CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

RM 2021 11 01 Bijlage 2 Regionale Mobiliteitsstrategie QA gemeenteraden

Commissie Ruimte 1 november 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Actieve informatieplicht2.381 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vraag en antwoord voor raadsleden over de RMS Vragen Waarom is doorontwikkeling van het mobiliteitssysteem nodig?

Antwoorden Zeeland is een relatief dunbevolkt gebied waar reizigers grotere afstanden moeten afleggen om voorzieningen te bereiken. Daarvoor is balans nodig tussen mobiliteit in de directe omgeving beschikbaar maken en snelle verbindingen over langere afstanden. In het verleden was dit moeilijk te realiseren, omdat de trein apart werd georganiseerd, de bus apart werd georganiseerd en doelgroepenvervoer apart werd georganiseerd. De technologische mogelijkheden om je reis in combinatie te plannen, te boeken en betalen verbeteren snel en deelfietsen en deelauto’s zijn in opkomst. Daardoor is het mogelijk om voor de reiziger een beter product te bieden, als de mobiliteit in Zeeland in samenhang wordt georganiseerd.

Wat is het doel van de regionale mobiliteitsstrategie?

De bereikbaarheid van Zeeland is belangrijk voor de leefbaarheid en aantrekkelijkheid naar de toekomst toe. In een relatief dunbevolkte provincie met langere afstanden naar voorzieningen speelt openbaar vervoer een belangrijke rol. De kwaliteit van het openbaar vervoer in Zeeland staat onder druk. Ook de druk op het doelgroepenvervoer is hoog. Tegelijkertijd bieden de technologische mogelijkheden kansen om verschillende vervoersvormen voor de reiziger makkelijker aan elkaar te gaan verknopen. Vanwege het eindigen van de huidige busconcessie eind 2024 was er voor de Provincie een natuurlijk moment om samen na te denken over het verbeteren van het mobiliteitssysteem voor de reiziger in Zeeland. Met de Regionale Mobiliteitsstrategie hebben we de belangrijkste punten voor de toekomst uitgewerkt. Nadat deze zijn vastgesteld gaan we samen invulling geven aan het plan.

Mix van mobiliteit Hoe werkt het openbaar vervoer (OV) in de toekomst?

De basis wordt in de toekomst gelegd door een systeem van fijnmazige mobiliteit. Dit houdt in dat deze vorm van mobiliteit uit deeltaxi’s en kleine busjes (waaronder de buurtbus) bestaat. Iedereen heeft binnen de bebouwde kom binnen 500 meter een opstappunt. Buiten de bebouwde kom is er binnen 2,5 km een opstappunt voor dit vervoer. Zowel binnen, als buiten bebouwde kom verbeteren we daarmee de nabijheid tot opstappunten. Door deze vorm aan te vullen met deelmobiliteit en vrijwilligersinitiatieven, kunnen we het systeem verder uitbouwen. Met deelmobiliteit bedoelen we deelfietsen, deelscooters en deelauto’s . Iedereen heeft daarmee tussen 6.00 uur en 23.00 uur de mogelijkheid om mobiel te zijn. Waar de deeltaxi’s en kleine busjes overal in Zeeland beschikbaar zullen worden, geven we per regio invulling aan invulling van andere vormen van fijnmazige mobiliteit (zoals deelmobiliteit en vrijwilligersinitiatief), passend bij de omgeving. De grote bus, die wordt aanbesteed door de Provincie, krijgt in de nieuwe concessie meer een verbindende rol. Op tijdstippen en routes waar veel mensen op hetzelfde moment vervoerd willen worden rijdt de grote bus. Deze rijdt via de punten waar veel mensen op en uit willen stappen. Van of

naar die punten (haltes of hubs) kunnen mensen ook de fijnmazige mobiliteit gebruiken. Hoe wordt invulling gegeven aan fijnmazige mobiliteit?

Per gemeente zal de behoefte aan fijnmazige mobiliteit verschillen. Dat hangt onder andere af van de afstand tot voorzieningen, typering van het gebied (bijvoorbeeld rol van steden, toeristische activiteiten) en de vraag van de reiziger. We verzekeren met de fijnmazige mobiliteit een basisniveau. Aanvullend zoeken we per gemeente naar aanvulling, die past bij de vraag. In stedelijk gebied kan dat bijvoorbeeld de deelfiets zijn voor korte afstanden van hub tot aan de bestemming. Voor kleine kernen kan de buurtbus grote meerwaarde kan bieden. Met data over de behoefte van de reizigers wordt bijgestuurd op het mobiliteitsaanbod.

