001. Schriftelijke vragen VVD - schade Oud en Nieuw
Tekst van het document
Schriftelijke vragen aan het college (art 34 RvO) Datum: 2 januari 2026
Onderwerp: Schade Oud en Nieuw
Toelichting: De jaarwisseling hoort een moment te zijn waarop inwoners veilig de straat op kunnen, hulpdiensten hun werk kunnen doen en wijken niet veranderen in een slagveld. In MiddenGroningen is dat beeld de afgelopen jaren te vaak anders geweest, met name in delen van Hoogezand en Sappemeer: vernielingen, branden, agressie en situaties waarin de openbare ruimte onveilig wordt. Voor de VVD is één punt glashelder: het is onacceptabel dat hulpverleners tijdens de jaarwisseling moeten vrezen voor hun veiligheid. Brandweer, politie, ambulancepersoneel, boa’s en andere medewerkers moeten zonder aarzeling en zonder extra risico’s kunnen uitrukken. Als hulpverleners worden bedreigd, bekogeld of bewust worden gehinderd, raakt dat niet alleen hen het raakt direct de veiligheid van bewoners. Want op het moment dat hulpdiensten niet of later durven te komen, zijn het de wijkbewoners die langer in gevaar zitten: bij brand, letsel, escalaties op straat of vernielingen die doorslaan naar woningen en voertuigen. Daarnaast is er de impact op bewoners die wél normaal de jaarwisseling willen vieren. Mensen die met kinderen thuis zitten, ouderen die wakker schrikken van geweld en branden, bewoners die ’s ochtends door een straat lopen die eruitziet alsof er een storm doorheen is gegaan.
Dat geeft een gevoel van machteloosheid en onveiligheid, en dat tast het vertrouwen aan dat de openbare ruimte van ons allemaal is niet van degenen die het hardst slopen. Tegelijk ziet de VVD dat de gemeente ook investeert in preventie en voorbereiding. Maar als bepaalde plekken jaar op jaar terugkomen, dan moeten we eerlijk zijn: dan is er meer nodig dan alleen “extra inzet”. We willen daarom scherp zicht op de feiten (schade en ontwikkeling over vijf jaar), op hotspots, op de mogelijkheden om schade te verhalen op daders, en op maatregelen die aantoonbaar bijdragen aan veiligheid inclusief de vraag of cameratoezicht op structurele hotspots rond de jaarwisseling noodzakelijk en proportioneel kan zijn.
Het college/ de burgemeester wordt verzocht de volgende vraag/vragen schriftelijk te beantwoorden: 1. Kan het college een overzicht geven van de jaarwisselingsschade van de laatste vijf jaarwisselingen (2021–2022 t/m 2025–2026), met per jaar: a) totaal schadebedrag, b) type schade (openbare ruimte/gemeentelijke eigendommen), c) welke kosten zijn meegerekend (herstel/opruim/inhuur/eigen uren: ja/nee)? 2. Kan het college die schade uitsplitsen naar wijk/buurt, zodat zichtbaar wordt in welke gebieden de schade zich concentreert (incl. Hoogezand/Sappemeer), en welke gebieden structureel terugkeren? 3. Welke hotspots (straten/plekken) zijn er volgens het college waar ieder jaar problemen ontstaan, en op basis van welke informatie/registraties (meldingen, schade, politie/boa/brandweer, wijknetwerken) is dat vastgesteld? 4. Welke preventieve maatregelen zijn rond de laatste jaarwisseling ingezet (o.a. opruimen/voorzieningen/grofvuil-inzameling/schouwen/toezicht), wat waren de kosten, en welke maatregelen beoordeelt het college als effectief of juist niet? 5. Kostenverhaal: op welke manier probeert het college schade te verhalen op daders wanneer dat mogelijk is, en kan het college aangeven hoe vaak dit de afgelopen vijf jaar is gelukt (aantallen/orde van grootte bedragen) en waar de belangrijkste knelpunten zitten? 6.
In Midden-Groningen zijn er wijken met relatief grote wijkbudgetten. Kan het college aangeven: a) om welke wijken/dorpen dit gaat en welke budgetten daarbij horen (actueel), en b) of en hoe deze wijken – vrijwillig en binnen de regels – kunnen bijdragen aan oplossingen die schade/overlast voorkomen (bijv. buurtacties, voorzieningen, organisatie/activiteiten), zónder dat je vernieling “afkoopt” of de rekening bij de wijk legt? 7. Cameratoezicht op hotspots: is het college bereid om te onderzoeken/overwegen of (tijdelijk/mobiel) cameratoezicht rond de jaarwisseling op de structurele hotspots kan worden ingezet? Graag met een voorstel dat ingaat op: noodzaak en proportionaliteit, juridische basis/AVG, duur/gebied, beheer/toegang tot beelden, kosten, en hoe dit wordt gecombineerd met handhaving.
Namens de fractie van de VVD, Marjolein Vulpes
Algemene informatie: Een raadslid kan schriftelijke vragen stellen (artikel 34 RvO) aan het college of de burgemeester. Dit wordt gebruikt om van het college of burgemeester een verduidelijking te verkrijgen. Het gaat om het verkrijgen van
feitelijke informatie waarbij een opvatting van het college wordt gevraagd. De gevraagde informatie is in het belang van het functioneren als raadslid. Informatie over de procedure voor raadsleden: Raadsleden dienen schriftelijke vragen in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 1. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen, nadat de vragen zijn ingediend. Tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. De beantwoording vindt schriftelijk plaats via een niet ondertekende brief. 2.
Het college moet mondelinge vragen uiterlijk beantwoorden in de eerste openbare raadsvergadering, na het verstrijken van de periode van dertig dagen na de datum van indiening van de vragen.
Informatie over de procedure voor de organisatie: De procedure voor de organisatie bij schriftelijke vragen staat in de intranetgroep ‘Jouw wegwijzer naar de raad!’ > Pages > Vragen van de raad.