CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

RM 2021 06 28 Bijlage 1 Bestuurlijk jaarverslag Ruimtelijke Kwaliteit 2017 2018 2019

Commissie Ruimte 28 juni 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Actieve informatieplicht3.017 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestuurlijk jaarverslag Ruimtelijke Kwaliteit 2017 – 2018 - 2019 Middelburg

Inhoud

1 Inleiding

3

Besluit omgevingsrecht (Bor)

3

Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit (WARK)

3

Ambtelijke toetsing

3

Opbouw verslag

4

2 Overzicht

5

2.1

De cijfers over 2017

5

De cijfers over 2018

5

De cijfers over 2019 2.1.1. Kwaliteitsatlas

5

2.1.2 Monumenten 2017, 2018 en 2019

6

2.1.3 Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit

6

2.1.4 Ambtelijke toetsing

6

2.2

Aanvragen omgevingsvergunningen

7

2.3

Handhaving

7

3 Beleidsontwikkelingen

8

3.1

Omgevingswet

8

3.2

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen

9

3.3

Deregulering

9

Bijlage Jaarverslag WARK 2017/2018 - Gemeente Middelburg Jaarverslag WARK 2019 – Gemeente Middelburg

1 Inleiding Met betrekking tot de ruimtelijke kwaliteit en monumenten waren er ook in 2017 en 2018 de nodige ontwikkelingen. Het Welstandsbeleid gemeente Middelburg 2009 is vervangen door de Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2016. Bij het opstellen van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit is aansluiting gezocht bij de omgevingswet die op 22 maart 2016 door de Eerste Kamer is aangenomen en wordt gekenmerkt door een meer open houding. Niet alleen toetsen, maar ook voorlichten en elkaar versterken. De invoering van de omgevingswet is overigens uitgesteld tot 1 januari 2022. Besluit omgevingsrecht (Bor) Sinds 2013 is met het opnemen van de zogenaamde “Kan bepaling” in het Bor ambtelijke toetsing aan redelijke eisen van welstand/ruimtelijke kwaliteit weer mogelijk. Met het vaststellen van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit is tevens vastgelegd, dat kleinere (bouw)plannen aan de hand van de opgenomen zogenaamde sneltoets – en flitstoetscriteria kunnen worden beoordeeld door respectievelijk het Sneltoetsteam of de behandelend ambtenaar. Het Sneltoetsteam bestaat uit de (ambtelijk) secretaris van het WARK en twee ambtenaren die belast zijn met het toetsen van (bouw)plannen. Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit In 2016 zijn het Kwaliteitsteam en de Welstand- en monumentencommissie samengevoegd tot het Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit (WARK).

Door het aftreden van verschillende leden is de samenstelling van het WARK in 2017 gewijzigd. Tijdens de driewekelijkse vergaderingen worden eerst de reguliere planaanvragen behandeld en aansluitend de plannen die betrekking hebben op rijks- en gemeentelijke monumenten en de beschermde stadsgezichten. De in 2016 geconstateerde toename van de ingediende plannen heeft zich in 2017 voortgezet. Deze toename zorgt, in combinatie met de driewekelijkse vergaderfrequentie, in de voorbereiding voor en tijdens de vergaderingen regelmatig voor de nodige tijdsdruk. Plannen worden later aangeboden en daarnaast vaker mondeling toegelicht. Een gevolg hiervan is dat de vergadertijd toeneemt en de lengte van de vergaderdagen toeneemt. Ambtelijke toetsing Er bestaat onderscheid tussen toetsen aan criteria met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit en adviseren over ruimtelijke kwaliteit. Van advisering is sprake indien een professioneel oordeel gevraagd wordt over de juiste interpretatie door de ontwerper van de relatieve (vaste en gebieds) criteria uit de Nota Ruimtelijke Kwaliteit, en of in bepaalde gevallen van de criteria kan worden afgeweken. Toetsing kan ambtelijk worden uitgevoerd met criteria die geen twijfel laten bestaan of een plan voldoet, of indien bekend mag worden verondersteld dat het Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit met het plan zou instemmen.

Bijvoorbeeld bij veel voorkomende plannen, de zogenaamde “trendsetter”, enz. Toetsing vraagt meer gedetailleerde criteria, ook om de aanvrager vooraf zo veel mogelijk duidelijkheid te verschaffen over de vraag of het plan kans van slagen heeft. Om het voor indieners van (bouw)plannen op voorhand duidelijk te maken op welke categorieën van (bouw)plannen een ambtelijke toets van toepassing is en op welke wijze wordt getoetst is het vastleggen van enkele “spelregels” gewenst.

