CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen over GR GGD en VRZ van Martin Bos (BVNL)

Commissie Algemeen Bestuur 19 mei 2026, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Toestemming en instemming ontwerpregeling GR GGD en VR Zeeland (26-063 AB)6.734 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissie

Algemeen Bestuur – 19 mei 2026

Agendapunt

8

Onderwerp

Toestemming en instemming ontwerpregeling GR GGD en VR Zeeland

Vragensteller

Martin Bos (BVNL)

Datum ingediend

19 mei 2026

Datum beantwoording

Toelichting

BVNL Middelburg is tegen de voorgestelde samenvoeging van de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) en de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland (GGD). Grotere organisaties creëren vaak afstand, verminderen flexibiliteit en verzwakken de verbinding met inwoners en lokale overheden. In plaats van efficiëntie en betere dienstverlening leidt schaalvergroting tot bureaucratie, verminderde verantwoordelijkheid en een gebrek aan maatwerk. Waarom lijden veel bestuurders aan microfobie (angst voor het kleine)? Kleinschaligheid is doorgaans goed. De hedendaagse “cult van het kolossale” heb ik in eerdere debatten ontmaskerd: de blinde voorliefde voor groter, centraler en verder weg, ten koste van de kleine, menselijke en lokale schaal die daadwerkelijk werkt. Het levert de burger én belastingbetaler niets op. Sterker nog dit soort fusies kosten in de regel meer dan dat ze opleveren. En dan hebben we het alleen nog maar over het financiële luik. Schaalvergroting is ook geen oplossing voor bestuurskracht. Als een organisatie taken onvoldoende uitvoert, moet het bestuur daarop worden aangesproken – niet de organisatie zelf worden opgeheven.

En hoewel er – anders dan voor de stad of gemeente – weinig liefde zal zijn bij de burgers voor de Veiligheidsregio en de GGD, men identificeert zich daarmee begrijpelijkerwijs niet, het zijn meer uitvoeringsorganisaties, is het toch zo dat er onder burgers weinig tot geen draagvlak is getoond voor gemeentelijke herindelingen, fusies en opschaling van organisaties. Het is toch weer zo dat de lokale identiteit en nabijheid dreigen te verdwijnen. Immers zoals het er nu naar uitzien verdwijnt de Veiligheidsregio uit Middelburg. Heel slecht! Waar is hier het Middelburgs belang. Middelburg is de hoofdstad en de Veiligheidregio hoort hier. Tal van onderzoeken tonen juist aan dat kleinschaligheid beter is voor democratisch en effectief bestuur. Met de samenvoeging van de Veiligheidsregio en de GGD vergroten we het democratisch deficit. Middelburg en Zeeland verdienen geen verdere centralisatie, maar slagvaardige, herkenbare en dichtbij opererende diensten. Lokaal bestuur dat écht zicht houdt op veiligheid, gezondheid en de noden van onze inwoners. De fractie van het BVNL Middelburg heeft het raadsvoorstel en de onderliggende drukzaken doorgenomen en besproken met deskundigen.

De stukken van het college benadrukken de voordelen van deze fusie (efficiëntie, continuïteit, arbeidsmarkt) maar geven weinig tot geen harde bewijzen, maar gaan grotendeels voorbij aan de schaduwkanten van deze voorgenomen fusie.

Enkele algemene vragen: 001. Waarom is een volledige gemeenschappelijke regeling (één organisatie) überhaupt noodzakelijk? De toelichting spreekt van "organisatorische kwetsbaarheden op bedrijfsvoering", maar waarom volstaat geen verregaande samenwerking (gedeelde “backoffice”, “shared services”) zonder juridische fusie? Zijn er concrete voorbeelden in Zeeland respectievelijk de Zeeuwse gemeenten waar GGD of VRZ taken niet kon uitvoeren door gebrek aan schaal? Zo ja, noem minstens drie concrete wezenlijke voorbeelden hiervan. 002. De onderliggende documenten melden dat vier andere regio's dit al deden vóór de Wnra – waarom was dat toen makkelijker en wat zijn de concrete lessen (successen én mislukkingen) voor Zeeland? Heeft men onafhankelijk onderzoek naar die ervaringen? En kunnen die onafhankelijke onderzoeken gedeeld worden met de commissie? 003. Erkenning in Q&A en correctiebrief: in beginjaren plus op de lasten door verschillende startposities en onverwachte cao-/rechtspositieproblemen. Waarom nemen we dit risico terwijl de primaire taken (gezondheid, veiligheid) al goed zijn geborgd? 004. De inwerkingtreding schuift naar 1 januari 2028 door complexiteit cao/rechtspositie (privaatrecht GGD → publiekrecht VR) en stijgende huisvestingskosten (rente, inflatie).

Wat is de actuele bandbreedte van extra kosten voor gemeenten? Worden deze volledig gedekt of komen ze deels ten laste van primaire processen (brandweer, openbare volksgezondheid)?

005. "Tegen vallende kosten worden niet opgevangen door taakstellingen op primaire processen" – hoe hard is deze garantie? Wie controleert dat? Wat als huisvesting in Goes-West nog duurder uitvalt? 006. De Raad van Middelburg pleitte (middels motie) voor een raadsadviescommissie of minstens uitgebreide raadsklankbordgroep. Waarom is volgens het college unanimiteit van 13 raden vereist en waarom is dat nog niet geregeld? Hoe concreet wordt de klankbordgroep uitgebreid met GGD-taken? 007. Onderschrijft het college het standpunt van BVNL dat als Middelburg zegt zonder raadsadviescommissie of raadsklankbordgroep doet Middelburg niet mee en dit als eis neerlegt, die raadsadviescommissie of raadsklankbordgroep er wel komt? 008. De regeling wijzigt artikel 4 (taaktoedeling) na zienswijzen – maar behoudt de raad voldoende kaderstellende en controlerende grip? Bijvoorbeeld op begroting, bijdrageregeling (zienswijze verplicht, maar AB beslist met 2/3 meerderheid) en beleidskeuzes? 009. Klankborden”, “adviseren” en “inspreken” is allemaal leuk en aardig, maar ik vind het een democratisch gebrek dat er ook bij deze gefusioneerde organisatie (VRZ en GGD in één gemeenschappelijke regeling) geen (controlerende) volksvertegenwoordiging komt.

