CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag verdiepende commissie 2 juni Toegang tot Zorg deelsessie 2

Verdiepende Commissie 2 juni 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Opname gesprek en verslag Iriz thuiszorg en Juvent2.896 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notulen van de online verdiepende commissie over de toegang tot de zorg, gehouden op dinsdag 2 juni via Teams aanvang 19.30 uur. Deelsessie 2

Aanwezig: Iriz Thuiszorg: Juvent:

Jakoba Kleinepier Zorgstroom

LPM SP: VVD: GroenLinks: D66: ChristenUnie:

Wim Steketee Ingrid Bos Alex Wöhler Petra de Ruiter Kim Reynierse (vanaf 20:00 uur) Arjan Beekman (vanaf 20:15 uur)

Voorzitter: Verslag:

Jeroen Louws Kate Schaap

Ambtelijk toehoorder:

Wethouder Doorn Edmee de Fretes

Aanvang deelsessie 2:

19.38 uur

Opening, mededelingen en vaststelling agenda De voorzitter opent de vergadering en deelt mee dat de sessie wordt opgenomen en later zal worden uitgewerkt en teruggeluisterd kan worden. Als eerste geeft hij het woord aan Jakoba Kleinepier van Iriz Thuiszorg. Mw. Kleinepier: Iriz Thuiszorg biedt zorg en ondersteuning aan ongeveer 100 inwoners van Middelburg. De invoering van TIM heeft verandering met zich meegebracht die de cliënten niet per se ten goede is gekomen. De cliënt moet nu zelf bellen om de aanvraag te doen, dat is ingewikkeld en zorgt voor extra werk voor onze medewerkers om het samen te doen. De cliënt krijgt brieven die niet te lezen zijn. “Namens artikel zo en zo veel….”. Moeilijke woorden. Dat geeft stress. Ook staat er dat zelf een evaluatie moet worden gepland voor herindicatie. Er is veel administratieve rompslomp om de indicaties aaneengesloten en gefinancierd te krijgen. Spoedindicatie wordt 2,5 maand later afgegeven, dat duurt erg lang. Er is veel wisseling van personeel bij TIM. Ze zijn niet altijd bekend met alle procedures bij TIM en ze zijn alleen de ochtenden telefonisch bereikbaar. Er wordt vaak verwezen om een WLZ aanvraag te doen. Er kan heel belerend en soms dreigend (anders wordt je contract niet verlengd) worden gereageerd door medewerkers van TIM. We missen deskundigheid bij TIM op het gebied van cliënten met een verstandelijke beperking.

De evaluatie is nu onduidelijk, er is geen goed format. We zien maatwerk niet erg terug. Vragen en antwoorden Mw. Bos: we horen veel dingen die niet goed lopen, die hoor ik ook wel van andere zorgaanbieders. Kun je iets benoemen wat wel goed gaat op dit moment?

Verslag Verdiepende Commissie 2 juni 2021

Mw. Kleinepier: ik heb daar naar gevraagd, maar er is niet iets nu waarvan we kunnen zeggen dat is een goede verandering geweest of daar zijn we blij mee, nee. Dhr. Steketee: we hadden voorheen Porthos. Ging het toen beter dan nu bij TIM? En de agglomeratie van uw bedrijf is dat heel Zeeland? Heeft u ook met andere gemeenten te maken en gaat het daar beter? Mw. Kleinepier: we zitten inderdaad door heel Zeeland, met uitzondering van Zeeuws Vlaanderen. De ervaringen in de Oosterschelde regio, daar zijn we het ook wel eens niet met elkaar eens, maar die zijn een stuk positiever. Porthos was in het begin ook dramatisch. Maar toen het goed ging lopen in de switch gemaakt naar TIM. Dat heeft er wel ingehakt. We hadden vaste contacten met vaste mensen. Dat heeft tijd gekost, dat liep toe best goed. Dhr. Steketee: de gemeenten Vlissingen en Veere ervaart u daar een verbeterslag ten opzichte van Middelburg? Mw. Kleinepier: Veere is inmiddels aangesloten bij de Oosterschelde regio, daar merken wij wel een verbeterslag. Vlissingen gaat wel wat beter maar heeft te maken met dezelfde problematiek, maar daar is het verloop van medewerkers wat minder. Dhr. Wöhler: u schetst een vrij dramatisch beeld. Zijn er wel mogelijkheden voor u of mensen binnen uw organisatie om dat bespreekbaar te maken bij TIM of iemand binnen de gemeente Middelburg zodat er gewerkt kan worden aan oplossingen? Mw.

