CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen (aanvullend derde set) over GR GGD en VRZ van Martin Bos (BVNL)

Commissie Algemeen Bestuur 19 mei 2026, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Toestemming en instemming ontwerpregeling GR GGD en VR Zeeland (26-063 AB)1.052 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Derde set nadere vragen van het BVNL Middelburg over het Raadsvoorstel Toestemming en instemming Ontwerpregeling GR GGD en VR Zeeland met Drukwerknummer 26-063 Inleiding: BVNL Middelburg heeft inzake dit raadsvoorstel ook nog vragen over hoe medewerkers van het nieuwe openbare lichaam veilig klachten kunnen melden. Op dit moment lijkt hier nog niets voor te zijn geregeld. Zorgelijk! Het is namelijk gebleken dat het belangrijk is (van te voren) hiervoor voorzieningen te treffen. Zo hebben we bij het openbaar lichaam Orionis gezien hoe erg het kan misgaan. Daar is (inmiddels) – op papier – wel het e.e.a. geregeld over het melden van misstanden, maar een goede klokkenluidersregeling ontbreekt nog steeds. In de voorliggende gemeenschappelijke regeling voor het nieuw te vormen openbaar lichaam waarin de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) en de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Zeeland worden samengebracht ontbreekt iedere regeling. Dat kan niet en het BVNL Middelburg geeft dan ook deze voorzet aan het college om hier tijdig wel een regeling te treffen. Klokkenluiders verdienen bescherming. Dat vinden wij niet alleen van het BVNL Middelburg, dat schrijft de Wet ook voor. Hoogste tijd om Klokkenluiders wel echt te gaan beschermen en daarvoor is allereerst een regeling nodig. Vragen: 01.

De fractie van het BVNL Middelburg heeft de ontwerptekst van de gemeenschappelijke regeling en de onderliggende stukken doorgenomen, maar wij missen in de voorgestelde regeling (en in de overwegingen, taaktoedeling, bestuursbepalingen, financiële bepalingen, evaluatiebepaling of “Q&A”) de borging van hoe medewerkers van het nieuwe openbare lichaam op een (veilige) manier misstanden aan de kaak kunnen stellen. Klopt het dat hiervoor – nog – niets is geregeld? 02. Over personeel dat tewerk zal worden gesteld bij onderhavig openbaar lichaam regelt de gemeenschappelijke regeling middels hoofdstuk 9, art. 25 louter dat bij de GR GGD en VR Zeeland personeel werkzaam is en dat het Dagelijks Bestuur beslist over de toepassing van overige arbeidsvoorwaarden. Waarom is er zo weinig geregeld over het personeel dat werkzaam zal zijn bij het openbaar lichaam? Of gaat dit geregeld worden buitenom de gemeenschappelijke regeling wat mogelijk tot consequentie heeft dat de gemeenteraad hier geen zeggenschap meer over heeft? 03. Onze vorige vraag roept dan weer de vraag op hoe de algemene arbeidsvoorwaarden zijn geregeld? 04.

Na lezing van de nieuw te vormen gemeenschappelijke regeling blijkt zij geen enkele expliciete bepaling te bevatten over klokkenluiders, een klokkenluidersregeling, een doorverwijzing naar het Huis voor de klokkenluiders, over een vertrouwenspersoon of externe vertrouwenspersonen. Ook bepalingen inzake integriteit, melding van misstanden, en gerelateerde begrippen ontbreken. Klopt dit? 05. Indien het antwoord op de vorige vraag ja is, kunt u als toelichting meegeven dat men voor een groot deel kan aanleunen tegen de algemene wettelijke verplichtingen die gelden voor een openbaar lichaam inzake onderhavige problematiek; immers de Wet bescherming klokkenluiders (voorheen Wet huis voor klokkenluiders) is van toepassing en op eventuele bestaande regelingen van de huidige GGD Zeeland en VR Zeeland. Die worden echter nergens genoemd of overgenomen in de ontwerp-GR. Er is dus sprake van een leemte in de regeling op dit punt. Is het college dat eens met de fractie van het BVNL Middelburg? 06. Waarom bevat de Ontwerp Gemeenschappelijke regeling geen enkele expliciete bepaling over een klokkenluidersregeling, terwijl het openbaar lichaam (art. 2) verplicht is de Wet bescherming klokkenluiders na te leven? 07. Is de zienswijze van het BVNL Middelburg juist dat het openbaar lichaam verplicht is een eigen interne meldregeling te hebben? 08.

