CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen aan het college - andere fracties Harry van den Dool (FVD) bijlage 02 Alternatief Minimabeleid zicht op niet-gebruik Bijlagen

Commissie Maatschappelijke Zaken 7 mei 2025, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Vragen aan andere fracties over een alternatief minimabeleid - Harry van den Dool (FVD)12.396 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het is niet de taak van gemeenten ‘om het inkomen van hun inwoners op te hogen tot het bestaansminimum’, schrijft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in een reactie op het rapport. Afhankelijk Volgens de VNG laat het rapport zien dat het rijk ‘zo snel mogelijk zijn verantwoordelijkheid moet nemen om landelijk de basis op orde te brengen’. Dit zodat huishoudens niet afhankelijk zijn van gemeentelijke regelingen om rond te komen. Gemeenten kunnen inwoners wel ondersteunen in aanvulling op ‘de landelijke basis’, vindt de koepel.

Binnenlands Bestuur

Ernst armoede is toegenomen Zo’n 1,2 miljoen mensen schommelen met hun inkomen tussen de 100 en 125 procent van de nieuwe ondergrens. Koen Enneking 06 november 2024 Het CBS, Nibud en SCP bundelden hun krachten en smeedden een gezamenlijke methode om armoede te meten. Deze definitie moet zorgen voor duidelijkheid. Toch vallen sommige kwetsbare groepen buiten de boot. En schulden zijn evenmin meegenomen in de nieuwe berekening. Eigen cijfers Wie armoede wil bestrijden, moet eerst weten hoeveel mensen in armoede leven. Tot voor kort werd dat op maar liefst vijf verschillende manieren gemeten. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Eurostat (het Europese statistiekenbureau), het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud), het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP): allemaal hadden ze eigen cijfers. Verwarrend Die methodes gaven verschillende antwoorden op de vraag wat armoede is. Is het een absolute ondergrens, een minimaal koopkrachtniveau waarmee je het hoogstnoodzakelijke kunt kopen? Of is de armoedegrens relatief, en zodoende afhankelijk van wat anderen te besteden hebben? En hoe verhoudt iemands inkomen zich bijvoorbeeld tot het doorsnee inkomen van een land? Lopen sommige burgers niet te veel achter op de rest? Dat er meerdere methodes waren, is dus op zich niet vreemd, zegt Benedikt Goderis, wetenschappelijk medewerker bij het SCP.

‘Maar het is wel verwarrend’, erkent hij. Absoluut en relatief Daarom bundelden het CBS, het Nibud en het SCP hun krachten door de voordelen van de diverse meetmethoden te combineren. Hun gezamenlijke methodiek moet zorgen voor duidelijkheid. ‘We zijn gekomen tot een nieuwe, breed gedragen armoededefinitie’, licht Goderis toe. Die methode ligt tussen de absolute en relatieve benadering in: armoede wordt niet bepaald door het doorsnee inkomen, en het is evenmin een vast koopkrachtniveau. De grens stijgt mee naarmate de welvaart toeneemt. Internet Daarbij wordt rekening gehouden met wat mensen heden ten dage nodig hebben. Dus niet alleen kleding en voedsel, maar ook een telefoon, toegang tot het internet en sociale activiteiten. In plaats van minimale normbedragen worden de werkelijke woon- en energiekosten van mensen meegerekend. Tot slot is er gekeken of huishoudens een financiële buffer hebben. Voedselbanken Volgens deze nieuwe methode leefden vorig jaar 540.000 mensen onder de armoedegrens. Dat is 3,1 procent van de bevolking. Hoewel het aantal armen in 2023 lager was dan in de jaren ervoor, nam de ernst van de armoede toe. Goderis is niet verrast: ‘Hoewel de afgelopen decennia de hoogten van de bijstand en de toeslagen zijn meegestegen met de koopkracht, is er niet veel meer bijgekomen.

De voorzieningen zijn niet meegegroeid met het welvaartsniveau van andere burgers.’ Dat verklaart waarom er na al die jaren nog steeds veel mensen een beroep doen op voedselbanken. Wirwar In vergelijking met 2018 waren er vorig jaar relatief meer werkende armen dan arme bijstandsontvangers. Zij komen meer tekort dan arme mensen in de bijstand. Volgens Kai Gidding, statistisch onderzoeker bij het CBS, komt dat door de wirwar aan regelingen die voor mensen met een kleine portemonnee zijn opgetuigd: ‘De afgelopen jaren zijn de bijstand en het minimumloon weliswaar verhoogd, maar het probleem zit ‘m in de toeslagen. Veel werkende armen maken daar geen gebruik van. Bijvoorbeeld omdat ze denken dat die ondersteuning niet voor hen geldt.’

