MEMO gemeenterraad 29 oktober 2025 Vizita
Tekst van het document
Memo van Vizita naar aanleiding van het raadsvoorstel over de subsidieaanvraag van Vizita voor 2026 Wethouder Treurniet heeft op 13 november 2025 een raadsvoorstel met als onderwerp ‘Subsidie en onderzoek sociaal team’ ingediend bij de gemeenteraad. Voorgesteld wordt onder andere om eenmalig een bedrag ter hoogte van EUR 183.000 ter beschikking te stellen voor de uitvoering van activiteiten van Vizita binnen het sociaal domein in 2026. Vizita waardeert het dat er aan de gemeenteraad een voorstel is gedaan om extra middelen beschikbaar te stellen voor de activiteiten die Vizita in 2026 moet uitvoeren op het gebied van het sociaal domein. Volgens Vizita is het voorstel van het college echter ontoereikend om aan Vizita de middelen ter beschikking te kunnen stellen die noodzakelijk zijn om Vizita in staat te stellen haar activiteiten op het gebied van het sociaal domein voor de gemeente Middelburg kostendekkend te kunnen uitvoeren. Een belangrijk element in het raadsvoorstel is de beoordeling die het college heeft verricht van de door Vizita ingediende subsidieaanvraag voor 2026.
Deze beoordeling beperkt zich in het raadsvoorstel tot het deel van de aanvraag dat betrekking heeft op de activiteiten binnen het sociaal domein.1 Het voorstel laat zich daarmee niet uit over het deel van de aanvraag van Vizita dat betrekking heeft de activiteiten in verband met de Wet inburgering en de opvang Oekraïners. Vizita gaat ervan uit dat dit deel van de aanvraag daarom zal worden toegekend. Mocht Vizita dit niet juist begrijpen en het voorstel inhouden dat dit deel van de subsidie ook wordt geweigerd, dan merkt zij op dat in dat geval de subsidie voor een bedrag van ca. EUR 1,3 miljoen wordt geweigerd. De gevolgen van een dergelijk draconisch besluit zouden vanzelfsprekend gigantisch zijn voor Vizita. In het vervolg van dit memo zal Vizita zich concentreren op het deel van de aanvraag waarop het raadsvoorstel betrekking heeft: de activiteiten in het sociaal domein. Bij de aanvraag is onder meer een begroting gevoegd waarin Vizita de kosten inzichtelijk heeft gemaakt die samenhangen met de activiteiten die ten behoeve van de gemeente Middelburg worden verricht. Van een deel van de in de begroting opgenomen posten stelt het college in het raadsvoorstel dat die niet of niet geheel subsidiabel zijn. Het gaat dan meer specifiek om de posten ‘verzuimverzekering’, ‘langlopende ICT-contracten’, ‘indexeringen over 2024 en 2025’ en ‘overhead’.
Waarom dat niet zo zou zijn wordt overigens (behalve uit overhead) niet toegelicht in het raadsvoorstel. Vizita zal hierna op de eerste plaats toelichten dat en waarom deze posten op grond van de geldende subsidieregels wel subsidiabel zijn. Het gevolg daarvan is dat aanvullend een bedrag van € 624.910 in plaats van het voorgestelde bedrag van € 182.483 nodig is om de subsidie die betrekking heeft op de activiteiten in het sociaal domein te kunnen verlenen. Het verzoek van Vizita is daarom dat de raad op punt 1 van het collegevoorstel afwijkend besluit en € 624.910 beschikbaar stelt. Op de tweede plaats zal Vizita toelichten dat het door het college vastgestelde subsidieplafond structureel te laag is om 1
Het in het raadsvoorstel genoemde aanvraagbedrag van EUR 5.496.226 betreft de aanvraag van Vizita, exclusief de
onderdelen opvang Oekraïners en Wet inburgering.
