Reactie brief werkgroep omwonenden def
Tekst van het document
Beste Omwonenden Werkgroep ‘Cleene Hooge-AZC’, beste heer Nieuwenhuijze, Op 28 september heeft u een brief verzonden aan de gemeenteraad. Ondanks het feit dat de brief niet aan het college is gericht, kan het college zich voorstellen dat u een reactie wenst. Mede ook naar aanleiding van uw bericht van 5 oktober 2023 waarin u schrijft dat u vindt dat uw vragen niet zijn beantwoord. We respecteren uw zorgen en hechten er waarde aan op een aantal punten te reageren. We zullen een afschrift van deze brief ook aan de gemeenteraad ter beschikking stellen. Naar aanleiding van uw brief aan de gemeenteraad en uw open brief aan de burgemeester, nodigen we u graag uit voor een gesprek met wethouder Louws en burgemeester Bergmann. Er zal binnenkort contact met u worden opgenomen. AZC plus flexibele opvang Bij de kaderstelling is door het college een voorstel gedaan om het AZC en de flexibele opvang op één locatie te realiseren. De gemeenteraad heeft hiertoe op 13 april jl. besloten. De belangrijkste overweging hiervoor is het landelijke streven naar flexibilisering van de asielopvang. Als het asielsysteem flexibeler is, kan het beter meebewegen met de aantallen asielzoekers die naar ons land komen. Resultaat daarvan moet zijn dat geen gebruik meer moet worden gemaakt van noodopvang1 en crisisnoodopvang2, omdat de kosten daarvoor hoog zijn.
Maar ook omdat de kwaliteit van de omstandigheden waaronder de mensen daar verblijven veel lager is. Dat komt doordat het vaak locaties betreft die daar eigenlijk niet geschikt voor zijn en hun huidige functie er tijdelijk mee verliezen. Wanneer een bestaand AZC kan uitbreiden als de omstandigheden in de wereld daarom vragen, hoeft op zo’n moment niet ad hoc een locatie te worden gezocht en ingericht en kunnen de bewoners gebruik maken van de voorzieningen van het AZC, wat onder andere een gunstig effect heeft op hun dagbesteding. Deze constructie is uiteraard efficiënter voor het COA en het scheelt belastinggeld van alle inwoners. Zie bijvoorbeeld de actuele berichten over de kosten van opvang in hotels. Ook zijn toezicht en veiligheid beter te realiseren vanaf één locatie. Met de gemeenteraad is ook uitgebreid gesproken over het al dan niet combineren van het AZC met flexibele opvang op één locatie. Uiteindelijk is daar naar aanleiding van een amendement het volgende over besloten: “De opvang is bij voorkeur geconcentreerd op één locatie van circa 3 hectare of circa 3000 m2 BVO of indien niet beschikbaar anders verdeeld over maximaal twee locaties van tezamen dezelfde afmetingen.” Spreidingswet-Zeeuwse afspraken De opgave van de gemeente Middelburg moet worden gezien in een groter geheel van Zeeuwse afspraken. Vanuit het Ministerie krijgt iedere provincie een asielopgave.
In Zeeland hebben de 13 gemeenten al voordat er nog maar sprake was van een eventuele Spreidingswet met elkaar deze asielopgave verdeeld. Terneuzen, Goes en Middelburg gaan een AZC realiseren. Goes gaat daarnaast ook een opvang voor minderjarige asielzoekers realiseren. Een aantal kleinere gemeenten in Zeeland gaan tevens met zo’n opvang voor minderjarige asielzoekers aan de slag.
