Plan van aanpak Warmteprogramma
Tekst van het document
Van Transitievisie warmte naar Warmteprogramma Plan van Aanpak – Gemeente Middelburg Versie juni 2026
2
Inhoud 1.
Waarom een warmteprogramma? ...................................................... 4
1.1
Wat is een warmteprogramma?...................................................... 4
1.2
Uitdaging en urgentie ................................................................... 4
1.3 Resultaat ....................................................................................... 4 1.4 Doel, afbakening en effecten ............................................................. 4 1.4.1 Afbakening ................................................................................ 5 1.4.2 Relatie met ander beleid en projecten............................................ 5 1.5 Wetgeving ...................................................................................... 6 1.5.1 Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie ............................ 6 1.5.2 Wet collectieve warmte ............................................................... 6 2.
Warmteprogramma en de omgevingsvisie ........................................... 6
3.
Stappenplan .................................................................................. 8
3.1 Op basis van Zeeuwse samenwerking ................................................. 8 3.2 Het maken van de bouwstenen .......................................................... 8 3.3 Opstellen en vaststellen van het warmteprogramma ........................... 11 3.4 Ondersteuningsstructuur NPLW ........................................................ 11 3.5 Randvoorwaarden om te komen tot het Warmteprogramma ................. 11 3.6 Risico’s ........................................................................................ 11 3
Stakeholders en organisatie ............................................................... 12 4.1 Betrokkenheid van de gemeenteraad ................................................ 12
4
Participatie en communicatie .............................................................. 13
5
Financiën en uren ............................................................................. 14
3
1.Waarom een warmteprogramma? 1.1 Wat is een warmteprogramma? In een warmteprogramma beschrijft een gemeente de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Indien bekend, zal ook worden aangegeven wanneer en op welke manier welke wijken/gebieden/straten van de gemeente aardgasvrij worden. Het warmteprogramma wordt vastgesteld onder de Omgevingswet als verplicht programma en is de opvolger van de in 2021 vastgestelde Transitievisie warmte. Het warmteprogramma dient iedere 5 jaar geactualiseerd te worden. Het Warmteprogramma moet vooralsnog uiterlijk 31 december 2027 zijn vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders1. Een warmteprogramma is een plan om wijken klaar te maken voor energie zonder aardgas. Voor de uitwerking hiervan wordt per wijk, gebied of doelgroep een uitvoeringsplan opgesteld. In dat plan staat welke nieuwe manier van verwarmen gekozen wordt, en wanneer de wijk of het gebied helemaal zonder aardgas kan. Ook kunnen uitvoeringsplannen worden gemaakt voor specifieke doelgroepen, zoals monumenten, woningen na 2005 etc. Deze (wijk)uitvoeringsplannen gaan over de concrete uitvoering van het warmteprogramma en worden samen met bewoners, netbeheerders en andere stakeholders opgesteld. Zo gaan we van plannen op papier naar echte veranderingen in de wijk.
1.2 Uitdaging en urgentie Om de opwarming van de aarde tegen te gaan, dient de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen fors teruggedrongen worden. De wereldwijde CO2 uitstoot moet in 2030 met 55-60% gereduceerd zijn ten opzichte van het jaar 1990 2. Het klimaatakkoord stelt daarbij dat alle gebouwen en woningen in Nederland uiterlijk in 2050 aardgasvrij zijn. Dit noemen we de warmtetransitie. Om een concreet gedragen warmteprogramma op te stellen is het nodig vroegtijdige afstemming te zoeken met collega’s, bewoners en andere stakeholders. De gemeente heeft de regie en is eigenaar van het project en het proces om te komen tot een warmteprogramma. Dit plan van aanpak legt uit hoe we stap voor stap tot een warmteprogramma komen.
1.3 Resultaat Het resultaat is een warmteprogramma dat beschrijft hoe de gemeente van plan is om te komen tot een aardgasvrije gemeente en wat daarvoor nodig is op hoofdlijnen. De concrete uitwerking vindt plaats in zogenaamde (wijk)uitvoeringsplannen.