Kleinepier: ja, die mogelijkheden zijn zeker geboden. Dan wordt gevraagd of wij de casuïstiek waarover het gaat willen melden. Dat hebben we in het begin ook gedaan, maar dat liep niet echt. Inmiddels is Roos Koppejan aanwezig en geven we de ergste casuïstiek wel door en zij doet erg haar best. Maar dan duurt het soms nog maanden. Het kost ons zoveel tijd en moeite om alles af te ronden en het kost soms zoveel geld dat het haast de moeite niet meer is om de uren nog vergoedt te krijgen. Mw. De Ruiter: u zegt het kost maanden, voordat u reactie krijgt of voordat het probleem is opgelost? Mw. Kleinepier: voordat het probleem is opgelost. Ik krijg van Roos Koppejan tussendoor wel dingen doorgestuurd of reacties. Maar ik heb niet het idee dat het probleem sneller is opgelost. Mw. De Ruiter: u zei dat de WLZ indicatie wordt beoordeelt, door wie zei u ik verstond het niet? Mw. Kleinepier: door het CIZ. Ik had liever een verhaal met wat meer negatieve en positieve dingen te vertellen. Mw. De Ruiter: het is goed dat het verhaal zo wordt verteld, daar kunnen we lering uit trekken en als het goed is gaan we daarmee aan de slag. Mw. Bos: er zij n veel punten die niet goed lopen, maar het zijn veel verschillende punten. Wat zou een eerste stap zijn, waarvan u zegt als dat nou opgelost is gaan we stapje richting meer vertrouwen? Mw.

Kleinepier: wat je al snel concreet zou kunnen oplossen is de bereikbaarheid. Bijvoorbeeld met een apart nummer voor zorgverleners. En formats voor evaluatie, wat willen jullie precies weten. En het stukje dat de cliënt zelf moet bellen, dat is voor bepaalde begeleidingscliënten heel moeilijk. Als dat opgelost kan worden, scheelt dat pook veel, vooral voor de cliënt. Mw. Bos: is daar nooit een uitzondering op? Mw. Kleinepier: daar zijn toen wel afspraken over gemaakt, maar in de praktijk zien we daar weinig van terug. Mw. De Ruiter: maken jullie gebruik van onafhankelijke cliënt ondersteuning? Mw. Kleinepier: ja daar waar nodig proberen we dat wel te doen. Voorheen had je MEE, bij de groep ‘laag verstandelijk beperkt’ daar missen we wel wat ondersteuning in. Dhr. Steketee: u zit in verschillende velden GGZ, WLZ en de WMO. Bij Porthos is wel Wrijving geweest tussen WMO en WLZ, daar werd heen en weer gegaan. Die wrijving, merkt u die ook? Moet de cliënt ook de €19,- eigen bijdrage betalen? Mw. Kleinepier: mijn organisatie zit niet in de GGZ. We zitten in de Zorgverzekeringswet en in de WMO en de WLZ. Er is inderdaad wrijving WLZ is moeilijk te doen. En dat heen en weer geschuif is 2