Waarom is niet overwogen een gemeenschappelijke regelingraad in te stellen bestaande uit (een afspiegeling van) de raadsleden van de deelnemende gemeenten? 010. In aansluiting op vraag 008 en deels 009: is het college bereid een memo op te stellen met mogelijkheden om de raad wel meer invloed te geven hierop? Zo neen, dan verzoek ik dat er met de BVNL-fractie contact wordt opgenomen inzake ambtelijke bijstand, zodat wij hierover zelf een memo kunnen opstellen t.b.v. de raad. De BVNL-fractie hecht namelijk aan democratische controle. 011. Hoe vaak en hoe concreet worden raden nog betrokken bij vervolgstappen (organisatiestatuut, sociaal plan, huisvesting)? Is er een structureel inspraakmechanisme of blijft het bij incidentele zienswijzen? 012. Waarom vasthouden aan de beslistermijn 11 juni terwijl cruciale informatie (cao-harmonisatie, definitieve huisvestingskosten) nog ontbreekt? Is dit niet overhaast, juist omdat raden om zorgvuldigheid vroegen? 013. Welke minder vergaande alternatieven zijn serieus onderzocht (bijv. alleen “backoffice”-samenwerking, “shared services” zonder één AB/DB, of samenwerking met andere regio's)? Waarom is "één GR" het enige toekomstbestendige model? 014. Zeeland is gelukkig qua aantal inwoners klein, maar wel heel divers.

Is schaalvergroting niet juist riskant voor nabijheid en maatwerk in publieke gezondheid en veiligheid? Wat als de nieuwe organisatie bureaucratischer en afstandelijker wordt? 015. Arbeidsmarktvoordeel: hoe concreet is dat? Zijn er “exit”-scenario's als de fusie niet oplevert wat beloofd wordt (bijv. na 3-5 jaar evaluatie met optie tot ontvlechting)? Zo neen, is het college bereidwillig zo’n “exit”-scenario op te stellen? 016. Op welke data beslissen de andere 12 raden? Zijn er al besluiten genomen en hoe (positief/kritisch)? 017. Verhouding tot GR Sociaal Domein: waarom moet deze GR per se doorgaan voor de ontvlechting IJZ? Is er geen onafhankelijke route mogelijk? 018. Medewerkers: hoe wordt de overgang GGD-medewerkers (privaatrecht) precies geregeld? Wat als veel mensen vertrekken door onzekerheid? Vragen met een meer juridisch karakter (in het algemeen belang heb ik de vragen gegroepeerd per hoofdstuk/artikel van de Ontwerp-Gemeenschappelijke Regeling (GR) en de toelichting/correctie: Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen (Artikelen 1-3): 019. In Artikel 1 sub s wordt de “veiligheidsdirectie” gedefinieerd als orgaan bestaande uit directeur VR, directeur publieke gezondheid (DPG), coördinerend gemeentesecretaris, vertegenwoordiger eenheidsleiding politie en secretaris. Hoe verhoudt deze veiligheidsdirectie zich juridisch tot het Dagelijks Bestuur (Art.

12-14) en de bestuurscommissies (Art. 17)? Is de veiligheidsdirectie een bestuursorgaan of slechts een ambtelijk overleg? 020. Artikel 1 sub b definieert “bevolkingszorg”. Hoe wordt in de praktijk onderscheid gemaakt tussen bevolkingszorg (gemeentelijke verantwoordelijkheid) en taken van de GR (Art. 4)? Wordt dit nader uitgewerkt in een afzonderlijk statuut of reglement? 021. Artikel 2 lid 2 sub c noemt expliciet “Veilig Thuis” als onderdeel van het openbaar lichaam. Welke specifieke bevoegdheden uit de Wmo 2015 en Jeugdwet (Art. 4.1.1 Wmo, Art. 2.1/4.1.3 Jeugdwet) worden exact aan de GR overgedragen versus behouden bij de colleges/raden? 022. Artikel 2 lid 3 vestigt de GR in Goes. Wat zijn de juridische en financiële consequenties voor de huisvestingskosten (zie ook correctiebrief 13 mei 2026) indien de gezamenlijke huisvesting later elders wordt gerealiseerd? 023. Artikel 3 sub d-f somt de belangen op. Hoe wordt “het bevorderen, beschermen en bewaken van de publieke gezondheid” precies afgebakend van de taken in Art. 4 lid 1 sub b (Wpg + Wvr geneeskundige hulpverlening)?

Hoofdstuk 2: Taken en bevoegdheden (Artikelen 4-5): 024. Artikel 4 lid 1 sub b verwijst naar “artikelen 2, 5, 5a en 6 Wpg en de Wvr (voor zover in het kader van de geneeskundige hulpverlening)”. Welke exacte taken uit de Wpg blijven exclusief gemeenteraadsbevoegdheid (Art. 13 Wpg) en worden niet overgedragen? 025. Artikel 4 lid 3 geeft de GR bevoegdheid tot het vaststellen van een verordening voor rechtenheffing (Art. 229/231 Gemeentewet). Welke tarievenregelingen (bijv. voor GGD-taken) worden beoogd en hoe wordt voorkomen dat dit leidt tot dubbele bekostiging? 026. Artikel 5 lid 1-2 regelt aanvullende taken. Hoe wordt “kerntaken niet in het gedrang komen” operationeel getoetst en wie beslist bij geschil (Art. 46)? 027. Artikel 5 lid 3 sub b beperkt diensten aan derden tot “toelaatbaar op basis van de criteria voor inbesteden volgens het geldende aanbestedingsregime”. Welk aanbestedingsregime (Europese, nationale of gemeentelijke drempels) is hier van toepassing? 028. Artikel 5 lid 4 vereist een dienstverleningsovereenkomst + delegatie/mandatering. Hoe wordt dit geborgd bij spoedeisende aanvullende taken (bijv. crisis)? Hoofdstuk 3: Bestuur (Artikelen 6-17): 029. Artikel 7 lid 1: AB bestaat uit 13 burgemeesters (Wvr Art. 11). Hoe wordt de “balans Veiligheid – Publieke Gezondheid” gewaarborgd nu wethouders (PG) geen lid van het AB kunnen zijn? 030.

Artikel 8 lid 5: welke bevoegdheden zijn expliciet voorbehouden aan het AB (niet delegeerbaar)? 031. Artikel 9 lid 4: quorum is 7 leden (ongeacht stemgewicht). Wat gebeurt er bij afwezigheid van burgemeesters met hoog stemgewicht (bijv. Middelburg 11 stemmen)? 034. Artikel 9 lid 6: stemverhouding gebaseerd op inwoneraantal peildatum t-1. Hoe vaak wordt deze herijkt en hoe wordt de tabel in de toelichting (p. 8-9) geactualiseerd? 035. Artikel 9 lid 8: voorzitter heeft doorslaggevende stem (Wvr Art. 11 lid 5). Geldt dit ook bij stemmingen over bijdrageregeling (2/3 meerderheid Art. 32)? 036. Artikel 10: zienswijzenprocedure. Welke onderwerpen worden verplicht voor zienswijze voorgelegd (behalve bijdrageregeling) en binnen welke termijn? 037. Artikel 11: besloten vergaderingen. Welke aanvullende onderwerpen (boven Gemeentewet) zijn expliciet uitgesloten van beslotenheid? 038. Artikel 12 lid 1: DB maximaal 6 leden (2-3 burgemeesters + max. 3 wethouders (PG)). Hoe wordt het “fictieve stemgewicht” van wethouders berekend t.o.v. het AB-quorum en stemverhouding? 039. Artikel 14 lid 1 sub f: DB kan in spoedeisende gevallen DPG schorsen (met terugkoppeling AB binnen 3 maanden). Wat is de definitie van “spoedeisend” en hoe wordt dit geprotocolleerd? 040. Artikel 17 lid 1-2: twee bestuurscommissies (Veiligheid en PG).

