Klimaatcontroller Zeeuwse overheden. bijlage bij inspraakreactie Commissie Ruimte Middelburg 20-1-2025
Tekst van het document
Voorstel van de Grootouders voor het Klimaat in Zeeland voor de introductie van Klimaatcontrollers bij de Zeeuwse overheden Doel van het initiatief Door het aanstellen van een klimaatcontroller vragen wij de overheden van Zeeland om actief na te denken over de gevolgen van hun besluiten voor het klimaat. Het doel van dit voorstel is in eerste instantie de bewustwording over klimaatgevolgen van besluiten te vergroten en op termijn de CO2-uitstoot gepaard gaande aan overheidsbesluiten terug te brengen naar klimaat-neutrale hoeveelheden. Opbouwen van deskundigheid Het doorrekenen van klimaatgevolgen van overheidsbesluiten is voor veel overheden nieuw. Dit doorrekenen moet uiteraard niet uitmonden in administratieve rompslomp. In het begin zou kunnen worden volstaan met het beantwoorden van een aantal simpele vragen bij het voorbereiden van een voorgenomen besluit. Te denken valt aan een classificatie in categorieën, bijvoorbeeld: • “Licht positieve invloed op klimaat” (0 tot 1000 kg minder CO2-uitstoot; incidenteel, resp.
structureel; evenzo voor onderstaande klassen) • “Gematigde positieve invloed op klimaat” (1000 tot 5000 kg minder CO2-uitstoot) • “Sterk positieve invloed op klimaat” (meer dan 5000 kg minder CO2-uitstoot) • "Geen invloed” (geen CO2-uitstoot) • “Licht negatieve invloed op klimaat” (0 tot 1000 kg extra CO2-uitstoot) • “Gematigde negatieve invloed op klimaat” (1000 tot 5000 kg extra CO2-uitstoot) • “Sterk negatieve invloed op klimaat” (meer dan 5000 kg extra CO2-uitstoot) Voor veel voorkomende besluiten zou wellicht in de loop van de tijd een richtlijnentabel ontwikkeld kunnen worden. Door de gevolgen jaarlijks op te tellen zou een overheid kunnen inschatten wat de kwantitatieve gevolgen van hun besluiten zijn op de CO2-uitstoot. De rol en activiteiten van een klimaatcontroller Wij stellen voor dat bij de overheden een ‘Klimaatcontroller’ aangesteld wordt die ten minste de volgende taken heeft: - controleren van de bij de aanvraag ingediende inschatting van het klimaateffect in termen van CO2-uitstoot en indien nodig herclassificeren; - bijhouden van de jaartotalen per categorie; - minimaal jaarlijks rapporteren van een overzicht van de schatting van de gevolgen voor het klimaat van de goedgekeurde besluiten van betreffende overheid.
In deze beperkte taakopvatting zou de rol van klimaatcontroller waarschijnlijk een additionele taak kunnen zijn en geen extra formatie hoeven te vergen. Als een richtlijnentabel van toepassing is, is de additionele belasting voor de voorbereiding van een besluit in te schatten op 10 a 15 minuten per te behandelen voorstel.
1
Klimaatcontroller ‘extra large’ Echter, de besluiten van gemeenten, provincie en waterschap zijn zo talrijk, uniek en divers dat een richtlijnentabel slechts een zeer beperkt aantal gevallen zou kunnen dekken. En dan kan men ook niet volstaan met 10 a 15 minuten inzet per voorstel. Om een voorbeeld te noemen: ook een RES zou beoordeeld moeten worden op zijn CO2-merites. Zo bezien is het noodzakelijk om in de loop van de tijd aanvullende formatie en deskundigheid in het ambtelijk apparaat op te bouwen. Welke overheden? Het voorstel zou zijn de 13 gemeenten, de Provincie Zeeland en het Waterschap Scheldestromen te benaderen met het verzoek om een klimaatcontroller aan te stellen. Een eerste proeve daarvan zou de gemeente Middelburg kunnen plaatsvinden omdat deze Zeeuwse overheid relatief de meeste klimaatvriendelijke zetels in zijn algemeen bestuur heeft. Gemeente Middelburg Daarvan getuigt ook het gemeentelijke klimaatbeleid. Zo sluit ons voorstel naadloos aan op het tweede dictum van de D66 motie van 14 juli 2022 over het opstellen van een projectplan voor het strategisch project Energie en Klimaat. Dat dictum zegt: “De monitoring pragmatisch op te vatten en zo snel mogelijk met meten te beginnen”. Evenzo past ons voorstel helemaal in de geest van de motie van GroenLinks/PvdA en D66 van 18 april 2024 over het onderzoek naar de invoering van een generatietoets.