Volgens de fractie van het BVNL Middelburg is het zo dat een interne regeling van een openbaar lichaam niet zo maar een document mag zijn, maar moet zij voldoen aan strikte inhoudelijke eisen. Kunt u de commissie informeren over wat die strikte inhoudelijke eisen zijn? 09. Het lijkt de fractie van het BVNL Middelburg wenselijk dat de raad kan beslissen of tenminste zijn visie kan geven over deze interne regeling voor het aan de kaak stellen van misstanden. Is het college bereidwillig hiertoe het initiatief te nemen? Zo ja wanneer wordt deze ter zienswijze aan de gemeenteraad voorgelegd? 10. Is het college bereid om vóór de besluitvorming over de gemeenschappelijke regeling een conceptklokkenluidersregeling en een voorstel voor de aanstelling van (externe) vertrouwenspersonen aan de raad voor te leggen?

1

11. Hoe wordt de onafhankelijkheid van de (interne en/of externe) vertrouwenspersoon gewaarborgd in de nieuwe organisatie, en wordt deze persoon direct onder het Algemeen Bestuur of een bestuurscommissie geplaatst? 12. Welke waarborgen worden opgenomen om te voorkomen dat de vertrouwenspersoon hiërarchisch ondergeschikt en/of afhankelijk is van de directeur VR, de Directeur Publieke Gezondheid of het bestuur? 13. Wordt er een overgangsregeling getroffen voor de bestaande vertrouwenspersonen en klokkenluidersprocedures van de huidige GGD Zeeland (privaatrechtelijk) en Veiligheidsregio Zeeland (publiekrechtelijk)? Zo ja, wanneer wordt deze overgangsregeling dan ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad? Of indien de gemeenteraad hier ook al niet over kan besluiten, wanneer wordt het aan de gemeenteraad voorgelegd om er een zienswijze op te geven? 14. Hoe wordt de harmonisatie van de huidige integriteits- en klokkenluidersregelingen van beide organisaties vormgegeven, en wordt dit expliciet vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling, een bijlage bij de gemeenschappelijke regeling of een separaat statuut bij de gemeenschappelijke regeling? 15. Welke interne procedure geldt voor de ontvangst, registratie, behandeling en nazorg van meldingen van misstanden binnen de nieuwe GR, en hoe wordt dit vastgelegd? 16.

Wordt de meldingsprocedure zodanig ingericht dat melders bescherming genieten tegen benadeling, ook als de melding uiteindelijk ongegrond blijkt? 17. Hoe wordt de vertrouwelijkheid en geheimhouding van meldingen gewaarborgd, met name bij overdracht van persoonsgegevens uit de huidige GGD naar het openbaar lichaam? 18. Welke rol krijgen de bestuurscommissies Veiligheid en Publieke Gezondheid (Artikel 17 GR) bij het toezicht op de klokkenluidersregeling en de behandeling van meldingen? 19. Wordt de klokkenluidersregeling en de aanstelling van vertrouwenspersonen expliciet opgenomen in het organisatiestatuut of het personeelshandboek van de nieuwe gemeenschappelijke regeling? 20. Hoe wordt de raad periodiek geïnformeerd over het aantal meldingen, de aard van de meldingen en de afhandeling daarvan, zonder schending van vertrouwelijkheid? 21. Welke gevolgen heeft het ontbreken van een expliciete regeling in de gemeenschappelijke regeling voor de rechtsbescherming van medewerkers tijdens de overgangsperiode naar 1 januari 2028? 22. Hoe wordt in de evaluatiebepaling (Artikel 49 GR) expliciet aandacht besteed aan de werking van de klokkenluidersregeling en de onafhankelijkheid van de vertrouwenspersoon? 23. Is het college het met het BVNL Middelburg eens dat klokkenluiders serieus moeten worden genomen?

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16967934/1