Brief aan college over voorstel Siloplein van D66, PvdA en SP
Tekst van het document
Aan het College van B&W Middelburg
Middelburg, 10 februari 2022 Betreft: Herziening exploitatie opzet Silo Plein
Geacht College, Tijdens de raadsvergadering d.d. 27 januari 2022 is besloten het voorstel herziening exploitatieopzet herstructurering Arnestein- Siloplein van de agenda af te halen. Het keert nu ongewijzigd terug bij de bespreekpunten van commissie ruimte d.d. 14 februari 2022. Ondertekenaars van deze brief hebben behoefte om op voorhand enige kanttekeningen te plaatsen en vragen te stellen bij het voorstel. 1. Het raadsvoorstel zoals aangeboden heeft met name het karakter van een herziene exploitatieopzet die volgens het Besluit Begroting en Verantwoording jaarlijks moet worden herzien. Dit roept mogelijk onbedoeld, zoals bij de meeste herziening exploitatie opzetten, het beeld op van een meer routinematige besluitvorming. 2. Met betrekking tot het CZAV gebied is bij eerdere besluitvorming altijd aangegeven dat in dit gebied zou worden uitgegaan van circulaire bouwen, renovatie en hergebruik van materialen. Dat is dus niet verrassend. 3. Wat welverrassend is, zijn de volgende zaken: - Er is een advies/plan opgesteld door de aanpalende buur architectenbureau Rothuizen, die op meerdere wijze eigen belang heeft bij de ontwikkeling van dit gebied.
Dit roept wel de vraag op of een dergelijke opdracht aan een belanghebbende kan worden gegeven zonder andere aanbieders de gelegenheid te geven hierop in te schrijven? Daarnaast is op ambtelijk niveau gemeld dat hier sprake is van een ambtelijke opdrachtverstrekking. Is dit de gebruikelijke gang van zaken en is hierbij het vier ogen principe gehanteerd? Heeft het College deze bevoegdheden aan de ambtelijke organisatie gemandateerd? Zo niet hoe is het College hier dan bij betrokken? -
In het advies wordt door bureau Rothuizen over twee varianten gesproken. Bureau Rothuizen kiest voor variant B. Deze variant wordt als enige onverkort doorgerekend in de herziene exploitatie opzet. Kunt u aangeven waarom de Raad niet nadrukkelijker bij deze keuze is betrokken? Kunnen beide varianten nog ter discussie worden gesteld in de commissie?
-
In het raadsvoorstel is een keuze voor vastgoedontwikkeling opgenomen die in het geheel niet spoort met het staand beleid. “De gemeente neemt geen vastgoed meer in portefeuille en stoot zoveel mogelijk vastgoed af.” Deze fundamentele afwijking van het beleid wordt in het voorstel niet als besluit voorgelegd aan de Raad. Waarom niet?
-
De keuze voor vastgoedontwikkeling brengt nogal wat risico’s met zich mee. Deze worden in het voorstel summier beschreven. Het betreft de volgende risico’s; 1. Termijn risico. Kan de gemeente het vastgoed binnen een economisch verantwoorde termijn verkopen?. 2. Prijsrisico. Is de verkoopprijs in de komende jaren te realiseren? 3. Kostenrisico. Kan de gemeente het risico dragen in een markt waar de bouwmaterialen qua prijs substantieel stijgen? 4. Kennisrisico. Vastgoedontwikkeling en de vastgoedmarkt vergt specifieke kennis. Hebben wij deze specifieke kennis in huis? Kan het college duidelijk maken hoe in deze specifieke kennis wordt voorzien? 5. Het risico van een te grote druk op de organisatie. Het afgelopen jaar is de raad steeds duidelijk gemaakt dat de gemeentelijke organisatie onder grote druk staat en dat steeds moet worden afgewogen wat qua personele inzet wel of niet mogelijk is. Kan het college aangeven hoe in dit specifieke geval de afweging is gemaakt?
-
Het sociaal warenhuis kan zich vestigen op de gerenoveerde/ vernieuwde locatie, mits het sociaal warenhuis een marktconforme prijs betaalt. Betekent dit dat het college eigenlijk zonder het duidelijk stellen bepaalt dat het sociaal warenhuis zich op deze locatie niet mag vestigen? Wat is hiervan de echte reden? Vindt het college en mogelijk buurman Rothuizen dat op deze unieke locatie, met bijzondere uitstraling, een sociaal warenhuis niet gepast is?
-
Gezien het standpunt met betrekking tot het sociaal warenhuis, lijkt het er op dat het college kiest voor winstmaximalisatie, in dit geval verliesbeperking. Toch is het bij de lagere overheid, in dit geval de gemeente, gebruikelijk dat wordt afgewogen of iets inhoudelijk wenselijk is en niet of het primair financieel haalbaar. In een tijd van grote inflatie en afnemende koopkracht zou het beleidsmatig van groot belang kunnen zijn dat een sociaal warenhuis blijft gevestigd in de gemeente. Is het college bereid voor het sociaal warenhuis tot een haalbare prijsstelling te komen en dit te overleggen met de participerende andere gemeentes? Het voorgaande betekent niet dat er geen oog is voor de positieve elementen uit het plan/advies Rothuizen.
D66,
PvdA,
SP,
Ad van de Kreeke
Mehmet Kavsitli
Huib Ghijsen