PAKHUIS Schuur Molen De Hoop te Sint Laurens (toegevoegd op verzoek van Marianne Golsteijn na akkoord steller)
Tekst van het document
Molen De Hoop te Sint Laurens (1721) Een uniek beschermd rijksmonument met een vanaf 1962 aangebouwde pakhuis. Inleiding De S%ch%ng Molen Sint Laurens (i.o.) (thans nog het Comité tot Herstel en Instandhouding van Molen De Hoop te Sint Laurens) verzocht G.H. Keunen om een uitleg/duiding/verklaring te verstrekken over de betekenis, c.q. waarde die zou moeten worden toegekend aan bovengemeld pakhuis. Dit houdt verband met de door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) gekozen opstelling die kenbaar is gemaakt aan de gemeente Middelburg en een belemmering is voor het herstel van de molen. Pakhuis bij de molen De molen in Sint Laurens is in 1721 gebouwd als een opvolger van een houten standerdmolen, een oud type korenmolen. De bouw van een ronde stenen stellingmolen was voor het maalbedrijf in verscheidene opzichten een grote vooruitgang. Voor zover bekend bleef nadien de situa%e van het molenbedrijf lang rela%ef onveranderd. Molenbouwtechnisch was de grootste verandering en verbetering wel het vervangen van de gebruikelijke houten wiekenas, de bovenas, door een gie%jzeren exemplaar als op foto’s te zien is. Aangenomen wordt dat dit een complete as was en geen insteekkop. Die vervanging zal vermoedelijk eind 19e eeuw hebben plaatsgehad. Sinds de bouw in 1721 xal de molen meermaals een nieuwe houten as hebben gekregen evenals nieuwe houten roeden (wieken).
Een molen is een machine en om allerlei redenen dientengevolge veelal onderhevig aan een zekere vervangingscyclus. Veranderende omstandigheden in de maalderijsector in het algemeen noopten molenbedrijven tot aanpassing. Dat hield vaak in dat er extra opslagruimte moest komen en na ca. 1900 veelal ook aanvullende kleine mechanische maalcapaciteit. Daarmee kon dan bij winds%lte toch het bedrijf gaande worden gehouden. Die algemene ontwikkeling is ook terug te zien bij de molen te Sint Laurens. Rond de stenen romp ontstonden in de loop der %jd, aangenomen wordt na 1900, enkele aanbouwen. Op de oudste bekende foto (ca. 1890-1900?) waarop de molen staat te malen met toen slechts 1 roe (2 wieken) is iets te zien van een onder de stelling aangebrachte aanbouw aan de oostkant. De stelling moest vrij blijven voor het draaien van de wieken en de bediening van de molen door de molenaar. De toegangsdeur aan de zuidkant was toen nog als enkele deur geheel in beeld. Later is aan deze zuidkant onder de stelling een grote houten aanbouw verrezen als op veel foto’s is te zien. Deze schuur had geteerde gepotdekselde wanden, een flauw aflopend pannendak en aan de wegkant als toegang een brede schuifdeur. In 1922 werd de molen gekocht door de van de molen te Vrouwenpolder gekomen molenaar Lein de Visser.
In het kader van het historisch onderzoek heb ik op 18 november en 7 december 2017 een bezoek gebracht aan Ko de Visser, rustend molenaar te Wolphaartsdijk en zoon van Lein de Visser. Hij was geboren op 15 september 1927 te Sint Laurens en verhuisde met het ouderlijk gezin omstreeks 1939 naar de molen te Wolphaartsdijk. De molen te Sint Laurens had hij als jonge jongen nog goed gekend en kon daar nog het nodige over vertellen. Aantekeningen zijn toen gemaakt, niet wetende dat mijn zegsman kort daarna op 3 april 2018 zou overlijden. Mijn zegsman wist o.a. nog te vertellen over de inrich%ng van de molen, de mechanische hulpaandrijving etc. en meende ook dat zijn vader genoemde houten schuur had laten bouwen.
