toelichting bij inspreektekst dorpsver Nieuw en St. Joosland
Tekst van het document
Toelichting bij inspreek tekst van DVN “omgevingsvisie” d.d. 22-01-2024. 1* Omvang ontsluiting Oever Veersemeer. In het eind rapport van Tridee wordt onderstaand gebied ingekaderd.
2*. Wat er al niet meer speelt aan uw oostelijke flank. a) b) c) d) e) f)
De toekomst van het vliegveld. Ontwikkelingen in de landbouw. En het bijbehorende landbouwverkeer. Stijgende vraag aan energie voor beoogde waterpakr. De (water) recreatie met bijbehorende mobiliteit. Verblijf voor benodigde werknemers. Ondergrondse infrastructuur t.b.v. duurzaam opgewekte energie op zee.
3* Zoekgebied. Bij de ontwikkelkaart wordt melding gemaakt van “mogelijke locaties kleinschalige windmolens bij agrarische bedrijven” en “zoekgebied energielandschap”. Wat in lijn ligt met de zin “OP EEN AANTAL NADER AAN TE WIJZEN LOCATIES ZIJN ONDER VOORWAARDEN. KLEINE WINDMOLENS OP HET LAND AANVAARDBAAR “. Maar als we verdere lezen staat daar dat er uitsluitend in de nieuwlandpolders dergelijke molens mogen komen. Wie gelooft er dan nog dat we het hebben over mogelijke locaties of een zoekgebied? En als het gaat om kleinschalige windmolens. Er staat er al één, zij het dan niet bij een agrarisch bedrijf dus een visie is niet meer nodig (Derdeweg). Wel een verankerd beleid dienaangaande. 4* Ondergrondse infra structuur. De netbeheerder kampt voorlopig nog met congestie in het energienetwerk. En waarschuwt u daar ook voor in zijn reactie. Door als argument te noemen, de aanwezige (ondergrondse) infrastructuur geeft de visie aan gebruik te willen maken van die infra om vervolgens het net verder te belasten. Wij willen ook verduurzaam zijn maar hebben daar een ander beeld bij. Bijvoorbeeld, accu’s inzetten als dag opslag voor onze openbare verlichting bijvoorbeeld.
5* Novex gebeid. De nu aangevoerde argumenten ter verdediging van deze visie zijn tegenstrijdig met andere kaders. Zo werd recentelijk nog het landelijk beleid aangaande zon op land aangescherpt. Waardoor zon op dak een nadrukkelijk grotere voorkeur heeft gekregen. Ook de provinciale verordening geeft een soort gelijke prioriteit aan voor de productie van duurzaam energie. Zo staat er in de “ontwerp omgevingsverordening van de provincie”: Artikel 5.10 Windenergie 1. Een omgevingsplan kan voorzien in de realisatie van een nieuwe windturbine, met een hogere tiphoogte dan 21 meter, binnen een globaal aangegeven windenergie concentratielocatie als bedoeld in Bijlage XIV. 2. Buiten een globaal aangegeven windenergie concentratielocatie als bedoeld in Bijlage XIV wordt in een omgevingsplan de vervanging van een, op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, bestaande windturbine met een hogere tiphoogte dan 21 meter, door een turbine met een hogere tiphoogte dan de bestaande niet toegelaten. 3. Een omgevingsplan kan voorzien in de realisatie van een nieuwe windturbine op gronden die zijn gelegen buiten een windenergie concentratielocatie als bedoeld in Bijlage XIV als: a. er sprake is van een ligging langs een grootschalige infrastructuurlijn; of b. er sprake is van een ligging op of grenzend aan een grootschalig bedrijventerrein. 4.