Taken en positie van de klimaatcontroller De verantwoordelijkheden, bevoegdheden en positie van de klimaatcontroller in de organisatie zijn vergelijkbaar met die van de financial controller: Hij/zij kan gevraagd en ongevraagd adviseren binnen de ambtelijke organisatie, aan het dagelijks bestuur en aan het algemeen bestuur. Desgewenst kan de functie van een klimaatcontroller worden uitgebreid met taken die de uitvoering van het klimaatbeleid verder ondersteunen. Men zou dan kunnen spreken van een klimaatregisseur. Te denken valt aan taken als: - een loketfunctie en centraal aanspreek- en coördinatiepunt voor bewoners en ondernemers; - het vergroten van de betrokkenheid van inwoners, bedrijven en organisaties, en - overige taken waaronder het vergroten van de Zeeuws-brede samenwerking op dit gebied. In de bijlage worden deze taken nader beschreven. Was getekend, Namens de stuurgroep Grootouders voor het Klimaat in Zeeland, Thom van Riet, lid Roel Adriaansens, lid Jack de Vos, secretaris
2
Bijlage: Functiebeschrijving voor een klimaatcontroller in een gemeente Taken A. Controller klimaat • Is “controller klimaat” en houdt daarmee toezicht op het klimaatbewust handelen van de gemeente. • Overziet het totale pakket aan gemeentelijke acties en activiteiten op het gebied van klimaatverandering: van klimaatmitigatie tot klimaatadaptatie, van strategie tot beleid tot uitvoering. • Zorgt voor coördinatie tussen alle verschillende partijen inclusief haar stakeholders op het thema klimaat en klimaatverandering. • Levert een inhoudelijke en procesmatige bijdrage en adviseert en rapporteert hierover direct aan college, gemeenteraad en samenleving. • Is standaard betrokken bij het voeden en toetsen van plannen, initiatieven en maatregelen die gevolgen kunnen hebben voor het klimaat. • Wijst gevraagd en ongevraagd de organisatie, het college en de gemeenteraad op positieve of negatieve gevolgen van besluiten of maatregelen ten aanzien van de klimaateffecten en doelen. • Toetst eigen activiteiten aan de doelen en acties geformuleerd in de Regionale Energiestrategie Zeeland, de Klimaatadaptatie Strategie Zeeland en gemeentelijk beleid. Desgewenst is het mogelijk om het takenpakket te verbreden. Men zou dan kunnen spreken van een klimaatregisseur. B.
Loket en centraal aanspreek- en coördinatiepunt voor bewoners en ondernemers • Is binnen- en buiten de gemeentelijke organisatie het eerste en centrale aanspreekpunt voor klimaatvraagstukken en als zodanig ook bekend en herkenbaar. • Kan inwoners, gasten en ondernemers informeren of gericht doorverwijzen. • Stemt lokale initiatieven op het gebied van klimaat en energie en de gemeentelijke activiteiten op dit gebied op elkaar af en laat deze lokale initiatieven faciliteren door het gemeentelijk apparaat. • Stemt waar nodig deze lokale initiatieven en gemeentelijke activiteiten af op regionaal en provinciaal niveau. • Is daarom een boegbeeld met gezag en kan resultaatgericht onderhandelen met partijen als Rijkswaterstaat, Waterschap Scheldestromen, ondernemersverenigingen, landbouworganisaties, Provincie Zeeland, Delta Energie, et cetera. C. Betrokkenheid inwoners • Initieert een burgerberaad voor het klimaat. • Is in staat een proces in te richten waarin tot gedragen keuzes kan worden gekomen. • Weet de verschillende belangen en behoeftes in de samenleving goed te verstaan en op elkaar afte stemmen. • Kan de inwoners en bedrijven van de gemeente en andere partijen uitleg geven over de keuzes en de te volgen koers voor ons eiland. • Levert een bijdrage aan het vergroten van het klimaatbewustzijn en het klimaatbewust handelen binnen en buiten de gemeentelijke organisatie. D.
Overige taken • Zet zich in voor de Zeeuws-brede samenwerking op het gebied van de energietransitie en klimaatadaptatie. • Inspireert en agendeert gevraagd en ongevraagd nieuwe acties en activiteiten op het gebied van klimaat, al of niet in overleg met derden. • Werkt samen met de vakspecialisten binnen de organisatie. 3
Kennis en ervaring • Wetenschappelijk werk- en denkniveau.. • Ruime aantoonbare kennis en ervaring op het vakgebied. • Inzicht in maatschappelijke, bestuurlijke en politieke verhoudingen. • Kennis van wet- en regelgeving, ontwikkelingen, gemeentelijk strategisch beleid op het gebied van klimaat en energie en het kunnen toepassen daarvan. • Kennis en vaardigheid in het aansturen van medewerkers Competenties • Verbindend vermogen. • Plannen en organiseren. Communicatief. Resultaatgericht. • Coachend leiding geven. Verandering sturen. Besluitvaardig.
4