over gegevensuitwisseling IMG en NCG)4. Bovenstaande toont aan dat BZK een perfecte partner is voor Groningen. Niet alleen de Versterking en de Omgevingswet en de WKB behoren tot de beleidsverantwoordelijkheden van BZK, maar ook de digitalisering. En, ten laatste, maar niet ten minste: de Democratisering. I. Democratisering. BZK heeft de afgelopen jaren haar Democratiseringsagenda handen en voeten gegeven. Zie de brief van 9 oktober 2020 over “Versterking en vernieuwing van de lokale democratie”. Een centraal punt daarin is de versterking van de posities van de Volksvertegenwoordiging. Deze wordt onder andere uitgewerkt voor samenwerking op regionaal niveau.

Deze invulling zou een pendant moeten krijgen op binnengemeentelijk niveau: de afstand tussen bewoners en bestuurders kan niet alleen overbrugd en verduidelijkt worden met een verordening en contracten, maar verdient ook een versterking van de positie van de Gemeenteraad. Bijvoorbeeld door een Raadscommissie in te stellen voor de relatie met bewoners. Ten slotte. Nogmaals, wij hebben geprobeerd de bewonersinvalshoek handen en voeten te geven. Het kan ongetwijfeld nog veel beter, zeker als we de burger en de gemeente als opdrachtgevers goed laten samen spelen. Versterking en veiligheid zijn motor en randvoorwaarde, niet meer en niet minder. Maar burger en haar volksvertegenwoordigers hebben veel meer nodig. Huizen zijn er niet om er binnen 25 minuten uit te kunnen kruipen, het zijn in de eerste plaats “thuizen” waarvan het onderhoud fysiek, maatschappelijk en menselijk minstens 10 jaar achterop is geraakt. Laat ons 5 jaar plannen en 5 jaar realiseren en we kunnen versterkt de toekomst in! Wij verheugen ons op de Raadsdebatten en hopen een bijdrage te hebben geleverd aan levendige Raadsverkiezingen met een grote opkomst op 16 maart.

4

Deze samenwerking is in beweging; de laatste stand hebben wij niet, maar het lijkt de kant op te gaan die wij voor onze voorstellen nodig hebben.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12805098/1