RM 2022 05 30 Bijlage 1 Nota risico grondbedrijf Middelburg 2021-2041
Tekst van het document
GRONDBEDRIJF MIDDELBURG 2021-2041 openbare samenvatting doorrekening en risicoanalyse per februari 2022
Wilbert Dingemanse Ad van den Kieboom Leefomgeving Maart 2022
Afbeeldingen voorzijde: Atalantalaan (Essenvelt) en Korhoenstraat (Veersepoort)
1.
INLEIDING EN VERANTWOORDING
Per peildatum februari 2022 is weer een nieuwe doorrekening gemaakt van het grondbedrijf van de gemeente Middelburg voor de periode tot en met 2041. Het resultaat daarvan is te vinden in de vertrouwelijke nota ‘Grondbedrijf Middelburg 2021-2041, doorrekening en risicoanalyse per februari 2021’. De vorige doorrekening waarmee vergeleken wordt dateert van februari 2021. Naast een basisscenario is ook een risicoscenario uitgewerkt. Tevens wordt ingezoomd op een aantal specifieke risico’s. De berekeningen en analyses dateren van februari, met een uitloop naar begin maart. De tekst is eind maart afgerond. De genoemde nota is net zoals haar voorgangers vertrouwelijk en uitsluitend bedoeld voor intern gebruik. Om die reden is deze openbare samenvatting gemaakt. Deze kent grotendeels dezelfde opzet als de doorrekening zelf, waarbij vertrouwelijke informatie (inclusief de meeste bijlagen eruit is gehaald en de tekst deels is samengevat. De nummering van de hoofdstukken en paragrafen correspondeert met die uit de complete doorrekening. Ad van den Kieboom en Wilbert Dingemanse, Maart 2022
-3-
2.
BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN DE VORIGE DOORREKENING (FEBRUARI 2021)
De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige doorrekening zijn: 1.
2.
Aangepaste scenario’s bedrijventerrein Basisuitgangspunt is ook hier de fasering uit de vorige doorrekening, rekening houdend met de verkopen die in 2021 op de locatie Mortiere bedrijven Zuid hebben plaatsgevonden, alsmede de lopende reserveringen hiervoor. Ook voor bedrijven geldt dat er geen actuelere prognoses beschikbaar zijn gekomen dan die vorige jaren al beschikbaar waren. 3. Nieuw vastgestelde exploitatieopzet voor de locatie Koudekerkseweg 14 en in 2021 herziene opzetten voor een aantal lopende exploitaties 4. Nieuwe uitgangspunten voor enkele locaties a. Stromenpoort. De nog uit te geven bouwgrond in het plan Stromenpoort is in beeld voor realisatie van flexwonen. In deze doorrekening is als uitgangspunt genomen dat dit plan doorgaat en dat alle grond ten behoeve van dit project kan worden verkocht tegen de prijs die geldt op basis van de meest recent vastgestelde exploitatieopzet (2016). b. Herstructurering Arnestein vastgoed ontwikkeling. In de commissie Ruimte en gemeenteraad van januari en februari is een herziening van de oorspronkelijke opzet besproken waarbij het karakter verschoof van grondexploitatie in de richting van vastgoedexploitatie met een daarbij behorend investeringsniveau. Deze opzet is nog niet vastgesteld. In de raadsvergadering van februari staakten de stemmen zodat het nu weer in april op de agenda staat.
Als uitgangspunt is genomen dat deze herziene opzet vastgesteld zal worden.
Scenario’s woningbouw De scenario’s zijn in grote lijnen identiek aan die van de vorige doorrekening. Voor 2022 zijn meer verkopen opgenomen, dat is omdat een aantal verkopen die in de vorige doorrekening in 2021 waren gedacht niet in dat jaar maar pas in 2022 gerealiseerd zullen worden. Oorzaak van dit later verkopen zijn in het algemeen ruimtelijke procedures die later gestart zijn dan gepland (Rittenburg III), in afwachting waren van een uitspraak van de Raad van State over ingesteld beroep (Veersepoort fase V), of waarover juridische procedures lopen (Mortiere). In de voorgaande doorrekeningen werd het basisscenario onderbouwd op basis van de woningmarktafspraken 2016-2025 (2018) en diverse onderzoeken. De woningmarktafspraken lopen op hun eind en de onderzoeken zijn gedateerd. Er wordt zowel aan nieuwe woningmarktafspraken gewerkt als een nieuwe woonvisie waarvoor diverse onderzoeken uitgevoerd (gaan) worden. Ook zijn we in afwachting van een nieuwe huishoudensprognose vanuit de provincie. Het heeft gelet op de ontwikkelingen op de woningmarkt geen zin om aansluiting te zoeken bij deze verouderde cijfers. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat de vraag naar woningbouw groter is dan in deze stukken werd aangenomen, zeker voor de korte termijn.
-4-
c.
5.
Swerfrust. Als programma waarmee gerekend is, is nu uitgegaan van 75% appartementen in de sociale huur en 25% vrije bouwkavels. Aangepaste parameters/eenheidsprijzen/verkoopprijzen Voor rente is nu langdurig van 1,6% uitgegaan conform de rentepercentages bij de jaarlijkse richtlijnen voor de planning en controlcyclus. Ten opzichte van 2021 zijn de eenheidsprijzen voor bouw- en woonrijp maken waarmee gerekend is met gemiddeld 10 % verhoogd. De uitgifteprijzen voor bouwgrond zijn aangepast aan prijspeil 2022. Ten opzichte van vorig jaar zijn deze prijzen in de meeste exploitaties met circa 5% verhoogd. In enkele exploitaties is uitgegaan van extra verhoging, bijvoorbeeld omdat taxatierapporten aangeven dat de gehanteerde prijzen wel erg behoudend waren (geldt met name voor de prijsstelling van grote landhuiskavels in een aantal plannen). Vanaf 2023 wordt in beginsel uitgegaan van een prijsstijging van 2% zowel voor wat betreft opbrengsten als te maken kosten.