Hoe worden bevoegdheden precies overgedragen (mandaat of delegatie) en hoe verhoudt zich dit tot Art. 25 Wgr? 041. Artikel 17 lid 3: benoeming leden bestuurscommissies via voordracht colleges. Geldt hier stemverhouding AB of éénlid-één-stem? Hoofdstuk 7: Directeuren en secretaris (Artikelen 18-20) 042. Artikel 18-19: benoeming directeur VR door DB vs. DPG door AB (na instemming beide bestuurscommissies). Hoe wordt de “overeenstemming” met bestuur VR (Art. 14 Wpg) precies vormgegeven? 043. Artikel 19: DPG leidt zowel reguliere GGD als GHOR. Hoe wordt de organisatorische knip (Wpg 2011) opgelost in één openbaar lichaam? 044. Secretaris kan los van directeuren functioneren. Wordt de secretaris benoemd door DB “gehoord de bestuurscommissies” – hoe wordt geschil opgelost? Hoofdstuk 8-9: Verantwoording, informatie, personeel (Artikelen 21-26) 045. Artikel 22-24: actieve/passieve informatieplicht. Hoe wordt “tijdig” gedefinieerd voor tussentijdse rapportage aan raden? 046. Artikel 24: bestuurscommissieleden hebben dezelfde inlichtingenplicht als AB-leden. Geldt dit ook voor geheimhouding (Art. 23 Wgr)? 047. Artikel 25: personeel. Hoe wordt de overgang GGD-medewerkers (privaatrecht → publiekrecht GR) exact geregeld in het sociaal plan / cao-harmonisatie (zie correctiebrief)? 048. Artikel 26: bevolkingszorg.

Hoe blijft gemeentelijke verantwoordelijkheid behouden terwijl GR een regionale organisatie in stand houdt?

Hoofdstuk 11: Financiële bepalingen (Artikelen 27-32) 049. Artikel 27: begroting in twee programma’s (Veiligheid / PG) met verbod op budgetoverheveling. Hoe wordt dit gecontroleerd en wat gebeurt er bij onderbesteding in één programma? 050. Artikel 28 lid 8: begrotingswijziging zonder effect op bijdragen kan door AB zonder zienswijze. Wie bepaalt “geen effect” en hoe wordt dit gerapporteerd aan raden? 051. Artikel 29-32: bijdrageregeling en verdeelsystematiek. Hoe wordt de huidige VR-verdeelsleutel (vast in oude GR) precies omgezet naar een separate bijdrageregeling met 2/3 AB-meerderheid? 052. Artikel 30: reserve. Hoe wordt de reserve verdeeld tussen de twee programma’s en wat is de minimale omvang? 053. Artikel 31 lid 3: jaarresultaat mag zonder zienswijze aan algemene reserve onder voorwaarden. Welke voorwaarden zijn dit exact (VZG-richtlijn)? 054. Artikel 32: verdeelsystematiek kan gewijzigd worden na zienswijze + 2/3 AB. Hoe vaak wordt herijking verwacht (bijv. na bevolkingswijziging)? Hoofdstuk 12-13: Archief, participatie, toetreding/uittreding etc. (Artikelen 33-47): 055. Artikelen 33-39: archief en informatieveiligheid. Hoe wordt de overdracht archief GGD naar Zeeuws Archief precies vormgegeven? 056. Artikel 40: participatie. Welke onderwerpen zijn expliciet uitgesloten van participatie en waarom? 057. Artikel 41-44: uittreding.

Hoe wordt de voorlopige/definitieve uittreedsom berekend (frictie- + desintegratiekosten + 10% risico-opslag Art. 42 lid 7)? 058. Artikel 43 lid 7: alternatieve berekening uittreedsom via afnemende eigen bijdrage (100%-20%). In welke gevallen wordt hiervan gebruikgemaakt? 059. Artikel 44: uittreder moet boventallig personeel overnemen (gekapitaliseerd). Hoe wordt de waarde van de formatie precies bepaald? 060. Artikel 45 lid 1: wijziging GR vereist 2/3 colleges. Hoe verhoudt zich dit tot de vereiste raadstoestemming (Art. 1 lid 4 Wgr)? 061. Artikel 46: geschillencommissie vóór Gedeputeerde Staten. Hoe wordt de selectiecommissie (3 leden) samengesteld? 062. Artikel 47: ontbinding alleen mogelijk onder Art. 8-9 Wvr. Wat is het liquidatieplan voor personeel en vermogen? Hoofdstuk 14: Slotbepalingen + Correctiebrief (Artikelen 48-50): 063. Artikel 48 (oorspronkelijk 1 jan. 2027, gecorrigeerd naar 1 jan. 2028): wat zijn de exacte redenen voor de 12maanden uitstel (cao-harmonisatie, Wnra, rechtspositie GGD-medewerkers)? 064. Correctiebrief 13 mei 2026: welke “niet eerdere voorziene complexiteit” op cao/rechtspositie is precies ontstaan en wanneer wordt het onderzoek afgerond? 065. Correctiebrief: verwachte exogene kostenstijging huisvesting (rente + inflatie). Wat is de actuele bandbreedte van de meerkosten en hoe worden deze verdeeld? 066.

Artikel 49: evaluatie iedere 4 jaar (derde jaar bestuursperiode). Welke minimale scope wordt voorgesteld voor de eerste evaluatie (2029/2030)? 067. Hoe verhoudt de nieuwe inwerkingtredingsdatum zich tot de lopende GR VR Zeeland 2025 en GR GGD Zeeland? Enkele wat meer algemene maar deels wellicht ook als technische vragen op te vatten: 068. Hoe is de wijziging van Art. 4 (taaktoedeling) na de zienswijzenronde precies juridisch verwerkt (raadsvoorstel p. 2)? 069. Welke impact heeft de Wgr-wijziging per 1 juli 2022 (versterking raadspositie) concreet op deze GR? 070. Hoe wordt de bijdrageregeling (Art. 32) precies vastgesteld na zienswijze – inclusief 2/3 meerderheid AB? 071. Hoe komt het ontwerp van de bijdrageregeling (Art. 32) tot stand (dus voor de zienswijze)? Na tweede lezing zijn er bij onze fractie vragen aanvullende technische vragen gerezen: Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen (Art. 1-3) – definities en openbaar lichaam: 072. In Art. 1 lid 1 sub b wordt “bevolkingszorg” gedefinieerd als “de regionale organisatie bestaande uit medewerkers die onder verantwoordelijkheid van de deelnemende gemeenten bij een ramp of crisis belast zijn met het uitvoeren van de aan de gemeenten toegewezen processen”. Hoe verhoudt deze definitie zich exact tot de gemeentelijke verantwoordelijkheid onder Art. 3 Wvr en Art.