Vizita in staat te stellen haar activiteiten ten behoeve van de gemeente Middelburg uit te voeren. Daardoor ontstaan er jaarlijks discussies over de hoogte van de subsidie en ontvangt Vizita jaarlijks structureel te weinig middelen. Het college merkt een aantal posten in het raadsvoorstel ten onrechte als nietsubsidiabel aan Kernboodschap: het college past de subsidieregels niet juist toe door te stellen dat kosten voor een verzuimverzekering, ICT-contracten, indexeringen en overhead niet subsidiabel zouden zijn. Stuk voor stuk gaat het om kosten die noodzakelijk zijn om het takenpakket van Vizita uit te kunnen voeren. Bovendien verplicht de wet het college om deze kosten te compenseren. Dit laatste houdt verband met de verplichting van de gemeente om voor diensten die op grond van de Wmo 2015 en de Jeugdwet worden verricht een reële prijs te betalen. Het raadsvoorstel ziet op de reguliere subsidie die jaarlijks aan Vizita wordt verleend. Dit deel van de subsidie ziet op de activiteiten voor het sociaal team, de onafhankelijke cliëntondersteuning en de ondersteuning van vrijwilligers. Deze activiteiten vallen onder de Subsidieregeling algemene voorzieningen Sociaal Domein Middelburg 2023-2026 (hierna: ‘Subsidieregeling Sociaal Domein’).
Artikel 9 van de Subsidieregeling Sociaal Domein bevat het kader aan de hand waarvan moet worden bepaald of er sprake is van subsidiabele kosten. Uit artikel 9 lid 1 en 2 van de Subsidieregeling Sociaal Domein volgt dat kosten subsidiabel zijn als deze noodzakelijk zijn voor de subsidiabele activiteit en zijn gebaseerd op marktconforme prijzen en tarieven. Uit lid 3 volgt dat in ieder geval subsidiabele kosten zijn: loonkosten, huisvestingskosten, materiaalkosten en algemene kosten/organisatiekosten. Bij het bepalen of bepaalde kosten subsidiabel zijn is verder het bepaalde bij en krachtens de Wet maatschappelijke voorziening 2015 (hierna: ‘Wmo 2015’) en de Jeugdwet van belang. Met het sociaal team (inclusief de cliënt- en vrijwilligersondersteuning) geeft de gemeente uitvoering aan haar wettelijke verplichtingen om te voorzien in maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp (inclusief preventie) en onafhankelijke cliëntondersteuning. Als de gemeente daarvoor derden, zoals in dit geval Vizita, inschakelt is zij gehouden daarvoor een reële prijs te betalen. 2 Een reële prijs dient de in te schakelen derde in staat te stellen om aan de gestelde kwaliteitseisen te voldoen en om de continuïteit van de maatschappelijke ondersteuning te waarborgen. De verplichting om een reële prijs te betalen geldt ook als de aan cliënten te leveren diensten, zoals in dit geval, worden gesubsidieerd.
3 Verzuimverzekering Partijen die in de zorg en het sociaal domein actief zijn kampen helaas met een hoog ziekteverzuim, waarbij Vizita er overigens in is geslaagd om een verzuimpercentage te hebben dat lager ligt dan het landelijk gemiddelde. Uitval van medewerkers leidt ertoe 2
Artikel 2.6.3, eerste lid, jo. artikel 2.6.6, eerste lid Wmo 2015. Artikel 2.11, eerste en tweede lid, Jeugdwet.
3
Artikel 5.4, derde lid, Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Artikel 2.3, vierde lid, Besluit Jeugdwet.
dat andere medewerkers extra taken moeten uitvoeren, vervangers moeten worden gevonden of dat keuzes moeten worden gemaakt in wat wel en niet kan. Daardoor kan de kwaliteit en de continuïteit van de activiteiten van het sociaal team onder druk komen te staan. De verzuimverzekering dekt kosten voor preventie en re-integratie en draagt daarmee bij aan het voorkomen en beperken van de gevolgen van verzuim. Bovendien is Vizita als werkgever gehouden om bij verzuim gedurende twee jaar (een deel van) de loonkosten en werkgeverslasten te betalen waardoor verzuim ook een groot effect kan hebben op de bedrijfsvoering. De verzuimverzekering voorkomt ook dit effect. Het treffen van een voorziening voor verzuim is volgens Vizita noodzakelijk voor het (verantwoord kunnen) uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten. In de Subsidieregeling Sociaal Domein zijn zowel loonkosten als algemene organisatiekosten als subsidiabel aangemerkt. Een verzuimverzekering dekt in voorkomend geval loonkosten en dekt daarnaast algemene organisatiekosten wegens preventie en verzuim. Daarmee is er sprake van subsidiabele kosten. Daarbij wijst Vizita er ook op dat de regering in het kader van het bepalen van een reële prijs voor diensten op grond van de Wmo 2015 en de Jeugdwet de elementen heeft bepaald waarmee in elk geval rekening moet worden gehouden bij het bepalen van een dergelijke prijs.