3

Opbouw verslag In dit verslag is vastgelegd hoe Burgemeester en Wethouders (B&W) in 2017, 2018 en 2019 zijn omgegaan met het toezicht op ruimtelijke kwaliteit (voorheen het welstandstoezicht) waarvoor het college de verantwoordelijkheid heeft. Door het instellen van het WARK wordt tevens verslag uitgebracht over de advisering ten aanzien van monumenten en de adviezen die voorheen door het Kwaliteitsteam werden uitgebracht. In dit verslag wordt tevens aangegeven of, en zo ja hoe vaak en waarom, het college is afgeweken van adviezen van het WARK. Verder is het aantal keer dat handhavend is opgetreden op grond van ernstige strijd met redelijke eisen van welstand (Woningwet art. 12) in beeld gebracht. Afgesloten wordt met de actualiteiten en ontwikkelingen op het gebied van ruimtelijke kwaliteit en monumenten.

4

2 Overzicht 2.1 De cijfers over 2017 In 2017 zijn in totaal 598 adviezen uitgebracht door het WARK. Daarnaast zijn er 137 aanvragen via de Sneltoets afgedaan en zijn er 44 Flitsvergunningen verleend. De cijfers over 2018 In 2018 zijn in totaal 477 adviezen uitgebracht door het WARK. Daarnaast zijn er 148 aanvragen via de Sneltoets afgedaan en zijn er 32 Flitsvergunningen verleend. De cijfers over 2019 In 2019 zijn in totaal 510 adviezen uitgebracht door het WARK. Daarnaast zijn er 138 aanvragen via de Sneltoets afgedaan en zijn er 33 Flitsvergunningen verleend. In de verslagen van het Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Middelburg van de jaren 2017, 2018 en 2019 is een verdere precisering van de cijfers opgenomen. Op grond van de Woningwet heeft het college de bevoegdheid (art. 44, lid 1, onder d) om van een negatief welstandsadvies af te wijken. Het is hierbij van belang dat de reden voor de afwijking moet zijn gelegen in motieven die niet de welstand van het bouwwerk betreffen. Te denken valt bijvoorbeeld aan maatschappelijke redenen of sociaal economische factoren. Burgemeester en Wethouders gaan uit van de professionele advisering van de Welstands- en monumentencommissie/het WARK. Doorgaans worden dan ook de adviezen van de Welstands- en monumentencommissie/het WARK overgenomen bij de vergunningverlening.

Slechts in incidentele gevallen wordt afgeweken van het welstandsadvies. In 2017 is hiervan geen sprake geweest. In 2018 is in één situatie afgeweken van het WARK advies. Dit betrof een situatie m.b.t. reclame-uitingen op terrasschotten. In 2019 is in drie situaties afgeweken van het door het WARK uitgebrachte advies.’ Het betrof hierbij één situatie waarbij voor een illegale bouwactiviteit, achteraf en onder voorwaarden, alsnog een omgevingsvergunning is verstrekt. Beide andere situaties zagen op het treffen van duurzaamheidsmaatregelen, aanbrengen isolerende beglazing, waarbij vooruitlopend op de in te voeren flitsvergunning isolatieglas in houten ramen een omgevingsvergunning is verstrekt. 2.1.1 Kwaliteitsatlas De initiatieven/plannen op het gebied van architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur worden aan de hand van de Kwaliteitsatlas 2030 door het WARK, in een uitgebreide samenstelling, van advies voorzien. Het gaat dan om adviezen over alle structuurvormende en gezichtsbepalende projecten in hun initiatieffase of in hun voortgang indien het de aanleg van gebieden betreft of de inrichting van nieuw of bestaand gebied, waaronder structuur- en bestemmingsplannen, beeldkwaliteitsplannen, omgevingsvisies, reconstructie- en herinrichtingsplannen en andere onderwerpen die van belang zijn voor de visuele kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

In 2017 heeft het WARK 5 keer in de uitgebreide samenstelling vergadert en 13 adviezen uitgebracht. Het ging daarbij om 9 verschillende initiatieven/plannen waarvan er twee drie keer zijn besproken.