26 lid 1 GR, en wat is de juridische status van deze medewerkers bij een crisis (ambtelijk of privaatrechtelijk)? 073. Art. 1 lid 1 sub s definieert de “veiligheidsdirectie” als orgaan met specifieke leden (directeur VR, DPG, coördinerend gemeentesecretaris, eenheidsleiding politie, secretaris) plus agenda-leden van het MT. Is dit een bestuursorgaan in de zin van Art. 25 Wgr of een louter ambtelijk adviesorgaan? Welke bevoegdheden (beslissings- vs. adviserend) volgen hieruit bij crisisbeheersing?

074. Art. 1 lid 1 sub n (“geneeskundige hulpverlening”) verwijst naar Art. 1 Wvr. Hoe wordt in de praktijk onderscheid gemaakt tussen “geneeskundige hulpverlening in het kader van rampenbestrijding/crisisbeheersing” en reguliere Wpgtaken van de GGD (Art. 2, 5, 5a, 6 Wpg)? 075. Art. 2 lid 2 sub c vestigt expliciet “Veilig Thuis” als onderdeel van het openbaar lichaam (Art. 4.1.1 Wmo 2015). Welke specifieke delegatie-/mandateringsbesluiten van colleges zijn vereist voor overdracht van taken onder Art. 2.1/4.1.3 Jeugdwet en Art. 6.1 Wmo, en blijft de gemeenteraad hier kaderstellend bevoegd? 076. Art. 2 lid 3 vestigt de GR in Goes. Wat zijn de exacte fiscale, BTW- en vastgoedrechtelijke consequenties voor de gezamenlijke huisvesting (exogene kostenstijging rente/inflatie, zie correctiebrief 13 mei 2026) als de vestigingsplaats later wijzigt? 77. Art. 3 sub d-f somt belangen op. Hoe wordt “het bevorderen, beschermen en bewaken van de publieke gezondheid” (sub d) precies afgebakend van de Wpg-taken in Art. 4 lid 1 sub b, en welke overlap bestaat met GHOR-taken? 78. Art. 1 lid 1 sub v definieert “Wgr” als de Wet gemeenschappelijke regelingen. Geldt hier de versie inclusief wijzigingen per 1 juli 2022 (raadspositieversterking) integraal, inclusief de verplichte zienswijzeprocedures? 79. Hoe verhoudt de definitie van “bestuurscommissie” (Art. 1 sub c, Art.

25 Wgr) zich tot de twee nieuwe commissies (Veiligheid en PG) in Art. 7 en Art. 17? 80. Art. 2 lid 1 verwijst naar Art. 9 Wvr en Art. 14 Wpg. Welke minimale eisen uit deze wetsartikelen zijn niet in de GR opgenomen, en waarom? 81. In Art. 1 lid 1 sub l en t worden GGD Zeeland en VR Zeeland als “organisatieonderdelen” van het openbaar lichaam gedefinieerd. Wat is de juridische status van deze onderdelen (afdelingen of aparte rechtspersonen)? 82. Art. 3 sub f (“lijkschouw”) verwijst naar Art. 4 Wet op de Lijkbezorging. Welke bevoegdheden uit de Wet op de Lijkbezorging blijven bij de colleges en welke worden volledig overgedragen? 83. Hoe wordt in Art. 1 de “crisisbeheersing” (sub f) afgebakend van “rampenbestrijding” (sub q), met name bij hybride dreigingen (gezondheid + veiligheid)? 84. Art. 2 lid 4 verwijst naar Art. 8 Wvr en Art. 14 Wpg voor rechtsgebied. Wat gebeurt bij een toekomstige herindeling van gemeenten of regio’s (Art. 41 lid 1)? 85. Welke implicaties heeft de definitie van “voorzitter” (Art. 1 sub u) voor de stem doorslaggevende stem bij staking (Art. 9 lid 5/8 en Art. 11 lid 5 Wvr)? 86. Art. 1 lid 1 sub s noemt “managementteam” als agenda-lid van de veiligheidsdirectie. Is dit MT een formeel bestuursorgaan of puur ambtelijk, en hoe verhoudt het zich tot de DPG en directeur VR (Hoofdstuk 7)? Hoofdstuk 2: Taken en bevoegdheden (Art. 4-5): 87. Art.

4 lid 1 sub b verwijst naar “artikelen 2, 5, 5a en 6 Wpg en de Wvr (voor zover in het kader van de geneeskundige hulpverlening)”. Welke exacte sub-taken uit deze artikelen blijven exclusief gemeenteraadsbevoegdheid (Art. 13 Wpg) en worden niet overgedragen aan de GR? 88. Art. 4 lid 3 regelt rechtenheffing (Art. 229/231 Gemeentewet). Welke tarievenregelingen (GGD-taken vs. VRtaken) worden beoogd, en hoe voorkomt de GR dubbele bekostiging of strijd met het Besluit begroting en verantwoording (BBV)? 89. Art. 5 lid 1-2: “aanvullende taken” mits kerntaken niet in het gedrang komen. Wie toetst operationeel “kerntaken niet in het gedrang” (DPG, directeur VR of DB), en hoe wordt geschil beslecht (Art. 46)? 90. Art. 5 lid 3 sub b beperkt diensten aan derden tot “toelaatbaar op basis van de criteria voor inbesteden volgens het geldende aanbestedingsregime”. Welk regime geldt exact (Europees aanbestedingsrecht, nationale drempels of gemeentelijke)? 91. Art. 5 lid 4 vereist een dienstverleningsovereenkomst + delegatie/mandatering/volmacht. Hoe wordt dit geborgd bij spoedeisende aanvullende taken (bijv. epidemie groep A, Art. 4 lid 1 sub f)? 92. Art. 4 lid 1 sub e verwijst naar Jeugdwet Art. 2.1, 4.1.3 hoofdstuk 6. Welke Jeugdwet-taken (Veilig Thuis) blijven gemeentelijk en welke worden regionaal? 93. Art. 5 lid 5: AB regelt algemene voorwaarden voor aanvullende taken.

Wordt dit een verordening of beleidsregel, en geldt hier de zienswijzeprocedure (Art. 10)?