Een van die elementen betreft “kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg”.4 Kosten als gevolg van ziekte moeten dus worden betrokken bij het bepalen van een reële prijs. Dit vormt een extra reden waarom de kosten voor een verzuimverzekering als subsidiabel moeten worden aangemerkt. Vizita wijst er tot slot op dat zij eerder heeft voorgesteld om de effecten van verzuim op te vangen door middel van het vormen van een flexibele schil. Het college heeft voor 2025 echter geweigerd om de daarmee verband houdende kosten te subsidiëren. Vizita heeft zich mede daardoor genoodzaakt gezien om een verzuimverzekering af te sluiten. Langlopende ICT-contracten Onduidelijk is waarom volgens het college langlopende ICT-contracten niet subsidiabel zijn. Om aan de eisen van de gemeente op het gebied van het sociaal team te kunnen voldoen is de inzet van ICT-middelen noodzakelijk. Vizita wijst bijvoorbeeld op de aan de subsidie verbonden voorwaarden om te werken met een cliëntvolgsysteem 5, de verplichting om dagelijks online bereikbaar te zijn 6 en het verstrekken van ontwikkelrapportages over trends in de samenleving. 7 De kosten voor (langlopende) ICTcontracten zijn daarmee noodzakelijk om uitvoering te geven aan de gesubsidieerde activiteiten.
Vizita wijst er bovendien op dat materiaalkosten en algemene organisatiekosten expliciet zijn aangewezen als subsidiabele kosten en dat de kosten in verband met de (langlopende) ICT-contracten als zodanig moeten worden aangemerkt. Zonder de ICT-contracten is Vizita bovendien niet in staat te voldoen aan de door de gemeente gestelde verplichtingen, waaronder rapportage- en administratieve verplichtingen. De te bepalen reële prijs strekt er mede toe om Vizita in staat te stellen 4
Artikel 5.4, eerste lid aanhef en onder c Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Zie ook artikel 2.3, eerste lid aanhef en onder a
Besluit Jeugdwet. 5
Artikel 28, vierde lid, Subsidieregeling Sociaal Domein.
6
Artikel 28, zesde lid, Subsidieregeling Sociaal Domein.
7
Artikel 29, tweede lid, Subsidieregeling Sociaal Domein.
