Ingekomen stuk 001. Naar een nieuw Welstands- en monumentenbeleid Gemeente Middelburg
Tekst van het document
Naar een nieuw Welstands- en Monumentenbeleid Gemeente Middelburg Een discussievoorstel
Prof. ir. Wytze Patijn ’s-Gravendijkwal 20 3014 EB Rotterdam M: 0653490474 E: patijn@G20.nl
1. Aanleiding Al geruime tijd loop ik met het idee om over het Welstands- en Monumentenbeleid van de Gemeente Middelburg mijn gedachten op papier te zetten. Mijn jarenlange betrokkenheid met het advieswerk over ruimtelijke kwaliteit in Middelburg – aanvankelijk als voorzitter van het Kwaliteitsteam van Middelburg (2009 tot 2017) over plannen in de initiatieffase – en later als lid van het Walchers Adviesteam Ruimtelijke Kwaliteit (WARK+ voor plannen in een voorfase) tot heden. Het heeft mij een schat aan ervaringen opgeleverd, doorgaans positieve, echter ook een aantal negatieve. Met name mijn ervaringen sedert 2019, toen ik als plaatsvervangend lid ook betrokken raakte bij het meer dagelijkse advieswerk over bouwplannen en monumenten, zijn aanleiding voor mij om kritische kanttekeningen te maken. Recente kwesties hebben bij mij de gedachte versterkt dat een meer open en publieke discussie over het gemeentelijk beleid belangrijk is. Afgelopen voorjaar kwam architect Bernard Vercouteren van den Berge in zijn pleitnotitie al met ernstige kritiek over gebrek aan openbaarheid van het WARK, onlangs omgedoopt tot ARK (Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit), over gebrek aan toekomstgerichtheid m.n. waar het duurzaamheid betreft en over de te vaak dwingende behandeling van aanvragen en aanvragers. Deze kritiek is voor mij zeker herkenbaar en ik ben het er grotendeels mee eens.
Het wordt tijd voor een bredere discussie. De geloofwaardigheid van het huidige ruimtelijk beleid en de adviesrol van het de ARK zijn in het geding. Graag wil ik met onderstaand pleidooi daaraan een bijdrage leveren, in de hoop dat er in de toekomst een meer open en geaccepteerde werkwijze van de ARK mogelijk wordt. Ook denk ik dat de communicatie met initiatiefnemers en aanvragers beter kan en dat het monumentenbeleid genuanceerder en eigentijdser kan worden.
Tenslotte wil ik graag pleiten voor een eenvoudiger en effectievere nota Ruimtelijke Kwaliteit, met name waar het de monumenten en de flitsvergunningen betreft. Onder punt 5 vat ik mijn pleidooi beknopt samen in de vorm van 24 voorstellen en suggesties.
2. Een open werkwijze van de ARK Openbaarheid De dit jaar vastgestelde en van kracht geworden Verordening Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Middelburg 2022 (ARK) benoemt duidelijk het openbare karakter van de bijeenkomsten van de ARK. In artikel 8 is de openbaarheid van de beraadslagingen en de tijdige bekendmakingen vastgelegd. De huidige praktijk is echter anders. Zelden of nooit kunnen toehoorders en betrokkenen aanwezig zijn dan alleen na verplichte aanmelding en uitnodiging. Dat is een grote drempel. Ook zijn agenda’s en verslagen niet tijdig openbaar bekend. Het zou goed zijn om de vergaderingen van de ARK direct toegankelijk te maken voor toehoorders en betrokkenen. Een aparte publieke tribune is daarvoor zeker geschikt. Vergelijkbaar met de openbaarheid van een Raadscommissie. Ook zou het volgen van de vergadering via een videolink mogelijk gemaakt kunnen worden. (1) Het is in andere steden gebruikelijk. Een besloten deel van de beraadslagingen is soms noodzakelijk bijvoorbeeld wanneer er financiële belangen in het geding zijn. Het zou alleen mogelijk moeten zijn voor nader te bepalen onderwerpen en situaties, vastgelegd in een Reglement van Orde, zoals in artikel 12 van de genoemde verordening aangegeven is. Ook zou de agenda minstens een week van tevoren openbaar gemaakt moeten worden. De verslagen zouden maximaal na een week beschikbaar moeten zijn.