Die is dus vermoedelijk te dateren van kort na 1922. Hij wist er niet van dat de molen ooit nieuwe wieken had gekregen terwijl dat wel een keer is gebeurd. Er is immers een oude prentbrie^aart waarop de molen slechts 2 wieken hee_ en de zwarte houten schuur er al staat. Misschien was het toen enige %jd financieel niet op te brengen om de ontbrekende wieken weer aan te laten brengen, wat later wel is gebeurd. Interessant is ook nog een foto waarop men bezig is een roe (wiekbalk) te strijken of te steken (dit laatste waarschijnlijk) en waarop de grote houten schuur nog niet aanwezig is. De bouw daarvan hee_ dus vermoedelijk inderdaad plaatsgevonden kort na 1922 wat aansluit bij de mededeling van mijn zegsman. De houten schuur hee_ nog lang bestaan en is goed zichtbaar op foto’s van de molen in de periode van de inunda%e van Walcheren in 1944-1945. Wanneer precies is nog onbekend maar al ergens in de jaren `30, was er een mechanische hulpkracht die bij winds%lte via een overbrenging naar het spoorwiel de molenstenen boven in de molen kon aandrijven. Die motor stond in een aanbouw aan de oostkant. In 1943, niet lang voor de brand op 30 december, was er het plan om voor het mechanisch malen op de begane grond in de molen een electrisch aangedreven koppel maalstenen te plaatsen.
Aan de vergunningsprocedure danken we een placegrond die een gedetailleerd beeld gee_ van de molen met aanbouwen. De grote houten schuur is daarin weliswaar aangegeven als “garage” maar zal misschien ook wat gediend hebben voor opslag o.i.d. Op de placegrond staat ook vermeld de “oude verbrandingsmotor”. De gewenste overstap naar elektriciteit was vermoedelijk een gevolg van de oorlogsomstandigheden waarin olie als brandstof in tegenstelling tot elektriciteit een probleem werd. Op veel plaatsen waaronder in poldergemalen vond toen zo’n omschakeling plaats. De tekening maakt in ieder geval duidelijk dat de houten schuur in het maalderijproces geen func%e had. Na de brand werd de uitgebrande stenen romp met de beperkte middelen van die %jd hersteld als kleine mechanische graanmaalderij. De houten schuur aan de zuidkant had de brand overleefd zoals te zien op eerder genoemde foto’s. Begin jaren `60 was er kennelijk toch aanleiding om deze te vervangen door iets nieuws en groters en nu ook in steen. Toenmalige eigenaar C. Willemse vroeg in 1961 een bouwvergunning aan bij B & W van Sint Laurens. Het daarbij behorende schetsontwerp hoorde volgens het stempel bij een besluit van B & W van 18 april 1961. Aangenomen mag worden dat het nieuwe pand in 1961 of 1962 is verrezen. Op de tekening staat als func%e vermeld: pakhuis bij molen.
Foto’s laten nadien zien dat het pand ook diende als garage voor de vrachtauto die later deel uitmaakte van de bedrijfsac%viteit. Uiteindelijk kwam zoals op veel plaatsen in het land mede door marktontwikkelingen een eind aan dit kleine bedrijf. Latere ontwikkelingen Op 11 maart 1993 stond er over de molen een ar%kel in de krant met als kop “Comité Sint Laurens wil restaura%e molen” en “De Hoop moet weer pronkstuk dorp worden”. Al vóór 1993 was er verontrus%ng over het voortbestaan van de molen die zo beeldbepalend is voor de dorpskern. Nadien hee_ het nog lang geduurd voordat er beweging in deze zaak kwam. In 1999 was er zelfs de dreiging van sloop waartegen protest kwam. Dat ging dus niet door en vervolgens werd het complex in 2000 door de gemeente Middelburg gekocht. In hetzelfde jaar werd de molen door de gemeente bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg voorgedragen voor bescherming en plaatsing op de monumentenlijst. Die aanvraag werd gehonoreerd bij besluit door de minister van 26 augustus 2002 waarna inschrijving volgde in het monumentenregister op 25 november 2002. Daarna is het weer lang s%l geweest maar in 2014 werd opgericht het “Comité tot Herstel en Instandhouding van molen De Hoop te Sint Laurens”.Het comité is nu (2023) 9 jaar bezig om haar doelstelling te realiseren.