aan die eisen te voldoen.8 Kosten voor ICT-contracten zijn daarmee eveneens subsidiabel. Indexeringen Voorop moet worden gesteld dat indexaties in de begroting bij de aanvraag geen zelfstandige posten vormen. Iets anders is dat Vizita bij het begroten van bepaalde posten, op basis van marktontwikkelingen en ervaringsgegevens, indexaties heeft toegepast. Dit is bijvoorbeeld gedaan bij de kantoor- en organisatiekosten en bij de huur van de panden. De indexeringen maken daarmee een integraal onderdeel uit van kosten die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de activiteiten, zoals het huren van de panden van waaruit het sociale team werkt. Het is volgens Vizita niet juist om de component indexeringen daaruit te halen en niet te subsidiëren. Vizita wijst er bovendien op dat indexatie een verplicht onderdeel vormt bij het bepalen van een reële prijs. 9 De in de begroting verwerkte indexeringen zijn derhalve wel degelijk subsidiabel. Overhead In het raadsvoorstel wordt gesteld dat de in begroting opgenomen kosten voor overhead hoger zijn dan het daarvoor in de Subsidieregeling Sociaal Domein gestelde maximum van dertig procent.10 Uit de toelichting bij de Subsidieregeling Sociaal Domein volgt dat het begrip overhead dezelfde betekenis heeft als in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
Volgens het BBV zijn overheadkosten alle kosten die samenhangen met de sturing en de ondersteuning van medewerkers in het primaire proces.11 Daarbij gaat het meer specifiek om de loonkosten van de zogenoemde PIOFACH12-functies, ICT-kosten van PIOFACH-systemen, huisvestingskosten, de uitbestedingskosten bedrijfsvoering en naar rato de rentekosten die niet zijn toe te delen aan de taakvelden in het primaire proces. 13 Als naar de begroting van Vizita wordt gekeken dan blijkt dat niet alle kosten die onder de post “overhead” zijn begroot, zijn aan te merken als kosten voor overhead als bedoeld in de Subsidieregeling Sociaal Domein. Dat is ook toegelicht in de begroting, waarbij door Vizita is aangekondigd dat er nog een nadere uitsplitsing wordt aangeleverd. Dat is onder meer gedaan bij e-mail d.d. 5 september 2025. Uit onder meer die toelichting blijkt dat een deel van de kosten die verband houden met het primaire proces in de begroting zijn aangemerkt als overheadkosten. Denk bijvoorbeeld aan de kosten voor de verzuimverzekering en de arbodienst voor Vizita geheel en aan de ICT-kosten. Deze kosten hangen (ook) samen met het primaire proces en zijn daarmee naar de letter van de Subsidieregeling Sociaal Domein geen overheadkosten. Als naar de kosten in de
8
Artikel 5.4, derde lid aanhef en onder f van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en 2.11, tweede lid, Jeugdwet.
9
Artikel 5.4, derde lid aanhef en onder e van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en 2.3, eerste lid aanhef en onder d, Besluit
Jeugdwet. 10
Artikel 9, zesde lid, Subsidieregeling Sociaal Domein.
11
Artikel 1, eerste lid aanhef en onder l BBV.
12
PIOFACH: Personeel Informatievoorziening Organisatie Financiën Automatisering Communicatie Huisvesting.
13
Staatsblad 2016 101, p. 18.
begroting wordt gekeken die gelden als “echte” overheadkosten, dan blijven die kosten beneden de 30%. Conclusie In het raadsvoorstel staat volgens Vizita ten onrechte dat een deel van de aanvraag voor de activiteiten op het gebied van het sociaal domein betrekking heeft op posten die nietsubsidiabel zijn. Als ook voor deze posten subsidie wordt verleend, dan zou de totale subsidie voor de activiteiten op het gebied van het sociaal domein uitkomen op € 5.496.229.14 Het gevolg daarvan is dat aanvullend een bedrag van € 624.910 in plaats van het voorgestelde bedrag van € 182.483 nodig is. Subsidieplafond wordt structureel te laag vastgesteld Kernboodschap: Vizita voert een (wettelijk) takenpakket in opdracht van de gemeente uit. De daarvoor beschikbare middelen moeten Vizita in staatstellen om de met die taken samenhangende kosten te kunnen dragen. De afgelopen jaren is het budget echter structureel te laag geweest waardoor Vizita bezuinigingen heeft moeten doorvoeren en daarmee in feite een substantieel deel van de kosten die voor rekening van de gemeente behoren te komen gedragen. De rek is er echter uit om dat voor 2026 nogmaals te doen. Daardoor komt kwaliteit en continuïteit van de uitvoering van een aantal wettelijke taken van de gemeente in het gedrang. De afgelopen jaren is er sprake van een terugkerende discussie met het college over de hoogte van de subsidie.
