rvs Oprichting St. Waarborgfonds Veiligheidsregio's
Tekst van het document
raadsvoorstel datum vergadering
5 juli 2023
volgnummer
onderwerp
Oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s
behandelen in raadscommissie
Algemeen Bestuur
portefeuillehouder
Harald Bergmann Veiligheid Marinus Willemsen m.willemsen@middelburg.nl 0118 675 435
programma behandeld door e-mail telefoon
Conceptbesluit
De raad besluit: 1. Geen wensen en bedenkingen ten aanzien van de oprichting van en deelname aan de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s kenbaar te maken. Aanleiding
In de afgelopen jaren is. mede door een aantal voorvallen, het bewustzijn gegroeid dat het uitoefenen van het brandweervak risico’s met zich meebrengt. De veiligheidsregio’s zijn zich hiervan zeer bewust. De samenwerkende veiligheidsregio’s hebben daarom enkele jaren geleden het initiatief genomen om gezamenlijk aan de slag te gaan met het thema ‘Goed werkgeverschap na dienstongevallen’. Om die reden is het project risicomanagement en verzekeringen opgestart, met als doel landelijke lijnen te formuleren. Het Veiligheidsberaad heeft op 1 juli 2022 besloten tot oprichting van een stichting expertisebureau risicobeheer voor de veiligheidsregio’s. Dit expertisebureau risicobeheer voorziet in de ondersteuning bij afhandeling van ongevallen en gezamenlijke inkoop van een ongevallenverzekering. Zoals aangekondigd bij het besluit rondom de oprichting van het expertisebureau, waarvoor u in de raad van 9 juni 2022 heeft besloten geen wensen en bedenkingen kenbaar te maken, wordt daarnaast een waarborgfonds opgericht. Dit waarborgfonds wordt gebruikt om in ieder geval nietverzekerbare risico’s af te dekken. Achtergrond Ten tijde van de regionalisering van de brandweer zijn de aanspraken bij ongevallen, zoals die golden bij de gemeentelijke en regionale brandweren, via nieuwe verzekeringspolissen samengevoegd.
Hierbij is veelal geen bewuste afweging gemaakt rondom aanspraken bij ongevallen. Onder meer door versterkte onderlinge samenwerking van veiligheidsregio’s op dit vlak, is een toenemend bewustzijn ontstaan over de aard en hoogte van aanspraken van medewerkers als gevolg van ongevallen tijdens het werk. In de loop van de tijd bleek dat de dekking van de ongevallenverzekering niet in alle gevallen (meer) aansloot bij de verwachtingen die zowel de veiligheidsregio als de medewerker hadden. Veelal spitst zich dit toe op de vraag of aan alle elementen van ongevalsdefinitie is voldaan, terwijl de medewerker evident letsel heeft opgelopen tijdens zijn werk. Daarnaast is sprake van een ‘verharding’ van de verzekeringsmarkt, wat inhoudt dat het aantal aanbieders afneemt, premies stijgen en voorwaarden versoberd worden. De verzekerbaarheid komt hierdoor onder druk te staan. Dit alles heeft bijgedragen aan de gedachte dat verzekeren ‘slechts’ een van de mogelijke opties is om financiële risico’s als gevolg van schade bij ongevallen op te vangen. In feite is daarmee de stap gezet van verzekeringsdenken naar risicodenken. Daarnaast zou de aanspraak leidend moeten zijn voor de medewerker, in plaats van de verzekering.