Het burgerini%a%ef probeert om in coöpera%e/co-produc%e met de gemeente Middelburg, dat is allemaal vastgelegd, de windkorenmolen bedrijfsvaardig gerestaureerd te krijgen. Deze herbestemming is de enige die toekomstperspec%ef en maatschappelijk draagvlak biedt.
De tegenstand en het gebrek aan medewerking die daarbij inmiddels ondervonden werd is niet gering. Dit hee_ in belangrijke mate te maken met de opstelling van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, de RCE. Daarop wordt hier nu niet nader ingegaan. Een wat uitgebreide visie op deze problema%ek is 15 maart 2023 door mij ten behoeve van het comité opgesteld. Een moeilijkheid die hier nu weer verder uit voort dreigt te komen is de “status” van het tegen de molen gebouwde pakhuis. Geïni%eerd door de RCE dreigt dit aspect nu te worden ingebracht om de restaura%e tot windkorenmolen te verhinderen. Om de molen te kunnen restaureren dient het pakhuis te worden afgebroken want anders kan er geen rondgaande stelling worden aangebracht, kunnen de wieken niet draaien en is de molen niet naar alle windrich%ngen te richten. Daarnaast is er nog een technisch aspect, namelijk het onder de grond om de voet van de molen aanbrengen van een betonnen ringbalk ter versterking. Hiervoor staat het pakhuis ook in de weg. De “tegenstanders” van het molenplan stellen nu dat het pakhuis als deel van het beschermd monument behouden zou moeten blijven. De betekenis van het pakhuis Van het pakhuis kan worden gezegd: - dat het bij de plaatsing van de molen op de monumentenlijst nog geen 50 jaar oud was, toen een vereiste volgens de Monumentenwet.
Als het niet tegen de molen had gestaan maar iets los dan was daar dus geen juridische verbinding geweest en was het dus niet beschermd geraakt. - dat het enkel pakhuis/garage is geweest en nooit deel hee_ gehad aan de bedrijfsma%ge maalderijprocessen. Die waren er alleen in de molen. - dat het een des%jds goedkoop gerealiseerd pand is, puur func%oneel en zonder enige architectuur. Het is lelijk om te zien, doet sterk aqreuk aan het zicht op de molen en is een verstoring van het dorpsbeeld. Hoe goedkoop het gebouwd is blijkt wel uit het voor de balklaag van de eerste verdieping gebruikte hout. Zo te zien bestaat die uit oude ronde houten telefoonpalen. Het is niet uitgesloten dat die gecreosoteerd zijn wat tegenwoordig het predicaat “chemisch afval” krijgt. Nog zo’n “milieuprobleem” is dat uit een oudere rapportage blijkt dat het dak was gedekt met asbest.(enkele jaren geleden vervangen door golfplaat; er hee_ -voorzover bekend- geen grondige sanering aan de binnenzijde van het pakhuis plaatsgevonden ). Wat de officiële redengevende omschrijving vermeldt In deze omschrijving wordt het gebouw genoemd een “dienstgebouw/pakhuis uit de jaren `60, voorzien van uiterst sobere func%onele gevelopeningen”. Verder wordt nog vermeld “in het aangebouwde pakhuis elektrische en mechanische hijsinstalla%es”.