94. Hoe verhoudt Art. 4 lid 2 (“alle bevoegdheden tot regeling, bestuur en beheer”) zich tot de niet-overdraagbare bevoegdheden van het AB (Art. 8 lid 5)? 95. Art. 4 lid 1 sub f (epidemie groep A en nieuw subtype influenzavirus). Hoe wordt “ernstig gevaar voor de volksgezondheid” precies geoperationaliseerd en wie beslist? 96. Welke impact heeft de wijziging van Art. 4 (taaktoedeling) na zienswijzenronde precies op de bevoegdhedenverdeling (raadsvoorstel p. 2)? 97. Art. 5 lid 3 sub c: “mits de kerntaken niet in het gedrang komen”. Hoe wordt dit getoetst in de begroting (Art. 27 lid 1, gescheiden programma’s)? 98. Hoe wordt de overdracht van Wpg-taken (Art. 4 lid 1 sub b) precies vormgegeven in het organisatiestatuut (niet in GR)? 99. Art. 5 lid 2: “draagt of dragen alle kosten”. Geldt hier kostprijsberekening conform BBV of marktconforme tarieven? 100.Welke delegatiebesluiten zijn nodig voor de overdracht van Art. 4 Wet op de Lijkbezorging? 101.Art. 4 lid 4: alle niet-opgedragen bevoegdheden behoren aan het AB. Hoe wordt dit in de praktijk uitgelegd bij mandaat aan bestuurscommissies (Art. 17)?

Hoofdstuk 3-7: Bestuur, AB, DB, bestuurscommissies, directeuren: 102.Art. 7 lid 1: AB bestaat uitsluitend uit 13 burgemeesters (Art. 11 Wvr). Hoe wordt de balans “Veiligheid – Publieke Gezondheid” gewaarborgd nu wethouders PG geen AB-lid kunnen zijn? 103.Art. 8 lid 5 sub h: benoeming DPG is niet-overdraagbaar. Hoe verhoudt zich dit tot de instemming van beide bestuurscommissies (Art. 19)? 104.Art. 9 lid 4: quorum > helft leden (ongeacht stemgewicht). Wat gebeurt bij afwezigheid van burgemeesters met hoog stemgewicht (Middelburg 11 stemmen)? 105.Art. 9 lid 6-7: stemverdeling op basis van inwoneraantal CBS peildatum t-1. Hoe vaak wordt deze herijkt, en hoe wordt de tabel geactualiseerd bij bevolkingsmutaties? 106.Art. 9 lid 5/8: voorzitter doorslaggevende stem bij staking. Geldt dit ook bij 2/3-meerderheid voor bijdrageregeling (Art. 32 lid 3)? 107.Art. 10 lid 2: zienswijzenprocedure minimaal 12 weken. Geldt dit ook voor begrotingswijzigingen zonder effect op bijdragen (Art. 28 lid 8)? 108.Art. 11: besloten vergaderingen. Welke onderwerpen (boven Gemeentewet Hoofdstuk Va) zijn expliciet uitgesloten? 109.Art. 12-14: DB max. 6 leden (2-3 burgemeesters + max. 3 wethouders PG). Hoe wordt het “fictieve stemgewicht” van wethouders berekend t.o.v. AB-quorum? 110.Art. 14 lid 1 sub f: DB kan in spoedeisende gevallen DPG schorsen (terugkoppeling AB binnen 3 maanden).

Wat is de exacte definitie van “spoedeisend” en hoe wordt dit geprotocolleerd? 111.Art. 17 lid 1-2: twee bestuurscommissies. Hoe worden bevoegdheden precies overgedragen (mandaat of delegatie) en hoe verhoudt zich dit tot Art. 25 Wgr?

112.Art. 17 lid 3: benoeming via voordracht colleges. Geldt hier stemverhouding AB of één-lid-één-stem? 113.Art. 18-19: benoeming directeur VR door DB vs. DPG door AB (na instemming commissies). Hoe wordt “overeenstemming met bestuur VR” (Art. 14 Wpg) precies vormgegeven? 114.Art. 19: DPG leidt zowel reguliere GGD als GHOR. Hoe wordt de organisatorische knip (Wpg 2011) opgelost in één openbaar lichaam?

115.Art. 20: secretaris kan los functioneren. Wordt de secretaris benoemd door DB “gehoord de bestuurscommissies” – hoe wordt geschil opgelost?

116.Art. 7 lid 4: adviseurs (o.a. DPG, directeur VR). Hebben zij spreekrecht of stemrecht in AB? 117.Art. 8 lid 3: oprichting stichtingen etc. vereist zienswijze raden. Geldt dit ook voor deelneming in bestaande vennootschappen? 118.Art. 9 lid 2: minimum 2 AB-vergaderingen per jaar. Hoe vaak worden bestuurscommissies verwacht te vergaderen? 119.Art. 8 lid 5 sub b: vaststellen begroting niet-overdraagbaar. Hoe verhoudt zich dit tot zware adviezen van commissies (Art. 28 lid 2)? 120.Art. 14 lid 1: welke bevoegdheden zijn expliciet voorbehouden aan DB (niet delegeerbaar aan directeuren)? 121.Hoe verhoudt de veiligheidsdirectie (Art. 1 sub s) zich juridisch tot de bestuurscommissies Veiligheid/PG?

Hoofdstuk 8-10: Verantwoording, personeel, bevolkingszorg 122.Art. 22-24: informatieplicht. Hoe wordt “tijdig” gedefinieerd voor tussentijdse rapportage aan raden en wat is de sanctie bij niet-nakoming? 123.Art. 25 lid 2: DB beslist over overige arbeidsvoorwaarden. Hoe wordt de cao-/rechtspositieharmonisatie (privaatrecht GGD → publiekrecht GR, zie correctiebrief) precies geregeld in het sociaal plan? 124.Art. 26 lid 2: bevolkingszorg in samenwerkingsovereenkomst tussen gemeenten. Hoe verhoudt zich dit tot de GR en wie is eigenaar van deze overeenkomst? 125.Art. 24: bestuurscommissieleden hebben dezelfde inlichtingenplicht als AB-leden. Geldt dit ook voor geheimhouding (Art. 23 Wgr)? 126.Art. 25: personeel. Welke overgangsrechtelijke gevolgen heeft de Wnra voor GGD-medewerkers bij inwerkingtreding 1 januari 2028 (correctiebrief)?

Hoofdstuk 11: Financiële bepalingen (Art. 27-32) – begroting, reserves, bijdrageregeling: 127.Art. 27 lid 1: strikte scheiding programma’s GGD en VR met verbod op budgetoverheveling. Hoe wordt dit administratief gecontroleerd en wat gebeurt bij onderbesteding in één programma? 128.Art. 28 lid 8: begrotingswijziging zonder effect op bijdragen kan zonder zienswijze. Wie bepaalt “geen effect” en hoe wordt dit gerapporteerd?

129.Art. 29 lid 1: voorschot 1/12e per 15e van de maand. Hoe wordt dit afgestemd op gemeentelijke begrotingscyclus (Art. 190 Gemeentewet)? 130.Art. 30: reserve conform VZG-richtlijn. Wat is de exacte minimale omvang en hoe wordt deze verdeeld tussen programma’s?

