QenA Zeeland 2050 20260424
Tekst van het document
Q&A Zeeland 2050 Inleiding De Q&A Zeeland 2050 geeft in vraag-en-antwoordvorm uitleg over het toekomstperspectief voor Zeeland en de Strategische Agenda met het Rijk. Het document is bedoeld om bestuurders, volksvertegenwoordigers, organisaties en andere betrokkenen snel inzicht te geven in de aanleiding, de doelen en de belangrijkste keuzes richting 2050. Aan de hand van thema’s – van vitale kernen en talentontwikkeling tot energie, defensie en natuur – wordt toegelicht waarom Zeeland nu in beweging moet komen, welke kansen en risico’s er spelen en hoe de samenwerking tussen Zeeuwse overheden, maatschappelijke partners en het Rijk wordt vormgegeven. Deze Q&A is daarmee geen volledig beleidsstuk, maar een praktische gids bij de gesprekken en besluiten die de komende jaren nodig zijn om samen te bouwen aan een sterk, leefbaar en toekomstbestendig Zeeland.
Inhoudsopgave A. Algemeen B. Rijk–Regio samenwerking C. Vitale kernen & stedelijke voorzieningen D. Magneet voor talent – jongeren aantrekken en behouden E. Clean Energy Port F. Defensie & Veiligheid G. Fundament: natuur, water, klimaat
Pagina: 2 6 10 12 14 16 17
1 Q&A Zeeland 2050 – 24 april 2026
A. Algemeen 1. Waarom is Zeeland 2050 nodig? Zeeland staat voor structurele uitdagingen: vergrijzing, ontgroening, uitstroom van jongeren, druk op voorzieningen én grote nationale opgaven rond energie, veiligheid, industrie en woningbouw. De provincie telt ca. 393.000 inwoners (2025), groeit langzaam en vergrijst sneller dan Nederland gemiddeld. In Zeeuws-Vlaanderen is bijvoorbeeld 26,3% van de bevolking 65+. De enige oplossing hiervoor is om (jonge) inwoners van elders aan te trekken. Zonder actie verdwijnen scholen (verwacht: 70 basisscholen in 2030), lopen zorgtekorten op tot 7.500 vacatures in 2050, en verliezen dorpen voorzieningen (nu al 43 dorpen zonder voorziening). Zeeland 2050 biedt een gezamenlijke koers om deze trends om te buigen. 2. Wat is de kern van het perspectief Zeeland 2050? De kern is een gezamenlijke toekomststrategie waarbij Zeeland groeit en nieuwe inwoners aantrekt om tekorten op de arbeidsmarkt aan te vullen en de sociale structuur van Zeeland te versterken. Sterke dorpen en bruisende steden bieden de mogelijkheid om hier te komen wonen, een magneet voor talent biedt jongeren van elders de gelegenheid hier te studeren en voorkomt dat jongeren gedwongen zijn te vertrekken voor een opleiding elders, en een clean energy port die nationale strategische autonomie ondersteunt geeft toekomstperspectief.
Rijk en regio kiezen samen voor gerichte investeringen, gekoppeld aan woningbouw (75.000 woningen), onderwijsinnovatie, energieprojecten, havenontwikkeling, defensietaken en natuurherstel. 3. Waarom is haast geboden? De Zeeuwse arbeidsmarkt heeft een extreem tekort: er zijn 9.600 openstaande vacatures en 150 vacatures per 100 werklozen, het hoogste tekort van Nederland. Tegelijkertijd groeit de zorgvraag, neemt netcongestie toe en dreigt verdere verschraling als voorzieningen verdwijnen. Uitstel zou betekenen dat Rijksmiddelen elders worden verdeeld en dat cruciale keuzes (kernenergie, energie-infrastructuur, woningbouw) aan Zeeland voorbijgaan. 4. Wie zijn de partners in Zeeland 2050? Alle 15 Zeeuwse overheden (13 gemeenten, provincie, waterschap Scheldestromen), onderwijsinstellingen (Scalda, HZ, UCR en DCC), bedrijven, maatschappelijke organisaties én het Rijk met acht ministeries. De samenwerking wordt georganiseerd via OZO (Overleg Zeeuwse Overheden). 5. Is Zeeland 2050 een visie of een plan? Geen van beide. Het is een toekomstperspectief, dat vertaald is in een strategische agenda die door Rijk en regio samen is opgesteld. Het biedt richting, gezamenlijke ambities en afspraken. Concrete uitwerking volgt in beleid (woonvisies, omgevingsvisies, investeringsagenda’s, Rijksprogramma’s). 6.
