CConstaterende datMiddelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo actieve informatie nadere regels Wmo en Jeugd 2021

Commissie Maatschappelijke Zaken 13 januari 2021, gemeente MiddelburgBij agendapunt: Memo actieve informatie nadere regels Wmo en Jeugd 2021 - geagendeerd op verzoek van Bas van der Reest D662.196 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

memo - actieve informatie aan

commissie

portefeuillehouder

datum

Gemeenteraad

Maatschappelijke zaken

Carla Doorn

1 december 2020

steller

afdeling

telefoon

e-mail

Tanja de Bruin

Samenleving

+31118675588

t.de.bruin@middelburg.nl

onderwerp

nadere regels Wmo en Jeugd 2021

Geachte leden van de raad, aanleiding

Het Actieplan Sociaal Domein heeft binnen het sociaal domein de hoogste prioriteit. Het Actieplan is nauw verweven met het Financieel Herstelplan. Beide zijn vastgesteld in de gemeenteraad. In beide plannen is de kernopdracht om de uitgaven van de gemeente in (met name) het Sociaal Domein te verminderen. Een van de opdrachten is om de toegang de instrumenten te geven om de instroom te kunnen begrenzen en bestaande aanspraken te kunnen heroverwegen. Voorop blijft staan dat een ieder die zorg/ondersteuning nodig heeft deze ook gaat/blijft ontvangen. Het doel is om de schaarse middelen daar in te zetten waar ze echt nodig zijn. Een van de instrumenten is een nieuwe verordening Wmo en Jeugdwet. Met de integrale verordening Wmo en Jeugdhulp 2021 gemeente Middelburg (hierna: Verordening) blijft de integrale benadering voor de domeinen Wmo en Jeugdhulp, zoals al door onze toegang wordt toegepast, gehandhaafd. In de Verordening stelt de gemeenteraad de kaders vast waarbinnen het college uitvoering kan geven aan het raadsbeleid voor het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van mensen (van jong tot oud) met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen. Diverse artikelen in de Verordening geven het college de ruimte om, waar nodig, verdere concretisering te geven aan de artikelen.

In sommige gevallen moet het college nadere regels stellen: dan is de formulering het college stelt nadere regels. In andere gevallen mag het college nadere regels stellen: dan is de formulering het college kan nadere regels stellen. Deze nadere concretisering doen we in de Nadere regels Wmo en Jeugd 2021 (hierna: Nadere regels). Het is een bevoegdheid van het college om deze Nadere regels vast te stellen. Ons college heeft de Nadere regels vastgesteld in de vergadering van 1 december 2020. Omdat we het wenselijk vinden dat u een beeld krijgt van alle maatregelen, dus ook de maatregelen die in de Nadere regels staan, sturen wij u de Nadere regels ter informatie. informatie

Uitgangspunt van de Verordening en daarmee ook van de Nadere regels is dat altijd rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van inwoners. Dit betekent dat in de verordening en Nadere regels niet tot in detail is vastgelegd hoe de gemeente in concrete situaties zal handelen. De Verordening en Nadere regels bieden juist ruimte in te spelen op persoonlijke mogelijkheden en omstandigheden. De