Deze discussie wordt veroorzaakt doordat jaarlijks een structureel te laag subsidieplafond wordt vastgesteld. Voor zover Vizita kan nagaan wordt het subsidieplafond bepaald op het bedrag waarvoor in het vorige jaar subsidie is verleend en wordt dat bedrag vervolgens verhoogd met de gewogen index die de gemeente hanteert in de Meerjarenprogrammabegroting. De feitelijke kosten van Vizita – onder meer als gevolg van loon- en prijsstijgingen en investeringen die verband houden met het voldoen aan door de gemeente gestelde eisen – voor de gesubsidieerde activiteiten liggen echter aanzienlijk hoger dan het gehanteerde plafond. Vizita heeft de afgelopen jaren steeds geprobeerd om door (bezuiningings)maatregelen de activiteiten te verrichten met het beschikbare subsidiebedrag. De rek is er echter uit om dat ook voor 2026 weer te doen. Vizita heeft dat ook toelicht in een door haar georganiseerde raadsbijeenkomst en in de verstuurde brandbrief. De kern van het probleem is dat structureel te weinig middelen worden begroot en vervolgens in het subsidieplafond worden opgenomen. Vervolgens ontstaan achteraf discussies tussen de gemeente en Vizita over de hoogte van de subsidie, welke discussies afleiden van de werkzaamheden van Vizita. Die spiraal moet volgens Vizita doorbroken worden.
Vizita juicht het dan ook toe dat het college voorstelt om een onderzoek te laten uitvoeren naar de activiteiten die nodig zijn en naar de kostprijs en de financieringsvorm die daarbij passen. Vizita meent echter dat dit onderzoek de gemeente niet ontslaat van haar verantwoordelijkheid om ook voor 2026 te voorzien in een toereikend budget. 14
Nogmaals: dit is exclusief het deel van de subsidieaanvraag dat betrekking heeft op de Wet inburgering, de opvang
Oekraïners en de Spot.
Vizita ontvangt jaarlijks een zogenoemde alliantiesubsidie. Dit zijn subsidies die professionele organisaties krijgen toegewezen om een van tevoren overeengekomen takenpakket uit te voeren.15 In het raadsvoorstel wordt benoemd dat Vizita de opgave heeft om het sociaal team uit te voeren overeenkomstig het Middelburgs Model en dat Vizita daarnaast verschillende activiteiten uitvoert ter ondersteuning van kwetsbare inwoners van de gemeente Middelburg. Daarmee vervult Vizita een belangrijke rol bij de uitvoering van op de gemeente rustende wettelijke verplichtingen. Naast de hiervoor al genoemde taken uit de Wmo 2015 en de Jeugdwet gaat het onder meer om de verplichting van de gemeente om ontheemde Oekraïners op te vangen16 en om maatschappelijke begeleiding te bieden aan inburgeringsplichtigen. 17 Uit de aard van een alliantiesubsidie volgt dat de hoogte van die subsidie voldoende moet zijn om Vizita in staat te stellen de overeengekomen taken uit te voeren. In de Wmo 2015 en de Jeugdwet is dat expliciet gemaakt door voor te schrijven dat de gemeente een reële prijs moet betalen aan partijen die de gemeente inschakelt om aan de wettelijke verplichtingen van de gemeente te voldoen. Maar ook in meer algemene zin is het logisch dat als de gemeente haar wettelijke taken uitbesteedt, zij voldoende middelen beschikbaar moet stellen om die taken ook daadwerkelijk uit te voeren.
Hiervoor en in de brandbrief is al toegelicht dat dit niet het geval is. Feitelijk komt het erop neer dat Vizita daarmee een substantieel deel van de kosten die samenhangen met wettelijke verplichtingen van de gemeente (en waarvoor aan de gemeente ook middelen ter beschikking worden gesteld) draagt. De oproep van Vizita is om voor 2026 maar ook voor de jaren daarna structureel voldoende middelen beschikbaar te stellen om ervoor te zorgen dat partijen (zoals Vizita) die wettelijke taken van de gemeente uitvoeren ook daadwerkelijk in staat zijn om dat te (blijven) doen.
15
Artikel 1, aanhef en onder d van Algemene subsidieverordening gemeente Middelburg 2022.
16
Artikel 2, eerste lid, Regeling opvang ontheemden Oekraïne.
17
Artikel 13, eerste lid, Wet inburgering 2021.