Wat levert Zeeland 2050 op voor inwoners? Wanneer we concrete afspraken met het kabinet kunnen maken over de sleutelprojecten, levert dat betere bereikbaarheid, meer woningen, betere zorgstructuur, aantrekkelijk onderwijsaanbod, behoud van voorzieningen, sterkere economie en meer toekomstperspectief. Ook de brede welvaart moet stijgen — nu ligt Zeeland onder het landelijk gemiddelde op gebieden als gezondheid, bereikbaarheid van voorzieningen, sociale contacten en vertrouwen in instituties. 7. Hoe wordt de inhoud van Zeeland 2050 bepaald? Door brede participatie: streek- en stakeholdersessies, jongerenpanels, werkateliers en gesprekken met ministeries. Inwoners hebben meegedaan aan tientallen bijeenkomsten; bij verdere uitwerking komen er gerichte participatietrajecten. Nadrukkelijk willen we meegeven dat Zeeland 2050 niet iets van bovenaf is wat wordt opgelegd, maar wat we met de Zeeuwen samendoen. 2 Q&A Zeeland 2050 – 24 april 2026
8. Wat is de rol van Vlaanderen? Vlaanderen is geen formele partner, maar inhoudelijk onmisbaar: grensoverschrijdende mobiliteit, arbeidsmarkt, onderwijs, havenontwikkeling en natuurherstel vereisen samenwerking. Er loopt o.a. een werkgroep Grensbelemmeringen en een Schakelpunt Nederland–Vlaanderen. 9. Waarom heeft Zeeland meer inwoners nodig? Omdat: • 30% van Zeeuwse werknemers gaat binnen 10 jaar met pensioen • er 7.500 zorgvacatures dreigen • scholen, OV en zorg alleen kunnen blijven bestaan bij voldoende kritische massa • bedrijven personeel nodig hebben, maar de beroepsbevolking afneemt. 10. Wat zijn de grootste risico’s als we niets doen? Verdwijnende voorzieningen (zoals scholen en verenigingen), toenemende zorgarmoede, leegtrekkende dorpen, bedrijven die wegtrekken bij gebrek aan personeel, onhaalbare energietransitie door netcongestie, verlies aan concurrentiekracht bij industrie, en mislopen van Rijksinvesteringen in kernenergie, infrastructuur, onderwijs en defensie. 11. Wie gaat al deze investeringen betalen? De investeringen zullen waarschijnlijk komen uit verschillende bronnen: het Rijk, provincie, gemeenten, private partijen en Europese fondsen. Zeeland 2050 helpt om deze investeringen gericht te bundelen en gezamenlijk prioriteiten te stellen. 12.
Wanneer mogen de volksvertegenwoordigers iets vinden van Zeeland 2050? Zeeland 2050 geeft een globale gezamenlijke richting, maar die heeft geen bindend of dwingend karakter. Elke overheid – en dat geldt voor alle partners – kiest zelf om hieraan mee te doen of niet. Het perspectief krijgt pas betekenis wanneer dat door volksvertegenwoordigers in eigen beleid wordt vertaald. Het zijn immers de algemeen besturen die bepalen hoe hun instrumenten worden ingezet. 13. Wie is eindverantwoordelijke voor dit perspectief? Er is niet één eindverantwoordelijke; het is een gezamenlijk gedragen perspectief van de Zeeuwse overheden (provincie, gemeenten, waterschap) en maatschappelijke partijen. Op 1 april 2025 is het startdocument overgedragen aan het OZO. Vanaf dat moment is het startdocument met inzet van tal van maatschappelijke partners verrijkt tot een toekomstperspectief, dat in juni 2025 is verschenen. Sindsdien werken bestuurders en ambtenaren van de provincie, het Waterschap en de 13 gemeenten samen met 8 departementen aan mogelijke samenwerkingsafspraken tussen Rijk en regio, in een strategische agenda. De kerngroep van het OZO is de bestuurlijke opdrachtgever van het hele proces. Een gemeenteraad (en of college) kan andere keuzes maken of andere prioriteiten stellen. Het wijzigen van bestemmingsplannen voor het bouwen van extra woningen is hierbij een voorbeeld.
Nadrukkelijk willen we meegeven dat Zeeland 2050 niet iets van bovenaf is wat wordt opgelegd, maar wat we met de Zeeuwen samendoen. Er is sprake van medewerking op basis van vrijwilligheid. 14. Komt er ergens een moment dat volksvertegenwoordigers ja of nee tegen dit perspectief kunnen zeggen? Het bestuurlijk opdrachtgeverschap van Zeeland 2050 ligt bij het OZO, van waaruit we met alle Zeeuwse overheden werken aan het toekomstperspectief en de beweging van Zeeland 2050. De beweging wordt vervolgens door de partijen die besluiten mee te doen concreet vertaald in de (eigen) reguliere beleidsinstrumenten waar de volksvertegenwoordigers over besluiten. Denk aan de omgevingsvisie, uitvoeringsagenda's, beleidsnotities enzovoort. In de zienswijze procedure m.b.t. de strategische agenda met het Rijk kunnen de volksvertegenwoordigers hun positie ook kenbaar maken. 3 Q&A Zeeland 2050 – 24 april 2026
15. Wat is de kerntaak van volksvertegenwoordigers binnen Zeeland 2050? Volksvertegenwoordigers bewaken het democratische proces: zij toetsen of besluiten recht doen aan lokale belangen, sturen bij waar nodig, stellen kaders en controleren het college. Zeeland 2050 vraagt hen vooral om de lange lijn te bewaken en te zorgen dat regionale afspraken vertaalbaar blijven naar lokaal beleid en uitvoerbaarheid. 16. Hoe kunnen volksvertegenwoordigers invloed uitoefenen op de Strategische Agenda? Door in de zienswijze weer te geven wat men van de strategische agenda vindt en dus met name aan te geven aan welke agenda's of sleutelprojecten men bereid is mee te werken. Door kaders mee te geven, scenario’s te laten doorrekenen, alternatieven te bevragen en prioriteiten te formuleren. Het gaat bij de schetsfase niet om vaststellen, maar om politieke rugdekking voor de verdere uitwerking in concrete afspraken die ook uitgevoerd kunnen gaan worden. 17. Hoe verhoudt de rol van volksvertegenwoordigers zich tot die van het college? De colleges onderhandelen en bereiden besluiten voor namens de regio, maar volksvertegenwoordigers bepalen democratisch: • Hun eigen koers (kaders en uitgangspunten), • de legitimiteit (wat vinden we wenselijk voor onze gemeente?), • de controle (voortgang, middelen, risico’s). • De regio spreekt één taal, maar elke raad blijft autonoom. 18.