blad

2 van 5 onderwerp

nadere regels Wmo en Jeugd 2021

ondersteuning is er altijd op gericht dat mensen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven en dat jeugdigen gezond en veilig kunnen opgroeien. Het doel is altijd om een inwoner met een ondersteuningsvraag op het niveau van participatie en zelfredzaamheid te brengen dat bij zijn situatie past. In de Verordening en dus ook in de Nadere regels is een belangrijke rol weggelegd voor het proces om tot een passende oplossing te komen. Bij de afweging over maatwerkvoorzieningen/individuele voorzieningen wordt altijd nagegaan wat de mogelijkheden van inwoners zelf zijn (eigen kracht), wat het sociale netwerk aan ondersteuning kan bieden, of er mogelijkheden zijn op basis van andere wettelijke regelingen en ten slotte of er algemene voorzieningen zijn die een hulpvraag kunnen oplossen. Verschil nadere regels en beleidsregels Juridisch gezien is er een onderscheid tussen nadere regels en beleidsregels. Bij nadere regels is er sprake van Algemeen Verbindende Voorschriften. In de praktijk zijn er allerlei termen voor: nadere regels, beleidsregels, uitvoeringsregels. Juridisch gezien is dat niet juist: beleidsregels zijn regels die uitleggen hoe het college een bepaalde bevoegdheid interpreteert en toepast. Een beleidsregel 'schept' dus geen regel of norm voor de buitenwereld, maar legt uit hoe een bestaande regel wordt toegepast.

Wij gebruikten tot dit moment de term beleidsregels. In de huidige beleidsregels staan nadere regels en een uitleg van de regels, een combinatie dus. In de nieuwe bijgevoegde Nadere regels is er nog steeds een combinatie van beide. Dit is voor de uitvoering en inwoners overzichtelijker, zo is er maar 1 document. We hebben nu gekozen om te kiezen voor de term nadere regels, omdat we hierin verdere verplichtingen vastleggen. Wij vragen specifieke aandacht voor de volgende onderwerpen:  Geen vergoeding voor niet-gecontracteerde jeugdhulp (2.1) De huisarts, medisch specialist, jeugdarts en jeugdhulpaanbieder (na verwijzing) zijn gebonden aan het gecontracteerde aanbod van de gemeente. Zij mogen dus niet verwijzen naar een jeugdhulpaanbieder waar de gemeente geen contract mee heeft. Als dat toch gebeurt, vergoedt de gemeente de zorg niet als er passende jeugdhulp geboden kan worden door de inzet van een jeugdhulpaanbieder die wèl is gecontracteerd. Bij verwijzing naar een niet-gecontracteerde aanbieder is het altijd aan de jeugdige of zijn ouders om aan de gemeente een besluit te vragen voor eventuele vergoeding. Ook in de situatie dat de gemeente geen soortgelijke jeugdhulp kan laten leveren door een gecontracteerde aanbieder.  Inzet van pgb (2.1. en 2.2) Als de jeugdige of zijn ouder(s) een pgb wensen, beoordeelt de gemeente of aan de voorwaarden voor een pgb wordt voldaan.

De huisarts, medisch specialist en jeugdarts mogen dus niet bepalen dat een pgb wordt toegekend. Alleen de gemeente is bevoegd om hierover te oordelen.  Periodieke evaluatie (2.5) Een Wmo-maatwerkvoorziening of individuele voorziening voor jeugdhulp wordt voor maximaal een jaar toegekend. De klantondersteuner beoordeelt periodiek of de door de gemeente toegekende jeugdhulp of maatschappelijke ondersteuning nog steeds passend en noodzakelijk is. Als dit noodzakelijk is, betrekt de gemeente hierbij ook een door de aanbieder en de jeugdige, ouder of cliënt opgestelde evaluatie van de ondersteuning die is verleend. Deze evaluatie wordt in eerste instantie via de cliënt, jeugdige of ouder