Radar Daarnaast hebben mensen met een bijstandsuitkering vaak een vanzelfsprekende relatie met de gemeente, weet Cora van Horssen, hoofd van het kennisteam bij het Nibud. ‘Zij zijn al bekend bij de gemeente en worden daardoor eerder gewezen op landelijke én lokale minimaregelingen.’ Dit in tegenstelling tot werkenden, die veel minder contact hebben met gemeenten. ‘Lokale overheden hebben werkende armen niet altijd op de radar’, signaleert Van Horssen. Lage vergoeding Die werkende armen zijn te verdelen in twee categorieën. De ene groep werkt in loondienst, maar maakt weinig uren. Denk aan mensen met nulurencontracten. De andere groep bestaat uit zzp’ers die niet onder het wettelijk minimumloon vallen. Overigens zijn dit volgens Goderis niet alleen schijnzelfstandigen, zoals maaltijdbezorgers en Uber-chauffeurs: ‘Sommigen maken veel uren tegen een veel te lage vergoeding. Zij hanteren soms noodgedwongen heel lage uurtarieven.’ Minimavoorzieningen Een nieuwe meetmethode betekent ook keuzes maken. Zo worden lokale regelingen voor inkomensondersteuning — zoals de bijzondere bijstand, kortingsregelingen en kwijtscheldingen — niet meegeteld als inkomen. Vanwege een gebrek aan systematisch beschikbare data kunnen de onderzoekers nog geen rekening houden met de invloed van gemeentelijke armoederegelingen. ‘Dat is al jaren een probleem’, verzucht Goderis.

‘Er is geen landelijk register met gemeentelijke minimavoorzieningen.’ Stadspassen Wat het niet makkelijker maakt, is dat de verschillen tussen gemeenten groot zijn. ‘Het lokale aanbod is bijzonder divers’, stelt Van Horssen. Een deel van de gemeentelijke armoederegelingen wordt in natura uitgekeerd. Een goed voorbeeld zijn de stadspassen, waarmee inwoners met een laag inkomen korting krijgen op musea en sportscholen. Of witgoedregelingen, waardoor minima met een tegoedbon kapotte wasmachines of koelkasten kunnen laten repareren of vervangen. ‘Moet dit eveneens geclassificeerd worden als inkomen?’, vraagt de Nibud-onderzoeker zich af. Veranderingen Bovendien moet de impact van lokale regelingen voor inkomensondersteuning niet worden overschat, meent Goderis: ‘Het gaat natuurlijk wel om bedragen, maar verwacht geen gigantische veranderingen als die gemeentelijke ondersteuning wel zou worden meegenomen in de berekeningen.’ Schulden Wat eveneens buiten beschouwing blijft: schulden. Een huishouden met een relatief hoog inkomen, gemiddelde woonlasten én problematische schulden, zal niet als ‘arm’ worden gerapporteerd, becijferde Divosa, de vereniging van directeuren in het gemeentelijk sociaal domein. Terwijl volgens diezelfde organisatie het aantal huishoudens met schulden, en dus met geldzorgen, juist is gestegen.

Studielening Een gebrek aan beschikbare data is wederom de boosdoener, maar het uitsluiten van deze kostenpost is ook een weloverwogen keuze, stelt Goderis. Hij vindt dat er kritisch moet worden gekeken naar de aard van de schulden. ‘Neem studieschulden. Deze leningen hebben een lange looptijd en zeer coulante voorwaarden. Oud-studenten betalen doorgaans amper rente.’ Gezonde balans Er wordt derhalve een onderscheid gemaakt tussen betalingsachterstanden, en schulden met een afgesproken aflosperiode. In het laatste geval is er geen reden om uit te gaan van armoede (mits de debiteur natuurlijk genoeg verdient). Zo hebben woningbezitters met een hypothecaire lening meestal een gezonde balans tussen uitgaven en inkomsten.