Wat is de concrete verbetering ten opzichte van de huidige situatie?

Via fijnmazige mobiliteit worden meer bestemmingen op meer tijdstippen bereikbaar. In het systeem met de deeltaxi’s en deelbusjes kan de reiziger van opstappunt naar opstappunt/hub reizen, zonder vast te zitten aan lijnvoering of bedieningstijden. Met een beter fijnmazig alternatief is er ruimte om de grote bus meer snelle verbindingen te laten vormen. Hiermee wordt de reisduur verkort. Ook de treinverbinding verbetert, met drie in plaats van twee treinen per uur en een verkorting van de reistijd naar de randstad. De reiziger kan verschillende mogelijkheden van vervoer combineren. Dat maken digitale systemen zoals de MaaS-apps en telefonische boekingsmogelijkheid via de mobiliteitscentrale mogelijk. Dat betekent minder uitzoekwerk vooraf en overal de mogelijkheid om met de telefoon of pinpas te betalen. De betaalbaarheid van de bus, deeltaxi’s en deelbusjes blijft in lijn met de huidige tarieven.

Is de nieuwe invulling een bezuiniging?

Nee. De Provincie blijft evenveel budget inzetten. Ook gemeenten blijven het budget (met invulling van taakstellingen) voor doelgroepenvervoer inzetten dat in de meerjarenbegroting is opgenomen. De gewenste verbetering wordt mogelijk door gerichter te kijken waar de grote bus de beste oplossing is en waar vervoer via fijnmazige mobiliteitsopties passender is bij de vraag.

Welke kansen zijn er voor combinaties tussen het OV en het WMO vervoer

De belangrijkste kans is om kleine bussen en taxi’s uit het doelgroepenvervoer breder in te zetten. Dat kan door OV reizigers die met de deeltaxi reizen, met hetzelfde voertuig te vervoeren als de WMO reiziger. Voertuigen en chauffeurs worden zo slimmer ingezet, zodat de kosten omlaag gaan. Ook zijn er kansen om met bijvoorbeeld vrijwilligers initiatieven een deel van de WMO reizen anders in te vullen. Dat gebeurt nu al met Thover op Tholen. Tegelijkertijd realiseren wij ons dat veel WMO-reizigers maatwerk vragen. Daarbij komt dat door vergrijzing de druk op het WMO-vervoer toe te neemt. Daarom is de voorlopige conclusie dat budgetten van gemeenten voor WMOvervoer ook echt daarvoor nodig zullen blijven.

Hoe reizen scholieren/studenten uit een kleine kern zonder snelle busverbinding naar school?

Vrijwilligers zijn belangrijk voor verschillende fijnmazige mobiliteitssystemen. Hoe betrouwbaar is het fijnmazige systeem?

Hubs Waar kunnen mensen vervoer vinden?

Hoe wordt de hub ontwikkeling gefinancierd

Naast de snelle busverbindingen blijft het netwerk van scholierenlijnen bestaan. Uit analyses bleek dat op die momenten het aantal reizigers te groot is om met kleinere bussen te gaan vervoeren. Bovendien zijn veel scholieren nu tevreden met de mogelijkheden van deze busverbindingen. Daarmee worden veel kernen in de ochtendspits en middagspits bediend. Sommige scholierenlijnen rijden een deel van de route parallel aan de trein rijden. Vanwege de uitbreiding van de treindienstregeling eind 2021 zijn er ook meer mogelijkheden voor scholieren en studenten om de trein te benutten. Daarom is het wel de bedoeling dat voor die delen van de route scholieren overstappen op de trein. Bij het verzekeren van het fijnmazig systeem zijn we niet afhankelijk van vrijwilligers. Waar het lukt vrijwilligers te betrekken en vrijwilligersinitiatieven te ondersteunen, kunnen we dit lokaal of regionaal verder uitbreiden. Verschillende mobiliteitsconcepten met vrijwilligers zijn nu actief. Niet alleen de buurtbussen, maar ook Thover op Tholen en de schoolbus in Zonnemaire via ‘SD op de weg’ zijn goed georganiseerd met een brede club van vrijwilligers. Daarmee is het aanbod betrouwbaar.