1.4 Doel, afbakening en effecten Met het warmteprogramma brengen we in kaart wat nodig is om aardgasvrij te worden en hoe we dat kunnen aanpakken. Dit doen we samen met de netbeheerder, inwoners, bedrijven, woningcorporaties en andere betrokkenen. In de Regionale Structuur Warmte 2.0 (RSW) brengen we de warmtebronnen van de gemeente en de mogelijke alternatieven voor aardgas in kaart. Deze is begin 2026 separaat opgesteld en opgeleverd. We nemen de resultaten van de RSW mee in het Warmteprogramma. In de Regionale Energie Strategie Zeeland 2.0 (RES 2.0) is als tussendoel vastgelegd dat alle Zeeuwse gemeenten uiterlijk 2030 voor minimaal de helft van alle wijken/kernen in beeld hebben welke wijken/kernen wanneer op welke warmtebron over kunnen gaan. 1
De uiterste datum voor vaststelling van het warmteprogramma is uitgesteld tot 31 december 2027 vanwege vertraging in het in werking treden van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). 2 Hier voor is in de gemeente Middelburg o.a. de RES Zeeland 2.0 vastgesteld tijdens de raadsvergadering van 14 november 2024.
4
Ook zijn uiterlijk 2030 gemeenten gestart met het daadwerkelijk aardgas vrijmaken van minimaal één bestaande wijk/kern. Het is van belang dat gemeenten versneld werken aan het aardgasvrij maken van woningen en wijken. De afspraken hieronder zijn gebaseerd op de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), die naar verwachting op 1 januari 2027 in werking zal treden (zie 1.5.1).
1.4.1 Afbakening Het warmteprogramma is een uitwerking van de stappen die genomen moeten worden voor een aardgasvrije gemeente. Wat niet in het warmteprogramma zal worden beschreven is het volgende: -
-
Een concreet stappenplan voor het aardgasvrij maken van specifieke buurten, wijken of gebieden. Hiervoor worden uitvoeringsplannen opgesteld. Een gedetailleerd onderzoek naar de effecten van alternatieven voor aardgas. Marktverkenning van beschikbare partijen in geval van een ander systeem dan individueel all-electric systeem, zoals een warmtenet of andere collectieve warmtebronnen. Organisatie en aanbesteding van de feitelijke uitvoering. Organiseren van collectieve inkoop door gebouw- en woningeigenaren. Individuele advisering over te nemen maatregelen. Onderzoek naar andere opgaven in de gemeente. Het warmteprogramma gaat exclusief over gebouwgebonden warmte en niet over procesgebonden energieverbruik.
Bovenstaande punten komen wel aan bod in de (wijk)uitvoeringsplannen of andere acties en projecten.
1.4.2 Relatie met ander beleid en projecten Het warmteprogramma is een visiedocument over de route naar een aardgasvrije gemeente en raakt daarmee andere projecten, opgaven en wetgeving, zoals: Landelijk: -
Klimaatakkoord Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie Nationaal Plan Energiesysteem Wet Collectieve Warmte (WCW) en Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)
Provinciaal: -
Regionale Energiestrategie Zeeland 2.0 Provinciale Omgevingsvisie en verordening Energievisie Zeeland Pmiek Zeeland
Gemeentelijk -
Omgevingsvisie Middelburg 2050 Actieprogramma klimaat, energie en circulariteit (KEC) Regionale Energiestrategie Zeeland 2.0 Woonvisie Middelburg 2023-2027 Zeeuws Isolatieprogramma Nota ruimtelijke kwaliteit Armoedebeleid
5
1.5 Wetgeving Het Warmteprogramma wordt vastgesteld als verplicht programma onder de Omgevingswet. Met een uitvoeringsplan kan een omgevingsplan binnen de Omgevingswet, waarin de algemene regels voor de fysieke leefomgeving zijn vastgesteld, aangepast worden.