Alarmbellen Maar als iemand enkele maanden geen zorgverzekeringspremie betaalt, of een achterstand oploopt bij het betalen van de hypotheek. Dan gaan natuurlijk alle alarmbellen af. ‘Die mensen wil je vanzelfsprekend vroeg in beeld hebben om erger te voorkomen’, zegt Van Horssen. Overigens heeft ‘slechts’ een kwart van de mensen die onder de armoedegrens leeft ook problematische schulden. ‘Dat is niet weinig, maar 75 procent heeft dat dus niet’, nuanceert Goderis. ‘Op persoonsniveau is er een zwakke samenhang tussen armoede en schulden. Dat moet niet worden vergeten.’ Belastingdienst Daarnaast had Divosa graag gewild dat ook de zorgkosten zouden worden gebaseerd op de feitelijke uitgaven van een huishouden. Voor sommigen zijn dit onvermijdbare kosten die ‘een groot effect hebben op de financiële situatie’, schrijft de belangenclub. ‘Een terecht punt’, geeft Goderis toe. Het SCP, CBS en Nibud wilden deze vaste kosten in eerste instantie in mindering brengen op het inkomen. Wegens een gebrek aan voldoende betrouwbare gegevens hebben ze daar echter toch vanaf gezien. ‘Er zijn wel mensen die hun onvermijdbare zorgkosten opgeven bij de Belastingdienst, maar die groep is onvolledig’, aldus de wetenschappelijk medewerker. En zo vallen er wel meer kwetsbare groepen buiten de boot.

Binnenlands Bestuur

Relatief veel werkenden in armoede 21 oktober 2024 DOOR REDACTIE GEMEENTE.NU/ANP Meer dan een half miljoen Nederlanders leven in armoede, onder wie 115.000 opgroeiende kinderen en relatief veel werkenden. Dat blijkt uit een nieuwe meetmethode. De nieuwe manier van meten is ontwikkeld door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en budgetinstituut Nibud. Armoede in Nederland neemt af, maar treft steeds vaker werkenden. ‘In vergelijking met 2018 waren er vorig jaar relatief meer werkenden arm dan er mensen in de bijstand arm waren,’ aldus Peter Hein van Mulligen van het CBS. Onder armoedegrens Volgens de nieuwe berekening leefden vorig jaar ongeveer 540.000 inwoners onder de armoedegrens, 3,1 procent van de bevolking. Op basis van de ‘oude’ SCP-methode waren dit er naar schatting ongeveer 830.000. Het grote verschil is vooral te wijten aan het feit dat huishoudens met bepaalde financiële reserves niet langer als arm worden beschouwd. Net boven armoedegrens Vorig jaar waren er ook nog bijna 1,2 miljoen mensen die rond de armoedegrens schommelden. Zij hebben een inkomen tot 25 procent boven het grensbedrag, en weinig tot geen financiële buffer. In 2018 zaten zelfs 1,5 miljoen mensen in deze situatie, ‘die maar weinig beter is dan armoede’.

Staatssecretaris Nobel (Participatie) vindt het ‘ontzettend krom’ dat Nederland zoveel werkende armen telt. ‘Mensen die vroeg opstaan, naar hun werk gaan, en toch in armoede zitten, dat is krom, onrechtvaardig en onacceptabel,’ aldus de bewindsman vorige week tijdens een Kamerdebat over armoede- en schuldenbeleid. Hij kondigt ‘een plan’ aan om hier wat aan te doen. ‘Evenwichtig’ koopkrachtbeleid Een commissie die het sociaal minimum onderzocht, concludeerde al ruim een jaar geleden dat het minimumloon voor veel mensen nog altijd te laag is om te kunnen rondkomen. Maar het kabinet lijkt vooralsnog niet van plan op dat terrein extra stappen te zetten. Nobel wees op het ‘evenwichtige’ koopkrachtbeleid van het kabinet: alle groepen gaan er gemiddeld iets op vooruit. Sinds 2019 daalt de armoede, onder meer door dalende werkloosheid, loonstijgingen, coronasteunmaatregelen, de energiemaatregelen en maatregelen die de koopkracht verbeterden, waaronder verhoging van het minimumloon. Bijna 175.000 mensen waren in 2023 al minstens 3 jaar op rij arm. Dat betekent dat 1 op de 3 armen ‘langdurig arm’ was. Werkelijke kosten De nieuwe meetmethode zou een realistischer beeld geven van de armoede in Nederland. Onder meer doordat ‘de werkelijke kosten die mensen hebben aan wonen en energie worden meegenomen in plaats van gemiddelden’.

En er wordt nu dus ook gekeken naar het financieel vermogen van huishoudens. Door de nieuwe methode is ook de armoedegrens 2023 aangepast.