(2) Ook dat kan worden vastgelegd in het Reglement van Orde. (3)
Redelijke eisen welstand De huidige adviespraktijk van het WARK is vaak te gedetailleerd en te weinig gericht op hoofdlijnen. De wettelijke regel dat het slechts over ‘redelijke eisen van welstand’ gaat (art. 2.10 lid 1 onder d van de Wabo) wordt zelden expliciet gehanteerd. Veelal wordt gestreefd naar ‘maximale’ eisen van welstand en wordt geen onderscheid gemaakt tussen oordeel, advies en eventuele suggesties van het WARK. Voor de aanvrager lijkt dan alles te zijn voorgeschreven. Daardoor worden veel plannen ‘aangehouden’ op kleine onderdelen. Die werkwijze heeft doorgaans een beperkt effect op de uiteindelijke beeldkwaliteit. Dat is zeker niet efficiënt. Het kost extra tijd en de resultaten zijn beperkt. Beter zou zijn vooral op hoofdlijnen te adviseren, duidelijker het criterium ‘redelijke eisen van welstand’ te hanteren en het onderscheid met goedbedoelde suggesties vanuit de ARK duidelijk te maken. (4)
Integrale afweging Er is in de praktijk van het WARK een duidelijk verschil in behandeling van beschermde monumenten met die van de ‘gewone’ plannen. Het zijn gescheiden werelden. De adviezen voor de monumentenplannen worden ambtelijk kritisch en gedetailleerd voorbereid en in overleg met de 2 2
monumentendeskundigen uit het WARK – veelal op basis van de werkbezoeken aan de monumenten – verder uitgewerkt. In het WARK vindt daarna weinig uitwisseling van zienswijzen en standpunten tussen de algemene leden en de monumentleden plaats. Bovendien is er doorgaans geen sprake van integrale afweging waarbij ‘niet ‘monumentale’ aspecten in ogenschouw genomen worden. Er is een ongeschreven regel dat de niet-monumenten leden van het WARK zich onthouden van oordelen over monumentale kwesties. In de praktijk betekent dit dat de bouwhistorische invalshoek dominant is en dat integrale advisering niet plaats vindt en waardoor ook andere gezichtspunten en belangen onderbelicht blijven. Ik ben van mening dat dat anders kan en dat er in de ARK gezamenlijk afgewogen en besloten moet worden over de adviezen aan B&W, ook waar het monumenten betreft. (5) Juist die integraliteit is destijds de leidende gedachte geweest voor het samenvoegen van monumentencommissies en welstandscommissies met het doel om de eenzijdige focus op louter bouwhistorische aspecten te voorkomen.
Bejegening en communicatie Er zijn signalen van met name particuliere aanvragers dat er door het WARK niet altijd klantvriendelijk gehandeld wordt. In een paar gevallen heb ik dat als plaatsvervangend lid bij het advies over monumentale panden zelf kunnen ervaren. Het ging dan vooral over de nodeloos lange procesduur van behandelen met extra procedurele eisen van bijvoorbeeld bouwhistorisch onderzoek, het afwijzen van een splitsing in voorontwerp, deelplannen en uitvoeringsplannen. De gemeente eist vooral totaalplannen met gedetailleerde informatieverschaffing tot op uitvoeringsniveau. Een effect ervan is dat de procesduur enorm lang wordt en dat de kosten voor aanvragers vaak nodeloos sterk doet stijgen. In de praktijk wil het WARK altijd een volledig uitgewerkt plan zien voor monumenten, met als gevolg dat er altijd punten zijn waarop de aanvraag aangehouden kan worden. Veelal ervaren aanvragers en eigenaren dit als een dwingend optreden van de zijde van de overheid. Er wordt te vaak vanuit alleen deskundigheid gecommuniceerd. Men ‘zendt’ vooral. Een meer toegankelijke en flexibele opstelling, vooral ook ambtelijk, is belangrijk en een open wijze van communiceren is een voorwaarde voor het vertrouwen van burgers.