Verslag Verdiepende Commissie 2 juni 2021

nog steeds niet veranderd. Er zijn inderdaad mensen die liever niet naar de WLZ worden doorverwezen omdat de eigen bijdrage dan omhoog gaat maar dat zit met name bij mensen met huishoudelijke ondersteuning met kleine beurs. Dhr. Steketee: wanneer treed die zorgverzekeringswet in werking, is er een overgang? Als iemand met verstandelijke beperking bijvoorbeeld hulp bij steunkousen nodig heeft. Mw. Kleinepier: dat doen wij niet vanuit WMO maar uit de zorgverzekeringswet. Dhr. Louws: ik hoor dat veel op casusniveau fout gaat, waardoor veel contact met de gemeente. In hoeverre is er structureel overleg met de gemeente zodat het in ieder geval weer in stapjes de goede kant op kan gaan? Wat voor soort contact is er nu? Mw. Kleinepier: ik ben deelnemer aan de fysieke overlegtafel, daar worden die dingen ook wel aangegeven. Welke stapjes daar worden genomen weet ik niet, er worden dingen besproken. Daar wordt aangegeven dat de punten worden meegenomen. Ik weet niet of er verbetering aan komt, dat wordt steeds ondoorzichtiger voor ons als zorgaanbieders. Dhr. Reynierse: u gelooft wel dat het wordt meegenomen, maar er is dus geen terug rapportage van afspraken die u aan de fysieke tafel maakt? Mw. Kleinepier: jawel, dat wordt wel teruggekoppeld. Bijvoorbeeld over het zelf doen van een aanvraag van cliënten, dat is meegenomen en bekeken of dat anders kan en bij uitzondering anders moet.

Dat komt ook terug in een notulen. Men is ook heel welwillend, maar ik zie het resultaat niet. Dhr. Louws: we hebben in het Sociaal Domein nogal te maken met financiële problemen. Daarom zijn ook keuzes door de gemeente. In hoeverre is dat van invloed geweest, merken jullie dat in de contacten bijvoorbeeld? Mw. Kleinepier: voor de financiële problematiek hebben wij als zorgaanbieders ook alle begrip. Wij vragen ons af of de maatregelen die worden genomen, wel helpen om het probleem op te lossen. Een daarvan is dat cliënten zichzelf aan moeten melden. Ik denk niet dat dit nu de oplossing is dat er minder geld wordt uitgegeven in de WMO het geeft alleen maar meer frustratie en administratieve problemen bij anderen. Verder heb ik geen inzicht of maatregelen doeltreffend zijn geweest. De top van de zorgvraag naar beneden krijgen dat gaat denk ik niet lukken. Je kunt je beter focussen op de grotere, midden groep.

De voorzitter geeft na een korte schorsing het woord aan Ruud Stevens van Juvent. Dhr. Stevens: ik zal niet op detail verder gaan over TIM, maar ik begin even bij de context tussen Juvent en TIM en ook andere gemeenten en dat verklaart misschien ook waar de problemen vandaan komen. Er zijn veel rapporten over de tekorten in de Jeugdhulp. Er zijn allerlei redenen waarom het niet goed loopt. Daar hebben zorgaanbieders en gemeenten last van, daar heeft iedereen last van. Er gaan veel dingen niet goed. We zien dat het gebruik van jeugdhulp behoorlijk is toegenomen, zeker als je het vergelijkt met voor de decentralisatie. Het moet laagdrempelig maar daardoor is het aantal kinderen met een zorgvraag als het aantal aanbieders sterk toegenomen. Bij de nieuwe aanbesteding zie je dat het aantal aanbieders weer is toegenomen, op een vrij dunne bevolking hier in Zeeland. Een ander probleem dat wij zien, is de complexe zorg behoorlijk onder druk staat al langere tijd. Dat ontstaat deels doordat je kinderen het liefst zo vroeg mogelijk wil helpen, het liefst thuis, ambulant of in een pleeggezin. Voor een bepaalde categorie worden de mogelijkheden steeds moeilijker beschikbaar en betaalbaar. In Zeeland komt de infrastructuur steeds meer onder druk te staan.