Noodopvang zijn tijdelijke opvanglocaties van het COA met vaak een lager kwaliteits- en voorzieningenniveau. Dit zijn bijvoorbeeld evenementenhallen, leegstaande kantoren, recreatiewoningen, schepen of tijdelijke paviljoens. In de noodopvanglocaties kan niet dezelfde opvang geboden worden als in de reguliere locaties. Bewoners hebben vaak minder privacy, geen gelegenheid om zelf te koken en minder zinvolle dagbesteding. Daarom is het streven dat bewoners zo kort mogelijk op deze locaties verblijven. 2 Crisisnoodopvang, sinds kort tijdelijke gemeentelijke opvang genoemd is korte opvang in ruimtes die de overheid meestal inzet bij een ramp of crisis. De locaties worden geregeld door gemeenten. 1
Zo proberen de 13 gemeenten gezamenlijk aan de asielopgave te voldoen. Er zijn een aantal provincies die deze Zeeuwse methodiek inmiddels volgen en ook gezamenlijk afspraken maken over de asielopvang. Dat betekent dat op termijn meer reguliere AZC’s bestaan dan thans het geval is en de noodzaak voor gebruik van flexibele opvang wordt beperkt, tenzij sprake is van een ineens oplaaiende brandhaard in de wereld. De Zeeuwse afspraken zoals ze in het najaar van 2022 zijn vastgesteld moeten worden herijkt, omdat de opgave voor Zeeland miv 1 januari 2024 is verhoogd. De gemeente Middelburg heeft in deze onderhandelingen aangegeven dat zij in deze verhoogde opgave geen rol gaat spelen, gelet op het aandeel wat zij al heeft in de oorspronkelijke opgave en in afwachting van de inzet van andere gemeenten. Daarmee is ook meteen de vraag beantwoord of het een AZC van meer dan 330 mensen gaat worden. Zoals hiervoor gezegd zal de gemeente Middelburg niet meedoen in de verdeling van de verhoogde opgave op dit moment. Daarnaast kan het college daartoe ook niet zelf besluiten, omdat het raadsbesluit uit 2021 bepaalt dat er een AZC komt voor 330 mensen. Als er al sprake zou zijn van een door het college gewenste verhoging zal zij daarvoor een voorstel ter besluitvorming moeten indienen bij de gemeenteraad.
Voor de volledigheid is het belangrijk om op te merken dat de regie op de inzet van de flexibele opvang bij het gemeentebestuur ligt en niet bij het COA. Dat geldt op dit moment ook zo voor de noodopvang. Overlast Als er ergens wordt gebouwd is er altijd een vorm van overlast of dat nu voor de bouw van een AZC of een woonwijk is. Verschillende wijken hebben daar op dit moment mee te maken, zoals de Veersepoort en Essenvelt. Vragen over de ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer zijn op dit moment nog niet te beantwoorden. Op dit moment bereiken de gemeente verschillende geluiden uit de wijk. Dat betreft de gewenste ontsluiting, het aantal te bouwen huizen (variërend van geen extra huizen tot wel extra huizen naast de huizen voor een AZC), etc. Al deze wensen zullen worden gehoord tijdens de participatie en op basis daarvan zal een keuze moeten worden gemaakt. Wie wat gaat betalen, is op dit moment dus ook nog onduidelijk. De kosten van een AZC komen overigens altijd voor rekening van het COA. Het is evident dat er een toename zal zijn van gemotoriseerd verkeer wanneer er op deze locatie zal worden gewoond, welke ontsluitingsweg ook wordt gebruikt. Op dit moment is de locatie niet bewoond, dus een toename ligt voor de hand. Het is afhankelijk van de besluiten die worden genomen naar aanleiding van de participatie hoe de ontsluiting vorm zal worden gegeven.