(6) Ook moet een duidelijker beleid geformuleerd worden wanneer er juist wel of juist geen historisch onderzoek noodzakelijk is, bij voorkeur ook ter beoordeling en advies van de ARK. (7) Daarnaast moet fasering in de aanvrage acceptabel zijn. (8)
Verbreding rol ARK In de praktijk adviseert het WARK B&W voornamelijk op verzoek in het kader van een omgevingsvergunningaanvrage. Ongevraagd advies zoals vermeld in art. 2.4.2 van de Verordening Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Middelburg 2022 (ARK) over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit, heeft bij mijn weten nog niet vaak plaats gehad. Die adviezen zijn belangrijk omdat in de genoemde gemeentelijke documenten de belangrijkste ruimtelijk-fysieke randvoorwaarden zoals bouwhoogtes e.d. vastgelegd worden.
3
Het is vanuit een oogpunt van ruimtelijk kwaliteitsbeleid zeer belangrijk dat externe en gemeentelijke plannen in de initiatieffase ook in de ARK behandeld blijven worden. De meeste kwaliteitsaspecten in ruimtelijke zin worden immers in die fase bepaald. Het is tot nog toe gebruikelijk om dergelijke plannen in de initiatieffase in de (W)ARK te bespreken en het zou goed zijn dit expliciet in de Verordening te vermelden en daarmee de taak van de ARK te verbreden. (9) Terzijde: in de Verordening wordt wel de zgn. verkenning genoemd uit de Omgevingswet (artikel 5.48, tweede lid). Maar dit gaat met name over complexe projecten waar participatie van betrokkenen gewenst is, zoals bij Tracébesluiten.
3. Een eigentijds monumentenbeleid met ruimte voor vernieuwing Een bredere set criteria voor Monumenten De huidige Richtlijnen Beschermde Monumenten (hoofdstuk 6 van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit, de NRK 2016) gaan uit van het credo “Behoud gaat voor Vernieuwing” zoals dat geformuleerd is in het Charter van Venetië in 1964. Ook wordt de zgn. Restauratieladder van de stichting ERM (Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg) genoemd die op het Charter gebaseerd is. Het is het enige beoordelingscriterium uit de NRK. Het Charter en de Restauratieladder zijn inmiddels gedateerd en omstreden vanwege de smalle focus op vooral het historische bouwmateriaal. (Artikel 9 - Restauratie moet uitzondering blijven. Het doel is de esthetische en historische waarden van het monument te behouden en zichtbaar te maken. Restauratie moet gebaseerd zijn op het oude materiaal) Het is voornamelijk gericht op het behouden en conserveren van de bestaande oude bouwmaterialen. Echter: restauratie is meer dan behoud van historische bouwmateriaal. Een monument wordt door meerdere historische kenmerken bepaald. Elk monument kent een eigen ruimtelijke structuur en historische typologie. Ook heeft het een eigen architectonische karakteristiek met typerende stijlkenmerken, ook wel morfologie genoemd. Bovendien is er vaak sprake van een bijzondere plaats in de stedelijke en/of landschappelijke structuur.
Ingrepen en vernieuwingen bij een monument zouden op behoud en versterking van al deze eigenschappen gericht moeten zijn, inclusief behoud van historisch materiaal. Daarom pleit ik voor een bredere set criteria voor monumenten, waar historische typologie, de architectonische karakteristiek en de stedenbouwkundig/landschappelijke context deel van uitmaken. (10) In de praktijk kunnen deze criteria bij toepassing onderlinge tegenstrijdigheden vertonen. Het vraagt per geval om discussie, afwegingen en keuzes. Het zou goed zijn dat deze openlijk besproken en bediscussieerd zouden worden in de ARK.
Behoud gaat niet altijd voor vernieuwing Het credo “Behoud gaat voor Vernieuwing” als basiscriterium bij aanpassingen van monumenten roept vragen op. Het gaat namelijk per definitie over verandering.