1.5.1 Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie Om gemeenten bevoegdheid te geven om de regierol in de warmtetransitie uit te voeren, is de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) ontwikkeld 3. Middels de Wgiw kan de gemeente gebruik maken van de aanwijsbevoegdheid. Hiermee ontstaat de juridische bevoegdheid om de levering van aardgas te beëindigen. Met de aanwijsbevoegdheid kan de gemeente gebieden aanwijzen die binnen een bepaalde termijn aardgasvrij moeten worden. Als de gemeente met een aanwijsbevoegdheid aan de slag wil, zijn daar strikte regels aan verbonden die zijn vastgelegd in het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw). Een aanwijsbevoegdheid mag alleen worden toegepast wanneer het gebied is opgenomen in het warmteprogramma en er moet aangetoond worden dat inwoners, bedrijven en bestuur zijn betrokken bij deze keuze. Bij een (wijk)uitvoeringsplan moet ook met het volgende rekening worden gehouden: -
Inwoners en bedrijven houden de vrijheid om voor een alternatief te kiezen, dit noemt men opt-out. Er wordt een redelijke termijn gegeven en een onderbouwing voor de beëindiging voor het leveren van aardgas. De gemeente heeft rekening gehouden met de haalbaarheid van de oplossing. De betaalbaarheid wordt beschreven in het uitvoeringsplan. De gevolgen van de energie infrastructuur zijn beschreven en welke afspraken er zijn gemaakt met de netbeheerder worden in het uitvoeringsplan vastgelegd. Gemeenten onderbouwen in het uitvoeringsplan hoe het zich verzekert van de beschikbaarheid van het alternatief voor aardgas.
In het warmteprogramma van 2027 zal nog niet van de aanwijsbevoegdheid gebruik worden gemaakt.
1.5.2 Wet collectieve warmte Tot slot is er nog de Wet collectieve warmte (Wcw). Deze bevat de regelgeving voor collectieve warmtesystemen. De Wcw stelt dat de gemeente de regie heeft in de warmtetransitie. De Wcw reguleert verder taken en verplichtingen van warmtebedrijven. Deze taken en verplichtingen gaan over de bescherming van consumenten, regels over leveringszekerheid en duurzaamheid en een op kosten gebaseerde tariefregulering. De Wcw is in de aankomende versie van het warmteprogramma nog niet van toepassing, omdat er nog geen concrete plannen zijn voor het aanleggen van een collectief warmtesysteem.
2.Warmteprogramma en de omgevingsvisie Het Warmteprogramma is een verplicht programma onder de Omgevingswet en is een herijking van de reeds vastgestelde Transitievisie Warmte uit 2021. 3
Zie ook: https://www.nplw.nl/wet-en-regelgeving/wet-gemeentelijke-instrumenten-warmtetransitie-wgiw
6
De doelstellingen die reeds in de Omgevingsvisie zijn benoemd geven een goede basis om het Warmteprogramma op te gaan stellen. De Omgevingsvisie hoeft niet te worden geactualiseerd om het Warmteprogramma onder de Omgevingsvisie te kunnen hangen. Op onderstaande afbeelding is dit schematisch weergegeven:
7
3.Stappenplan Om te komen tot het warmteprogramma doorlopen we een aantal stappen en acties. De deadline op basis van de huidige wetgeving is (vooralsnog) dat alle gemeenten voor 31 december 2027 een vastgesteld Warmteprogramma moeten hebben (zie voetnoot 1 op pagina 4). Hiervoor zijn verschillende stappen te nemen. Waar mogelijk worden acties binnen de Zeeuwse samenwerking opgepakt. Globaal geldt de volgende tijdlijn: Voorbereiding - Werksessies NPLW -Werksessies Zeeuwse gemeenten
Opstellen warmteprogramma (concept) - Participatie - Interne afstemming (organisatie/college)
- Interne afstemming - MER-beoordeling (23 maanden) - Verwerken resultaten/input
•2025 •jan-jun 2026
•jul-nov 2026
- Bestuurlijke vaststelling - Publicatie - Start uitvoering
•Q1 2027
3.1 Op basis van Zeeuwse samenwerking In 2021 is binnen de Zeeuwse samenwerking de Transitievisie Warmte opgesteld. Na 5 jaar is het tijd om deze visie te herijken en te vertalen naar een Warmteprogramma dat hangt onder de gemeentelijke Omgevingsvisie. De te ondernemen acties zijn: -
Updaten van de Regionale Structuur Warmte Analyse van warmtebronnen in de buurt en wijken 4 MER-beoordeling (en mogelijk een Plan-MER) Technische onderbouwingen Stakeholdersanalyse Participatie en communicatie Bestuurlijk besluitvormingsproces
Een deel van deze acties wordt door de Zeeuwse gemeenten samen opgepakt.