Een AZC brengt veel minder gemotoriseerd verkeer met zich mee dan een normale woonwijk. Doelgroepbeperking In een bestuursovereenkomst kan geen doelgroepbeperking worden afgesproken zoals door uw werkgroep wordt gewenst. Bij navraag bij het COA kan wel het volgende worden afgesproken: a. dat geen vreemdelingen gehuisvest worden die vermeld staan op de landelijke lijst van overlastgevers (Top-X-lijst). Deze lijst wordt iedere maand geactualiseerd en bekendgemaakt door de Rijksoverheid op basis van gegevens van de politie en het COA; b. dat geen oververtegenwoordiging van asielzoekers in Spoor 2 (vreemdelingen uit een veilig land of die elders in de EU al bescherming hebben) opgevangen worden. Van
oververtegenwoordiging is sprake als er verhoudingsgewijs meer asielzoekers in Spoor 2 worden opgevangen dan het landelijke percentage asielzoekers in Spoor 2. Veiligheid Zowel het college als het COA ontkennen niet dat een AZC soms voor overlast kan zorgen. De ervaring leert wel dat de meeste incidenten plaatsvinden op het terrein zelf tussen de bewoners onderling en in het centrum. Dat maakt de incidenten niet minder erg, maar het is wel van invloed op de zorgen in de wijk. Er is op dit moment geen aanleiding voor de vrees dat kinderen niet meer buiten kunnen spelen en dat niemand nog ’s avonds de hond uit kan laten of een ommetje kan doen. Incidenten buiten het AZC spelen zich vooral af in de sfeer van vermogensdelicten (diefstal winkels). Wat betreft de huidige locatie heeft het COA voorzien in de kosten voor een schutting tussen Swerfrust en de bewoners van de Michaelsdreef. Dit omdat de tuinen in deze straat direct grenzen aan het perceel van het AZC. Dat is het gevolg van het feit dat het een bestaand pand betrof. Ook zijn de kosten voor een rolluik vergoed van een bewoner wiens tuin aangrenzend is aan het perceel in verband met geluidsoverlast.
Participatie bij locatiekeuze De participatieverordening van de gemeente Middelburg, onderscheidt in artikel 4 lid 1b de volgende niveaus van participatie: informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen, of een combinatie hiervan. Bij de locatiekeuze is gekozen voor de laagste trede, namelijk informeren. Het college en de gemeenteraad hebben de keuze voor deze laagste trede van participatie bij de locatiekeuze niet lichtvaardig genomen. Daar is zowel in de commissie als in de gemeenteraad een discussie aan voorafgegaan. Gesproken is over de wijze waarop de locatiekeuze voor een AZC met een hogere graad van participatie tot stand zou kunnen komen. Daar is geen antwoord op gekomen. Participatietraject na de locatiekeuze Fase 1 is de fase voorafgaand aan de ruimtelijke procedure en na het definitieve besluit voor een locatie. Dus voordat het omgevingsplan/ bestemmingsplan wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. In deze fase geldt dus adviseren. Over de ruimtelijke onderwerpen kan men in het traject dus adviseren, wel binnen de kaders die de raad nog moet vaststellen. Het ophalen van input, gaat over de vraag over welke onderwerpen men wil participeren. Denk aan voorzieningen, landschappelijke inpassing, etc. Hoe over deze onderwerpen geparticipeerd wordt, wordt uitgewerkt in de startnota die de raad vaststelt.
Fase 2 is tijdens de ruimtelijke procedure ligt de nadruk op communiceren/ informeren over het proces. Fase 3 is na afloop van de ruimtelijke procedure. Gekozen kaders en beoordeling van de potentiële locaties binnen de kaders Het kader ‘in eigendom van de gemeente’ is enerzijds inderdaad ingegeven door de snelheid van het proces, anderzijds zeker ook door het gegeven dat het op dit moment ten behoeve van de asielopvang heel ingewikkeld is om eigendom te verwerven. In het land (ook in Zeeland) zijn voorbeelden van processen waarin de eigenaar de hoofdprijs vraagt voor het perceel of het pand omdat duidelijk is dat de nood hoog is in de asielopvang. Daardoor wordt de asielopvang nog duurder. Ook leert de ervaring dat wanneer de omgeving lucht krijgt van een mogelijke verkoop aan gemeente of COA ten behoeve van asielopvang, dit de
verkoper in een lastige situatie brengt. Met name wanneer het een lokale particulier betreft. Er zijn al voorbeelden geweest waarin een voorgenomen verkoop hierdoor uiteindelijk niet heeft plaatsgevonden. Dit kader heeft overigens niet direct met zich meegebracht dat er sprake was van een beperkt aantal locaties. De brutolijst bestaat uit 10 locaties in eigendom. Dat Cleene Hooge als best passende locatie uit het onderzoek is gekomen is hier niet een rechtstreeks gevolg van. Tijdelijkheid Het college heeft bij geen locatie voor een AZC ooit en ook nu niet op deze locatie ingezet op een permanent AZC. Er zijn gemeenten die gaan voor een permanent AZC en er zijn ook in Middelburg burgers die daarvoor pleiten of daar op zijn minst voordelen in zien, maar de inzet van het college is een tijdelijk AZC, van een duur die enerzijds in het kader van duurzaamheid en maatschappelijke kosten te verantwoorden is en anderzijds rekening houdt met de wijk. Deze tijdelijkheid past ook bij het kader toekomstbestendig, omdat na afloop van een AZC een woonwijk ter beschikking komt. Als het doel zou zijn om een permanent AZC te vestigen zou dit kader irrelevant zijn. Koop? De wijze waarop de locatie aan het COA ter beschikking zal worden gesteld is nog niet bepaald. De gesprekken daarover met het COA moeten nog plaatsvinden. Er zijn verschillende varianten mogelijk.