4
Aanpassing en verandering zijn in feite wezenlijk voor restauratie van monumenten. Veelal gaat het om functionele vernieuwingen: het monument moet weer bruikbaar worden naar huidige maatstaven. De gebruikswaarde van een monument is immers van levensbelang voor haar voortbestaan. Bij elke restauratie moeten er afwegingen gemaakt worden tussen vernieuwing en behoud. Kenmerkend is het samengaan van vernieuwing en behoud. Daar wringt nu de schoen. De 5 prioriteiten uit de huidige Richtlijnen (pagina 20 van de NRK), gebaseerd op de Restauratieladder, zijn te eenzijdig op behoud gericht en bieden te weinig aanknopingspunten voor functionele afwegingen bij vernieuwing. Dit levert in de praktijk vaak problemen op. Zo wordt duurzaamheid eerder als een gevaar dan als een uitdaging gezien. Het conservatisme viert dan hoogtij. Er is te weinig ruimte voor vernieuwing. Het verbod op ‘terug’ restaureren en/of reconstructie (pagina 18 NRK) is een ander voorbeeld van rigide conservatisme. Het zou goed zijn wanneer de gedachte van het evenwichtig samengaan van behoud en vernieuwing een expliciete plaats in de nieuwe Nota Ruimtelijke Kwaliteit krijgt. (11) Daarnaast zou er in het advieswerk van de ARK meer ruimte voor vernieuwing en eigentijdse oplossingen moeten komen.
In dit verband zou het goed zijn om – naast een bouwhistoricus - ook een restauratiearchitect met praktijkervaring in de ARK op te nemen. (12)
Maak duurzaamheid belangrijker Het zo kenmerkende huidige streven naar duurzaamheid is een nieuw element in de monumentenzorg. Het verdient speciale aandacht. In het huidige tijdsgewricht spelen veranderingen aan monumenten als gevolg van het streven naar duurzaamheid een grote rol. Het zou goed zijn om de Richtlijnen in een nieuwe nota Ruimtelijke Kwaliteit minder verdedigend, minder abstract en positiever van insteek te formuleren. Duurzaamheid verdient meer aandacht in de nieuwe nota. Het zou een apart hoofdstuk in de nieuwe NRK moeten krijgen. (13) Het zou ook goed zijn wanneer vanuit de Gemeente Middelburg een meer actieve stimulerende advisering tot stand zou kunnen komen. Het zou goed zijn om het gemeentelijk beleid met betrekking tot de energietransitie daar actiever in te betrekken. (14) Belangrijk is om in de richtlijnen voor de plaatsing van zonnepanelen te vereenvoudigen. Daarnaast zou de toepassing van isolerende beglazing gemakkelijker moeten worden. Meer differentiatie bij monumenten, minder rigide regels over oud glas en oude kozijnen. Zo zou isolatieglas bij schuiframen van meer recente monumenten volgens de Amsterdamse variant (draai/kiep) mogelijk moeten zijn. Ook zouden zgn. Wiener Sprossen (roeden verdeling in een raam met HR++ glas) toegepast mogen worden. Bij Beschermd Stadsgezicht moeten in dit verband ruimere mogelijkheden geboden kunnen worden. (15)
Differentiatie in eisen bij monumenten De huidige Richtlijnen Beschermde Monumenten geven tal van gedetailleerde eisen bij restauraties. Vrijwel allemaal gericht op het behoud van materiaal. Het resulteert soms in rigide eisen bijvoorbeeld voor hergebruik van oud glas, vervanging van kozijnen en toepassing van isolatieglas. De eisen zijn in veel gevallen discutabel waar het relatief jonge monumenten en beschermd stadsgezicht betreft. 5
Het verdient aanbeveling om onderscheid te maken tussen de 54 Topmonumenten, de 1200 Rijksmonumenten, de 130 Gemeentelijke monumenten en het Beschermd Stadsgezicht. Het is denkbaar dat er voor de Topmonumenten strengere regels gehanteerd worden. Ook ligt het voor de hand dat er voor meer recente monumenten minder strenge regels gelden. Idem voor Gemeentelijke monumenten. (16) Bij Beschermd Stadsgezicht gaat het vooral om de beeldkwaliteit en niet om het behoud van het oorspronkelijke bouwmateriaal. (17)