-5-
3.
UITGANGSPUNTEN BEREKENINGEN
3.1 Algemene uitgangspunten Bij het opstellen van de doorrekening wordt rekening gehouden met diverse beleidsdocumenten en afspraken met andere overheden en met de corporaties. De belangrijkste daarvan zijn: Het actieplan grondbedrijf; De eind 2019 en begin 2020 door de Stec Groep opgeleverde onderzoeken naar de Zeeuwse en Walcherse woningmarkt; De bevolkings- en huishoudensprognose van de provincie Zeeland; De woningmarktafspraken voor de regio Walcheren, zoals deze eind 2018 tussen de drie gemeenten zijn gemaakt en die in mei 2019 door de provincie bekrachtigd zijn; De Nota grondbeleid van de gemeente (2016 en de voorgestelde aanpassing 2021); De Kwaliteitsatlas Middelburg 2030; Gemaakte afspraken met de corporaties; Vastgestelde exploitatieopzetten; Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
Gemeente Middelburg Veere Vlissingen Totaal Walcheren
De afbeelding hiernaast geven de belangrijkste conclusies weer uit de bevolkings- en huishoudensprognose van de provincie zoals deze zijn weergegeven in het betreffende rapport (figuur bevolkingsontwikkeling) en in de rapportages van de Stec Groep (ontwikkeling aantal huishoudens).
-6-
Groei huishoudens
Groei huishoudens
2019-2029
2029-2040 1.769
1.169
248
-238
692
17
2.709
948
Parameters grondbedrijf De parameters voor prijs- en opbrengststijging zijn ten opzichte van de vorige doorrekening niet gewijzigd en in lijn met de Outlook Grondexploitaties 2022 zoals die door Metafoor is uitgebracht. Wel zijn, naar prijspeil 2022 toe, de gebruikte eenheidsprijzen verhoogd (gemiddeld 10%). Berekeningen zijn op prijspeil 2022, zodat prijs- en opbrengststijging vanaf 2023 wordt berekend. Het te hanteren rentepercentage vanaf 2022 is 1,6%. Dit percentage is overgenomen uit de jaarlijkse richtlijnen voor de planning en controlcyclus. De werkelijke rente over 2021 was 1,4%. Rente
Kostenstijging Opbrengstenstijging Onvoorzien
Voorbereiding en toezicht
Woningmarkt De spanning op de woningmarkt is het afgelopen jaar alleen maar toegenomen en in Middelburg is dat niet anders. Dit uit zich in: Stijgende verkoopprijzen van woningen (landelijk per woning in 2021 +20,7%, in 2020 was dat +11,6%, voor de Zeeuwse eilanden respectievelijk +15,5% en +7,2%). Niet alleen stijgende verkoopprijzen per woning maar ook per m² gebruiksoppervlakte (landelijk per m² in 2021 +21,4%, in 2020 was dat +10,6%, voor de Zeeuwse eilanden respectievelijk +18,9% en +9,4%). Daling van het aantal transacties (landelijk 2021 met 23% en op de Zeeuwse eilanden met 28%) door het ontbreken van aanbod. De vraag neemt daarentegen alleen maar toe.
1,6% voor bouwgrond in exploitatie (bie), aan de strategische gronden (mva) mag geen rente worden toegerekend 2,0% per jaar 2,0% per jaar 15% in haalbaarheidsberekeningen, 10% in lopende exploitaties als onderdeel van het bouw- en woonrijp maken 12% over de nog te maken kosten van het bouw- en woonrijp maken of op basis van een urenraming
In het vierde kwartaal van 2021 kende Nederland de krapste bestaande woningmarkt van deze eeuw. In de publicaties van de NVM wordt een krapte-indicator berekend waarbij het aanbod aan het begin van het kwartaal wordt gedeeld door het aantal transacties in dat kwartaal. Dit wordt beschouwd als een benadering van het aantal keuzemogelijkheden dat een potentiële koper op de woningmarkt heeft. Deze indicator bereikte in het 4e kwartaal van 2021 zijn laagste punt ooit (Nederland 1,3 en Zeeuwse eilanden 1,6). Dit ondanks de daling van het aantal transacties. Dat betekent dat met name het aanbod sterk afgenomen is. De verkooptijd in de regio Zeeuwse eilanden was al kort, maar is in 2021 nog meer gezakt ten opzichte van 2020 (van 30 naar 25 dagen). Er staan ook steeds minder woningen te koop. Op 23 maart 2021 zijn er in de stad Middelburg via Funda 125 woningen te koop. Dat is iets meer (als gevolg van te koop aangeboden nieuwbouw) dan eind 2020 (107) maar nog steeds aanzienlijk minder dan eind 2019 (213). Dit is inclusief woningen
3.2 Analyse huidige marktsituatie Een (beperkte) analyse van de markt binnen de gemeente, waarbij wordt gekeken naar de woningmarkt en de markt voor bedrijven, kantoren en detailhandel.