Ook bij verkoop aan het COA is er geen sprake van een permanent AZC. In de bestuursovereenkomst met het COA zal een termijn worden afgesproken voor de duur van het AZC. Bij verkoop aan het COA zal gekozen worden voor een afspraak die ervoor zorgt dat bij het einde van het AZC de gemeente invloed heeft op de toekomst van de locatie, bijvoorbeeld door het recht van eerste koop. Het is niet mogelijk dat bij verkoop aan het COA het COA zonder toestemming van de gemeente een AZC in stand houdt. Het college zal dan immers de bestuursovereenkomst niet tekenen. Een bestuursovereenkomst tussen COA en gemeente is de basis voor een AZC. Een erfpachtovereenkomst met een looptijd gelijk aan de looptijd in de bestuursovereenkomst is ook een optie. De conclusie in de brief dat “Nu bepaalt het college zonder enige inspraak dat er een permanent AZC in onze wijk komt zonder enige waarborg dat overlast kan worden voorkomen”, delen wij niet. Het college neemt er zelfs nadrukkelijk afstand van. Zoals hierboven gesteld heeft het college niet de intentie een permanent AZC te realiseren op Cleene Hooge. Net als bij de huidige locatie zullen met het COA afspraken worden gemaakt in de bestuursovereenkomst. De conclusie dat het college een vrijbrief geeft aan het COA is ongefundeerd. Ontwikkelvisie De griffier heeft 2 oktober jl.
aan de leden van de gemeenteraad medegedeeld dat de besluitenlijst van juni 2019 moet worden gecorrigeerd en vastgesteld. De raad heeft destijds gestemd voor de vaststelling van de ontwikkelvisie. In de besluitenlijst is echter per abuis opgenomen dat de ontwikkelvisie alleen voor kennisgeving is aangenomen. Hiervoor was destijds een amendement ingediend, maar echter niet aangenomen. Per abuis was dit wel in de besluitenlijst verwerkt. Onder de Omgevingswet zullen we in eerste instantie werken met buitenplanse omgevingsplan activiteiten ( BOPA). Een AZC staat inderdaad niet op de lijst waarvoor de raad advies kan geven. Uiteraard zal het college de gemeenteraad betrekken.
Omdat het AZC zal bestaan uit woningen kan het AZC passen binnen de ontwikkelvisie. Het verschil zit in de aanvankelijke bewoners. Op dit moment is het zoals gezegd voorbarig uitspraken te doen over eventuele grondverkoop aan het COA en over onder welke voorwaarden dit eventueel zal plaatsvinden. De conclusie dat “er geen enkel concreet vooruitzicht is op een functiewijziging van AZC naar reguliere woningen” is dus onterecht. Zoals ook uit het raadsvoorstel blijkt, was de keuze voor Cleene Hooge als voorgenomen locatie voor een nieuw AZC niet evident. Het college was en is zich bewust van de gevoeligheid van het gebied. Echter, uiteindelijk heeft het college geconcludeerd dat de opvang van vluchtelingen zwaarder weegt dan het niet bebouwen van deze locatie. Omvang AZC Ook gedurende de looptijd van het huidige AZC is een aantal keer nood geweest aan extra opvangplaatsen. Ook bij het huidige AZC is niet gekozen voor een permanente verhoging van reguliere opvangplaatsen. Een toename in de asielinstroom in de toekomst hoeft zoals eerder gezegd niet per definitie te leiden tot een verhoging van opvang in Middelburg, nu de Zeeuwse gemeenten de opgave onder elkaar verdelen. Daarnaast is zoals eerder gezegd het aantal van 330 opvangplekken door de gemeenteraad besloten.