Hoe kunnen raden hun controlerende rol uitoefenen bij zo’n regionaal proces? De controlerende taak gaat primair over de eigen beleidsinzet, niet over die van anderen. Raden kunnen dus hun college vragen om: • vaste rapportagemomenten; • voortgang te laten monitoren (projectdashboard/indicatoren); • kritische vragen te stellen over financiën, capaciteit, risico’s en belangenafwegingen; • regionale afspraken publiek en transparant te bespreken; • regionale vertegenwoordigers te mandateren mét duidelijke instructies. 19. Hoe kan een raad invloed uitoefenen als veel keuzes op regionaal niveau worden gemaakt? Elke raad blijft het orgaan dat bepaalt hoe de eigen instrumenten worden ingezet. Daar worden regionaal geen keuzes over gemaakt. Elke raad kan ook via het college inbrengen wat de eigen gemeente belangrijk vindt (bijvoorbeeld: verdeling woningbouw, OV-toegang, ruimtelijke kwaliteit, voorzieningen, jeugdzorg). Deze punten kunnen vervolgens via OZO, de thema-overleggen of de regionale stuurgroepen worden ingebracht. Raden houden daarmee hun politieke invloed. 20. Hoe kunnen volksvertegenwoordigers voorkomen dat provincie of Rijk ‘over gemeenten heen’ besluiten nemen? Zeeland 2050 verandert de bestaande bevoegdheidsverdeling niet. Elke partner blijft als enige gaan over de eigen bevoegdheden, middelen en instrumenten. Samen optrekken maakt wel het regionale geluid sterker.
Door zichtbare politieke aanwezigheid in regionale overleggen, scherpe kaderstelling, vroegtijdige agendering van nationale dossiers (zoals stikstof, energie-infrastructuur, woningbouwafspraken) en actief lobby onderwerpen aandragen bij het OZO of via koepels (VNG, P10, K80, M50). Een eensgezinde regionale boodschap helpt daarbij.
21. Wat betekent Zeeland 2050 voor de controlerende rol van de raad? De controlerende taak blijft gaan over de eigen inzet van eigen beleidsinstrumenten, maar die komen wel in een breder kader te staan: het gaat om meerjarige projecten, veel geld, meerdere partijen en 4 Q&A Zeeland 2050 – 24 april 2026
complexe samenhang. Raden moeten colleges vaker bevragen op voortgang, risico’s, capaciteit, planning, juridische inpassing en bestuurlijke afspraken met andere overheden. 22. Wat is er nodig om de maatschappelijke en politieke samenwerking binnen Zeeland te versterken, over gemeentegrenzen heen? Om de samenwerking in Zeeland te versterken zijn de volgende elementen essentieel: • Eén gedeeld verhaal: Zeeland 2050 is een goed begin, maar het vraagt om blijvende gezamenlijke communicatie. De samenwerking blijft vrijwillig, nooit afgedwongen. Daarvoor helpt het als zoveel mogelijk partijen – overheden, organisaties, inwoners – zich herkennen in en aansluiten bij de kern van het verhaal. • Vertrouwen en transparantie: Heldere afspraken, open communicatie en het serieus nemen van elkaars belangen bevorderen vertrouwen tussen gemeenten, provincie, waterschap en maatschappelijke partners. • Structureel overleg: Samenwerkingsverbanden zoals het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO) en thema-overleggen (bijvoorbeeld over wonen, klimaat of economie) moeten actief gevoed en ondersteund worden. • Gedeelde investeringsagenda: Wanneer gemeenten en provincie gezamenlijk optrekken richting het Rijk met één Zeeuwse investeringsagenda (gebaseerd op Zeeland 2050), verhoogt dat de kans op succes en voorkomt versnippering.
• Ruimte voor lokale accenten binnen de gezamenlijke visie: Lokale belangen verschillen, maar moeten ingebed worden in het bredere regionale verhaal. Dat vereist flexibiliteit én loyaliteit aan het gezamenlijke doel. 23. Wat gebeurt er met de zienswijzen nadat ze zijn ingediend? De strategische agenda is geen regionaal “eigendom", maar een gezamenlijk voorstel voor samenwerking van Rijk en regio. De strategische agenda kan dus ook niet éénzijdig gewijzigd worden. • Het Regiobureau maakt een overzicht van alle zienswijzen. • Het kernteam van Zeeland 2050 + strategen die zich hiervoor aanmelden verwerken deze tot een eerste voorstel. • Dit wordt besproken in OZO‑plenaire vergadering (eind juni/ begin juli) om te kijken of er regionale consensus kan worden bereikt. 24. Wat als een zienswijze niet wordt overgenomen? Dan kan het punt alsnog worden opgepakt via: • de Samen Zeeland agenda, • trajecten zoals Zuidwestelijke Delta, • andere Rijk–Regio‑programma’s, of • de lobbyagenda van Samen Zeeland. 25. Kunnen raden tussentijds aanvullende zienswijzen of signalen geven? Ja. Ook buiten de formele zienswijze kan een raad via moties, brieven of regionale bijeenkomsten aanvullende punten meegeven, bijvoorbeeld bij nieuwe Rijk‑Regio overleggen of bij actualisaties van de Strategische Agenda.
5 Q&A Zeeland 2050 – 24 april 2026
B. Rijk–Regio samenwerking 1. Wat is de Strategische Agenda Zeeland 2050? De Strategische Agenda is een eerste gezamenlijke afsprakenkader tussen Rijk en regio voor de toekomst van Zeeland. Die beschrijft welke opgaven Zeeland en het Rijk samen oppakken, welke projecten prioriteit krijgen, en welke inspanningen beide partijen leveren. Het is dus geen provinciaal of gemeentelijk beleidsstuk, maar een Rijk–Regio‑agenda waarin verantwoordelijkheid en inzet gedeeld zijn. 2. Wat is het doel van de Strategische Agenda? Het doel is om Zeeland te versterken met meer (jonge) inwoners via vier samenhangende pijlers: • Sterke dorpen & bruisende steden • Magneet voor talent • Clean energy port • Versterking van het fundament (natuur, water, klimaat) Deze pijlers hebben weer relaties met tal van andere beleidsvelden. Deze agenda bundelt die relevante nationale en regionale opgaven — van woningbouw tot energie, van onderwijs tot infrastructuur — die bijdragen aan meer (jonge) inwoners in één koers, zodat investeringen elkaar versterken. 3. Is de Strategische Agenda een eindproduct? Nee. Het is een levend document dat jaarlijks wordt geactualiseerd. De huidige versie is een schets die in 2026 wordt uitgewerkt tot een definitieve agenda. Daarna volgt een gezamenlijke investeringsagenda, waarin de financiële afspraken worden gemaakt.