Een ander probleem in Zeeland is dat er 1 centrale inkoop is voor Jeugdzorg maar dat de uitvoering daarvoor weer ligt bij de 13 gemeenten en dat kan ook niet anders qua beleid. Maar er zit teveel lucht tussen wat centraal wordt afgesproken en decentraal wordt uitgevoerd. We zien ook veel verschil tussen gemeenten. Dat leidt tot veel discussie: wat is passende zorg. En daar zijn veel toegangen tot zorg en hulpverleners ook mee bezig, met die discussie. Terwijl mensen zijn opgeleid, als ik spreek voor mijn 3

Verslag Verdiepende Commissie 2 juni 2021

eigen medewerkers, om zorg te verlenen en niet om (financiële) discussies te voeren en onderhandelingen over beschikkingen. Ze zijn daar wel vaak bij betrokken ook omdat gezinnen bijvoorbeeld niet in staat zijn zelf aanvragen te doen. Maar de grootste vraag is: wat is passende zorg. En we merken sinds de nieuwe contractperiode en de financiële druk bij gemeenten die wij ook snappen, maar dat er toch behoorlijk door de euro’s wordt gestuurd en minder op de inhoud. Daardoor nemen dit soort discussies toe. Er ligt een uitspraak van de arbitragecommissie en wat daarmee wordt gedaan is cruciaal voor het systeem voor de Jeugdhulp en wat voor ruimte de gemeenten krijgen. Het systeem zoals het nu loopt het echt vast er staan voorzieningen op het spel. Wij merken ook dat het uitblijven en discussies over beschikkingen zorgt dat je te laat inkomsten ontvangt en niet kunt voorspellen hoe de inkomstenstroom is als organisaties. Die druk neemt ook toe. We hebben wel wat vergelijkbare ervaringen zoals mw. Kleinepier van Iriz zojuist schetst, maar ik heb geen zicht op de totale omvang. Want er lopen ook zaken goed, maar er lopen te veel zaken niet goed. De wisseling van personeel speelt daarbij ook een rol. Daardoor gaat ook veel ervaring en kennis verloren.

Vragen en antwoorden Mw. Bos: gaan er ook dingen wel goed? Welke dingen zijn dat? Dhr. Stevens: ik kan het verhaal niet veel mooier maken, want daarvoor gaan teveel dingen niet goed. Maar een deel van de beschikkingen worden wel keurig afgehandeld. Maar ook daar zie je een vertragend effect omdat je echt moet wachten tot de beschikking is afgegeven, anders loop je teveel risico dat je zonder dekking zorg levert. Mw. Bos: wat zou dan een oplossing of eerste stap in de goede richting op korte termijn? Dhr. Stevens: op korte termijn, dat doen we ook in andere gemeenten, zou je het over de financiering moeten hebben zeker bij de hoog complexe zorg. Het systeem is daarvoor nu niet goed werkend, bijvoorbeeld bij beschikbaarheid en lege bedden bij gezinsvervangende huizen. En dat is mede het gevolg van de toename in zorgaanbieders. Dhr. Reynierse: ik hoor vooral hoe dingen in het algemeen gaan, waar moeilijkheden liggen. Hoe verloopt het contact met de gemeente Middelburg. Dhr. Stevens: ik heb de vele wisselingen benoemd bij het personeel van TIM. We hadden natuurlijk Porthos waar jaren aan gewerkt is, daar was uiteindelijk toch een stabiele samenwerking ontstaan. Dan moet je het opnieuw inrichten, en ik hoor van mijn medewerkers dat het opnieuw zoeken is naar met wie kan ik wat regelen. En achterstallige en te laat afgegeven beschikkingen. Dat is de kern.

Ik zie wel dat er een enorm spanningsveld is tussen de centrale afspraken en de lokale uitvoering. Interpretatie van het contract zorgt voor lokale discussies. Dhr. Reynierse: zijn daarover gesprekken met bijvoorbeeld de manager van TIM? Dhr. Stevens: wij hebben op organisatieniveau altijd gesprekken met de inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland namens de 13 gemeenten zorg heeft ingekocht. Daar zit ook een beleidsambtenaar bij. Daar zou jet ook moeten regelen. Ook de interpretatie van de contracten. Dhr. Reynierse: wat doen jullie er zelf aan om die discussie te eindigen? En wat kunnen wij eraan doen? Dhr. Stevens: wat wij kunnen doen is op grond van de afspraken die zijn gemaakt, daar over in gesprek gaan met de inkopers. Op casuïstiekniveau is wel overleg tussen medewerkers van Juvent en de medewerkers van de gemeente Middelburg en andere gemeenten. Daar proberen problemen te tackelen, maar dat is een taai proces. Dhr. Wöhler: er is een ontzettende groei in de jeugdhulp, dat zien we ook landelijk. Waar komt die groei vandaan? Dhr. Stevens: de filosofie vanuit de Jeugdwet, die door veel gemeenten is overgenomen, is dat er meer zorgaanbieders komen en dat je meer passende zorg kunt vinden en niet afhankelijk bent van maar een paar aanbieders. De deuren zijn daardoor wagenwijd open te gaan. De bedoeling was ook om het aantal aanbieders in Zeeland terug te dringen.