-7-
in onderhandeling of onder bod. Vrij beschikbaar zijn er 65 woningen. Afgelopen twaalf maanden werden er 473 woningen verkocht (was vorig jaar 604). Ter vergelijking: half 2015 stonden er in Middelburg nog circa 550 woningen te koop.
bedrijventerrein Zuid zijn de afgelopen jaar voorspoedig verlopen. Ook voor Mortiere Ensemble is belangstelling maar hier hebben nog geen daadwerkelijke verkopen plaatsgevonden. De bedoeling is om meer aanbod te scheppen, zowel door herstructurering (Ramsburg hoogwaardig bedrijventerrein, ook geschikt voor kleinere bedrijven) als door een nieuwe locatie (Trekdijk) te ontwikkelen, waardoor er op Arnestein ook weer ruimte vrij kan komen voor wat kleinere bedrijven. De ontwikkeling van Trekdijk heeft vertraging opgelopen als gevolg van het participatietraject en het langer duren van politieke besluitvorming dan waar rekening mee was gehouden. In 2021 is het bestemmingsplan voor de eerste fase vastgesteld. Hiertegen is beroep ingesteld. In 2022 wordt een uitspraak verwacht.
In Arnemuiden stonden op 23 maart 2021 slechts negen woningen te koop (waarvan vijf beschikbaar). De krapte doet zich voor in alle segmenten van de woningmarkt en alle woningtypes. Ook in het eigen grondbedrijf merken we dat de vraag groot is. In alle woningbouwplannen verloopt de verkoop van zowel kavels als woningen uitstekend. De reden dat dit in 2021 nog niet heeft geleid tot grote grondverkopen komt enerzijds door vertragingen in het bouwrijp maken en anderzijds door oponthoud als gevolg van beroeps- en andere procedures. Ook de planvorming voor nieuwe locaties kan geen gelijke tred houden met de ontwikkeling van de vraag. Hierdoor is de omzet tot nog toe aanzienlijk lager dan mogelijk zou zijn geweest bij voldoende gereed (bouwrijp) aanbod. De verwachting is dat in 2022 en 2023 een belangrijk deel van deze achterstand kan en zal worden ingelopen, omdat diverse woningbouwplannen begin 2022 in verkoop zijn gegaan (Veersepoort, Essenvelt, Rittenburg, Sint Laurens). Het is wel zaak om de planvorming voor nieuwe ontwikkelingen voortvarend aan te pakken om een nieuwe dip in 2024 en daarna te voorkomen.
Kantoren en detailhandel In Zeeland is de omvang van de kantorenmarkt beperkt en worden nauwelijks kantoren op risico gebouwd. De markt bestaat vooral uit eigenaren/gebruikers. Uitgangspunt is dat de vraag redelijk beperkt zal blijven en dat het vooral zal gaan om verhuizingen vanuit bestaande kantoren. Naast de kantorenlocaties die al bestemd of in voorbereiding zijn (Ramsburg, Veldzigt) worden geen nieuwe locaties voorbereid. Gelet op de beperkte kantorenmarkt is bij Ramsburg gekozen om ook andere representatieve bedrijven mogelijk te maken langs de nieuwe Oostperkweg. Inmiddels hebben zich diverse bedrijven maar ook nieuwe kantoren op Ramsburg gevestigd en is er nog steeds concrete belangstelling van verschillende organisaties voor nieuwe (veelal kleinere) kantoren. In 2020 is bovendien gestart met de bouw van het laatste kantoorpand op de locatie Park Veldzigt. De bouw hiervan is inmiddels afgerond.
Bedrijven Ook voor bedrijventerrein is sprake van nog steeds toenemende belangstelling. De verkopen op Ramsburg en vooral Mortiere
-8-
In de detailhandel in het centrum van Middelburg is weinig leegstand. Dit is opmerkelijk als dit wordt vergeleken met de andere steden in de regio zuidwest. Uitbreiding van het stadswinkelcentrum wordt niet verwacht. In Dauwendaele werd geprobeerd het bestaande winkelcentrum te herstructureren. Inmiddels is gebleken dat het niet gaat lukken om overeenstemming te krijgen met de verschillende eigenaren binnen de beschikbare budgetten, zodat dit niet door zal gaan. De gemeente heeft nu het ontmoetingscentrum verkocht en zal uit de opbrengst het openbaar gebied opknappen (parkeerterrein en passage). Een en ander speelt zich overigens af buiten het grondbedrijf.
vergelijkbaar met het programma uit de vorige doorrekening, wat aansloot op de gemaakte woningmarktafspraken (tot 2026). Voor de periode daarna werd en wordt met meer mogelijkheden rekening gehouden gelet op recentere bevolkingsprognose. Het basisscenario gaat wat programma betreft uit van ongeveer hetzelfde aantal voor de periode 2023-2042. Omdat in 2021 achterstand is opgelopen met gronduitgifte is het totale aantal vanaf 2023 100 woningen hoger dan in de vorige berekening. Gelet op de situatie op de woningmarkt is daarnaast nog een deel van de productie naar voren geplaatst. In de periode daarna zijn daar weer iets minder woningen opgenomen. Vergelijking woningbouwaantallen basisscenario
Landbouwgronden In 2016 en 2017 zijn de gronden waarvoor in de toekomst geen andere bestemming meer wordt overwogen dan agrarisch allemaal verkocht met uitzondering van de gronden in Cleene Hooge die voor een groot deel een agrarische bestemming zullen houden. De prijsontwikkeling is van belang om te bezien of de waardering van deze gronden nog marktconform is en ook voor wanneer er afgewaardeerd zou moeten worden. De prijzen voor agrarische gronden zijn, na eerdere stijgingen, in 2021 landelijk iets gedaald. Echter niet in die mate dat op dit moment verdere afwaardering aan de orde is omdat de waardestijgingen van voorgaande jaren nog niet teniet zijn gedaan en de prijsdaling nog niet in Zeeland is opgetreden.
Periode
berekening februari 2021
berekening februari 2022
2023-2027 2028-2032 2033-2037 2038-2042
1.140 515 310 180
1.380 400 275 190
Totaal
2.145
2.245
Voor de aantallen in 2023 (die opbrengsten geven in 2022) is er een bepaalde mate van zekerheid. Het gaat dan om woningen waarvoor inmiddels al een koopovereenkomst is gesloten of een betaalde optie is verleend. Verkopen zullen hoofdzakelijk vanaf het tweede kwartaal 2022 plaats vinden.