Door onderling samen te werken en verbindingen te leggen met externe expertise in bestuurlijke context, wordt ervoor gezorgd dat de verzekeringsfunctie minder kwetsbaar wordt ingevuld. De deelnemende veiligheidsregio’s storten jaarlijks een bijdrage in het waarborgfonds. Indien op grond van de Landelijke Regeling Aanspraken na Dienstongevallen een uitkering moet worden gedaan aan een medewerker die 1
een dienstongeval heeft gehad én deze aanspraak niet gedekt wordt door de ongevallenverzekering, dan volgt een betaling uit het waarborgfonds aan de betreffende veiligheidsregio. Die gebruikt vervolgens de vergoeding om de aanspraak van de medeweker te betalen. Aanpak Om invulling te geven aan deze uitdagingen is door de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) het project risicomanagement en verzekeringen gestart, om via landelijke samenwerking antwoord te vinden op bovenstaande ontwikkeling. Op 1 juli 2022 heeft het Veiligheidsberaad besloten tot de daadwerkelijke oprichting van een stichting expertisebureau risicobeheer. Dit expertisebureau is per 12 oktober 2022 feitelijk opgericht en deze bereidt nu een vergunningsaanvraag bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) voor. De stap die nu wordt gezet is het komen tot een stichting, als aangewezen rechtsvorm voor het waarborgfonds. Effect
Het uiteindelijke doel/beoogde effect van het project risicomanagement en verzekeringen is: landelijk te komen tot één set van aanspraken bij dienstongevallen; collectief één ongevallenverzekering in te kopen (voor verzekerbare aanspraken); een waarborgfonds op te richten om een oplossing te bieden voor (in ieder geval) de niet-verzekerbare aanspraken; een landelijk expertisebureau op te richten dat kan adviseren en bemiddelen; strategische samenwerkingsverbanden aan te gaan.
Argumenten
Op 16 december 2022 heeft het Veiligheidsberaad het principebesluit genomen tot oprichting van de stichting waarborgfonds veiligheidsregio’s, waarmee de veiligheidsregio’s in ieder geval de niet-verzekerbare aanspraken na dienstongevallen in gezamenlijkheid kunnen dragen. In het kader van goed werkgeverschap is het van belang dat ook Veiligheidsregio Zeeland aansluit bij deze stichting. Het gaat dan om met name schades die het gevolg zijn van bedrijfsongevallen, waarbij verzekeringsmaatschappijen een uitkering uitsluiten op grond van verjaring of moeilijk aantoonbare causaliteit; men moet hierbij denken aan bijvoorbeeld barotrauma bij duikers en PTSS bij brandweerpersoneel. Collectiviteit is daarbij voor een redelijk kleine regio als Zeeland van belang. Met het expertisebureau risicobeheer kunnen veiligheidsregio’s collectief een ongevallenverzekering inkopen en per 1 januari 2024 schades afwikkelen. Voor VRZ geldt dat in verband met een lopend contract deelname aan de collectieve verzekering ingaat per 1 januari 2025. Op termijn kunnen ook andersoortige risico’s door dit expertisebureau worden opgepakt. Hiermee ontstaat een professionele organisatie die invulling geeft aan het risicobeheer van de veiligheidsregio’s. Of en in welke mate VRZ gebruik gaat maken van andere collectieve aanbestedingen zal per geval worden beoordeeld.
Door deelname aan het waarborgfonds kan VRZ samen met de andere deelnemende veiligheidsregio’s gezamenlijk de Landelijke Aanspraken na Dienstongevallen financieren voor zover deze niet verzekerd zijn. Deelname aan het waarborgfonds is vrijwillig. De minimale deelname aan het waarborgfonds is vijf jaar. Voor het waarborgfonds is een verdeelsleutel overeengekomen op basis van inwoneraantal. Deze verdeelsleutel wordt na de eerste periode van vijf jaar geëvalueerd. Beoogd wordt dat de deelnemers jaarlijks een bijdrage storten in het waarborgfonds. Indien er op grond van de Landelijke Regeling Aanspraken na dienstongevallen een uitkering dient te worden gedaan aan een medewerker die een dienstongeval is overkomen én deze aanspraak niet gedekt wordt door de ongevallenverzekering, dan volgt een betaling uit het waarborgfonds aan de veiligheidsregio. De veiligheidsregio gebruikt deze vergoeding vervolgens om de aanspraak van de betreffende medewerker mee te betalen. Het financiële risico dat VRZ momenteel loopt bij niet-verzekerde aanspraken van (brandweer)personeel na een dienstongeval wordt door deelname aan het waarborgfonds gedekt. Als VRZ niet deel zal nemen aan het waarborgfonds, betekent dat de niet-verzekerde aanspraken zelf moeten worden gedragen. Naar verwachting levert de samenwerking in een waarborgfonds op termijn een besparing op doordat de 2
verhouding schade-premie van de ongevallenverzekering ongeveer 1:2 is. Reeds bij deelname van een beperkt aantal veiligheidsregio’s is het opportuun om het waarborgfonds op te richten, omdat de nietverzekerbare aanspraken die gelden op grond van de Landelijke Regeling Aanspraken na Dienstongevallen anders door de individuele veiligheidsregio gedragen worden. Naar verwachting zullen de kosten voor de VRZ dalen door een gezamenlijke inkoop van de ongevallenverzekering en het collectief afhandelen en registreren van schades.