De Strategische Agenda is dus de richting, niet de uitvoering zelf. Het is de bedoeling dat de Strategische agenda het begin is van een langjarige samenwerking tussen Rijk en regio: niet het “eind” van een proces, maar juist het begin daarvan. 4. Wat staat er níet in de Strategische Agenda? Het document bevat geen compleet overzicht van al het provinciale of gemeentelijke beleid. Het gaat alleen over opgaven waar Zeeland en het Rijk elkaar nodig hebben en die bijdragen aan het hoofddoel van een sterker en toekomstbestendig Zeeland. Zaken die de provincie of gemeenten zelf kunnen uitvoeren (zoals lokaal MKB‑beleid, recreatiebeleid, lokale infrastructuur) horen er bewust niet in — om focus te houden en onnodige ruis te voorkomen. 5. Waarom is een Strategische Agenda nodig? Omdat grote opgaven zoals woningbouw, kernenergie, energie-infrastructuur, natuurherstel en de transitie van industrie niet door één overheid kunnen worden opgelost. Zeeland heeft ruimte, havens, kennis en ligging — het Rijk heeft middelen, regelgeving en nationale programma’s. De agenda zorgt ervoor dat beiden gelijkwaardig samenwerken in plaats van versnipperd of per departement. 6. Hoe verhoudt de Strategische Agenda zich tot lokale plannen? Lokale en provinciale plannen (bijv. Omgevingsvisies, woonvisies, mobiliteitsplannen) blijven leidend voor de uitvoering.
De Strategische Agenda vormt de gezamenlijke kapstok: • Rijk en regio bepalen samen wat belangrijk is. • Gemeenten en provincie bepalen hoe het lokaal wordt uitgewerkt.
6 Q&A Zeeland 2050 – 24 april 2026
7. Wie is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Strategische Agenda? De verantwoordelijkheden worden gedeeld: • Het Rijk is verantwoordelijk voor nationale infrastructuur, energieprojecten, defensie, vergunning ruimte en regelgeving. • De regio (provincie + 13 gemeenten + waterschap) is verantwoordelijk voor ruimtelijke keuzes, vergunningen, woningbouwlocaties, uitvoering van beleid en regionale afstemming. 8. Hoe wordt de Strategische Agenda bestuurlijk geborgd? Via: • OZO (Overleg Zeeuwse Overheden) • Gezamenlijke werk- en stuurgroepen • Kabinetsbesluitvorming (bijv. locatiekeuze kerncentrales in 2026) • Jaarlijkse gesprekken waarin voortgang en bijsturing worden bepaald • Een investeringsagenda waarin middelen worden vastgelegd 9. Wat betekent de Strategische Agenda voor volksvertegenwoordigers? Zij bepalen het mandaat van hun college, bewaken de democratische legitimiteit en controleren of afspraken passen binnen lokale belangen. Zij moeten kaders stellen, verantwoording vragen, financiële consequenties beoordelen en ervoor zorgen dat de stem van hun inwoners gehoord wordt binnen regio‑ en Rijk overleggen. 10. Waarom werkt Zeeland intensief samen met het Rijk? Grote maatschappelijke opgaven van deze tijd vragen erom dat Rijk en regio elkaar weten te vinden in één samenhangende aanpak (zo stelt ook het Coalitieakkoord).
In een regionale aanpak van deze opgaven wordt de kracht van de regio optimaal benut. De regio is het best in staat om in het eigen gebied met slimme oplossingen te werken aan de kwaliteit van wonen, werken en leven. Deze Strategische Agenda is bedoeld om te werken aan de grote opgaven van Zeeland én de grote opgaven voor het Rijk. Gelijkwaardig en in nauwe samenwerking. Onder het adagium: wat goed is voor Zeeland, is ook goed voor Nederland. Al vanaf begin 2025 trekken zij in nauwe samenwerking op om tot gezamenlijke doelen en ambities te komen. Het Toekomstperspectief Zeeland 2050, dat afgelopen juni werd gepubliceerd, vormde daarvoor de eerste handreiking van Zeeland aan het Rijk. Nu presenteren Rijk en regio gezamenlijk de tussenstand van hun gesprekken. 11. Waarom is ervoor gekozen de nog niet volledig uitgewerkte versie voor te leggen, terwijl de SA nog niet af is? Het OZO wil in dit stadium al maximale transparantie bieden aan volksvertegenwoordigers – zowel van Provinciale Staten, Algemene vergadering als van de verschillende gemeenteraden. De Strategische Agenda Zeeland 2050 is immers ook nadrukkelijk bedoeld voor de Zeeuwen, en wordt hopelijk ook ván de Zeeuwen. Het moet geen college-akkoord worden. Via zienswijze-procedures hebben volksvertegenwoordigers nu nog de ruimte om kaders mee te geven.
Vooral voor het vervolggesprek tussen Rijk en regio over hoe de ambities waargemaakt kunnen worden. Zeeland beoogt om in Q3 van 2026 over te gaan tot de vaststelling van deze Strategische Agenda door alle partners.