3.3 Uitgangspunten basisscenario: woningbouwprogramma De berekeningen in het basisscenario corresponderen met een woningbouwprogramma dat in de tabel hieronder is weergegeven. Tevens is weergegeven welk programma correspondeerde met de voorgaande berekening van februari 2021. Het nieuwe programma is
-9-
3.4 Uitgangspunten basisscenario: bedrijventerreinen De berekeningen in deze doorrekening corresponderen grofweg met een bedrijventerreinprogramma in de tabel hieronder.
Eerder is aansluiting gezocht bij de Prognose bedrijven Zeeland zoals die door de Stec Groep is opgesteld voor de provincie Zeeland. Voor Trekdijk werd tevens het rapport van Ecorys van februari 2017 als uitgangspunt genomen. De uitgifte die nu wordt voorzien ligt nog steeds aanzienlijk onder het historisch gemiddelde.
Vergelijking uitgifte bedrijventerrein basisscenario in ha Periode
berekening februari 2021
berekening februari 2022
2022 2023-2027 2028-2032 2033-2037 2038-2042
2,4 11,6 5,3 0,0 0,0
1,3 14,3 2,7 0,0 0,0
Totaal
19,3
18,3
3.5 Uitgangspunten reserve, voorziening en winstneming Het beleid ten aanzien van de reserve en voorziening grondbedrijf, alsmede dat ten aanzien van winst- en verliesneming is opgenomen in de Nota grondbeleid 2021. Met de Nota grondbeleid 2021 is een nieuwe norm voorgesteld waaraan in deze nota wordt getoetst. De uitgangspunten voor de voorziening zijn ongewijzigd. Het uitgangspunt voor winstneming is in de Nota grondbeleid 2021 in lijn gebracht met de door de commissie BBV zelf zo genaamde ‘stellige uitspraken’. In de praktijk werd de winstneming de afgelopen jaren ook al zo bepaald.
In deze tabel zijn overigens alleen de echte (bestaande of voorgenomen) bedrijventerreinen (Mortiere zuid en Trekdijk) betrokken, niet de meer bijzondere en/of kantoorachtige terreinen Ramsburg, Mortiere Ensemble en Stromenpoort. Deze richten zich op bijzondere doelgroepen die niet onder de scope van de studies naar behoefteraming voor bedrijventerreinen vallen.
Uitgangspunt uit de Nota grondbeleid is dat het grondbedrijf voldoende middelen moet hebben om: - verwachte verliezen op te kunnen vangen; - niet-verwachte verliezen (risico’s) op te kunnen vangen.
In 2021 is een aanzienlijk deel van de grondvoorraad in Mortiere Zuid verkocht en afgezien van ongeveer een halve hectare zijn voor het overige overeenkomsten getekend of reserveringen gegeven. Het is dus nagenoeg uitverkocht. Voor Trekdijk is een bestemmingsplan voor de eerste fase vastgesteld waar tegen beroep is ingesteld. Deze grond is dus nog niet beschikbaar, maar er is al wel belangstelling voor getoond.
Verwachte verliezen - Voorziening grondbedrijf Voor de verwachte verliezen op de bouwgrond in exploitatie (bie) geldt dat hiervoor een voorziening (voorziening grondbedrijf) gevormd moet worden. Voor de risico’s, die tot niet verwachte verliezen kunnen leiden, moet een buffer aanwezig zijn c.q. gevormd worden. Deze buffer is de reserve grondbedrijf, waarover later meer. De voorziening grondbedrijf wordt, op contante waarde, gevormd ten laste van de reserve grondbedrijf. Zodra de verlieslatende plannen worden afgesloten kon het
- 10 -
negatieve resultaat worden verrekend met het daarvoor beschikbare bedrag in de voorziening grondbedrijf.
Arnestein, Koudekerkseweg 14 en Trekdijk is een verliesgevende exploitatieopzet vastgesteld. De plannen Restkavels Veldzigt, Kruitmolenlaan, Waterpark Veerse Meer, Kanaalweg West, Rittenburg I/II en Sprencklaan zijn afgesloten. In deze complexen is (met uitzondering van een nalevering in het plan Sprencklaan) alle grond verkocht. Het gaat hier om bedragen voor nakomende kosten.
