Vragen SGP over vooronderzoek financiele situatie Middelburg (nav brief Rekenkamer)
Tekst van het document
Vragen van SGP aan de commissieleden n.a.v ingekomen stuk 068 Rekenkamerbrief vooronderzoek financiële situatie 1.
Hoe kijken de overige leden van de commissie aan tegen de bevindingen en de algemene opmerkingen van de Rekenkamer? Tot slot constateert de rekenkamer dat vanaf 2018 het negatieve saldo wordt verrekend door De inzet van de algemene reserve. De algemene reserve laat een dalende lijn zien. In dit korte onderzoek is het verloop van de (bestemmings)reserves niet onderzocht. Er is ook niet gekeken naar het weerstandsvermogen. Dit kan in een eventueel verdiepend onderzoek nader onderzocht worden. Zijn de andere fracties ook van mening dat dit vervolgonderzoek ook wenselijk is?
2.
Hoe kijken de overige leden van de commissie aan tegen de suggesties van de Rekenkamer, zoals: o Realistischer te begroten om de verschillen tussen het eindsaldo en de begroting meer te overbruggen; o De suggestie om in de begroting een post onvoorzien op te nemen (dit is in lijn met de VNG, die ook adviseert dat het raadzaam is op een post onvoorzien in de begroting op te nemen). Op die manier wordt er bij onverwachte en onvoorziene uitgaven niet uitgegaan van de 200.000 bij de post bestuur en ondersteuning, maar van een structurele post en hoeft niet telkens te worden overgegaan tot het moeten onttrekken van gelden uit de Algemene reserves
3.
Delen de overige commissieleden de mening van de SGP dat de post onvoorzien bedoeld is voor onvoorziene, onvermijdelijk en onverwachte kosten?
4.
De SGP zou graag door het college nog voor de zomer (zodat het eventueel nog meegenomen kan worden bij het opstellen van de programmabegroting voor 2022) geïnformeerd worden door het college op welke wijze invulling gegeven kan worden aan de suggesties van de Rekenkamer, waarin onder andere wordt ingegaan op de punten: o Hoe er toegewerkt kan worden naar een minder extreem verschil tussen de financiële doelstellingen in de begroting en het eindsaldo in de jaarrekening. o Hoe er toegewerkt kan worden naar een realistische post onvoorzien in de programmabegroting 2022 en het meerjarenperspectief 2023-2025, zodat er in de toekomst niet direct hoeft te worden overgegaan tot onttrekking uit de algemene reserve. Met als effect dat de financiële situatie en de weerstansratio voldoende blijft. Delen de overige van de commissie de behoefte aan een memo met de hier boven geschetste informatie?