7 Q&A Zeeland 2050 – 24 april 2026
12. Geeft deze SA invulling aan de intentie van het Coalitieakkoord om (meer) met strategische agenda’s tussen Rijk en regio te werken? Werken andere regio’s ook aan zo’n SA? Zeeland wil met deze SA invulling geven aan de bedoelde intentie uit het Coalitieakkoord. Op dit moment is de precieze manier waarop invulling wordt gegeven aan dit element uit het Coalitieakkoord nog onbekend. Er zijn meerdere regio’s in gesprek met Rijksdepartementen over gezamenlijke doelen en ambities. 13. Zijn er al financiële afspraken gemaakt over de uitvoering van deze SA? Nee. De SA kwam tot stand op basis van gelijkwaardige samenwerking tussen Rijk en regio. Doelen en ambities zijn op dit moment gedragen door Rijksdepartementen, maar uitwerking daarvan in de praktijk vraagt nog nader gesprek. Daarom werken Zeeland en het Rijk nog tot en met de vaststelling voorzien in Q3 2026 door aan de SA. Zeeland ziet de Strategische Agenda wel als een opmaat naar een gezamenlijke investeringsagenda tussen Rijk en regio - in de periode na de vaststelling van deze SA. 14. Waarom moeten volksvertegenwoordigers dit vaststellen? Volksvertegenwoordigers stellen op dit moment niets vast. Men geeft ruimte (rugdekking) aan GS/ DB en Colleges om samen met de regio en het Rijk toe werken naar afspraken (zoals de sleutelprojecten) die later zouden moeten leiden naar een investeringsagenda tussen Rijk en Regio. 15.
Kan dit niet later? De bedoeling van de tussenstap is om in september tot een betere gezamenlijke strategische agenda met het Rijk te komen, waar op voorhand een zo groot mogelijk draagvlak voor bestaat. Wanneer sleutelprojecten niet worden gedragen door relevanten partijen voor de uiteindelijke uitvoering, is het goed als dat beeld nu bekend wordt en niet pas bij de behandeling van de definitieve strategische agenda. Er is op dit moment dus ook geen sprake van vaststelling. Dat komt pas bij de definitieve strategische agenda. Daarvoor moet deze ambtelijke schets worden opgewerkt naar een bestuurlijke SA via gesprekken met het kabinet. In september wordt naar alle waarschijnlijkheid ook het locatiebesluit rondom de kerncentrales bekend. Dat is het moment om niet alleen afspraken over het voorwaardenpakket, maar ook over de andere projecten in Zeeland 2050 te maken. Maar ook verder gaan de ontwikkelingen in Den Haag gewoon door (dus ruimte in het landelijke akkoord wordt verder ingevuld en geld verdeeld). Ook daarom moet het proces van de regio met het Rijk wel gewoon door kunnen lopen, om in september tot de goede afspraken te komen. 16. Waar zitten we aan vast als we met de huidige versie van de strategische agenda instemmen? Nergens aan. Er ontstaat pas binding wanneer partijen besluiten de afspraken daadwerkelijk in eigen beleid te vertalen.
Deze tussenstap is bedoeld om zorgen rondom bepaalde sleutelprojecten nu al in beeld te krijgen. Die vaststelling in Q3 betekent ook nog niet meer dan het uitspreken van de bereidheid om de (sleutelprojecten) die daarin staan ook te vertalen in eigen beleid. En pas daarna komt de financiële doorvertaling in een gezamenlijke investeringsagenda. 17. En hoe zit het met geld? Dat is nu nog niet aan de orde. Eerste stap nu is afspraken maken dat we willen gaan werken aan sleutelprojecten. Als die bekrachtigd zijn via een definitieve SA komt een investeringsagenda in beeld. Pas bij de vaststelling daarvan is sprake van financiële besluiten. 18. Waarom is beleidsveld/thema X niet genoemd? Dat is ook belangrijk! Klopt, maar dit stuk gaat niet alleen over wat wij belangrijk vinden. Dit gaat over waar we overeenstemming met het Rijk over nodig hebben. Zaken die we zelf kunnen, zonder hulp/ 8 Q&A Zeeland 2050 – 24 april 2026
betrokkenheid/ belang van het Rijk, zijn niet zinvol om hierin op te nemen. Bijvoorbeeld: het MKB is belangrijk. Maar dat vraagt geen afspraken met het Rijk. Dat kunnen we zelf doen. En het beste wat we voor het MKB kunnen doen is zorgen voor meer inwoners. Daar hebben we geen afspraken met het Rijk voor nodig. 17. Maar het kan toch geen kwaad om in dit stuk te noemen dat wij beleidsveld/thema X belangrijk vinden? De strategische agenda is geen regionale integrale beleidsvisie, daar zijn andere documenten en processen voor, zoals de omgevingsvisies. Het is wel een concept set van afspraken met het Rijk. Het gaat nu over afspraken die het Rijk bereid is met ons te maken en over gemeenschappelijke belangen. Dus om scherpte en focus te houden is het van belang niet alles wat éénzijdig belangrijk is te willen “noemen”. 18. Wij willen project X toevoegen. De Strategische agenda is van Rijk en regio samen. Eenzijdig projecten toevoegen kan dus niet. We kunnen het wel bespreekbaar maken in de gesprekken met het Rijk of zij ook belang zien in project X. Ziet het Rijk dit belang ook, dan is er een mogelijkheid om project X op te nemen in de Strategische agenda. 19. Wij vinden dat het Rijk meer moet doen aan…/meer geld moet stoppen in……. Klopt. Maar ook dat kunnen we niet éénzijdig hierin opnemen.
Deze schets en de uiteindelijke Strategische Agenda is het resultaat van vrijwillige onderhandelingen. Wij gaan alleen over de inzet van onze eigen instrumenten. En als we willen dat het Rijk ergens meer geld in stopt, zouden we beter (wellicht in een later stadium) daar zelf cofinanciering op aan kunnen bieden of de mogelijkheden onderzoeken hierop te lobbyen via de gekende kanalen.