Per 31 december 2021 is het saldo van de voorziening grondbedrijf ruim € 5,2 miljoen. De specificatie hiervan staat in de tabel hieronder. Voorziening grondbedrijf per 31-12-2021
Restkavels Veldzigt
nakomende kosten
€
265.000
Kruitmolenlaan
nakomende kosten
€
6.000
Waterpark Veerse Meer
nakomende kosten
€
15.000
Kanaalw eg West
nakomende kosten
€
290.000
Rittenburg I/II
nakomende kosten
€
55.000
Sprencklaan
nakomende kosten
€
12.000
Mortiere Bedrijventerrein Zuid
verw acht verlies in exploitatie
€
1.854.000
Rittenburg III
verw acht verlies in exploitatie
€
555.000
Ramsburg Dampoorthof
verw acht verlies in exploitatie
€
506.000
Herstructurering Arnestein
verw acht verlies in exploitatie
€
535.000
Punt Arnestein
verw acht verlies in exploitatie
€
270.000
Ramsburg w atergang
verw acht verlies in exploitatie
€
243.000
Trekdijk
verw acht verlies in exploitatie
€
625.000
Koudekerksew eg 14
verw acht verlies in exploitatie
€
9.000
€
5.240.000
Totaal
Niet verwachte verliezen/risico’s - Reserve grondbedrijf De reserve grondbedrijf is bedoeld: - om risico’s in de grondexploitatie (niet zekere maar wel mogelijke verliezen) op te vangen (buffer); - om tijdig voorzieningen te kunnen vormen voor in de toekomst verwachte financieel nadelige (maar wel maatschappelijk gewenste) exploitaties; - om onvermijdbare verliezen op strategische aankopen (buiten exploitatie) op af te boeken. Voor de reserve grondbedrijf waren in de Nota grondbeleid 2021 normen vastgesteld: Op eindwaarde is het saldo van de reserve positief; Bij doorberekening van een risicoscenario is het saldo eveneens positief op eindwaarde; Bij doorberekening van een risicoscenario wordt de reserve de eerstkomende vijf jaar niet negatief; De reserve grondbedrijf dient minimaal 10% van de netto boekwaarde van de bouwgrond in exploitatie + 10% van de nog te maken kosten voor deze bouwgrond in exploitatie te zijn. Bij een hogere reserve kan desgewenst afgewogen worden om het meerdere in te zetten voor
Voor de plannen Mortiere bedrijventerrein zuid, Rittenburg III, Ramsburg Dampoorthof, Ramsburg watergang, Herstructurering Arnestein, Punt
- 11 -
-
andere doeleinden door dit meerdere saldo of een deel daarvan toe te voegen aan de algemene reserve van de gemeente. De reserve grondbedrijf is maximaal gelijk aan de boekwaarde van de bouwgrond in exploitatie (doelstelling actieplan grondbedrijf) plus de nog te maken kosten voor deze bouwgrond in exploitatie. Als de reserve boven deze norm komt vindt in elk geval afdracht plaats aan de algemene reserve van de gemeente.
- 12 -
4. DE DIVERSE LOCATIES In de berekeningen voor het grondbedrijf wordt onderscheid gemaakt tussen: 1. 2.
3.
van de gemeente) in beeld voor toekomstige ontwikkeling die al mee zijn genomen in deze doorrekening van het grondbedrijf.
Bouwgrond in exploitatie (bie) Dit zijn gronden waarvoor een exploitatieopzet is vastgesteld. Materiële vaste activa – strategische gronden Volgens de BBV zijn dit ‘overige gronden zonder vaste bestemming, die [op dit moment] geen onderdeel zijn van een transformatieproces’. Uitgangspunt hierbij is dat mogelijk op termijn een bouwgrondexploitatie wordt vastgesteld. Vanaf 2016 mogen geen kosten meer worden bijgeschreven op de boekwaarde zolang geen exploitatieopzet is vastgesteld. Voorraden/Overig. Dit betreft een tweetal bijzondere objecten. Een daarvan is het pand van de voedselbank wat, als de herziene exploitatieopzet herstructurering Arnestein wordt vastgesteld, aan dat gebied zal worden (terug) toegevoegd. Het tweede is de voormalige woonwagenlocatie aan de Nieuwlandse Dreef die nu een negatieve boekwaarde heeft doordat deze grond om niet is overgegaan naar het grondbedrijf met een tegemoetkoming voor toekomstige saneringskosten. Daarnaast zijn in deze categorie de exploitaties door private partijen (faciliterend grondbeleid) opgenomen. Deze mogen conform het BBV geen boekwaarde hebben.
In de vertrouwelijke versie worden alle locaties nader toegelicht met daarbij aangegeven de stand van zaken, verwacht financieel resultaat en de risico’s.
Naast gronden die al een boekwaarde hebben of waarvoor overeenkomsten zijn gesloten zijn er nog enkele locaties (in eigendom
- 13 -
5.
RISICO’S EN KANSEN
In de vertrouwelijke versie zijn algemene risico’s benoemd op het gebied van woningmarkt, economie, grondprijzen, politieke besluitvorming, participatie en (bestemmingsplan)procedures. Tegenover die risico’s staan ook kansen.
was uitgesteld (Essenvelt). Het jaar 2022 wordt daarmee een cruciaal jaar voor het grondbedrijf. Als zich pas na 2022 of zelfs 2023 een crisis zou voordoen, zullen de gevolgen voor het grondbedrijf beperkt blijven. VERGELIJKING SCENARIO'S DOORREKENING GRONDBEDRIJF FEBRUARI 2022
In de doorrekening zijn twee scenario’s opgenomen namelijk: een basisscenario een risicoscenario
scenario's doorrekening februari 2022 Uitgangspunten
Hiernaast wordt het basisscenario vergeleken met het risicoscenario. Ook is een tabel opgenomen waarmee de huidige scenario’s worden vergeleken met die uit de vorige doorrekening van februari 2021. Het basisscenario is vergelijkbaar met het basisscenario uit de vorige doorrekening. In de doorrekening is uitgegaan van 1.380 woningen in de periode 2023-2027 (1.080 t/m 2025) en tot en met 2032 van 1.780 woningen. In de periode 2033-2042 is gerekend met 465 woningen. Van al deze woningen gaat het om 1.472 woningen op eigen locaties.