In de strategie benoemen we vier punten: 1) Opstappunten. Dit zijn de punten waar op fijnmazige vervoersmiddelen kan worden gestapt. Fijnmazige vervoersmiddelen zijn deeltaxi’s, kleine busjes, buurtbussen en soms ook andere vrijwilligerssystemen. Op sommige locaties in combinatie met deelmobiliteit (deelauto’s, deelfietsen (elektrisch of gewoon) en deelscooters). 2) Haltelocaties. Locaties waar op de grote bus kan worden gestapt. De haltes zijn relatief eenvoudig, maar toegankelijk. 3) Hubs en Regiohubs. Locaties waar verschillende mobiliteitsvormen bij elkaar komen: de grote bus, deeltaxi’s en kleine busjes. Op deze locaties komt een gepast voorzieningenniveau zodat het comfortabel en veilig overstappen is. 4) Stationhubs. Locaties waar reiziger ook op de trein kunnen stappen. Daarnaast zijn andere mobiliteitsvormen beschikbaar zoals genoemd bij de Regiohubs. De locaties voor opstappunten, haltes en hubs worden besproken in gemeenten met o.a. bewoners uit de omgeving van deze locaties. Waar mogelijk verloopt dit contact via bijvoorbeeld dorpsraden, wijkraden. Hub ontwikkeling is maatwerk. Het belangrijkste punt is dat de wegbeheerder er niet alleen voor staat De Provincie en andere betrokkenen dragen financieel bij. Bij het vaststellen van de strategie gaat de Provincie budget op de begroting zetten voor cofinanciering van de hub.

Met cofinanciering bedoelen we dat de Provincie meebetaalt, maar niet het volledige bedrag betaalt. Het gaat om de periode 2022 tot en met 2024. Ook maakt de Provincie zich in gesprekken met het Rijk sterk voor cofinanciering. Met het plan gaan overheden samen afspraken maken over de uitvoering, het beheer en onderhoud.

Mobiliteitscentrale Wat is de mobiliteitscentrale

Komt er een extra samenwerkingsorganisatie?

Wie besluit waarover bij de mobiliteitscentrale?

De mobiliteitscentrale is een doorontwikkeling van de huidige Gemeentelijke Vervoerscentrale Zeeland (GVZ), waar alle gemeenten en Provincie aandeelhouder van zijn. De GVZ heeft nu een uitvoerende rol heeft voor ritaanname en planning van het doelgroepenvervoer en de haltetaxi, gaat de mobiliteitscentrale meer taken vervullen. Om te bepalen waar grote bussen moeten rijden en waar fijnmazige mobiliteit een betere oplossing vormt, is het belangrijk dat er een organisatie is waar de informatie in samenkomt. Door te kijken naar gebruik en data over behoeften van reizigers kan de mobiliteitscentrale in de toekomst aangeven waar verbeteringen mogelijk zijn en hoe de reiziger beter kan worden bediend. Hiervoor is kennis en kunde nodig die bij de verschillende overheden nu versplinterd aanwezig is. Door kennis en kunde meer te bundelen krijgt de mobiliteitscentrale ook de kwaliteit om dergelijke analyses daadwerkelijk te maken, maar bijvoorbeeld ook te kijken naar goede voorbeelden in andere delen van Nederland en in Vlaanderen. Eén van de huidige kwaliteiten is dat de Gemeentelijke Vervoerscentrale zorgt dat reizigers uit een bepaalde gemeenten vaak dezelfde persoon aan de telefoon krijgen.

Het wordt door alle betrokken partijen belangrijk dat de mobiliteitscentrale op gelijke manier opereert, waarbij de mobiliteitscentrale in contacten en ervaringen dicht bij de reiziger en dus vanuit de lokale situatie kijkt en adviseert. Nee. Op dit moment zijn alle Zeeuwse gemeenten en Provincie al aandeelhouder van de Gemeentelijke Vervoerscentrale Zeeland. Door de uitbreiding van het takenpakket is wel een verandering van de organisatievorm nodig. Gemeenten en Provincie kunnen zo de samenwerking beter sturen op de samenwerkingsorganisatie. Ook passen de besluitvorming en bevoegdheden beter bij de taken van iedere partij. Het doelgroepenvervoer is de taak van de gemeente. Dit blijft zo wanneer we gaan werken met de mobiliteitscentrale. Gemeenten bepalen zelf welke zorg iemand nodig heeft (indicatiestelling). Daarmee blijven zij zelf de kosten beheersen en maken zij zelf beleidskeuzes. De mobiliteitscentrale kan beleidsadvies geven aan gemeenten, waarbij gemeenten zelf de beleidsbesluiten nemen. Gemeenten hebben daarbij de ruimte om af te wijken van een gegeven advies. Voor flexibele fijnmazige mobiliteit wordt provinciaal budget beschikbaar gesteld (uit de OV-middelen), waarbij materieel en personeel voor de deeltaxi en deelbusjes via de gemeentelijke doelgroepenvervoercontracten worden gecontracteerd.