9 Q&A Zeeland 2050 – 24 april 2026
C. Vitale kernen & stedelijke voorzieningen 1. Waarom is de woningbouwopgave zo groot? De woondeal 2023–2030 vraagt 16.500 woningen, maar Zeeland 2050 kijkt verder. We merken dat het huidige tempo van woningbouw net genoeg is om te voldoen aan de eigen vraag – zonder dat dat leidt tot meer inwoners. Om ruimte te hebben voor meer inwoners moet het tempo van woningbouw dus omhoog. In orde van grootte is 75.000 woningen richting 2050 een redelijke inschatting wat nodig zal zijn om bevolkingssamenstelling te stabiliseren en groei mogelijk te maken. Er is al een tekort van circa 3.000 woningen en 40% van nieuwe bouw moet sociaal zijn. Tegelijkertijd moeten we eerlijk zijn dat het ministerie van VRO op dit moment het aantal van 75.000 woningen voor Zeeland erg ambitieus vindt, o.a. vanwege het ontbreken van de juiste infrastructuur. 2. Hoe zorgen we dat jongeren in Zeeland kunnen blijven wonen, ook als ze op zichzelf willen gaan wonen of een gezin starten? Door voldoende, betaalbare en passende woningen te realiseren – vooral in en rond kernen waar jongeren willen wonen. Te denken valt aan: Pleiten voor versnelling in woningbouw die aansluit bij de wensen van starters en jonge gezinnen: kleinere woningen, innovatieve woonvormen en ruimte voor zelfbouw. Tegelijk zetten we in op woon-werk-leer-omgevingen waar jongeren écht profiteren van de Zeeuwse samenwerking. 3.
Wat hebben we nodig om kernen vitaal te houden én jongeren perspectief te bieden op wonen, werken en leven dicht bij huis? Vitale kernen zijn leefbare kernen. Dat vraagt om voorzieningen en lokaal ondernemerschap – maar dus ook om voldoende inwoners om draagvlak onder die voorzieningen te hebben. Goede bereikbaarheid én digitale infrastructuur zijn ook een vestigingsvoorwaarde. Jongeren moeten zich er kunnen ontwikkelen, verbinden en bijdragen aan hun eigen leefomgeving. Sterke verbinding (ook qua mobiliteit met OV, auto of fiets) tussen dorpen en steden. 4. Hoe worden kwetsbare wijken versterkt? Door deelname aan het NPLV (zoals onderzocht voor Vlissingen), investeringen in leefbaarheid, wijkvernieuwing, veiligheid en verduurzaming. Kwetsbare huishoudens (werkloosheid 3,2%, energiearmoede 2,7%) vragen gerichte ondersteuning. 5. Zeeland mist volgens veel jongeren stedelijke dynamiek en culturele voorzieningen. Hoe kunnen we hierin stappen zetten zonder het Zeeuwse karakter te verliezen? Het gaat niet om méér stad, maar om méér levendigheid. Zeeland 2050 zet in op culturele broedplaatsen, pop-up events, festivals en creatieve werkplekken die passen bij het DNA van Zeeland: eigenzinnig, kleinschalig en verbindend. Door ruimte te geven aan jong talent, lokale makers en culturele initiatieven maken we dynamiek mogelijk zónder het karakter te verliezen. 6.
Welke rol kunnen middelgrote steden zoals Goes, Middelburg, Terneuzen en Vlissingen spelen als motoren voor regionale ontwikkeling en jongerencultuur? Deze steden zijn belangrijke schakels. Het zijn steden die innovatie, cultuur en wonen kunnen aanjagen. Door de bundeling van functies – onderwijs, cultuur, horeca, werken – kunnen zij jongeren trekken én vasthouden. Als we deze steden versterken als ‘stadsharten’ binnen een regionale structuur, worden ze broedplaatsen van jongerencultuur en economische vernieuwing. 7. Hoe zorgen we dat jongeren Zeeland niet als ‘achterland’ ervaren, maar als een regio met eigen kracht en kansen? Door Zeeland zelfverzekerd neer te zetten als een regio waar ruimte is voor pioniers. Niet de Randstad achterna, maar iets unieks bouwen: met sterke sectoren, hoogwaardige leef kwaliteit en eigentijdse cultuur. Zeeland 2050 werkt aan een nieuwe identiteit: duurzaam, ondernemend en 10 Q&A Zeeland 2050 – 24 april 2026
verbonden. We zetten in op volwaardig en goed onderwijs. Jongeren maken het verschil – dus geven we ze een stem én plek in de toekomst van Zeeland. Dit kan niet zonder goede OV-verbindingen richting de Randstad en Vlaanderen. 8. Wordt Zeeland helemaal vol gebouwd tot één stad? Nee. Zeeland 2050 kiest expliciet voor het behoud van het landschap en het karakter van kernen. Verdichting gebeurt vooral binnen bestaande bebouwing, met behoud van open ruimte. De visie wil balans tussen ontwikkeling en leefbaarheid en er wordt zorgvuldig getoetst op water, natuur en leef kwaliteit. 9. Wat betekent dit voor gemeenten? Zij kunnen locaties aanwijzen, samenwerken in OZO-verband en meewerken aan regionale woonstrategieën. Gemeenten bepalen lokale prioriteiten: starters, senioren, arbeidsmigranten, studenten of gezinnen. 10. Hoe worden inwoners betrokken? Via gebiedsbijeenkomsten, ontwerpateliers, platformen, participatiesessies en consultaties bij omgevingsvisies.
