Memo actieve informatie Vaart in Veiligheid
Tekst van het document
memo - actieve informatie aan
commissie
portefeuillehouder
datum
Gemeenteraad
Maatschappelijke zaken
Carla Doorn
22 december 2020
steller
afdeling
telefoon
Ellenoor de Fretes
Samenleving
+31118675671
Ellenoor.de.Fretes@ middelburg.nl
onderwerp
Vaart in Veiligheid
Geachte leden van de raad, aanleiding
In Zeeland wordt uitvoering gegeven aan het project 'Vaart in Veiligheid'. In dit project nemen de 13 Zeeuwse gemeenten deel samen met partners Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis Zeeland en Intervence namens de gecertificeerde instellingen in Zeeland. In dit project wordt momenteel in drie gemeenten in pilotteams gewerkt. Met dit memo wordt u geïnformeerd over de stand van zaken binnen het project. informatie
Alvorens het project nader wordt toegelicht wordt eerst kort de context geschetst waarbinnen dit project zich plaatsvindt en de voorgeschiedenis van het project. Context vooraf: de jeugdbeschermingsketen Er zijn drie verschillende organisaties betrokken bij melding, advies, onderzoek en afstemming als er sprake is van een vermoeden van onveiligheid in een gezin. Dat zijn de Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis en het Zorg- en Veiligheidshuis. De daadwerkelijke uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel is belegd bij gecertificeerde instellingen. Als de ontwikkeling en veiligheid van een kind bedreigd wordt, en ouders vrijwillige hulp niet of onvoldoende accepteren, kan de rechter een kinderbeschermingsmaatregel opleggen. De Raad voor de Kinderbescherming is het overheidsorgaan dat wettelijk belast is met het doen van onafhankelijk onderzoek naar de opvoedingssituatie van een kind. Andere taken van de Raad voor de Kinderbescherming zijn het adviseren van de Rechtbank bij scheiding en omgang en bij de maatregelen van jeugdreclassering. De Raad voor de Kinderbescherming heeft hierbij de casusregie. De Raad voor de Kinderbescherming valt niet onder de beleidsverantwoordelijkheid van de gemeente. Veilig Thuis is de organisatie waar meldingen over huiselijk geweld en kindermishandeling gedaan worden.
Veilig Thuis biedt advies aan professionals en burgers als zij vragen hebben over een situatie die veiligheid van kinderen of andere gezinsleden bedreigt. Veilig Thuis heeft de plicht en bevoegdheid om te onderzoeken of sprake is van kindermishandeling of huiselijk geweld en daarop actie te ondernemen. Daarnaast zijn in Nederland Zorg- en Veiligheidshuizen vormgegeven. Het Zorg- en Veiligheidshuis is een netwerksamenwerking tussen straf-, zorg- en (andere) gemeentelijke partners, waarin zij onder eenduidige
blad
2 van 6 onderwerp
Vaart in Veiligheid
regie komen tot een ketenoverstijgende aanpak van complexe persoons-, systeem- en gebiedsgerichte problematiek om ernstige overlast en criminaliteit te bestrijden. De daadwerkelijke uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel opgelegd door de rechter wordt gedaan door een minimaal hbo-geschoolde geregistreerde jeugdzorgprofessional (gezinsvoogd /jeugdreclasseringsmedewerker) werkzaam bij een gecertificeerde instelling. Deze zijn in 2015 opgericht met de invoering van de Jeugdwet. Op dit moment zijn er vier gecertificeerde instellingen werkzaam in Zeeland: Intervence, de William Schrikker Groep, Leger des Heils Jeugdbescherming en Briedis. In veel gemeenten bestaat ook een begeleidingsvorm die op vrijwillige basis aan ouders wordt aangeboden. De professional in het vrijwillige kader heeft minder bevoegdheden dan de gezinsvoogd. De jeugdbeschermingsketen start dus vanaf de eerste signalen van kindermishandeling en/of huiselijk geweld en 'eindigt' bij de uitvoering van een opgelegde kinderbeschermingsmaatregel door een gecertificeerde instelling. In deze keten zijn verschillende professionals achtereenvolgend en deels overlappend aan het werk weliswaar vanuit verschillende posities maar met overlap in kennis en expertise die dit taakgebied vraagt.