Kanttekeningen
Jaarlijks moeten de deelnemende veiligheidsregio’s op basis van een verdeelsleutel een bijdrage aan het waarborgfonds betalen. Het budget is geen vast gegeven. Zo kunnen marktontwikkelingen gevolgen hebben op de premie. Daarnaast verschillen de veiligheidsregio’s onderling in de dekking als op de verzekerde groepen. Een minder omvangrijke dekking alsook een beperktere omvang van de groep leidt tot een lagere premie. Ook kan de premie van de veiligheidsregio beïnvloed worden door een negatieve schadelastontwikkeling. Er staat dat deelname aan het waarborgfonds geen extra kosten voor de gemeenten oplevert en mogelijk op zelfs leidt tot een besparing. Echter, wij kunnen niet inschatten hoe groot het risico is dat er een groter beroep wordt gedaan op het waarborgfonds dan dat er aan middelen beschikbaar is. Dit kan weer tot gevolg hebben dat er een extra bijdrage van de deelnemers noodzakelijk is en dat de veiligheidsregio vervolgens een verzoek tot extra bijdrage aan de gemeenten doet.
Financiën
Wat mag het kosten? Het voorstel waarborgfonds is gebaseerd op de Landelijke Regeling Aanspraken na Dienstongevallen, waarmee een landelijk uniform kader ontstaat van aanspraken. De financiering van deze aanspraken krijgt vorm door deze aanspraken deels te verzekeren en deels bij het waarborgfonds onder te brengen. Een van deze uitgangspunten bij het voorstel is kostenneutraliteit vanuit landelijk perspectief. Op dit moment is dit € 4.100.000,-. Het andere financiële uitgangspunt is de verdeelsleutel op basis van inwoneraantal. VRZ betaalde in 2022 € 97.116,- aan premie ongevallenverzekering. Op basis van de verdeelsleutel inwoneraantal wordt de bijdrage van VRZ per 2024 € 91.269,- per jaar. Voor deelname is een entree-inleg vereist gelijk aan de inleg van het eerste jaar met het oog op de te bouwen liquiditeit van het waarborgfonds in geval van een calamiteit in de eerste jaren. Deze entree-inleg wordt gerestitueerd zodra de liquiditeit van het waarborgfonds dit toelaat. Ook na beëindiging van de deelname geldt dat restitutie plaatsvindt indien en zodra de liquiditeit van het waarborgfonds dit toelaat. Hoe gaan we dat financieren? VRZ kan deelname aan het waarborgfonds financieren uit de huidige begroting. Dit voorstel levert (op dit moment) geen extra kosten op voor de gemeenten. Zijn er significante gevolgen or het weerstandsvermogen? Nvt
Duurzaamheid
Nvt Communicatie en participatie
Het AB van de VRZ wordt na besluitvorming schriftelijk in kennis gesteld van uw besluit. Uitvoering
Het Algemeen Bestuur wordt op 7 juli 2023 gevraagd na weging van de ontvangen wensen en bedenkingen definitief in te stemmen met de oprichting van het waarborgfonds. 3
De RCDV stelt de statuten van het waarborgfonds op en informeert het Veiligheidsberaad hierover. Bij het oprichten van de stichting wordt, gelet op de onderlinge samenhang, ook rekening gehouden met de structuur van het expertisebureau. De formele oprichting van het waarborgfonds volgt zo spoedig na de definitieve besluitvorming in het Veiligheidsberaad. Beoogd wordt om het waarborgfonds per 1 januari 2024 operationeel te hebben met het oog op de invoering van de Landelijke Regeling Aanspraken na Dienstongevallen en de ingangsdatum van de gezamenlijke ongevallenverzekering. Advies ingewonnen bij adviesorgaan?
Nvt Bijlagen
Brief Veiligheidsregio Zeeland over wensen en bedenkingen oprichting stichting waarborgfonds veiligheidsregio’s Concept ontwerpbesluit oprichting stichting waarborgfonds veiligheidsregio’s Concept brief aan VRZ
Middelburg, 6 juni 2023 Burgemeester en wethouders van Middelburg de secretaris,
mr. A. van den Brink de burgemeester,
mr. H.M. Bergmann
4