131.Art. 31 lid 3: resultaatbestemming onder voorwaarden zonder zienswijze. Welke voorwaarden (BBV/VZG) zijn dit exact? 132.Art. 32 lid 3: bijdrageregeling vaststellen met 2/3 meerderheid AB na zienswijze. Hoe wordt de huidige VRverdeelsleutel precies omgezet? 133.Art. 32 lid 4: verdeelsleutel(s). Hoe vaak wordt herijking verwacht (bevolkingswijziging, CBS peildatum)? 134.Art. 28 lid 3: ontwerpbegroting vóór 30 april + zienswijze 12 weken. Hoe verhoudt zich dit tot de correctie op inwerkingtreding 2028? 135.Art. 29 lid 3: weigering bijdrage → verzoek GS Art. 194/195 Gemeentewet. Wie initieert dit en binnen welke termijn? 136.Art. 27 lid 2: administratie waaruit blijkt aan welke diensten bijdragen worden besteed. Hoe wordt dit geaudit (controleverordening Art. 8 lid 5 sub d)? 137.Welke impact hebben de exogene kostenstijging huisvesting (correctiebrief) op de gescheiden programma’s? 138.Art. 31 lid 6: decharge DB. Geldt dit ook voor bestuurscommissies? 139.Art. 32 lid 1: bijdrageregeling “gehoord de bestuurscommissies”. Hoe wordt “gehoord” precies vormgegeven? 140.Hoe wordt de reservevorming (Art. 30) afgestemd op de “plus op de lasten” in beginjaren?

141.Art. 28 lid 7: begrotingswijziging uiterlijk 30 september. Wat als zienswijze leidt tot uitstel? 91-95.

Hoofdstuk 12-13: Archief, participatie, toetreding/uittreding, wijziging, geschillen 142.Art. 33-38: archief. Hoe wordt de overdracht archief GGD (privaatrecht) naar Zeeuws Archief precies vormgegeven, inclusief terbeschikkingstelling (Art. 38)? 143.Art. 39: informatieveiligheid. Gelden dezelfde eisen als gemeenten – hoe wordt dit getoetst bij overgang GGDsystemen? 144.Art. 40 lid 2: uitsluitingen participatie. Welke onderwerpen vallen exact onder sub f (“kwetsbare groepen”)? 145.Art. 41 lid 1: toetreding/uittreding alleen na wijziging regio-indeling (Art. 8 Wvr). Wat bij vrijwillige uittreding?

146.Art. 42 lid 3-4: onafhankelijke externe deskundige voor uittredingsplan. Hoe wordt de selectiecommissie (3 leden) samengesteld en wat bij geen overeenstemming? 147.Art. 42 lid 7: risico-opslag 10% op uittreedsom. Hoe wordt deze berekend en vrijwaart dit werkelijk alle toekomstige kosten?

148.Art. 42 lid 8: keuze termijnen (max. 5 jaar) of eenmalig. Wie beslist bij conflict? 149.Art. 43 lid 1-3: uittreedsom = frictie- + desintegratiekosten minus baten. Hoe worden “desintegratiekosten” (overcapaciteit personeel/materieel) precies gekwantificeerd? 150.Art. 43 lid 7: alternatieve berekening via afnemende eigen bijdrage (100%-20%). In welke gevallen wordt hiervan gebruikgemaakt? 151.Art. 44 lid 1: uittreder overnemen boventallig personeel (gekapitaliseerd). Hoe wordt de waarde van de formatie precies bepaald (cao-harmonisatie)? 152.Art. 45 lid 1: wijziging GR vereist 2/3 colleges. Hoe verhoudt zich dit tot raadstoestemming (Art. 1 lid 4 Wgr)? 153.Art. 46: geschillencommissie vóór GS. Hoe wordt de derde voorzitter gekozen en wat is de bindende kracht van het advies? 154.Art. 47 lid 1: ontbinding alleen onder Art. 8-9 Wvr. Wat is het liquidatieplan voor personeel en vermogen? 158. Art. 47 lid 8: “i.l.” aanduiding. Hoe lang blijft het orgaan functioneren na ontbinding? Hoofdstuk 14: Slotbepalingen + correctie/uitstel (Art. 48-50) en enkele procesvragen:

159. Art. 48 lid 1 (oorspronkelijk 1 jan. 2027, gecorrigeerd naar 1 jan. 2028). Wat zijn de exacte redenen voor de 12maanden uitstel (cao-harmonisatie, Wnra, rechtspositie GGD-medewerkers – correctiebrief)? 160. Correctiebrief 13 mei 2026: welke “niet eerdere voorziene complexiteit” op cao/rechtspositie is precies ontstaan en wanneer wordt het onderzoek afgerond (eind 2026)? 161. Correctiebrief: verwachte exogene kostenstijging huisvesting. Wat is de actuele bandbreedte van meerkosten en hoe worden deze verdeeld over programma’s? 162. Art. 49 lid 1: evaluatie iedere 4 jaar (derde jaar bestuursperiode). Welke minimale scope wordt voorgesteld voor de eerste evaluatie (2029/2030)? 163. Art. 49 lid 2: scope door DB afgestemd met commissies. Wordt dit ter zienswijze aan raden voorgelegd? 164. Art. 50: titel GR GGD VRZ. Hoe wordt dit gebruikt in contracten en correspondentie tijdens overgangsperiode? 165. Hoe verhoudt de nieuwe inwerkingtredingsdatum zich tot de lopende GR VR Zeeland 2025 en GR GGD Zeeland? 166. Correctiebrief Q&A: hoe wordt de onzekerheid voor medewerkers (OR/BOR-zienswijzen) precies opgelost vóór 1 januari 2028? 167. Welke impact heeft het uitstel op de begroting 2027 en de bijdrageregeling? 168. Art. 48 lid 2: bekendmaking door vestigingsgemeente Goes.

Hoe wordt dit gecoördineerd met alle 13 gemeenten? Vragen na de derde lezing over de juridische status openbaar lichaam, rechtsmacht en verenigbaarheid met hoger recht: 169. In hoeverre is de vestiging van het openbaar lichaam (Art. 2 lid 2-3) in strijd met het gesloten stelsel van Art. 9 Wvr en Art. 14 Wpg nu de GGD oorspronkelijk privaatrechtelijk was georganiseerd?

170. Welke rechtsgevolgen heeft de wijziging van Art. 4 (taaktoedeling) na zienswijzenronde voor de rechtsgeldigheid van de gehele GR onder Art. 1 lid 4 Wgr? 171. Hoe wordt de overgang van privaatrechtelijke GGD-taken naar publiekrechtelijk openbaar lichaam (Art. 2) verenigbaar gemaakt met de overgangsbepalingen van de Wnra en de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren? 172. Is de definitie van “bevolkingszorg” (Art. 1 sub b) in overeenstemming met de exclusieve gemeentelijke verantwoordelijkheid onder Art. 3 Wvr, dan wel leidt dit tot een ongeoorloofde delegatie van bevoegdheden? 173. Welke aansprakelijkheidsrisico’s (Art. 6:162/6:171 BW juncto Art. 49 Wgr) ontstaan voor de deelnemende gemeenten bij fouten van de GR in geneeskundige hulpverlening of crisisbeheersing? 174. Hoe wordt de bevoegdheid tot het treffen van de GR (Art. 2 lid 1) getoetst aan de subsidiariteits- en proportionaliteitstoets van Art. 8 lid 2 Wgr? 175. In hoeverre is de combinatie van GGD- en VR-taken in één openbaar lichaam in strijd met de organisatorische knip in de Wpg (Art. 14 Wpg oud) en de nieuwe Wpg 2022? 176. Welke gevolgen heeft de doorslaggevende stem van de voorzitter (Art. 9 lid 8) voor de rechtsgeldigheid van ABbesluiten bij staking van stemmen onder Art. 11 lid 5 Wvr? 177. Is de bepaling in Art. 5 lid 3 sub b (diensten aan derden) in overeenstemming met het staatssteunverbod (Art.