- 14 -
risico
Woningaantallen 2023-2027
1.380
800
Woningaantallen 2028-2032
400
700
Woningaantallen 2033-2037
275
500
Woningaantallen 2038-2042
190
245
2.245
2.245
Ha bedrijven 2022
1,3
1,3
Ha bedrijven 2023-2027
14,3
8,0
Ha bedrijven 2028-2032
2,7
5,0
Ha bedrijven 2033-2037
0,0
4,0
Ha bedrijven 2038-2042
0,0
0,0
Totaal
18,3
18,3
Opbrengststijging - van 2023 tot 2026
2,00%
0,00%
Opbrengststijging - vanaf 2026
2,00%
2,00%
Kostenstijging 2023-2024
2,00%
5,00%
Kostenstijging vanaf 2025
2,00%
2,00%
Totaal
Net als in de vorige doorrekening wordt als risicoscenario uitgegaan van het zich voordoen van een conjuncturele crisis in de periode 2023-2026. In 2022 staan veel verkopen gepland in het grondbedrijf vanuit een aantal plannen die vertraging hebben opgelopen in procedures, maar die inmiddels zijn afgerond (Veersepoort fase V) of waarvan de verwachting is dat het bestemmingsplan op korte termijn onherroepelijk zal zijn (Sportlaan, Rittenburg III, Sint Laurens) of waarvan de start verkoop als gevolg van langere duur bouwrijp maken gelet op klimaatbestendigheid
basis
Als uitgangspunt is genomen dat in dit scenario de grondverkopen ongeveer halveren, dat het ook niet mogelijk is om in deze periode grondprijzen te verhogen, maar dat de prijzen voor civieltechnische werken en plankosten wel zullen stijgen met de normale inflatiecijfers. In de periode 2027-2037 wordt dat dan weer geleidelijk ingehaald. Tevens is in dit scenario opgenomen dat de kosten in 2023-2024 niet met 2% maar met 5% stijgen.
van een aantal landbouwgronden en enkele andere objecten is de omvang van het tijdelijk beheer afgenomen. Indien risico’s zich toch voordoen en het grondbedrijf deze niet op kan vangen, zullen middelen vanuit de reguliere exploitatie naar het grondbedrijf moeten komen. VERGELIJKING SCENARIO'S DOORREKENING GRONDBEDRIJF FEBRUARI 2022
Verder is een inventarisatie gemaakt van een aantal andere specifieke risico’s die zich kunnen voordoen. Deze zijn in een aantal gevallen meegenomen in de berekening van het risicoscenario en in andere gevallen niet. In de vertrouwelijke versie is dit nader toegelicht.
feb-21 Indicaties :
basis
feb-22 risico
basis
risico
Woningaantallen 2023-2027
1.140
515
1.380
800
Woningaantallen 2028-2032
515
750
400
700
Woningaantallen 2032-2036
310
650
275
500
Woningaantallen 2037-2042
180
230
190
245
2.145
2.145
2.245
2.245
Ha bedrijven 2022
2,4
0,8
1,3
1,3
Ha bedrijven 2023-2027
11,6
7,1
14,3
8,0
Ha bedrijven 2028-2032
5,3
10,1
2,7
5,0
Ha bedrijven 2033-2037
0,0
2,3
0,0
4,0
Voor specifieke risico’s is maatwerk nodig.
Ha bedrijven 2038-2042
0,0
0,0
0,0
0,0
Totaal
19,3
20,3
18,3
18,3
Voor zover gronden tijdelijk in beheer zijn is het van belang om deze gronden goed te beheren en daarbij een, over langere tijd bezien, zo optimaal mogelijke opbrengst te genereren. De huidige werkwijze met eenjarige pachten kan daarvoor worden gecontinueerd. Door de verkoop
Opbrengststijging - vanaf 2025
2,00%
2,00%
2,00%
2,00%
Opbrengststijging - 2023 t/m 2024
2,00%
0,00%
2,00%
0,00%
Kostenstijging - 2023-2024
2,00%
2,00%
2,00%
5,00%
Kostenstijging - va 2025
2,00%
2,00%
2,00%
2,00%
Om risico’s zoveel mogelijk te beperken is het van belang om voortvarend te kunnen werken aan planontwikkeling en bestemmingsplannen, zodat gronden bouwrijp kunnen worden gemaakt en in verkoop kunnen worden gebracht. Uiteindelijk is dit het belangrijkste instrument om risico’s te beheersen. Verder is flexibiliteit in bestemmingsplannen van belang zodat gemakkelijker ingespeeld kan worden op gewijzigde omstandigheden en niet nieuwe procedures noodzakelijk zijn.
Totaal
- 15 -
6. RESULTATEN DOORBEREKENING BASISSCENARIO 6.1 Resultaat In de tabel hieronder en de grafiek op pagina 18 is de ontwikkeling van de financiële positie van het grondbedrijf weergegeven voor het basisscenario.
In de tabel wordt de reserve grondbedrijf gerelateerd aan de norm zoals die in de Nota grondbeleid 2021 is opgenomen. In de grafiek is deze vergelijking ook opgenomen en wordt tevens vergeleken met de vorige doorrekening.
basisscenario
Ontw ikkeling financiele positie grondbedrijf
In het basisscenario blijkt dat eind 2026 het saldo van de reserve grondbedrijf hoger zal zijn dan de netto boekwaarde (boekwaarde -/voorziening grondbedrijf) van de complexen. Op dat moment is de huidige boekwaarde ruimschoots terugverdiend en wordt de doelstelling uit het actieplan grondbedrijf bereikt (2030 was daar de richtdatum). In de vorige doorrekening was dit ook het geval. Per eind 2026 is de verwachte situatie dus niet veel veranderd. In dit scenario zijn in principe geen nieuwe bijdragen vanuit de reguliere exploitatie ten gunste van het grondbedrijf nodig.