Aan een eventuele permanente verhoging van deze reguliere opvang zal een besluit van de gemeenteraad ten grondslag moeten liggen. Dat is niet aan het college. Financiën In de boekhouding bestaat Cleene Hooge uit twee delen. Het deel zoals aangegeven in de ontwikkelvisie heeft per eind 2022 een boekwaarde van € 6,2 miljoen. Tot het moment dat anders wordt besloten geldt hiervoor het uitgangspunt van een kostendekkende grondexploitatie. Het overige deel van het gebied is afgewaardeerd tot agrarische waarde en heeft een boekwaarde van € 2,8 miljoen. Daarmee is deze boekwaarde kostendekkend. Onderzoek locatie AZC Cleene Hooge Middelburg Inleiding Zoals in het raadsvoorstel aangegeven was het voor het college niet evident te kiezen voor Cleene Hooge als locatie voor het nieuwe AZC. Ondanks de politieke en maatschappelijke gevoeligheid van de locatie Cleene Hooge hebben we uiteindelijk toch geconcludeerd dat opvang van vluchtelingen zwaarder moet wegen dan eerdere standpunten met betrekking tot de invulling van deze locatie. In de Omgevingsvisie Middelburg 2050 staat: “Ook Cleene Hooge is daarbij in beeld, zij het als reservelocatie of als woningbouwlocatie onder de voorwaarden van de ontwikkelvisie die de raad in 2019 heeft vastgesteld.” De visie heeft als uitgangspunt dat cultuurhistorische en landschappelijke waarden versterkt worden.
Daarom landt in deze visie de bebouwing op de kreekrug en niet in de poelgronden. De genoemde cirkel met het zoekgebied ligt ook op de kreekrug. In de ontwikkelvisie zijn diverse varianten geschetst, niet enkel grenzend aan de Walcherseweg. Conclusie Op 13 april jl. is door de gemeenteraad besloten: “De opvang is bij voorkeur geconcentreerd op één locatie van circa 3 hectare of circa 3000 m2 BVO of indien niet beschikbaar anders verdeeld over maximaal twee locaties van tezamen dezelfde afmetingen.”
In de asielopvang wordt onderscheid gemaakt tussen tijdelijke en duurzame (langdurige) opvang. Op dit moment is er nog geen sprake van kleinschalige duurzame opvang. Kleinschalige opvang staat nog in de kinderschoenen en is vooral gericht op tijdelijke opvang ten dienste van uiteindelijk een stabiel en flexibel opvanglandschap met voldoende duurzame locaties. In een brief van juni jl. verwijst de staatssecretaris naar deze kleinschalige opvang uitgevoerd door het Rode Kruis onder verantwoordelijkheid van het COA. Op dit moment worden een aantal opvanglocaties die thans nog onder regie van de gemeente staan (crisisnoodopvang) omgevormd tot zo’n (tijdelijke) locatie. Bij het kiezen van kaders kan altijd worden gediscussieerd over de juistheid van de kaders en blijft altijd de kans dat ook andere kaders een rol hadden kunnen spelen. In de Provinciale Verordening 2018 is het gebied ten westen van Middelburg aangewezen als ‘landschap van provinciaal belang’. Het gaat in dit geval over een ‘open poelgebied’, dat als volgt is begrensd: “Poelgebieden waarvan op basis van topografie en luchtfoto's is bepaald dat hun ruimtelijk karakter zeer open is.