5

In 2018 vergaderde het WARK 4 keer in de uitgebreide samenstelling waarbij er in totaal 10 adviezen over negen initiatieven zijn uitgebracht. In 2019 is het WARK 4 keer bijeen gekomen in de uitgebreide samenstelling waarbij er 12 adviezen verstrekt zijn met betrekking tot tien initiatieven. 2.1.2 Monumenten 2017, 2018 en 2019 In 2017 zijn er 140 aanvragen voor een omgevingsvergunning ingediend waarvan er 109 ook daadwerkelijk zijn verleend. Dit aantal kan uitgesplitst worden in 99 verleende vergunningen t.a.v. rijksmonumenten en 10 ten aanzien van gemeentelijke monumenten. Ten aanzien van het voorgaande jaar laat 2018 een daling zien. In dat jaar werden er 112 vergunningen aangevraagd voor monumenten waarvan er 91 werden verleend. Hiervan zijn er 80 verleend aan rijksmonumenten en 11 aan gemeentelijke monumenten. In 2019 zijn er 112 omgevingsvergunningen verstrekt voor aanpassingen aan monumenten. Het betrof in 11 situaties een gemeentelijk monument en bij 101 verleende vergunningen een Rijksmonument. Doordat er voor één monument vaak meerdere vergunningen zijn verleend is het aantal vergunningen niet gelijk aan het aantal monumenten waarvoor vergunningen zijn verleend. In 2019 zijn er voor 61 Rijksmonumenten en 11 gemeentelijke monumenten omgevingsvergunningen verleend.

In 2018 voor 12 gemeentelijke monumenten en 55 Rijksmonumenten en in 2017 betroffen het 76 rijksmonumenten en 9 gemeentelijke monumenten. 2.1.3 Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit In 2017 heeft het WARK 17 keer vergaderd waarbij er in totaal 598 adviezen zijn uitgebracht. Uitgaande van een gemiddelde behandelfrequentie van 1,3 (ervaringsgetal) hebben de uitgebrachte adviezen betrekking op circa 460 aanvragen. In 2018 heeft het WARK 18 keer vergaderd waarbij er in totaal 477 adviezen zijn uitgebracht. Uitgaande van een gemiddelde behandelfrequentie van 1,3 (ervaringsgetal) hebben de uitgebrachte adviezen betrekking op circa 367 aanvragen. In 2019 heeft het WARK 20 keer vergaderd waarbij er in totaal 510 adviezen zijn uitgebracht. Uitgaande van een gemiddelde behandelfrequentie van 1,3 (ervaringsgetal) hebben de uitgebrachte adviezen betrekking op circa 392 aanvragen. In de bijgevoegde jaarverslagen van het Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit (WARK) over de jaren 2017, 2018 en 2019 is een cijfermatig overzicht opgenomen. 2.1.4 Ambtelijke toetsing Om eenvoudiger op nieuwe ontwikkelingen in te kunnen spelen, bijvoorbeeld het aanbrengen van zogenaamde “rugzakbadkamers” en ter voorkoming dat de Nota Ruimtelijke Kwaliteit regelmatig moet worden aangepast is op 14 oktober 2017 de aangepaste Bouwverordening (MBV) in werking getreden.

In artikel 9.7 Afdoening onder verantwoordelijkheid, is de ambtelijke toetsing geregeld.

6

Lid 2 van genoemd artikel regelt de sneltoets: De leden van het ambtelijke Sneltoetsteam toetsen de (kleinere) bouwplannen aan de in de nota Ruimtelijke Kwaliteit opgenomen sneltoetscriteria. Het gaat daarbij om veel voorkomende bouwwerken, ondergeschikt in massa/volume ten opzichte van het hoofdgebouw of de omgeving, waarbij de mening van het Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit als bekend kan worden beschouwd. Hieronder valt ook de categorie “trendsetters”; bouwplannen waarover al eerder positief is geadviseerd en die nu “gekopieerd” worden (zoals specifiek voor het betreffende bouwblok ontworpen dakopbouwen of dakkapellen). Het derde lid regelt de flitstoets: De ambtenaar toetst de kleinere (bouw)plannen, waaronder reclame, zonwering, glasvervanging raam- kozijn- en kelderluikvervanging, schilderwerk, veiligheidsvoorzieningen, kleine gevelvoorzieningen, interieuraanpassingen en herstelwerkzaamheden aan de in de nota Ruimtelijke Kwaliteit opgenomen flitstoetscriteria. In geval van twijfel wordt een (bouw)plan alsnog voorgelegd aan het WARK. De ambtelijke toetsing vindt niet plaats in het openbaar. De sneltoetsen worden behandeld door het zogeheten Sneltoetsteam, bestaande uit de ambtelijk secretaris van het WARK en de vakspecialisten op het gebied van vergunningverlening. De flitstoets wordt alleen door de vakspecialist behandelend.