3.2 Het maken van de bouwstenen Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW) heeft een handleiding gemaakt met daarin de informatie waar een warmteprogramma aan moet voldoen. Dit noemt men bouwstenen. De bouwstenen zijn hieronder benoemd en wat hierin moet komen te staan. Hier gaan we zowel gezamenlijk met alle Zeeuwse gemeenten als individueel mee aan de slag. Dit kan worden gezien als de (voorlopige) inhoudsopgave van het Warmteprogramma.
4
De lokale analyse is een verdieping op de RSW’25 (Regionale Structuur Warmte), en hangen sterk met elkaar samen.
8
1. Inleiding Korte uitleg van het waarom en het doel van het Warmteprogramma, inclusief wettelijke context en relatie tot de Transitievisie Warmte. a. Ambities (landelijk, regionaal en lokaal) Koppeling met doelen uit het Klimaatakkoord, RES 2.0, provinciale visie en gemeentelijke duurzaamheidsdoelen. b. Met wie is het opgesteld Overzicht van interne afdelingen, regiogemeenten, netbeheerder, woningcorporaties, inwoners, bedrijven en andere stakeholders die bijdragen. c. Leeswijzer Toelichting op de opbouw van het document, zodat de lezer de structuur en samenhang begrijpt.
2. Beschrijving van de huidige situatie Analyse van de bestaande gebouwvoorraad, infrastructuur en warmtegebruik in de gemeente. a. Wat is de opgave voor de gemeente Middelburg Wat moet er gebeuren om aardgasvrij te worden? Welke type gebouwen, wijken, bedrijventerreinen en doelgroepen zijn er? b. Wat is er gedaan sinds de TVW (2021) Wat is er gerealiseerd of veranderd sinds de vaststelling van de Transitievisie Warmte? Inclusief lopende trajecten. c. Evaluatie en risico/knelpunten Wat zijn aandachtspunten voor deze herijking? Denk aan netcapaciteit, betaalbaarheid, participatie of technische haalbaarheid.
3. Stappen naar aardgasvrije gemeente Uiteenzetting van de te volgen route richting 2050. a. Maatregelen in gebouwen Welke aanpassingen zijn nodig voor gebouwen om geschikt te zijn voor alternatieve warmte (isolatie, lage temperatuur, etc.)? b. Duurzame warmteoplossing Toelichting op de soorten systemen die mogelijk zijn: warmtenet, all-electric, hybride, etc. c. Duurzame bronnen Welke warmtebronnen zijn beschikbaar binnen of nabij de gemeente? Hoe duurzaam en haalbaar zijn deze? d. Wat kan wel en niet in de gemeente Middelburg Welke oplossingsrichtingen zijn kansrijk, en welke niet (en waarom)? Denk aan beperkingen in ruimtelijke ordening, netcapaciteit of kosten.
4. Afstemming en totstandkoming Procesmatige beschrijving van hoe het Warmteprogramma is opgesteld.
9
a. Samenwerkingspartners Wie zijn betrokken en hoe is de samenwerking georganiseerd? Denk aan netbeheerder, corporatie, regio en marktpartijen. b. Communicatie en participatie Hoe zijn inwoners en andere belanghebbenden betrokken? Denk aan enquêtes, webinars, bewonersavonden, bijeenkomsten per doelgroep.