De precieze grenzen zijn zo veel als mogelijk bepaald door een logische, ruimtelijke begrenzing in de vorm van wegen, beplanting en bebouwd gebied.” Bij de verder planuitwerking zal hier rekening mee gehouden moeten worden, wat bij het opstellen van de ontwikkelvisie overigens ook al de insteek is geweest: de bestaande landschappelijke structuur is de onderlegger geweest voor deze visie. De woningbouwopgave voor de gemeente Middelburg is groot, bij iedere keuze die moet worden gemaakt moeten vooraf uitgangspunten worden vastgesteld waaraan de keuze zal worden getoetst. In het ene geval zal dat leiden tot afbraak bestaande bouw en heropbouw, de andere keer tot hergebruik van bestaande bouw en soms, zoals in dit geval, tot bebouwing van een daartoe reeds aangewezen kavel. De eventuele verkoop aan het COA is hiervoor reeds besproken. De griffier heeft 2 oktober jl. aan de leden van de gemeenteraad medegedeeld dat de besluitenlijst van juni 2019 moet worden gecorrigeerd en vastgesteld. De raad heeft destijds gestemd voor de vaststelling van de ontwikkelvisie. In de besluitenlijst is echter per abuis opgenomen dat de ontwikkelvisie alleen voor kennisgeving is aangenomen. Hiervoor was destijds een amendement ingediend, maar echter niet aangenomen. Per abuis was dit wel in de besluitenlijst verwerkt. Uit het raadsbesluit van 13 april jl.
en het raadsvoorstel van 12 oktober 2023 blijkt op basis van welke kaders de voorgenomen locatiekeuze tot stand is gekomen. Zoals ook tijdens de informatieavonden aangegeven zijn eventuele financiële problemen, geld, opbrengsten van de gronden geen kader geweest voor de locatiekeuze. Overigens geldt voor iedere potentiële locatie uit de brutolijst dat deze bij verkoop of verpachting inkomsten oplevert voor de gemeente, dit is onlosmakelijk verbonden met het kader ‘in eigendom van de gemeente’. Zowel gemeente Middelburg als COA staat net als de omwonenden van de beoogde nieuwe locatie voor humane en menswaardige opvang. Dit uitgangspunt staat voor het college niet in de weg aan voortzetting van een AZC van dezelfde opvang als tot op heden.
3. Onderbouwing analyse beoordeling kaders 3.1. Toetsing beoordelingskaders locatie De trapsgewijze toetsing volgt logischerwijze uit de inhoud van de kaders. Een locatie die niet toekomstbestendig is hoeft ook niet te worden getoetst aan de kaders van bijvoorbeeld afstand tot voorzieningen etc. De stelling dat deze werkwijze ertoe leidt dat een locatie door kleine nuances afvalt, is naar onze mening niet juist. De kaders in de eerste selectie zijn van zodanig groot belang dat als een locatie daar niet aan voldoet er geen sprake is van een kleine nuance. Voor de kleinschaligheid wordt verwezen naar bovenstaande. De beoogde locatie is volgens het college geschikt voor deelname aan de maatschappij door de bewoners en voor gezamenlijke activiteiten met buurtbewoners. De locatie ligt enerzijds meer op afstand van de percelen van de buurtbewoners dan bij de huidige locatie en anderzijds voldoende dichtbij om deel te nemen aan de dynamiek in de wijk. Over het kader ‘eigendom van de gemeente’ is hierboven reeds een en ander gezegd. Het criterium ‘beschikbaar binnen afzienbare tijd’, heeft niet te maken met te doorlopen ruimtelijke procedures, maar met eventuele overeenkomsten die de locatie belasten, zoals bij de zonneweide.
Flexibele opvang is niet te verwarren met satellietlocaties waarvoor het COA inderdaad de wens heeft deze in een straal van ongeveer 7 kilometer van een regulier AZC te plaatsen. Bij de potentie als woningbouwlocatie, voorzienbaar als woningbouwlocatie (=het kader ‘toekomstbestendig) wordt in het rapport van de werkgroep voorondersteld dat wordt gebouwd op basis van de eisen van het COA. Uiteraard wordt rekening gehouden met de wensen van het COA. Daarnaast gaat het voorgenomen besluit van het college uit van ontwikkeling van het AZC binnen de kaders van de vastgestelde ontwikkelvisie. Omdat gebouwd wordt om iets achter te laten voor de wijk/gemeente zal moeten worden gebouwd met het oog daarop. 3.2. Ontbrekende kaders Gesteld wordt dat bouwen voor 15 jaar niet duurzaam is. Dat is het zeker niet en daarom wordt er ook voor langere tijd gebouwd. Het COA is een tijdelijke gebruiker van bebouwing die er langdurig komt te staan. Veiligheid is geen kader geweest bij de afweging van de locaties, omdat dit aspect voor iedere locatie geldt. Uiteraard zullen er net als bij de huidige locatie veiligheidsafspraken worden gemaakt tussen COA, politie en gemeente. Omwonenden worden hier ook bij betrokken. Ook geld, opbrengsten, etc. zijn geen kader geweest, omdat ook dat voor iedere potentiële locatie geldt als gevolg van het kader ‘in eigendom van de gemeente’.