Het betreft alleen plannen in de beschermde stadsgezichten/bij monumenten. De voornaamste reden daarvoor is dat, er voor de werkzaamheden die voor een flitstoets in aanmerking komen buiten de beschermde stadsgezichten/bij niet-monumenten, er in de meeste gevallen geen vergunning nodig is. Aantallen Jaar 2017 2018 2019

Sneltoetsen 137 148 138

Flitstoetsen 44 32 33

2.2 Aanvragen omgevingsvergunningen In 2017 zijn meer adviezen door het WARK afgegeven dan in het voorgaande jaar (598 adviezen tegen 555 adviezen in 2016). 2018 daarentegen laat met 477 adviezen een opmerkelijke daling zien. In 2019 lag het aantal uitgebrachte adviezen op 510. In 2018 zijn er voor 320 locaties omgevingsvergunningen verleend tegen 356 in 2017. Het verschil tussen het aantal verleende omgevingsvergunningen en de door het WARK uitgebrachte adviezen laat zich vooral verklaren doordat initiële plannen als gevolg van het advies van het WARK in aangepaste vorm opnieuw aan het WARK worden voorgelegd. 2.3 Handhaving Handhaving vindt vooral plaats op grond van de Woningwet. In enkele gevallen zijn Burgemeester en Wethouders tot aanschrijving op grond van artikel 12 uit deze wet overgegaan. Deze handhavingsprocedure is een 3-traps raket. 1. Brief met verzoek om strijd met welstandsbeleid op te heffen.

7

2. Brief met het voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom als strijdigheid niet wordt opgeheven. 3. Brief met besluit tot opleggen van een last onder dwangsom met een begunstigingstermijn. In 2017 is in twee situaties de handhavingsprocedure ingezet. In beide gevallen ging het niet om een gemeentelijk of rijksmonument. In 2018 waren er vier dossiers waarop gehandhaafd is. In twee van deze dossiers betrof het een rijksmonument. In 2019 is bij één rijksmonument actie ondernomen op het gebied van de instandhoudingsverplichting. Het is niet voorgekomen dat op het gebied van welstand een dwangsom is verbeurd (omdat niet binnen de begunstigingstermijn de strijd met welstand was opgeheven).

8

3 Beleidsontwikkelingen Hieronder worden de ontwikkelingen beschreven, die van belang kunnen zijn voor de gemeentelijke ruimtelijke kwaliteit en de monumentenzorg. In de B en W vergadering van 19 mei 2020 is besloten: de flitsvergunning isolatieglas in houten ramen met het evalueren en aanpassen van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK) ter goedkeuring voor te leggen aan de raad. Totdat de raad de aangepaste NRK heeft vastgesteld, vooruit te lopen op deze vaststelling door reeds volgens de richtlijnen van de flitsvergunning isolatieglas in houten ramen te gaan werken. Op 19 oktober 2020 is tot een tekstuele aanpassing besloten omdat de tekst over hergebruik van historisch glas leidde tot interpretatieverschillen tussen aanvrager en vergunningverlener. Middels een aangenomen motie heeft de raad verzocht beleid op te stellen voor het implementeren van meer flitstoetsen rondom duurzame maatregelen bij monumenten zodat bouwplannen ambtelijk kunnen worden afgedaan. Dit is momenteel in onderzoek. Knelpunt hierbij is dat het toepassen van energiebesparende maatregelen in monumenten maatwerk vereist. Een flitsvergunning is pas toepasbaar indien de criteria voor alle mogelijke situaties worden beschreven en wel zodanig dat er geen risico aanwezig is op aantasting van de monumentwaarden van het pand.

3.1 Omgevingswet Zeer actueel zijn de ontwikkelingen met betrekking tot de stelselherziening van het omgevingsrecht door de naar verwachting op 1-1-2022 in werking tredende Omgevingswet. Deze wet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving en zorgt voor minder en overzichtelijkere regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. Een goede omgevingskwaliteit is een publiek belang. Het gaat daarbij niet om de maximale kwaliteit voor één gebruiker maar om goede kwaliteit voor de gemeenschap. Het gaat niet alleen over het visuele aspect maar is gericht op samengaan van gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde. Een goede omgevingskwaliteit is een van de maatschappelijke doelstellingen van de Omgevingswet, in samenhang met een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen daarvan ter vervulling van maatschappelijke behoeften. De Memorie van Toelichting benoemt een aantal aspecten van omgevingskwaliteit: cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en de kwaliteit van natuur en landschap.