Voorgeschiedenis Eind 2017 heeft onderzoeksbureau Van Montfoort in de Brabantse jeugdregio’s van het arrondissement Zeeland/West-Brabant een onderzoeksrapport opgeleverd. Uit dit onderzoek bleek dat kinderen wel 7 tot 9 maanden moeten wachten binnen de veiligheidsketen voordat er passende zorg ingezet kan worden. Zeeland was niet betrokken bij dit onderzoek maar de partners binnen de provincie Zeeland herkenden zich wel in de resultaten. Zij stelden: “Het rapport bevestigt het beeld dat de keten naar jeugdbescherming gefragmenteerd is en meerdere schakels heeft sinds de transitie van de jeugdzorg (2015). Er is sprake van een (te) lange doorlooptijd, veel schakels en onduidelijkheid over de analyse, oordeelsvorming en besluitvorming. Aanvullend hierop speelt ook het hoogoplopende ziekteverzuim en het personeelstekort bij de partners uit de Veiligheidsketen speelt daarin partte. Met andere woorden (de samenwerking in) de keten is voor verbetering vatbaar om onze jeugdige in onveilige situaties te kunnen beschermen”. In 2018 zijn kwetsbaarheden bij gecertificeerde instelling gesignaleerd o.a. op het gebied van financiën en kwetsbaarheid in de uitvoering door personele problemen en weinig effectieve en efficiënte samenwerking in de keten.
Begin 2019 is met de in Zeeland grootste gecertificeerde instelling, Intervence, een Bestuursakkoord gesloten door gemeenten en Ministerie van Justitie en Veiligheid om in gezamenlijkheid de problemen helpen te verminderen. Parallel hebben gemeenten onderzoeken laten uitvoeren naar de mogelijkheden in de vormgeving van een duurzame, toekomstbestendige GI-functie in Zeeland. Op 6 juni 2019 bent u als gemeenteraad geïnformeerd over de uitwerking van de onderzoeken in Zeeland door Van Montfoort naar de governance rond de GI-functie en de Veilig Thuis-functie in Zeeland. In dit memo werd aangegeven dat eerst een inhoudelijke discussie gevoerd moest worden, voordat er besloten kon worden over een passende organisatievorm. Dit memo beschrijft verder zes vervolgacties. Met als eerste vervolgactie inzet op de verkorting van de veiligheidsketen in samenwerking met de in Zeeland gecontracteerde gecertificeerde instellingen, de Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis Zeeland en het Ministerie van Justitie & Veiligheid.
blad
3 van 6 onderwerp
Vaart in Veiligheid
In de memo stond ook het opstellen van een visie op preventieve jeugdbescherming (‘Drang’) als actiepunt vermeld. Deze twee acties zijn vervolgens vormgegeven in aparte projecten. De Zeeuwse visie op preventieve jeugdbescherming is medio december 2019 door colleges vastgesteld n.a.v. onderzoek hiernaar door bureau Van Montfoort. De aanpak voor het verkorten van de veiligheidsketen heeft zich gevormd tot het project 'Vaart in Veiligheid' waarvoor het projectleiderschap door DwarsDoen wordt uitgevoerd. Dit project is tevens een van de landelijke pilots vanuit het Ministerie van Justitie en Veiligheid geworden. Er zijn in totaal zes landelijke pilots, onder andere in Amsterdam, Utrecht en West Brabant West zijn ook pilots uitgevoerd. Hieronder wordt verder ingegaan op het project 'Vaart in Veiligheid'. Het project Om de Zeeuwse situatie in de jeugdbeschermingsketen in kaart te brengen, te analyseren en aanbevelingen te doen, zijn onder leiding van projectleiders DwarsDoen in de periode van juni tot december 2019, vele gesprekken gevoerd. Dit waren gesprekken met onder andere (pleeg- en gast-) ouders, kinderen, vertegenwoordigers van alle gemeenten (beleid, uitvoering en bestuur) en van de partners (directie, management en uitvoerenden).
Belangrijke uitkomsten van het onderzoek door DwarsDoen zijn dat er veel overdrachtsmomenten zijn tussen diverse, elkaar opvolgende professionals. Dit leidt tot dubbel werk. Het onderzoek uit de Brabantse jeugdregio heeft dit tevens als uitkomst. Professionals in de keten doen veel opnieuw na een overdracht. Dit komt doordat alle organisaties eigen procedures, werkwijzen, uitgangspunten en formats hanteren. Er wordt onduidelijkheid ervaren omtrent rollen, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Er wordt veel overlegd maar weinig besloten en er lijkt geen cultuur waarin het elkaar aanspreken op gedrag en het nakomen van afspraken de norm is. Het is moeilijk om hier verandering in aan te brengen. Tevens ontbreekt de gewaardeerde plek voor de professional. Het doorbreken van deze patronen is noodzakelijk. Die urgentie is door iedereen waarmee in het onderzoek gesproken is, gevoeld. Dit is dan ook wat dit project beoogd: in gezamenlijkheid met elkaar dat te gaan doen, wat de urgentie nu vraagt. Op basis van de uitkomsten is een projectplan vormgegeven. Het projectplan is in samenwerking met Intervence (namens de gecertificeerde instellingen), Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming opgesteld.