Gemeenten en Provincie zullen derhalve samen beslissingen nemen over invulling van flexibele fijnmazige mobiliteit. Het organiseren van de grote bussen is de taak van de Provincie. Bij de mobiliteitscentrale wordt kennis en expertise belegd om te adviseren waar de grote bus nodig is en waar fijnmazige mobiliteit beter kan worden ingezet, zodat provincie en gemeenten in gezamenlijkheid kunnen besluiten wanneer moet worden opgeschaald naar een grote bus en waar op fijnmazige mobiliteit wordt ingezet. De besluitvorming over het budget voor de grote bus ligt vervolgens bij de provincie. Over verhoging van organisatiekosten (meer dan indexering) van de mobiliteitscentrale wordt unaniem besloten door de partijen voor wie dat gevolgen voor de begroting heeft. Dit zodat de deelnemer grip houden op de balans tussen ambitie en organisatiekosten.

Waarom wordt niet overgegaan tot ontschotting, waarbij alle budgetten worden samengevoegd voor mobiliteit in Zeeland?

Data Hoe gaat de centrale goed inzicht krijgen in de data (behoefte reiziger)? Is dat via de MaaS-app of ook op andere manieren? Wat wordt de verhouding tussen de centrale aan de ene kant en s de nieuwe vervoerder(s) aan de andere kant?

Ontschotten is het weghalen van schotten tussen verschillende budgetten. Dat is geen doel op zich, maar een manier om te zorgen dat materieel en personeel efficiënter ingezet wordt. Met dit voorstel wordt een deel van het systeem gecombineerd (doelgroepenvervoer en deeltaxi’s en busjes) en wordt voor overkoepelende inbreng van kennis en expertise door een mobiliteitscentrale gezorgd. Daarbij houden Provincie en gemeenten grip op de eigen kosten. Tegelijk behouden zij de kwaliteit van de uitvoering van het vervoer waarvoor zij verantwoordelijk zijn. De MaaS (Mobility as a Service)-apps zullen in de toekomst veel data opleveren. Maar we gaan ook inzetten op de combinaties met andere databronnen. Zoals van vervoerders en voorzieningen. Maar het kan bijvoorbeeld ook gaan om data die nationaal wordt ingekocht. Denk aan Google en Apple die mobiliteitsdata verkopen. De mobiliteitscentrale krijgt de regie op het totaal. De centrale bewaakt dus de balans tussen fijnmazige mobiliteit en de snelle buslijnen. Op basis van verzamelde data kunnen afwegingen worden gemaakt welk mobiliteitsaanbod in welke regio passend is. De mobiliteitscentrale blijft, net als in de huidige situatie, verantwoordelijk voor de planning van het doelgroepenvervoer. Maar de centrale kan ook, via regionale invulling, adviseren deelmobiliteit in een gebied toe te voegen.

De (bus)vervoerder zal opdracht krijgen daarin mee te denken en mee te werken. De busvervoerder zal in de huidige voorstellen een stuk ontwikkelrol hebben in het in overleg bepalen van precieze routes, het invullen van dienstregelingen en de hele logistiek binnen de busconcessie (welke bus en chauffeur moeten op welk moment waar zijn).

Living Lab Waar komt het budget voor het living lab vandaan?

Vervolgproces Ligt met het vaststellen van de strategie alles vast?

Het ministerie van I&W heeft vijf miljoen euro beschikbaar gesteld voor pilots en experimenten met slimme mobiliteit in Zeeland. Dit budget komt uit het pakket Wind in de Zeilen. In het pakket is afgesproken dat pilots en experimenten gericht zijn op Vlissingen en omgeving. Dat wil niet zeggen dat pilots in andere delen van Zeeland uitgesloten zijn van ondersteuning vanuit het Living Lab. De strategie geeft de gewenste ontwikkeling op hoofdlijnen aan. Daarmee vormt de strategie de basis voor het zoeken naar een nieuwe vervoerder die de grote bussen gaat invoeren. Maar ook de (regionale) invulling van de fijnmazige mobiliteit, uitwerking voor de specifieke hublocaties en financiering daarvan. Verder is de invulling van de mobiliteitscentrale en besluitvorming daarover beschreven. Binnen de gekozen hoofdlijnen worden zaken in latere stappen, via uitvoeringsplannen, tot in verdere detail uitgewerkt. Zo bespreken de gemeenten en Provincie bijvoorbeeld met een nieuwe vervoerder hoe de routes voor de grote bussen precies moeten lopen, waar dat in het plan nog aangegeven staat op een kaart met pijlen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10692289/1