Dit laatste valt in een pakhuis (begane grond en één verdieping) te verwachten en is van geen betekenis. Wat betre_ herbestemming levert het pakhuis problemen want het voldoet niet aan bestaande regelgeving en aanpassing zal om meerdere redenen aanzienlijke kosten met zich meebrengen. Onder het kopje Waardering wordt vervolgens enkel de molenromp genoemd en komt het pakhuis niet eens aan de orde. De navolgende aspecten die onder de waardering worden genoemd hebben allen enkel betrekking op de molen. Geaccentueerd zijn in de navolgende tekst bij de waarden aangegeven de effecten van algehele restaura%e tot molen en daarmee verbonden aqraak van het pakhuis. - het bouwtype stellingmolen (een van de vroegste stenen molens in Zeeland), de molen wordt door restauraKe als zodanig weer herkenbaar - de molenbelt, die wordt na aMraak van het pakhuis beter zichtbaar - de dominante ligging in het dorpsbeeld en landschap (bakenwerking), deze waarde wordt alleen maar groter en mooier - de ontwikkeling van de molenfunc%e door de maalinrich%ng, deze funcKe blijN en wordt alleen
maar duidelijker - als zodanig is het ook een zeer herkenbare representant van deze typerende eer%jds algemene ontwikkeling, daarin komt door molenherstel geen verandering Consistent rijksbeleid? Geconstateerd is al dat het pakhuis in de waardering niet wordt vermeld. Belangrijk in dit verband is ook te kijken naar een waardestelling over molen De Hoop, gedateerd 17 augustus 2015 en door twee onauankelijke deskundigen gemaakt. Dit onderzoek was een ini%a%ef van de gemeente en het comité. De onderzoekers “onderschrijven de hoge authen%citeit en zeldzaamheidswaarden van het ensemble molen, paardenstal en varkensstal” maar het pakhuis wordt nergens genoemd! Situa%es als in Sint Laurens zijn in de loop der %jd bij veel molens ontstaan. Door allerlei markt- en maalderijontwikkelingen groeiden molenbedrijven soms uit tot een om de molen gevormd complex van aanbouwen. In Sint Laurens was dit maar beperkt het geval. In diezelfde %jd dat deze molen beschermd monument werd was dit o.a. ook het geval met vergelijkbare molens te Winterswijk (De Bataaf), Meddo, Keijenborg, Oosteind en Giethoorn. In deze gevallen waren de bijgebouwen in de redengevend omschrijvingen bewust buiten bescherming gehouden. Dit had tot gevolg dat ze zonder problemen konden/kunnen worden afgebroken wat ook veelal al is gebeurd. De molen in Winterswijk maalt al weer jaren, die in Oosteind is in restaura%e.
Giethoorn zal volgen en in Keijenborg is alles rond de molenromp al gesloopt. De omvang en de bedrijfsgeschiedenis was in deze gevallen vaak veel groter dan in Sint Laurens zodat de vraag rijst waarop deze “ongelijke beoordeling/behandeling” wel was gebaseerd. Het pakhuis in Sint Laurens is nauwelijks van betekenis. Vergelijkenderwijs bezien is niet te mo%veren waarom dit zoals elders niet buiten bescherming is gebleven. Het is dan ook niet te verdedigen dat het pakhuis zo “heilig” wordt verklaard dat daardoor het gewenste molenherstel geen doorgang zou kunnen vinden. Zonder goede herbestemming is er voor dit monument, wat zich verder nergens voor leent, geen toekomst! De dorpsgemeenschap wil al decennia de molen in oorspronkelijke staat hersteld zien. Een herstelde en weer malende molen zou ook een grote verbetering zijn van de locale ruimtelijke kwaliteit. Voorbeelden elders laten daarnaast zien dat een zo weer “tot leven gewekt” monument, juist een molen, nieuwe maatschappelijke betrokkenheid genereert met mede belangrijke sociale effecten. Dat zal met het monument in de huidige staat nooit worden bereikt, dit blij_ al%jd een “doods” object dat hooguit een verhaal vertelt. En met de mechanische maalderij kan ook niet zomaar door een vrijwilliger “museaal” worden gemalen. Daarvoor is een elektrische krachtaanslui%ng nodig en het gebruik van elektriciteit is ook niet gra%s.
Een windmolen kan daarentegen al%jd gra%s draaien en malen. Dan kan een bezoeker ook nog eens het monument echt “beleven”. Alles overziende is het dus van groot belang dat de molen als windmaalwerktuig wordt hersteld, daarbij niet gehinderd door een pakhuis van weinig betekenis. 23-03-2023 Ing. G.H. Keunen, Teugelhof 1, 3511 VR Utrecht. Tel. 06-11214366