bedragen x € 1.000,Voorraden/
jaar
Boekw aarde GB Grondbedrijf
Norm cf nota
Reserve
Voorziening
Einde
Grondbedrijf
grondbeleid 2021
2021
77.998
5.240
8.807
12.128
2022
63.883
4.690
12.401
9.550
2023
43.530
3.946
15.737
6.596
2024
35.135
3.479
18.773
5.453
2025
32.453
2.947
21.283
6.257
2026
21.883
959
25.331
4.152
2027
14.370
978
28.658
3.032
2028
7.360
997
31.677
2.037
2029
2.731
284
34.890
1.264
2030
905
0
38.714
726
2031
-1.032
0
41.236
458
2032
-1.741
0
44.096
282
2033
-2.689
0
46.755
186
2034
-1.924
0
48.545
107
2035
-1.908
0
49.964
58
2036
-1.908
0
51.400
6
2037
-1.827
0
52.954
-39
2038
-1.663
0
54.628
-76
2039
-1.476
0
56.323
0
2040
792
0
58.067
0
2041
792
0
58.706
0
Ten opzichte van de berekening uit februari 2021 is de boekwaarde eind 2022 vergelijkbaar met de boekwaarde die uit de vorige doorrekening werd verwacht, ondanks dat er in 2021 minder grond verkocht is dan in de vorige doorrekening nog werd verwacht. Tegenover die minder opbrengst staan ook minder gemaakte kosten in 2021 dan in de vorige doorrekening werd verwacht. Het bouwrijp maken in een aantal plannen heeft vertraging opgelopen (met name Veersepoort fase V, CZAV-terrein, Rittenburg III) en de inbrengwaarde van het plan Churchilllaan is naar 2023 verschoven (tot die tijd is de locatie nog als school in gebruik). Voor 2022 wordt een afname van de boekwaarde verwacht, met name als gevolg van verkoop van gronden die als gevolg van toen lopende en
- 16 -
inmiddels afgeronde procedures verkocht kunnen worden (verwachte bruto boekwaarde eind 2022 was in de vorige doorrekening € 67 miljoen en nu dus € 64 miljoen). Vanaf 2023 zien we in de doorrekening een vergelijkbare verwachte ontwikkeling van zowel afname boekwaarde als toename reserve grondbedrijf. Het saldo van de reserve grondbedrijf stijgt in de periode 2021 tot en met 2028 op ongeveer dezelfde manier als in de vorige doorrekening. Eind 2041 is sprake van een voordelig verschil tussen de nieuwe berekening en de vorige van ruim € 6 miljoen. Dit verschil begint vanaf 2029 geleidelijk te ontstaan en is dus het resultaat van relatief meer gestegen opbrengsten dan gestegen kosten in plannen die in de toekomst al dan niet ontwikkeld gaan worden. Met betrekking tot de nieuwe norm is de constatering dat de reserve grondbedrijf eind 2021 nog niet aan deze norm voldoet maar dat in het basisscenario deze norm wel al eind 2022 bereikt zou kunnen worden. Dat was ook de verwachting in de vorige doorrekening. Het saldo van de reserve grondbedrijf is dan hoger dan 10% van de boekwaarde van de gronden in exploitatie + 10% van de voor deze complexen nog te maken kosten.
- 17 -
- 18 -
6.2 Voorziening grondbedrijf Het BBV schrijft voor dat voor verwachte verliezen een voorziening moet worden gevormd. Deze moet toereikend zijn om op het moment dat een verliesgevend plan wordt afgesloten het verlies mee te verrekenen. Een verlies wordt dus genomen zodra dit wordt voorzien.
van de verliesvoorziening stijgt de boekwaarde in principe. In die gevallen staat tegenover de toegenomen boekwaarde ook een toename van de reserve grondbedrijf met hetzelfde bedrag. Voor 2022 geldt dat in de doorrekening een bedrag van circa € 32 miljoen aan opbrengsten is opgenomen en een bedrag van € 13,7 miljoen aan verwachte kosten. Voor veel van de verwachte opbrengsten geldt dat hiervoor koopovereenkomsten zijn gesloten of in voorbereiding zijn. De verkopen zullen hoofdzakelijk vanaf het tweede kwartaal 2022 gaan plaats vinden.
Per eind 2021 is een bedrag van € 5,2 miljoen in de voorziening grondbedrijf aanwezig. Het laatste verlieslatende complex (Ramsburg Watergang) wordt in de doorrekening in 2030 afgesloten. Daarna is geen voorziening meer nodig. In de periode vanaf 2026 is ten opzichte van de vorige doorrekening sprake van een minder omvangrijke voorziening omdat het plan Mortiere bedrijventerrein Zuid in dat jaar afgerond zal worden (waar eerder 2030 werd verwacht). In het kader van de BBV-voorschriften mag geen rekening meer gehouden worden met opbrengsten die later dan na tien jaar worden verwacht. Op basis van de huidige verwachtingen zullen alle opbrengsten in de nu lopende exploitaties binnen een periode van tien jaar worden ontvangen. 6.3 Verwachte kosten en opbrengsten In de grafiek op de pagina 20 is de verwachting van de kosten (paars) en opbrengsten (lichtblauw) voor het afgelopen jaar en de komende jaren (t/m 2029) weergegeven. In deze grafiek van kosten en opbrengsten is de rente niet meegenomen. In 2021 zijn er een fractie meer kosten gemaakt dan opbrengsten gerealiseerd. Voor de komende jaren wordt in dit scenario voor alle jaren een royaal overschot aan opbrengsten ten opzichte van kosten verwacht. Als gevolg daarvan zal de boekwaarde dan ook jaarlijks dalen. Bij (verplichte) winstneming op complexen of vrijval
- 19 -
- 20 -
7.
RESULTATEN DOORREKENING RISICOSCENARIO
In de volgende tabel en grafiek is de ontwikkeling van de financiële positie van het grondbedrijf in het risicoscenario weergegeven.