4. Toetsing onderzoeksresultaten 4.1. Selectie 1e selectie Voor de keuze voor één locatie en niet meerdere kleinere locaties en de keuze voor eigendom van de gemeente wordt naar bovenstaande verwezen. De conclusie van de werkgroep naar aanleiding van de 1e selectie gaat niet om de zorgvuldigheid van de toetsing aan de kaders, de opmerking betreft de kaders zelf. Deze zijn echter vastgesteld en zijn in het proces tot locatiekeuze leidend geweest. 4.2. De locaties die in de eerste selectie zijn afgevallen worden door uw werkgroep getoetst aan de kaders in de tweede selectie. In verband met de trapsgewijze behandeling van de kaders is een toetsing van locaties die bij de eerste selectie zijn afgevallen aan de kaders in de tweede selectie niet aan de orde. De locaties zullen hier niet allemaal worden besproken. Verwezen wordt naar het raadsvoorstel voor 12 oktober 2023 en de bijlagen. Wat Sprenckpark betreft is er sprake van een onjuiste voorstelling van zaken. Het besluit van juni 2023 over de kader woningbouwlocaties staat niet op zichzelf, maar is een vervolg op besluitvorming sinds 1999. Er is aldus geen sprake van een verkeerde afstemming. Het juridisch advies hierover is, ongeacht de in het rapport van de werkgroep vermeende aanleiding, duidelijk.
Het contract met Stichting Landschapsbeheer Zeeland is inderdaad geen breekpunt voor deze locatie, maar levert formeel gezien op dit moment wel een negatieve score op het kader ‘beschikbaar binnen afzienbare tijd’ op. Het breekpunt met betrekking tot deze locatie is uiteraard het kader ‘toekomstbestendig’. Wat Cleene Hooge betreft wordt voor de visie over de bouw op kreekruggen in combinatie met de ontwikkelvisie verwezen naar bovenstaande. Kort samengevat is vrijwel de hele kreekrug in de visie in beeld als woningbouwlocatie, niet enkel de hoek bij de Walcherseweg. In 2019 is reeds besloten dat een deel van het gebied kan worden bebouwd in acht nemend de kaders van de vastgestelde ontwikkelvisie. Het open landschap en de poelgronden etc. zijn destijds daarbij ook meegenomen. De wandelroute met de pontjes blijft na realisatie van een AZC op de voorgenomen locatie ook intact. Ten aanzien van het buitengebied Poppenroede is het volgende van belang. De eigenaar van de voormalige buitenplaats heeft op zijn verzoek toestemming van de gemeente om een plan uit te werken. Hier is door de eigenaar verder geen vervolg meer aan gegeven. Deze gronden maken overigens inmiddels deel uit van het Natuurnetwerk Zeeland. Financiële overwegingen hebben, zoals eerder gezegd, geen rol gespeeld bij de locatiekeuze.
Bij iedere nog niet bebouwde kavel moeten kosten worden gemaakt voor de aanleg van infrastructuur, een kavel voorzienbaar als woningbouwlocatie niet bebouwen brengt eveneens kosten (afboeken boekwaarde) met zich mee. Overigens is 6 hectare van het gebied Cleene Hooge in exploitatie. Het overige gebied is gewaardeerd op landbouwwaarde. In de ‘Startnotitie participatie woningbouwopgave’ staat het in de ontwikkelvisie opgenomen deel van Cleene Hooge benoemd als een “geplande of in uitvoering zijnde locatie”.
Zoals aan het begin van de reactie vermeld kunt u een uitnodiging voor een gesprek binnenkort tegemoet zien. ------------------------