005. Schriftelijke vragen D66 - terugkoppeling van gemeente aan dorpshuizen en verenigingen
Tekst van het document
Schriftelijke vragen aan het college (art 34 RvO) Datum: 3 maart 2026
Onderwerp: terugkoppeling vanuit de gemeente richting dorpshuizen en verenigingen
De fractie van D66 heeft de afgelopen tijd een aantal dorpshuizen en verenigingen bezocht. Daaruit kwam naar voren dat een gedeeld kritiek punt van veel vrijwilligers is dat men niet proactief gevoed wordt met terugkoppelingen vanuit de gemeente.
Acties en of vragen die uitgezet worden bij een gebiedsregisseur moeten vaak zelf opgevolgd worden of er al terugkoppeling is. De fractie van D66 vindt dat de gebiedsregisseur een waardevolle toevoeging kan zijn voor de werkmethode en het bedienen van wijken en dorpen maar dan moet dit wel goed gebeuren. Daarom de volgende vragen:
•
Herkent het college de terugkoppeling vanuit lokale vertegenwoordigingen over niet tijdige of proactieve terugkoppeling? En wat wordt hier aan acties op ondernomen om dit te verbeteren?
•
Wat is het beleid om ervoor te zorgen dat gebiedsregisseurs voldoende intern mandaat hebben die niet persoonsafhankelijk is?
•
Daarbij wordt er veel gevraagd van lokale vrijwilligers bij het opstellen van veel plannen en visies, in hoeverre kan de regisseur hierbij ondersteunen en hulp bieden? Ook in het geval van conflicterende belangen binnen gemeenschappen.
Hoogezand, 3 mart 2026 Namens de fractie van D66 Yannick Lutterop
Algemene informatie: Een raadslid kan schriftelijke vragen stellen (artikel 34 RvO) aan het college of de burgemeester. Dit wordt gebruikt om van het college of burgemeester een verduidelijking te verkrijgen. Het gaat om het verkrijgen van feitelijke informatie waarbij een opvatting van het college wordt gevraagd. De gevraagde informatie is in het belang van het functioneren als raadslid. Informatie over de procedure voor raadsleden: Raadsleden dienen schriftelijke vragen in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat.
1.
Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn ingediend. Tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. De beantwoording vindt schriftelijk plaats via een niet ondertekende brief.
2.
Het college moet mondelinge vragen uiterlijk beantwoorden in de eerste openbare raadsvergadering, na het verstrijken van de periode van dertig dagen na de datum van indiening van de vragen.
Informatie over de procedure voor de organisatie: De procedure voor de organisatie bij schriftelijke vragen staat in de intranetgroep ‘Jouw wegwijzer naar de raad!’ > Pages > Vragen van de raad.