4. Een nieuwe Nota Ruimtelijke Kwaliteit Eenvoudiger en duidelijker De huidige nota is gedateerd (2016) en is echt aan vervanging toe. In de adviespraktijk van het WARK worden de gebiedscriteria niet gebruikt. Het zijn er te veel. En ze zijn onpraktisch geformuleerd. Het gaat om 43 criteria tezamen verdeeld over 8 gebieden met elk andere aantallen criteria. Moeilijk om adviezen te onderbouwen en ook nog schriftelijk vast te leggen. Soms zijn ze ook bijzonder wollig van tekst: ‘Kleur, materiaal en textuur moeten zichtbaar en voelbaar zijn’ of ‘logische gevel karakteristiek’. In andere gevallen zijn de criteria behoudend en conservatief: alleen ‘traditionele materialen’ zijn toegestaan. Mijn voorstel is om de nieuwe NRK eenvoudiger en duidelijker te maken. (18)
Met regels maak je geen kwaliteit. Het is goed te bedenken dat regels en richtlijnen geen garantie zijn voor ruimtelijke kwaliteit. Het is immers eenvoudig mogelijk om met de regels en richtlijnen uit de NRK ook slechte en lelijke plannen te maken. Voor kwaliteit is meer nodig, zoals bijvoorbeeld een goede en getalenteerde ontwerper. Regels zijn nodig als begrenzingen. Ze zijn doorgaans gericht het vermijden van ongewenste ontwikkelingen en oplossingen. Hooguit beogen ze een zekere basiskwaliteit. Een voorbeeld daarvan is het Beeldkwaliteitsplan. Het zijn in feite gedetailleerde stedenbouwkundige plannen die vaak als een zeker keurslijf functioneren. Het zou beter zijn de basisregels in het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) voor een bepaald gebied vast teleggen en de beeldkwaliteit door een supervisor (bij belangrijke plannen) en/of de ARK te laten toetsen. (19) In de huidige NRK worden indieners bij belangrijke plannen geacht zelf een beeldkwaliteitsplan te maken. Veelal leidt die eis tot niet meer dan een abstracte weergave van een reeds ontwikkeld bouwplan. Nogal overbodig en inefficiënt. Het zou beter zijn om die verplichting af te schaffen. (20)
Open criteria De huidige set van 43 criteria zijn dwingend geformuleerd. Er is sprake van veel eisen en in feite van weinig flexibiliteit. De huidige criteria zijn bovendien sterk conserverend van karakter d.w.z. vanuit de bestaande ruimtelijke situatie gedefinieerd. Dat is in veel gevallen logisch maar in veel gevallen ook niet. De huidige criteria bieden daarmee te weinig ruimte voor vernieuwing. Het is in mijn ogen beter om de criteria algemener en open te formuleren waarbij je zowel conserverend als
6
vernieuwend kan zijn. ‘Open’ criteria geven zowel de aanvrager als de ARK meer ruimte voor interpretatie. Mijn voorstel is om alleen een beperkt aantal algemene en open geformuleerde hoofdcriteria op te nemen in de nieuwe nota en de aparte gebiedscriteria te laten vervallen. (21) Die hoofdcriteria zouden kunnen zijn: a. Stedenbouwkundige samenhang b. Evenwichtige verschijningsvorm c. Passende detaillering, materiaal- en kleurgebruik
Maak één Flitsvergunning voor kleine bouwwerken De huidige nota heeft voor een snelle behandeling van kleine plannen 2 verschillende toetsen: een Sneltoets en een Flitstoets. Kleine plannen hoeven om tijd te besparen geen behandeling in de ARK. De beoordeling vindt dan (wekelijks) plaats door een ambtelijk team het zg. Sneltoetsteam (ST). Het betreft bijvoorbeeld plannen voor bijgebouwen, aan- en uitbouwen, dakkapellen, erfafscheidingen raam- en kozijnvervangingen en om gevelreclames, zonweringen, glasvervangingen, kleine gevelvoorzieningen. De sneltoets geeft uitsluitsel binnen 10 dagen en de flitstoets binnen 5 dagen. Het onderscheid tussen beide toetsen is nu voor een particuliere aanvrager hoogst onduidelijk. Het verdient sterke aanbeveling de beide toetsen samen te voegen en er 1 Flitsvergunning van te maken. (22) Beide toetsen hebben eigen regels, die soms zeer gedetailleerd en arbitrair van karakter zijn. Bijvoorbeeld het uiterst gedetailleerde voorschrijven van schilderwerk bij monumenten, waar de kleurkeuze beperkt is tot wit, grijs of zandsteenkleur. Deze beperking is onjuist vanuit een oogpunt van de geschiedenis van de historische stad.