5. Uitgangspunten en besliscriteria Kaders en afwegingscriteria die richting geven aan het maken van keuzes. a. Welke buurten/wijken zijn als eerste aan de beurt of wat wordt de aanpak Welke gebieden komen als eerste in beeld, en waarom? Denk aan kansen, logische volgorde of koppelkansen met andere opgaven. b. Waarom dit wel en het andere niet Toelichting op gemaakte keuzes en waarom bepaalde wijken, technieken of doelgroepen (nog) niet worden meegenomen.
6. Wat gaan we doen per wijk of gebied Vooruitblik op het opstellen van (wijk)uitvoeringsplannen. a. Criteria voor het bepalen van de warmteopties Op basis waarvan kies je een oplossing per wijk: technisch, financieel, sociaal? b. Warmtetransitiekaart en fasering Visuele weergave van volgorde en timing van de wijken richting 2050. c. Startwijken, gebieden of clusters Welke gebieden starten als eerste en wat is de aanpak daar? d. De stappen voor de komende 10 jaar Welke acties zijn nodig in de periode tot 2035 om de doelen te halen?
7. Hoe gaan we het organiseren Inrichting van de uitvoering, samenwerking en besluitvorming. a. Besluitvorming Hoe loopt het formele traject? Wat is de rol van college en raad? Hoe vindt bestuurlijke verankering plaats? b. Organisatie met stakeholders (intern en extern) Wie doet wat? Verdeling van taken tussen afdelingen, projectgroepen, partners en externe partijen. c. Organisatie bij aanpakken in de wijk (procesvoorstel uitvoeringsplannen) Voorstel voor hoe je wijkgericht werkt: met participatie, stapsgewijs plan per gebied en koppeling aan uitvoering.
10
3.3 Opstellen en vaststellen van het warmteprogramma Nadat de bouwstenen met informatie zijn gevuld, worden deze samengevoegd en uitgebreid tot een volledig warmteprogramma. Het warmteprogramma wordt ter vaststelling aangeboden aan het college en ter kennisname aan de gemeenteraad (zie 4.1 voor de betrokkenheid van de gemeenteraad tijdens het schrijfproces).
3.4 Ondersteuningsstructuur NPLW Om te komen tot het Warmteprogramma heeft Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW) een ondersteuningsstructuur ontwikkeld. Alle Zeeuwse gemeenten maken collectief gebruik van deze ondersteuningsstructuur. We werken samen in maandelijkse werksessies, delen kennis en realiseren gezamenlijk dat er naar verwachting eind 2026 een warmteprogramma voor alle gemeenten ligt. Door deze manier van werken en de samenwerking tussen de gemeenten hebben we ook de mogelijkheid om gezamenlijk opdrachten die nodig zijn voor het warmteprogramma aan te besteden.
3.5 Randvoorwaarden om te komen tot het Warmteprogramma Om te komen tot een gedragen warmteprogramma benoemen we hier een aantal randvoorwaarden: -
Begrijpelijk taalgebruik Toegankelijkheid Publicatie
3.6 Risico’s Bij het opstellen van een warmteprogramma zijn enkele risico’s: -
-
-
De uitvoering van het warmteprogramma moeten we borgen. Het warmteprogramma moet gedragen worden door de stakeholders, iedereen moet zich gehoord voelen. Voor belanghebbenden moet duidelijk zijn dat het warmteprogramma een visie document is en de concrete uitvoering in de (wijk)uitvoeringsplannen wordt vastgelegd. Het moet realistisch en haalbaar zijn. MER-procedure: Voor een warmteprogramma is een MER-beoordeling nodig. Voor collectieve oplossingen is een Plan-MER vereist. Binnen de Zeeuwse samenwerking worden de precieze regels hiervoor en de mogelijkheden om dit gezamenlijk te organiseren onderzocht. Netcongestie: We stemmen onze plannen af met de netbeheerder, om te verzekeren dat de capaciteit van het elektriciteitsnet aansluit bij de (uitvoerings)plannen.