107 VWEU) en het aanbestedingsrecht? 178. Hoe wordt de rechtsmacht van de GR over lijkbezorging (Art. 3 sub f) afgegrensd van de autonome gemeentelijke bevoegdheden onder de Wet op de lijkbezorging? 179. Welke juridische status verkrijgt de “veiligheidsdirectie” (Art. 1 sub s) onder de Awb en in hoeverre is zij een bestuursorgaan in de zin van Art. 1:1 Awb? 180. Is de inwerkingtredingsdatum 1 januari 2028 (correctiebrief) in strijd met de redelijke termijn van Art. 48 lid 1 GR en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur? 181. Hoe wordt de verenigbaarheid met de Gemeentewet (Art. 108-110) gewaarborgd nu wethouders PG geen volwaardig stemrecht in het AB hebben? 182. Welke rechtsgevolgen heeft het ontbreken van een expliciete grondslag voor de twee bestuurscommissies (Art. 17) in de Wgr of Wvr? 183. Is de participatieregeling (Art. 40) volledig in lijn met de uitgebreide inspraakbepalingen van de Wgr 2022 (Art. 9 lid 2)? Bevoegdhedenverdeling, mandaat/delegatie en niet-overdraagbare bevoegdheden: 184. Hoe wordt het onderscheid tussen mandaat, delegatie en volmacht (Art. 5 lid 4 en Art. 17) precies juridisch geborgd onder Art. 10:1-10:12 Awb? 185. Welke bevoegdheden zijn expliciet niet-delegeerbaar onder Art. 8 lid 5 GR en in hoeverre is dit limitatief ten opzichte van Art. 25 Wgr? 186. In hoeverre kan het DB de DPG schorsen (Art.

14 lid 1 sub f) zonder voorafgaande hoorplicht onder Art. 4:8 Awb? 187. Welke juridische grondslag ontbreekt voor de “fictieve stemgewichten” van wethouders in het DB (Art. 12-13) ten opzichte van de Wvr-stemverhouding? 188. Is de zienswijzeprocedure (Art. 10) in overeenstemming met de verplichte raadsinstemming onder Art. 1 lid 4 Wgr bij wijzigingen van de bijdrageregeling? 189. Hoe wordt de bevoegdheid tot het vaststellen van een verordening voor rechtenheffing (Art. 4 lid 3) getoetst aan Art. 229 Gemeentewet en de uniformiteitsbepaling? 190. Welke gevolgen heeft de wijziging van Art. 4 na zienswijzen voor de bevoegdheidsverdeling tussen GR en individuele gemeenten? 191. Is de beperking van aanvullende taken (Art. 5 lid 2-3) voldoende rechtszeker en in lijn met het specialiteitsbeginsel van Art. 2 Wgr? 192. Hoe wordt de overdracht van Jeugdwet- en Wmo-taken (Veilig Thuis) juridisch gelegitimeerd zonder expliciete delegatiebesluiten van alle 13 colleges? 193. Welke aansprakelijkheid ontstaat voor het AB indien bestuurscommissies buiten hun mandaat handelen (Art. 17)? 194. In hoeverre is de benoeming van de DPG (Art. 19) in strijd met de onafhankelijkheidseis van Art. 14 Wpg? 195. Welke juridische status heeft de “overeenstemming” met het bestuur VR (Art. 19) onder de Wpg? 196. Is het verbod op budgetoverheveling tussen programma’s (Art. 27 lid 1) afdwingbaar onder de BBV?

197. Hoe wordt de informatieplicht (Art. 22-24) geharmoniseerd met de actieve openbaarmakingsplicht van de Wet open overheid (Woo)? 198. Welke sancties zijn er bij schending van de geheimhoudingsplicht (Art. 23 Wgr) door bestuurscommissieleden? Vragen over de financiële bepalingen, bijdrageregeling en BBV-conformiteit: 199. Hoe wordt de bijdrageregeling (Art. 32) juridisch afgedwongen bij weigering van een gemeente (Art. 29 lid 3 juncto Art. 194 Gemeentewet)? 200. Is de verdeelsleutel op basis van inwoneraantal (Art. 9 lid 6 en Art. 32) in overeenstemming met het equaliseringsbeginsel van de BBV? 201. Welke gevolgen heeft de “plus op de lasten” in de beginjaren (correctiebrief en toelichting) voor de financiële draagkrachttoets onder Art. 8 Wgr? 202. In hoeverre is de reservevorming (Art. 30) in strijd met de VZG-richtlijn en het BBV-beginsel van resultaatbestemming? 203. Hoe wordt de begrotingswijziging zonder zienswijze (Art. 28 lid 8) getoetst aan de raadspositieversterking van de Wgr 2022? 204. Welke rechtsgevolgen heeft het ontbreken van een separate accountantscontrole per programma (Veiligheid vs. PG)? 205. Is de voorschotregeling (Art. 29 lid 1) in overeenstemming met de kasritmiek van Art. 190 Gemeentewet? 206. Hoe wordt de exogene kostenstijging huisvesting (correctiebrief 13 mei 2026) juridisch gekwalificeerd als “onvoorzien” onder Art. 31 lid 3? 207.

Welke aansprakelijkheid ontstaat voor het DB bij overschrijding van de begroting zonder AB-goedkeuring? 208. Is de resultaatbestemming (Art. 31 lid 3) zonder zienswijze verenigbaar met Art. 1 lid 4 Wgr? 209. Hoe wordt de herijking van stemgewichten en bijdrageregeling (Art. 9 en 32) getoetst aan het gelijkheidsbeginsel? 210. Welke juridische status heeft de “gehoord de bestuurscommissies”-bepaling (Art. 32 lid 1) onder de Awb? 211. In hoeverre is de strikte programmascheiding (Art. 27) in strijd met de integrale benadering van publieke gezondheid en veiligheid? 212. Hoe wordt de jaarrekening en verantwoording (Art. 31) afgestemd op de controleverordening van de GR? 213. Welke gevolgen heeft het uitstel naar 2028 voor de lopende financiële verplichtingen uit de oude GR VR en GR GGD? Aanvullende vragen over personeel, overgangsrecht en cao-rechtspositieharmonisatie: 214. Hoe wordt de overgang van GGD-medewerkers (privaatrecht naar publiekrecht) juridisch gelegitimeerd onder de Wnra zonder individuele instemming? 215. Welke gevolgen heeft de complexiteit cao/rechtspositie (correctiebrief) voor de geldigheid van de GR onder Art. 48 lid 1? 216. Is de harmonisatie van arbeidsvoorwaarden (Art. 25 lid 2) in strijd met het cao-overgangsrecht en de Wet op de ondernemingsraden? 217. Hoe wordt de positie van de bijzondere ondernemingsraad (BOR) gewaarborgd in de overgangsperiode? 218.