blad

3 van 5 onderwerp

nadere regels Wmo en Jeugd 2021

opgevraagd. Als de cliënt niet over de evaluatie beschikt of deze niet wil verstrekken, biedt de Wmo 2015 een grondslag voor het opvragen van deze gegevens bij de aanbieder. De Wmo-aanbieder is verplicht deze gegevens desgevraagd te verstrekken. De Jeugdwet biedt deze grondslag niet.  Eigen kracht (3.1) Hier is aangegeven wat wij daar in ieder geval onder verstaan:  Dat inwoners bij de invulling van hun leven zoveel mogelijk rekening houden met eventuele aanwezige beperkingen en de gevolgen van het ouder worden. Bijvoorbeeld door op tijd hun woning levensloopbestendig te maken of te verhuizen naar een levensloopbestendige woning. De gemeente faciliteert inwoners hierbij, bijvoorbeeld door inzet van de Blijverslening. De gemeente verwacht andersom van inwoners dat zij de kosten van aanpassingen die voorzienbaar waren niet afwentelen op de Wmo 2015.  Dat inwoners zelf zorg dragen voor kosten die voor iedereen, ook voor inwoners zonder beperking, gebruikelijk zijn. Hierbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan het in mindering brengen van de kosten voor een gewone fiets, op het moment dat een aangepaste fiets wordt verstrekt. Of dat inwoners zelf zorgen voor een goede stallingsmogelijkheid voor hun hulpmiddel zoals een scootmobiel. Net zoals andere inwoners dat voor hun fiets moeten doen.

Wij kijken in de gesprekken overigens ook naar eigen kracht in financiële zin: we bespreken of de inwoner een voorziening (deels) zelf kan betalen. Het is mogelijk dat de minister van VWS een Algemene Maatregel van Bestuur gaat maken waarin regels worden gesteld om dit mee te nemen. Dat deze AMvB mogelijk is staat in de Wmo, maar hij is tot nu toe nog niet gemaakt. Gemeenten worden nu door de rechter vaak terug gefloten als ze financiën meenemen in de boordeling en hebben daarom een beroep gedaan op de rijksoverheid om meer middelen. De minister heeft in een overleg met een commissie van de Tweede Kamer nogmaals op de mogelijkheid van de AMvB gewezen. Of die er daadwerkelijk komt (en wanneer) is de grote vraag.  Gebruikelijke hulp (3.2) We beoordelen of hier sprake van is aan de hand van de richtlijn die is bijgevoegd. Deze is gebaseerd op de richtlijnen die vóór 1 januari 2015 in de AWBZ en bij jeugd-ggz werden gehanteerd: de CIZ-indicatiewijzer en het Handboek Indicatiestelling jeugd-ggz.  Bovengebruikelijke hulp (3.3) Er wordt hierbij gekozen voor een strikte toepassing van de Jeugdwet: de gemeente geeft geen pgb voor (een gedeelte van) de bovengebruikelijke zorg aan een kind. Uitzondering is als het gezin hierdoor in financiële problemen komt. Op basis van jurisprudentie is dit mogelijk: bovengebruikelijke hulp kan in beginsel van ouders worden verwacht.

Dat kan worden afgeleid uit een uitspraak van de CRvB. Deze oordeelde dat de ouder, die haar baan had opgezegd in verband met de zorg voor haar kind, de zorg aankon en verleende en het dus van haar mocht worden verwacht. Er was sprake van voldoende eigen kracht. Daarnaast heeft de rechtbank Den Haag geoordeeld dat van ouders verwacht mag worden dat zij vergaande aanpassingen doen om er voor te zorgen dat hun kinderen veilig en gezond opgroeien. Dit kan betekenen dat ouders hun eigen carrière of financiële situatie moeten bijstellen om voor het kind beschikbaar te zijn en de noodzakelijke zorg te kunnen bieden. Wij gaan hierop inzetten. Dit betekent overigens niet dat we ouders gaan verplichten om minder te gaan werken. Het betekent wel dat we in principe niet gaan compenseren in inkomen via een pgb. Uitzondering is als het gezin hierdoor in financiële problemen komt.