11 Q&A Zeeland 2050 – 24 april 2026
D. Magneet voor talent – jongeren aantrekken en behouden 1. Wat is er nodig om Zeeland écht aantrekkelijk te maken voor jongeren en jonge professionals? Zeeland aantrekkelijk maken begint met het bieden van perspectief. Op dit moment moeten jongeren voor veel opleidingen na de middelbare school de provincie uit. Ook succesvolle startups vertrekken soms omdat hier geen personeel te vinden is. Het versterken van het Zeeuwse onderwijsaanbod met een academische component – gericht op precies de sterktes van Zeeland trekt talent van elders aan en versterkt de wisselwerking met de Zeeuwse bedrijven. Academisch onderwijs op zich is onvoldoende. Het gaat ook om goede banen met doorgroeimogelijkheden, aantrekkelijke woonomgeving en een levendige sociale en culturele infrastructuur. Jongeren willen meer dan alleen werk – ze zoeken verbinding, dynamiek en kansen om zich te ontwikkelen. Zeeland 2050 zet daarom in op het versterken van sectoren als energie, zorg, onderwijs en ICT, maar ook op het creëren van hubs waar werken, leren en leven samenkomen – innovatief, duurzaam en bruisend. 2. Hoe kunnen we de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt structureel verbeteren? Door onderwijs aan te bieden en mogelijkheden voor onderzoek te faciliteren die aansluiten bij de specifieke kwaliteiten van Zeeland en de bedrijven die hier gevestigd zijn.
We zijn al een voorbeeld voor regionale leer-werknetwerken waar onderwijs en ondernemers samen curricula vormgeven op basis van actuele én toekomstige arbeidsmarktvraag. Dit vraagt ook om investeringen in (bij)scholing en leven lang ontwikkelen. Praktijkgericht onderwijs, stages, duale leertrajecten en hybride docentschappen zijn hierbij cruciaal. 3. Hoe zorgen we voor een bruisend leef- en leerklimaat dat talent vasthoudt? Dat is een wisselwerking tussen enerzijds een echt vernieuwend onderwijsconcept, waarin bestaande universiteiten hun kennis en onderzoek verbinden aan Zeeuwse vraagstukken en kwaliteiten, maar ook in een woonomgeving die aantrekkelijk is. Goed bereikbare steden en dorpen met sterke voorzieningen op vlak van zorg, onderwijs, cultuur, sport, horeca, betaalbare woningen, en ontmoetingsplekken voor jongeren. Talent blijft waar het zich thuis voelt – dat vraagt om leef kwaliteit én ruimte voor initiatief. 4. Wat is nodig om meer jongeren van buitenaf naar Zeeland te trekken? We moeten Zeeland als bestemming opnieuw positioneren: als regio met een unieke combinatie van rust, ruimte en kansen. Dat vraagt om sterke branding, betere verbindingen (zowel fysiek als digitaal), én het zichtbaar maken van onze pioniersrol in duurzaamheid, watertechnologie en circulaire economie.
Maar de mensen moeten hier ook kunnen wonen: voldoende (studenten-)woningen en voorzieningen zijn noodzakelijk. Het is van belang ook een breder aanbod van academische opleidingen (meer bachelors en master-opleidingen) aan te bieden en te investeren in de brede samenwerking tussen mbo, hbo en wo. Die zal ook een wisselwerking met het Zeeuwse bedrijfsleven op gang brengen en leiden tot een broedplaats voor innovatie – die juist in Zeeland direct ook praktisch gemaakt kan worden. 5. Welke rol speelt cultuur, bereikbaarheid en betaalbare huisvesting hierin? Een zeer belangrijke. Cultuur is een vestigingsfactor, die verschillen tussen mensen overbrugt en verbindingen legt. Cultuur zorgt voor binding en identiteit; het maakt een regio leefbaar en aantrekkelijk. Bereikbaarheid bepaalt of jongeren Zeeland überhaupt overwegen – daarom investeren we in snellere ov-verbindingen, slimme mobiliteit en digitale infrastructuur. En zonder betaalbare en aantrekkelijke woonruimte – mét aandacht voor duurzaamheid en gemeenschapsgevoel – zullen jongeren simpelweg niet blijven of komen. 6. Wat is de Delta University? Dat is de voorlopige werktitel voor een nieuw en uniek onderwijsconcept, dat we in Zeeland willen opzetten en uitrollen.
Een kennisalliantie (mbo–hbo–wo) van bestaande Zeeuwse onderwijsinstellingen, die zich naar het voorbeeld van het Delta Climate Center, verbinden met 12 Q&A Zeeland 2050 – 24 april 2026
bestaande universiteiten. Studeren in Zeeland, en toch een diploma krijgen van bijvoorbeeld de WUR, UU of TU Delft. Gericht op die zaken die in Zeeland spelen. 7. Waarom willen we met Zeeland 2050 graag een Nuclear Academy? Het onderwijsconcept dat we beogen, zal stapsgewijs moeten groeien en ontwikkelen op basis van kansen die zich voordoen. Nederland heeft meer nucleair personeel nodig voor kerncentrales, SMR’s en onderzoek. Zeeland heeft de infrastructuur, bedrijven (COVRA, EPZ), havens en onderwijsstructuur om dit te dragen. Er is overeenstemming met alle nucleaire bedrijven in Nederland dat versterking van het nucleair onderwijs nodig is én dat Zeeland daar de beste plek voor is. Dat biedt een eerste kans voor een academie met een uniek onderwijsaanbod dat studenten naar Zeeland trekt. 8. Welke voordelen biedt dit voor jongeren? Meer opleidingen, stages, woonruimte, carrières, campusontwikkeling, culturele voorzieningen en kansen op een toekomst binnen Zeeland.