Welke aansprakelijkheid ontstaat voor de GR bij collectief ontslag of boventalligheid tijdens de fusie? 219. In hoeverre is het sociaal plan (niet in de GR) een bindend onderdeel van de gemeenschappelijke regeling onder Art. 25 Wgr? 220. Hoe wordt de overgang van pensioenrechten (ABP) juridisch afgedekt? 221. Welke gevolgen heeft het uitstel voor de lopende cao-onderhandelingen en de rechtszekerheid van medewerkers? 222. Is de benoeming van directeuren (Art. 18-19) in overeenstemming met de ambtelijke aanstellingsregels onder de CAR/UWO? 223. Hoe wordt de geheimhoudingsplicht van personeel (Art. 23 Wgr) gehandhaafd bij overgang van GGD-systemen? 224. Welke juridische grondslag ontbreekt voor de “zorgvuldigheid voor medewerkers” in de correctiebrief? 225. In hoeverre kan een gemeente een personele bijdrage weigeren onder Art. 29 lid 3? 226. Hoe wordt de Wnra-toepassing op voormalige GGD-medewerkers na 1 januari 2028 precies vormgegeven? 227. Welke gevolgen heeft de harmonisatie voor de OR-rechten in de nieuwe organisatie? 228. Is de overgangsregeling personeel in strijd met het gelijkheidsbeginsel tussen VR- en GGD-medewerkers? Nadere vragen over uittreding, wijziging, ontbinding en geschillen: 229. Hoe wordt de uittreedsom (Art. 42-43) getoetst aan het verbod op onredelijke lasten onder Art. 8 Wgr? 230. Welke juridische status heeft de 10% risico-opslag (Art.

42 lid 7) onder het schadevergoedingsrecht?

231. Is de alternatieve berekening via afnemende eigen bijdrage (Art. 43 lid 7) in overeenstemming met de equaliseringsgedachte? 232. Hoe wordt de verplichte overname van boventallig personeel (Art. 44) afgedwongen bij uittreding? 233. Welke gevolgen heeft uittreding voor de rechtsgeldigheid van lopende contracten van de GR? 234. In hoeverre is de geschillencommissie (Art. 46) een bindende voorfase onder de Awb? 235. Hoe wordt de selectie van de onafhankelijke deskundige (Art. 42 lid 3) getoetst aan Art. 2:4 Awb? 236. Is de ontbinding uitsluitend onder Art. 8-9 Wvr (Art. 47) in strijd met de algemene ontbindingsbepalingen van de Wgr? 237. Welke liquidatieverplichtingen ontstaan voor het personeel bij ontbinding? 238. Hoe wordt de wijziging van de GR (Art. 45) verenigbaar gemaakt met de verplichte raadstoestemming (Art. 1 lid 4 Wgr)? 239. Welke rechtsgevolgen heeft een gebrekkige zienswijzeprocedure bij wijziging? 240. In hoeverre kan een gemeente uittreden zonder toestemming van de overige deelnemers? 241. Hoe wordt de voorlopige uittreedsom (Art. 42 lid 4) juridisch afgedwongen? 242. Is de minimale termijn van 5 jaar voor termijnen (Art. 42 lid 8) in strijd met de redelijke termijn? 243. Welke gevolgen heeft het ontbreken van een exit-regeling voor de continuïteit van publieke taken? Vragen over archief, informatieveiligheid, privacy en crisisbeheersing: 244.

Hoe wordt de archiefoverdracht (Art. 33-38) getoetst aan de Archiefwet 1995 en de overgangsbepalingen? 245. Is de informatieveiligheidsbepaling (Art. 39) in overeenstemming met de BIO en de AVG? 246. Welke AVG-sancties kunnen de GR treffen bij overgang van GGD-persoonsgegevens? 247. Hoe wordt de geheimhouding van gezondheidsgegevens (Wpg Art. 7) gewaarborgd in de gezamenlijke organisatie? 248. Is de participatie-uitsluiting voor “kwetsbare groepen” (Art. 40 lid 2 sub f) in lijn met de Awb en de Grondwet? 249. Welke juridische grondslag bestaat voor de crisisbevoegdheden van de veiligheidsdirectie? 250. Hoe wordt de GHOR-knip (Wpg) juridisch gehandhaafd binnen één openbaar lichaam? 251. In hoeverre is de informatieplicht aan raden (Art. 22) afdwingbaar via de Woo? 252. Welke gevolgen heeft schending van de archiefplicht voor de aansprakelijkheid van het DB? 253. Is de uitsluiting van bepaalde onderwerpen van participatie (Art. 40) in strijd met Art. 3:4 Awb? 254. Hoe wordt de Wet open overheid toegepast op de bestuurscommissies? 255. Welke juridische status heeft het Q&A-document en de correctiebrief ten opzichte van de GR? 256. In hoeverre kan de GR worden aangevochten bij de bestuursrechter wegens strijd met het algemeen belang (Art. 1 lid 4 Wgr)? 257. Hoe wordt de evaluatiebepaling (Art. 49) juridisch afgedwongen door individuele raden? 258.

Welke gevolgen heeft het uitstel voor de lopende juridische procedures van GGD en VR? Vragen over procesrechtelijke aspecten, toetsing en slotbepalingen: 259. Hoe wordt de toestemming van de raad (Art. 1 lid 4 Wgr) getoetst op inhoudelijke toetsbaarheid? 260. Welke termijn geldt voor het indienen van zienswijzen na de correctiebrief van 13 mei 2026? 261. Is het vasthouden aan de beslistermijn 11 juni 2026 in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel? 262. Hoe wordt de interactie tussen de GR en de GR Sociaal Domein juridisch afgegrensd? 263. Welke gevolgen heeft een negatieve zienswijze van één gemeente voor de rechtsgeldigheid? 264. In hoeverre is de regeling verenigbaar met de Wet op de lijkbezorging en de Jeugdwet? 265. Hoe wordt de titel “Gemeenschappelijke regeling GGD en VR Zeeland” juridisch beschermd? 266. Welke rechtsmiddelen staan open tegen AB-besluiten voor individuele gemeenten? 267. Is de gehele GR toetsbaar op proportionaliteit onder de Wgr 2022? 268. Hoe wordt de overgangsperiode 2026-2028 juridisch afgedekt in geval van geschillen of vertraging?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16961868/1