blad

4 van 5 onderwerp

nadere regels Wmo en Jeugd 2021

 Algemeen gebruikelijke voorzieningen (3.5) Hiervoor gaan we een lijst hanteren met voorzieningen, die we aanmerken als algemeen gebruikelijk en die we dus in principe niet meer vergoeden. Overigens doen we dit nu ook al in de gesprekken: inwoners wijzen op zaken die algemeen gebruikelijk zijn en vrij verkrijgbaar zijn. We gaan deze lijst ook gebruiken om op de (nieuwe) website te zetten, zodat inwoners sneller kunnen zien dat ze zelf voorzieningen kunnen aanschaffen: vaak zoeken inwoners niet zozeer een verstrekking van de gemeente, maar hoe ze hun probleem kunnen oplossen. Omdat ze de mogelijkheden niet kennen c.q. de weg niet weten komen ze bij de gemeente/TIM terecht. Als we die eigen oplossingen beter toegankelijk maken, kunnen inwoners meer in eigen kracht oplossen en hebben ze ons niet of later nodig. We zoeken binnen de algemeen gebruikelijke voorzieningen wel de grens op: we verklaren ook een paar dingen algemeen gebruikelijk die dat mogelijk niet zijn volgens de jurisprudentie.

Voorbeelden zijn:  Een berging voor scootmobiel  Renovatie keuken (15 jaar)  Renovatie badkamer (25 jaar) Uit de jurisprudentie volgt dat een voorziening alleen als algemeen gebruikelijk kan worden gezien als hij voldoet aan 4 voorwaarden: o niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; o daadwerkelijk beschikbaar is; o een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en; o deze financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. Bij de drie voorbeelden hierboven kun je je afvragen of voldaan wordt aan de 4e voorwaarde. Wij zijn van mening dat we de grenzen hierbij moeten opzoeken. In deze specifieke voorbeelden: iedereen moet zorgen voor een berging voor zijn vervoermiddel, dus waarom zou dat anders moeten zijn voor een scootmobiel? Een berging voor een aangepaste fiets is wel algemeen gebruikelijk volgens de jurisprudentie, dus wij breiden dat uit naar een scootmobiel. Een renovatie van een badkamer of keuken is gebruikelijk. We mogen het ook als gebruikelijk aanmerken om bij een renovatie van een badkamer ook rekening te houden met de toekomst (bijvoorbeeld bad vervangen voor inloopdouche). Overigens blijft gelden dat het altijd maatwerk is; het blijft dus een individuele afweging of iets voor een specifieke inwoner algemeen gebruikelijk is of niet.

Maar we gaan in ieder geval kritisch kijken of het logisch is dat wij voorzieningen van gemeenschapsgeld vergoeden of dat de inwoner hier zelf in rol kan spelen of had moeten spelen.  Hulp bij het huishouden (3.6) We gaan HH toekennen volgens een objectief normenkader. Daarmee verwachten we minder uren HH toe te gaan kennen. Het Normenkader van HHM gaan we daarvoor gebruiken. Dit is landelijk juridisch getoetst. Door de Centrale raad van Beroep (CRvB) wordt dit gezien als onafhankelijk en objectief. Met andere woorden: het valt binnen de jurisprudentie.  Voorwaarden pgb (4.1) We hebben hier 10 beoordelingscriteria opgenomen, waarmee we nagaan of de pgb-houder op verantwoorde wijze kan omgaan met een pgb. De bekwaamheid wordt in samenspraak met de aanvrager getoetst. Het oordeel van het college is leidend. Mocht het college van oordeel zijn dat de persoon niet bekwaam is (ook niet met hulp van derden), wordt het pgb geweigerd.

blad

5 van 5 onderwerp

nadere regels Wmo en Jeugd 2021

Bij de beoordeling van de bekwaamheid houdt het college in ieder geval rekening met deze factoren:  de budgethouder is handelingsonbekwaam;  de budgethouder heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie;  er is sprake van verslavingsproblematiek;  er is sprake van schuldenproblematiek;  eerder is door de budgethouder misbruik gemaakt van een pgb;  eerder is sprake geweest van fraude door de budgethouder. De Nadere regels zullen op 1 januari 2021 in werking treden. Gelijktijdig met de Verordening. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Middelburg, de secretaris

de burgemeester

mr. A. van den Brink

mr. H.M. Bergmann

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9621206/2