Voor het project is als hoofddoel geformuleerd: “Eén klantroute, opgezet vanuit de werkwijze 1 Gezin, 1 Plan, van eerste vraag tot en met maatregel en het afschalen daarvan, één vloeiende lijn, waarbinnen de veiligheid van het kind centraal staat en de perspectieven van het kind, de ouder en de professional als belangrijke uitgangspunten worden meegenomen. Dit doen we door ons te richten op een ander werkproces in de veiligheidsketen, gekoppeld aan de lokale toegang, het CJG en de wijkteams.” Om in de praktijk te leren en experimenteren is gekozen voor een werkwijze met drie pilotteams in de gemeenten Borsele, Vlissingen en Terneuzen. Ieder in het project deelnemende partij maakt een aantal uitvoerend professionals (deels) beschikbaar om in de genoemde pilotgemeenten in een team samen te werken. De medewerkers zijn gevraagd hun eigen functie en bijbehorend kader zoveel mogelijk los te laten. Het gaat in de pilots niet om de bestaande functies maar om de expertise die ieder heeft en inbrengt. De casuïstiek wordt besproken en opgepakt binnen het team. De medewerkers werken in de casuïstiek samen in duo's zodat er een vast gezicht is voor het gezin, met een vaste 'schaduwprofessional'. Deze schaduwprofessional is er als back-up voor het gezin en als sparringpartner voor de 'eerste' professional.
blad
4 van 6 onderwerp
Vaart in Veiligheid
Hiermee wordt beoogd om overdrachten te beperken. Door de samenstelling van het team is brede kennis en ervaring van jeugdbescherming en zorg beschikbaar. Deze werkwijze zal in eerste instantie voor een periode van 20 weken worden uitgevoerd waarna deze wordt geëvalueerd. De evaluatie zal plaatsvinden vanaf maart en afgerond worden in mei 2021. In de pilots wordt geprobeerd een proef te doen met een eigen registratiesysteem voor de pilotteams en wordt op meerdere momenten in het kader van monitoring kwalitatieve en kwantitatieve informatie verzameld. Ook is met behulp van het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ) een klankbordgroep opgericht om ouders en jeugdigen te betrekken bij het proces. Ouders en jeugdigen die deelnemen in de casuïstiek krijgen tevens de mogelijkheid aangeboden om (anoniem) hun ervaringen te delen. Begeleiding De pilotteams worden ondersteund door DwarsDoen in samenwerking met een ambtelijke projectgroep waarin beleidsmedewerkers en operationeel leidinggevenden vanuit de partners deelnemen. Tevens is er een stuurgroep met bestuurders van de partners en wethouder René Ruissen namens de portefeuillehouders Jeugd en gemeenten. Bevindingen tot nu toe In het proces tot nu toe heeft veel nadruk gelegen op het organiseren van de randvoorwaarden die medewerkers in de pilotteams nodig hebben om aan de slag te kunnen.
Het team heeft gezamenlijk een verantwoordelijkheid en de rol- en taakverdeling vanuit de bestaande functies moet worden losgelaten. Het gaat niet meer om de functie maar om je kennis van zaken. De randvoorwaarden die georganiseerd worden zijn bijvoorbeeld de beschikbaarheid van uren en afspraken over de registratiewijze. Het (in een pilot) naast het reguliere werk, rigoureus anders (los van kaders) proberen te werken in een nieuw team, vergt veel investering van alle betrokkenen waar ieder daarin ook een eigen ontwikkelingsproces doorloopt. De pilotgemeenten zijn zelf ook verschillend. In de gemeente Borsele wordt al langere tijd met medewerkers van Intervence in het toegangsteam gewerkt zodat belangrijke expertise 'aan de voorkant' beschikbaar is. In de gemeente Vlissingen worden regieteams gevormd en stappen de pilotmedewerkers in ten tijde van een nieuwe ontwikkeling binnen de toegang daar. Afsluitend Vanwege het besluit tot beëindigen van het contract met Intervence worden momenteel en de komende periode gesprekken gevoerd over de deelname van de medewerkers van Intervence in dit project en over de (te intensiveren) deelname van de andere gecertificeerde instellingen in dit project. Vooralsnog wordt de planning van het project aangehouden en wordt in maart 2021 een evaluatie gedaan.
Mogelijk leiden de lopende gesprekken tot nieuwe inzichten en tot bijsturing in het project. Of en op welke manier dit zal gebeuren is op dit moment nog onduidelijk. Bij belangrijke ontwikkelingen wordt u tussentijds geïnformeerd.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Middelburg,
blad
5 van 6 onderwerp
Vaart in Veiligheid
de secretaris
mr. A. van den Brink
de burgemeester
mr. H.M. Bergmann
blad
6 van 6 onderwerp
Vaart in Veiligheid