11
3 Stakeholders en organisatie Een van de stappen om te komen tot het Warmteprogramma is het opstellen van een goede stakeholders analyse. Door middel van deze analyse brengen we alle partijen goed in beeld die betrokken moeten worden bij het opstellen van het Warmteprogramma. In deze analyse leggen we ook vast wat eenieder zijn rol is en mate van invloed. Op basis hiervan richten we dan een werkstructuur en de participatie en communicatie verder in. Bij het opstellen van het Warmteprogramma is het verstandig om afstemming te zoeken met interne beleidsvelden die er raakvlakken mee hebben zoals: -
Recreatie en Toerisme Economie Ruimtelijke ordening Openbare ruimte Monumenten Wonen Sociaal domein (zoals energiearmoede)
Ook zijn er in dit proces externe partijen die meegenomen moeten worden in het proces om te komen tot het warmteprogramma. Dat zijn onder andere: -
STEDIN (netbeheerder) Woningcorporaties Huurdersvereniging Dorpsraden en wijkteams
De organisatie is per gemeente verschillend en kan geïntensiveerd worden wanneer we concreet aan de slag gaan binnen de wijken. De basisorganisatie kan er als volgt uitzien: •
• •
Stuurgroep: Bestaat uit wethouders, beleidsadviseurs, vertegenwoordigers van woningbouwcorporaties en de netbeheerder. Hierin worden structurerende keuzes gemaakt. Projectgroep: Bevat beleidsmedewerkers die dagelijks aan het plan werken en externe experts voor technische ondersteuning. Klankbordgroep: Vertegenwoordigers van bewoners en ondernemers zorgen voor input en feedback gedurende het proces.
4.1 Betrokkenheid van de gemeenteraad Hoewel de formele vaststelling van het Warmteprogramma bij het college ligt, is het van belang om de gemeenteraad actief te betrekken. Dit zorgt voor politiek bestuurlijk draagvlak en een soepele doorwerking naar toekomstige besluitvorming, zoals bij wijkuitvoeringsplannen. Wij borgen deze betrokkenheid als volgt: •
Startbijeenkomst: In de conceptfase organiseren we een informatieve sessie over het doel, de aanpak en het proces van het Warmteprogramma.
•
Reguliere updates: Bij belangrijke mijlpalen (zoals de afronding van de bouwstenen of het bepalen van de prioritering) informeren we de raad bijvoorbeeld via een bijeenkomst of een memo actieve informatie.
•
Klankbordgroep met raadsleden (indien beschikbaar en/of gewenst): Hiermee creëren we ruimte voor tussentijdse reflectie. 12
4 Participatie en communicatie We stellen voor het warmteprogramma een participatieleidraad op die vastlegt hoe de gemeente Middelburg participatie organiseert. Het warmteprogramma is de visie die beschrijft hoe Middelburg aardgasvrij wordt in 2050. Deze leidraad vormt ook de basis voor participatie van de latere uitvoeringsprogramma’s. Deze programma’s vertalen de visie in praktische aanpakken per dorp, wijk of per gelijksoortige serie woningen en gebouwen. Het einddoel is dat iedereen in 2050 aardgasvrij woont, of voor bedrijven: aardgasvrij functioneert. Daarvoor hebben we huiseigenaren, huurders, het maatschappelijk middenveld en ondernemers enorm hard nodig. We komen ‘achter de voordeur’ en medewerking is cruciaal. Participatie is daarmee een hele belangrijke succesfactor voor het behalen van de duurzame ambities van Middelburg. Participatie is belangrijk omdat het past bij de missie en waarden van Middelburg, omdat het plannen beter maakt met lokale kennis, en omdat goede participatie vertrouwen, eigenaarschap en draagvlak vergroot. Het is ook wettelijk verplicht omdat de gemeente door de Omgevingswet moet kunnen motiveren hoe inwoners en professionele stakeholders zijn betrokken. De gemeente Middelburg is initiatiefnemer en verantwoordelijk voor het participatieproces.