Binnenlands Bestuur

Minimaregelingen aan huishoudens koppelen vaak lastig KWIZ kan minimahuishoudens beter in beeld brengen. KWIZ 09 oktober 2024 Minimabeleid speelt een cruciale rol in het ondersteunen van huishoudens met een laag inkomen. Denk bijvoorbeeld aan de alleenstaande vader die in de bijstand zit en schuldhulp krijgt, of het gezin dat moeite heeft om het lidmaatschap van de voetbalclub voor de jongste te betalen. Deze regelingen zijn essentieel voor hun dagelijks leven, maar het koppelen van deze regelingen aan huishoudens blijkt in de praktijk complexer dan verwacht. Individuele toekenning, maar wat te doen met het huishouden? Regelingen worden vaak toegekend aan individuen en niet direct aan een huishouden. Hierdoor ontstaat een belangrijke vraag: hoe krijg je een volledig overzicht van de regelingen die een huishouden gebruikt? En welke andere regelingen worden misschien al door hen benut? Het simpelweg kijken naar wie er op hetzelfde adres wonen lijkt soms een oplossing, maar schijn bedriegt. Adres is niet altijd de sleutel In veel gevallen wonen alle leden van een huishouden op hetzelfde adres, wat logisch klinkt. Maar bij minimahuishoudens kan dit anders liggen. Zo zijn er bijvoorbeeld ouderen die een AIO-uitkering ontvangen en in een zorginstelling wonen, of een recent gescheiden moeder die tijdelijk met haar kind bij haar ouders intrekt.

In deze situaties delen verschillende huishoudens hetzelfde adres, wat het lastig maakt om ze op de juiste manier in kaart te brengen. Het gevolg: onjuiste indeling van huishoudens Wanneer je huishoudens alleen op basis van hun adres indeelt, kunnen belangrijke groepen over het hoofd worden gezien. Dit leidt ertoe dat bepaalde huishoudens niet herkend worden als bijvoorbeeld een eenoudergezin of een paar zonder kinderen. Ze worden dan abusievelijk ingedeeld in de categorie "Overig", terwijl het beleid juist op hen gericht zou moeten zijn.

Bij KWIZ begrijpen we de uitdagingen rond het identificeren van minimahuishoudens. Met meer dan 25 jaar ervaring en gebruik van AVG-verantwoorde gegevensuitwisseling kunnen wij adresgegevens verder analyseren en differentiëren. Hierdoor krijgen we een nauwkeuriger beeld van huishoudens die onder het minimabeleid vallen en kunnen we beter inzicht bieden in de regelingen die zij gebruiken. We werken hard om gemeenten en instanties te ondersteunen met accurate gegevens, zodat zij de juiste mensen kunnen bereiken met hun hulp. Wij helpen niet alleen met het in kaart brengen van wie deze huishoudens zijn, maar ook met het inzichtelijk maken van hun specifieke behoeften.

Binnenlands Bestuur

Drinkwaterbedrijven melden meer betalingsachterstanden Divosa verwacht dat de toename is ontstaan omdat het niet meer mogelijk is om huishoudens af te sluiten van drinkwater. Stijn Vos 01 oktober 2024 Het aantal meldingen dat gemeenten hebben ontvangen van drinkwaterbedrijven over mensen die hun rekeningen niet meer kunnen betalen is in de eerste helft van 2024 met 80 procent gestegen. Dat blijkt uit halfjaarcijfers van de Divosa Monitor Vroegsignalering Schulden. Het totaal aantal signalen dat gemeenten kregen van ‘vaste lasten partners’ steeg met 7 procent. Drinkwaterbedrijven Die groei is dan ook bijna volledig te verklaren door het aantal meldingen van de drinkwaterbedrijven. Energiebedrijven meldden juist 5 procent minder vaak. Woningverhuurders slechts 2 procent vaker en zorgverzekeraars 2 procent minder. Divosa denkt dat de sterke groei bij drinkwaterbedrijven komt door de hernieuwde aandacht die er het afgelopen jaar is gekomen voor betalingsachterstanden bij drinkwatercontracten. Regelgeving Zo werd er vorig jaar door de Tweede Kamer een motie aangenomen met de strekking om huishoudens niet meer af te sluiten van drinkwater bij betalingsachterstanden. In maart van dit jaar oordeelde het gerechtshof Den Haag dat het afsluiten van de wateraansluiting bij gezinnen met kinderen zelfs in strijd is met het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind.