Het gaat zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om de intrinsieke waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden en aan dier- en plantensoorten. Omgevingskwaliteit is een dynamisch begrip. De waardering van kwaliteitsaspecten is tijd- en plaatsgebonden. Daarom wordt dit begrip in de Omgevingswet niet verder gedefinieerd en ligt de zorg daarvoor in hoofdzaak op het provinciale en lokale niveau. Het Rijk stelt slechts regels over de omgevingskwaliteit voor zover er sprake is van een nationaal belang of een internationale verplichting. Dat speelt voor natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed. Andere aspecten, in het bijzonder de architectonische kwaliteit van bouwwerken, de stedenbouwkundige kwaliteit en de kwaliteit van het landschap moeten worden beschermd door de provincies en de gemeenten in hun eigen regelgeving.

9

Zij geven het begrip omgevingskwaliteit inhoud in de omgevingsvisie en stellen bijbehorende regels vast in de omgevingsverordening of het omgevingsplan (en desgewenst aanvullend beleid of instrumenten) 3.2 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking. Op 14 mei 2019 heeft de Eerste Kamer de Wkb aangenomen. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Daarnaast wordt de aansprakelijkheid van aannemers ten opzichte van particuliere en professionele opdrachtgevers uitgebreid. De wet gaat gefaseerd in. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en omgevingsveiligheid en blijft het bevoegd gezag. De vergunninghouder legt inhoudelijk verantwoording af aan de gemeente. Dit doet hij door de risicobeoordeling voor de aanvang van de bouw en het dossier bevoegd gezag tijdens en bij de afronding van het bouwtraject. De risicobeoordeling kan door de gemeente worden gebruikt om zijn handhavende taak van waarnemen, beoordelen en interveniëren vooraf inhoud en richting te geven.

Voor zijn handhavende taak kan de gemeente, als hij daarvoor in specifieke gevallen aanleiding ziet op basis van deze risicoanalyse en het bijbehorende borgingsplan, tijdens de bouw informatiemomenten en stopmomenten aan de vergunninghouder opleggen. 3.3 Deregulering. Deregulering, ook op het gebied van de APV, bijvoorbeeld bij uitstallingen en terrassen, waaronder verruiming van de mogelijkheden tot het aanbrengen van zonwering in de binnenstad, uitbreiding van vergunning-vrij bouwen, het welstandsvrij maken van delen van de gemeente kunnen van grote invloed zijn op de (beeld)kwaliteit van de openbare ruimte. Uit enkele inventarisaties die sinds de vaststelling van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit zijn gemaakt blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit van vooral de binnenstad van Middelburg onder druk staat. Dat is niet alleen een gevolg van verruiming van de regels, maar ook een gevolg van het ontbreken van voldoende handhavingscapaciteit. Zaken blijven daardoor te lang liggen en dat levert weer een vermindering op van de bereidheid zich aan de regels te houden. Daarbij moet worden opgemerkt dat, ondanks dat het huidige beleid tot stand is gekomen met participatie van de diverse spelers, de bereidheid zich aan de afspraken te houden en/of elkaar daarop aan te spreken, te wensen overlaat.

Blijkbaar wordt het algemene belang van een zo aantrekkelijk mogelijke binnenstad, waarvan de historische en monumentale kwaliteiten ook in landelijke onderzoeken als zeer belangrijk voor de economische ontwikkeling worden gezien, niet door iedereen op waarde geschat. Wat daarnaast opvalt, is dat deregulering, bijvoorbeeld het ruimhartiger toestaan van terrassen in straten waar voorheen geen horeca was gevestigd, (onbedoeld) tot gevolg heeft dat uitstallingen bij naastgelegen detailhandel niet of minder goed zichtbaar zijn. Op diverse plaatsen wordt dat “opgelost” door de uitstallingen, die binnen één meter van de voorgevel van het pand moeten blijven, voorbij de grens van het aanpalende terras te plaatsen. Dat draagt in niet geringe mate bij aan de “verrommeling” van het huidige straatbeeld. De constateringen en ervaringen sinds de invoering van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit zullen worden meegenomen bij de evaluatie van de Nota.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10207725/1