De motivering bij het omgevingsplan waarin een nieuwe windturbine wordt toegelaten op gronden buiten een windenergie concentratielocatie als bedoeld in Bijlage XIV maakt aannemelijk dat: a. omgevingskwaliteiten zich niet tegen de nieuwe concentratielocatie verzetten; en b. de windturbine is gesitueerd in een cluster of een lijnopstelling van ten minste drie windturbines. Artikel 5.11 Zonne-energie 1. Een omgevingsplan kan voorzien in de realisatie van een opstelling voor zonne-energie binnen bestaand stedelijk gebied. 2. Een omgevingsplan kan voorzien in de realisatie van een opstelling voor zonne-energie buiten bestaand stedelijk gebied op een locatie: a. grenzend aan bestaand stedelijk gebied; b. op of grenzend aan een bouwvlak; c. op of grenzend aan een bedrijventerrein; 68 d. op of grenzend aan grond waarop glastuinbouw is toegestaan; e. op of grenzend aan grond waarop een nutsvoorziening, stortplaats, opstellingen voor zonneenergie of windenergie is toegestaan; f. op grond waarop infrastructuur is toegestaan;
g. of op grond waarop water is toegestaan. 3. De motivering bij een omgevingsplan waarin wordt voorzien in de realisatie van een opstelling voor zonne-energie buiten bestaand stedelijk gebied maakt aannemelijk dat: a. de opstelling voor zonne-energie ruimtelijk ondergeschikt is aan de inrichting of het gebruik van de grond, bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met d; b. op grond waar water is toegestaan: er geen significant nadelige effecten zijn voor natuur, recreatie, waterkwaliteit of visserij; en c. de omgevingskwaliteiten zich niet tegen de opstelling van zonne-energie verzetten. 4. Op locaties waar op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, krachtens een omgevingsplan, kan worden voorzien in de realisatie van een opstelling voor zonne-energie, wordt de afwijking van de regels niet vergroot. Verder kan ik nog wijzen op de brief aan de voorzitter der tweede kamer van minister d Jong d.d.2610-2023. Aandeel. Omdat er in genoemde polders nog slechts enkele agrariërs (< 10) te vinden zijn, mag ervan uit gegaan worden dat het effect van “kleine molens” op de verduurzaming van Middelburg verwaarloosbaar klein is. Ongelijke behandeling. Wat te denken van agrariërs op andere locaties? Worden die niet achtergesteld in deze visie? “In Middelburg zullen kleinschalige windmolens dan ook alleen in de nieuwlandpolders worden toegestaan”. Regionale energie strategie.
Er wordt aangevoerd dat Middelburg op termijn in haar eigen energie vraag moet voorzien. Wat beweegt u er dan toe om het NOVEX gebeid aan te halen in uw verweer? 6* Heeft de A 58 nog bestaansrecht over 20 jaar? Te groot voor Middelburg. Maar uw visie in deze is van belang. In de visie kan de vraag worden gesteld of deze autosnelweg nog wel een toekomst heeft op Walcheren? Na het wegvallen van de voormalige belangen in Vlissingen. Of moeten er meer van dergelijke wegen komen? Uw visie kan in deze discussie van belang zijn. Terwijl Vlissingen, de provincie en het rijk aan de verdere ontwikkeling werken, hult u zich in stilzwijgen. (Zie recente bericht in de PZC van 23-11 j.l.) Aansluitend hierop zien wij dat de kansen die worden geboden door de noodzakelijke ontsluiting van de zuidoever aan het Veerse meer. De kansen die zich daar voordoen worden naar onze mening onvoldoende benut in uw beeldvorming. En wat te denken van ruimte creëren voor woningbouw?
*7 Zeeuwse Bosvisie Blz 62
*8 Kwaliteitsnetwerk landbouwverkeer Zeeland 2022. Dat hierin niet slechts een uitdaging schuilt voor Middelburg wordt ook door de provincie onderschreven! Wij verwijzen derhalve naar het kwaliteitsnetwerk landbouwverkeer Zld. 2022 Blz 16 uit het “Kwaliteitsnetwerk Landbouwverkeer Zld. 2022”
Tot slot noemen wij het woon- werkverkeer. De mogelijkheden van bijvoorbeeld “doorfietspaden” waarmee Middelburg verbonden kan worden met bedrijventerreinen maar ook met de kust.