Ontw ikkeling financiele positie grondbedrijf
risicoscenario
bedragen x € 1.000,-
In het risicoscenario eindigt de reserve grondbedrijf nog steeds positief maar uiteraard wel met een lager saldo (€ 15 miljoen minder) dan in het basisscenario. In dit scenario wordt met een conjuncturele crisis in de periode 2023-2026 rekening gehouden, zodat in deze periode veel minder verkopen worden gerealiseerd dan in het basisscenario. Bovendien is tot 2026 geen opbrengststijging mogelijk en stijgen de prijzen voor kosten bouwrijp maken en plankosten in 2022-2023 met 5% in plaats van 2%. In 2022 leidt dit nog tot nauwelijks verschil met het basisscenario. Vanaf 2023 leidt dat tot een veel minder snelle daling van de boekwaarde en daarna blijft die ‘even hangen’ om vanaf 2026 weer gestaag te dalen. De reserve grondbedrijf is in dit scenario in de periode 2022-2026 nagenoeg stabiel. Daarna stijgt deze geleidelijk aan weer. In dit scenario is, evenals in het risicoscenario bij de vorige doorrekening, pas in 2031 sprake van een situatie waarbij het saldo van de reserve grondbedrijf hoger is dan de netto boekwaarde van de complexen. In dit scenario wordt de doelstelling uit het actieplan (in 2030 resterende boekwaarde gelijk aan de reserve) dus net niet gehaald. Wel ligt het saldo vanaf 2022 steeds hoger dan de in de Nota grondbeleid 2021 opgenomen norm.
Het grondbedrijf lijkt daarmee in staat om een stevige, tijdelijke, crisis in de periode 2023-2026 op te vangen en in die situatie nog steeds de doelstellingen van het actieplan grondbedrijf te kunnen realiseren, zij het een jaar later dan de streefdatum. Ook aan alle andere eisen uit de Nota grondbeleid wordt voldaan: de reserve wordt niet negatief en voldoet aan de norm uit de nota grondbeleid.
- 21 -
Einde
Voorraden/
jaar
Boekw aarde GB Grondbedrijf
Voorziening
Reserve
Norm cf nota
Grondbedrijf
grondbeleid 2021
2021
77.998
5.240
8.807
12.880
2022
64.392
4.690
11.841
10.377
2023
59.836
6.003
11.458
9.282
2024
57.174
6.514
11.852
8.705
2025
57.294
7.444
11.809
10.183
2026
48.953
5.209
12.077
8.768
2027
39.650
5.409
12.960
7.480
2028
29.162
2.726
14.157
5.981
2029
22.081
2.781
16.095
4.867
2030
21.345
1.649
17.510
4.179
2031
17.772
1.682
19.636
1.832
2032
12.058
1.716
22.316
1.463
2033
5.513
1.750
25.004
1.139
2034
4.658
1.785
27.809
914
2035
3.192
1.811
30.615
531
2036
-1.042
0
33.219
319
2037
-2.572
0
37.166
14
2038
-3.066
0
40.970
-95
2039
793
0
43.094
0
2040
793
0
43.481
0
2041
793
0
43.869
0
- 22 -
8.
EINDCONCLUSIES EN VOORSTELLEN
8.1 Eindconclusies De eindconclusies welke uit deze nota getrokken kunnen worden zijn: 1) In het doorgerekende basisscenario worden de doelstellingen uit het actieplan grondbedrijf gerealiseerd. In 2026 is het saldo van de reserve hoger dan de netto boekwaarde van de dan nog resterende complexen. In het actieplan grondbedrijf is als doelstelling opgenomen om deze situatie uiterlijk in 2030 te bereiken. Op eindwaarde is sprake van een stevige plus. 2) In het risicoscenario wordt de doelstelling om een reserve te hebben gelijk aan de dan nog resterende boekwaarde in 2031 gehaald. Ook in dit scenario is op eindwaarde sprake van een stevige plus en de reserve blijft gedurende de gehele looptijd positief en voldoet daarmee aan de eisen uit de Nota grondbeleid. 3) Zowel in het basisscenario als in het risicoscenario wordt vanaf eind 2022 voldaan aan de in de nota grondbeleid opgenomen norm voor de reserve grondbedrijf waarbij deze minimaal 10% van de boekwaarde van de gronden in exploitatie moet bedragen en 10% van de nog voor deze plannen te maken kosten. 4) Als de voorziene ontwikkelingen in buitenstedelijk gebied geen doorgang zouden kunnen vinden heeft dit grote gevolgen voor het grondbedrijf en moet er geld bij. Enerzijds moet dan met een afwaardering rekening worden gehouden van ruim € 17,8 miljoen op contante waarde per 1 januari 2022.
Daarnaast is er dan ook nog een winstderving van bijna € 25,4 miljoen op contante waarde per 1 januari 2022. Om de doelstellingen van het actieplan grondbedrijf te kunnen halen is het dus noodzakelijk dat de nu voorziene ontwikkelingen in buitenstedelijk gebied in belangrijke mate doorgang
5)
kunnen vinden. Behalve financieel gezien zijn deze ontwikkelingen overigens ook nodig om de woningen te kunnen bouwen en het bedrijventerrein te realiseren waar behoefte aan is. Op grond van het basisscenario, maar ook het risicoscenario zijn in beginsel geen bijdragen vanuit de reguliere exploitatie nodig. Vanaf 2023 is het mogelijk om zonder af te wijken van de normen in de Nota grondbeleid desgewenst middelen aan het grondbedrijf te onttrekken. De doelstelling vanuit het Actieplan grondbedrijf wordt in dat geval wel verder naar achter geschoven. Aan de nieuwe omgevingsvisie wordt gewerkt. Afhankelijk van de ambities in die omgevingsvisie is wellicht ook geld nodig om deze te realiseren. Gelet daarop lijkt het verstandig om terughoudend te zijn met onttrekkingen zolang de omgevingsvisie nog niet is vastgesteld en nog niet duidelijk is hoe de realisatie daarvan bekostigd gaat worden.
8.2 Advies Geadviseerd wordt om de gemeenteraad voor te stellen om kennis te nemen van de doorrekening 2021-2041.
- 23 -