Via onder aanneming zie je dat dat toch weer aan het groeien is. Er is veel keuze, maar daardoor is de infrastructuur verstoord en de complexe zorg komt in gevaar daardoor. Dhr. Wöhler: dus de aanbieders van jeugdzorg en de 4

Verslag Verdiepende Commissie 2 juni 2021

gemeente hebben een gezamenlijk belang. Ook om kosten beheersbaar te houden de kwaliteit van zorg. Misschien is een gezamenlijk actieplan een goede oplossing, of zijn jullie daar al mee bezig. Dhr. Stevens: doordat we nu in samenwerkingsverbanden zijn gaan werken heeft dat nog niet zo uitgewerkt zoals de bedoeling was. Misschien moeten we met meer gemeenten een aantal voorzieningen eenvoudiger financieren door niet steeds die beschikkingen te moeten aanvragen. Er zijn daar nu teveel mensen mee bezig. Er is ook vertrouwen nodig voor zulke samenwerking. Er is laatst een rapport verschenen over gemeenten die in een andere vorm van financieren zijn gaan werken met wederzijds vertrouwen en goede afspraken en die de kosten redelijk in de hand en de kwaliteit op orde gehouden. Dhr. Steketee: er is neem ik aan een relatie tussen Intervence en Juvent. Verwijst Intervence door aan Juvent? Neemt het aantal kinderen dusdanig toe dat de huisvesting moet worden aangepast? Dhr. Stevens: Intervence plaatst inderdaad kinderen bij ons. Op dit moment is er geen huisvestingsprobleem en hebben wij overzienbare wachtlijsten. Mw. Bos: komt de residentiele zorg die nu nog goed loopt in Zeeland, ook onder druk te staan? Dhr. Stevens: ja, dat klopt. Je wilt zoveel mogelijk in voorliggende voorzieningen helpen. Maar er blijft altijd een groep kinderen die dat nodig blijft hebben.

Als is plaatsing in een groep de laatste stap. Dhr. Beekman: als je de Zeeuwse situatie vergelijkt met bijvoorbeeld die in Friesland, wat zijn de dingen waarin wij het heel goed doen en wat kunnen we leren? Dhr. Stevens: wat in potentie goed was geregeld maar in de uitvoering nog niet helemaal, was de centrale inkoop organisatie ook gezien de schaal van de Provincie. Maar door bezuinigingen zijn we naar nieuwe aanbestedingen gegaan en een contract met randvoorwaarden, de druk op het geld is enorm groot geworden. Voor gemeenten die met de rug tegen de muur staan, maar ook in het veld. Wat ik net al aangaf, is dat het Jonker Verweij rapport laat zien hoe andere gemeenten dat anders ingericht hebben en daar kunnen we wel van leren in Zeeland. Wat kun je lokaal en provinciaal organiseren. We proberen wel samenwerkingsverbanden te leggen. Je moet beleid en inkoop goed en consequent houden. Daar zit een spanningsveld. Dhr. Louws: op welke manier worden jullie betrokken bij overleggen voor verbeteringen? Dhr. Stevens: we zitten niet zo zeer bij overlegtafels WMO maar wij overleggen periodiek met de transformatiemanager en de directeur inkoop jeugdorganisatie. Wij zitten niet bij gemeenten aan overlegtafel. Daar is vast wel winst te behalen maar het is voor ons, Juvent niet te doen om overal bij te zitten.

Als je overal moet participeren, daar hebben wij de personele capaciteit niet voor. Maar er moet wel aansluiting komen tussen lokaal en provinciaal.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10218914/2