In verschillende fases van de warmtetransitie kiezen we het best passende participatieniveau en beschrijven we de doelgroepen en communicatie/participatiemiddelen. De participatieverordening van Middelburg is hierbij leidend. De participatieladder van de gemeente Middelburg bestaat uit vijf verschillende treden.
De Zeeuwse gemeenten zetten gezamenlijk een aantal participatie-instrumenten in. Middelburg past deze waar nodig aan en breidt deze uit met een aantal maatwerk instrumenten. Deze worden uitgebreider beschreven in de participatie leidraad. De communicatie is helder en zonder jargon, risico’s zoals participatiemoeheid of nietgehoord voelen zijn vooraf gecheckt, en het proces wordt gemonitord en geëvalueerd: we blikken in het warmteprogramma terug op het proces met een participatieverslag. Voor de precieze invulling van de participatie en communicatie maken we (ook) gebruik van externe expertise. Voorlopig overzicht participatie en communicatie-instrumenten: Vanuit de Zeeuwse samenwerking: Enquête met vragen over de warmtetransitie Webinar voor bestuurders Filmpje voor inwoners en ondernemers
Middelburgs maatwerk: Webpagina https://www.middelburg.nl/duurzaam Projecthuisstijl met als slogan: ‘Middelburg gaat voor duurzaam’ Pagina warmtetransitie op het participatieplatform ‘Middelburg Ontmoet’ Wekelijks spreekuur op een laagdrempelige locatie (Zeeuwse Bibliotheek) voor alle inwoners en voor VVE’s met oa informatie over isoleren en beschikbare subsidies Meedenkgroep van inwoners en ondernemers uit diverse dorpen en wijken die reflecteren op 13
tussentijdse versies van het warmteprogramma en aangeven wat inwoners/ondernemers nodig hebben om stappen te zetten op het gebied van aardgasvrij wonen. Inspraak en zienswijzen indienen tijdens officiële ter inzage periode van het warmteprogramma
5 Financiën en uren Voor het Warmteprogramma is er Zeeuws-breed een Projectmanager aangesteld, aangevuld met een werkgroep die voorbereidingen treft voor alle Zeeuwse gemeenten. Ook intern is er gemeentelijke capaciteit nodig om het warmteprogramma op te stellen. Benodigde tijd: -
-
Projectleider: 200-400 uur (Beleids)medewerkers, juristen en data-specialisten: 5 personen, gemiddeld 50 uur per persoon o Voor het meedenken en meelezen van stukken Communicatie en participatie: o Communicatiemedewerkers: 2-4 uur/week o Externe inhuur voor het opstellen van een participatieplan en uitvoering daarvan (voor zowel het warmteprogramma als (wijk) uitvoeringsplannen): 8 uur/week
Ook dient er een eigen werkbudget beschikbaar te zijn: -
-
Budget voor ontwikkelen Warmteprogramma: € 25.000 o Voor gemeente-specifieke acties (bijvoorbeeld omzetten in eigen huisstijl, extra specifiek onderzoek, enz.) Opstellen MER-beoordeling €10.000 – 15.000. Vervolgens indien nodig plan-MER voor collectieve oplossingen.
Hiervoor is binnen het KEC programma voldoende budget gereserveerd. De acties die als samenwerkende gemeenten worden opgepakt, zoals o.a. het updaten van de Regionale Structuur Warmte, een onderzoek naar warmtebronnen in de wijk/buurt, technische analyses enz, worden betaald uit een SPUK subsidie die we als Regio hebben gekregen en die voor eind 2026 moet worden besteed aan de Warmtetransitie. Deze middelen zijn belegd bij de coördinerende gemeente Terneuzen.
14