Andere voorbeelden van discutabele regels zijn: alleen rechte vormgeving bij erfafscheidingen; rigide eisen voor glasvervanging (al eerder genoemd); alleen aluminium bij vervanging van stalen kozijnen; nooit dakkapellen gekeerd naar het openbaargebied; nooit zonnepanelen op woonboten en op leibedekking; nooit een nieuw balkon aan een voorgevel; geen glaslatten maar altijd stopverf. Het zou goed zijn om de regels bij de huidige snel- en flitstoets te vereenvoudigen (23) en waar mogelijk te ontdoen van hun arbitraire karakter. (24)
5. 24 voorstellen en suggesties, een samenvatting Hieronder geef ik bij wijze van samenvatting mijn voorstellen en suggesties nog een keer beknopt weer. De nummers verwijzen naar de desbetreffende tekstgedeelten uit de 4 bovenstaande hoofdstukken. Maak de vergaderingen van de ARK openbaar toegankelijk Publiceer de agenda en verslagen van de ARK een week vooraf resp. achteraf Leg dit goed vast in een Reglement van Orde van de ARK De ARK adviseert op hoofdlijnen op basis van ‘redelijke” eisen van Welstand met een onderscheid naar eisen en suggesties 5. De ARK adviseert integraal, ook over monumentenaanvragen 1. 2. 3. 4.
7
6. Kies bij het adviseren een meer open en toegankelijke flexibele opstelling, ook ambtelijk 7. Maak duidelijker beleid wanneer er juist wel of juist geen historisch onderzoek noodzakelijk is, ter beoordeling en advies van de ARK. 8. Maak fasering en splitsing in de aanvragen voor monumenten mogelijk 9. Leg de adviesrol van de ARK over plannen in de initiatieffase vast in de Verordening ARK 10. Maak een bredere set criteria voor monumenten, waar historische typologie, de architectonische karakteristiek en de stedenbouwkundig/landschappelijke context deel van uitmaken. 11. Geef het evenwichtig samengaan van behoud en vernieuwing een expliciete plaats in de nieuwe Nota Ruimtelijke Kwaliteit. 12. De ARK geeft meer aandacht voor vernieuwing en eigentijdse oplossingen 13. Duurzaamheidsmaatregelen zou een apart hoofdstuk in de nieuwe NRK moeten omvatten. 14. Het zou goed zijn om het gemeentelijk beleid met betrekking tot de energietransitie actiever te betrekken bij het adviseren over duurzaamheidsmaatregelen. 15. Maak eenvoudiger en meer eigentijdse regels voor duurzaamheidsmaatregelen en verruim de mogelijkheden bij Beschermd Stadsgezicht. 16. Maak een differentiatie in richtlijnen en regels voor Topmonumenten, Rijksmonumenten en Gemeentelijke monumenten en 17. Streef bij Beschermd Stadsgezicht naar behoud van beeldkwaliteit en minder naar behoud van bouwmateriaal 18.
Maak de nieuwe NRL eenvoudiger en duidelijker. 19. Schaf het Beeldkwaliteitsplan af en neem de basisregels in het Omgevingsplan op. 20. Schaf ook de verplichting voor een aanvrager tot het maken van een eigen beeldkwaliteitsplan af. 21. Schaf de aparte gebiedscriteria af en formuleer een kleine set open criteria die in beginsel voor alle gebieden gelden: a. Stedenbouwkundige samenhang b. Evenwichtige verschijningsvorm c. Passende detaillering, materiaal- en kleurgebruik 22. Voeg de snel- en flitstoets samen en maak één duidelijke regel voor een Flitsvergunning 23. Vereenvoudig de huidige snel- en flitstoets-regels 24. Ontdoe ze in een aantal gevallen van hun arbitraire karakter
Wytze Patijn
Rotterdam, 2 januari 2024 8
Geraadpleegde documenten: • • • • • •
Verordening Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Middelburg 2022 (ARK) Nota Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente Middelburg 2016 Richtlijnen Beschermde Monumenten (hoofdstuk 6 van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit) Charter van Venetië 1964 Restauratieladder van de stichting ERM (Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg) 2016 Memo Actieve Informatie Evaluatie Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2016
Extern: • Pleitnotitie Welstand en Nota Ruimtelijke Kwaliteit; Bernard Vercouteren van den Berge; mei 2023 • Verduurzaming van monumenten door RCE (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed); Afwegingskader voor vergunningverlening; september 2023
9