In augustus liet staatssecretaris Jurgen Nobel nog aan de Kamer weten dat drinkwaterbedrijven voorlopig niemand afsluiten bij betalingsachterstanden, in afwachting van nieuwe wetgeving. Tegenstrijdig ‘Omdat afsluiting nu geen optie meer is, moeten drinkwaterbedrijven daar iets mee. Vroegsignalering kan uitkomst bieden’, zegt Divosa. Dat staat in zekere zin haaks op waar vroegsignalering voor bedoeld is, namelijk om beëindiging van contracten als gas, elektra, water, huur of de zorgverzekering te voorkomen. Wat dat betreft is het opmerkelijk dat drinkwaterbedrijven pas nu massaal meewerken aan vroegsignalering. Verwerking Wat betreft het oppakken van de signalen door gemeenten is er dit jaar weinig veranderd ten opzichte van vorig jaar. 1 op de 5 signalen resulteert in succesvol contact met inwoners. Daarvan accepteert ongeveer een derde hulp. Dat betekent dat van de mensen waarover een signaal wordt verstuurd ongeveer 1 op de 15 uiteindelijk hulp krijgt. Uit de cijfers blijkt ook dat gemeenten niet na één poging moeten opgeven: hoe vaker er contact wordt gezocht hoe groter de kans op succes is.

Binnenlands Bestuur

Hervormingsagenda voor sociale zekerheid en inkomen Het kabinet neemt eerdere aanbevelingen ter harte. Stijn Vos 13 september 2024 Het kabinet start een hervormingsagenda voor sociale zekerheid, toeslagen en inkomstenbelasting. Dat staat in het Regeerprogramma dat vanmiddag openbaar is gemaakt. Het rijk moet de inkomensbasis goed gaan regelen, zodat mensen voor hun inkomen niet afhankelijk zijn van gemeentelijke minimaregelingen. Drie doelen De hervormingsagenda krijgt drie doelen. Inkomensondersteuning moet zekerheid bieden en makkelijk te begrijpen zijn. Meer werken moet lonen en de marginale druk moet omlaag. Dat laatste is volgens het kabinet niet mogelijk zonder een hervorming van het inkomens- en fiscale domein. Plannen Niet alle plannen zijn nog concreet gemaakt, maar een aantal zaken wel. Zo wil het kabinet de huurtoeslag lineair afbouwen en wordt de kinderopvangtoeslag vervangen door een nieuw stelsel van financiering waarbij de overheid direct betaalt aan kinderopvangorganisaties. Om hoge terugvorderingen en betalingsproblemen te voorkomen, gaat het kabinet voorstellen om niet langer met terugwerkende kracht toeslagen aan te passen als gevolg van besluiten over kinderbijslag of verblijfsstatus.

Ook wil het kabinet onderzoeken wat de consequenties zijn als de kostendelersnorm van verschillende sociale zekerheidswetten zoals de participatiewet wordt aangepast of afgeschaft. Niet alles deze regeerperiode Minister Eddy van Hijum ligt toe: Mensen zien door de bomen het bos niet meer, vaak vragen ze zelfs toeslagen waar ze recht op hebben helemaal niet aan. Ook de uitvoeringsorganisaties hebben veel problemen om in dit stelsel de mensen goed te helpen. Daarom zetten we de eerste belangrijke stappen om ons stelsel van sociale zekerheid te vereenvoudigen.' Overigens valt uit het regeerprogramma ook op te maken dat het kabinet de hervormingen niet allemaal nog deze regeerperiode kan doorvoeren. Eerdere aanbevelingen De plannen van het kabinet zijn overigens niet helemaal nieuw. De Commissie sociaal minimum deed vorig jaar al soortgelijke aanbevelingen over inkomenszekerheid. ‘Gemeenten zijn de bezemwagen achter tekortschietend rijksbeleid’, was één van de typeringen. Het kabinet Schoof gaat dus verder met deze aanbevelingen. Wel moet er ruimte blijven voor maatwerk, aldus het Regeerprogramma. ‘Gemeenten en dienstverleners moeten ruimte hebben voor maatwerk in bijzondere situaties, bij wijze van sluitstuk.’ Alternatieven Dat vooral het toeslagenstelsel aan een hervorming toe is was ook bij het vorige kabinet al bekend.

Dat kabinet wilde de toeslagen volledig afschaffen in reactie op de toeslagenaffaire, maar het juiste alternatief is nog niet gevonden. Er is geen perfect alternatief, benadrukte het toenmalige kabinet ook. Er zal altijd een uitruil zijn tussen zekerheid, tijdigheid, gerichtheid en eenvoud. Het kabinet Schoof heeft het nu over ‘(gedeeltelijke) vervanging van heffingskortingen, aftrekposten en toeslagen door inkomensonafhankelijke toelagen en andere belastingtarieven’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15502610/1