13 Q&A Zeeland 2050 – 24 april 2026
E. Clean Energy Port 1. Waarom is Zeeland een sleutelregio? Door centrale ligging voor energie (wind-op-zee, waterstof, kernenergie), industrie, havenlogistiek, defensie en voedselproductie. 2. Komt nieuwbouw van kerncentrales naar Zeeland? Officieel is het besluit over de locatie in Zeeland nog niet genomen. Het kabinet onderzoekt de komende tijd zeven locaties in vier gebieden: twee in het Sloegebied (Zeeland), één in Terneuzen (Zeeland), één locatie op Maasvlakte II (Rotterdam) en drie locaties in de Eemshaven (Groningen). In 2026 neemt het kabinet een definitief besluit. Zeeland is voorkeurslocatie. Bij de keuze van de locatie wordt gekeken naar de transportinfrastructuur, ondergrond en funderingen, de aan- en afvoer van koelwater, beschikbaar land en bouwplanning, de bescherming tegen overstromingsgevaar en andere "externe risico's". Ook wordt er rekening gehouden met het draagvlak onder omwoners en de "maatschappelijke impact". Ook de soort techniek moet nog gekozen worden, en welke fabrikanten het bouwproject gaan uitvoeren. 3. Wat zijn SMR’s en waarom in Zeeland? Small Modular Reactors zijn kleinere, schaalbare reactoren die industriële clusters kunnen voeden. Zeeland heeft bedrijven die hiermee kunnen werken, én ruimte voor demonstratieprojecten. 4.
Hoe ontwikkelt North Sea Port zich? Het cluster moet verduurzamen via CO₂-infrastructuur, waterstofbackbone, netverzwaring, havenuitbreiding en industriële modernisering. Stikstofruimte en vergunningen zijn hiervoor rand voorwaardelijk. 5. Wat betekent dit voor inwoners? Werkgelegenheid, investeringen, verbeterde infrastructuur en leefbaarheidsprojecten, gecombineerd met afspraken over lusten en lasten van kernenergieprojecten. 6. Wat betekent dit voor gemeenten? Gebiedsregie, vergunningverlening, huisvesting tijdelijke en vaste werknemers, afstemming met industrie, onderwijs en het Rijk. 7. Hoe kunnen we de energietransitie combineren met het behoud van energie-intensieve industrie in Zeeland? Door te kiezen voor transformatie in plaats van afbouw. Zeeland2050 ziet kansen in elektrificatie, waterstofproductie, CO₂-afvang en circulaire processen. Samen met industriepartners, kennisinstellingen en overheden ontwikkelen we routekaarten voor vergroening zonder verlies van werkgelegenheid. Cruciaal is een slimme infrastructuur én financiële ondersteuning voor innovatie en verduurzaming. 8. Wat is er nodig om duurzame energieopwekking ook echt ten goede te laten komen aan inwoners en bedrijven? Het eigenaarschap van de energietransitie moet lokaal zijn.
Wat ons betreft moet de netcapaciteit uitgebreid worden zodat opgewekte stroom niet verloren gaat, maar ten goede komt aan de regionale economie. Daarnaast moet dit bijdragen lagere energielasten voor omwonenden van winden zonneparken, en participatie van het MKB in energieprojecten. 9. Welke (infrastructurele) keuzes zijn nu cruciaal om Zeeland klaar te maken voor zijn rol als groene krachtbron? 14 Q&A Zeeland 2050 – 24 april 2026
We hebben nú behoefte aan investeringen in een toekomstbestendig elektriciteitsnet, waterstof backbones, logistieke hubs en duurzame mobiliteit. Zeeland moet naadloos aansluiten op nationale energiecorridors. Tegelijkertijd investeren we in slimme energielandschappen waarin natuur, landbouw en energieopwekking elkaar versterken. De strategische ligging van Zeeland biedt hierin unieke kansen – mits we tijdig schakelen. 10. Hoe kunnen onderwijs en innovatie bijdragen aan een toekomstbestendige economie? Onderwijs is de motor van innovatie en ontwikkeling. Zeeland heeft de unieke opties van living labs, regionale kennishubs en sterke samenwerkingen tussen mbo, hbo, wo en bedrijfsleven die innovatie direct tastbaar maakt: in fieldlabs, start-up programma’s en doorontwikkeling van sectoren zoals blue energy, biobased industrie en klimaat adaptieve landbouw. Een toekomstbestendige economie is er een die leert, experimenteert en durft te vernieuwen.
15 Q&A Zeeland 2050 – 24 april 2026
F. Defensie & Veiligheid 1. Waarom speelt Zeeland een defensierol? Zeeland heeft een NAVO-HNS-haven, een unieke marine scheepswerf (Damen), logistieke corridors en ruimte voor logistiek, opleidingen en innovatie. Dit versterkt nationale veiligheid. 2. Wat is Host Nation Support (HNS)? Het faciliteren van militaire mobiliteit en logistiek voor bondgenoten, zoals opslag, transportcorridors, spoorverbindingen en havencapaciteit. 3. Hoe draagt defensie bij aan de economie? Via opdrachten aan maritieme industrie, innovatieprogramma’s, dual-use toepassingen (civiel/militair), en banen in techniek, ICT, logistiek en onderhoud.
16 Q&A Zeeland 2050 – 24 april 2026
G. Fundament: natuur, water, klimaat 1. Waarom is natuurherstel noodzakelijk? Vergunningverlening stagneert door stikstofdruk, gebrek aan dynamiek en verdroging. Herstel van Natura 2000, kustnatuur en het estuaria systeem is noodzakelijk voor woningbouw, industrie, energie en recreatie. 2. Hoe wordt Zeeland klimaat robuust? Via de strategie “Groeinde Delta”: innovatieve dijkconcepten, ruimte voor water, klimaatbestendig bouwen, hitte- en droogtemaatregelen en integratie met andere opgaven. 3. Wat is de zoetwateropgave? Zoetwater is schaars. Zeeland werkt aan buffering, hergebruik van effluent, infiltratiebeleid en opslag in de winterperiode. Dit is cruciaal voor landbouw, industrie, natuur en drinkwater.
17 Q&A Zeeland 2050 – 24 april 2026